
West-Vlaams dialect (deel 2C)
Zie eventueel ook:
> West Vlaams dialect deel 1, 2A en 2B
> Diverse algemene informatie aangaande West-Vlaanderen (blog vlaanderen)
Vervolg van: > West-Vlaams dialect deel 1, 2A en 2B
Q
R
rap voortdoen, verderdoen: sjette geevn, goaze geevn ; rare kerel: ne menten ; recht in zijn gezicht: flak in z’n wezen ; regenvlaag op komst: ’t goat ’n bizze doen ; regenworm: tettink ; rolluiken: lattestoors ; reflectoren: katogen ; remmen: freings ; rits: tieritte ; roddelaarster: ommeere ; roekeloos persoon: shurdug, shurdegoard ; rolluik: persjeene, lattestorze ; rolluiken: lattestorzen ; rommel: fiekfak, fietjefak ; rook je?: smoordje gie? ; roos-wit zacht snoepgoed: nunnebillen ; rot: plokke vort ; reuze honger hebben: oenger gelik ’n peird ; rubberen schoeisel, gebruikt bij schoonmaak: galoschen ; ruzie maken: in kwestie zin ;
S
schoensmeer: skoeblienk ; schorseneren: sesneeln ; schommel: renne ; schotelvod: scheuteldoek ; schoorsteen: kave ; seut: ‘n subbedutte ; slappe pop, ook slecht geklede vrouw: slunsepuppe ; slaapkleed: taboart ; sjaal voor een vrouw: ne foelaar ; slappe figuur: veie ; slecht aardappel: glazen patatten ; slechthorend: pottedoof ; slijmbal: zjeemtette ; slok: een zeupe ; sloor, arme vrouw: sloare ; smaakloos: fleeuw ; smakelijk eten: moefeln ; snel vooruitgaan: affeceern, goaze geevn ; snoepen: sneukeln ; snoep met muntsmaak: een mente ; snoeper: sneukeloar, sneukelgat ; spatbord: gardeboe ; spatadres: varizn ; spatel: schuimspa ; spek: vers geregeld ; sportief wagentype: sportkarre, sportfeteure ; sommige zaken kunnen toch, al lijken ze onmogelijk: ge wit nooit hoe da een koe nen oaze vangt ; soms: ottemets ; staande lamp: lampedair ; stam bonen: huttebonen ; stande pede: te vierklauwe ; stapelgek: zo zot of een achterdeure ; steeds; olsan ; sterke, stoere man, macho: nen busbing ; sterven: z’n skippe afkuusn - z’n pupe uutklopn ; stikster, naaister: naaistringe ; stotteraar: nen akkeloare ; stofjas: schabbe, ne saroo, na kiel ; stoppen: utskjein ; storm in een glas water: een skete in nen netzak ; stoutmoedige man: ne geassreerden bing ; stoutmoedige vrouw: franke bette ; struikelen: tjaffeln ;
T
teil: teehle ; treuzelaar: trunte ; terwijl: te binst ; te ver gaan: over de skreve goan ; tevredenheid: contentement ; thermoskan: kaffiepulle ; tierlantijntjes: Fietjefatjerie ; ’t is nog een groentje: de skulpe hangt nog an z’n gat ; ’t is ongeveer middag: oolverre noene ; ’t is wisselvallig, op en afgaan: ’t goat an en of ; tot de volgende keer: tuut noaste kjeer ; trots, enorm trots zijn: preus, preus lik tveertih ; trui: baai ; tuin: logtingk ; ’t zijn erge dingen: ’t zin toeren met de boeren die met de pollepel oale voeren ;
U
uitlaat auto: de sjar szebuze ; uitschreeuwen van de pijn: kaieten ; uitvliegen : ut z’n kramme skietn ;
V
vallen: een tumbleite moaken, een tumemperte moaken, ’n peire skeln ; van een mug een olifant maken: van ’n skeete nen dunderslag moaken ; vangtros: flosj ; van z’n melk zijn : de kluts kwijt zijn ; veel bidden : lezen da je lippn beevn ; veel eten: eten buik stao bie ; ventiel: sepappe ; veters: riekoorden ; vettigaard: kissak ; venster: rutte ; vleugel: vlerke, vleire ; vertrekken: voartgoan, de puuste skeirn ; vervangmiddel van mindere kwaliteit: ersatz ; verzworen, ontstoken: ’t is verkwoad ; vierkant brood: een bakske ;vieruurtje: eten voor viere ; vieze kust-min-kloten, norse man: nen dubble joengne, puber ; vliesje dat zich vormt op warme melk (melkroom): ’t stoan zoane ip de melk ; voddenhandelaar, iemand die slordig gekleed gaat: ne slunsevint ; vogel, ook figuurlijk, vandaar het werkwoord: veugl, veugln ; vroeg: antidns, tielik ; vod, vrouw met lichte zeden: slunse ; vod: slunse ; vrouw: vrouwmins ; voorjaarsmoeheid: ’t skietn van ’t blad ; vork: fersjette ; vreemd, onbetrouwbaar figuur: nen oardigoard ; vroeg: tiellik ; vroeg in de morgen: tiellik op z’n stikken ; vroeg tijdig: antiddens ; vrouw die gek doet: zottekonte ; vrouwspersoon dat meestal in de struiken gevonden wordt: gês-oere ; vrouw die uit dommigheid iets verkeerd deed: dommekonte, slimmekonte ; vrouw met de intelligentie van de gesoere maar met minder succes bij de mannen: gês-geete ; vrouw met volle boezem: goe voorzien van pootn en oorn ; vuil iemand: luuszak, luzzigoard ;
W
warempel: mezienke ! ; waarschijnlijk: verzekers ;wagenvering: amortiseurs, ophanging ; warme maaltijd: poteten ; wasmachine: waskeirne ; we amuseren ons: we geneirn oes ier ; we hebben eens : menne ne kjeer ; weinig: lettre ; wol: sjette ; weinig elegante man : ne kloefkapper ; we kijken er naar uit: we verkneukkeln d’ r oes ip ; wentelteefjes: klakoards ; werk doen dat traag vooruit gaat: water puttn met ’n peirdemande ; we zien er tegen op: w’ ontzient oes ; we zijn weg: me zin ribbebedie ; wie meest durft bekomt meest: de stoutste wezels zuipen de schoonste eiers ; wijd staande haardos: ne kobbejoagre ; wijkagent, politieagent : de garde ; windstil: ’t een is gin spiere wind ; wijd staande haardos: ne kobbejoagre ; witloof: sjiekoengs ; wordt gezegd tegen iemand die heel vuil is: zo zwart of moorkens gat ;
X
Y
Z
zachtdraaiende motor: den moteur droait zoete ; zagevent: Zeemtette, slijmbal, pispater ; zaklamp : ne pillelucht ; zeef: versip ; zeer gekend : gekend gelik slicht geld ; ze is in verwachting: z’ is in positie, z’ is an ’t spoaren ; ze heeft o-benen: ze loopt met ’n kot ; ze laat zich goed gelden: z’eit nogoal wel kak an eur gat ; ze spelen allemaal onder één hoedje : ze skittn ool in dezelfste zak ; ze valt wel mee: z’is nie controarie ; zetpil: lavement, ne suppositoir ; zeurkous: ertefretter ; zeveren: miern zjihkn ; zich amuseren: jeunn ; zinloos gepalaber : klap tegen de voak ; zich heel slecht voelen: Peirdeslicht ; zijn hoofd slaat op hol: j’eit ’t zot in de kop ; zijn partner, zijn vriendin: z ‘n koeketiene ; zlder: ’t ipperste ; zoete geestrijke drank, meestal door vrouwen gedronken: een zoetje ; zolder: ’t upperste ; zoethout: kallissiestok ; zolder boven stallen (dient om hooi, stro te stockeren): dilte ; zondebok: den buf van ’t spel ; zon die schijnt voor het gaat regenen: nen blek voor ne lek ; zonwering: zunnestorze ; zuurpruim: zurkeltrutte ; zure snoepjes: smoeletrekkers ; zwaar geladen: gepakt en gezakt ;zwaar stram, stijf gevoel: stokkestif ; zwaar vallen: pakt nogoal ne post ; zwaarlijvige persoon: ie smeirt ze zelve ; zware, droge hoest: spoahoeste ;
> Typisch West-Vlaams dialect (wikipedia.org)
> Vergadering op zijn West-Vlaams (tekstafbeelding)
> West-Vlaams dialect les (Powerpoint)

> Kaart West-Vlaanderen (www.google.be)
> West-Vlaanderen algemene info (blog vlaanderen)
Zie eventueel ook dialect:
> West-Vlaams dialect deel 1, 2A en 2B
West-Vlaams dialect deel 3
∇