Mechelen - Mechels dialect (deel 1)


Mechelen
.
De naam van de stad zou afgeleid zijn van het woord mahal, dat naar een vergader- of gerechtsplaats verwijst. Vorige plaatsnamen Maclines in Machele (12e eeuw), Mechgelme (14e eeuw) en uiteindelijk Mechelen (15e eeuw).
Scheld of spotnaam van Mechelen: maneblussers, zonnevissers.
> Diverse informatie aangaande stad Mechelen (blog vlaanderen)
Mechels dialect (deel 1)
De stadnaam Mechelen word plaatselijk Mechele uitgesproken.
In Mechelen zegt men al eens:
Het Mechels is dé beschaafde omgangstaal van Vlaanderen en Nederland en voor de dié di (diegenen die) dat niet kennen is het Algemeen Nederlands ootgevonne (uitgevonden)!
Woorden in het Mechels dialect
A
Aanhangwagen: Remork ; Aardappelmesje: Petatschilder ; Aardbeien: Jeirbêzen ; Aansteker: Brikè ; Afkeer: Dégoe ; Ambras: Kweddelen ; Angstig persoon: Labbekak / Broekschijter ; Arm: Errem ;
B
Baard: Baad ; Bagage: Begeuzze ; Bakharing: Boeksering ; Bananen: Bananne ; Barst: Bèst ; Benen: Biene ; Begijnhof: Begaonhof ; Bende kleine kinderen: Sôôt ; Berg Mayonnaise: Klad Majoneis ; Berg Mosselen: Spoos Mossele ; Bij: Bao , Bij (insekt): Béke ; Bijna: Bekanst ; Bijten: Knaove ; Bijvoorbeeld: Bevuibeld ; Binnenmonds verwensingen maken: Kneurre ; Bisschop: Buskop ; Blaffen: Bassen ; Bluffer / Opschepper: Schepzak ; Boekentas: Kalpein ; Bomen: Boeme ; Bonheiden: Bonhaoje ; Boodschappen: Komisse ; Bord(en): Talloeër(e) ; Borstel: Be(u)stel ; Botsen (in een Ruzie): Voenke ; Breedschouderig: Geblokt ; Brij: Braggel ; Bril: Musaazer ; Bromfiets: Broemmer ; Brood: Broeëd ; Brouwerij: Braoverao ; Bustehouder / BH: Tèttagère ; Buurt: Kottei ;
C
Café: Staminee ; Centrale Verwarming: Sjoffaasj ;
D
Dakgoot: Koernisj ; De Afgestorvenen: De Doeë ; De Gevangenis: ’t Gevang ; Deken: Seuzze ; Denken: Pouze ; Deksel: Scheel ; De politie: De polis ; Deur: Duir ; Dikke natte zoen: Bees ; Discussieren: Ressoneren ; Domme dingen: Onnoezeletaote ; Doodmoe: Kuizoep/Poempaf ; Door: Dui ; Dooreengesmeten / Wild (Bv. Hoofdhaar): Deuriengewèzzeld ; Doorzakken: Duizakke ; Door het dolle heen gaan: Razen ; Doos: Doeës ; Dorp: Deurrep ; Dorst: Deust ; Draaien: Drôôje ; Draai rond uw oren: Saflèt ; Drab (gruis van koffie): Groos ; Dreadlocks: Trèsjkes ; Dronken / Bewusteloos: Meurreg ; Droog: Droeg ; Druif / Druiven: Drôôf / Drôven ; Dwars: Dweis ;
E
Een auto: Nen otto ; Een bad nemen: Een bad pakken ; Een beetje te (licht/donker/rood/groen/...): Een tikkeltje te ... ; Een praatje maken: e Klappeke doen ; Een Tasje Koffie: e Sjatteke Kaffe ; Egoistische Vrouw: Gierige Pin ; Eieren: Aure ; Eigenlijk: Faotelek ; Er beweegt iets: Er boezjeert iet ; Erg: Eirreg ; Ergens: Ieveranst ;
F
Fietselastiek: Snelbinder ; Fiets: V'lo ; Fietsveiligheidsspeld: V'lospèl ; Figuur / Borstkas: Karreur ; Fluiten: Flôôte ; Foefelaar: Kwèddeleir ; Fopspeen: Tutter ; French Kissing: Een toeng draoien ; Frieten: Frut ; Fruit: Froot ;
G
Gaas: Sparrendrap ; Gaatje in Fietsband / Pingpongballetje / Voetbal: Fitteke ; Gedoe: Gemeuzzel/Getaffel ; Gehaktbal: Boellèt ; Gekromde rug: Schoef ; Geldbeugel: Porteful ; Gerafelde knoop: Flosj ; Geregeld vreemd gaan: Aonaoverao ; Gezicht: Smikkel / Tôôt ; Gezin: Famille ; Glijbaan: Schôôvaf ; Goedkoop: Van de Goeiekoep ; Gordijnhouder: Sjambrang ; Gratis: Van de Verniet ; Griezelen, rillen: Grezzelen ; Grijpen / Graaien: Grabbelen ; Groot autolicht: Faar ; Grote: Groete ;
H
Haar: Eur ; Haardos: Kallot ; Haken (Haakwerk): Krosjteren ; Handtas: Sakosj ; Hard gillen: Krèssen ; Hard, luid: Hèt ; Hart: Hèt ; Heet: Hiet , Helemaal: Ghieleganst ; Helemaal kapot: In frut vanien ; Hemdskraag: Reveir ; Herenhuizen: Hierehooze ; Herinneren: Rappeleire ; Het gras: ’t Gès ; Het is frisjes: Tis killeg ; Hij neemt: Aa nèmt ; Hoe ver: Oeveir ; Hond: Tei ; Houten vloer: Planchei ; Hou uw mond: Hèft a bakkes ; Huishuur: Oôsseur ; Hun: Uillesen ;
I
Iemand: Dienen iene ; Iemand moedwillig op stang jagen: Iemand kreten ; Ijscreme: Kreimegelas ; Ijzeren watertobbe: Bassèng Ik heb: Kèm ; Ik zie het: Kzeent ; In de buurt van: In de gebure van ; In de schaduw: In de loemmer ; Inferieure Goederen: Kammelot ; In het zand spelen: Int jeir speile ;
J
Je hebt iets gehaald: Get iets Geuld :
K
Kadertje / Randje: Biezeke ; Kamerjas: Peingwaar/Peignoir ; Kapotgemaakt: Verenneweerd / geskallodderd ; Karamelsnoepje: Sjik , Kauwgum : Langenasem /Tuttefrut ; Kauwgumballenautomaat : Chiclettenbak ; Keel: Pèppeke ; Keihard werken: Knoeften/Prossen/Travakken ; Kerel: Keirel ; Kerkhof: Keirkof ; Kikker: Ne veus ; Kin: Knèp ; Kinderen: Kadeeje ; Kinderslabbetje: Bavèt ; Kinderwagen: Zjarèt ; Klanten: Kallante ; Klein zwart beestje: Meurzouker ; Kloten: Kloete ; Knijpen: Neipe ; Knikkers: Mèrrebollen ; Knorrig persoon: Ne neurk ; Koffie: Kaffe ; Konijn(epoot): Konaun(epoet) ; Koning: Kuining ; Kont: Poep ; Kookpot: Kasrol ; Koord(je) / Touw(tje): Koeër(ke) ; Koorts: Ke(u)ts ; Koppig of Halsstarrig Zwijgen / Stampevoeten: Pètten ; Korf: Keurf ; Kort: Ke(u)t ; Koud: Kaa ; Koude rilling / Kiekevlees: Vapeurrekes ; Koude Schotel: Kauve Pla ; Kraamkliniek / Materniteit: Moederôôs ; Kraampje: Krommeke ; Kras (op auto): Schaar ; Krekelig: Krikkel ; Kruipen: Kroope ; Kuchen: Koechelen ; Kwaadaardig, slecht persoon: Schulle ;
L
Ladder: Lieër ; Langdurig binnenmonds genieten (Van Snoep, Pepermunt of Perziksteen): Sabbelen ; Lange mantel: Paltô ; Lange overjas: Pardeseu ; Lange regenjas: Eimpermeabel ; Langwerpige, stoffen Koffiezak: Buis ; Lastig: Ambetant ; Lever: Leiver ; Lieveheersbeestje: Liveniersbiesje ; Longontsteking / Bronchitis: Bronsjit ; Loon: pré ; Lopen: Loepe ; Lopende neus: Snotvalling ; Luchtbanden (Fiets / Auto): Banne ; Lucifers: Stekskes ; Luiaard: Lamzak ;
M
Markt: Mèt ; Mechelse Kant: Etterjefke/Mekesbolleken ; Meikever: Meulder ; Meisje: Meske ; Melodietje: Erreke ; Mensenschuw persoon: Seut ; Mijn Man: Die-e van ons ; Mijn Vrouw: Die van ons ; Mond: Tout ; Mooi: Schoen ; Mooie / Lelijke Roodharige: Schoen / Lilleke Rosse ; Mooi meisje: Ferm Griet ; Motorfiets: Motto ;
N
Naar de WC gaan: Ao Komisse doen ; Naast elkaar: Neuffenien ; Nadenken: Napaoze ; Neuken: Poeppen ; Niemand: Gienen iene ; Niet gewoon: Grellig ; Niet meer strak: Oôtgelebberd ; Niet om mee te lachen: Van de serjeus ; Nieuw: Nief ; Nieuwsgierig aagje: Kerjeuzeneuzemosterdpot ; Nieuwsgierigheid: Kerjuizegèd/Kerjuizeteit ;
O
Om zeep helpen: Vermoeëze ; (Onder)hemdje: (Onder)lijfke ; Ondervest: Zjillée ; Ongeduldig: Gepresseerd ; Onkruid: Onkrood ; Onnozel ventje: Mettekou ; Onvrijwillig: Stoemelings ; Onzinnig bezig zijn: Prullen / Kleuteren ; Oog: Oeg ; Opnieuw: Vaneir/ Oepsevès ; Op tabak knabbelen: Sjikken ; Opvouwbaar Plastieken Regenmantel: Kaawee ; Oude vieze kleren: Klodden ; Overdrijven: Ouverdraove ; Overgeven (Braken): Spaove/ Geubbele ; Overloop: Allei ;
P
Paardekop: Pjeirekop ; Paneermeel: Zjappeluur ; Paus: Paos ; Pannenkoeken: Koekebakke ; Pantoffels: Sloeffe ; Peperkoek: Pontekoek ; Peren: Pijre ; Perziken: Pèzze ; Pikken / Stelen: Ratte ; Pint: Bok ; Plaats: Pleuts ; Plagen: Treiteren ; Plakje (Hesp): Schel (Hesp) ; Plastiek tafelkleed: Twalsiree ; Platendraaier: Pikkup ; Politie: Pollis ; Polsketting: Braunzelèt ; Pop / Zwaargeschminkte Vrouw: Poeppemie ; Poppenkast: Poeppekas ; Pottenhersteller: Pottefeir ; Pracht en praal: Groete chichi ; Praten / Tateren: Laméren ; Problemen: Kweddele ; Pruilen / Mokken: Moenken ; Prullen: Meuzzelen ; Prutsen: Koeffelen ; Puist / Verhoging: Boebbel ; Puist (Zwerend): Wier ; Pyama: Pizjama ;
Q
R
Raamluik: Blaffetuur ; Rammeling: Toeffeling ; Rechters (Gerecht): Zjeuz ; Regenzeil: Basj ; Reis: Raus ; Rem(men): Frein(en) ; Richtingaanwijzer: Pinker; Rijk: Raok ; Rij rauwe eieren: Rao rao aore ; Rij wachtende mensen: Root ; Rochel: Flôôm ; Roken: Doempen/Smoeren ; Rotzooi: Hannekesnest ; Ruit: Rôôt ;
S
's Avonds: Saavves ; Saxofoon: Sakseffon ; Schaar: Scheir ; Schaatsen: Schofferdaune /Scheutse ; Schoen: Schoon ; Schoenen: Schoone ; Schommel: Boesjkammerei ; Schoteltje: Soetaske ; Schouder: Schaover ; Schuim: Schôôm ; Sjaal: Sjal ; Slager: Bienavver ; Slagroom: Kreemfrèsj ; Slapen: Maffen ; Slenteren: Steissele ; Slippers: Sletsen ; Smerig: Smeireg ; Sommige: Soemmegste ; Snelvuurwapen: Mitrajèt ; Snijden: Snaoien ; Snuffelen: Snollen ; Snuit: Snôôt ; Snuiten: Snutten ; Solden / Tweedehands: Okkeuzze ; Speekmedaille: Spiekmadeulle ; Speelplaats: Koer ; Speels plagen: Fikfakken ; Spreken: Klappen ; Springveer: Ressoor ; Spuwen: Speken ; Station: Staase ; Step: Trottinèt ; Sterven: Steurve ; Steunbalk: Baar ; Stoep: Borduur ; Stommeling: Stoemerik ; Stoofvlees: Stoufkrabbe ; (Stoom)strijkijzer: (Stoem)straokaozer ; Stopcontact: Prees ; Struikelen: Stroenkelen /Stroempelen ; Struis: Strôôs ;
T
Taaltje: Teultzje ; Taart: Toert ; Tafelvoetbal: Kickerkas ; Tafelvoetbal spelen: Kickeren ; Tas Koffie: Zjat Kaffe ; Teelballen: Kloete ; Tegendraads: Tegenstroem ; Tegenwoordig: Serrewoureg ; Televisie: Tellevies ; Tenen: Tiene ; Tentoonstelling: Eksposseesse ; Toog: Toeg ; Toon: Toen ; Total Loss: Peirtotal ; Trui: Trôô ;
U
Uit: Ôôt ;
V
Vaak / Geregeld: Dikkels ; Vechten: Batteren ; Veel: Veul ; Veel volk / Druk: Begankenis ; Veiligheidsspeld: Toespèl ; Ventiel: Soepap ; Verflaag: Koesj ; Verkoudheid: Valling ; Verlangend kijken: Loenken ; Vermaler: Pasvit ; Vermoeidheid: Meugte ; Verwarrend tekenen (vooral door kinderen): Kribbelen ; Verweerd: Afgeroefeld ; Vest: Frak ; Vijs, die loszit... : Die lootert ; Vijver: Vaover ; Vlees: Vlies ; Vlinders: Peipels ; Vloerwisser / Flessenopener: Aftrekker ; Voetballen: Shotten ; Vol plooien: Verfroemmeld ; Voorbinddoek / Voorschoot: Vuisschoet ; Voorstel: Proposseese ; Vooruit / Achteruit: Veurôôt / Achterôôt ; Vork: Verkèt ; Vrijen: Tettekereus ; Vroeg: Vreug ; Vrouw: Vraa ; Vuil: Vôôl ; Vuistslagen geven: Toeken ;
W
Waarom: Waroem /Veuwa ; Wandelen door modder: Dabben ; Warmbloedig persoon: Nen hieten tien ; Washandje: Lavèt ; Wastafel: Poembak ; Water dat kookt... : Da broebbelt ; Waterketel: Moeër ; Wc: Koer ; Week: Weik ; Werkmanslunch: Schoofzak ; Wij: Woule ; Wind laten: Protten ; Wortelpuree: Weuttelestoemp ; Wrijven: Roeffelen / Reussen ;
X
Y
Z
Zagen / Zeveren: Mèmmen / Scheurrepen ; Zak: Kabas
Cijfers in Mechels dialect
1: Ien
2: Twie
3: Drao
5: Vaof
7: Zeive
13: Detteen
14: Vietien
20: Twinteg
40: Fieteg
70: Seiveteg
Kleuren in het Mechels dialect
Blauw: Blaod
Bruin: Broon
Grijs: Graos
Groen: Gruun
Purper: Mauf
Rood: Roed
Zwart: Zwèt
Gemeentenamen in Mechels dialect
Hofstade: Ofstôôje
Muizen (Dorp): Mooze (Deurrep)
Rijmenam: Raomenam
Straatnamen in Mechels dialect
Leuvensesteenweg: Luifese Stieweg
Mechelse uitdrukkingen
- In Mechelen staat het water in de straten van aan het Station tot aan het Seminarie...: In Mechele staaget waater in de straate van aan de Staase tot aan 't Summenaare...
- Een oude Mechelse Uitdrukking die men gebruikte tegen een Eeuwige Zagevent: Fret oe Kas oep, scheit Kalotte en ga oe Parruk in Paoraos verkoepe...
- Niets doen...: 't Plafon van de Groete Mèt schildere...
- Hoe zegt een Mechelaar bijvoorbeeld dat iemand arm is?: èrmoei is troof... ; a zit in de krot... ; 't is krot en kompanee... ; a-j-ij gien broek nemie an ze gat... ; a-j-ij giene nagel nemie oem ze gat te krabbe...
- Wat is dat voor gezever?: Wadisda veu truut?
- Die persoon heeft bij mij afgedaan: Die hee in men raape geschete
- Braken: Over aa toeng kakken
- Serieuze schrik hebben...: Met de Poeppers zitten
- Hard werken...: Aove nikkel afdraoien
- Je had het mogen houden...: Gadet meugen auve
- Zwaar verliezen (Voetbal / Kaartspel)...: Serieus oep ao kas krijgen...
- Op een winderige plaats staan (Met een snotvalling tot gevolg...): In den trok/trek staon...
- Hij verbeeldt een ziekte: Ha is ziek aon zen kriek...
- Stilaan ziek worden: Iets aon broeien...
- Vandaag verlaat ik mijn woning niet meer...: Komme kot ni mier ôôt...
- Dat gaat niet samen...: Da akkordeert ni...
- Dat kan ik niet betalen...: Da kan maone brôône ni trekke...
- Hebben ze je beetgenomen?: Emme ze een pad in ao keurref gezet?
- Wat ben je bereid hiervoor te betalen?: Wa schuift da?
- Ik zal dat ding eens scheef / recht trekken: Kzal er is ne vroeng aon geve
- In een flits: Oep nen ikke enne goa
- Hij is loom / Hij geraakt niet opgestart: Ao zit mè doe joeng
- Het water spuit hier alle richtingen uit: Tis hie aont dressen
- Ik heb U met 3-0 verslagen: Kem ao mè 3-0 afgedroegd
- Ik krijg daar het heen-en-weer van: Kraog er de weubbes van
- Dat wordt een hele aanpassing om...: Da zal e gatteke varen...
- Hij heeft het (te pakken)...: Ajeichet...
- Die zwijgt voor niemand...: Daddis ien mè een frank blad...
Hollands / Mechels dialect
- Een chroot zakkie Patat met feel Meeyo...: Een groet pak Frut mè veul Majoneis...
- Jus d’Orange: Frôôtsap
- Hup!: Veurôôt / Achterôôt!
> Mechels dialect (http://nl.wikipedia.org)
> Mechelen blogt (www.mechelenblogt.be)
> Mechels dialectwoordenboek (www.mijnwoordenboek.nl)
Mechels dialect deel 2
∇



























