Antwerpen Stad Antwerps Staddialect (deel 1)


Antwerpen Stad
Het toponiem "Antwerpen" wordt etymologisch en archeologisch wel verklaard uit de naam die gegeven werd aan de plaats van de eerste nederzetting bij de 'anda verpa', wat Germaans is voor 'aangeworpen gronden', in een bocht van de rivier. Een werf is dan hetzelfde als het Friese woord terp.
Volgens de classicus Alfred Michiels is Antwerpen oorspronkelijk een Keltische naam. In de Vita Eligii uit de 7de eeuw staat Andouerpis als oudste naam voor de wijde regio rond de huidige stad. De naam Antwerpen zou Zij die aan beide oevers wonen betekenen.
Scheld of spotnaam van Antwerpen: sinjoren.
> Diverse informatie aangaande stad Antwerpen (blog vlaanderen)
Antwerps/Antwaarps staddialect (deel 1)
Antwerps is de variant van het Nederlands, zoals dat in Antwerpen gesproken wordt.
Het is een vorm van het Brabants maar het echte Antwerps is een typisch stadsdialect, dat duidelijk te onderscheiden is van de dialecten van het omliggende gebied.
Het Antwerps is als taal niet te onderscheiden van het Nederlands (een Wikipedia in het Antwerps zou wellicht weinig zin hebben).
Wel is de Antwerpse uitspraak gekenmerkt door een systematische klankverschuiving ten opzichte van het algemeen Nederlands.
Pogingen om het Antwerps een min of meer fonetische schrijfwijze of minstens een aparte spelling te geven, zijn tot nu toe niet echt geslaagd. Een woord als Waterloo klinkt in het Antwerps ongeveer als in het Engels, maar dat is - evenmin als voor het Engels - een voldoende reden om "Waoterloê" of iets dergelijks te gaan schrijven.
> Lees meer op www.wikipedia.org
De Antwerpenaren beweren dat hun dialect de kortste taal is
Enkele voorbeelden:
- dit behoort tot de mogelijkheden: da kan
- hieromtrent kunnen wij u geen enkele zekerheid bieden: ge wet noeit nie.
- zou u dat eens willen herhalen?: Watte ?
- zulks ben ik niet van plan: denket nie.
- ligt dat in de lijn der verwachtingen?: zou da ?
- dit wordt door mij als bijzonder spijtig ervaren: das sunde.
- hetgeen u mij vertelt, verbaast mij ten zeerste: wa zeidde na ?
> Zin herleid tot 1 woord in het Antwerps dialect (tekstafbeelding)
Spelalfabet van de Sinjoor
- alstublieft, a.u.b: astemblief
- volle laag: bakkesvol
- rare kwast: charelewieter
- dat is zeker, bevestigen: daszeker
- eens nadenken: efkesdenke
- formidabel: formidastisch
- jij wel: gijwelgij
- is er iets: heddewa
- ik niet: ikkeni
- mens toch: joengejoengejoenge
- amaai: kustnamnoor
- laat maar: lotmor
- met iedereen: meallechineze
- nergens: niveraans
- ocharm toch: ochgodochgod
- nochtans: pertang
- larie, onwaar: quatch
- vlug zijn: rapzen
- champagne: sjampan
- namelijk: tistezegge
- nu is het aan jou om te praten: umeugtgijzegge
- natuurlijk, vanzelfsprekend, zo is dat: Vanneigens
- weet je wat: wettewa
- ik zou het niet weten: xouetniwete
- dus: ygenlijkfeitelijk
- grappenmaker: zwaanzer
- penis: charel
Woorden in Antwaarps dialect
A
aansteker: nen allumeur ; als ik dronken ben: azek zat zen ; aub: astemblief ; als het zo is, is het in orde: ast zoe zit ist in orde ; als hij er aan denk moet het gebeuren: da komt oep als kaawe kak ; arme sloor, meisje met streken en/of kattekwaad, vagina: masjoefel ; amaai: Jaawadde ; apparaat om soepgroeten / aardappelen tot puree te pletten: ne passevite ;
B
bij het nekvel nemen: bè oewe schabbernak pakke ; borsten en billen: beursten en bille ; blijf op het voetpad: blefdoep de lantoer ; boterhammen: bokes ; bangerik: broekscheiter ; bangerik: nen broekschijter ; benzine: naft ; binnenplaats of het toilet: de koer ; boodschappen doen: komisjes gon doeng ; bocht: ne koerp ; doen alsof: konsjuus ; beperkte hoeveelheid kleding wassen met de hand: Handwaske ; bangerik: scheitbroek ; babbelen: sjààwele ; babbeltje slaan: sjààweltje doen ;
C
centrale zekering: de plon general ;
D
de Haven, de dok : den basseng ; hij zegt het ook: a zeiget oemmes oek ;
E
een overjas: nen anorak ; erwtjes en worteltjes: artches en peekes ; een slabbetje: een bavet ; dikke nek: bloaskoak ; door kruiperijen in gunst van de werkgever trachten te komen: nen boazepoepper ; de bloemetjes buiten zetten, pintelieren: oep de lappe gôan ; dik deken: peirdeseuzze ; das: ne plastron ; deksel: e scheel ; deurlijst : sjambrangs ; deugniet: spitsvil ; diepe borden: diepe talloere ; een "air" hebben: Sannestreken ; echtgenote (partner): die vanongs ; electriciteit: ellentrik ; enkels: knoessels ; flauwe praat: kul in pakskes ;
F
flauwe kul: ziever in pakskes ;
G
gevangenis: de barrebitjes ; gordijn(en): (een) draperie(s) ; geruit hemd: e karowen'em ; geheugen: memaure ; glijbaan: ne rijzaf ; gemeenschap hebben: rààmpetààmpen ; goede dag, tot ziens: shallommekes ; gemotoriseerde politie: de zwontjes ;
H
havenarbeider dokwerker: a werekt on den basseng ; hij moet grote boodschap doen: a mut kakka gon doeng ; hij laat niets terzijde: a schaard alles mee ; diamantbewerker: a warekt ont'stientje ; hij was dronken: a was werral goe petrol ; hij deugd voor niets: da blet, da schet, da fret en da zekt ; het is niet waar hé: das ni woareij ; het is allemaal niet waar: daz ammel flawekul ; het zal niet waar zijn: da ziede vanier ; het Schipperskwartier: daz ier den oerekottee ; hesp: heps ; hand aan uzelf zetten: mè mieke veust vraaie ; hark: raaif ; hij is dronken: poeppe me ne slappe ; hoe kan dat nu: oe kan da na ; hoe sta je daar nu te kijken: oe stodder na te gape ; hulp-agent: ne smurf ; het is mislukt: tis noar de koffe ; hutsepot met boulie: stoemppot met draad ; hoge hoed: een stoofbuis ; homofiel persoon: strongtsopper ;
I
is zenuwachtig: a sto zoe zot gelàk een achterdeur ; ik heb honger: menen beer grolt ; iemand die het strand/vuilbakken af zoekt; kwajongen: bitskoemer ; iemand die iets verdoezelt: ne foefelèr ; ik ben goed geluimt: kzenner geire baai ; ik ben met pensioen: kzen oep pensioeng ; ik ben het moe: kzent zoe muug as kaa pap ; Ijsroomwagentje: krijmeglaskarreke ;
J
jas: frak ; jeuk : Joeksel ; jullie beurt: tis on olle ;
K
kaars: bougie ; kuiten: bruien ; kermis: de (singse) foer ; knikker: ne màrrebol / ne ket ; kruis of munt: kop of let ; kroost: de keuteljacht ; klein hondje: kuttelakkerke ; kinderwagen: een pousette ; klein kind: ne petotter, ne pagadder ; koffieservies: jatten en talloere ; kauwgom: tutterfrut ; kabinet v/d burgemeester: 'tschoên verdiep ; kalende man: Iene mé een vliesklak ; kopjes en borden: zjatten en talloere ;
L
leugenaar: beuzelèr ; laat zijn vrouw met rust: bleft van za waif ; lijkwagen: ne colbejààr (kolbiljar) ; liesstreek : Iekenisse ; lekke band: platten tuub ; Luierik: lood in't schoentje? ;
M
mislukkeling: nen eecheck ; met mes en vork eten: et a pataate me oe mes en verket ; mosselen: foefkes oât de zee ; moto: motocyclette ; masker: moembakkes ; mooie vrouw: gêve trut ; motorkap of condoom: ne kapoot ; morsen (vloeistoffen): klassen ; mensen naar de mond praten: kazakkendrôajer ; met iedereen maar niet met mij: (me alle chineze mor) ni me den deze ; mij niet voor de gek houden: na ni zwaanzeneej ; morsen met eten: smossen ; moeial: nen tantefer ;
N
nacht of toiletstoel: ne kakkedoren ; niet met mij: ni me majee ; mij niet gezien: noegabolle ; nochthans: pertang ; niet om te eten (slecht): tis ni oem te freite ;
O
overloop: den allee ; opwinding: van altereuze ; onnozelaar: flauwe plezaante ; onderjurk: ne kommenisôan ; opscheppen: hoeg van den tore bloaze ; op café gaan: nortstammeneegon ; overjas: ne palto, ne pardessuu ; onnozelaar: onnoezel manneke ; onmiddellijk: oep nen ik en ne gij ;
P
pakje frieten: e pakske frut ; prutsen, aan iets frunikken: moojsen ; pyjama: ne pisjema ; peingnoir: noakefrak ; prei: parrei ; plastieken tafelkleed: nen twalseree ; politie: de sosse ; paljas/niksnut: Janmenklooten ;
Q
R
rolluiken: blaffetuur of blôakes ; raak me niet aan: bleft van ma laaif ; rare kerel: nen apsjaar ; rare gast : kwistenbiebel ; ruzak (met eten): schoofzak ; ruitjeshemd: eukarowenem ;
S
snoepjes: bollekes ; slecht uitziend persoon: nen buiteslôaper ; slag op uw gezicht: mot oep a gezicht ; speels vechten: fikfakken ; speeksel: moederkeszalf ; politieagent: ne klabbak ; schaduw: loemmerte ; staande lamp: ne lààmpadeir ; snel afhandelen: mokt er keutte mette mee ; stoofvlees: (stoof)karmenijen ; straatstenen: kinderkoppen, kasseien ; schommel: nen touwter ; slipjas: ne pittelèr ; stopcontact: pries ; stuk, kapot: nor de zjenoe ; stekker (vr): e peirdenolleke ; slijk: platte meutte ; station: de stôase ; stoofvlees: stôafkarmenaajen ; schroevendraaier: een turnavies ; slurpen: zjoeberen ; stukmaken: verennewere ;
T
treuzelaar: destergat ; tussenverdieping: entresolleke ; 't is alles voor niets: ne scheet in een fles ; televisie: de piepkas ; 't is alles voor niets: scheet in een fles ; treuzelen: semmelen ; trambestuurder: ne watman ; terwijl: swengst ; tapijtenverkoper: Tjoek-Tjoek ;
U
uw moeder - verwijzing naar een oude, zagenkunnende, vrouw: aa moeder ; urinoir: pissijn ; uitpluizer: pezewever ;
V
vagina: jenoffel ; veel geluk hebben: hoeresjoanse ; vrouw met kuren: loetewaaf ; vrouw met dikke boezem: ne kommisveur ; voddenkar: ne neurzel ; vensterbank: de raaichel ; vader: ongzen aawe ; ventieltje: soepap ; verwarming: de sjofààsj ; vergiet: trizee ; vies ventje: voale pitoe ; verkreukt: verfroemeld ; verwijfd persoon: straandzjannet ;
W
wat zegt hij nu weer: a zei weris wa ; wassen, opfrissen: kgon men aaige wasse ; wat is dat nu voor iets: oep wa trektana ;
X
Y
Z
Zageman: Wasdanawer voer ne lullemathijs ("lullematoas") zekering: ne plon ; zoals: in de zjaar van ; zwijg: oud a bakkes, oud awe smoel toe ;
Gemeenten op zijn Antwaarps
- Berchem: Baarechoem
Wijk, straat, plaats & pleinnamen
- Astridplein: Tastritplaain
- De Groenplaats: de Greungpleuts
- "De" Limburg: Limbabwe
- Gerechtshof van Antwerpen: Den oemgekiejrden biljààr
- Het Schipperskwartier: den oerekottee
- Lange Stuivenbergstraat: ‘tschoolplak
- Rooseveltplaats: Geuzenhofkes
- Sint Jansplein: ’t Chingchangsplein
- Verbindingsbrug tussen Merksem en Deurne: brug van den azijn
- Vrijdag-markt: de fraaidagsmart
- Wijk aan het Kiel: de zwontjes
- Wijk Leugenberg (Ekeren: De Leugenbàààreg
Vakantiebestemmingen voor Antwerpenaren
- Wijnegem: Peuchemies
- Turnhout: Bois de Gymnastik
- Nergens: Nieveraans
- Sint Anna-strand: De Plage
- Noordkasteel: Castella del Norte
Vloeken in het Antwaarps
- Godjumenas
- Godverdoemme
- Miljaardené
- Verdoemmené
Vogels en dieren
- Vlaamse gaai: ne rotzàk
- ekster: stokintgat
> Antwerps woordenboek (www.antwerps.be)
> Antwerps dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Antwerps)
> Test uzelf in Antwerps dialect (http://users.skynet.be/gvg/atestuzelf.htm)
> Dialect Antwerpen (http://users.skynet.be/gvg/antwerpen.htm)
> De Strangers - Website van de muziekgroep (www.destrangers.org)
> De Strangers – Antwerpse muziekgroep (www.wikipedia.org)
Antwerps/Antwaarps dialect deel 2
∇

























