De eerste chriftelijke vermelding van Achel is uit 1139, toen de naam als Achile werd geschreven. Aghel en Aeghelen zijn recentere benamingen. De naam is samengesteld uit de woorden aha en lo. Aha betekent water, verwijzend naar de Warmbeek. Een lo is een bos op zanderige grond en meestal vlak bij een nederzetting lag. Achel betekent dus "Het op zandgrond gelegen bosje bij het water". >Hamond-Achel (blog vlaanderen)
Hamont-Achel dialect
De Nederlandse uitspraak is Ha: mont axel. In het Limburgs dialect zegt men Häemet-Achel. Hamont-Achel dialect bestaat niet, wel het Hamonter en Achels, het dialect van beide deelgemeenten zijn in belangrijke mate afwijkend van elkaar. Het dialect in Hamont-Achel wordt vaak gesproken met een onderscheidend Limburgs accent, die niet moet worden verward met de Limburgse taal. >Hamont-Achel dialect (https://translate.google.be/ https://en.wiki2.org) >Limburgs dialect (op deze site)
Hamont Hamonter dialect
Hamont word in het Limburgs Häemet uitgesproken. Het dialect van Hamont behoort tot de West-Limburgse dialecten.
De gemeentenaam Overpelt word plaatselijk Pelt uitgesproken. Overpelt werd voor het eerst genoemd in 815 als Palethe, later als Pelthe en Peelt geschreven. Dit komt van het Latijn: "palus'", wat moeras betekent. Het huidige dorp Overpelt is ontstaan uit de herdgang Dorp-Hasselt. Hierin is Hasselt een afgeleide van hazelaar. Spotnaam van gemeente Overpelt: blazers. > Gemeente Overpelt (wikipedia.org)
De gemeente had door de eeuwen heen diverse plaatsnamen zoals: Paleth 815, Pelto (1107). In Neerpelt zijn sporen van prehistorische beschaving teruggevonden. Samen met het hoger gelegen Overpelt werd Neerpelt vanaf de vroege Middeleeuwen dichter bevolkt. Het kreeg toen de naam Paleth(e) (poel, moerassig gebied). Pas in 1218 kwam het voorvoegsel "neer-". Inwoners worden 'Neerpeltenaren' genoemd. Bron: wikipedia.org Bijnaam of spotnaam van Neerpelt: wolvenschieters. > Kaart van gemeente Neerpelt (www.google.be/maps) > Diverse informatie aangaande gemeente Neerpelt (wikipedia.org)
Zonhoven wordt voor het eerst vermeld als Sonuwe in 1280. Hoogstwaarschijnlijk betekent de naam: waterrijk, laag gelegen land dicht bij de waterloop de Son (de oude naam voor de Roosterbeek die dwars door het centrum loopt – in de buurgemeente nog steeds Zonderikbeek geheten). Pas in het midden van de 16e eeuw komt de naam Zonhoven voor het eerst voor. Een andere mogelijke oplossing voor de naam van Zonhoven is: de hoeve van de familie Zon. Naar welke hoeve dit verwijst is onbekend, maar volgens geleerden kan dit gerust ook een betekenis zijn.
Zonhoven word in dialect Zeuneve of Zoneve uitgesproken.
Zonhovens Gezegden - Alles kan behalve ene die naakt is in zijn zak plassen: Alles kaan behalleve nen naaksen in zen maal zeike. - Als u in een mand aardappelen valt, zijn ze geschild: As dei in een maan patatten vujlt, zen ze geschild. - Alles gaat zelfs een kip en die haar knieen staan vanachter: Alles giet zelfs un hin en dei hei En dei heur kneie stoan vanachter. - Al schrobben (met schrobborstel poetsen) ze met goede boter, dan moet ge nog zwijgen: Al schrobbe ze me goei boter, da moe der nog zwège. - Als je dat op hebt zult ge gene leem niet meer kakken: As der da op hit zul der giene liem nie mie kakke. - Als je een oogontsteking op u oog hebt dan heb je door het sleutelgat gekeken: As ge een wegescheet op oer oeg hed dan hedder door het sleutelgoat geloerd. - Als u mij gisteren gehuurd had, dan was ik vandaag uwe knecht geweest: As ge mich gistere gehuurd haad dan woas ich vandoag oere knecht geweest. - Ben je met mijn kloten aan het spelen? ( iemand voor de gek houden): Zet der be men kloeten aon het spelen? - Ben je van Zonhoven dan ben je mijn neef, ben je van Hasselt dan krijgt je slaag: Zedder va zooneve dan zedder m'n neejef, zedder van hasselt dan krè der sleejeg. - Bemoei je met je eigen zaken: Keert veur oer ege deur. - Beter een oude dood dan een jonge gebroken: Beter nen aa kapot dan ne jonge gecreveerd. - Beter een oude gekraakte dan een jonge met een kruk: Beter nen aaen gekrokte dan ne junge gestokte. - Bij lui zweet oogst je geen bieten: Be leu zwiet oegst der genne biet. - Braaf zijn, of de veldwachter komt u halen: Vuugt och, of de booi koemt och hale. - Daar is niet dat spoed, (als het vooruit moet gaan): Doas niks da juugt. - Daar komen de kinderen gelijk wij kakken: Doa kome de jung wij kak. - Dat weten mijn klompen ook, en die zijn geen advocaten: Da wie te men klonke ooch en da zen gien avokaete. - De braafste Zonhovenaar heeft nog een koord gepikt…en daar hing nog een koe aan!: De braafste zoneveneer hed nog een koord gepikt...en doa hing nog een kouw aan! - De mieren hebben mij gestoken: De waëmzeken hebbe mig gestoke. - Die heeft een gat gelijk een Wanmolen (Een wanmolen is een molen, waarmee graankorrels, kaf en onkruidzaden van elkaar gescheiden worden): Dij hit een kont wij een Wanmeule. - Die heeft een slag van de wanmolen gehad: Dien hit ne slaag van ne wanmeulen gehad. - Die heeft geen achterste, maar een container! Dei hit gien kont , mer ne kontainer! - Die heeft zoveel verstand als een koe van saffraan eten: Dien hit zoviel verstand as een kouw van saffraan eten. - Die heeft handen gelijk een Bakkersschop (waar ze vroeger het brood mee in de oven schoven), of gelijk een kolenschop: Dien hit haan wij een hovezwoo of wei koleschuppe ! - Die is ook van een neet een luis geworden: Diën es ooh van 'n niejt 'n laus geworen.- Die kleine staat op zijn boek (trouwboek) maar komt niet uit zijn broek: Dieje klinne stiet op zenne boek mer kumt nie uit zen broek. - Die kunnen ze wijs maken dat de vlinders hooi eten…: Diejen konnen ze wijsmake da piepels hoei eten... - Die vrouw is zo verlegen, die krijg je nog niet weg uit een koele kamer: Da vromes is zo schoo,deij jaogt der nog nie vort aut een koel plak! - De waterketel is nog niet warm: De moer es nog nie werm. - Een hoopjespisser en een plaskens kakker: Nen hupkespisser en ne pleskeskakker. - Een niet zo snuggere vrouw: Da es een echte garepaep. - Een vuist op u neus: Nen dof op oer snoat… - Eet wat de pot schaft: e goe verke vrit alles. - Er met muil en poten opvliegen: Met moul en poette opvliege. - Geen kritiek op iets wat je gratis krijgt: E gegevje pjard moogd der nie inne moul kieke! - Geef mij uw zakdoek eens: Gefgt mig oer maoslap es. - Goed materiaal hangt onder een afdak: Goe getuig hingt onner een afdak! - Goesting is koop, al is het ene hond met een hoed aan: Goesting is koep, al ist nen hond be nen houed aon. - Goesting is koop, al is het een manneke van siroop: Goesting is koep al is het een menneke van stroep. - Goesting is kopen, al valt het op ne mesthoop: Goesting es koep al vult t op ne musthoep - Heb je dorst, ga dan naar de hoek, daar staat een hondje, dat pist in u mondje!: Hedder dort, goat naor den hort, dauwe stiet een hunte, dat pist och in oer munte! - Heb ge een Waal gekust?: Hedder ne Woaal gepoend? - Heb je in een karrespoor gewaterd?: Hedder int vaarspoor gezeikt? - Het is naar de vaantjes: 't is noa de kloeten. - Het is niet mogelijk zei de geit en ze knaagde op een keisteen: Tis nie mummulijk zé de géit en ze knabbelde op ne kèi. - “ Het is me wat” zei de boer, en hij bond zijne schoen met een pier (aardworm): "Tis mè ne wiet" zee den boer, en hé bont zunne schoen mè ne pierink. - Het is wreed zei de uil en het bezag haar jong….En hij had er maar een en het was scheef en krom: Tis wried zé den uil en hé bezoag ze jonk ... En hé ha er mer ien en twoar e schéif en e kromp. - Het zit hier zo vol als een pensketel (dit is een ketel waar ze pensen inmaakte als een varken geslacht werd, dus veel pensen samen): Het zit hè zoe vol as ne pensketel. - Het regent en de zon schijnt: Tes kurmes enne hel. - Hij gaapte gelijk een karper, en hij ging van zijn zelven: Heje gaapde gelèk een kerp. en heje gonk van zène klot. - Hij is er vandoor: Hieje es riepe snije. - Hij is nog geen trap tegen zijn achterste waard: Hej is nog gene stamp tege zen kloete weird. - Hij kent er niets van: Hej kent ter gien kloeten van. - Hij kreeg een slag en ging gelijk omver: Hieje kreeg doa ne slaog en gonk daol wij een hoat. - Hij valt in slaap: Zen blaffeture vaalen tou. - In de avond grote Jan, in de morgen kleine man: Soaves groete jan, smurges kleene man. - Ik ben zo zat als een kokkernel (dop): Ich zen zoe zaot as ne kokkernel... -’t Is allemaal geen haar snijden …op een kale kop: 't Is allemoal gie hoar snije...op ne kletskop. - Je zou hem een cent geven: De zott em e knepke gie've. - Juist uitgesneden zijn pa: Just zenne pa, outgeschete! - Lomp is ook een vis, maar de kop deugt niet: Loomp es oo vès, mèrre kop dooch nie. - Luie zweet is snel gereed: Leu zwiet is rap geriet. - Met het achterste van de maan, heb je het licht voor niets: Met de kont van de maan, dan hedde 't licht voor niks. - Op een oude fiets moet je leren rijden: Op een aaè vulo modder liere rije. - Paardje beslaan, wie heeft dat gedaan, de smid zijn knecht die kan het zo slecht, kietel, kietel, kietel. ( kietelen deden ze vroeger onder de kindjes hun voeten): Pjarreke besloan wiejen heget gedoan de smeet zenne knecht diej kan het zoe slecht kielle kielle kielle. - Pas maar op straks ligt je daar terug met jouw gezicht op de grond: Past mer op of zefes ligder doéw wier bé oewere smikkel op p grond. - Slaaptijd: Tis laken kermis. - Tegen zijn gezicht: Tege zé bakkes? - Tussen twaalf en een zijn alle slechte mensen op de baan: Tussen twalf en ien is alle gespuis obbe bien. - Van links naar rechts.( werd vroeger ook bij de paarden gebruikt, waarschijnlijk nu nog): Van huut noa hèr. - Van menen is thuis de hond dood gegaan, ik meende dat ik hem gevoederd had: Van menen is thowes den hond kapot gegoan, ich meende dat ich m gevoeierd ha. - Voor iemand die niet snel genoeg reageert : Dië es oo nie van nen hoas gepoept! - Wat een leeghoofd: Wat es mich da veur nen ijlen teemes. - Wat heb je nu weer aangevangen!?: Wa hedder noa wier aongevange!? - Wat is dat hier voor een warboel? (een geklungel van iets dat niet deugt): Wat es da hei veur ne kloetenest? - Wat is me dat voor een leeghoofd: Was mich da veur ben ijlen theemes! - Wie het in het breed (veel) heeft, laat het breed hangen: Weë n t briet heit , loat t briet hange... - Werkt maar hard dan krijg je later mooie kindjes: Wurkt mer haard dan krijg der later schoen kienekes. - Wie zoekt die vindt!: Dië zukt dië veind! - Ze gelijkt als een tang (lelijk) op een varken: Ze gelijk as een tang op eun verken. - Ze zijn er vandoor: Ze zen riepe snijen. - Zet u neer , die stoel staat er toch maar: Zet och daal, dieje stoel stiet er eel mer.. - Zet u maar neer met u gat in het gras (Een Zonhovenaar die op de letter probeert te praten): Zet u maar daal met u poop in de groos (nen a zoneveneer dien obbe letter probeert te kalle). - Zijn u schoenen goed geknoopt (om hard te kunnen lopen): Zen oer schoën gerege. - Ziet wat je doet manneke, want ’Van schoon alleen kunt ge niet eten’: Ziet wadder doewet he menneke, want 'Van schoen allien kon der nie ejete'. - Zo een magere kerel…maar hij zal de kaas niet van zijn brood laten eten ( iemand die nooit genoeg heeft): Zoe ne magere hejel...maar diejen kan ejeten gelek nen heemejer. - Zo krom als een zeis: (zeis is gereedschap waar vroeger koren mee gemaaid werd: Zoe kroomp as een zichel. - Zo lomp als het achterste van een varken: Zoe lomp as d'echterste va e verke. - Zo mooi is ze, daar lust je alles van: Doa eet der e strunte van op.
Zonhoven dialect dat alleen Zonhovenaren begrijpen
*DA'S NEN ECHTE FONTONTENMAOKER! Fontonten zijn flauwe complimenten...een aansteller!
*VAN EEN KAOL KURMES TOUWESKOMEN Dat deed men als er niet veel kramen op de kermis stonden. Hoge verwachtingen vallen soms in het water!
*DAT ES EEN ECHTE PLAKSPAON! De plakspaan is een troffel die pleisteraars gebruikten! iemand die graag blijft plakken is dus een plakspaan!
*PAKT OEREN HIELE SENTEPETIK MER EN! Een boetiek of kraam met heiligenbeeldjes (latijn Sanctus!) Pak heel uwe rommel maar in!
*ICH HUM NE FERME WEND! Ik ben heel erg verkouden!
*DOA HUB ICH OP GESJIEKT! Daar heb ik moeite mee gehad!
*HEJE ZAT ZIJN K.....TEGENE KRUB! Hij verzette zich! (normaal staat een dier met de kop naar de voederbak, maar een weigeraar draait zich om!)
*ZE ROEIDE WEI EEN PONDROEWES! Ze had een mooi rood kleurtje op de wangen!
*WA STOAT DER DOA TE GRINSEN? Waarom sta je daar te wenen?
Zonhovens volkslied Haar gelijk een egel: Hoar wei nen iegel. Oren gelijk een tas: Oere wei een zjat. Neus gelijk een tomaat: Snout wei een tommat. Ogen gelijk een kalf: Oege wei e kalf. Mond gelijk een oven: Moul wei nen oven. Nek gelijk een staak: Nak wei een gjart. Buik gelijk een koe: Pens wei een kou. Benen gelijk een zweep: .Binkes wei een wis. Tenen gelijk ne riek: Tiene wei ne rik.
De naam Genk wordt voor het eerst vermeld in een schenkingsakte van 13 december1108, als "Geneche". De oorsprong van deze naam is onduidelijk. Men vermoedt dat het een samentrekking is van de Germaanse persoonsnaam "Ghan" en het Latijnse achtervoegsel "-acum" "(woonplaats), ofwel het Germaanse "-eck" (eik). > Lees meer op blog vlaanderen
Op zich bestaat het Heusden-Zolder dialect niet. Het gesproken dialect is Heusdens of Zolders of een mengeling er van. Het gesproken dialect dreigt teloor te gaan, alsmaar minder mensen, en zeker jongeren spreken niet of nauwelijks dialect, of een mengvorm er van. Het oorspronkelijk dialect omvat het Heusdens en Zolders, in woordkeuze, toon en uitspraak zijn er tussen beide deelgemeenten verschillen. > Welk is hét dialectwoord van Heusden-Zolder? (www.heusden-zolder.eu)
Belgisch-Limburg telt zo'n tweehonderd dialecten. Ze maken allemaal onderdeel uit van de Nederfrankische dialectengroep die zich kenmerkt door het veelvuldige gebruik van Hoogduits. Er bestaat een indeling tussen West-Limburgse en Oost-Limburgse dialecten. Het Maaslands vormt één van de variëteiten binnen het Oost-Limburgs dat geen 'verbrabantsing' heeft ondergaan. Het Maaslands vormt een unieke taal binnen de provincie Limburg: er bestaat geen onderscheid in woordvorm tussen enkelvoud en meervoud. De woordenschat, uitdrukkingen en spreekwoorden maken een belangrijk onderdeel uit van de Maaslandse culturele entiteit. De regio waar het Maaslands wordt gesproken beperkt zich niet alleen tot het Maasland zelf. In bepaalde streken dichtbij het Maasland spreekt men een overgangsdialect dat heel sterk op het Maaslands lijkt. Specifiek voor het Maaslands is dat zowel de Belgische als de Nederlandse bewoners van het Maaslandgebied elkaar perfect verstaan, nog beter dan Nederlanders en Belgen elders uit Limburg. De natuurlijke grens heeft geen enkele invloed gehad op de verspreiding van de taal. Bron:www.houbenlore.woelmuis.nl >De dialecten van het Maasland voorgesteld (www.tvl.nl) >Limburgs dialect (info op dit dialectblog) > Limburgs Maasland dialect (www.youtube.com)
Rekem werd voor het eerst vermeld in 1140 als Radekeim, en in 1143 als Radenchen. Vermoedelijk is het een samentrekking van de Germaanse persoonsnaam Rado en ing of heim (woonplaats).
Uikhoven Deelgemeente van Maasmechelen Uikhoven (Maaslands dialect: Ukeve) is een dorp aan de Maasin Belgiëen een deelgemeente van de gemeente Maasmechelen. Uikhoven werd voor het eerst schriftelijk vermeld in 1298, en wel als Udenchoven, waarbij hove betrekking heeft op een boerderij, welke in verbinding wordt gebracht met de persoonsnaam Udo. Het noordelijk deel van het langgerekte dijkdorp staat bekend als Daaluikhoven. > Diverse informatie aangaande Uikhoven (wikipedia.org)
Voerens dialect Ook wel Voerense of Veurs dialect genoemd
Spreken ze eigenlijk wel Nederlands in Voeren? Hoe vaak lees je niet in een artikel over dit omstreden stukje Belgisch grondgebied, dat de taal er noch Nederlands, noch Duits of Frans is, maar een lokaal 'platduutsj' dat je hooguit met het Letzenburgs kunt vergelijken. Meestal gaat dat soort bedenkingen uit van mensen die willen aantonen dat Voeren absoluut niks met Vlaanderen en het Nederlandse taalgebied te maken heeft.
In tegenstelling tot de vier westelijke dorpen van Voeren wordt het Oost-Voerense dialect van Remersdaal en van Teuven, net als dat van de buurdorpen Aubel en Homburg in het Land van Herve, onder het Platdiets geschaard. Remersdaal is de enige deelgemeente van Voeren waar het Frans als kerktaal geldt. Het dorp is van kerktaal veranderd (van het Nederlands naar het Frans) in de tijd van de overheveling naar Limburg. De pastoor van het dorp was toentertijd een Nederlander, die de wens van een meerderheid van de dorpelingen volgde om de kerktaal te veranderen.
Leuven wordt voor het eerst teruggevonden in de Annales Vedastini bij het jaar 884als Luuanium (Luvanium). Volgens de negentiende-eeuwse opvatting van Edward Van Even kwam Leuven daarentegen van twee Germaanse woorden: lo (bos) en ven (veen). Zo zou Leuven 'moeras in het bos' betekenen, wat meteen de plaats waar de stad gevestigd werd omschrijft. De gemeentenaam Leuven word plaatselijk Leive uitgesproken. Bijnamen van Leuven: Bierstad, Bierhoofdstad, Studentenstad.
Het Leuvens (Leives) is het dialect dat men in de Vlaams-Brabantse stad Leuvenspreekt. Het behoort tot de Brabantse dialecten, meer bepaald tot het Zuid-Brabants. Het Leuvens is van groot historisch belang: Leuven was een van de belangrijkste cultuurcentra van het middeleeuwse Brabant en heeft klaarblijkelijk tot in de wijde omtrek (m.n. in het huidige Limburg en het noorden van Brabant) elementen van zijn taal geëxporteerd (zogenaamde Brabantse expansie). Om deze reden is het van grote betekenis geweest voor de vorming van de standaardtaal: we hebben er waarschijnlijk onder meer de tweeklanken ij en ui aan te danken. >Lees meer op www.wikipedia.org
Wilsele-Putkapel bestond voornamelijk uit een aantal boerderijen waarvan er nu nog maar enkele bestaan. Boerderij "de Vier Huizen", waarnaar een straat in Wilsele-Putkapel genoemd is (ironisch genoeg niet de straat waarin de boerderij zelf staat), is één van deze. Terwijl in Wilsele-Putkapel boerderijen stonden, stonden in Wilsele-Dorp meer de huizen van handelslieden. Geleidelijk aan verschoof de dorpskern dan ook van Wilsele-Dorp naar Wilsele-Putkapel, waar nu het oude gemeentehuis staat en de aanwezigheid van de Centrumstraat nog van de centrumfunctie getuigt. De naam Putkapel komt naar alle waarschijnlijkheid voort van een waterput en kapel gewijd aan de heilige Agathadie zich naast de Vuntbevond. Op een Ferrariskaart uit 1775 noemt men de kapel 'die capelle van put' vandaar de naam 'putkapel'. De kapel verdween enkele jaren nadat er enkele kilometers noordelijker een neogotische kerk door Pieter Langerockgebouwd was. > Diverse informatie aangaande Wilsele (wikipedia.org)