Gemeente Brecht wordt plaatselijk Bracht uitgesproken. De eerste vermelding van de naam Brecht werd teruggevonden in een akte afkomstig van de abdij van Postel uit het jaar 1173. In deze akte komt de naam ‘Berta de Brecte’ voor. Ze handelt over het feit dat als zij in het klooster van Eeuwen wilde binnentreden, haar goederen in Bladel schonk aan den prelaat van Tongerloo. Vanaf deze datum komt in verschillende documenten zowel de vermelding ‘Brechte’ als ‘Brecht’ voor. Over de betekenis van de naam is er nog geen eenduidigheid. Misschien zou Brecht afkomstig zijn van ‘brec’, ‘braec’ of ‘brakti’, dat braakland of omgehakt bos betekent. Maar ‘brakti’ kan ook ‘breken’ betekenen, wat kan duiden op een breking van het reliëf, met andere woorden bijvoorbeeld een heuvel of hoogte. Naast deze twee mogelijkheden kan ‘Brecht’ ook van een persoonsnaam afkomstig zijn en ‘machtig man’ betekenen. Bron: wikipedia.org Bijnaam, spotnaam of scheldnaam van de Brechtenaars: Mastentoppen, Struiven, Kleipikkers, Leempikkers. > Diverse informatie aangaande gemeente Brecht (blog vlaanderen)
Gemeente Sint Lenaarts wordt plaatselijk Sintelènnes uitgesproken. De plaats groeide rond een middeleeuwse kapel gewijd aan Leonardus, aanvankelijk als gehucht vanBrecht.Spotnaam van Sint-Lenaarts: kleipikkers. > Sint-Lenaarts (wikipedia.org)
Sinds het ontstaan van Hoogstraten omstreeks1210tot diep in de 18e eeuw waren er verschillende spelwijzen in gebruik voor het toponiem. Zo werd de plaatsnaam gedurende deze periode afwisselend als Hoochstratum, Hochstraten, Hoestraten, Hoochstraten, Hoistraten, Hoighstraten, Hoichstraten, Hoeghstraten, Hoechstraten en Hoegstraten geschreven. Van de 18e eeuwtot 1930was de officiële spelling Hoogstraeten.
Het toponiem Turnhout bestaat uit twee woorddelen namelijk Turn- en hout. Turn- zou mogelijk afgeleid zijn van het Germaansewoord durnum, dat doorn betekent. Het achtervoegsel -hout komt van het Germaanse woord “hulta” en betekent bos. De naam kan dan ook verklaard worden als doornbos. Het toponiem duikt voor het eerst op als Turnolt in 1186 in een document van de Abdij van Tongerlo. Een jaar later (1187) noemt een document uit de Archives nationales te Parijs de plek Turneholt. In 1212duikt voor eerst de huidige naam van Turnhout op in een document uit diezelfde archieven. Een alternatieve verklaring, zoals verteld bij de rondleiding in het kasteel van de hertogen van Brabantin Turnhout, is dat Turn- afkomstig is van het oude woord voor toren. Turnhout zou dan afgeleid zijn van toren in het bos. De theorie is, dat toen het kasteel werd gebouwd, de nederzetting Turnhout zelf nog niet bestond. Er zou daarom eerst sprake zijn geweest van een toren in de bossen nabij wat nu Oud-Turnhoutis. Bron: wikipedia.org De Stadnaam Turnhout word plaatselijk Turnout uitgesproken. De Stad wordt ook wel Kaartenstad genoemd. Spotnaam van Stad Turnhout: binken,muggenblussers. >Diverse informatie aangaande Stad Turnhout
Limburgs is een overwegend Nederlandse dialectgroep die vooral wordt gesproken in Belgisch en Nederlands Limburg. Het wordt gekenmerkt door een grote interne diversiteit vanwege het feit dat verschillende isoglossen (oa Uerdinger en Panninger linie) door het dialectgebied lopen, het is dan ook moeilijk om over "het Limburgs" te spreken. Net als met alle Nederlandse dialecten, sluit het Limburgs naadloos aan op de omringende dialecten, in het geval van Limburgs, het Brabants en Zuid-Gelders. Daarnaast is het Limburgs uniek omdat het een brug slaat van de Nederlandse naar de Duitse dialecten, en in wezen een taalbrug vormt. >Lees meer op www.wikipedia.org
Diepgravend onderzoek door professoren en taalpuristen heeft uitgewezen dat het meest gebruikte woord in het Limburgs dialect, van Sint-Truiden tot Peer, van Halen tot Kinrooi kloéte is!
Enige voorbeelden:
- ik heb er genoeg van: "dà hink mich men kloéten aat" - hoor die eens veel lawaai maken: "huurt dee es van zijn kloéte moake" - 't is niet te eten: "da's ni in our kloéte te krijge" - ik heb er genoeg van: "det se mich m'n kloéte kusse" - wat je daar zegt verbaast me: "wol kust mich na toch men kloéte" - hij vloog buiten: "e vloog bij zen kloéten op stroat" - ze hebben hem een loer gedraaid: "ze hebbe tem ne ferme kloét aafgetrokke" - daar versta ik niks van: "doa verstoin ich gein kloéte van" - de dronken bestuurder negeerde het rode stoplicht: "de chauffeur ree met z'n zate kloéte door 't roed" - de bouwvakker is door het dak gevallen: "de metser is met z'n kloéte doer 't daak gegoen" - dat kan me niet deren: "dè kan mich gien kloéte schillen" - ik heb goed gegeten: "ich hub men kloéte goe volgespeeld" - ik heb slaag gekregen: "ich hem ferm op mien kloéte gekriege" - die jongen hebben ze erg geplaagd: "dieje gast hubbe ze dik bij zijn kloéte gespeild" - hij is dronken: "dé heit e ferm stuk in zijn kloéte" - ik ben gevallen: "ich bin mit men kloéte tiege de grond gegoen" - 't is een verloren zaak: "'t es no de kloéte" - hij is platzak: "de ei gene frang op zijn kloéte" - ik vertel zo maar wat: "ich houw zoe mèr wa out mijn kloéte" - hij is een luierik: "dee es te lui ver zijn kloéten op te lichte" - deze scheidsrechter kent de spelregels niet: "dein arbieter kenter gein kloéte van" - da's niks waard: "da's van den hond zen kloéte" - hij is toch een goed mens: "'t is toch ne goeie kloét" - mijn auto is stuk: "miene auto is no de kloéte"
Kerstwensen in Limburgs dialect Og minse va vleejs en blood een sheef plooat een verfroemelde gezet frit me stoofvleejs krampen in oer keite medecamente beursaccedenten een sjat kaffee met ee keekske de'n oope hééd en ee beekske la estrella dei zingt een vat ootgesjet en e sték in ur kloete kotse in e zekske de kleer van e kakske een belastingbrief e gewilig lieef nog noeit de pil vergeete oere éége noam nog wééte een bléts in oere ooto zes juste op de lotto zeve doag op zeve en in de wéék mer gelekig leeve
Het Herkse dialect is een typisch Oostgetelands dialect met overwegend Limburgse kenmerken. Opvallend is het verschil tussen het 'Herkers' en het 'Skielens', het dialect van deelgemeente Schulen, dat meer aansluit met het Hasselts. Een kenmerk van het Herkers is de lange 'ui' klank. Verder kan men in het Herkers van oudere sprekers kenmerken terugvinden die erg aansluiten met kenmerken van het Oud-Nederlands, een stadium waaraan andere dialecten reeds lang voorbij zijn. Voorbeelden hiervan zijn de negatie met en/'n, en de verbuiging van het zelfstandig naamwoord na een voorzetsel. > Herks dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Herks) > Limburgs dialect (op deze site)
Diepenbeek werd in 1092 voor het eerst vermeld als Tidebachen, de beek van Teudo. In de vorige eeuw veranderde het centrum van Diepenbeek stukje bij beetje. In ijltempo verliest Diepenbeek zijn verleden en transformeert het naar een modern maar karakterloos dorp. Gelukkig zijn er nog enkele historische gebouwen die nostalgisch refereren naar de tijd van toen. Scheld of spotnaam van Diepenbeek: schoverik, aanjagers. > Kaart van gemeente Diepenbeek (www.google.be/maps) > Diverse informatie aangaande gemeente Diepenbeek (wikipedia.org)
Diepenbeeks volkslied Jaskaante van den Deëmer: Weerskanten van de Demer. ’n Plak boe iech van haag : Een plek waar ik van hou. De catsbeek en de Stiemer : De Caetsbeek en de Stiemer ( zijnwaterlopen) En blumkens lengs de graach : En bloemen langs de gracht. Kui graoz’n in het malse graos : Koeien grazen in het malse gras. En Fump sjiet wir ’n dükke haos : En Fump schiet weer ne dikke haas. Dooë in dei sjunste streek : Daar in die schoonste streek. Dooë likt oos Diepenbeek :Daar ligt ons Diepenbeek. De maïs wiegt zütsjes inne weind : De maïs wiegt zachtjes in de wind. De terref réëpt geel van kleur : De tarwe rijpt geel van kleur. En op het Réëtsje ziengt : En op het Reitje zingt. (Reitje is een gehucht van Diepenbeek) E keind’ch : een kind. Ben blei da iech da heur : Ben blij dat ik dat hoor. Tonéilgrup geëve dek petrol : Toneelgroep geeft dik gas. De zaole zitt’n altêëd vol : De zaal zit altijd vol. Weë hüit van de natuur : Wie houd van de natuur. De louch is hëë nog puur. : De lucht is hier nog zuiver. De a’en Toon van het kestiel : De oude Toon van het kasteel. Kot bé ’t Deëmerstrand : Kort bij het Demerstrand. Op ’t Kéttelveld hült het kerdiel : Op het Kéttelveld ( Manege) houd het koord. De pjedsjes inne haand : De paardjes in de hand. De kérrektoon kikt op oos daol : De kerktoren kijkt op ons neer. En heit zjeë cente in oer maol : En heb je centen in uwe zak. Dan drènkt zjeë tobbe bier : Dan drink je potten bier. En maoke veë plezier.: En maakt veel plezier. Zjeë koeint hëë leëre vör dektoer : Gij kunt hier leren voor dokter. An d’universetëët : Aan de universiteit. Hëë kent zjëë nog urre geboer : Hier ken je nog uwe gebuur. En hëit zjeë allen tëëd : En heb je nog alle tijd. Zjeë koeint hëë villow jaoge : Je kan hier fiets rijden. De allersjunste streek. : De aller-schoonste streek. Da is m’n Diepenbeek. : Dat is mijn Diepenbeek.
De plaatsnaam Tongeren is terug te voeren op het LatijnseAtuatuca Tungrorumen zou zoveel betekenen als "vesting van de Tungri". ca. 15 v. Chr. De stadnaam Tongeren wordt plaatselijk Tóengere of Tungers uitgesproken. Spotnamen of scheldnamen van Tongeren: Mussen, Trullen (= ovaalvormige tarwekoekjes), Trullebakkers, Vlaaieters, Vlaaischijters. Sjoepsjaiters. > Diverse algemene informatie aangaande Stad Tongeren (blog vlaanderen)
Tongers dialect Wordt plaatselijk Tóengeres of Tungers uitgesproken.
Het Tongers is zowat een mengeling van oud-duits en frans- vroeger sprak 80% van de inwoners de franse taal en de oudere generatie maakt nog altijd gebruik van franse woorden-(bvb.geluk = chance en dat is goed gedaan jongen = ala-bonne-heur fiston..;enz...handtas= sacoche. De hedendaagse jeugd spreekt goed Nederlands maar de Tongerse tongval is er zeer moeilijk uit te krijgen. >Tongers dialect (www.mijnwoordenboek.nl) > Limburgs dialect
Scheld of spotnaam van gemeente Riemst: éénwinters (= éénjarig kalf), koeien, lepkens, loerjagers, grottenlopers.
Riemsts dialect
Dialecten zijn levende talen en ondergaan dus ook veranderingen. Die kunnen van verschillende aard zijn: woordenschat, woordbetekenis, klank, grammatica… Veranderen behoort tot de normale evolutie van een taal omdat die veranderingen voortvloeien uit veranderingen in onze maatschappij. De Zuidoost-Limburgse dialecten vertonen vaak veel overeenkomsten, toch heeft elk dialect zijn identiteit. Die eigenheid van elk dialect dreigt weliswaar stilaan onder invloed van het Nederlands en/of van andere dialecten sterk achteruit te gaan. Het deels verscheiden dialect van gemeente Riemst en deelgemeenten is daar geen uitzondering op. > Riemsts (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Riemsts) >Limburgs dialect (op deze site)
- Scheld of spotnaam van Vlijtingen: Witte kamezollen .
Vlijtingens dialect
In het lokale dialect wordt het dorp Vlètegge genoemd. Flétange is de Franse benaming en Flétindje de Waalse. Vlijtingen ligt in het Nederlands taalgebied. Het lokale dialectbehoort tot het Limburgs, een van de Nederlandse streektalen. De taalkundige afstand van de Nederlandse dialecten tot het Algemeen Nederlands is het grootst in het zuidoosten van Belgisch Limburg en in het zuiden van Nederlands Limburgs. Aldus de resultaten van het onderzoek op basis van de featurefrequentiemethode uitgewerkt en toegepast door de dialectologen Hoppenbrouwers.
Sintruins, Sinttruins of Truilands dialect genoemd
In Sint-Truiden wordt het plat Sintruins gesproken als stadsdialect. Dit dialect kwam in 2011 vaak in de pers naar aanleiding van het uitbrengen van de internationaal gelauwerde film Rundskop. Hoofdrolspeler Matthias Schoenaerts kreeg voor deze rol de hulp van een Truiense dialectcoach, Roger Vanbrabant. Rundskop werd de Belgische inzending bij de Oscars. De film werd genomineerd voor beste niet-Engelstalige film en behoorde zo tot de beste vijf films van 2011. De verzamelnaam voor alle dialecten die worden gesproken in de wijde omgeving van Sint-Truiden, wordt het Truierlandsgenoemd. > Sinttruins (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Sinttruins) > Truiens dialect (www.facebook.com/truiensdialect)
Brustem Deelgemeente van Sint-Truiden.
Brustem werd voor het eerst schriftelijk vermeld in 1114 als Brustemia, van het Germaanse brust (kleine verhevenheid) en haima (woning). > Brustem (wikipedia.org)
De gemeentenaam word plaatselijk Bejêvel uitgesproken. De naam Beverlo werd voor het eerst vermeld in 1186. De naam betekent: "Op zandgrond gelegen bos met (veel) bevers". > Lees meer op wikipedia.org
De oudste vermelding van Koersel stamt uit1166als Corcela. Wellicht is de naam afkomstig van het Gallo-Romeinse woord: Curticella, een samenvoeging van curtis (hofstede) en cella (woning). >Lees meer op wikipedia.org
Koersels dialect
Het dialect van Koersel (en van het gehucht Stal) is een West-Limburgs dialect dat tot de onderverdeling Demerkempens behoort. Jongeren spreken steeds minder Koersels maar meer een tussentaal die nog maar weinig Limburgse kenmerken heeft. Net zoals de meeste dialecten in de regio is het Koersels bedreigt in haar voortbestaan. >Koersel – Koersels dialect (heemkundekoersel/dialect) >Koersel – Koersels dialect (www.mijnwoordenboek.nl)
De naam Peer werd voor het eerst vermeld in het Liber Aureus, waarin mogelijk een document uit 725 is overgeschreven, waarin de Heilige Willibrord zijn testament opmaakt. Peer komt daarin voor als Pedero. Latere schrijfwijzen zijn Pirgus (1135) en Pyra (1178). Dit is afkomstig van pirgus (betekent verharde weg). Andere bronnen geven dan weer aan dat de naam afkomstig zou zijn van Perre of Parre, wat "omheinde plaats" betekent. Andere vermeldingen Pire 1107, ecclesie de Pirges (1108), Pexhe (1253). Bron: wikipedia.org Spotnaam van Peer: muggenblussers. > Kaart van Stad Peer (www.google.be/maps) > Diverse informatie aangaande Stad Peer (blog vlaanderen
Houthalen: De uitleg voor het voorvoegsel 'hout' moeten we niet ver gaan zoeken : het duidt op de aanwezigheid van bossen en bomen - meer bepaald eiken- en berkenbomen - in deze streek. 'Halen' of 'Hallu' betekent 'bochtig hoogland'. Wie met de fiets van de Groenstraat langs de Grote Baan, de Hoogstraat of de Diepestraat naar het centrum rijdt, heeft vast al gemerkt dat dat hoog gelegen is. Houthalen wil dus zeggen : bochtig hoogland in de bossen.
Helchteren: Deze naam is afgeleid van de Germaanse term voor jeneverbesstruik : Halahdrja. De jeneverbes is een naaldboom die je nog vaak tegenkomt op de heide. De vruchten ervan worden gebruikt om de met graan gestookte jenever extra smaak te geven. Helchteren wil dus zeggen : plaats met veel jeneverbesstruiken.
Dialect word het plat genoemd. De gemeentenaam Houthalen-Helchteren wordt in het Limburgs dialect Hooteles-Helchterres of Hôteles-Helchterres uitgesproken.
Woorden gepraat: gekalt ; hij: dein ; ik denk: ig dink ; maar: mer ; meester: miester ; niet meer: ne mie ; nooit: moeit ; terug: trug ; spijtig: speetig ; tijd: teed ; voorbij: verbee ; zo schoon: zoe schoen ;
Bree werd voor het eerst vermeld in1007, als Britte. De verklaring van de naam is niet geheel duidelijk. Het zou kunnen gaan om een niet afgeperkte akker. Andere verklaringen zijn, dat de naam afkomstig is van bred wat houten nederzetting zou betekenen. Ook zou de naam een verbastering kunnen zijn van broek, wat moeras betekent.
Bijnaam, scheldnaam of spotnaam van de Breeënaar: kwaartjeslimmers, langoren, stoepluipers. Breeënaars hebben twee bijnamen waarvan de eerste te maken heeft met een belangrijke voetbalwedstrijd die ze leverden tegen de buren uit Meeuwen. Die vonden er niet beter op dan het inkomgeld met kwartjes (25 centiemen van de Belgische frank) te betalen. Een stoepluipers is iemand die graag door de straten paradeert.
De Kempensegemeente Leopoldsburg wordt in de omgeving ook wel 't Kamp genoemd vanwege de militaire kazerne op het grondgebied.
Leopoldsburgs dialect Ook wel 't Kamps' genoemd
Wat de streektaal betreft is Leopoldsburg een geval apart. De bevolking is immers afkomstig uit het hele land, want (beroeps-)militairen werden door het leger naar "het kamp" gestuurd. De onderlinge voertaal was dan bijna vanzelfsprekend het algemeen Nederlands. Toch hebben de inwoners die geen militair zijn hun eigen kampse dialect. Ooit sprak men in Leopoldsburg een Limburgs dialect, namelijk Beverloos. Het laatste Limburgs in Leopoldsburg verdween ergens tussen 1907 (het verschijnen van de studie van J. Schrijnen over het verloop van de Uerdingerlijn) en de jaren '50 van vorige eeuw (het optekenen van de R.N.D. enquête). Toen de studie van J. Schrijnen in 1907 verscheen was de autochtone bevolking zeker al een minderheid (dus ook zij die het oorspronkelijk dialect spraken). Wat nu doorgaat voor dialect van Leopoldsburg rekent men tot de Noorderkempense dialectgroep van het Brabants (Antwerpse dialecten behoren ook tot het Brabants).