Naar de inhoud

Vlaamse dialecten

seniorennet.beseniorennet.be

Nederlandstalige dialecten

 < De hoofdpunten van deze site vind je aan de linkerkant!

 Klik op onderstaande buttons voor dialect per Provincie of Gewest 
 ∇
mijn prentje

mijn prentje


mijn prentje


mijn prentje


mijn prentje


mijn prentje

mijn prentje


mijn prentje


mijn prentje


mijn prentje

P57-005b37df763ad60e8d8bbf923e32b7c6.jpg

 37162.jpg

mijn prentje

mijn prentje

mijn prentje

mijn prentje

mijn prentje

mijn prentje
 ^ Je bevind zich nu hier ^
mijn prentje

 mijn prentje
 


Senioren site

mijn prentje

mijn prentje


mijn prentje


 mijn prentje 

 ^ Wekelijks nieuwe evenementen Informatie! ^

Lebbeke - Lebbeeks dialect

 

 

      Lebbeke

 

 

 

 

Betekenis van de naam Lebbeke: lede (van hlitha): helling beek.
Vroegere namen van gemeente Lebbeke: Lietbeka 1003 Lebecca 1197 Liebeke 1280.  

Scheld of spotnamen ven Lebbeke: voddemannen, vodderapers .  
> Diverse informatie aangaande gemeente Lebbeke (blog vlaanderen)   

 
 Lebbeeks dialect

Het dialect van de Lebbekenaren begrijpen is niet altijd vanzelfsprekend, een buitenstaander begrijpt niet altijd wat ze bedoelen.
> Lebbeeks dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)   
> Lied in het Lebbeeks dialect (http://stanzamuziek.be)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   



 

In dit filmpje maakt u kennis met het Lebbeekse dialect. De betrokken partijen praten over een nieuw soort kookpotten, waar je blijkbaar heel wat mee kan doen... geniet van dit natuurlijk in de gloria-tafereel.



> Lebbeke (www.youtube.com)   
> Gemeente Lebbeke in beeld (www.google.com)   


          Denderleeuw    
.

175528.jpg

Denderleeuw ligt langs de rivier de Dender.
In de 11e eeuw veroverde de graaf van Vlaanderen heel Brabant tussen de Schelde en de Dender, vandaar de naam Denderleeuw.
Bijnaam, spotnaam of scheldnaam: scheepstrekkers.
> Diverse informatie aangaande gemeente Denderleeuw (blog vlaanderen)   


Denderleeuws dialect

Niet Denderleeuwenaars ervaren het Denderleeuws als een 'plat' maar toch ook mooi dialect. Dialect dat taalkundig tot het Brabants (en niet het Oost-Vlaams) behoort.
> Denderleeuws dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   



138843.jpg


Klik op de afbeelding om te vergroten.
> Denderleeuw in beeld (www.google.com)   
> Denderleeuw (www.youtube.com)   

175523.png

> Scheldeland (http://nl.wikipedia.org)  

            

 107273.jpg 

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  

button

" border="0" />

> Scheldeland (http://nl.wikipedia.org)  

             

 107273.jpg 

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  


button

 

Hamme - Hams dialect Moerzeke - Moes dialect



     

      Hamme

 

 

 

De naam van de plaats zou afkomstig zijn van "ham", een gebied dat steeds op het water werd herwonnen. De vroegere benaming was Ham in Wasia 863. 
Spotnamen van Hamme: wuiten, (= vogel) winten (= roetaard).
> Algemene informatie aangaande gemeente Hamme (blog vlaanderen)   

Hams dialect

Het dialect van Hamme wordt Hams genoemd.
> Hamme – Hams dialect (www.mijnwoordenboek.nl)  
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   

   

> Hamme (www.youtube.com)   
> Gemeente Hamme in beeld (www.google.com)   


Moerzeke
Deelgemeente van Hamme

175531.jpg

Vroegere benaming van Moerzeke was Murceka 1088.
Scheld of Spotnaam van Moerzeke: Pruimen.
> Diverse informatie aangaande Moerzeke (wikipedia.org)  


 Moes dialect

In het plaatselijke dialect spreekt men niet van Moerzeke maar van "Moes" (/muːs/, uitgesproken met een lange "oe" zoals in boer, geen korte "oe" zoals in appelmoes).
Een inwoner noemt men Moeseneier.
> Moes dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Moes)  
> Moes dialect (https://do69.wordpress.com/moes-dialect)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   



>
Moerzeke (www.youtube.com)   
> Moerzeke in beeld (www.google.com)  

175523.png

> Scheldeland (http://nl.wikipedia.org)  

 
 
107273.jpg  

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  

button

Buggenhout - Buggenhouts dialect

 

 

     Buggenhout

 

 

 

 

De naam Buggenhout komt voort uit de naam Buckenholt, deze komt ongetwijfeld voort van het Oudsaksisch Boka (=beuk) en HOLT (=hout, bos). Buggenhout ontleende zo zijn naam aan het groot aantal beukenbomen die er een bos vormden.
Bron: www.buggenhout.be    
Scheld of spotnamen van Buggenhout: Bosuilen,  Boskrabbers   
> Kaart van Buggenhout (www.google.be/maps)   
> Diverse informatie aangaande gemeente Buggenhout (wikipedia.org)   


Buggenhouts dialect

Buggehouts dialect wordt plaatselijk Biggenaats uitgesproken.
> Buggenhouts dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)   
> Buggenhouts woord van de dag (www.facebook.com/Biggenaats)   
> Buggenhoutse dialectgedichten (www.terpalen.be/buggengroet.htm)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   




> Buggenhout (www.youtube.com)    
> Gemeente Buggenhout in beeld (www.google.com)   

175523.png

> Scheldeland (http://nl.wikipedia.org)  

 Buggenhout behoort bij de Denderstreek en het Land van Dendermonde.

 
107273.jpg  

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  


button

Zele - Zeels dialect


  
               

      Zele

 




De naam Zele moet waarschijnlijk worden opgevat als ‘grote zaal in een gebouw van een vorstelijk of adellijk domein'. Misschien was Zele oorspronkelijk een Karolingische fiscus of kroondomein.
 
Scheld of Spotnaam van Zele: kloddezak.
> Diverse informatie aangaande gemeente Zele (blog vlaanderen)   

Zeels dialect 

Het dialect van Zele wordt Zeels of Zils genoemd.
> Het origineel Zeels dialect (http://users.skynet.be/dial)   
> Nederlands naar Zils vertalen (www.azueawa.be)  
> Zeels dialect (www.mijnwoordenboek.nl)  
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   

175532.jpg
> Zele (www.youtube.com)   
> Gemeente Zele in beeld (www.google.com)   

 175523.png

> Scheldeland (http://nl.wikipedia.org)   

 107273.jpg  

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  

button

Aalst - Oilsjters dialect Moorsel - Moorsels dialect Niuwerkerken - Nieuwerkeks dialect

                                                                                   
          
          

      Aalst

 

 


Aalst wordt plaatselijk Oilsjt uitgesproken.
Middeleeuwse benaming Alostum 411.
Aalst is een zeer oude localiteit. De tot hiertoe vroegst teruggevonden naam van de stad is te lezen in de kronieken van de Abdij van Lobbes van het jaar 866 .

De herkomst van de naam blijft duister, fantasieverklaringen over de naam zijn voldoende in omloop:
1. AELST is de samentrekking van alt en stede, van oud oord dus.

2. De originele naam zou ALOSTUM zijn. Samengesteld uit al-ost, wat zou moeten betekenen dat de plaats helemaal in het oosten van Vlaanderen lag. In vroegere tijden lag AALST echter in Brabant.
3. AELST is de samentrekking van AELSTE of AELSTEDE, de woonplaats van Ale of Alex.
4. ALLODIUM: adellust.
5. ALHUSTA: heidens heiligdom.
6. AALST is afkomstig van het Keltische ost waarmee bedoeld wordt: "plaats aan het water". Daarmee zou de naam van de stad dezelfde herkomst hebben als de andere plaatsen met de naam AALST, zoals Aalst bij Sint-Truiden, Aalst bij Eindhoven, Aalst aan de Maas en Gelderland.
7. ALUSOTH: elzenbosje.
Bron: 
home.scarlet.be/~ir001380/www/naam.htm  en  www.wikipedia.org   
Spotnamen van Aalst: ajuinen, de draaiers, voile janetten.
> Aalsterse legenden (www.figy.be/legenden)   
> Diversie informatie aangaande de stad Aalst (blog vlaanderen)   

Aalsters dialect

Het dialect van Aalst wordt plaatselijk Oilstersj genoemd.
Het Aalsters behoort, net als bijvoorbeeld het Opwijks, het Asses en het Ternats, tot de groep van de Brabantse dialecten. Het Aalsters behoort tot het Zuid-Brabants, in het bijzonder tot het Kleinbrabants. Aalsters is een stadsdialect: in de omringende gemeenten (ook de deelgemeenten van de fusiegemeente Aalst) spreekt men verwante, doch anders klinkende dialecten, die vooral in het westen meer naar het Oost-Vlaams dan naar het Brabants neigen.
Bron: www.wikipedia.org   

De mooiste woorden in Oilsjters dialect
vlinder: ne pemel.
het onze vader bidden:.ne vedrons.  

Woorden in Oilsjters dialect

aalsters: oilstersj ; aardbei: errebees ;
bloedworst: Zwerten trip ;
emmer:
iemer, auker ;
ijsje: cremken;
kikker: poit ; kruiwagen: kerrewoaugen ;
meikever:
moiljer ;
regenworm: teerlink ;
schort: vesschoeit (klemtoon op laatste lettergreep) ; schommel: bais ;
taartje: toort ; taal: tool ; toilet: wc ;
vlinder:
pemel ; Verschrikkelijk, niet te beschrijven: graalek (kan zowel positief als negatief geïnterpreteerd worden bv. een mooi grietje (meisje): graalek schoein moksken ; iemand die een slag op het hoofd gekregen heefd (bij manier van spreken): graalekke zot ; op zijn geldbeugel zitten (gierig zijn): graalek pinnig)
zakdoek:
neisdoek ;
> Oilstersen diksjonair (www.oilsjtersen-diksjoneir.be)   
>
Oilsjters dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Aalsters) 
 
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   
>
Oilstersj dialect (www.youtube.com) 
 
> Aalst (www.youtube.com)   
> Stad Aalst in beeld (www.google.com)   


 Deelgemeente Moorsel
.
175538.jpg


Vroegere plaatsnaam van Moorsel, Morcelle 1119.
De Betekenis van de plaatsnaam Moorsel is onduidelijk, naar het Oergermaans wordt aangenomen dat plaatsnamen eindigend op sel of sele duiden op een gebouw, woning, zaalgebouw, nederzetting of beschutting. 
Bron: www.wikipedia.org 
Spotnaam van gemeente Moorsel: Boksers. 
> Diverse informatie aangaande gemeente Moorsel (wikipedia.org)    
 

 Moorsels dialect 

Het Moorsels dialect verschilt van de dialecten van de omliggende gemeenten.
> Moorsels (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Moorsel)   
 > Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   




139246.jpg

Klik op de afbeelding om te vergroten.
> Gemeente Moorsel in beeld (www.google.com)   
> Moorsel - Aalst (www.youtube.com)   

 Deelgemeente Nieuwerkerken
.
175537.jpg 

Nieuwerkerken heeft zijn plaatsnaam te danken aan een nieuwe kerk.
De naam "Nieuwerkerken" wordt sinds 1480 gebruikt. Vroeger werd het dorp aangeduid met de naam "Nieukercke", in 1378 werd het "Nuwerkerken" en in het Latijn "Nova Ecclesia".

Spotnaam van gemeente Nieuwerkerken: schapenkoppen, lompe boeren. 
> Diverse informatie aangaande gemeente Nieuwerkerken (wikipedia.org)   

Niuwerkerks dialect 

Niettegenstaande Nieuwerkerken deelgemeente is van Aalst heeft ze zoals de andere fusiegemeenten een eigen uitgesproken dialect.
> Nieuwerkerks (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Nieuwerkerks)   
> Spotnamen in Nieuwerkerks dialect (pdf document)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   

 
139275.jpg

Klik op de afbeelding om te vergroten.
> Gemeente Nieuwerkerken in beeld (www.google.com)  
> Nieuwerkerken – Aalst (www.youtube.com)   

175523.png

> Scheldeland (http://nl.wikipedia.org)  

 

107273.jpg  

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  


button

Erpe-Mere - Erps dialect>LI> Merenaars dialect

 

 

         Erpe-Mere

 

 

 

 

De gemeente Erpe-Mere ontstond bij de fusie van Belgische gemeenten in 1977. Bij het kiezen van de naam voor de fusiegemeente raakten Erpe en Mere het niet eens. Erpe wou dat de gemeente Erpe zou heten omdat ze het grootst in oppervlakte was. Mere daarentegen lag centraal en had meer inwoners. Als compromis werd de naam Erpe-Mere.
In 1057 werd Erpe voor het eerst in een document genoemd, al is het dorp naar alle waarschijnlijkheid veel ouder. De naam is afgeleid van de naam Erpo (Germaaanse mannelijke persoonsnaam). In 1003 werd Mere in een document genoemd als Meren. Wellicht stamt de naam af van de vele moerassen (meren) in de buurt van het dorp.
Scheld of spotnamen ven Erpe: palokeneters, dieven.
Scheld of spotnaam van Mere: papboeren.
>
Diverse informatie aangaande Erpe-Mere (blog vlaanderen)  
 

 Erps dialect

> Erps dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site) 

Merenaars dialect

> Merenaars dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   
 

 



> Erpe-Mere (www.youtube.com)   
> Gemeente Erpe-Mere in beeld (www.google.com)   

175523.png

> Scheldeland (http://nl.wikipedia.org)   

 

107273.jpg  

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  


button

 

Merelbeke - Merelbeeks dialect


 
           
      Merel
b
eke



 

 



Merelbeke was oorspronkelijk door zijn bruuske hoogteverschillen een gebied met enerzijds bossen en heide; anderzijds met zeer waterrijke gronden waarin zich moerassen, poelen en vijvers bevonden. Al in geschriften van de 12e eeuw werd verwezen naar de samengestelde plaatsnaam van ‘meer’ (merle, marila) en ‘beek’ (baki, beca) met Romaanse en Germaanse invloeden. Merelbeke betekent volgens deze verklaringen ‘beek-van-het-meertje’.
Een andere betekenis van ‘meer’ is ‘mergel’, de ondergrond waardoor de vermelde beek zich een weg baande naar de Schelde. Pas omstreeks
966  was er sprake van een dorpsnaam ‘Merelbeke’.
Opeenvolgende plaatsnamen: Marlabeca, Marlebeca, Merlebecca, Meerlebecque, Merlebeke, Meirelbeke, Merelbeke.
Merelbeke wordt plaatselijk Meirelbeke uitgesproken.
Bron:
www.merelbeke.be/geschiedenis   
Scheld of Spotnaam van
Merelbeke: ?
> Kaart van Merelbeke (www.google.be/maps)   
> Diverse informatie aangaande gemeente Merelbeke (wikipedia.org)   


 Merelbeeks dialect

Plaatselijk heeft men het over Meirelbeeks
Merelbeeks is verwant met het Gents dialect.
> Het Merelbeeks woord (http://woordenboek.merelbeke.ne)   
> Merelbeeks dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)   
> Gents Dialect (info op deze site)  
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site) 

> Merelbeke (www.youtube.com)   
> Gemeente Merelbeke in beeld (www.google.com)   


175523.png

> Scheldeland (http://nl.wikipedia.org)   

 

107273.jpg  

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  


button

Ninove - Ninoofs dialect Okegem - Okegems dialect

 

 

    
     Ninove

 

 



 

Het duurt tot de 14de eeuw vooraleer Ninove zijn definitieve naam krijgt. In de 9de eeuw Neonifius genaamd, later Ninive of Nineve, is de betekenis ervan: "nieuw weiland".
De inwoners van Ninove worden Ninnovenaars of Ninovieters genoemd.
Bron:
www.ninove.be    
Bijnaam of scheldnamen van Ninove: Wettelstad, wortelmannen, kaffeegieters, wortelkrabbers, steksesmannen, voddenmannen.
> Diverse informatie aangaande Ninove (blog vlaanderen)   


Ninoofs dialect

Het Ninoofs dialect wordt plaatselijk ook wel Ninofs genoemd.
Een dialect dat eerder bij het Brabants aanleunt.
> Ninoofs dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   






> Ninove (www.youtube.com)   
> Stad Ninove in beeld (www.google.com)   

 
 
 
 Okegem
Deelgemeente van Ninove  

De eerste vermelding van de naam Ockinghem dateert van het jaar 1096 en komt voor in een charter van de Geraardsbergse Sint-Adriaansabdij. De naam is van Frankische oorsprong. De uitgang -gem of heim verwijst naar een hoeve of woonplaats. De naam heeft dus de betekenis van "woonplaats van Oko of Oking".
> Diverse informatie aangaande gemeente Okegem (wikipedia.org)    
 

  Okegems dialect 
Een dialect dat eerder bij het Brabants aanleunt.
> Het Okegems dialect (Heemkring - http://users.skynet.be/Dialect.htm)   
> Okegems dialect (www.heemkringokegem.be/okegems [pdf])   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   



> Okegem (www.youtube.com)   
> Gemeente Okegem in beeld (www.google.com)   

 
 175523.png

> Scheldeland (http://nl.wikipedia.org)   

 

107273.jpg  

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  


button

Oudenaarde - Oudenaards dialect Welden - Weldens dialect

 

 

        Oudenaarde

 

 

In het midden van de 11e eeuw was eerst sprake van Aldenardensis, nadien van Oldenarde. Halfweg de twaalfde eeuw werd dat Aldenarde en uiteindelijk werd de Adriaan Brouwerstad in 1187  Oudenarde genoemd. De naam Oudenaarde is samengesteld uit de verbogen vormen van oud en aard wat aanlegplaats betekent, dus ‘oude aanlegplaats'.
> Sage: De bril van Oudenaarde (www.figy.be/legenden)   
> Diverse informatie aangaande stad Oudenaarde (blog vlaanderen)   


Oudenaards dialect

Het Oudenaards is een Oost-Vlaams dialect. In de buurt van Oudenaarde loopt een isoglosse tussen de „zuiver” Oost-Vlaamse dialecten en de overgangsdialecten tussen Oost- en West-Vlaams. Het hoeft dan ook weinig betoog dat Oudenaards dichter bij het West-Vlaams staat dan bijvoorbeeld het Gents. Zoals in de meeste Oost-Vlaamse dialecten is ook de invloed van het Frans bijzonder groot.
Typerend voor het Oudenaards zijn onder meer de verkleinwoorden op -ie, zoals in bientjie (beentje), kiekie (kipje) of petie (ventje). De dialectsprekers gebruiken de uitgang -ie ook als augmentatief of 'vergrootwoord' (zoals Brabanders 'de Jan' en West-Vlamingen 'Berten' gebruiken): Dierkie, Geertie, Wiemie, Jotie. Zo is de voornaam in de artiestennaam van de Oudenaardse dichter Jotie T’Hooft in wezen zo'n 'vergrootwoord'. De Brakelse auteur Isidoor Teirlinck (1851-1934) tekende veel van de Oudenaardse dialectwoordenschat op in zijn Zuid-Oostvlaandersch Idioticon (1908-1924).
Bron: wikipedia.org
Het dialect wordt veelal nog in de deelgemeenten gesproken.
> Oudenaards dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)   
> Oudenaards dialect (http://ransonlize.blogspot.be)   
> Oudenaardse liederen (www.avs.be)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   

 



> Oudenaarde (www.youtube.com)   
> Oudenaarde in beeld (www.google.com)   

 

Welden
Deelgemeente van Oudenaarde.

De naam Welden zou een pre-Germaanse oorsprong hebben. Het dorp ontstond, net als het gehucht Neerwelden, op de licht verheven drogere, matig natte gronden van de Scheldezone. Zowel Welden als Neerwelden liggen net boven het oude overstromingsgebied van de Schelde met zijn schorren en weiden. > Diverse informatie aangaande gemeente Welden (wikipedia.org)   


Weldens dialect

Het dialect wordt er nog gesproken door de oudere bewoners. 
> Weldens dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   
> Gemeente Welden (www.youtube.com)   
> Gemeente Welden in beeld (www.google.com)   


47131.jpg

 Vlaamse Ardennen (blog vlaanderen)  

 107273.jpg  

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  

 
button

Ronse - Ronsies dialect

 

 

     

     Ronse

 




 

 

De naam Ronse, voor het eerst vermeld als Rotnace (855-873), wijst op een Belgische of Keltische oorsprong. Deze naam is afgeleid van de nabijgelegen rivier de Ronne met het Keltische achtervoegsel -acum, wat ongeveer "vestiging aan de Ronne" betekent. Door de eeuwen heeft hij zowel een Germaanse ontwikkeling met klemtoon op de eerste lettergreep (Ronse) en Romaanse ontwikkeling die de klemtoon bewaard heeft (Renaix), doorgemaakt.
Scheld of spotnaam van Ronse: slekkentrekkers, (in verband met de Fiertel), zotten.
> Sage: De vloek van Lange Mele (www.figy.be/legenden/Ronse)   
> Diverse informatie aangaande stad Ronse (blog vlaanderen)   

 

Ronse dialect

Het dialect van Ronse wordt Ronsies of  Ronsisch genoemd.
Het Ronsisch dialect ontstond onder invloed van Brabantse dialecten, namelijk het zgn. Pajottenland en, verder nog, onder invloed van het Brussels. Ook enkele gemeenschappelijke klanken met de rollende accenten uit de Denderstreek vallen er in het Ronsisch dialect te horen, terwijl het nochtans nabije West-Vlaanderen, en de typische klanken van de Schelde- en Leie-dialecten van generlei invloed waren. Dat komt, omdat de stad het eindpunt was in een eerste germaniseringsgolf die bekend staat als de lijn Ronse - Béthune. Pas later kwam het (deels door de zee vrijgegeven en herschapen) kustgebied onder Germaanse (lees: Vlaamse) invloed te staan. Men zou er dus uit af kunnen leiden dat de streken ten oosten van de stad mede haar taal en haar uitwisselingen vorm hebben gegeven.
Bron: wikipedia.org

Ronse ligt op de taalgrens en heeft het statuut van taalgrensgemeente met faciliteiten voor Franstaligen. De meeste Ronsenaars zijn tweetalig en spreken daarnaast ook het plaatselijke dialect. Door de Franstalige invloeden (de huig-r) en de grote inwijking van Gentse arbeiders in de vorige eeuw lijkt het "Ronsies" eerder op het Gentse dialect dan op andere spreektalen uit de buurt.
Bron: www.ontdekronse.be   
> Ronsies dialect (www.mijnwoordenboek.nl)   
> De Franse R (info op deze site)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   


>
Ronse (www.youtube.com)  
 
> Stad Ronse in beeld (www.google.com)   


47131.jpg

> Vlaamse Ardennen (blog vlaanderen)  

 

107273.jpg  

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  


button

Zottegem - Zottegems dialect Sint-Maria-Oudenhove - Oudenhoofs dialect

 

 

     Zottegem






 

De naam Zottegem komt van *Sutto-inga-haim en betekent de hoeve van de sibbe van Sutto; Sutto was een Germaanse naam en betekent "de zoete". De oudste teruggevonden vermelding van de plaats dateert uit 1083 als "Sotengem". Een andere bron vermeld Sottengem 1088.
In de 12e en 13e eeuw werd achtereenvolgens van Sottingem, Sotengem en Sotteghem gesproken.
Bijnaam, scheldnaam of spotnaam van Zottegemnaars: mergelspensen, zotten, stoofmakers, beslagmakers, theezeikers, schoenmakers.
> Zottegemse legende (www.zottegem.be/geschiedenis/duivelsvoetstap)   
> Diverse informatie aangaande gemeente Zottegem (blog vlaanderen)   

 

Zottegems dialect

Vervoegingen van werkwoorden in het Zottegems zijn toch wel enigszins uitzonderlijk te noemen.
> Zottegems dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)   
> Woordenboek van Zottegem (www.zottegem.be)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   

 


> Zottegem blues met tekst (www.youtube.com   

> Zottegem (www.youtube.com)   
> Zottegem in beeld (www.google.com)   

 
 Sint-Maria-Oudenhove
Deelgemeente van Zottegem.
.
175539.jpg

Uit 1428 dateren vermeldingen van het dorp als Sente-Marien-Oudenhove. In de volksmond wordt nog regelmatig gesproken van "Aunove". De naam heeft eenzelfde oorsprong als Sint-Goriks-Oudenhove en zou liggen bij het ontstaan van een gemeenschap rond een hof dat er altijd (van ouds) heeft gestaan. Oudenhove kan dan geïnterpreteerd worden als "het oude hof".
> Diverse informatie aangaande Sint-Maria-Oudenhove (wikipedia.org)   

 Oudenhoofs dialect

In elke deelgemeente van Zottegem wordt een ander dialect gesproken, zo ook in Sint-Maria-Oudenhove.
> Oudenhoofs dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Oudenhoofs)    
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   

 



> Sint-Maria-Oudenhove (www.youtube.com)   
> Sint-Maria-Oudenhove in beeld (www.google.com)   


47131.jpg

> Vlaamse Ardennen (blog vlaanderen)  

 

107273.jpg  

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  

button

Geraardsbergen - Geraardsbergs dialect

 

 

    
      Geraardsbergen

 

 

 

 

 

Geraardsbergen werd na 1060 gesticht door Boudewijn VI van Vlaanderen wegens zijn strategische ligging op een heuvel aan de rechteroever van de Dender op de grens met het hertogdom Brabant en het graafschap Henegouwen. Het graafschap Vlaanderen was tot 1046  in het oosten begrensd door de Schelde. In dat jaar palmde Boudewijn V, graaf van Vlaanderen het gebied tussen de Schelde en de Dender in. De oostgrens werd vanaf dan de Dender en de steden op deze rivier moesten het nieuw verworven gebied beschermen. Vervolgens kocht Boudewijn de heuvel met het omringend gebied van Geraard van Hunnegem, vandaar de naam Geraardsbergen die hij aan de nieuwe plaats gaf. Maar de plaatsnaam Geroaldi Montem, de Latijnse vertaling van Geraldsberg.
In de geschiedenis, de letterkunde en geschriften komt de naam Geraardsbergen onder verschillende vormen voor : Geroaldi monte (1034  - 1058), Geraldimontem (1081), Geraldimons (1096), de Geraldi monte (1107), Geraldimontensis (1092  - 1110 ), Geromontensis (1142 ), de monte Geraldi (1166), Geralmont (1167), de Geraudi monte - Graumont (1195), Geromontis (XIIe), Geraumont of Gerautmont (1201), Geramont (1211), Gerardi monte (1225
) , Gerardimontium, Geroaldimontem, Gheeraerdsberghe, Gheerardsberghe, Gheraertsberghe, Gheeroutsberghe, Gheroudsberghe, Geroudsberge, Geroutsberghe, Gheeroudsberghe, Gheroustberge, Geertsbergen, Geeraerdsbergen, Gramont, Grandmont, Grantmont, Grammont.  
Bron: wikipedia.org 
> Diverse informatie aangaande de stad Geraardsbergen (blog vlaanderen)   

 Geraardsbergs dialect

Het dialect van Geraardsbergen wordt plaatselijk Giesbaargs genoemd.
Giesbaargs is een typisch dialect en word vrijwel uitsluitend in de stad gesproken, de andere 15 deelgemeenten hebben hun eigen divers dialect.
Volgens sommige dialectologen is Giesbaargs geen Oost-Vlaams dialect, maar een Brabants.
> Giesbaargs dialect (www.giesbaargs.be)   
> Giesbaargs dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)    
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   






> Geraardsbergen (www.youtube.com)   
> Geraardsbergen in beeld (www.google.com)   



47131.jpg

> Vlaamse Ardennen (blog vlaanderen)  

107273.jpg  

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  

button


Brakel - Brakels dialect

 

 

           Brakel

 

 

 

 

Brakel ontleende haar naam aan die van Nederbrakel en Opbrakel. Zij waren op hun beurt afkomstig van de Karolingische villa "Braglo", welke al in 866 werd vermeld en die zich bevond ter plaatse van de huidige dorpskern van Opbrakel.
Brakel wordt in de volksmond 'broakel' genoemd.
Scheld of spotnaam van Brakel:
Marktschijters   
> Kaart van gemeente Brakel (www.google.be/maps)   
> Diverse informatie aangaande gemeente Brakel (wikipedia.org)   


 Brakels dialect
> Brakels dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   

> Brakel (www.youtube.com)   
> Gemeente Brakel in beeld (www.google.com)   



47131.jpg

> Vlaamse Ardennen (blog vlaanderen)  

Brakel behoort ook tot de Denderstreek ook wel Denderland genoemd.
> Denderstreek (Wikipedia.org)   


107273.jpg  

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  

button

Herzele - Herzeels dialect

 

 

    Herzele

 



 

 

De naam ‘Herzele’ is afkomstig uit de 7e eeuw van ‘harja sali’, wat zoveel wil zeggen als ‘een gebouw van de heer’. Dit wijst op de burcht, die, weliswaar een primitieve versie uit hout- en vlechtwerk en aarden wallen, een goede verschansing was tegen de Noormannen.
Herzele wordt plaatselijk Eizel uitgesproken.

Scheld of spotnamen van Herzele: Ganzenwachters , Makraangasten.  
> Kaart van gemeente Herzele (www.google.be/maps)   
> Diverse informatie aangaande gemeente Herzele (blog vlaanderen)   


Herzeels dialect

Het dialect van Herzele wordt plaatselijk Eizels genoemd.
> Herzeels dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   


Het Oost-Vlaamse Herzele in het West-Vlaams Osténs dialect (Oostende) voorgesteld. 
> Herzele (www.youtube.com)   
> Herzele in beeld (www.google.com)   

 47131.jpg

 Herzele behoort tot de Vlaamse Ardennen en Denderstreek 

 
107273.jpg  

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  



button

Zingem - Zingems dialect Ouwegem - Ouwegems dialect

 

 

    Zingem

 

 

 

 

De naam gaat terug op de Germaanse nederzettingen: Sigginga-heim betekent letterlijk nederzetting van de lieden van Siggo, die zich vestigden op de zachte helling van de linker Scheldevallei 967.
Scheld of spotnaam van Zingem: Wannemakers 
> Kaart van gemeente Zingem (www.google.be/maps)   
> Diverse informatie aangaande gemeente Zingem (wikipedia.org)   

Zingems dialect
> Zingems dialect (www.mijnwoordenboek.nl)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   


  

> Zingem (www.youtube.com)   
> Gemeente Zingem in beeld (www.google.com)   

 

Ouwegem
Deelgemeente van Zingem

De naam Ouwegem is afgeleid van de Germaanse familie van een zekere Aldo; het was het 'Aldinger-heem', en werd reeds in het jaar 830 als dusdanig vermeld. 
> Kaart van Ouwegem (www.google.be)   
> Diverse informatie aangaande gemeente Ouwegem (wikipedia.org)   


Ouwegems dialect
> Ouwegems dialect (www.mijnwoordenboek.nl)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   


139120.jpg


Klik op de afbeelding om te vergroten.
> Gemeente Ouwegem in beeld (www.google.com)   
> Ouwegem (www.youtube.com)   


47131.jpg

> Vlaamse Ardennen (blog vlaanderen)  

107273.jpg  

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  

button


Gavere - Gavers dialect Asper - Aspers dialect

 

 

       Gavere
 

 

 

 

 

De vorige plaatsnaam van Gavere was Gauere of Gauara 10de eeuw, in Germaans Gabra betekenis voor moeras of drassige weide.
Gavere wordt ook wel eens het ‘prinsdom aan de Schelde’ genoemd.
Scheld of spotnaam van Gavere: kijkers, koldragers.
> Kaart van Gavere (www.google.be/maps)   
> Diverse informatie aangaande gemeente Gavere (wikipedia.org)   

Gavers dialect

> Gavers dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)  

> Gemeente Gavere (www.youtube.com)   
> Gemeente Gavere in beeld (www.google.com)   

Asper
Deelgemeente van Gavere.

Voor de plaatsnaam betekenis van Asper verwijzen Etymoloogen naar verschillende afkomst en uiteenlopende betekenissen. Van de 10de eeuw af zijn de plaatsnamen Haspra, Aspera, Haspere en vanaf 1200 Asper. Het zou met weiden en rivieren te maken hebben. Ook kan de plaatsnaam met een lokale grondbezitter te maken hebben.
> Diverse informatie aangaande gemeente Asper (wikipedia.org)   

Aspers dialect

> Aspers dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)
> Luister naar het Gavers dialect (www.erfgoedbankleieschelde.be)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)  

 

140584.jpg

Klik op de afbeelding om ze te vergroten.
> Gemeente Asper in beeld (www.google.com)   

 
47131.jpg

> Vlaamse Ardennen (blog vlaanderen)  

107273.jpg  

Zie voor diverse algemene informatie en toerisme.
> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  


button

Waasland - Land van Waas Waaslands dialect

       
       Waasland

      Land van Waas

 

 

Het Waasland wordt ook Land van Waas genoemd.
Herkomst van de naam: 'Waas' gaat etymologisch misschien terug op het Germaanse 'wasu', dat 'drassige grond' betekent, of op een oud Teutoons woord met de betekenis van 'slijk'. Een andere mogelijkheid is het Middelnederlandse woord 'wastin(n)e', wat 'woeste grond, woestenij' betekent (vgl. Engelse 'wasteland').
> Diverse informatie aangaande het Waasland (blog vlaanderen)   
> Diverse informatie aangaande het Waasland (blog waasland bericht)   


 Waaslands dialect

Dialecten
Het is vijf voor twaalf voor de dialecten', 'Alle dialecten zullen verdwijnen!', ... zijn tegenwoordig vaak gehoorde opmerkingen. Maar klopt dat ook? Spreken jongeren minder dialect?
Het Waaslands dialect wordt naar men beweerd meer en meer ‘Verbrabantst’.
Tijd dus om het oorspronkelijk dialect van de diverse Wase gemeenten in hun specifieke schrijfwijze te bewaren.

Waaslandse gezegden
- comfortabe: gelijk ne puit op nen harde wegel
- een windje laten: een padde doodtrappen
- flauw vallen: kollek te pas
- flauw vallen: van zijn stekken gaon
- hem slagen geven: hem een goeie dussing geven
- het is gedaan: schaap is de preut af
- hij heeft vreemd geweest: die eet neefste de pot gepist
- je moet niet hopen: ge moet a bonen niet te week leggen
- lange regenjas: gabardien
- spijbelen: achter de weijr lopen
- tot het randje toe gevuld: met een Beverse moat
- wc: ‘tgemak
> Spraak van de Waaslanders, hoe Waaslands spreken (www.woordenbank.be)   
>
Waaslands dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Waaslands) 
 
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   

175540.jpg

> Het Waasland (www.youtube.com)  
> Waasland in beeld (www.google.com)   

Waaslandkaart

mijn prentje 

Klik op de kaart om te vergroten.
> Kaart van het Waasland (https://www.google.be/maps)   
>
Historische kaarten van het Land van Waas (www.google.be)   
  > Waasland (blog waasland bericht) 

getimage2.php?imageid=460724&albumid=7374&typeid=4
> Waasland (blog vlaanderen) 


 107273.jpg  

> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  


mijn prentje

 > Vlaanderen (blog vlaanderen)  

     
button

 
Dialect van Wase Steden en Gemeenten 

∇

Sint-Niklaas (deel 1) Sinnekloases dialect


          
     

   Sint-Niklaas (deel 1)




 

 

 

 

De naam Sint-Niklaas is afgeleid van Nicolaas van Myra, de patroonheilige van de stad. Begin 13de eeuw werd voor hem een parochie opgericht en een bijhorende kerk gebouwd, de Sint-Nicolaaskerk. Deze naam is men dan ook voor het omliggende dorp gaan gebruiken. Later is Sint-Nicolaas enigszins verbasterd tot de huidige naam. In het verleden zette men achter de stadsnaam soms ook nog "-Waas", verwijzend naar de ligging van Sint-Niklaas in het Waasland, maar deze gewoonte is buiten gebruik geraakt.
Scheld of Spotnamen van Sint-Niklaas: rapenbraders, oliezekers, blauwselmannen.
Sage: De raap van Sint-Niklaas (www.figy.be/legenden)   
> Diverse informatie aangaande stad Sint-Niklaas (blog vlaanderen)   

Mooiste dialectwoorden in het Sint-Niklaas dialect

Allemanswies: iemand die met iedereen overeen wil komen en dus iedereen naar de mond praat ; Bieènaarsreis: nutteloze verplaatsing ; Dedderen: pletten / stampen ; Djakken: (uit)gieten / hard regenen ; Dreevelen: slenteren / heen en weer ; Knoesels: enkels ; Lutsen: uitvragen, uithoren / informeren, schudden ; Meulenjeir: meikever ; Muttekesknien: X-benen ; Mwaaësteek: wormstekig, gaten van wormen in bv appels ; Oarzak: valsspeler ; Pauzewol: donshaar ; Pieketijn: tang van een vrouw / boze ; Pieternel: lieveheersbeestje ; Oekedoeleken: kikkervisje ; Savooëpjeird: Libel ; Schuddemattijs: vanillepudding / hevig trillend of bibberend ; Swenst: ondertussen, terwijl ; Tingels: brandnetels ; Toespaal: veiligheidsspeld ; Tootentrekker: schijnheilige / iemand die iedereen gelijk geeft, grimassentrekker ; Wabbedei: sul, sukkelaar / bangerik.  

 Sinnekloases dialect

In Sint-Niklaas wordt een dialect gesproken, het Sinnekloases. Het is een Oost-Vlaams dialect met invloeden van de Brabantse dialecten.
Het Sinnekloases zou naar alle waarschijnlijkheid deels voortkomen uit het Bargoens.   
Zie eventueel ook: > Waasland dialect (op deze site)  

A
aarde: jerde ; aardappel, petet ; aardappelen: patatten ; aardappelmesje: petteteschaaler ; aangezicht: wezen, toot ; aalput: bjeirput ; aap: aop ; aambeeld: ambild ; aanhang: annekesnest ; arm: eirm ; achterwerk: gat , kont, poepegat ; appelmoes, appelspijs: appeltrut ; aardbei: jerrebees ; afvoerput(je) aan straatriool: konduit : afboortsel (kleding): biezeken ; anjer: djanoffel ; armband: brasselee ; auto: otto ; afwisselen, eten: schransen ; avond, nacht ; donkeren ; allemaal: aamel ; achtertuin: achterbuiten ; achterna, naderhand: achternoar ; afdingen, afbieden: afbieën ; afnemen, afpakken: aflangen ; afzetten, bedrieglijk afnemen, afluizen, aflutsen ; afluisteren, siekem luisteren: aflusteren ; aftelrijmpje: aftaëlselken ; akkoord: akkort ; alarm: aleirm ; altijd, immer: alt, altid ; allemaal, allen: ammel ; als we, indien we, wanneer we: ammen ; appelboom: appeljeir ; appelmoes: appeltrut ; afzonderlijk, breng terug, haal: apport ; apotheker: apteeker ; als, indien: as ; asthma, azemma, asma ; advokaat: avvekoat ; aldus, zo, bv.: azooë ; als, indien, bv.: azze ; afsluiting, plankenscherm: bard ; aanlegsteiger: barkadeir ; achtergehouden loon: blaagaëld, blaan ; aanstellerij, kouwe drukte, complimenten, streken: chi-chi ; vroedvrouw : achtergoaras ; afdokken: afspetten ;  achtergehouden geld: blagaeld ; achterlijk onverzorgd mens: djoeben ; 
B
baalkatoen: amblozie ; bil, dij:
bul ; blauwsel voor was: blaasel : blauw: blaat ; bloem: blom, blomme ; buien van neerslachtigheid: loeten ; beetje: bitsjen ; bijna: bekans, bots ; bril: brul ; brildrager: brulkas ; bloedworst: bullink ; bruine suiker: poejesuiker ; bootschappentas: kabbas ; boekentas: karnacheir, cannaciére ; boord van voetpad: borduur ; buitelen: n'n toer leigen ; borstel: bustel ; brievenbus: bwat ; breigaren: swaa ; blootsvoets: berrevoets ; beer: bjeir ; been, bieden: bien ; behangen: bejangen ; bestellen: bestaalen ; bloot: bloat ; borst: bust ; borstomvang vrouw: vanveuren, schap ; bakkebaarden: fabries ; bederf: bedeirf ; bel, schel: baal ; bles: froufrou ; boodschap: kommisie ; braken: broaken ; breien: brein ; broekophouder: bruttaal ; broodbeleg: toespeas (toespijs) ; brutaal: brutoal ; buiten de stad: op den buiten ; blootvoets: berrevoets ; binnenkort: achtereën ; beeindigen, af hebben: af ein ; bergaf: afberg ; betalen: afdokken, afspétten, lammeren ; belediging: afront ; beledigen: affronteeren ; bedelen, schooien: afvroagen (persoon die bedelt: afvroager) ; buitenspel: alfsijt ; blindedarmontsteking: appandesiet ; besef, benul, sprake van: apprensie ; bakzitter: bajesklant ; bijlange niet, absoluut niet: belange nie ; bandiet: baldiet ; boezem: balkon, vaveuren, tettazjeire ; behalve: balven ; bed: bëdden ; bedsponde: bedspoanen ; bedorven kind: bedeirfstront ; bedelaarster: beedelas ; beeldje, prentje: beeleken ; begonnen: begosten ; bij god: begot ; berg: beirg ; bijna: bekan, bekans ; belegt: beleed ; bangerik: benaakakker, benaaschijter, broekschijter ; bescheid: beschieéd ; beschaamd, verlegen: beschomd ; bezem, borstel: bêsom ; beboffen, ophemelen: bestoeffen ; bavette, slabbetje: bavetsjen ; babbelaar, pratjesmaker: babbeljeir ; betalen: betietsen ; betijen: betijn ; betrouwen, vertrouwen: betraan ; betlehem: bêtteljem ; beweren: bewjeiren ; bakkes: bëk ; bieden, afbieden: bieén ; beenhouwer, slager: bieénaar ; beitel: bieétel ; bullebak: bietskoeber ;  bijltje: bilken ; binden: binnen ; bijeenbrengen, inzamelen: binnenrijven, binnenschijeren ; beetjes: bitjes ; beetje: bitsen ; beer: bjeir ; beerkar, wagen van de ruimdienst: bjeirkeir ; beerlepel: bjeirloet ; blauw: blaa, blaat ; blood: blooët ; blaar: blein, bloar ; blind: blénd ; blinde: blénde ; bladeren, bladen, bladzijden: bloaren ; blaasbalg: bloasbalk ; bloeden: bloeien ; bloeiend, welvarend, gezond: bloeikens ; bloem: blom ; bloemsuiker: blommekee ; baal, zak: boal ; bloemtuil: boekee ; bewegen: boezjeeren ; bakkebaard: bokkenboard ; beukenoot: bokkenoot ; balie, bewaakte spooroverweg, soepvlees: bollie ; bodem, boom: booëm ; bonestaak, lange persoon: booënkodde ; baasje, ventje: bosken ; bijna, bekan: bots ; boterham: botteram ; branderig, geirriteerd: brandig ; besmeren met boter: brieén ; brildrager: brilkas, brulkas ; brengen: bringen ; brouwer: broar ; brouwerij: broarij ; bobbel, knobbel, boebel: broebel ; bangerik: broekschijter, benaakakker, benaaschijter, benaan ; broodje: brooëke ; braden: brwjaën ; braadpan: brwjaëpan ; brutale speler, ruwe speler: brutus ; beurs: bus, buzze ; bischop: buskop ; borelink in luiers gewikkeld: busselkind ; borst: bust ; bezem, borstel: bustel, bessem ; barsten, buigen: busten ; beurs, bus: buzze ;  blaffen: bassen ; beetje: bitteken, bitsen ; brievenbus: bwaét ; beeld: buld ; beeldje: bultsjen ; beuling, pens: bullink ; boekentas: carnasjeire ; bij: bie ; blonde jongen: ne witten ; afglijder in speeltuin: ne ritser ; beenhouwer: bienaur : bangerik: benascheet ; beslissing: beschjieed ; bieden: bjeen ; blauw oog: blasie ; bijna: bots, bekan ; borstel: bussem ; betten: bwoan ; Bakkebaarden: Fasjen ;
C
café (herberg) bezoek: pintelieren ; café  met vrouwelijk gezelschap: kabberdoeschken ; chocolade: sjoklat ; circus: cierk ;
D
drie:
drij ; drank (bevat alcohol): druppelken ; doopmeter: pitchun ; dooppeter: peteren ; dokter: doktoor ; dorpel: durpel ; duimspijker: puneize ; dakgoot: kornich ; doos: doez, dous ; duizend: duzend ; dennenappel: slouper ; straks: sebiet ; das: plastron ; de eerste: ierstes ; de laatste: leste ; deze: dees ; darmen: deirmen ; deken: sorjie ; derven: deirven ; domme vrouw : kallewiet, kal ; dommerik: annewuiten ; dorp: durp ; dronken: strontzat ; drukknop: prusjong ; duivel: duvel ; dweil: dwaal ; dwerg: dweirg, kabater ; deksel: scheel ; dok, haven: bassin ; dokwerker, havenarbeider: bassinweirker ; dronkenlap, bierlut ; drinken: binnepeiren ; duidelijk, klaar, vlak: black ; dank: bedankt ; dwaas meisje, lomp meisje: boeresieés ; deren, raken, schelen: bommen ; droogvis: booning ; dwaze praat verkopen, wartaal uitslaan: broebelen ;  doorwerken, spoeden: buzzegeven ; deurlijst: chambran ; deken: sorgie ; dropje: senjupeken ; dat is niet waar: das just ; de pot op, den boom in: foert ; dan: den ;

E
eten, maaltijd: biek ; (op)eten: biekken, boeffen, binnensloan, binnenspeelen ; eetbord:
teloar ; elleboog: aleboog ; enkel: knoesel ; eenzaam: moederziel alleen ; emmer: iemer ; een, ne ; engel: ingel ; znkel: knoessel ; elleboog: aëleboog ; erger en erger: allangsomeiger ; elders: ander ;

F
fiets:
velo ; fietszadel: selle ; fietsenstuur: giedon ; fluitje:
flutje ; frieten: petetfriet ; fopspeen: tutter ; foto: portret ; flauw: flaa ; foefelaar: bietskommer, foefuljeir ; fotograferen: trekken ; fondant, dragee, suikersnoepgoed, avandanskes ; foorkramer, nietsnut: brakman ; fruit van boom stelen: bunderen ; fondant chocolade: fondang ; foei: Eits ;
G
gemakkelijk:
flutje van ne cent ; geel: gjaal ; geur, parfum: reuk ; gootsteen: pompbak ; gescheiden: gescheen ; geneesmiddelen: pillekes ; gedaan: gedoan ; geld: gaalt ; geld (papieren): briefkes ; garnaal: gjemoart ; gevangenis: tkasot ; gezicht: smoel, bakkes ; grote borsten: veel volk in de stoatie ; grote mond: gaffel ; gaaf: gjeif ; gehakt: gekapt ; gekreukt: vurmoeust, vurfrommult ; geldbeugel: portemonnee ; gelovige vrouw: kwezel ; gescheiden vrouw: levende weef ; geweest: gewist ; gezellig: gezaallug ; glad: gelattug ; graag: gjeiren ; geneesmiddel tegen hoofdpijn: antiekoliek ; gebouw, ouderlingengesticht: baa ; gevangenis, cachot: bak ; gezicht, mond: smoel, bakkes ; gebruiken, lenen: beezen ; gerookte haring: boestring, bokking ; braambes: brombees ; geldbezit, portemonee: bruinen ; gloeilamp: bolleken ; gevangenis: cachot ; geluk: sjangs ; grapjas, stommerik: blaastuit ; gooien: peiren ; geliefd door allen: allemanswies ; grote trom: djoembal ;
H
handschoen:
wanten ; handtas: sakosj, sjakosj; hesp: heps ; hamer:
ommer ; huid: vaal ; haag: wjeir ; haastig: ostig ; hard: neig ; hart: ert ; hartje: ertchen ; habijt: gattekletser, pietelier ; haren: hoar ; herstellen: herstaalen ; haken: krossjutteren ; handje: polleke ; handjes: pollekes ; haring: njeiring ; het is: tis ; hik: nuk ; hinder: ambetant ; hooghartige: schitkont ; hotel: hotoal ; hoogstwaarschijnlijk: vantiennegen ; hommel: bombie ; hel: aël ; hun, hulder: aëlder ; hard werken, zot worden: afdrjaaën ; haasten, zich afjagen: afstaan ; halfweg: alverweegen ; hersenen: assens ; herrieschopper, opschepper, beslagmaker: bagaamoaker ; hebben en houden: bataklan ; hoplaba: oeplaba ; hond: poezewoef ; hoopje: avel ; hevig regenen: djakken ;
I
ijsroom, ijsje:
pillekenkaat ;  ijverig, naarstig: njeistug ; iedereen: aëlkendieën ; indien: ak ; indien ge: agge ; ingang: antree ; incidentje, voorvalletje, tegenslag: arrëtsjen ; iemand met veel geluk: pietzak ; iemand die doet alsof: plantrekker, karooitentrekker ; houten schoeisel: atetonen ; leperd: floerentoeter ; in modder trappelen: dasterren ; 
J
jullie:
gulle, (hebben jullie: hedde gulle) ; juist: juust ; juffrouw: juffra ;
K
kus, zoen:
bees ; koekjes:
koekskes ; koffie: kaffie ; koud: kaat ; kers: kazebees ; kruisbes: stekelbees ; kauwgom: chic ; kopje (drinktas): jat ; klein kopje (drinktas): tasken ; kruiwagen: kurrrewoagen ; kraag, lijm: kol ; knikker: merreboel ; klets, mep: veig, furrel , mossel ; kindje: kinneken ; kikkervisje: oekedoeleken ; kleintje (kind): schopken ; kast: kas ; kaal (hoofd): kletskop, klets ; kaai: kwa ; koe: koei ; kikker, pad: puit ; kaak: koak ; kaart: kort ; kar: keir ; kip: kieken ; kippevel: kiekeboelen ; koning: keunink ; koningin: keuningin ; kookpan: kastrol, kasserol ; kort kapsel: kallot ; kwajongen: raffasjol ;  kater: koater ; klaar: kljeir ; klap: plak ; klompen: blokken ; koets: karros ; koets met paarden: viezjelant ; koopwaar: marsjandies ; kort verblijf  (in afwachting van...): schupstoel ; kozijn, neef: kozzun ; krant: gazet ; krul: krol ; krulletjes: krollekes ; kwispel, tres: kwupsel, flosj ; kompassie hebben: ochottekkus ; kuip: bassing ; koorts: kursen ; komen aanlopen: afstisselen ; koord: ballepees ; kinderspel: ballepjeird ; kaartspel(boek speelkaarten): bat ; krul, smoel, kogellagers: bielles ; kwetsen, verwonden: blesseeren ; kloefnagel, klompnagel: bloknoagel ; kapper, barbier: boardschjeirder ; knobbel, bobbel: boebel ; kruimels, klein stukje: brokkeling ; kuit: brwjaë ; kruinoot, tik op hoofd: calot ; kaatsbal: ketsenbal ; kippevel van de koude hebben: kiekevlieas ; konijn: kornijn ; kat: poezekat ; kom nu: allatoe ; kind dat teveel krijgt: bederfstront ;
L
lomperik:
boerepummel ; lantaarn: lantjeirel ; lievelingkind: kakkenest ; lastige: nen ambetanten ; laarzen: botten, bottinen ; lenden: lee ; letterkoekjes, knappe meisjes: mokskes ; liedje: lieken ; lucht: logt ; lucifers: stekskes ; laarzen: ljeirzun ; larve: mwoa ; leggen: leigen ; leugenaar: leugenjeir ; lichaam: lijf ; lijst: lieest ; luik: blaffetuur ; leeftijd, ouderdom: aade ; lastig: ambetant (lastigaard: ambetanterik) ; lastigvallen, ambeteren: ambeteeren ; leugen: bloag, bloas wijsmaken ; leurder: boanman ; laarzen: botten ; lekstok: gattekletser, ne lekkestok ; lomperd: badden ; lompe vrouw: dwoazekal ; kinderuitroep: eipepei ; Lies: ekenissen ; Lievertje: sgatje ;
M
modder:
moor ; mooiprater: blageur ; melk: maalk ; mantel, jas: frak ; mouw: maa ; mier: murezzeaker ; muggezifter: muggezeaker ; maart: mjeirt ; meersen: mjeisen ; maand: mond ; meikever: meulenjeir ; meisje: mesken ; maag: moag ; masker: mombakkes ; meesteres (bazin): mastes ; merel: mjeirel, mjeirlon ; middag: noen ; meter: pit ; moffel, handenwarmer: mansjong ; motregen: zeveren ; moeilijkheden: ambras ; massageolie: ambrokoazie ; mond: babiel, babielle ; minderwaardig artikel: bocht, bazaar ; maagdelijkheid: blom ; meikever (witte-mulder): bomboard ; medaille, eremetaal, brelok, madollie ; miderwaardig artikkel, minderwaardig persoon: brol  ; maaltand: boktand ; manspersoon, kind: kadee ; maak dat je weg komt, verdwijn: trap et af ;
N
netel:
tengel ; nergens: nieveranst ; nachtkleed: tabbert ; nu: noa ; naakt, bloot: padderren ; naald: nold, nolde ; navel: noagelbuik, noavel ; niets: niekskes ; nieuw: nuuf ; nieuws: nuus ; nochtans: purtang ; nonnen: kwezelkus ; nu: noa ; nuchter: nugteren ; nergens: nieveranst ; neusverkoudheid: sneuvring ; nachtegaal: achtergoal ; nadoen, nabootsen: achternoardoen ; nietemin, nochtans: allegelijk ; niemendaal, bout, stront: baat ; neus die nogal groot is: bataaf ; nietsnut, bullebak: bietskoemer ; naakt: blooëten ; nut, baat: boat ; nul, niets, zero: bros ; nietdeug: nietsnut, smeerlap, schurfterik, beest van ne vent ; notaboekje: callepênske ; nu: noa ; nasleep: bataklan
O
ondertussen:
swens ; ouderwets: aawets ; operatie: operoatie ; oud, hout: aat ; onderjurk, onderkleed: kombineezon, communaison ; overgeven: spoagsul ; overgeefsel:
spoagsul ; oude man: aaman ; oude vent, vader, houden: aan ; ouder in tijd: aar ; ouders: aars ; oud, hout: aat ; ouderwets: aawets ; oudste, vader: adsten ; ontkennen, weerleggen: afstrijn (persoon die ontkent: afstrijr) ; ontsteltenis: arroazie ; omstreken: aviron ; onozelaar, dwaas persoon: badden, baddevinus ; ophemelen, bestoeffen: beboffen ; opschepper: blageur ; opzettelijk, exprés: asprés ; oude kaas: brokkelkoas ; opdienschotel: cabree, cabberee ; ouderlingenhuis: aamannekeshuis ; ontstentenis: alteroatie ; onbepaalde kleur: appelblazeegroen ; onderlegger kookpot: barreken ;
P
prentje: beleken ; 
pijn: zier,zear ; peperkoek: pompkoek ; pletten:
dedderen ; pantoffels: sloeffen, sletsen; pesten, treiteren: koejeneren ; plankenvloer: plansjee; paard: pjeirt ; papegaai: poapegwa ; pannekoek: koekenbak ; pantoffels:
sletsen ;
pels: paals ; pet: klak ; pakken: ik heb hem te stekken ; pastoor: pastur ; peer: pjeir ; perzik: peas, paas ; pier: piellewuiter ; plaats onder gesloten trap: spender ; politie-agent: sjampetter ; praten, babbelen: klappen ; preekstoel: prikstoel ; puist: pust ;  speelplaats: koer ; pauze: antrakt ; proppenschieter, ballebuis ; pedaalas van fiets: brakkee ; persoon die wartaal uitslaat, broebeljeir ; pletten: dedderren ;
Q
R

rolluik:
persjen ; roodharige: roste ; rusthuis: aamannekeshuis ; schaduw: lommer ; reclame: reklam ; rem: frein ; reimpje: rimpken ; ring: rink ; rouw: roa, raa ; regenbuien: vloagen ; roomhoorntje: eirepijp ; rijke begrafenis met elf uren mis: aëlfuurenlijk ; rap, vlug, snel: agaa ; vooruitgang, baat, genaderd: avans ;rijstpap: rispap ; ragebol: koppejaeger ; regenworm: pielewuiter ; rammeling, pak slaag: bootering, smering, roefeling, toefeling, pekking ; ritssluiting: tiret ; rolluik: blaffetuur ; ruiker: blommekee ;

S
scharenslijper:
scheiresliep : scheiding in hoofdhaar: schea ; schilderen: schulderen ; schilderij: schulderij ; schort: vusschoet ; schouder: schoar ; schouw: schaa ; schrik angst: schoa ; snijden: snein ; speld: spaal ; sporen: spoeren ; staal, monster: stoal ; staart: stjeirt ; strikje: streksken ; stelen: pieken ; stelten: staalten ; stoelgang: afgang ; strooien hoed: tiets ; schroevendraaier: tournavies ; schuld betalen, met drogredenen afkomen: afkommen ; stilletjesaan: allangsom ;straatafvoer: conduit ; stro voor dieren: stroeut ; stotteren: hakkelen ; stuur van fiets: quidon ; scheelzien: schjaal ; slapen: sloapen : soms: amêts ; streepje: sripken,strippeken ; strepen: stripkes ; straks: sebiet ; snoepje in papier verpakt: karremaal ; speculoos: spekeloas,spekuloas ; schillen: schalen ; schroef: veis ; schroevendraaier: tournevies ; straat: stroat ; step: trottinet ; schommelen: biezebeizen ; schaar: schjeir ; sukkeltje: dutsken ; schaap: schoap ; station: stoatie ; smiddags: snoenus ; smorgens: smeirus ; scharenslijper: schjeiresliep ; schildpad: schulpadde ; schoppenhaas: schuppenoas ; schrift: kajee ; sla: salwoa ; slab: bavet ; smeren: smjeiren ; snor: moestasj ; sokophouder, kousenophouder: djartaal ; soldaat: piejot, soldoat ; spuwen: spuggullun ; staart: kodde ; stapel: stoapel ; scherp smaken: afsmoaken ; spek, snoep, karemel, muntstuk: bal ; schommelstoel: beizestoel ; schommelzetel: beizezetel ; schrik: banaat ; spoorwegbiels, dwarsliggers: bielles ; schommel: bijs ;  schommelen: biezabijzen ; schommelpaard: bijzepjeird ; straf, berisping: boelen ; persoon die wartaal uitslaat: broebeleir ; snelgaand persoon: buzzesneir ; stempel, waarmerk, winket loket: cachêt ; schrijfboek, schoolschrift: cajee ; schrijfpen: cajeepen ; smoelentrekker, plantrekker: carootentrékker ; sintels: cénders, schrabielen ; stuipen: céskes ; sjachelaar, onbetrouwbaar handelaar: chaggeljeir ; strandsloffers met stuk tussen de tenen: piellepoeuten ; schommel: biezabijs ; step: trionet ; slaan: afdoefen ; snel: aga ; soms: ammets ; snelle gast: antekal ; sul: baddevinus ; snel lopend persoon: bussesneir ; schommel: bijs ; schurk: bullebak ; stotteraar: doddereir ;
T
tas of kopje:
sjat ; tabak: toebak ; teen: tean ; turkoois: appelblaazeegroen ; traag: troag ; taart: toert ; taartje: toertje ; trage: lanterfanter ; tandarts: tantist ; trapovergang: allee ; terwijl: binst ; toen: toens ; toendertijd: toen ;
tavel: toffel ; teerling, dobbelsteen: tjeirlink ; toilet, wc: tgemak, koer ; t leger: den troep ; taartje: patteeken ; tabak: toebak ; teren: tjeiren ; terwijl: binst ; tom-pouse: boeksken ; tweede: twiets ; tafellaken: twalseree ; trap overloop, pallier: allee ; ontsteltenis, alteratie: alteroazie ; toestel: apparael ; tong: blad ; tarwemeel, meel: blom ;
U
uitsteeksel aan kleding:
teut ; uit gedaan: af ; uitstaans, zaken, zaak, affaire: affjeire ; uurwerk, horloge: arloozie ;


Deel 2
∇

Sint-Niklaas (deel 2) Sinnekloases dialect

            
          
Sint-Niklaas (deel 2)
               Zie  eventueel ook: >
Deel 1   

         > Diverse informatie aangaande stad Sint-Niklaas (blog vlaanderen)   


Sinnekloases dialectwoorden vervolg van
Deel 1  

V
varken: veirken ; voetpad: plansier ; vloek: nondedju ; vrouw: vraa ; vroedvrouw, baker: achtergoaras ; verwelkt: verslenst ; verbaast: jawadde ; vork: vurket, furchet ; voetpad: trottoir ; vest (gebreid): jilee ; verstoppertje: piepkenduik ; vader: vodder ; vlugge: rapiet, rappe ; verkoudheid, bakvis (jong mens):snotneus ; verkoudheid: valling, snotvalling, sneuvering ; veiligheidsspeld: toespaal ; vensterluik, zijluik: blaffetuur ; vroeger: vroeger joaren ; vaars: mutten ; verlof: kondjee ; verstellen: verstaalen ; vooraan: vanveuren ; voorhoofd: vurhooft ; vorig: veurig ; vaars: vjeis ; ventiel: suppap ; ver: veir ; verdrinken: versmoeren ; verkoper: marsjang ; verlengstuk bij hemden: slep, sleppen ; verlooft zijn: vrijoage ; verstoppertje spelen: piepkunduik ; verbeteren: vurtjeiren ; vlaag: vloag ; vleesbrood: friekandon ; volgend: noste ; vrijer, verloofde: lief ; hemd gedragen boven broek: voan ; vechten: aflappen ; vechtersbaas: aflapper ; van elk de helft: alf en alf ; vrijpostig, frank: aschrant ; vooruitgaan: aveceeren ; veelpraatster: babbelas, babbeljeir, babbeltoot ; veelprater: babbelgat ; vreten: baffen ; vechten, kakken: batteren ; verwanten, nakomelingen: bestonsel ; valsspelen: oarzakken, biebaan ; valspeler, oarzak: biebaar ; vent, kerel: bink ; vreten: boeffen ; veelvraat, beroepsmilitair: boeffer ; vrouw die van dieren houd: bieëstevraa ; vlinder: mottevijver ; vliegenraam: vliegeroam ; verzamelaar prullen: acor ; vervelend: asgrant ; vechten: batteren ; vals spelen: biebaan ; vleien: flammakken ; vleermuis: floeremuis ;
W
water:
wauter ; waterketel: moer ; wenen: blijten ; wagen, koets: cheireban ; wagentje om zakgoed met te vervoeren met twee wielen:
pierewiet ; wind laten: scheet ; windje laten: schitjen ; worden: wurren ; word gij: wurde gei ; worst: wust ; wortel: wurtel ; warm: werm ; weduwe: weef ; weduwenaar: wevenjeir ; wrat: wurt ; wereld: wjeireld ; wafel: woffel ; warenhuis: twoarenhuis ; weegschaal: baskuul ; wenkbrouw: wenkbroa ; wimpers: pinkers ; wang: koak ; weigeren: ruvuzeren, revezeren ; wel: waal ; welkom: waalkom ; wc toilet: achteren ; waterafvoer: goot ; welnu, wat nu, ach wel: awaël ; welja: bajaa ; welja, inderdaad: bajaat ; welja we stemmen in: bajaamen ; welnee: baneé ; welnee ik, neen ik, banieuk ; welnee we zijn niet akkoord: banieumen ; warande: barande ; weinig, niets: briezel, briezelken ; worstelen, vechten: bustelen ; washandje, zakje: buzzeken ; wesp: weps ; worm: wurm ; wijk: weak ; washandje: buzzekken ; wat zeg je nu: djeurjong ;
X
Y
Z:
zwoel: doef ; zeker: vaneiges ; zinken bad: bassing ; zwanger zijn: spoaren ; zolder: opperste ; zijde, stikzijde: zij ; ziekenhuis: hospietoal ; zoon: zeun ; zo is het: zulle ; zou jij: zodde gei,zulde gei ; zeef: zift ; zagen: zanieken ; zeveren, : zeaken ; zeveraar: zeaker ,zeverjeir ; zeemvel: zeamlap ; zakgeld:, loon: pree ; zijt gij: zidde ; zin hebben in: goesting ; zolder: toppurste ; zwarte piet: nikodeemus ; zweer: zwjeir ; zaklamp: pielamp ; zak, plunjezak: bazas ; zwieren, duiken: bëkken ; zegelring: cachétring ; zulke: azoeker ;

Vooral de zeer zware A is typisch voor het Sinneklase dialect , ook het stopwoord zunne op het einde van een zin of als tussenwerpsel gebruikt , wurre was ook iets dergelijks , in de omgeving van de stad is dat telkens een kleine variatie , onderandere , in Sint-Niklaas was er eertijds een duidelijk verschil naargelang de straat waarvan je afkomstig was , het meest , zoals die van Tereken , nu niet meer in gebruik het klonk als muren ;mieren , luiken aan een huis ; blaffetieren , plansier schieren = voetpad schuren enz... 
> Sinnekloases dialect leren (www.youtube.com)    

Getallen in Sint-Niklaas (Sinnekloases) dialect
vijftien: vuftien 
vijftig: vuftug  

Op zijn Sint-Niklaas (Sinnekloases) gezegd

- Dat kan ik niet betalen: da kan mijnen bruinen nie trekken
- Heb het begrepen:
't zit in de sakosj
- Iemand aanhouden, vastnemen: bij zijn lurven pakken.
- Komt er nog iets van: awaal
- Langs daar: lanst doar
- Mijn ouders:
m'n aars
- NMBS (Nationale maatschappij Belgische spoorwegen): ijzeren weg.
- Niet helemaal de waarheid vertellen:
zwaënzen
- Nogal enen:
kadee
- Op bedevaart: beewegen
- Pietje juist:
pezewever
- Wat doe je daar: elaba
- Iets niet naar behoren doen: konkelfoezen
- Dat meisje heeft een grote boezem: die mok 'ee ne vrieén balkon.
- Je moet daar niet bang van zijn: ge moet dor nie benaat va zin.

- Vrouw die met alle mannen meeloopt: allemanswies.
- Omdat ge veel last hebt moet ge nog geen ruzie maken !:
omda ge veel ambras ' êt moete nog gieënen ambras moaken !
- Tegen iemand die zich haast zegt men:
ge moet oa zooë nie afstaan, ge komt er waël zonder oa t' osten !
- Kijken wat iemand doet: ziene kieér achternoar wa dedtie ammel uitstikt !
- Iemand achternadoen: ge moetda zotteke nie achternoardoen !
- Na het werk en pint bier drinken:
as da weirk af ' ein gommen un pint pakken !
- Als men hard moet werken zegt men:
vur zoeên preeken gin ' é zun klooëten niemer afdrwaain !
- Tegen iemand die met drogredennen afkomt zegt men:
ge moet mi dieé flaa zieéver nie afkommen !
- Als men zegt waar men geboren is:
mi moeder kocht mi op d' arduine scheepen va Puivaëlden.
- Laat ons nog een pint bier gaan drinken: lot ons nog moar nen baat go stekken
- Op iemand zijn gezicht slaan: op zun bakkes sloagen
- Van een persoon die er vuil uitziet zegt men: beroesten
- Tegen het maken van een nutteloze reis zegt men: bieénaarsreis
- Van of tegen een persoon die graag veel bier lust zegt men: bierlut
- Van gezonde kinderen zegt men: 't zin bloekes van kinderen.
- Tegen een meisje dat vanalles tegenkomt zegt men: gij trezebees.
- Ga jij eens naar de slager: godde gij ies nor den bienaur.
- Ik zal je eens goed liggen hebben: ik zal ne keer schrabielen over ou weir peiren.
- Ge zou er iets ergs van kunnen krijgen: ge ze ter ne kaan oap van kakken.
- Haast je of je komt te laat: affeseer do wa of ge kom nen trèn te loat.
- Het is me niet gelukt: kben van nen bjeenaersrès teruggekommen.
- Hij bezit niets meer: ei ee gjenen noagel mjeer om in zin gat te kraen.
- Op uw zenuwen beginnen werken: ge zut er de ka kurs van krègen.
- Het lukt niet: zennen jèring broa nie.
- Ik begin te rillen: het doakerrekken rèd over minne rug.
- Zwijg ik heb het genoeg ondervonden: ge moet nen aen oap geen smoelen liejren trekken.
- Ik heb daarvoor geen geld genoeg: da kan mènen bruinen nie trekken.
- Dat wispelturig ventje moet kalm blijven: da buzzekken vloeen moet nie veel bonjoer nie mer moaken.
- Dat is niet zo: das allemoal zjiever i pakskes.
- Laat alles zoals het is want hij is niet van de slimste: loat de boeren moar dussen, tis gjeen avans want è is tog te lomp om taelpen donderen.
- Ze zullen hem lynchen: ze zullen em tvas nog afsloan.
- Ik ben het werkelijk beu: kben da so beu as ka pap.
- Hij heeft me iets erg aangedaan: hè ee mè ne poater geschilderd.
- Diaree hebben: mè den dapperen zitten.
- Nooit: in tjoar een as duilen preken.
- Goed en veel praten: zen babbielie afspelen.
- Zijn kuren krijgen: è eet zen frieten weer gekregen.
- Ver weg gaan: noar sjakkamakka goan.

Gemeentenamen in Sint-Niklaas (Sinnekloases) dialect

Aalst: Olst
Belsele: Baëlsieél

Elversele: Aëlversieël
Haasdonk:
Hoasdonk
Meerdonk:
Mjeirdonk ; Melsele: Maalsen
Sinaai: S
noa ; Sint-Pauwels: Sintpals
Temse: T
emst
Waasmunster:
Woasmunster

Wijknamen

Pristragewijk: wallekes

Landen - Provincies
Belg: Baëls, Bels
Vlaanderen:  

Personen namen in Sint-Niklaas

Albert, Robert, Norbert: bair

Bron: Wordelieést va Sinnekloas
Georges "Juul" Lenart
> Sint-Niklaas (Sinnekloases) dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect)   
> Sint-Niklaas dialect op facebook   
> Waasland dialect (op deze site)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   
> Diverse informatie aangaande stad Sint-Niklaas (blog vlaanderen)   

 



Luister naar het Sinnekloases 

> Sint-Niklaas (www.youtube.com)  
> Sint-Niklaas in beeld (www.google.com)    

> Diverse informatie aangaande het Waasland (blog vlaanderen)   
> Diverse informatie aangaande het Waasland (blog waasland bericht)   
 

 107273.jpg  

> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  

 Zie  eventueel ook: > Deel 1  

button

Belsele - Belseels dialect


                    
       

    Belsele 

 

 

 

 

Oorsprong van de naam "Belsele"
Er lag eertijds tussen de huidige gemeente
Belsele en Waasmunster een diepe kuil, waarin rovers nestelden, die gans de omtrek onveilig maakten.
Omdat geen enkele reiziger hun zou kunnen ontsnappen, hadden ze van de kuil tot de overkant van de weg een zeel gespannen en hieraan een bel vastgehecht.
Wanneer iemand over de weg ging, schopte hij tegen het zeel, dat dicht tegen de grond gespannen was en op dat ogenblik rinkelde de bel, waarop de rovers te voorschijn kwamen en hun slachtoffer van kop tot teen uitschudden.
't Volk noemde weldra die onveilige plaats "het Belzeel" of "het Belzele", later dan Belsele .
Spot of Scheldnaam van Belsele: Klokkelappers.
> Sage: Belsele de verzonken stad (www.figy.be/legenden)   
> Diverse informatie aangaande gemeente Belsele (blog belgië)   

 Belseels dialect

Het Belseels Waaslands is verwant met het dialect van Sint-Niklaas en Lokeren . 
Woorden in Belseels dialect
A
aardappelen: pattaters, petetten ; aarde: deirde ; arm: eirm ; advocaat:
avvekoat ;
B
beerput; bjeirput ; bedriegen: afluizen ; boekentas:
cannaciére ; blootvoets: berrevoevoets ;
C
D
deksel: scheel ;
E
F
G
gemaakt: gemokt ; gezegd: gezeed ;
H
halen: hoolen ; haan: oune ; hoogstwaarschijnleijk: vantiennegen ; hommel: bombie ;
I
ingieten:
inkappen ; inrij akkerland: mennegat ;
J
K
kikkervisje: puipadoeleke ; kuip: bassing ; koorts: kursen ;
L
luik:
blaffetuur ;
M
meter: pit ;
N
nergens:
nieveranst ; naakt: padderen ; nooit: noeit ;
O
onderkleed:
commuaison ;
P
Paardenuitwerpsel: paardestront ;
Q
R
raar persoon: wuiten ; riool: kanduit ; rundvlees: rendersvlees ; rolluik: percen ;
S
schroevendraaier: tournavies ; neusverkoudheid: sneuvering ; speelplaats: koer ; soort snoep: pee lange rek ; slordig: nigliezjent ; snoepje: sjiesjiepken ;
T
tafel onderlaken: twalseree ; toiletpapier: schijtpapier ;
U
uier:
eur ;
V
vastgenomen: vastgat ; ventiel: suppap ; verkopen: verkoept ; verkoudheid: valling ;
W
wat aangedaan: een pee gestooft ;  worst: (braadworst): witte worst ; worsten: sosiden ;
X
Y
Z
Zeemlap: ziemlap ;

Vogels
vlaamse gaai: annewuiten ; 

Dieren
gans: goele ; kip: kieken ; kikker , pad: puit ; konijn (mannelijk): rijre ; schaap (ooi): beite ;

Insecten
mier: murezeker ; regenworm; pielewuiter ;

Op zijn Belseels gezegd. (Op zijn Baalsiels gezeed)
- De aardappelen staan lang in de aarde:
de petetten ston lank in deirde.
- Aardappelen schillen met en mesje:
petetten schaalde liefst mu nun goeie petetteschaaler.
- Mijn arm doet pijn van de beerput leeg te halen:
minnen eirm doe zier van den bjeirput leeg t' hoolen.
- Het afvoerputje van de riool is nog steeds niet hersteld:
da kanduit is nog alt nie gemokt.
- De advocaat tracht u te bediegen:
den avvekoat probeert o af te luizen.
- Ze maakt complimenten en heeft nog nooit met een zeemvel gewerkt: da verkoept chichi
en da heeft nog noeit ne ziemlap vastgat.
- Alle middelen zijn goed als ze maar helpen: al wat rookt is vuur omtrent, zie Uilenspiegel, en hij warmde zijn handen aan een paardestront.
- Men heeft je iets of wat onhebbelijks aangedaan: zen mij een pee gestooft.
> Belseels dialect (http://www.belsele.be/belseelsdialect.pdf)   
> Sinnekloases dialect (op deze site)  
>
Lokers dialect (op deze site) 
 

> Waasland dialect (op dit dialectblog)   
> Oost-Vlaams dialect (info op deze site)   

175542.jpg

> Belsele (www.youtube.com)   
> Gemeente Belsele in beeld (www.google.com)  

> Diverse informatie aangaande het Waasland (blog vlaanderen)   
> Diverse informatie aangaande het Waasland (blog waasland bericht)   
 

 107273.jpg  

> Provincie-Oost-Vlaanderen (blog vlaanderen)  

button

Meer van Vlaamse dialecten

↑ Terug naar de berichten