Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Archief

mist

Een gedicht van P.C. Boutens 1870-1943

In de mist

De zon wordt onverbeeldbaar schoon
Boven de mist die houdt omhangen
Der wereld windestille woon
In dit vertederd dagenlang verlangen.

Weer blankt de boskamp, een besloten zaal,
Een witte kamer die de bruid verwacht,
In smetteloze glanzeloze praal
Op uit de zwarte nacht.

't Berijpte hout van alle kanten
In gaasgeplooiden wand verscholen
Reikt diepe tuilen van chrysanthen,
Asters en gladiolen.

Daar daalt langs wolkentreê uit hoge toren
Van naakte voetjes luideloze tred:
Leden omsluierd overgloren
Het sneeuwen statiebed.

Vergeten liedjes(1909)

Geschreven door Dora om 22:28 Reageer op dit bericht

jeugd

Een gedicht van Hendrik Muller 1855-1927

Jeugd

Een handvol verwelkende bloemen,
Geplukt met een bevende hand,
En gesnoerd met een rozenband -
Is dat wel een ruiker te noemen?

Een handvol bedrieglijke vreugd,
Met een ijdel hart genoten,
In de kring der uren besloten -
Is dat wel een zalige jeugd?

Gedichten (1878)

Geschreven door Dora om 22:23 Reageer op dit bericht

stank

Een gedicht van Abraham van Collem 1885-1933

ER IS DE STANK VAN GELD

Er is de stank van geld, de geur van gas,
De laagheid van het woord, de veinzerij,
En de oude penningen van het verraad.

Er is het altijd dragen van een last,
Er is een mompeling van de verkochte,
Er is het clownschap van de kunstenaar.

Er is – Niets Is – Er is alleen het woord,
Het machteloze, het verkondigde
Van kameraadschap op de rijke aarde.

Geschreven door Dora om 17:19 Reageer op dit bericht

waartoe

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

Waartoe, waartoe

Waartoe, waartoe
elke stap die ik zet, elke val die ik doe?

Ver schrijdend baan ik zelf mijn baan.
Een sterke mens leert eeuwig gaan.

Wanneer, wanneer
zijn de dagen daar dat ik sterven leer?

Sterven kan ik iedere dag.
Dies leef ik wat ik leven mag.

Meidoorn

Geschreven door Dora om 22:23 Reageer op dit bericht

filosoferen

De mens in de filosofie van het leven

Zijn
 
Zijn dat is de zin
De zin is het zijn
Niet altijd te verstaan
Alleen op weg gaan
Jezelf ontdekken
Dat kan tot zegen strekken
Maar wie zich aan het eigene wil onttrekken
Zal dan spoedig ontdekken
Dat het leven je niet geeft wat je verwacht
Bij velen ontdek je dan de nacht
De nacht van het leven
Kan heel zwaar in het zijn wegen
Want dan is de zin er niet
En wandel je door het leven met het ik verdriet
Dan is er niet het genieten
Van de dingen die klein zijn
Het grote begeren
Kan een mens de afgrond in dirigeren!
 

Geschreven door Dora om 22:13 Reageer op dit bericht

jongelingen

Een gedicht van Jacobus Bellamy 1757-1786

De jongelingen

In een kring van jongelingen,
Bij de warme haard gezeten,
Drinken wij de purpren nektar.
Gulheid lacht in aller ogen,
Ieder vult de glazen beker
Op het welzijn van zijn meisje.
En dan vullen wij de glazen
Op het welzijn aller schonen.
Allen roepen wij: het welzijn
Van de Vaderlandse Schonen! -
Nu doen wij opnieuw de nektar
In de heldre beker branden,
En nu roepen wij eenparig:
't Vaderland! . . . . de bekers klinken,
En een traantje van verrukking
Mengt zich met de druivennektar.
Niemand spreekt er, maar elk aanzicht
Draagt de duidelijkste tekens
Van een edeldenkend harte.

Geschreven door Dora om 22:11 Reageer op dit bericht

waarheen

Een gedicht van Ren´s de Clercq 1877-1932

WAARHEEN, WAARHEEN? WAARTOE, WAARTOE?

Waarheen, waarheen? Waartoe, waartoe?
De witte wind holt vast vooraan.
Het is geen gaan,
maar jagen dat ik doe.

De schaduwen dansen voor mij uit,
en wil ik wel, of wil ik niet,
een ruisend lied
wordt spelende mijn buit.

De vrije wereld zwerf ik door,
door hei en wei, langs kant en kust,
en tril van lust
als ik een jager hoor.

Meidoorn

Geschreven door Dora om 17:31 Reageer op dit bericht

staaltjes

Een gedicht van Gerrit van derLinde 1808-1858

Staaltjes van ijdelheid

Nos poma natamus.

        Zo hopen dwaze paardevijgen,
        Die, daar ze in 't stinkend stalvocht staan,
        In hun vermeet'le drekhoop-waan
        Hun afkomst onbeschaamd verzwijgen
        En zweren, dat ze uit zwemmen gaan,
        Door al dat gaad'loos bluffen slaan
        Tot ooger glorie nog te stijgen,
        Een eretitel te verkrijgen,
        En, recht men 's Landsheers bruiloft aan,
        Als app'len op 't dessert te staan.

        Zo waant zich vaak 't bezopen veulen
        Der ezelin een jeugdig paard,
        En, zo het de oren en de staart
        Slechts weg kan steken of verheulen,
        De hoge prijs van 't strijdros waard.

        Zo laat een boer zijn nagels groeien,
        En smeert zijn wenkbraauw met een kurk,
        En steekt zich in een wijde jurk,
        En draagt een staart, gelijk zijn koeien,
        En kapt zich als een burgerwees,
        En laat zich in zijn schaatsen schoeien,
        En huurt, voor draak, een Leidse Kees,
        Om naar 't Museum heen te roeien,
        Waar hij zich aandient als Chinees.

Geschreven door Dora om 22:11 Reageer op dit bericht

berceuse

Een gedicht van Paul van Ostaijen 1896-1928

Berceuse voor volwassenen

Wanneer de zandman nog eens komt
   - maar hij komt niet meer -
   zullen wij slapen gaan en dromen
   van een droom
   die niet gedroomd werd

   Ach alle mensen slapen goed
   die de deur op grendel weten

Nagelaten gedichten

Geschreven door Dora om 22:34 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten