Op zich bestaat het Heusden-Zolder dialect niet. Het gesproken dialect is Heusdens of Zolders of een mengeling er van. Het gesproken dialect dreigt teloor te gaan, alsmaar minder mensen, en zeker jongeren spreken niet of nauwelijks dialect, of een mengvorm er van. Het oorspronkelijk dialect omvat het Heusdens en Zolders, in woordkeuze, toon en uitspraak zijn er tussen beide deelgemeenten verschillen. > Welk is hét dialectwoord van Heusden-Zolder? (www.heusden-zolder.eu)
Belgisch-Limburg telt zo'n tweehonderd dialecten. Ze maken allemaal onderdeel uit van de Nederfrankische dialectengroep die zich kenmerkt door het veelvuldige gebruik van Hoogduits. Er bestaat een indeling tussen West-Limburgse en Oost-Limburgse dialecten. Het Maaslands vormt één van de variëteiten binnen het Oost-Limburgs dat geen 'verbrabantsing' heeft ondergaan. Het Maaslands vormt een unieke taal binnen de provincie Limburg: er bestaat geen onderscheid in woordvorm tussen enkelvoud en meervoud. De woordenschat, uitdrukkingen en spreekwoorden maken een belangrijk onderdeel uit van de Maaslandse culturele entiteit. De regio waar het Maaslands wordt gesproken beperkt zich niet alleen tot het Maasland zelf. In bepaalde streken dichtbij het Maasland spreekt men een overgangsdialect dat heel sterk op het Maaslands lijkt. Specifiek voor het Maaslands is dat zowel de Belgische als de Nederlandse bewoners van het Maaslandgebied elkaar perfect verstaan, nog beter dan Nederlanders en Belgen elders uit Limburg. De natuurlijke grens heeft geen enkele invloed gehad op de verspreiding van de taal. Bron:www.houbenlore.woelmuis.nl >De dialecten van het Maasland voorgesteld (www.tvl.nl) >Limburgs dialect (info op dit dialectblog) > Limburgs Maasland dialect (www.youtube.com)
Rekem werd voor het eerst vermeld in 1140 als Radekeim, en in 1143 als Radenchen. Vermoedelijk is het een samentrekking van de Germaanse persoonsnaam Rado en ing of heim (woonplaats).
Uikhoven Deelgemeente van Maasmechelen Uikhoven (Maaslands dialect: Ukeve) is een dorp aan de Maasin Belgiëen een deelgemeente van de gemeente Maasmechelen. Uikhoven werd voor het eerst schriftelijk vermeld in 1298, en wel als Udenchoven, waarbij hove betrekking heeft op een boerderij, welke in verbinding wordt gebracht met de persoonsnaam Udo. Het noordelijk deel van het langgerekte dijkdorp staat bekend als Daaluikhoven. > Diverse informatie aangaande Uikhoven (wikipedia.org)
Voerens dialect Ook wel Voerense of Veurs dialect genoemd
Spreken ze eigenlijk wel Nederlands in Voeren? Hoe vaak lees je niet in een artikel over dit omstreden stukje Belgisch grondgebied, dat de taal er noch Nederlands, noch Duits of Frans is, maar een lokaal 'platduutsj' dat je hooguit met het Letzenburgs kunt vergelijken. Meestal gaat dat soort bedenkingen uit van mensen die willen aantonen dat Voeren absoluut niks met Vlaanderen en het Nederlandse taalgebied te maken heeft.
In tegenstelling tot de vier westelijke dorpen van Voeren wordt het Oost-Voerense dialect van Remersdaal en van Teuven, net als dat van de buurdorpen Aubel en Homburg in het Land van Herve, onder het Platdiets geschaard. Remersdaal is de enige deelgemeente van Voeren waar het Frans als kerktaal geldt. Het dorp is van kerktaal veranderd (van het Nederlands naar het Frans) in de tijd van de overheveling naar Limburg. De pastoor van het dorp was toentertijd een Nederlander, die de wens van een meerderheid van de dorpelingen volgde om de kerktaal te veranderen.
Leuven wordt voor het eerst teruggevonden in de Annales Vedastini bij het jaar 884als Luuanium (Luvanium). Volgens de negentiende-eeuwse opvatting van Edward Van Even kwam Leuven daarentegen van twee Germaanse woorden: lo (bos) en ven (veen). Zo zou Leuven 'moeras in het bos' betekenen, wat meteen de plaats waar de stad gevestigd werd omschrijft. De gemeentenaam Leuven word plaatselijk Leive uitgesproken. Bijnamen van Leuven: Bierstad, Bierhoofdstad, Studentenstad.
Het Leuvens (Leives) is het dialect dat men in de Vlaams-Brabantse stad Leuvenspreekt. Het behoort tot de Brabantse dialecten, meer bepaald tot het Zuid-Brabants. Het Leuvens is van groot historisch belang: Leuven was een van de belangrijkste cultuurcentra van het middeleeuwse Brabant en heeft klaarblijkelijk tot in de wijde omtrek (m.n. in het huidige Limburg en het noorden van Brabant) elementen van zijn taal geëxporteerd (zogenaamde Brabantse expansie). Om deze reden is het van grote betekenis geweest voor de vorming van de standaardtaal: we hebben er waarschijnlijk onder meer de tweeklanken ij en ui aan te danken. >Lees meer op www.wikipedia.org
Wilsele-Putkapel bestond voornamelijk uit een aantal boerderijen waarvan er nu nog maar enkele bestaan. Boerderij "de Vier Huizen", waarnaar een straat in Wilsele-Putkapel genoemd is (ironisch genoeg niet de straat waarin de boerderij zelf staat), is één van deze. Terwijl in Wilsele-Putkapel boerderijen stonden, stonden in Wilsele-Dorp meer de huizen van handelslieden. Geleidelijk aan verschoof de dorpskern dan ook van Wilsele-Dorp naar Wilsele-Putkapel, waar nu het oude gemeentehuis staat en de aanwezigheid van de Centrumstraat nog van de centrumfunctie getuigt. De naam Putkapel komt naar alle waarschijnlijkheid voort van een waterput en kapel gewijd aan de heilige Agathadie zich naast de Vuntbevond. Op een Ferrariskaart uit 1775 noemt men de kapel 'die capelle van put' vandaar de naam 'putkapel'. De kapel verdween enkele jaren nadat er enkele kilometers noordelijker een neogotische kerk door Pieter Langerockgebouwd was. > Diverse informatie aangaande Wilsele (wikipedia.org)
Volgens een legendezou het toponiemAarschot komen van Arendschot. Het verhaal gaat dat Aurelianus een arend neerschoot, en op de plek waar die vogel neergekomen is, zou Aarschot, of Arendschot, gesticht zijn. De plaats waar de bek van de vogel neergekomen zou zijn heet nu Bekaf. Een andere verklaring vertrekt van de eerste schriftelijke vermelding van Aarschot in 1107 als Arescod. Deze naam is afgeleid van de Germaanse woorden "arnu" (= arend, dit kan eventueel ook verwijzen naar een persoonsnaam) en "skauta" (= bebost stuk hoger gelegen land, uitspringend in een moerassig terrein). Deze verklaring past ook perfect in de Aarschotse topografie. Een derde verklaring ten slotte stelt dat de naam afkomstig is van de woorden Arend en schot, een afgebakende ruimte. Aarschot was dan aanvankelijk "een schuilplaats voor vee, waar tevens een arend werd gezien". De Stadsnaam Aarschot word plaatselijk ook wel Osschot uitgesproken. Spotnaam van Stad Aarschot:kasseistampers. >Algemene informatie over stad Aarschot en deelgemeenten (blog vlaanderen)
Aarschots dialect Ook wel Osschots genoemd.
Het Vlaams, niet erkent als een "taal", dan wel als dialect is opgenomen in boekvormen. Zo is bekend dat alle Vlaamse dialecten ontstaan zijn uit invloeden van buitenaf. Daarmee wordt bedoeld dat de meeste dialecten ontstaan zijn door samenvoegingen van de streek daar rondom. Er is slechts één uitzondering en dat zou het Aarschots dialect zijn, wat een heel eigen dialect voorstelt zonder enige invloed van buitenaf. >Bron: Natuurlijke taal (www.wikipedia.org) >Aarschot – Aarschots dialect (www.mijnwoordenboek.nl) > Vlaams-Brabant dialect (info op deze site)
Kortenaken is een plaats en gemeente in het Hageland(arrondissement Leuven, Vlaams-Brabant, België). De landelijke gemeente bestaat uit 5 deelgemeenten en één gehucht. In totaal zijn er 7 dorpskernen, omdat de deelgemeente Kersbeek-Miskom uit twee kerkdorpen bestaat. In het brede valleigebied van de Velpevormen de boomgaarden een vertrouwd beeld. Daarnaast is de gemeente ook een agrarisch lappendeken: uitgestrekte akkers en weilanden komen veelvuldig voor. Kortenaken leeft van veeteelt, land- en tuinbouw. Als derde grootste perengemeente van België is de fruitproductie van cruciaal belang. Spotnaam van gemeente Kortenaken: Kinderen, het is raden waarom deze bijnaam gegeven werd? >Diverse informatie aangaande Kortenaken (wikipedia.org) > Kaart van Kortenaken (www.google.be/maps) >Kortenaken in beeld (www.google.com)
Spotnaam van Waanrode: Torendraaiers De oorsprong van de spotnaam "Torendraaier" is niet bekend; evenmin is geweten sedert wanneer de Waanrodenaren zo genoemd worden. Vermoedelijk wordt er gezinspeeld op de bouwwijze van de opeenvolgende kerkgebouwen, waarbij de toren telkens van plaats verwisselde. Het huidige kerkgebouw (1902) heeft inderdaad geen echte westertoren, maar een zuidwestertoren.
Tot in de 16e eeuw heette de stad eenvoudigweg Leeuw. De oudst overgeleverde vorm uit 980 luidt leuua. Hij komt uit het Germaans hlaiwa, een accusatief meervoud. Hlaiwa of Leeuw betekent "bij de grafheuvels". De tot heden oudst gevonden vorm met "zout" dateert van 1533. In dit jaar werd Guilelmus van Ottenborch van Soutleu ingeschreven aan de universiteit te Leuven. Zoutleeuw was een havenstad, waar zout werd ingevoerd. Zoutleeuw ligt aan de rivier de Kleine Gete. De Stad bevind zich op de grens tussen Haspengouwen het Hageland. De inwoners van Zoutleeuw worden Leeuwenaars genoemd. Verschillende spotnamen gelden voor de deelgemeenten van Zoutleeuw: “trapliggers” voor de inwoners van Zoutleeuw centrum, vermits deze in het zomerseizoen steeds buiten op de trap zaten. “koper klinken” voor de inwoners van Halle-Booienhoven, omdat al het koperwerk aan deuren en poorten gepoetst werd zodat de buitenstaander steeds een goede indruk zou krijgen. “de heren van Budingen” voor de inwoners van Budingen, omdat de inwoners voornaam willen overkomen. “ de uilen van Bos” voor de inwoners van Helen-Bos, naar analogie van het begrip “bos” noemt men de inwoners uilen. >Kaart van Zoutleeuw (www.google.be/maps) >Algemene informatie aangaande Zoutleeuw (wikipedia.org)