Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

akke.beakke.be

Archief

morgen

Een gedicht van Hein Boeken 1861-1933

FEBRUARI-MORGEN IN 'T WOUD.

Wat macht'ge dromer en al-muzikant
En beelder heeft zijn tent weer opgeslagen
En weer betrokken na de winter-dagen?
Of sliep hij toen ook op het barre zand

En in 't nat loof, door koude onaangerand
Of vocht, hij, die het alles kon verdragen:
De koele hoogt', de felle wanhoops-vlagen
Der Onbetembre, haar zo nauw verwant?

En heeft hij haar bedwongen en verwonnen
Door macht'ge min en steigerende gloed,
Dat ons nu wachten harmonien-stromen,

Waarover lichte melodieën komen?
Of blijft het nog een worsteling, verwoed,
Wat nu ons dunkt een hoge vreê, begonnen?

12 Febr. 1910

Verzen (1920)

schrijver

 

Geschreven door Dora om 21:31 Reageer op dit bericht

geboorte

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

Geboorte

Reeds was in haar het afscheidnemen
Begonnen tussen haar hart en het kind,
Misschien zou ze in 't licht als een vreemde
Aanschouwen, die ze in 't donker had bemind.

Zij dacht aan het wonder, dat ze open
Zou wezen en wijd voor leven en dood.
Zij bewoog zich niet meer; maar haar hopen
Op het kind en God was één en was groot.

Later; haar handen nat van tranen
Verhieven zich met zoveel majesteit
Als engelen, naar het kind gaande
Dat aan hun witte vleugelen had geschreid.

Doodenboek (1932-1933)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:32 Reageer op dit bericht

Een overdenking op zondagmiddag na veel spreken van allerlei mensen
met hun eigen wensen
Rechten
 
Er wordt veel gesproken
Ja, over mensenrechten
Maar mijn idee is
Als er iets mis is
Dan hebben we nog weinig rechten
Dus ook geen mensenrechten
Vele mensen filosoferen
Maar als je God niet kan eren
Wat moet je dan nog met mensenrechten
Hij verwierf mensenrechten
Door geestelijk zwaar te lijden
En de strijd te beslechten
Maar helaas waren er voor
Hem geen mensenrechten
Omdat mensen het slechte
voor een ander bedenken
We zijn overgegaan naar humaan
Humaniteit maakt juist dat de mens lijdt
Want daarin zit iets verborgen
En dat is een slappe hap
Geen strenge pap
Want ware rechten
Zijn de gestrengheid van God
Die gaf ons een heel ander
gebod of geboden
Maar die worden niet aangenomen
vanwege de afgoden!
Vluchtelingencrisis ten voeten uit!
Maakt alles glad en iedereen glijdt uit
Men heeft vaak te ver doorgeleerd
En soms nog jong al aan het woord
Dan zie je dat de jonkheid
heel snel is ontspoord!
 
Geschreven door Dora om 14:18 Reageer op dit bericht

straten

Een gedicht van Frederik van Eeden 1860-1932

 

DUISTERE STRATEN

Regen zie ik, mist en regen,
grauwe mist en kille regen
En de natte mensen lopen
rustloos op de natte wegen.

D'eeuw'ge veerman in zijn pontje
vaart nog altijd op en neder
Lange schuiten deinen langzaam
en landziekig heen en weder.

'k Hoor een treurig orgel jamm'ren
schorre joden klagend schreeuwen.
Krijsend boven 't grijze water
vliegen kleine, witte meeuwen.

Ach! die grauwe sombre huizen,
ach! die glimmend zwarte bomen,
Kille mist omhult mijn ziele ....
dof mijn denken, grauw mijn dromen ....

En ik zie een andre nevel
droever nog en meer te vrezen
die is kil en ondoordringbaar
en die ligt op liefste's wezen.

Angstig staar ik in haar schemer
zoekend in de koude, dichte,
diepte — bang de handen strekkend
schreiend om mijn zon — de Lichte!

Tot dan plotsling scheurt de sluier
warmte schijnt uit donkere ogen
en mij nadert, droef vertrouwlijk,
't hoofdje, half ter zij gebogen.

Zachte blikken zoeken mijne
en de lieve lippen vragen
Liefste! liefste dan! — mijn zonne
komt weer dagen! komt weer dagen!

1884

Jeugd-verzen (1926)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:00 Reageer op dit bericht

vogels

Een gedicht van J.J.L. ten Kate 1819-1889

  

DE VOGELS.

De winter scheert de lustwaranden            
En schudt de naakte lindentop:
De vogels slaan aan andere stranden
Het schommelende nestje op;
Maar, waar ze ook elders nederstrijken,
Vergeten doen ze ons nimmermeer -
De winter doet de vogels wijken,
De lente brengt de vogels weer.

Nu laten ons met stil verlangen
De ontvloden ballingen alleen!
Hoe vrolijk klonken eens hun zangen
Door hutten en paleizen heen!
Ginds, waar de vreemde bloemen prijken,
Klinkt nu hun feestlied heinde en veer:           
De winter doet de vogels wijken,
De lente brengt de vogels weer.

Wij, aan dit logge stof gekluisterd,
Benijden haast hun vrije vlucht.
De glans van 't zonlicht is verduisterd,
De nevels rijden door de lucht:
0, wie de vogel mocht gelijken,
En ijlen naar een warmer sfeer! ...
De winter doet de vogels wijken,
De lente brengt de vogels weer.

Zij denken aan hun verre vrinden;
En wijkt in 't end de laatste orkaan,
Dan zoeken zij hunne oude linden,
Die weer in volle bloesems staan.
Zij zijn voor armen en voor rijken
Geluksprofeten van de Heer...
De winter doet de vogels wijken,
De lente brengt de vogels weer.

De Dichtwerken (1872)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:57 Reageer op dit bericht

oceaan

Een gedicht van Jan Veth 18654-1925

Op de oceaan.

De zee jacht òp een heir van vlugge kuiven,
Waar zilte zoomen van smaragd in schijnen;
Zij rimplen, rijzen, wentlen en verdwijnen,
In wisslend spel van schittren en verstuiven -

En in de branding van dat stage schuiven,
Laat golf na golf haar donkre diepte deinen, -
Tot indigo en brons in grijs verdwijnen,
Om zilvren kuiven weer omhoog te kruiven...

Ai mij, is zó de maatgang van dit leven,
Moet elk licht dùs in nieuwe vloed bedolven,
Smelt iedre kleuring weer na luttel tijd?...

Zijn liefde en schoonheid enkel schuim van golven,
Verstuivend in de drift van rustloos streven,
En woont alleen in wissling eeuwigheid! -

Nov. '09 De Gids. jrg 74 (1910)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:39 Reageer op dit bericht

stil

Een gedicht van G.W. Lovendaal 1847-1939

Stil van wind.

Daar lei een scheepje gemeerd in het Diep.
De wind was ter ruste, het watertje sliep
En 't scheepje moest liggen tot later;
Het spiegelde intussen voor tijdverdrijf
Zijn mast en zijn want en zijn ranke lijf
In 't klare kristal van het water.

Geputst had de schipper, gegutst had het nat
En gangboord en stuurboord en alles was glad
En fris van het stromende water.
Toen floot hij een deuntje en draaide gezwind
Een zon uit zijn zwabber en keek naar de wind,
Maar 't wimpeltje druilde: - tot later!

Kindergedichten (1914) 

schrijver

Geschreven door Dora om 21:10 Reageer op dit bericht

tijd

Een gedicht van P.C. Boutens 1870-1943

Waar tijd en eeuwigheid elkaar beroeren

LXIV

Waar tijd en eeuwigheid elkaar beroeren,
Worden de sterren in de nacht geboren,
Vuurbloemen die de rijzendranke roeren
Van donkre aardtochten naar Gods ooglicht boren.

En waar de heemlen van voor Hem vervloeren
Tot glazen glansbaan eindelozer koren,
Lijnen der stelslen weemlende contouren
Door 't klaar kristal donkervermoede voren:

Door weêrzijds-open venstren als door ogen
Schijnen de heemlen in elkaar en de aarde:
Liefde met liefde wisslen wondre waarden,
Aarddonker tegen Godslicht opgewogen...
In evenwicht van gulden ruil geheven
Wandelt de wereld vleugelloos te zweven.

Sonnetten (1920)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:05 Reageer op dit bericht

gebondenen

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

Gebondenen

Vreugd is een vogel die woont
Hoog boven wolken, in 't blauw,
Waar ze op het nest zit getroond,
Voedend haar broedsel met dauw.

Wij, door het leed, in heur tuin,
Worden te sluimren gesust,
Schemer en bladeren bruin
Weven de wade onzer rust.

Soms komt de zon door het grauw,
Wind langs het lover gevleugd,
Dan snakt ons hart in het blauw
Mede te zweven met vreugd.

Maar door dit klagend gedicht
Bindt ons de val der fontein:
‘Zwaar’ is de meester van ‘licht’,
Tranen zijn zoeter dan wijn.

De Beweging, jrg 12,  1916

schrijver

Geschreven door Dora om 14:14 Reageer op dit bericht

torens

Een gedicht van Prosper van Langendonck 1862-1920

De torens

Ze rijzen, rijzen, hier en daar verspreid,
de hoge torens in de vlakke velden, -
als baken van gevoel, die wisheid melden
langsheen die duiz'lingwekkende eeuwigheid ...

Hen ziet de zwerver, tot de zon verscheidt,
opdagen, of ze beurtlings hem verzelden.
Wen nacht en stilte en vreemd geruis hem kwelden,
klinkt nog hun stem, die troostend hem geleidt.

'k Ging door een land van smarte ...  Vaak bezweken
mijn krachten ...  Immer vond ik, 't pad ontweken,
een richtbaak voor mijn stappen, mank en krank,

en stronkelde ik in wanhoop soms verloren,
dra viel door 't duister, uit een hoge toren,
diep in mijn ziel een verre klokkenklank.

schrijver

Geschreven door Dora om 16:51 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten