Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

akke.beakke.be

Archief

voorschrift

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1944

Voorschrift

Trek de woestijn in,
laat de karavaan
de groene rijkdom der oasen,
u zij de dorre oceaan
van zand; goud en topazen
bewaart ge niet,
die zijn voor uw vriendin,
de koningin van Scheba;
de stierenvechter laat ge de arena,
de volkstribuun
het duizendvoudige gehuil
van de hyena's
die beurtlings ‘kruist hem’
en ‘hosannah’ roepen;
gij gunt de boetprofeet
zijn sprinkhaan en zijn kemelshaar.
ontgin, waar niemand
vruchtbaarheid vermoedt,
elke woestijn heeft zijn wel;
geloof onafgebroken:
hier móet water zijn;
uw enige toeverlaat
zij het woord:
‘o, bolwerk, o, citadel,
bekleed mij met
een nieuwe mantel,
laat het firmament
mijn huis zijn,
zorg, dat mij niemand kent.’
vraag elke dag
een witte keursteen
en het onbeperkt gezag
van een nieuwe naam.

Verzamelde gedichten (1941)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:32 Reageer op dit bericht

verjaardag

Een gedicht van Jacqueline van der Waals 1885-1968

Een verjaardag

Nooit hebben de rozen zo schoon gebloeid,
Nooit zag ik den heel zó blauw,
Nooit was het gras zóó blij getooid
Met diamanten van dauw.
Ik had een rose kleedje aan,
En stond bij 't struikgewas.
Een vogel zong een lied.  Hij dacht,
Dat ik een roosje was!

Nooit heb ik het veld zó onrustig gezien.
Ik liep door het golvende graan,
Daar heb ik de brievenbesteller ontmoet;
Ik sprak hem even aan....

Ik had een rode blouse aan,
Met grote, zwarte das.
Er was een kleine bij, die dacht,
Dat ik een klaproos was!

Nooit is mij de eenzaamheid zó zoet,
Zo vol vertroosting geweest,
Ik stond alleen in de maneschijn
Na afloop van het feest.
Ik had een wit japonnetje aan
En stond in 't hoge gras.
Een vlinder kuste mij goede nacht
Alsof ik een lelie was!

schrijver

Geschreven door Dora om 22:02 Reageer op dit bericht

hulkje

Een gedicht van Hajo Spandaw 1777-1855

Het hulkje der liefde

Aan mijn gade



Dierbare! op de reis van 't leven
mijn getrouwe tochtgenoot!
Die me in 't moeilijk voorwaarts streven
steeds uw raad en bijstand bood!
Lieve! in voorspoed en gevaren
voer ge nu reeds zes paar jaren
welgemoed en rustig mee
in het hulkje van de liefde,
dat de vlotte golven kliefde
van de onzeekre huwlijkszee.

Vrouwen, zegt men, zijn niet moedig,
siddren bij 't geringst gevaar;
doch ge leerde mij al spoedig,
dat die uitspraak laster waar:
niet slechts onder 't spelevaren
op de gladgekamde baren
roeiend met de ranke boot;
ook bij 't huilen, koken, woeden
van de stormen, van de vloeden
waart ge een trouwe reisgenoot.

Zagen we, onder 't woest geklater
van 't geweldig golfgeklots
nu 't verderf in 't peilloos water,
dan de dood op klip of rots;
gierde en kraakte want en steven,
konden wij geen zeil meer reven,
brak de branding 't ankertouw;
moest het scheepje schokken, slingeren,
slipte 't roer mij uit de vingeren...
Gij, ge bleef onwrikbaar trouw.

Ja! uw trouw is mij gebleken
meest in 't barnen van de nood:
ach! ik was voor lang bezweken
zo ge mij geen bijstand bood.
Blijf het moedig met mij wagen!
En... God! is 't uw welbehagen
haar, die mij uw liefde gaf
van mijn zijde weg te rukken...
Brijzel dan mijn hulk aan stukken!
Red er slechts mijn kindren af!

schrijver

Geschreven door Dora om 19:16 Reageer op dit bericht

blijf

Een gedicht van Abraham van Collem 1885-1933

Blijf vrolijk, of het sneeuwt of regent

Blijf vrolijk, of het sneeuwt of regent, weest
Geneigd, u aan de blijdschap weg te geven,
De blijdschap is een kruid dat u geneest,
Wanneer gij vol en zat zijt van dit leven.

Ge moest zijn beker drinken tot de grond,
Maar ’t was niet louter wijn, dat gij mocht drinken.
Steek dan de vinger diep in uwe mond,
En werp uw inhoud weg met hoge krinken.

En kijk uw beker aan, zoals hij kijkt,
Die had te diep in ’t grote glas gekeken,
En wie een glimlach het gelaat bestrijkt,
’t Was wrang – en ’t had hem toch zo zoet geleken.

schrijver

Geschreven door Dora om 12:24 Reageer op dit bericht

Pasen

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

Pasen, Pasen

Pasen, Pasen,
luide klinke
nu de slag van
lerke en vinke,
nu de stem van
mense en dier! 
Pasen, Pasen,
wijd het vier, 
wijd het licht en
pin de lampen,
laat de verse
wierook dampen:
Hallelujah,
't jok is af 
van de dood en
van het graf! 

Pasen, Pasen,
opgestanden,
is de God, die
boze handen
hadden aan het
kruis gedaan: 
Pasen, Pasen,
vrij voortaan, 
heeft Hij hout en
steen en ijzer
overwonnen,
die, Verrijzer,
Hallelujah,
één uit al, 
leeft en immer
leven zal! 

Pasen, Pasen,
dwaze mannen
dachten Hem in 't
graf te spannen,
met Pilatus'
zegelmerk: 
Paaschen, Paaschen,
ijdel werk, 
ijdel waken:
God almachtig
is verrezen,
eigenkrachtig,
Hallelujah,
dóór de steen, 
eer de zonne in
't Oosten scheen. 

Pasen, Pasen,
luide klinke
nu de taal van
lerke en vinke,
nu de taal van
mense en dier! 
Pasen, Pasen,
wijd het vier, 
wijd het licht en
spijs de lampen,
laat de blauwe
wierook dampen:
Hallelujah,
God is groot: 
Overwinnaar
van de dood! 


1890

schrijver

Geschreven door Dora om 19:43 Reageer op dit bericht

druilende dag

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

Druilende Dag

Binnenvaartscheepjes met zwart-glanz'ge rompen
Liggen te domm'len langs de kade-lijn
In regenschemering, als donk're klompen,
Die kinderlijk getuigd met lompen zijn.

Een vlagje rook, van diep ultramarijn-
Blauw, dat de vochtbezwaarde nevels dompen
Waar 't even wappert, wimpelt uit het stompe
Vierkanten houten schoorsteenpijpje; een klein

Bruin glimmend schipperke loopt langs de boord
Van 't schip, blaft naar zijn buurman, om gestild
Druilstaartend, 't trapje af naar de roef te gaan.

Dan valt de nacht; de schipper hijst aan 't koord
Het mastlicht op, dat vreedzaam medetrilt
Met stadslantarens, die op schildwacht staan.

Gedichten (1918)

schrijver

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

vrijdag

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

o Vrijdag, die de mens gemaakt

o Vrijdag, die de mens gemaakt
ons voorhoudt, in de bladen 
van Gods eerweerde daden, 
als kind van stof en aarde, en iet
dat Gods aanbidlijk wezen ziet:
zij God in u geprezen 
en Zijn almachtig wezen! 

o Vrijdag, die het kruis geplant,
die zaagt het heilig stromen 
eens, aan de boom der bomen, 
van Jesu Bloed, dat Adams ras
en schuldig bloed genezend was:
zij God in u geprezen 
en Zijn bermhertig wezen! 

o Vrijdag, goede Vrijdag, eens
zag Brugge uw zonne dagen, 
door listen en door lagen 
van slavernij en vreemd geweld
benauwd, gekrenkt, omneergeveld;
maar eer zij was volrezen, 
vrij, Brugge, mocht gij wezen! 

Vrij, Brugge, waart ge, en vrij voortaan,
door Breydel en de Coninc; 
in 's Vlamings vrije woning 
blijft nog door 't Vlaamse volk gevierd
de dag als hem verlossing wierd,
en als het vrij mocht wezen, 
door 's Heren Bloed geprezen! 


1887

Tijdkrans

schrijver

Geschreven door Dora om 17:11 Reageer op dit bericht

vers

Een gedicht van J.W.F. Werumeus 1891-1959

Een oud vers

Wat ik betreur te hebben niet bezeten
Is het geluk van menig burgerman:
De vrede van het huisgezin, en van
De kinderen, die mee aan tafel eten.

En ik weet wel, dat in mijn arm gelegen
De liefste is bezwijmd van zaligheid,
Dat ik de stem ken van de eeuwigheid,
En van het hart, dat mijn hart is genegen.

Maar dit is alles niets, al deze dingen,
Gezegend, en te min; 't is eens niet meer;
Men hoort de vogels in de bomen zingen,
De jaren gaan, de winter keert steeds weer,
De sterren staan. Ik heb niet goed gekozen.
Wat doet een bedelaar met rode rozen?

Dagelijksch brood (1941)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:25 Reageer op dit bericht

zingen

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

Zingen

Gij leeuwrik en gij nachtegaal
Al zingt gij heel verscheiden
Toch hou ik van u beiden
En hoor graag naar uw zoete taal
Wanneer ik dwaal
Door bos en veld en weiden! -
En naar uw juichen en geklag
Mocht ik wel luistren nacht en dag.

Gij leeuwrik stort in mijn gemoed
Een lust en kracht tot leven
Tot werken en tot streven
Wanneer gij juichend d’ eerste gloed
Des morgens groet...
En, wàt mijn hart doe beven,
't Is of ge er vrede en rust in giet
Zacht-kwelend nachtegalenlied!

Gij beiden leerdet me overlang
Al wat de borst doet jagen
Of zuchtend doet vertragen
Dat uit het bèst zich in de drang
Van zoet gezang
Met juichen en met klagen: -
En iedre toon van vreugd en smart
Vindt bron en weerklank in het hart.

Volksdichten (1884)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:54 Reageer op dit bericht

christenen

Een gedicht van J.H. Leopold 1865-1925

Christenen, Joden, Parsen, Moslemin

Christenen, Joden, Parsen, Moslemin
zij dolen allen; voor wie toe wil zien,
vervalt de ganse mensheid slechts in tweeën,
twee soorten enkel worden er ontdekt:
intelligente mensen zonder vroomheid
en vrome mensen zonder intellect.

Oostersch III (1926) (Verzen naar Perzische en Arabische dichters)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:18 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten