Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

akke.beakke.be

Archief

kraanvogels

Een gedicht van A.C.W. Staring 1767-1840

OP HET GEZICHT VAN TREKKENDE KRAANVOGELS

(De trant van Cats gevolgd.)

Laatst, als ik, op mijn eenzaam pad,
Door Wijnmaands bleke lovers trad,
Zo kwam van ver een vreemd gerucht;
Zo kwam een lange Kranenvlucht,
En hield naar 't wijkend avondlicht
Het spitse van haar schaar gericht.

Ontging ze 't volgend oog weldra,
Zij liet me een diep gepeinzen na.
Ik dacht: wat hier omlaag geschiedt,
Des kreunt zich ginds de Vogel niet.
Of bergen siddren op hun voet,
Door 't worstlen van de sulfergloed;
Of stromen steigren uit hun boord;
De Vogel zweeft gelaten voort.

Hem trekt zijn doel, naar 't eind der baan,
Door 't vredig zwerk staag westwaart aan.
Hoe lang zijn tocht ook duren mag,
Hij roert de vleugels dag aan dag;
Hij vult de lucht met blij geschal,
Gedenkend waar hij rusten zal!

Mijn ziel, raap wijsheid aan dit werk:
Streef hoger dan dit aardse perk.
Of, hier beneên, de wereld woel',
Blijf gij gedachtig aan uw doel!
Staar, vrolijk juichend, naar de Kust,
Waar aller Zorgen woeling rust;
Waar Smarte knaagt, noch Twistvuur brandt,
Noch Zinbekoring strikken spant!
Mijn Ziel - daar is uw Vaderland!

1818.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:10 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Anthonie Donker 1902-1965

Het zieke meisje

Zij sloot haar ogen voor de wrede zon en
Ontvoer volkomen de aanwezigheid
Der anderen. Zij heeft zich diep bezonnen,
Zij was alleen geweest ten allen tijd.

Achter haar warme oogleden begonnen
De fluisteringen van de eeuwigheid.
Waarom was zij niet eerder overwonnen
En van haar liefde en haar smart bevrijd?

- Toen zij haar ogen eind'lijk opende
Waren er stemmen en zij zocht bevreesd
De zachte streling van een teed're hand.

Zij glimlachte, maar sprak niet van het land
Waarin zij diep verloren was geweest,
Want zij bevond zich weder hopende.

Erts, jrg 2 (1927)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:56 Reageer op dit bericht

clematis

Een gedicht van Geerten Gossaert  1884-1958

Clematis.

Clematis, 'k heb met eigen hand
Voor menig jaar, u hier geplant, 
Clematis, maar nooit heeft mijn jeugd
Uw violette bloei verheugd, 
Clematis, zeg, hoe is 't dan, dat
Ik nu van morgen, op mijn pad, 
Clematis, stil bleef staan,
Daar, tussen blanke acerblâen, 
Clematis, mij uw bloesempracht
Verraste, op 't onverwacht? - 
Zeg, had ál deze jaren lang,
Eer dan vanmorgen vroeg, 
Uw hart niet, als mijn hart tot zang,
Tot bloeien Vréugd genoeg? 
Clematis?

Onze Eeuw, jrg 9 (1909)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:29 Reageer op dit bericht

jong

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

Jong blijven.

Het hart blijft jong en wordt niet oud, 
Wanneer 't zich fris en open houdt 
Om al wat menslijk is te voelen,
Te voelen wat een kind verblijdt, 
En wat er door de geest moet woelen
Eens jonglings, in zijn schoonste tijd.

Die zijn verleden in zich draagt, 
Blijft jong, al is hij welbedaagd, 
En wekt der jonkheid geen mistrouwen.
Veel kan hij hopen, wie veel heugt; 
Veel met zachtmoedig oog beschouwen;
't Herinn'ren is een grote deugd.

Gedichten, deel 3 (1905)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:55 Reageer op dit bericht

rozegeel

Een gedicht van Gaston Burssens 1896-1965

In memoriam Paul van Ostaijen

Rozegeel en rozerood
als gij ziet dat zo de wolken zijn
aan de westerkim
grijsgrauw paarsgrauw
zó gij d'avend voelt aan d'oosterkim
aan de westerkim als een gestrande boot
aan d'oosterkim als een gordijn van uw kantoor
niet als een kanten gordijn van uw salon
maar als een vuile store op uw kantoor
neem dan uw voorhoofd in de linkerhand
zoals een denker in de hand een doodshoofd neemt
in de linkerhand het hoofd
in de rechterhand wat ooft
van jonge bomen - als banaal symbool -
en spreid uw sprankelend brein in 't rond

Als dan uw broze brein verbreid is
in 't rond
de ronde stonden van uw eenzaamheid gaan rond
en waar uw eenzaamheid gij eenmaal strooide
van de westerkim naar d'oosterkim
hangt vóór de westerkim het grauwe gordijn van uw kantoor
waarachter uw boot gestrand is

schrijver

Geschreven door Dora om 05:58 Reageer op dit bericht

lied

Een gedicht van Jacob Oosterwijk Bruyn 1794-1876

LIED VOOR DE BRIEVENRIJDER

'k Zie, hoe gij angstig op mij wacht,
En van verlangen brandt;
Ja, 'k geef uw handel klem en kracht,
0 kloeke speculant!

Onzeker ware uw ijvrig werk,
Bracht ik geen tijding en geen merk;
Gij ziet angstvallig naar mij uit,
Eer gij met moed een handel sluit.

Wat mensen help ik uit de droom,
Wier wens mijn komst voldoet!
'k Meld d' een de dood van neef of oom,
Van wie hij erven moet;

'k Breng d' ander 't jawoord van zijn lief;
Die weder 't eerkruis door een brief;
'k Maak velen machtig rijk en groot,
En red bedrukten uit de nood.

Veel draag ik in mijn reiszak mee;
Veel zaken van gewicht;
Het nieuws van oorlog en van vreê,
En 't modes laatst bericht.

'k Bezit, onvatbaar voor verraad,
't Geheim van burger, Vorst en Staat.
Wat nooit een ander wordt ontvouwd,
Is aan mijn zorgen toevertrouwd.

Ja, ieder ambacht heeft zijn kruis;
Maar veel is 't mijne waard;
Ik ruil mijn klapzweep en mijn buis
Voor mijter, kroon, noch zwaard.

Ik steek de horen vrolijk op;
Ik zet mijn paarden in galop;
'k Stoor mij aan wind en koude niet,
En zing, hoezee! mijn vreugdelied.

1829.

De boertige zangster (1837)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:44 Reageer op dit bericht

orgelpunt

Een gedicht van Jan Engelman 1900-1972

Orgelpunt

De man die uwe weelden mint
is weerloos als het kleine kind:
de wereld ging hem vreemd voorbij
als aan zijn borst uw hartslag lei.
Maar wat ons saamgedreven heeft
is wat in kleine bloemen beeft
en gonzend draagt het groot heelal:
't is twee-in-een, en dat is al.

Tuin van Eros (1932)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:26 Reageer op dit bericht

tempel

Een gedicht van Jan.E.F. Celliers 1865-1940

De tempel der reinheid.

(Hollands).

Ik droomde mij in wolken-landen;
het blindend blank der zonnewanden
al zwevend in 't rein azuur,
als lenig marmer reuze-krullend,
de dalen schaduw-purper vullend,
- en goud-gekopt de stapel-muur.

En 'k zag 'n zaal vol schone vrouwen,
het blank en blauw, in lange vouwen
omhangend los de slanke le'en,
in nauwe lijne-sluiting kozend
om malse vormen rose-blozend,
- en blanke voet op marmersteen.

'k Hoor stemmen als kristallen klokjes,
in 't ruim gestrooid als wolken-vlokjes,
bij scherts en blij-zang ongetoomd;
waar vol-geteugd de boezems zwellen,
in 't levend blauw der ether-wellen
- door wijde ramen ingestroomd.

Die vlakte en andere gedigte (1908)

schrijver

 

Geschreven door Dora om 21:54 Reageer op dit bericht

ik

Een gedicht van Louis Couperus 1863-1923

Ik wil de pure, rechte, marmren lijnen

Ik wil de pure, rechte, marmren lijnen;
De stille plooien, week en wit en breed;
De kleuren hèl in klare zonneschijnen,
De aromen, druivenzwijmlend, rozenheet.

Ik wil in steden blank op forumpleinen
De mensen móoi in vreugde en zelfs in leed,
Dat ik àl 't nietig kleine in grote en reine
Tragedies en verrukkingen vergeet.

Ik wil de zielen blijde om 't rijke leven;
'k Wil overvol van passie 't leve' en vrij,
Onder héel blauwe lucht in palmendreven.

De goden wil ik stralend, hoog verheven,
Rechtvaardig over alle', en mij ter zij
Wil 'k je nièt ànders, dan je bent gebleven...

1906

schrijver

Geschreven door Dora om 19:27 Reageer op dit bericht

weet

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

Weet iemand wat op aard het schoonste is?

Weet iemand wat op aard het schoonste is,
Het allerschoonste? welks gelijkenis
Hij ziet in alles wat hem vreugde geeft?
Waarom hij lief heeft wat rondom hem leeft?
Waarom diè rijkdom wil en diè een vrouw
En één zichzelf, hoewel ze allen nauw
Weten dat ze iets zoeken dan een woord
Alleen? Weet iemand dit? Wel, hoort.
Het is waarom het kuiken zoekt de hen,
Het kind de moederborst, waarom ik ben
Bang voor de winter en de herfst, de nacht
Van ’t jaar – waarom een jong kind niet de pracht
Der sterren liefheeft, wel een vlam en vuur
Van een wit kaarsje – met een klaar getuur
Ligt hij op ’t kussen wakker, lang, en met
Zijn ogen volgt hij ’t waaiend flikkren, het
Vlammetje brandt nog in zijn dromen voort.
Het is waarom zang en muziek bekoort,
Maar marmer mij verschrikt en witte kleur,
Ik rode rozen liefheb en de geur
Van blinkend fruit en verf van donzig ooft.
Het is waarom een meisje een man belooft
Te stoven in haar armen en verlangt
Naar ’t warme mooie huw’lijksuur, ze dankt
Hem voor zijn liefde, of hij anders kon.
Het is het vuur, de warmte, ’t is de zon.

Fragment uit Mei (1889)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:38 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten