Het 'Liers' is een dialect dat afwijkt van hetAntwerps (antwaarps). Het 'Liers' is evenwel ook iets verschrikkelijks. Men kan het taaltje het beste herkennen als een straalbezopen schooier die Congolees spreekt. Enkele voorbeelden: - In het Liers wordt de letter 'H' niet uitgesproken. - Als er na een 'S' een 'P' komt (bv.:Lisp) dan worden deze twee letters bij de uitspraak verwisseld; 'Lisp' wordt dus uitgesproken als 'Lips'. Voor een gemiddelde, zatte Lierenaar is dat veel te vermoeiend. Een Lierenaar kan men best geen "h" aanleren, want dan wordt deze gewelddadig door het te hoge percentage alcohol in zijn bloed. Liers is een taalvariant van het Congolees, niet van het Nederlands. Zo heeft men hieronder enkele uitspraken die dat benadrukken: (let op: "ou" spreekt men uit als "oe")
- Hij doet weer wat: Adouwéwa - Wat is dat nou?: Waïsdanaa? - Hoe kan dat nou?: Oukandanaa? - Ik maak je tot friet! = Ik maak gehakt van je!: In frut vanien - Godverdomme!: Kak van Maria! - Kleine penis: Ondelulleke - Kutzooi!: Schijtkouk! - Had je nu...: Addegenaa... Woorden in Liers dialect A aardbei: jèerbees ; abrikozen: appelkokken ; B C D E een voorn: ne reuts: F G garnaal: gernot ; gehaktbrood; arcékoek ; H halve waarheden verkondigen: semmelen ; I in stukken van een: in frut vanien ; J K L lookworst: ondelulleke ; M N P paardenvlees salami: wit en zwet ; peperkoek: schijtkoek ; Q R rare snuiter: nen bitskoemer ; redelijk onbetrouwbaar persoon: nen appchaer ; rolluiken: blaveturen ; S schorseneren: protstokke/scheusseneere ; soort kotelet: stuk van de maenèst ; T V W wesp: pèweps ; witvis (riviervis): een machel X Y Z zagen (in het spreken, niet een plank zagen hé): memmen zoethout: kalissenhaat ;
De naam Duffel is afgeleid van de verouderde vormDuffla. Deze werd voor het eerst vermeld in het jaar 1059. Later veranderde de naam naar Duffle (voor 1350) en Duffele (na 1350). Vanaf 1684 dragen alle documenten de huidige naam.
Het toponiem Duffel is vermoedelijk een tweeledige naam (Duff en le). Duff zou volgens deskundigen afgeleid zijn van hetKeltischewoord dubro (water). le zou een verwijzing zijn naar lo dat op haar beurt afgeleid zou zijn van het Latijnselocus (plaats). Duffel betekent dan plaats bij het water. Deze stelling schijnt te kloppen aangezien er verschillende bewijzen van Keltische bewoning zijn gevonden. (cfr. de vondst van een bladvormige bronzen lanspunten een ijzeren haardketting). Andere bronnen beweren echter dat het eerste lid van de naam (Duff) zou verwijzen naar de Frankische uitdrukking ten (h)uffel, wat ten heuvel zou hebben betekent. Ook dit is een mogelijkheid aangezien de gemeente ontstond uit twee op heuvels gelegenverhevenheden. (cfr. de Kwakkelenberg te Duffel-Oost en de Rooienberg te Duffel-West). Bron: wikipedia.org >Kaart van gemeente Duffel (www.google.be/maps) > Diverse informatie aangaande Duffel (wikipedia-org) Spotnaam van de Duffelaars: Strontboeren.
Duffels dialect
Duffel omvat eigenlijk drie entiteiten : Duffel-West, Duffel-Oost en Duffel-Mijlstraat. Duffel-West en -Oost liggen aan weerszijden van de Nete die de gemeente in tweeën deelt. Duffel-Mijlstraat vormt de overgang tussen Duffel-Oost en Koningshooikt. Het dialect van Duffel-Mijlstraat verschilt dan ook licht van dit van de beide andere entiteiten. > Duffels (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Duffels) >Provincie Antwerpen dialect (op dit dialectblog)
De naam "Geel" is van Germaanse oorsprong en vermoedelijk ontstaan uit een samenvoeging van "gelba" (geel) en "lo" (bosje op hogere grond). Een periode vanaf 1155 was de plaatsnaam Ghela.
De naam van het dorp werd voor de eerste maal vermeld in 1173als Banele, wat de bestanddelen banne (rechtsgebied) en lo (bos) bevat. De gemeentenaam Balen wordt plaatselijk Boal uitgesproken. De bijnaam van de Balenaars is: Kruiers. De reden kan zijn dat de patroonheilige van de kerk, de Heilige Andreas, ook patroon van de kruiers is. Het volksverhaal rept ervan dat de bewoners de kerk een aantal malen wilden verplaatsen, en daartoe een kruiwagen geschikt achtten. In 1987werd een beeldje van de kruier geplaatst. Spotnaam of Scheldnaam van Balen: Messevichters en Kerkenkruiers. > Diverse informatie aangaande gemeente Balen (wikipedia.org) >Kaart van gemeente Balen (www.google.be/maps)
Arendonks dialect Arendonks wordt plaatselijk Aorendoenks uitgesproken.
Het is algemeen bekend dat het Arendonks een speciaal dialect is. Vele niet Arendonkenaars breken zich de tong wanneer ze trachten toch een paar woorden in ons dialect te zeggen. Hoe het speciaal dialect is gegroeid, is niet met zekerheid te zeggen. Doordat Arendonk altijd afgelegen is van de omliggende dorpen, door zijn heide en moerassen, zou het een eigen dialectontwikkeling gekend hebben, die niet beïnvloed werd door de taal van de andere dorpen. Arendonk zou ooit geteisterd zijn door een ziekte die een groot gedeelte van de bevolking uitroeide. er moeten toen vreemde inwijkelingen gekomen zijn. Door de mengeling van het bestaande taaltje, gesproken door de overlevenden, en het dialect van de nieuwe inwoners zou het speciale Arendonks ontstaan zijn. Feit is dat het Arendonks een zeer sterke overeenkomst heeft met het dialect van Lommel. Het Lommels is alleen een beetje zangeriger. Voer voor taalkundigen schept het Arendonks in ieder geval genoeg. > Arendonks (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Arendonks) >Arendonk TV dialect (www.arendonk.be) >Dialect Noorderkempen (op dit dialectblog) >Provincie Antwerpen dialect (op dit dialectblog)
Gemeente Brecht wordt plaatselijk Bracht uitgesproken. De eerste vermelding van de naam Brecht werd teruggevonden in een akte afkomstig van de abdij van Postel uit het jaar 1173. In deze akte komt de naam ‘Berta de Brecte’ voor. Ze handelt over het feit dat als zij in het klooster van Eeuwen wilde binnentreden, haar goederen in Bladel schonk aan den prelaat van Tongerloo. Vanaf deze datum komt in verschillende documenten zowel de vermelding ‘Brechte’ als ‘Brecht’ voor. Over de betekenis van de naam is er nog geen eenduidigheid. Misschien zou Brecht afkomstig zijn van ‘brec’, ‘braec’ of ‘brakti’, dat braakland of omgehakt bos betekent. Maar ‘brakti’ kan ook ‘breken’ betekenen, wat kan duiden op een breking van het reliëf, met andere woorden bijvoorbeeld een heuvel of hoogte. Naast deze twee mogelijkheden kan ‘Brecht’ ook van een persoonsnaam afkomstig zijn en ‘machtig man’ betekenen. Bron: wikipedia.org Bijnaam, spotnaam of scheldnaam van de Brechtenaars: Mastentoppen, Struiven, Kleipikkers, Leempikkers. > Diverse informatie aangaande gemeente Brecht (blog vlaanderen)
Gemeente Sint Lenaarts wordt plaatselijk Sintelènnes uitgesproken. De plaats groeide rond een middeleeuwse kapel gewijd aan Leonardus, aanvankelijk als gehucht vanBrecht.Spotnaam van Sint-Lenaarts: kleipikkers. > Sint-Lenaarts (wikipedia.org)
Sinds het ontstaan van Hoogstraten omstreeks1210tot diep in de 18e eeuw waren er verschillende spelwijzen in gebruik voor het toponiem. Zo werd de plaatsnaam gedurende deze periode afwisselend als Hoochstratum, Hochstraten, Hoestraten, Hoochstraten, Hoistraten, Hoighstraten, Hoichstraten, Hoeghstraten, Hoechstraten en Hoegstraten geschreven. Van de 18e eeuwtot 1930was de officiële spelling Hoogstraeten.
Het toponiem Turnhout bestaat uit twee woorddelen namelijk Turn- en hout. Turn- zou mogelijk afgeleid zijn van het Germaansewoord durnum, dat doorn betekent. Het achtervoegsel -hout komt van het Germaanse woord “hulta” en betekent bos. De naam kan dan ook verklaard worden als doornbos. Het toponiem duikt voor het eerst op als Turnolt in 1186 in een document van de Abdij van Tongerlo. Een jaar later (1187) noemt een document uit de Archives nationales te Parijs de plek Turneholt. In 1212duikt voor eerst de huidige naam van Turnhout op in een document uit diezelfde archieven. Een alternatieve verklaring, zoals verteld bij de rondleiding in het kasteel van de hertogen van Brabantin Turnhout, is dat Turn- afkomstig is van het oude woord voor toren. Turnhout zou dan afgeleid zijn van toren in het bos. De theorie is, dat toen het kasteel werd gebouwd, de nederzetting Turnhout zelf nog niet bestond. Er zou daarom eerst sprake zijn geweest van een toren in de bossen nabij wat nu Oud-Turnhoutis. Bron: wikipedia.org De Stadnaam Turnhout word plaatselijk Turnout uitgesproken. De Stad wordt ook wel Kaartenstad genoemd. Spotnaam van Stad Turnhout: binken,muggenblussers. >Diverse informatie aangaande Stad Turnhout
Limburgs is een overwegend Nederlandse dialectgroep die vooral wordt gesproken in Belgisch en Nederlands Limburg. Het wordt gekenmerkt door een grote interne diversiteit vanwege het feit dat verschillende isoglossen (oa Uerdinger en Panninger linie) door het dialectgebied lopen, het is dan ook moeilijk om over "het Limburgs" te spreken. Net als met alle Nederlandse dialecten, sluit het Limburgs naadloos aan op de omringende dialecten, in het geval van Limburgs, het Brabants en Zuid-Gelders. Daarnaast is het Limburgs uniek omdat het een brug slaat van de Nederlandse naar de Duitse dialecten, en in wezen een taalbrug vormt. >Lees meer op www.wikipedia.org
Diepgravend onderzoek door professoren en taalpuristen heeft uitgewezen dat het meest gebruikte woord in het Limburgs dialect, van Sint-Truiden tot Peer, van Halen tot Kinrooi kloéte is!
Enige voorbeelden:
- ik heb er genoeg van: "dà hink mich men kloéten aat" - hoor die eens veel lawaai maken: "huurt dee es van zijn kloéte moake" - 't is niet te eten: "da's ni in our kloéte te krijge" - ik heb er genoeg van: "det se mich m'n kloéte kusse" - wat je daar zegt verbaast me: "wol kust mich na toch men kloéte" - hij vloog buiten: "e vloog bij zen kloéten op stroat" - ze hebben hem een loer gedraaid: "ze hebbe tem ne ferme kloét aafgetrokke" - daar versta ik niks van: "doa verstoin ich gein kloéte van" - de dronken bestuurder negeerde het rode stoplicht: "de chauffeur ree met z'n zate kloéte door 't roed" - de bouwvakker is door het dak gevallen: "de metser is met z'n kloéte doer 't daak gegoen" - dat kan me niet deren: "dè kan mich gien kloéte schillen" - ik heb goed gegeten: "ich hub men kloéte goe volgespeeld" - ik heb slaag gekregen: "ich hem ferm op mien kloéte gekriege" - die jongen hebben ze erg geplaagd: "dieje gast hubbe ze dik bij zijn kloéte gespeild" - hij is dronken: "dé heit e ferm stuk in zijn kloéte" - ik ben gevallen: "ich bin mit men kloéte tiege de grond gegoen" - 't is een verloren zaak: "'t es no de kloéte" - hij is platzak: "de ei gene frang op zijn kloéte" - ik vertel zo maar wat: "ich houw zoe mèr wa out mijn kloéte" - hij is een luierik: "dee es te lui ver zijn kloéten op te lichte" - deze scheidsrechter kent de spelregels niet: "dein arbieter kenter gein kloéte van" - da's niks waard: "da's van den hond zen kloéte" - hij is toch een goed mens: "'t is toch ne goeie kloét" - mijn auto is stuk: "miene auto is no de kloéte"
Kerstwensen in Limburgs dialect Og minse va vleejs en blood een sheef plooat een verfroemelde gezet frit me stoofvleejs krampen in oer keite medecamente beursaccedenten een sjat kaffee met ee keekske de'n oope hééd en ee beekske la estrella dei zingt een vat ootgesjet en e sték in ur kloete kotse in e zekske de kleer van e kakske een belastingbrief e gewilig lieef nog noeit de pil vergeete oere éége noam nog wééte een bléts in oere ooto zes juste op de lotto zeve doag op zeve en in de wéék mer gelekig leeve
Het Herkse dialect is een typisch Oostgetelands dialect met overwegend Limburgse kenmerken. Opvallend is het verschil tussen het 'Herkers' en het 'Skielens', het dialect van deelgemeente Schulen, dat meer aansluit met het Hasselts. Een kenmerk van het Herkers is de lange 'ui' klank. Verder kan men in het Herkers van oudere sprekers kenmerken terugvinden die erg aansluiten met kenmerken van het Oud-Nederlands, een stadium waaraan andere dialecten reeds lang voorbij zijn. Voorbeelden hiervan zijn de negatie met en/'n, en de verbuiging van het zelfstandig naamwoord na een voorzetsel. > Herks dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Herks) > Limburgs dialect (op deze site)
Diepenbeek werd in 1092 voor het eerst vermeld als Tidebachen, de beek van Teudo. In de vorige eeuw veranderde het centrum van Diepenbeek stukje bij beetje. In ijltempo verliest Diepenbeek zijn verleden en transformeert het naar een modern maar karakterloos dorp. Gelukkig zijn er nog enkele historische gebouwen die nostalgisch refereren naar de tijd van toen. Scheld of spotnaam van Diepenbeek: schoverik, aanjagers. > Kaart van gemeente Diepenbeek (www.google.be/maps) > Diverse informatie aangaande gemeente Diepenbeek (wikipedia.org)
Diepenbeeks volkslied Jaskaante van den Deëmer: Weerskanten van de Demer. ’n Plak boe iech van haag : Een plek waar ik van hou. De catsbeek en de Stiemer : De Caetsbeek en de Stiemer ( zijnwaterlopen) En blumkens lengs de graach : En bloemen langs de gracht. Kui graoz’n in het malse graos : Koeien grazen in het malse gras. En Fump sjiet wir ’n dükke haos : En Fump schiet weer ne dikke haas. Dooë in dei sjunste streek : Daar in die schoonste streek. Dooë likt oos Diepenbeek :Daar ligt ons Diepenbeek. De maïs wiegt zütsjes inne weind : De maïs wiegt zachtjes in de wind. De terref réëpt geel van kleur : De tarwe rijpt geel van kleur. En op het Réëtsje ziengt : En op het Reitje zingt. (Reitje is een gehucht van Diepenbeek) E keind’ch : een kind. Ben blei da iech da heur : Ben blij dat ik dat hoor. Tonéilgrup geëve dek petrol : Toneelgroep geeft dik gas. De zaole zitt’n altêëd vol : De zaal zit altijd vol. Weë hüit van de natuur : Wie houd van de natuur. De louch is hëë nog puur. : De lucht is hier nog zuiver. De a’en Toon van het kestiel : De oude Toon van het kasteel. Kot bé ’t Deëmerstrand : Kort bij het Demerstrand. Op ’t Kéttelveld hült het kerdiel : Op het Kéttelveld ( Manege) houd het koord. De pjedsjes inne haand : De paardjes in de hand. De kérrektoon kikt op oos daol : De kerktoren kijkt op ons neer. En heit zjeë cente in oer maol : En heb je centen in uwe zak. Dan drènkt zjeë tobbe bier : Dan drink je potten bier. En maoke veë plezier.: En maakt veel plezier. Zjeë koeint hëë leëre vör dektoer : Gij kunt hier leren voor dokter. An d’universetëët : Aan de universiteit. Hëë kent zjëë nog urre geboer : Hier ken je nog uwe gebuur. En hëit zjeë allen tëëd : En heb je nog alle tijd. Zjeë koeint hëë villow jaoge : Je kan hier fiets rijden. De allersjunste streek. : De aller-schoonste streek. Da is m’n Diepenbeek. : Dat is mijn Diepenbeek.