Eksaardes dialect wordt plaatselijk Gezoaerdes genoemd. Eksaarde is ook voor het dialect verwant aan Lokers, toch zijn er ook belangrijke verschillen waarvan hier een aantal beschreven.
Woorden in Eksaarde dialect boterham:boot ; boterhammen van rozijnenbrood: bezeboten ; geperste kop (hoofdvlees): oofflakke ; grof brood:gruizenbrood ; karbonade, koteletten:kramenaôn ; lokerse vlaaien:lokerse vlaen ; macaronipap:noellekespap ; pistolets: pollen ; reuzel:pillekessmout ; oliebollen:oliedots ; ontbijtkoek: pomkoek ; snoepschuim (schuimpje):nonnescheet ; >Lokers dialect (op dit dialectblog) >Waasland dialect (op deze site) >Oost-Vlaams dialect (op deze site)
De naam Moerbeke komt van enerzijds het Germaanse woord 'mora' wat veenmoeras ( of later turf-ontginningsterrein) betekent en anderzijds het Germaanse 'baki' wat beek betekent. De naam wordt voor het eerst vermeld in 1271 . Reeds in de Romeinse tijd bestond er al een woonkern aan de noordelijke heirbaan. In de periode 1142was de plaatsnaam Morbecca. De officieuze naam "Moerbeke-Waas" wordt soms gebruikt om onderscheid te maken met het andere Moerbeke, deelgemeente van Geraardsbergen.
Moerbeeks dialect Wie helpt bij het Moerbeeks dialect? Contacteer: andreotte@hotmail.com
Dialectwoorden A ajuin: adzun ; ambetante mens: ne beu'en ; appelsoort (Jacques Lebel): sacrabel ; B bang zijn: schau zijn ; biggetje: Sjut, tseutsen ;bloeding: bloeinge ; boekweit; bokéstoppel ; C catechismus: kattekesmus ; D dakgoot: kornisse ; dokter: dookteur ; doodsprentje of heiligenprentje: zantje ; dorsmachine: duskasse ; E eg (landbouwmachine): eegde ; F fuchsia (bloem): belleman ; G H haag: weire ; heilig oliesel (als iemand op sterven lag): berechtinge ; hij heeft het opnieuw: ei eend weere ; I iemand die altijd het juiste weet: bestweetre ; ik ben veranderd van mening: ka mijn kaare gekeerd ; inspuiting: piekure ; J K kleibolletje (klein) om te knikkeren: feute ; knikker (grote): bolleket ; kookpot: kastrol ; koortsblaar: korseblaze ;kwaadaardige vrouw: pekelteve ; L landbouwmachine, cultivator: kuullefoiter ; lompe vrouw: kalle, kloefkapper ; M man: ne vant ; meikever: meulenaire ; missaal die je kreeg bij plechtige communie: kirkeboek ; moerbeeks bietenseizoen: de kampagne ; N O opkoper van vee: bjeestenkjuper ; oogst binnenhalen: oest afdoen ; opslagplaats (groot) voor suiker: suikerbasiliek ; overjas: pardesu ; P paaien: flamakken ; persoon die weinig kan verdragen: seute ; persoon met veel streken: preetainse ; pier: teek ; politie: de sondurmus ; Q R rammeling: dussinge ; rem: fran ; ribbetjes: rabekes ; roddelaarster: comere ; S schoenveters: rekkeurden ; schop (onder je achterste): ne schup in aonen inktpot ; smospot, smossen: djefeleire, djefelen ; T tesamen: tjeupe ; tuin, hof: logting ; U V valsspelen: eurzakken , zeurzakken ; veearts: peirdemeester ; veiligheidsspeld: toespelle ; verfrommelen: verkreukelen, verfroefelen ; verkoper: commersant ; verwelkte bloemen: verslunst ;verwelken: verslinsteren ; vroedvrouw: achterwoarsterigge ; vuilblik met borstel: zwijntje ; W wc: tvertrak ; X Y Z
De naam Waasmunster zou komen van Waes-monasterium, ofwel een nederzetting in het Waasland. De vroegere plaatsnaam was Wasmonasterium 1019. Waasmunster wordt plaatselijk Vasmusteren genoemd. Scheld of Spotnaam van Waasmunster: hespeneters
Waasmunsters dialect
Waasmunsters dialect wordt plaatselijk Vasmusterens genoemd. Woorden in Waasmunsters A aardappelen: petetten ; aardappelenpetetten; appelmoes, appeltrut ; borstenhouder: loezekabaa, loezekabaa; bloeden: bloein ; boodschappen doen: komisses doen ; boom: buum ; bord ; talluur, taloor ; broodpudding: bodding B C charcuterie: toespijs ; chocoladefiguur: choclatte postuur ; D droog: dreug ; E erg: neig ; F G gracht: sljuut ; H haag: weir ; handtas: sjakos ; I ijsje: pillekekaat ; J K koekjes (klein rond):mokken ; kookpot: kastrol ; L lekstok: Stamper ; M N letter-cijfer koekjes: mokskes ; O P pak slaag: rammeling ; pompbak: pomstiejn ; Q R regenworm: pielewuiter ; rolluik: perchen, persjenne ; roomijs: pilleke'kaat ; S Sallamie: Sosis ; schommel: beis ; slaapkleed: tabbord ; sloefen: sletsen ; stok: knuppel ; straks, later: fleus ; T tafel: tauffel U uit gieten: uit paren ; V veel: neig ; vergiet: stramijn ; vork: ferket ; W werkmateriaal: auëllam ; wij:wulder ; X Y Z
De oudste vermelding spreekt over Stekela (1223) en Stekelt (1247) duiden direct op het verband met de versterking Stekelburg (1178), gelegen in het noorden, waar nu nog de mottei te zien is in de Hulsterstraat en Alvinusberg genoemd wordt. De betekenis Stekene – Stekela, past niet bij het huidig uitzicht van de gemeente maar bij dat van voor 1315 . Toen werd de vaart gegraven tussen Gent en Hulst, en onderging de gemeente een gedaanteverwisseling. Bron: wikipedia.org enwww.deuzie.be Scheld of Spotnamen van Stekene: blauwbuiken,messenvechters, baanstropers. >Diverse informatie aangaande gemeente Stekene (blog vlaanderen)
DefusiegemeenteStekene bestaat uit tweedeelgemeenten: Stekene zelf enKemzeke. In1977 werd ook de kern Klein-Sinaaivan de voormalige gemeenteSinaai naar Stekene overgebracht. Hierdoor wordt soms gezegd dat de gemeente drie deelgemeenten heeft hoewel formeel Klein-Sinaai geen deelgemeente is daar het nooit zelfstandig geweest is.
De naam Kemzeke gaat etymologisch terug op Camasiacum, een Gallo-Romeins toponiem dat verwijst naar de bezittingen van een verder onbekende persoon Camasius. Kemzeke heeft ook een vrij uitzonderlijk wapenschild. Als enige Belgische gemeente siert een kameelhet wapenschild van Kemzeke. Misschien heeft de keuze van dit dier te maken met het feit dat Diederick Van den Elzas deelnam aan de kruistocht. De kameel komt namelijk voor in de omgeving van het Heilig Land. >Diverse informatie aangaande gemeente Kemzeke (blog vlaanderen)
Kemzekes dialect
Kemzekes is verwant met hetStekens dialect.Toch zijn er ook belangrijke verschillen zoals o.a. hier vermeld. Kemzekes gezegden - Ons moeder goot een bassin loog over de gazon en de regenwormen kwamen allemaal omhoog: Ons moeder goot nen bassing loog over den bleek en de pillewuiters kreupen mee haufels noar omhoog. - Regenwormen kwamen allemaal omhoog: Kreupen mee haufels noar omhoog. - Rammeling geven: Smeiring geven, aftoepen. Stekese garrel: Opklaring uit het westen ( Stekene ligt ten westen van Kemzeke)
Het Kemzieks woordenboek Een nostalgische verzameling. Het woordenboek is in opbouw. De eerste versie ging online op 14 juni 2022. Aan de tweede versie wordt nu gewerkt. Gelieve de pdf door te sturen naar Kemzekenaren die nog Kemzieks klappen. Commentaar, aanvullingen en correcties zijn van harte welkom en worden verwerkt in de volgende versie. Mail naar:Kemzieks.dialect@gmail.com
Het dialect van Beveren in het Waasland wordt Bevers genoemd. Woorden in Bevers dialect A achteruitrijden: daazen ; aardappelpuree: gestamte petetten ; B bloedzuiger: echel ; bloedworst: beulingen ; bloedworst met stukjes spek: bloedpens; bromvlieg: ronker ; borsten (grote): ne grote vaveur ; bonbons: ballen ; buikloop hebben: den dapperen hebben ; bloembollen: kliesters ; beddegoed: lijnwaad ; boulonge:spie of zwart mé wit ; botsing: ne koekenbak ; braadpan: koekepan ; beroepssoldaat: boefer ; boekentas: karneseiren , canasjeir ; betrappen: traperen ; borstel: nen bussom ; beenhouwer: nen beenaar ; bal:ketsebal ; Beverse maat: Beverse mout ; bluffer:die sprikt overduzenden gelék nen boer over zen klane petetten ; C chicorij: pardaf ; D dikkopje (kikker): oekedoeleken ; divan: ne sjuslong ( komt van het Franse chaise-longue ) ;dikke vrouw: nen Epeda ( matrassenmerk ) ; Dorst:duist ; daanskoord:daanskoerde ; dansen:daansen ; dwarsligger:een bus mé vloe'en (vlooien) ; E eend: piel ; ei: aa ; ergens naartoe gaan en onverrichterzake moeten terugkeren: 't was een beenaars raas (reis) ; F fiets: nen harley trapt hem ; G gerookt vlees: speksehank ; gierig persoon: krebbenbijter ; glas drank helemaal vol:beverse maat ;gescheiden vrouw:levende weef ; grote mond opzetten: een fraunke toot opzette ; H haag: weir ; hand: ne pol ; handje: polleken ;handen: haanden ; hard werken: serieus owen hiekel afdroan ; huishouden: huishaan ; hoofd: ne seuvel ; heel moe zijn: ik ben 't gat af ; hemd: hem ; hoeveelheid: u getes ; het jongste kind: de kakkenest ; I ik ben weg: ik ben wiepes ;ik ben ziek: ik kan nie uit de spieut ; iemand die veelkan eten: nen echten schoofzak ; iemand die geenpijn verdraagt: ne klaanzierigen ; is het niet: awa ;iemand uitvragen: de pieren uit de neus halen, lutsen J jullie: gulder ; K kunstgebid: valse eetkamer ; kersen: kazen ; koffie (een tas) nen theekop koffie ; katholiek persoon: pijpenplakker, pileirenbijter ; kus:toot ; kreupel: malots ; krabben: kraan ; kwajongen: gasrederik ; Kauwgom: tutefruut ; knot garen die moet opgewonden worden : een string goaren ; kalf: ne mutten ; kaalkop:die eet hoar mé karakter, 't valt liever uit as grijs te woaren !! ; kleinigheid, het heeft niets opgebracht: 't is een scheet in een net ; kerkhof:den akker L likstok (snoep): ne gatte kletser ; lui zijn: geen plat stroot verleggen ; lenig iemand:een zwie'ep M mannelijke getuige bij een huwelijk: pruimeleir ; meter en peter:pit en peter; mier: mierezieker ; meikever: meuleneir ; mesthoop: ne messing ; melkkan, melkbus: kiet ; mauwveger: platte petet ; magere vrouw: een panlat - lat mé een hol in ; man die niets te zeggen heeft thuis:die stout warda den bussom stout ; met de bal tegen een muur gooien:ketsen ; N neus (grote): ne grote gevel ; neus peuteren: uw prenten verhangen, de piere ut owe neus hoale ; navel: nougelbuik ; naakt: padder ; niets uitrichten (lui zijn): geen plat stroot verlijgen ; nors iemand:nen os ; O ondertussen: swins ; onozelaar: nen toerten ; oprit voor akkerland, weide of boomgaard: mennegat ; oorveeg: petet op o oren ; onvriendelijke, gierige man: nen urk ; onderzetter: un toffelbarreken ; op je pootjes terecht komen: op o wouter (water) vallen ; op een lepe manier aan de waarheid proberen komen: mé u waarm haand on u kaat gat voelen ; P paard: peird ; pannekoek:koekenbak ; peperkoek:pompkoek,commiezespek ; pandjas of jacquet: nen billen kletser ; pier aard(e)worm: pielewuiter ; paardefilet: peirdenank ; pantoffels: sloefen ; pasgeboren kind: plat kinneken ; plotse opwelling: schietende zinnen ; pruim: paus ; Q R ruziestokend en vals vrouwenpersoon: pieketijn ; ruzie tussen man en vrouw: 't is groen hout ; rundsfilet: ossenank ; rad ter tong zijn: een lank blad ijn ; rugzak voor b.v. soldaten en dokwerkers: kietzak, ne muilezel ; roddelen: portretten trekken ; reis: raas ; rustoord: den baa (gebouw), 't ou pekeshuis ; S schoencréme: pilo ; sukkelaar: nen duts ; snurken: ronken ; strooien hoed: men tits ; stilstaan: stilstoun ; spleet, smalle doorgang: slobbegat ; slordige vrouw, vuile vrouw:mottige plodde ; schaatsen:schetsen ; schaften, eten: schoven ; speeksel: moederkeszalf ; slecht gezint zijn: die ee zijn aken (eitje) niet gat ; schaamhaar jonge meisjes: paasewol ; speeksel: spuchel, rochel ; spuwen: spuchelen, rochelen ; schijfjes: platte konnekes (bv. schijfjes worteltjes = platte konnekes peekes) ; slecht mens: ne schurfterik ; slechte daad: schurfte streek ; stout, ongemanierd kind:gaschreed keend ; T taart: toert ; tanden:taanden ; trouwen: troun ; triestig en bleek uitzien: die ziet er samoe's "uit ; turnen: jumenas ; tikkertje spelen:katsjen aan ; U urineren, wateren: pissen ; uw plan trekken: o strng trekken ; uw uiterste best doen:d' hel uitschuren ; V vleesvlieg: duitse vlieg ; pissebed ; varkensluis ; vensterluiken: blaffeturen ; vork: verket ; vriend (maat): mout ; verkoudheid:sneuvering, snotvalling ; volop: toerlejoer (van hetFrans tout le jour) ; vrouw die niet veel thuis is:nen dwaal ( dweil ; verwend kind: ne suikerdot ; vlug werken: affeseren ; W wagentje met twee wielen om zakgoed te vervoeren: pierewiet ; wc voor mannen: weef cools ; wc voor vrouwen:ward cammens ; WC: 't gemak, 't husken ; waskuip: bassing ; washand: buzeken ; wesp: peisweps ; werken: waarken ; warboel: nen annekesnest ; worst:wuist ; X Y Z zuchten:krochen ; zij: zulder ;zoethout:kallisjenhaat; zwaar beladen: gelo'aan gelék nen ezel ;
Op zijn Bevers gezegd - Als ge denkt dat het onmogelijke toch kan gebeuren......t'zou moeten lukken: als 't lukt kalft den os! - Dat is een waarheid: da klopt gelijk ne zweirende vinger. - Alle hulp hoe klein ook helpt: alle baten helpen, zij de mug, en ze piste in de zee. - Een geschenk krijgen dat ge echt nodig hebt en toch zelf zou kopen: kosten op 't sterfhuis . - Een man die het niet zo nauw neemt met de echtelijke trouw: 't is nen echte koekoek. - Geniepig lachen / glimlachen van leedvermaak: gremelen gelijk een weekluis. - Het hangt mijn voeten uit: het hangt mijn kliesters uit. - Heel slim zijn: vossekloten gegeten hebben. - Heel snel zijn: van nen haas gepoept (geneukt). - Het is normaal dat mannen altijd bezig zijn want luierikken brengen niets binnen !!!: een peird zij taanden en ne vent zijn haanden meugen nooit stilstoun . - Heel fiere persoon: hij zet hem gelijk beckse wuiten (Vlaamse gaai). - Iemand die nogal zot is van vrouwenvolk: in 't lijnwaad doen. - Iemand wiens haar begint uit te vallen:dreven trekken of ver op den hof wonen. - Op zijn tenen getrapt zijn: in zijn keutel gepikt zijn. - Onverwacht bezoek krijgen of als iemand iets ontdekt dat ge liever geheim gehouden had: op uwen nest gepakt worden. - Praten zonder inhoud: klappen zonder vel over uwen buik. - Ten lange laatste een beslissing nemen: op 't sluiten van de mart (markt). - Vuil en slordige mensen:'t is precies 't huishaan (huishouden) van Jan Steen. - Water in de kelder hebben of onder de tram gelegen hebben: een lange broek die té kort is - Proberen steeds je zelf te blijven en er een eigen mening op na te houden: ieder zijn goestng zij de boer, en hij at de kleinen zijn pap uit. - Van een jong meisje dat moet trouwen zegt men: vroeg in de wei is rap vet!!! - Van een meisje dat tamelijk jong trouwd zegt men: schone liekens duren niet lang en schone maskes lopen niet lang !! - Een jongen die op zijn 30e nog niet getrouwd is: hij staat in 't osseweiken (weide). - Iets of wat in de steek laten: gaan lopen gelijk nen hond van zijne stront! - Iemand die zich niks aantrekt van een ander en alleen met zijn eigen bezig is:die is op zijn eigen gelek Meirdonk (Meerdonk = Waasland Gemeente). - Van iemand die met grote voeten rondloopt zegt men: die luupt op strijkijzers. - Een man die aantastelijk is: ne kraar. - Het gezegde dat moeders meegeven aan hun dochters: kraars zijn geen traars! Wat wil zeggen: opgepast als een jongen te vlug handtastelijk wordt is het maar om te profiteren. - De verbondenheid van man en vrouw: waar Janneke is moet Mieke zijn. Vraa en man is één gespan. - Een jong verlieft koppel: een meikoppel. - Een wat simpel naief koppel: arm en buud. - Als iemand klaagt over téveel werk: waarken is zoulig zei de bagijn en ze ging nor 't klooster om der vanaf te zijn. - Iets dat slecht vooruit gaat: 't go veruit gelek 't muziek van Temst, alle dougen u flutsjen bij. - Uw plan trekken met de bedoeling niet té veel te moeten werken: die is ziek on heur kriek en gezoond on heur koont. - Heel vroeg opstaan: hedde in o bedde gepist ? - Iemand die overal profijt uit slaat: die eeft op alle putten vis. - Slim zijn en problemen plossen: o string trekken. - Iemand die altijd klaagt: die kraat putten in d' eirde. - Het kan mij niet geven wat er gebeurt, alles is goed: da God gift, dant wouter is. - Van mening veranderen: o ekken on nen aandere stouk hangen. - Met die persoon wil ik niets te maken hebben: van dien boer geen aren (eieren). - Heel veel verdriet hebben: o een oog uit schrie'en. - Iemand die dingen doet zonder na te denken: die eeft schietende zinnen. - Man van de waterleiding die pannes komt verhelpen: Piet Fiet. - Verstandig mens: ne gelierden bol. - Comediant: die kan lachen mé zijn één en schrie'en mé zijn aander oog. - Iemand die alles moet lenen: had ik stekskes, vroeg mij wa toebak mor 'k heb geen bladsjes. - Dat eet ik niet graag: da's mijne meug nie. - Iets dat je graag eet of drinkt maar 't is nog al duur: trekt dien taand mor uit. - Als een koppel al een paar jaar getrouwd is: de spilleman is van ’t dak. - Jongen is verliefd op een meisje maar een ander gaat er mee vandoor: hij waa mor rolschetsen moeten oundoen. - Geen geld kunnen houden: o geld over de rooster tellen. - Niet kieskeurig zijn wat eten betreft: u goe vaarken mag alles. - Als ge iets lekker vindt: 't is nie veur de vaarkes gemokt. - Als ge maar een klein stukje van iets krijgt: da got in mijnen ollen taand. - Als ge profijt wil hebben van alles wat ge doet: dan moete siroop on onnen board strijken. - Iemand die ongenood komt: die komt gelék de luizen. - Als ge iets gekregen hebt en de ander wil het terug: gegeven is gegeven en 'tstoksken is nor d' hel gedreven. - Ze is nog jong en goedgelovig: z'is nog nie droe'eg achter eur oe'eren (oren). - Vrouw van rond de 40 jaar: z'is in de fleur van eur leven. - Tegen iemand die altijd hetzelfde zeg: ge meugt al is een aandre plout (lp) oplijgen- Iemand met veel juwelen aan: ie is gekroe'end gelék nen os. - Deelgemeente Haasdonk:'ostonk' uitgesproken door de Bevenaars.
Kindergedichten en liedjes in Bevers dialect Oekedoeleken Oekedoeleken droaat o poeleken Droaat o poelenhandjes veur ne stuiver min of meer droaat er ons ....(bv. Mileentje) nog ne keer ! Bieza-bieza rolleken Bieza-bieza rolleken ons Femke eefde krolleken. Bieza-bieza wat ons Femke eede lank blad ! ( heeft een lange tong) Bieza, bieza, bijzen Lot het zonneke schijnen Lot de regen overgoun Dat ons .... nor 't scholeken kan goun Wie zal der heur (hem) leren ? Onze lieven Heren Wie zal der heur (zijn) commissiekes doen? Pitje mé zijne gelapte schoen!
Ei, ei, ei Wat is mijn hartje blij!In de klas dor leren wij Op de koer dor spelen wij Ei, ei, ei Wat is mijn hartje blij! Ute peirdeken Ute peirdje rij mor oun Peter zijn hekken zal open stoun Stond nie open, rij verbij... Ute peirdeken kom bij mij! Bieza bijze manneken wa zit er in o kanneken zoete melk en koekebrood daorvan wurt ons kinneken groat! Aftellenbij het"katje" = tikkertje spelen 1,2,3, de broekeschijterij 4,5,6, de broekerschijteres 7,8,9, ik kwam den broekeschijter tegen 10,11,12, gij zijt den broekeschijter zelf! Drij dikke boeren... Drij dikke boeren onder éne paraplu... Den eesten mé nen dot, Den tweeden mé een kalot. En den derden mé ne klets - kop! Riekes KiekesRiekes kiekes zat in 't koren. Mé een blommeken in zijn oren. Riekes kiekes zat in 't zand. Mé een blommeken in zijn hand! Een ludiek gedichtje, opgezegd als iemand té nieuwsgierig was! Wa ist? e peird da pist! Had er u kanneken onder goan 't had vol gewist. Hadde't uit gedronken g' had zat gewist! Ludiek gedichtje Edde duist? Go noarJanneke Wuist... Die eet unhoondje... Da pist in omoondsjen. Die eet unkatsje... Dat krabt on ogatsjen!
Sinte Marten Op 11 november wordt in Beveren Sinte Marten gevierd. In elk gehucht (Zillebeek, Thijskenhoek, Krabbenhoek...) stonden de kinderen hem op te wachten want dan was het GRIEL! Sinte Marten gooide snoep en lekkers rond en de vlugsten hadden het meeste "gegrield".Nu nog is het op de Beverse markt grote GRIEL op 11 november. Op de vooravond gingen kinderen van deurtot deur om ons Sinte Martenlied te zingen en zo wat snoep of een cent te bemachtigen.
Een van de verschillende versies van het Sinte Martenlied Vandoug is 't Sinte Marten en maren is 't Sinte Kruk wij kommen met goeien harte wij kommen met 't goeie stuk! En edde'ons niet wa elzenhaat (elzenhout) want ons voetjes zijn zo kaat wij keunen van hier nie goun of wij emmen wa opgedoun! De jonges van de duirpen die stoun hier al bijeen wij zullen ze leren haat roupen turf roupen Op de sinte manieren 't ouvond zullen wij vieren op de Sinte Marten een stuk van zijne mantel En wilde gij da nie geven dan zijde gij een grote beest (gierig) Hier woont een brave vraa (vrouw) die lank leven zal Hoelank zal ze leven Honderd joar en énen dag totda ze geenvlees of brood niemer mag!
Bevers Nieuwjaarslied Met dit lied gingen kinderen van deur tot deur en kregen in ruil een cent of wat snoep. Op enen nievejoarsouvend den sloeg den bakker z'n wijf al mé nen haten kluppel zoedounig op heur lijf... De kluppel die brak de vra die sprak Den bakker liep nor den oven om petetten te stoven petetten méapperdoun ( stokvis ) wilde't nieeten den lot ut stoun Bron: Gisela: https://blog.seniorennet.be/kantklossen2/
Geschiedenis van de uitdrukkingen Beverse maat:Beverse mout Volgens de geschiedenis van " Het land van Beveren " is dit de oorsprong van de Beverse mout:
1.De geschiedenis van Beveren Is de geschiedenis van een vrijheidlievend volk, dat nooit werd geknecht. Het ‘Land van Beveren’ had zelfs eigen maten en gewichten.
2.Markt van Sint-Niklaas Waarom langs een kant van de markt geen cafés te vinden zijn? "De kant van de belangrijke gebouwen was vroeger de grafelijke kant. Eigendom van Margaretha van Constantinopel, gravin van Vlaanderen. De arme gravin schonk de markt in 1248 aan de gemeenschap die toen in Sint-Niklaas woonde. De overkant van de markt was eigendom van de Heer van Beveren. Deze graaf bezat heerlijke rechten. Hij kon zich veroorloven dat in de herbergen pinten werden getapt 'op Beverse maat met een kousenband'! Deze maat was groter dan de Gentse maat, die werd gebruikt aan de kant van gravin Margaretha. Bron: http://www.beveren.be/ > Bevers dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Bevers) >Bevers Dialect (http://nl.netlog.com/sandra2girl/blog) >Waasland dialect (op deze site) >Oost-Vlaams dialect (op deze site)
Doel wordt voor het eerst vermeld in 1267 als "De Doolen". De precieze betekenis is onduidelijk, mogelijk verwijst het naar de "dalen" in de zin van uitgegraven zandhopen. In de middeleeuwen zouden De Doolen nog eilandjes in de Schelde geweest zijn. In de Wase dialecten noemt men het dorp "Den Doel". > Diverse informatie aangaande deelgemeente Doel (blog belgië)
Doels dialect
Het oorspronkelijk dialect is meer dat van Zeeuws-Vlaanderen. Doel was een dorpje op zijn eigen”. Woorden in Doels (gemeente) dialect ekster:annepap ; pier (aard(e)worm:pielewieter ; zwaarlijvige vrouw:en malse ;
Gezegden en uitdrukkingen in Doels dialect weg over den dijk:april ; .(het Woordenboek der Nederlandse Taal vermeldt het woord april, alhoewel het woord in het algemene taalgebruik tegenwoordig is veranderd tot opril. De betekenis is "een hellend oplopende weg, tegen een aarden dijk of wal gelegd, waarlangs mensen, paarden, voertuigen en vuurmonden de kruin of walgang kunnen bereiken". April is de oorspronkelijkere vorm en zou teruggaan op het Franse werkwoord appareiller "klaarmaken, schikken" en bij uitbreiding ook "bouwen, aanleggen". Het afgeleide naamwoord appareil verwees oorspronkelijk naar de aanleg van een dijk, in het bijzonder het aanleggen van de helling, en is dan uiteindelijk gaan verwijzen naar de helling zelf. Appareiller gaat op zijn beurt terug op het Latijnse par "gelijk" en betekende oorspronkelijk iets als "(gelijke of bij elkaar passende delen) samenvoegen, bijeen voegen"). >Bevers dialect (info op dit dialectblog) >Waasland dialect (op deze site)
Kieldrecht is een poldergemeente gelegen aan de grens met Nederland (Nieuw-Namen). Het dorp is gebouwd in de noordwestelijke hoek en is waarschijnlijk ontstaan in de 10e eeuw. De naam komt echter pas voor in 1238. Spotnaam van Kieldrecht: koutermollen. > Diverse informatie aangaande Kieldrecht (wikipedia.org)
In de vroege Middeleeuwen lag op de linkeroever van de Schelde nog een moerasachtig gebied, vol geulen en schorren die geregeld bij vloed onder water liepen. De benaming van de gemeente is hoogstwaarschijnlijk afgeleid van het broek(moerassig land) aan de Verre, een oude waterloop van Zalegem (St. Gillis) tot aan Singelberg (Beveren), waar ze met de burggracht was verbonden. Spotnamen van gemeente Verrebroek: filippen,kerkschijters. > Diverse informatie aangaande deelgemeente Verrebroek (wikipedia.org)
Betekenis van de plaatsnaam Haasdonk: Wellicht plaats waar Hazen populatie aanwezig was. Haas knaagdier, Een donk is een hogergelegen plek in het landschap. Haasdonk wordt door zijn inwoners ook wel eens 'ostong' genoemd, of dit het dialect van ossentong betreft is onduidelijk. Scheld of spotnamen van Haasdonk:rostekoppen, kasseidieven. > Diverse informatie aangaande Haasdonk (wikipedia.org)
Haasdonks dialect
Haasdonks is verwant aan het Bevers dialect, maar bij dat smeuïge Wase Haasdonks dialect. wordt de "k" niet uitgesproken. Woorden in Haasdonks dialect bloedzuiger:bloetzuger ; bijna: bots ; hardwaaien: urten ; libelle:sinksenpeirel ; pier, aard(e)worm, piereworm ; parel: peirel ; >Bevers dialect (info op dit dialectblog) >Waasland dialect (op deze site) Wie helpt bij het Haasdonks dialect? Contacteer:andreotte@hotmail.com
Het Melseels dialect kan men in bepaalde mate Bevers noemen, toch heeft het ook zijn eigen uitspraken. De Melselenaren gebruiken het stopwoord: 'awa'. Woorden in Melseels dialect A B broodpudding:kattegroest ; C D dwars iemand:ne hannewuite ; E F G hommel:bombie ; H I J K koprol:kunstelabarg ; korenbloem: miekepiepke ; klaproos: koolblom ; L lisdodde:dulpoezen ; lieveling van de juf:febbekak ; lolly:gattekletser ; M maïs:sponsetaarie ; mirabellen (kleine rode pruimkes):marabloanen ; N O oprit van akker meestal voorzien van rioolbuizen om de waterdoorgang van de gracht te bestendigen:mennegat ; ongecontroleerde vloek:vlammende miljaarde genoagelde getaarde ; P pier: pillewuiter ; peinzen, denken:paazen (bvb.wa paasde noa wel) ; pepersausice:tiktak ; Q R S samengebonden takjes en sprokkelhout (bundel) bvb.bij het kappen van wilgen of canadabomen, wordt gebruikt voor aansteken van de(Leuvense) stoof, maar ook voor drainages, of het versterken van weggezakte mennegaten:pijnsoard ; seringen: troonkoarspluimen ; T U V valsspeler:oirzak ; vrouwelijk menspersoon:maasen (komt van meisje, bvb :'t is altijd iet éé maasen)varkenskop (broodbeleg):groest ; vrouwspersoon:vramijns ; W X Y Z zuigen, zabberen:loetsen (bvb aan een lolly) Bron: Kamiel Schipperskamiels@yahoo.com >Melseels (www.mijnwoordenboek.nl) >Bevers dialect (info op dit dialectblog)
Het Temses dialect wordt plaatselijk ook wel Temsts of Temsees genoemd. Temse heeft een sappig en kleurrijk dialect, dat zich binnen de Wase context vooral ook onderscheidt door zijn eigenzinnige uitspraak. Al naargelang van de plaats zijn er zelfs binnen de gemeente nog verschillen in uitspraak.
Woorden in het Temses dialect - de uu word meestal uitgesproken als ie - de eu word meestal uitgesproken als ee
A aardappelpuree: gestamte petette ; ajuin:ajén ; appelmoes: appelspijs ; B betasten: foeffelen ; berispen: greiven ; bevangend (weer): doef ; bijna: bakkanst, ost ; bloembol (bloemencloot): kliesters ; botermelk:ziere mallek ; brandnetelbrand op lichaamsdeel: getingeld ;brave man: nen joebe ; C chicorei: pardaf ; confituur: saroop ; D deur:deer ; dikwijls: dikkels ; doorbreken (koord, nestel): afkasten ; drinkgeld: pree ; duvel: bombaard ; E ei:aaj ; eigebak met twee dooiers: peirdenoog ; F fluim:rochel ; foto: petret ; fotograaf: petrettentrekker ; frieten:petetfriet ; H handvol: aufel ; haring: nen eiring : harde dunne koek: papkoek ; I is 't niet: awwa ; J jam:zjelaai ; jou: ou ; K kaars: keis ; kauwgum: tuttifrut ; kerkboek, missaal: karreboek ; klein: klaan ; kleintje: klantsje ; kleinzerige vrouw: ’n seut ; klusjesman, zelfdoener: fottereir ;knikker: marrebol ; koffie: kaffie ; kopmuur aan rioolingang: kanduit ;korf: kerref ; kruiwagen:kerrewoagen ; kurkentrekker: kerrentrekker ; L lies: eekenis ; M meter en peter:pit en petere ; mier; mierezjieker: meikever: bomboart ; mooie man: ne geive ; N navel: nagelbuik ; neef: kozze ( mijn neef: méne kozze) ; netel: 'tingel ; niet alert mens: nen badde ; O onbeleeft mens: ascheranterik ; ongelukkige: ne miezere ;oog dik of opgezet: ’n piepoog ; oorveeg: ’n vloa, ’n mot, ’n peir P pannekoek: koekenbak ; peperkoek: pomkoek ; peuteren: peteren ; pielewuiter: murezeker ; pijpentabak: karramellentoebak ; praatgrage vrouw: babbiel ;put: pit ; Q R raamluik (raamblind): blaffetier ; rabarber: zierstek ; rammeling: ’n smeiring, ’n poefeling ; ronkaart (mens die ronkt): bombie ; S schelde: ’t Schel ; schommel: ’n bijs ; schrik hebben: poepers ; schuifaf (glijbaan voor kinderen): gatritser ; smeren (boterhammen): briën ; soms: ammets ; spuwen: spuchen ;stekelbag: oekedoeleke ; stekelvarken: meirlon ; stoep (voetpad): plassier ; stort: 't shipmes ; schuren: schieren ; schuurborstel: ne schierbestel ; snor: moestes ; T teelballen: kliesters ; treuren: verbomen ; trosbessen: troskesbezen ; U V vaars: vjeis ; vandaag: vandeeg ; varkensluis: tenennijper ; veel schreiend mens: schriëlip ;veel volk:vollembak ; venijnige vrouw: tiek ; vensterluiken: blaffeturen, blaffetieren ; vliegenraam: een schijn ; voetpad: plansier ; vuilophaalwagen: de velkaar ; W wanorde: ne messing ; wilde kastanje noten: gallienoten X Y Z Gezegden in Temses dialect - bang doorgaan: ij goat der vendeur me zijne steirt tusse zen poteconstipatienen. - droevige greindel een slag in het gezicht; een mot op a wezen. - er is onweer op komst: z e zijn een schip aant laje (laden) ga jij godde gaa. - ga weg voor ik je eruit gooi!: Maukt da ge weg zijt of 'k geef au nen trok in a ol gaan wij gomme. - geen sprake van!: d a ziede van ier geweldig pijn hebben tu nijg zeer. - het is drukkend warm: tis douf . - hij sloeg mee ne stok op zijn gezicht: hij sloeg mee ne klipper op zij wezen. - hij zat op het voetpad: hij zat opt plassier. - iemand die hoogmoedig is: die é et oog in zijnen bol. - ik zou eens een klap tegen uw oren geven: kzou ou ies een klets tegen au oere geve. - loop naar de maan!: s pringt in 't Schel! - niet lenig: stijf as en ijzeren hekke. - tegen uw vrak (vest): t egen ou sjiep. - we hebben nogal gelachen: webbe nogal huile gelaten. - zelfs een gek weet dat: a ne zot zat graa. - aardappelen pletten: petette dedderen. - boterham smeren: nen boterham brieje. - diep in zijn neus zitten: ache bove zeit zwiert den eejs. - schop onder je achterse krijgen: ne schip op a kliesters krijge. - klets op uw kaak: een lap op a toot of een pjeir op a bakkes. - het lastig hebben: hij (of zij) krochen nogal. - ik zeg het niet: schet. - ik zie jou graag; Ik zien ou gère. - koffie met melk: kaffie mi mallek. - pannekoeken met bruine suiker: koekenbak mi bréne séker. - iemad een loer draaien: iemand een padde in zijne korf zetten. - ik hou van jou of ik bemin jeofik zie je graag: ik zien ou gère. - iemand die heel vermoeid is: 't schaap is de preut af. Aftelrijmpje van ruim 100 jaar terug Rommel den bommel den bommel den bommel den boer zout op de pispot e wiest nie woar a zijn meeke was zijn meeke was nor den hemel om ne gouwe kemel, om ne gouwe stroont 3 kjiere den hemel roond van ientsje , van tientsje , van schaarep mes drij oonderd en zes, olie in de fles, olie in de loump ( lamp) en de loump die schoot in bround ( brand) en amme bakke emme brood en amme stareve zijmen dooèd Medewerkster van het hier geplaatste Temses dialect Yoltjen yoltjen@hotmail.com