Dinsdag 23 september 2008
Dinsdag 16 september 2008.
Gisteren hadden we reeds afgesproken met de sasmeester om ons te schutten op het kanaal van Bossuit. Toen we belden, was de brave man net aan het tanken met zijn brommer. "Binnen vijf minuutjes zennik doare meniere" klonk het. Ik zei dat we met verlof waren en tijd hadden.
Om 09.00 vertrekken we en wachten op het groene licht om de jachthaven uit te lopen. Een scherpe bocht naar stuurboord en we komen aan sluis 11 op het kanaal. Zoals elders valt ook hier de slechte onderhoud van de sluizen op. In de sluisdeuren groeien al kleine boompjes. Deze spitsensluis wordt gevolgd door nog twee andere kleine 38 meter sassen. Vroeger telde dit kanaal elf kleine sluizen, waarvan er nu nog zes sluizen overgebleven zijn. Het kanaal is 15 km. lang en werd gegraven tussen 1857 en 1861 om de toevoer van kolen te verkorten tussen Leie en Schelde. De vroegere sluizen 6, 7 en 8 werden vervangen door de grotere sluis in Zwevegem met een verval van bijna negen meter. Daarna volgen nog de grote sluizen van Moen (4,5m verval) en Bossuit (9,5m verval). Bij de kleine sluisjes horen ook nog de gerestaureerde sluismeester-huisjes, met altijd een bloemen- of groententuin er bij.
Vanaf 1970 werden het kanaal onder handen genomen en gereoveerd. Jammer genoeg waren toen al de meeste industrieën vertrokken. In de oude fabrieksgebouwen wordt er nu flink verbouwd en omgetoverd tot prachtige lofts met schitterend uitzicht op het water.
Wanneer we de drie kleine sluizen achter de rug hebben en in de sluis in Moen aankomen ligt voor ons het binnenschip "Chomy", een 1300 tonner met als thuishaven Waregem. Ik ken het schip niet en ga achter hem liggen aan de andere kant. Wanneer hij start om uit de sluis te komen vult de sluiskom zich met een blauwe rook. We worden hier bijna vergast. De meeste binnenschepen gaan met de kont van de wal en dan met de boegschroef vooraan van de kant. Hij doet het andersom en "tikt" daarbij tegen de voorkant van de sluis. Ik maak terug vast, want vertrouw het niet. Ik zie hem met moeite varen, zodanig veel rook is er. Wanneer hij buiten het sas is, maak ik los. De sluismeester vraagt of ik gezien heb dat hij tegen de sluis gevaren heeft, waarop ik bevestigend knik. Eens de sluis uit, zwenkt hij met de neus naar bakboord en slaat in achteruit en komt met de kont terug het sas binnen. Iedereen staat versteld. Ik hoor de sasmeester vloeken en iets melden via marifoon aan zijn collega in Bossuit.
Iedereen probeert de schipper te bereiken via marifoon, maar het blijft stil. Uiteindelijk vertrekt het schip, gehuld in blauwe rook. Ik loop hem voorbij zo snel ik kan en laat hem achter. Oef, dat is geregeld. Ik geef gas en loop uit, zoveel, dat ik na de volgende bocht hem niet meer zie.
Aan Bossuit vraagt de sluismeester achter de "Chomy". Ik zeg dat die achterna komt. We wachten vijf, tien minuten, maar geen Chomy te zien.
De sassenier is het beu en schut mij alleen. Bij het uitvaren verontschuldigt de brave man zich nog eens voor het wachten. Ik zwaai hem vriendelijk toe en wens hem via marifoon een goede wacht.
Bij een volle zon en een lichte wind varen we de Bovenschelde op, de laatste sluis voor die dag tegemoet, Berchem-Kerckhove. Iets verder komen we een Engelse luxemotor tegen, de dame zwaait me vrolijk toe, ik zwaai terug. Honderd meter verder roept Petra : "Kijk, dien Engelsman !" Ik draai me om en de luxemotor knalt in de dijk. Ze blaast luid de hoorn en haar man komt boven en neemt over. Is het een verkeerd maneuver of is er een besturingskabel gebroken. Wie weet. Ze varen gelukkig verder.
Ik vervolg mijn weg en rond kwart na één varen de laatste sluis binnen samen met de Alyson een 920 tonner. Na een uurtje varen we net voor de sluis van Oudenaarde, de geheven brug onder, de jachthaven binnen. Lucien staat ons al op te wachten. Ook Staf is met de motor op bezoek gekomen.
Het doet goed om die mannen terug te zien. Om tien over twee liggen we vast.
We gaan er eentje drinken in de kantine. Lieve komt aangelopen met taart.
We komen rond half zes aan boord, bakken pannekoeken en genieten verder van ons avondje.
Om 09.00 vertrekken we en wachten op het groene licht om de jachthaven uit te lopen. Een scherpe bocht naar stuurboord en we komen aan sluis 11 op het kanaal. Zoals elders valt ook hier de slechte onderhoud van de sluizen op. In de sluisdeuren groeien al kleine boompjes. Deze spitsensluis wordt gevolgd door nog twee andere kleine 38 meter sassen. Vroeger telde dit kanaal elf kleine sluizen, waarvan er nu nog zes sluizen overgebleven zijn. Het kanaal is 15 km. lang en werd gegraven tussen 1857 en 1861 om de toevoer van kolen te verkorten tussen Leie en Schelde. De vroegere sluizen 6, 7 en 8 werden vervangen door de grotere sluis in Zwevegem met een verval van bijna negen meter. Daarna volgen nog de grote sluizen van Moen (4,5m verval) en Bossuit (9,5m verval). Bij de kleine sluisjes horen ook nog de gerestaureerde sluismeester-huisjes, met altijd een bloemen- of groententuin er bij.
Vanaf 1970 werden het kanaal onder handen genomen en gereoveerd. Jammer genoeg waren toen al de meeste industrieën vertrokken. In de oude fabrieksgebouwen wordt er nu flink verbouwd en omgetoverd tot prachtige lofts met schitterend uitzicht op het water.
Wanneer we de drie kleine sluizen achter de rug hebben en in de sluis in Moen aankomen ligt voor ons het binnenschip "Chomy", een 1300 tonner met als thuishaven Waregem. Ik ken het schip niet en ga achter hem liggen aan de andere kant. Wanneer hij start om uit de sluis te komen vult de sluiskom zich met een blauwe rook. We worden hier bijna vergast. De meeste binnenschepen gaan met de kont van de wal en dan met de boegschroef vooraan van de kant. Hij doet het andersom en "tikt" daarbij tegen de voorkant van de sluis. Ik maak terug vast, want vertrouw het niet. Ik zie hem met moeite varen, zodanig veel rook is er. Wanneer hij buiten het sas is, maak ik los. De sluismeester vraagt of ik gezien heb dat hij tegen de sluis gevaren heeft, waarop ik bevestigend knik. Eens de sluis uit, zwenkt hij met de neus naar bakboord en slaat in achteruit en komt met de kont terug het sas binnen. Iedereen staat versteld. Ik hoor de sasmeester vloeken en iets melden via marifoon aan zijn collega in Bossuit.
Iedereen probeert de schipper te bereiken via marifoon, maar het blijft stil. Uiteindelijk vertrekt het schip, gehuld in blauwe rook. Ik loop hem voorbij zo snel ik kan en laat hem achter. Oef, dat is geregeld. Ik geef gas en loop uit, zoveel, dat ik na de volgende bocht hem niet meer zie.
Aan Bossuit vraagt de sluismeester achter de "Chomy". Ik zeg dat die achterna komt. We wachten vijf, tien minuten, maar geen Chomy te zien.
De sassenier is het beu en schut mij alleen. Bij het uitvaren verontschuldigt de brave man zich nog eens voor het wachten. Ik zwaai hem vriendelijk toe en wens hem via marifoon een goede wacht.
Bij een volle zon en een lichte wind varen we de Bovenschelde op, de laatste sluis voor die dag tegemoet, Berchem-Kerckhove. Iets verder komen we een Engelse luxemotor tegen, de dame zwaait me vrolijk toe, ik zwaai terug. Honderd meter verder roept Petra : "Kijk, dien Engelsman !" Ik draai me om en de luxemotor knalt in de dijk. Ze blaast luid de hoorn en haar man komt boven en neemt over. Is het een verkeerd maneuver of is er een besturingskabel gebroken. Wie weet. Ze varen gelukkig verder.
Ik vervolg mijn weg en rond kwart na één varen de laatste sluis binnen samen met de Alyson een 920 tonner. Na een uurtje varen we net voor de sluis van Oudenaarde, de geheven brug onder, de jachthaven binnen. Lucien staat ons al op te wachten. Ook Staf is met de motor op bezoek gekomen.
Het doet goed om die mannen terug te zien. Om tien over twee liggen we vast.
We gaan er eentje drinken in de kantine. Lieve komt aangelopen met taart.
We komen rond half zes aan boord, bakken pannekoeken en genieten verder van ons avondje.
Geschreven door oostvaarder om 09:20
Reageer op dit bericht
















1 reactie op dit bericht
avontuur
Vorig jaar waren wij ook in Oudenaarde, we vonden dat daar zo'n leuke en gezellige jachthaven in die smalle strook water.
Het is toch altijd weer een beetje wegdromen bij je verhalen, en nu ik er mijn eigen beelden kan bijdromen is het nog des te leuker !
groetjes,
Karel