Oude vormen van de gemeentenaam: Nath (1112, 1268), Le Natte (1253, 1268in het Picardisch, schrijftaal te Nijvel), Ternath (1435). De toponiem vertelt wel iets over de ontstaansgeschiedenis: een bewoningskern op vochtige bodem of "ter natte". De naam Ternat wordt vaak geassocieerd met de betekenis nat of vochtig, maar dit is wel wat eenvoudig. Een andere betekenisverklaring zou kunnen zijn : naad of grens van een wereldlijk of geestelijk domein in de Brabantgouw. Maar eerder moet men ernstig rekening houden met een oorsprong in het Romaans, het Keltisch of een verdwenen prehistorische taal. Scheld of Spotnaam van Ternat: kalen, zomerheren, Stom Loummek, zot Wammek, kaal Ternat, 3 parochies van den hond zijn gat. >Kaart van gemeente Ternat (www.google.be/maps) > Diverse informatie aangaande gemeente Ternat (wikipedia.org)
De leukste zegswijzen - Dei eeje man es mui ne pauipeplèkker (Haar man is voor niets goed) - A es't er mee opgezètj as nen ond mee zèn vloeën (Hij is al met een kleinigheid tevreden) - Dei klaun es vrieet andgedieëreg (Dat kind kan nergens afblijven) - Daune kost nogal lampettn ! (Die kan ferm zuipen) - K ben er nie skeeteg op oem ’t elpen (Ik ben er niet op gesteld om hem te helpen) - Da mensj begost dee te terrn (Die vrouw begint te dementeren) - A es dui mee zè gat in de beutter gevalln (Hij is daar goed terecht gekomen) - Da skuip kan ooit en fles uiver eetn ( De sukkel is graatmager) - Nen eezel zwitj va skauitn (Lui zweet is rap gereed) - Verniet gonj de konauinn nui de raur (Ik doe niets gratis)
De vroegste vermeldingen van de plaatsnaam Affligem zijn Afnegen (1096), Haffligeniensis (1100), Haflengeint (1105) en Affligiensis (1112)). De naam Affligem in haar huidige vorm komt voor het eerst voor in 1130. Hij komt voort uit het Germaanse *Abulingahaim, dat op zijn beurt is opgebouwd uit de persoonsnaam Abulo- (of Avilo-), het verzamelsuffix -inga en het het woord haim-az "huis, nederzetting". De naam van de gemeente betekent dus letterlijk "woonplaats van de mensen/stam van Abulo/Avilo". De gemeente wordt afhankelijk van de bron gerekend tot de streek Brabantse Koutersof het Pajottenland. Bijnaam van gemeente Affligem: De zotten. Daar zijn meerdere verklaringen voor. Volgens sommigen staat zot voor leuk en plezant.. Het feit dat er vroeger vanop de preekstoel gepreekt werd om a.u.b. uw velo eens te pakken en een lief te gaan zoeken in een andere parochie kan misschien ook een uitleg zijn. >Kaart van gemeente Affligem (www.google.be/maps) >Algemene informatie aangaande Affligem (wikipedia.org)
Het toponiemHalle is afkomstig van het Germaansewoord halha met de betekenis bocht in het hoogland. De oudst geschreven bron over het dorp dateert uit 1152 en vermeldt de naam Hallensis. In het Fransheet het stadje Hal, in vroegere tijden waren de toponiemen Halen, Hau en Hault (op het retabel van Jehan Mone in de Sint-Martinusbasiliek) in gebruik. In het boek van de Spaanse schrijver Alonso VásquezLos sucesos de Flandes y Francia, del tiempo de Alejandro Farnese uit 1614werd de stad Halla en Hao genoemd. In het Italiaans ten slotte heette Halle Hala. De inwoners van het Halle van vóór de fusie worden: "Vaantjesboeren" genoemd "boer" wordt hier gebruikt in de betekenis van "verkoper" of "venter", zoals bij "melkboer" of "patattenboer"; "vaantje" verwijst naar vlaggetjes waarop de zwarte madonna al dan niet met kanonballen staat afgebeeld. Zo'n vlaggetje werd tijdens processies of als bewijs van het afleggen van een bedevaart naar Halle verkocht. Vermelde bijnaam is niet van toepassing op de inwoners van het Halse gehucht Essenbeek die "Zavelkoppen" genoemd worden. >Diverse informatie aangaande stad Halle (blog vlaanderen)
Meise ontstond rond het kasteel Ter Meysse dat na de Tweede Wereldoorlog werd afgebroken. Het toenmalig dorp was in de perioden 1132Meyse en 1170Menza.
De plaatsnaam komt voor het eerst voor in de stichtingsakte van de abdij van Dieleghemin 1086 als Vulvrethem. Volgens sommigen gaat de benaming terug tot in de 4e of 5de eeuw na Christus, toen ook de plaats is ontstaan. Het deel Wolvert is afgeleid van de Germaanse persoonsnaam Wolfarten het deeltje em is afgeleid van heem, een veelvoorkomend toponiem dat "woonst van" betekent. Wolvertem betekent dus "woonst van (de familie van) Wolfart". Een andere, mythische, verklaring voor de naam is de verklaring dat Wolvertem betekent plaats waar de wolven woonden. Deze verklaring maakt deel uit van de Wolvertemse folklore. >Diverse informatie aangaande deelgemeente Wolvertem (wikipedia.org)
Vilvoorde ontstond op de plaats waar de Romeinse heirbaan van Assenaar Elewijt de Zenne kruiste. Hiervoor bestond er waarschijnlijk ook al een Nervische nederzetting op deze plaats, waar de Zenne gemakkelijk doorwaadbaarwas. De plaats, villa aan de voorde, wat als "villa aan de doorwaadplaats" begrepen kan worden, gaf stad Vilvoorde haar naam. De stad wordt gerekend tot de streek Brabantse Kouters. Bron: website stad Vilvoorde en wikipedia.org Bijnaam of spotnaam: Vilvoordenaars noemt men pjeierefretters. (paardenvreters) omdat paardenbiefstuk een Vilvoordse specialiteit is. >Diverse informatie aangaande stad Vilvoorde (blog vlaanderen)
Wisselwerking tussen r en l in verschillende Zuid-Brabantse dialecten - In woorden met –tel op het einde van een lettergreep en –r(s) op het einde van de voorgaande lettergreep verdwijnt de r. B.v. wortel -> weuttel, spartelen -> spettele, borstel -> beustel, worstelen -> weustele. - Indien er tussen de –r en de –el een p of een v staat (of soms ook met nog een andere medeklinker) is er plaatsverandering van r en l. B.v. dorpel -> deulper, kervel -> kelver. Soms: orgel -> eulger. Plaatsverwisseling van letters in een woord kan ook tussen andere letters dan tussen r en l. B.v. praline -> pernil (r gewisseld met klinker en l gewisseld met n). - Op het einde van een woord wordt –el omgevormd tot –er indien er nog een l voorafgaat. B.v. sleutel -> sluiter, lepel -> leiper, vlegel -> vleger, vleugel -> vluiger. In een zeldzaam geval moet er zelfs geen l voorafgaan. B.v. bengel -> binger. - Het omgekeerde kan zich ook voordoen. De eind-r wordt soms vervangen door een l. B.v. schorseneer -> schorseneil, jenever -> jenèvel. - In de deelgemeente Bertem wordt de begin-l van “liberaal” vervangen door een r: “riberool”. Dit lijkt wel een unicum. Vervanging van een dubbele d door een dubbele r Opvallend in de deelgemeente Bertem is het vervangen van dd door rr. B.v. schudden -> schurre, wedden -> weurre. Of in twee stappen: heb je -> édde -> érre, doe je -> dudde -> durre, ben je -> zèdde -> zèrre, ga je -> goëdde -> goërre, sta je -> steudde -> steurre. Maar Bertem staat hier niet alleen. In het Pajottenlands is het verschijnsel nog veel meer uitgesproken. B.v. schudden -> schirren, kudde -> kirre, middel -> mirrel, midden -> mirren. Of in twee stappen: bed -> bedde -> berre, pad -> padde -> parre, klod -> klodde -> klorre, vod -> vodde -> vorre, wat -> wadde -> warre, dat -> dadde -> darre. Bron: >http://korbeek-dijle.blogspot.be/ brabantse-dialecten >Vlaams-Brabant dialect (info op deze site)
Leefdaal Deelgemeente van Bertem. Uitspraak van Leefdaal: Leidel.
Wapenschild van gemeente Leefdaal.
De naam 'Leefdaal' is te herleiden tot twee Keltischedeelwoorden. Het eerste deel, 'Leef' komt van de oude naam van de rivier deVoer, de Laban. Daal is dan weer te herleiden tot vallei. De naam kan dus verklaard worden als vallei van de Voer. > Leefdaal (https://nl.wikipedia.org/wiki/Leefdaal)
De naam zou van Gallisch-Keltischeoorsprong zijn, met name van Ho-lar wat hoog gelegen open plaats in het bos betekent. De oude spelling is "Hoeylaert". Hoeilaart noemt men ook wel eens ‘het glazen dorp’ vanwege de grootschalige teelt van druiven die er tot in de tweede helft van de twintigste eeuw in verwarmde serres gedaan werd. Inwoners van de gemeente worden Hoeilanders genoemd. Scheld of spotnaam van Hoeilaart: doenders, kolenbrander, eieruiper, spekdief, stoefers. > Kaart van gemeente Hoeilaart (www.google.be/maps) > Diverse informatie aangaande gemeente Hoeilaart (wikipedia.org)
Het is de naam voor het Brabantsedialectdat men vanouds in Brussel spreekt. Sedert de late achttiende eeuw werd het geleidelijk aan vervangen door het Frans, en na de Tweede Wereldoorlog in geringere mate ook door het Algemeen Nederlands, waardoor nu nog slechts een klein deel der Brusselse bevolking deze taal spreekt. Thans staat de "platte" volkstaal van weleer echter in hoog aanzien en maakt het een revival door.
De term Brussels slaat in correct gebruik eigenlijk alleen op de taal van Brussel-Centrum, maar vaak wordt ermee verwezen naar alle dialecten uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Men geve zich er rekenschap van dat in de voorsteden van Brussel (inclusief Laken,Neder-Over-Heembeeken Haren, die deel uitmaken van de gemeente Brussel) andere dialecten worden gesproken, die soms zeer duidelijk van het Stad-Brussels afwijken. Hieronder zal op die verschillen worden ingegaan; wanneer er van Brussels sprake is wordt steeds het dialect van de binnenstad bedoeld. >Lees meer op www.wikipedia.org Taaleigen Onaangekondigde overgang van de ene taal in de andere Ei kreig va zainen adversaire ne coup d'tête in zain moegt.(Hij kreeg van zijn tegenstander een kopstoot in zijn maag.) Ei aa gienen débouchonneur.(Hij had geen ontstopper.) Il est kroemmeneil zat.(Hij is stomdronken). K'em a carrément de woeraait gezeit.(Ik heb je vierkant de waarheid gezegd.) De quinze ei gedérailleid on den aiguillage van den Avenue Louise.(De vijftien is ontspoord aan de wissel van de Louizalaan.) C’est une onnuzel treis. ('t Is een dwaze trien.) Ge zai nen imbécile.(Je bent een dwaas.) Il sort manger avec sa mokke.(Hij gaat uit eten met zijn liefje.) Tu deviens peike, tu sais, kameroet.(Je wordt een oud ventje, hoor maat!) Tu es un dikken broebeleir.(Je bent een grote blaaskaak.)
Specifieke woordenschat(vooral scheldwoorden) ne pei, e peike:een (oudere) man en mei, e meike:een (oudere) vrouw ne pottepei:iemand die graag een biertje lust (niet zo erg als drankorgel) ne labbekak:iemand die eerder flauw, vreesachtig van aard is caliche:zoethout calichezap: eig. sap van zoethout, d.i. een minderwaardige drank (vb. koffie) die niet lekker smaakt zievere:schertsen (het niet ernstig menen) > Da's giene ziever!(Dit is geen lachertje.) e mokke:een liefje (mokkel), vandaar een aardig meisje daštere (> nen daštereir):knoeien of treuzelen ne fafoel:iemand die houdt van snoeven, hovaardige kažoebere(> ne kažoebereir):in vuilnisbakken scharrelen
Rijke variatie aan scheldwoorden skieve lavabo, skieve archetec (onbekwaam architect), amelaiken dojker (heimelijke duiker, gluiperd), tallurelekker van ’t gasthois(bordenlikker van het ziekenhuis).
Franse stam + Vlaams suffix of omgekeerd fils-ke:jongen débouchonn-eiren:ontstoppen (vb. Ei aa gienen débouchonneur vi da fleske te débouchonneire) ne zwanz-eur:een lolbroek
Letterlijke vertaling van een Nederlandse uitdrukking naar het Frans (zelden omgekeerd), waardoor groteske fouten ontstaan: J’espère que ça va pas continuer à rester durer.(Ik hoop dat het niet gaat blijven duren.) Je fais faire mes grosses courses, hein motje. T’as rien besoin?(Ik ga mijn wekelijkse inkopen doen, hoor meisje. Heb je niets nodig?) Il a une pièce dans ses bottes.(Hij heeft een stuk in zijn laarzen). d.i. Hij is stomdronken) Arrive une fois, filske!(Kom 'ns, jongen!)
Op basis van dit laatste worden bij wijze van grap wel eens fictieve zinnen bedacht, zoals: Nous sommes chemin.(We zijn weg)
Het Zeeuws is een samenvattende benaming voor een samenhangende groep dialecten in het zuidwesten van Nederland, met name in de provincie Zeeland. De naam Zeeuws is al oud: het woord stamt uit de Middeleeuwen en is zélf een zuidwestelijk dialectwoord. In de talige betekenis treft men het ook al vroeg aan. Een door promotors van het Zeeuws vaak aangehaald citaat van Jacob van Maerlant(uit zijn heiligenleven van Sint-Franciscus) luidt: Men moet om de rime te souken Misselike tonghe [verscheidene talen] in bouken: Duuts, Diets, Brabants, Vlaemsch, Zeeus; Walsch, Latijn, Griex ende Hebreeus
Ze schounk een lytje bier in d'oude ronde komme In de plekke van melk om zedder te kun bakken Miek er twee op e keer voor nuuze gulzig monden En se kunde ze draeien ze was daerom nie dom!
Mee bruune potsuiker m'aet toen vele te vele Die suiker kwaam assan van djuuste over de schreve Beter en gekopper in velo op de dreve Zon'er kommyzekotche geen rysche of nie vele.
Op vasten Dyssendag en 'n dag van Lichtemesse 't Was 't eten van 's navers mee kaffie of mee bier Karnaval overtyd was een groote feeste hier In Duunkerke en Belle nog assan kerremesse!