Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

akke.beakke.be

Archief

adieu

Een gedicht van Garston Burssens

Adieu XXIV

à Yvette

Adieu. Dit zijn de laatste noten
die ik gespeeld heb op mijn ribbenkast.
Een kast, waarvan ik in de laden
wat blanco vellen heb geborgen,
papieren voor de dorst.
Zij zullen met mij begraven worden,
mishandeld en mijn slaven worden
en adders aan mijn borst.
Maar goed. Vandaag ben ik nog krekel,
doch morgen ben ik mier,
die overmorgen al zijn hekel
– uit zijn reserves in de pekel –
aan apropos, atoom en spirocheten
postuum zal zetten op papier.
Adieu! Wie weet of ik niet zal beklijven
door ’t schrijven van een later lied,
of ik het schrijven zal of niet.
Zinloos of niet.
Levend of niet.

Alles is mogelijk in een gedicht.  Verzamelde verzen 1914-1965

schrijver

Geschreven door Dora om 21:57 Reageer op dit bericht

engelen

Een gedicht van J.W.F Werumeus Buning

De engelen des doods willen mij vergezellen

De engelen des doods willen mij vergezellen,
een helder ver gezang en nimmer stil gebed
is immer rondom mij, waar ik mijn schreden zet,
steeds langzamer om mij te weer te stellen.
Ik strijd bij dag; ik worstel in mijn slaap;
al te vergeefs, 't onsterfelijke leven
omringt mij en wil mij geen sterven geven
noch ander leven, noch een stiller slaap.
Wat worstelt gij met mij, o englen? Als ik keer
tot deze mensen roept gij mij toch altijd weer
en neemt de vrede die ik bij hen heb verkregen,
als ik tot u wil gaan dwingt gij mij om te leven;
ik wil dit leven, niets dan strijd, niet meer.
'De liefde enkel is het leven,' zingen zij weer.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:27 Reageer op dit bericht

narcissus

Een gedicht van Hans Lodeizen 1924-1950

Narcissus leunend op een voet van marmer

kijk daar staat Narcissus geleund
op een voet van marmer zodat
het haast lijkt alsof hijzelf van marmer is

zijn mooi lichaam wil ik in mijn armen
nemen maar het is van marmer en
als een lijk vertroebelt zijn beeltenis
mijn ogen en drijft weg.

Narcissus leunend op een voet van marmer.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:35 Reageer op dit bericht

natuur

Een gedicht van Abrahan van Collem 1885-1933

Natuur ik luister naar uw wil

Natuur ik luister naar uw wil, ik ben
Uw zoon, gij hebt mij samengesteld, gij naamt
Planten en dieren, ijzer, giftig kruid
Het zout der zee, en van der bomen hars
Van Orion de lichtweg en het beeld,
En van de zon het goud en goot het uit
En mong het kostelijk, en maakte bloed
En huid en spieren tot dit opgaand lijf
Waarin de wind jaagt van uw scheppingsadem.
Voortdurend maakt ge mij, en stoot mij aan
En toetst mijn lichaam aan uw plant, uw dier,
Uw ijzer, lood en tin, magnesia
En d’andre stoffen stromend in uw brein,
Opdat ik mij herinnere, dat gij
Mijn maker zijt, en ik uw creatuur.

God (1930)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:11 Reageer op dit bericht

getuig

Een gedicht van E.J. Potgieter 1808-1875

Getuig het, 's Gravenhage!

Getuig het, 's Gravenhage!
De hachelijke vrage
Verdeelde ons staatsbeleid;
Maar ook het neen der leden,
Die manlijk weerstand deden,
Was louter eerlijkheid.

Geen onderscheid in keuze
Schond de eenheid aller leuze:
Voldoening onzer schuld;
En wat de wrevel morde,
Het Neêrlands volk mint orde,
't Heeft eis en hoop vervuld.

't Geloofde, dat naar de aarde
De heldenvoorzaat staarde,
Die wetten eerbied droeg;
Het gold hem blijk te geven,
Of 't hart der jongste neven
Voor recht nog rustig sloeg.

Daar bracht Oranje 't offer,
En toe bleef kist noch koffer
Van heel de burgerij;
Ook gaven zelfs de schaam'len
Die nauw hun nooddruft zaam'len....
Uit plicht werd poëzij!

schrijver

Geschreven door Dora om 21:35 Reageer op dit bericht

gezegend

Een gedicht van Hendrik Jan Schimmel  1825-1906

Kent gij 't land zo rijk gezegend

Kent gij 't land zo rijk gezegend,
Kent gij 't weergevonden Eden?
Mensen zonder vijgenblâren
Wandlen daar naar de oudste zeden.

Vroeger was 't een warlig Babel
Door het onding: Revolutie,
Ieder school er, ieder huisde er
In 't gebouw der Constitutie!

Ieder mat en ieder paste,
Ieder woog en ieder stutte,
Schudde zelfs d'Aartsvader wakker,
Als hij op zijn vouwstoel dutte;

Dorst hem in zijn soep beknibblen,
Zich het bitse woord vermeten:
‘Gij zit stil, terwijl wij werken,
En wie zit moet niet veel eten.’

Maar de Aartsvader ‘bij Gods gratie’
Sloeg zijn knuppel toen aan stukken,
En begon van desperatie
Haar en baard zich uit te plukken.

O gij krom, verdraaid geslachte,
Die wilt werken, die wilt delven,
Die wilt wroeten, die wilt bouwen,
Niet voor mij, maar voor u zelven!

Broedsels van de revolutie,
Waar 'k van ijze, grijze en gruwe!
Al het uwe is wel het mijne,
Maar het mijne is niet het uwe.

Ik wil soep, zo veel ik luste!
Hoor uws vaders resolutie:
Hij wil dutten, gij zult werken,
En hij sloopt uw Constitutie.

Sinds die ure was er ruste;
Slechts één stem werd meer vernomen,
En die stem verkondde in 't ronde:
‘'t Eden is teruggekomen.’

Maar in 't hart der meeste kindren
Klonk het heimlijk: ‘Och eilacie!
Strafloos is het beurzensnijden
En de meineed “bij Gods gratie!”

De Gids (1922)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:23 Reageer op dit bericht

vita

Een gedicht van Liewe Schipper 1808-1870

Vita mortalium vigilia

Een nachtwake is het leven,
De wieg grenst aan het graf;
Wij jagen en wij streven,
Door de aardse disteldreven,
Als brak het nimmer af!

Een nachtwake is het leven,
Roemzuchtig oorlogsheld!
Hoe hoog in macht verheven,
Het is de dood om ’t even,
Ras ligt ook gij geveld!

Een nachtwake is het leven,
Moed, lijdende onschuld! moed,
Waartoe dat angstig beven?
Uw webbe is haast geweven,
De dood, uw redder, spoedt!

Een nachtwake is het leven,
Meedogenloze vrek!
’t Gaat alles u begeven,
Waaraan uw hart blijft kleven,
Dra roept de dood: "vertrek"!

Een nachtwake is het leven,
Dat elk zijn ziel bereid’!
Want o! er staat geschreven,
In ’t woord aan ons verbleven:
"Op tijd, volgt eeuwigheid!".

Geschreven door Dora om 22:51 Reageer op dit bericht

wezembeek

Een gedicht van Prosper van Langendonck 1862-1920

Wezembeek

Zachtlijnig glooit het veld van gouden graan
naar 't luchtblauw, diep in zomergloed verloren,
met ruisende aren die geleidlijk gaan,
in kollen openwentlend. - Heldre koren
vol klank- en kleurenspel, o eeuwig lied
der moederaarde, die haar schatten giet
in d' overvloed van 't wiegewagend koren.

Door 't koren gaan we en ons omlispelt stil
't listig geritsel van de ruisende aren:
de schelle krekel, die niet zwijgen wil,
sjirpt fijn, uit elke vore, op schrille snaren.
Nauw luide en hoorbaar daalt, uit de eindloosheid,
een ver gehelm van vooglen, en heel wijd
komt een dun wolksken in de lucht gevaren.

O rijke en rijpe rust, o korenveld!
Gij groeide, uit werk en liefde, in heil en weelde.
De aar buigt de halm terneer, met zacht geweld.
Fluks pikt een leeuwrik, die door 't koren speelde,
een korrel en wipt op en zingt, en zie:
't gaat alles mede, in stijgend' harmonie,
met 't lied, zo zoet als nooit nog vogel kweelde.

12 Juli 1900.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:35 Reageer op dit bericht

onmacht

Een gedicht van Alfred Hegenscheidt 1866-1964

Onmacht

Ik weet het niet wat van mij worden moet
Na al dit rustloos pogen, nimmer slagen;
'k Heb vruchteloos een beeld in mij gedragen,
Ik heb de adem niet die 't leven doet.

En geest en hart, zij waaien droeve vlagen
Van kille leegheid in 't verdord gemoed;
En de aarde kwijnt; met haar gij, 't laatste goed
Waaraan 'k mij klamp, gedenkend vroeger dagen.

Waarom moest gij dan komen in de nood,
Ik riep u niet; wat dood moest zijn, wás dood,
En voor de rest, - ik had het ook gedragen, -

Gij hielp toen goddelijk dit leven schragen;
Maar ziet gij niet, nu gij mij wilt verlaten,
Dat ik het weer, maar meer dan ooit, moet haten?

schrijver

Geschreven door Dora om 21:32 Reageer op dit bericht

begeerlijkheid

Een gedicht van Henriëtte Roland Holst-van der Schalk

Begeerlijkheid,'t willen proeve' alle dingen

Begeerlijkheid,'t willen proeve' alle dingen,
dat is nu een van de erge gevaren:
de machtigste onder de belemmeringen,
die versperren den weg naar 't leven, 't ware.

Een gulp van de kostbare levenswijn
zwelgen we haastig en verstrooid naar binnen
en weer een, en weer een: 't hart en de zinnen
blijve' even dorstig, als waar 't drinken schijn.

We moeten leren, verlokking weerstaan,
en wat zich ons opdringt, lere' af te weren:
hoe luid het schreeuwt, wij nemen het niet aan.

Wij moeten ons tot d'oude wijsheid keren:
van haar, hoe door het àl te vele, leren
met evenwichtig hart te gaan.

Illustratie: (1921)

schrijver

Geschreven door Dora om 18:50 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten