Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

akke.beakke.be

Archief

bomen

Een gedicht van Constantijn Huygens 1596-1687

Bomen

Van stomme schepselen en weet ik geen als bomen,
Die onze biddende gedaante nader komen:
Wij strekken evenzo ons handen hemelwaart;
Maar onze wortelen zijn machtig vast in d' aard.

Gedichten. Deel 7: 1661-1671

schrijver

Geschreven door Dora om 22:13 Reageer op dit bericht

blijheid

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

Blijheid.

Kom broeder, snijd het riet
In ongelijke pijpen,
Dat fluks tot vrolijk lied
Uw vruchtloos zuchten rijpe.

Dit riet had oók zijn tijd
Van wenen over waatren,
Nu zij 't aaneengerijd,
Dat wíjsjes daaruit klaatren.

Vrees niet met juichgefluit
Uw zwijgend leed te ontwijden;
Het valt tóch eens ten buit
Aan ’t alverwinnend blijde.

Heeft lang genoeg de halm
Zijn klaagzang uitgeruist,
Dan broeder, wek de galm
Die diepst in ’t hart hem huist.

Liederen en balladen (1911)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:54 Reageer op dit bericht

ween

Een gedicht van Kral van de Woestijne 1878-1929

Ween aan mijn borst

Ween aan mijn borst den schat der tranen
die rijk me maken van uw leed,
ik die van wankelende wanen
als gij het talmend smeken weet;

ik die, mijn kind, op andre schouder
om eendre vreze heb geschreid,
maar van elke onmacht oud en ouder,
weer om een nieuwe hope lijd;

ik die het goud van alle transen
voor de as van oude zonnen ken,
maar van elk glorend morgen-glanzen
de huiverende minnaar ben...

Ween uwe tranen, lange en lijze,
die van uw lijden rijk me maakt:
straks ziet ge in 't oog des levens-wijzen
hoe stééds de wanen-lampe waakt...

Het huis in de stad  (1908-1909)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:28 Reageer op dit bericht

verjaring

Een gedicht van Abraham de Haan 1707-1748

TER VERJARINGE VAN DE HERE DIRK WILLINK.

De snelgevlerkte Tijd vervliegt gelijk een stroom;
De dagen gaan voorbij of ’t ogenblikken waren,
En al 't voorledene, in een eindloos ruim vervaren,
Ontvlucht ons vlot verstand gelijk een ijdle droom.

’k Heet uw geboortedag, ô WILLINK! wellekoom,
En zie verwonderd op de snelheid onzer jaren:
'k Zal wederom mijn wens eenvoudig openbaren;
Al klinkt hij laag, uw gunst beneemt mij alle schroom.

Beleef noch menigwerf de blijde dag van heden!
Gewen uw jonglingschap aan deugd en eerbre zeden!
Koop, koop de vlugge tijd tot dees betrachting uit!

Zo zal de Heiland, wiens geboortefeest wij vieren,
Met u verenigd, u met gloriekronen sieren‚
Ter plaats, waar de Eeuwigheid de loop der tijden stuit.


De 26e XII van Wintermaand MDCCXXXI

Geschreven door Dora om 10:15 Reageer op dit bericht

zomerweide

Een gedicht van Albert Verwey 1856-1936

Zomerweide.

De blanke koeien waden 't weigras door,
Uit hoge hemel daar een wolkbank ligt
Straalt trillende op koe-ruggen zomerlicht,
't Gras ripplend krijgt een esmerauden gloor.
Warm vlakt de vaart daar 't groene riet langs spicht,
Golf deint en spoelt, trekt zijn geglinsterd spoor
Stoomboot in stroom en stuurt de schomling door
Die 't riet doet ruise' en glinstren elke schicht.

De middagstilte is in mijn brein en warm
Voel ik mijn leên gezwoll'n en strek mij gaarn
Bij wat'r en wei die lijklijk luide zijn.
't Hoofd achterov'r ontwaar 'k een bleke lijn
Tussen mijn wimpers, 'k hef een lome arm,
En hoor wijl 'k slaap de grote boten vaarn.

schrijver

Geschreven door Dora om 19:42 Reageer op dit bericht

remedie

Een gedicht van Pieter Langendijk 1683-1735

Remedie tegen de dronkenschap

Een predikheer, gewoon de dronkenschap te laken,
Bestrafte deze zonde omtrent twee uren lang.
Het volk dacht dit geteem zal nooit ten einde raken;
Deez' droop de kerk uit, en die wachtte na de zang,
Daarna stond ieder op, voor 't eind der predikaatsje;
Hierop keert Dominee het uurglas nog eens om,
En roept: blijf likkebroers hoe zijt gij zot of dom?
Neem afscheid met fatsoen, dit is het laatste glaasje.

Gedichten (1751 - 1760)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:51 Reageer op dit bericht

bijen

Een gedicht van Karel Ledeganck 1804-1847

De bijen op de boekweit

Hoe overschoon is de aard' getooid!
Hoe rijk ligt haar gewaad ontplooid 
De velden, breed en uitgestrekt,
Staan in hun zomerdos gedekt:
Een prachtig kleed van bont fluweel;
En 't oog, waarheen 't zich wende of keer',
Poost zacht als op een glanzend meer
Van geel en groen en groen en geel!

En wie telt de bijen op al dat gebloemt'?
En wie meldt het wonder, dat zij daar verrichten?
De mens, om vernuft en vermogen beroemd,
Wat ken hij, bij 't geen de natuur weet te stichten 
Wat 's pracht van vorstinnen bij leliënschoon,
En maatklank van snaren bij vogelentoon?
Wat 's kleur van 't paneel bij de vuurglans, die wiegelt
Op 't water, wanneer er de maan zich in spiegelt

En wat ooit de scheikunst te mengen bestond,
Om 't fijne verhemelt' des mensen te strelen,
Om wellust te plengen in d' opene mond,
Om vreugde des harten voor laafnis te delen;
Nog nooit schiep de onmachtige een korrelke graan,
Nog nooit deed ze een enkele wijndruif ontstaan;
Zij perste nog nooit uit de kelken der bloemen
Dat godengeschenk, dat wij honigraat noemen!

Welnu, deze honig, dat manna der aard,
Zo rijk in bet bloeisel der boekweit verborgen,
Wordt dáár door de nijvere bijen gegaard.
Zij streven en zweven van vroeg in de morgen,
En dwalen en dalen in gretige luim,
En domlen en schomlen als homlen door 't ruim,
En kruipen en sluipen in kelken en bladen,
En vliegen dan been, met haar' buit overladen

Pus opent de boekweit, zo haast als de zon
De tengere knop op haar stam doet ontbloeien,
Totdat zij verdort, ene levende bron,
Waar kostbare beken van honig uit vloeien!
En als men op d' akker geen garven meer telt,
Blijft zij nog de lust en 't sieraad van hot veld;
Kleedt zij nog de beemden in lachende kleuren,
Vult zij nog de omtrek met smeltende geuren!

schrijver

Geschreven door Dora om 21:40 Reageer op dit bericht

thuis

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

Thuis.

Is de schotel ook wat schraal,
Is de brand wat bijster krap,
Zijn de kleertjes al wat oud:
Liefde houdt de plunje knap.
Liefde saust het sober maal,
Liefde warmt nog meer dan hout, —
Liefde draagt malkanders kruis....
Liefde vind-je niet, dan thuis!

schrijver

Geschreven door Dora om 22:33 Reageer op dit bericht

Benjamin

Een gedicht van P.A. de Génestet 1829-1861

 

Benjamin–af

Haast ben je niet meer Benjamin,
Dan neemt een ander je plaatsje in,
    Mijn lieve, kleine jongen!
Dan zet je moeder je neer op de grond,
Dan zegt je vader: loop heen, loop rond –
Je wordt door een aapje verdrongen.

Haast ben je niet meer Benjamin
Dan krijg je niet altoos meer je zin,
    En moogt je fortuin gaan zoeken,
Dan eet er een ander de kaas van je brood,
Dan heerst er een ander op moeders schoot –
Een koninkje in linnen doeken.

Dan sta je gelijk, jij, met je andere broers,
En maak je spektakel, men noemt u jaloers,
    Men lacht om uw gramschap, klein wichtje!
Dan, wie er je soms nog beschermen moog –
Een ander heeft ieders hart en oog,
    In spijt van je lieve gezichtje!

Ja, haast ben je niet meer Benjamin,
Je rijk heeft uit en een nieuw neemt begin,
    Zo gaat het met de aardse rijken!
’t Is goed dat je dit nu maar vroeg ondervindt:
Het loopt in de wereld niet anders, lief kind!
    Dat zal je licht later blijken.

Eerst wordt je vertroeteld, eerst ben je de man!
Maar denk je, dat het lang duren kan?
    Wel neen, slechts een poosje, mijn baasje!
Dan komt er een wolkje in ’t verschiet...
Dan komt er een aapje, dat je eerst niet ziet...
    Hij schreeuwt en zit op je plaatsje!

Dichtwerken (1869)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:55 Reageer op dit bericht

de pauw

Een gedicht van Francois Pauwels 1888-1966

DE PAUW

De pauwe staat
in pronkgewaad,
ruisend rillen z'n veren,
hij schudt z'n pracht
alsof met kracht
wind er langshenen kwam scheren.

De fijne kop
bloeit als een knop
dicht aan de waaier van ogen,
die bont en rond
tot op de grond
sierlijk is uitgebogen;

en als een vorst
zwelt hem de borst,
groen en wiss'lend van glansen,
geheven koen,
als fier blazoen
tegen der zonne lansen.

Zo staat hij daar
en heel de schaar
needrige duiven en hennen
is voor de vang
dier steerte bang,
vliedt de pralende pennen.

Plots valt de vracht
der vederen zacht,
zacht naar achteren bijénen,
en als in rouw
gaat nu de pauw
stil op zijn schubbige tenen,

naar 't grote hok
met haan en klok,
zijn parmantige woning,
en 't is alsof
de ganse hof
treurt om een dode koning.

Verzamelde gedichten (1928)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:20 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten