Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

lied

Een gedicht van Hendrik Muller 1855-1927

Lied

Ontneem mij alles, wat gij wilt,
Ontneem mij geld en goed,
Ontneem mij steun en hulp en trouw,
Ontneem mij vreugde, ontneem mij hoop,
Ontneem mij zang en lied:
Ontneem mij alles, wat gij wilt,
Maar slechts de liefde niet.

De liefde is leven op deez aard,
De liefde is kracht en moed,
De liefde is hoop en vreugde waard,
De liefde is geld en goed.
De liefde is steun en hulp en trouw,
De liefde is zang en lied:
Ontneem mij alles, wat gij wilt,
Maar slechts de liefde niet.

Ontneem mij 's levens minste goed,
En 's levens kortste rust,
De laatste straal van levensmoed
En vonk van levenslust.
Ontneem mij de allerkleinste hoop
En 't allerlaatste lied:
Neem alles, wat ik heb op aard,
Maar slechts de liefde niet.

'Gedichten' [1878]

schrijver

Geschreven door Dora om 13:52 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

liedeken

Een gedicht van Gerbrand Bredero 1585-1618

Liedeken

's Nachts rusten meest de dieren,
Ook mensen goed en kwaad,
En mijn Lief goedertieren
Is in een stille staat:
Maar ik moet eenzaam zwieren,
En kruisen hier de straat.

Ik zie het zwierig drijven,
Ik zie de klare* maan,
Ik zie dat ik moet blijven
Alleen mistroostig staan.
Ach lief, wil mij gerieven*
Met troostelijk vermaan*.

Ach Lelie hoog verheven,
Verheven in mijn zin,
Mijn hope van mijn leven,
Gewenste, schoon Vriendin,
Wil mij, u jonstich, geven
Een lieve wedermin.

Met hoop en vrees bevangen
Met een gestage strijd
Van zorgen en verlangen
Verwacht ik nu ter tijd
Van u mijn troost t'ontvangen:
't Woord, daar men lang om vrijt.

Mijn vruchteloos verwachten
Mijn kommer niet en blust,
Zult gij mij heel verachten
Och voedster van mijn lust!
Maar ziet - ik onbedachte
Klaag nu, zij leit en rust.

Och slaapt gij, mijn behagen,
Terwijl ik doe mijn klacht?
Wat baat mij dan mijn klagen
Nu gij de dove slacht*?
Ik sal 't geduldig dragen,
Ick wens u goede nacht.

Adieu, Prinsesje jeughelijk,
Mijn vrouw van mijn gemoed:
Adieu en droom geneugelijk,
En slaap gerust en zoet:
Ach 't is mij zo onmeugelijk
Te rusten als gij doet!

--------------------------------------
helder
tegemoet komen
troostende woorden
op een dove lijkt

Groot Lied-boek

schrijver

Geschreven door Dora om 15:42 Reageer op dit bericht

lijk

Een gedicht van Cornelis Honigh 1846-1896

Bij 't eerste lijk

'Mijn lieve kinders, schrik toch niet,
Wanneer gij dode menschen ziet -'
Dit leerde ik reeds als jongen.
Maar leerde ik 't ook, 't werd niet doordacht,
Helaas, helaas, hoe onverwacht,
Werd ik daarvan doordrongen!

'k Had nooit nog bij een lijk gestaan,
Al had ik menig gang gedaan
Om bloedverwant en vrinden
Te brengen waar een rustplaats is,
Die ik nog in mijn droefenis,
Benijdb'ren! niet mocht vinden.

Daar knielde ik op een dag in maart,
Wiens storm woedde in mijn levensgaard,
'k Bevoelde, ik streelde een koontje;
Een schok doorvoer me, aan niets gelijk,
Ik voelde voor het eerst een lijk,
Dat lijk was van mijn zoontje!

Geen zomer; nieuwe gedichten (1880)
schrijver

Geschreven door Dora om 11:42 Reageer op dit bericht

vaderland

Een gedicht van Jan Frederik Helmers 1767-1813

AAN MIJN VADERLAND

Het misdrijf doet Europa beven;
’t Verraad, alom ten troon verheven,
Voert de oorlogsdonders brullende aan;
Doet duizend duizendtallen sneven,
En hof en stad in vlammen staan;
De huisman moet zijn erf begeven,
En op uitheemse grond schier van gebrek vergaan;
De krijgsknecht wordt in ’t woên gesteven;
De landman, vloekend voortgedreven,
Wordt lachende beroofd van ’t leven,
Of ziet zijn gade en kroost in ijzren ketens slaan.
o Vaderland, dat, lang voor deze,
De roem der volken placht te wezen!

Ach! Is uw oude roem voorbij?
Gij, schier tilt niets ten top gerezen,
Ontworsteld aan de dwinglandij,
Deed u door gans Europa vrezen;
Gij waart alom geducht, ontzaglijk, groot en vrij;
Uw naam, in oost en west geprezen,
Uw vlag, met blijdschap opgehezen,
Deed volk bij volk uw grootheid lezen,
Uw eeuwge afkeer van geweld en slavernij.

Maar nu, in ’t stof ter neergebogen,
Beween ik uw verdelgd vermogen,
Mijn eertijds roemrijk vaderland!

Zo treurt een moeder, diep bewogen,
Bij ’t sterfbed van haar huwlijkspand;
Zij schreit, en smeekt om mededogen,
En klaagt vergeefs haar wee de wouden en het strand;
Zij dat de blos der jeugd vervlogen,
’t Gelaat met loodverf overtogen;
Een mist dolt eeuwig nu die ogen,
Die straalden in haar hart; zij zwijmt, door rouw vermand.

Zo treur ik in dees droeve dagen,
Terwijl een Ilias* van plagen
Ons dreigt met een gewissen val;
Het stoutste hart moet zelfs versagen
Voor Mavors* dondrend krijgsgeschal;
Het heden doet elk kermend klagen;
De toekomst spelt ons niets dan rampen zonder tal;
De hoop zelfs vlucht, door rouw verslagen:
Zo vlucht, als buldrende onweervlagen
Langs Ceres* veld verwoesting jagen,
De Landman schreiend weg van ’t eertijds vruchtbaar dal.

Mocht, uit dees nacht van tegenspoeden,
Die ’t hart des Bataviers doen bloeden,
Nog eens een blijde dag ontstaan!
Mocht, op de zee en op de vloeden,
De vlag van Neêrland nooit vergaan!
o ’k Wil die hoop blijmoedig voeden;
’k Grijp in deez’ draaikolk noch deez’ laatste rietstaf aan.

Gij, die alleen dit volk kunt hoeden,
o Eeuwge bron van alle goeden!
Die thans de staatsorkaan laat woeden,
Maar die ook stillen kunt, treed toe, of ’t is gedaan.

Maar is ’t uw wil, Oneindig Vader,
Wiens troon ik vol aanbidding nader!
Dat Neêrlands volk verga van de aard’,
Daar ’t, in zijn’ plicht hoe langs hoe kwader,
Zich zelf zijne eigen rampen baart;
o Aller dingen bron en ader!

Laat mij die dag niet zien, tot zo veel wee gespaard!
Eer haat ons staatsbestel ontrader’,
En Neêrlands tuin geheel ontblader’,
Dat mijn geslacht mijne as vergader’:
Zij blijve in ’t grafgewelf voor de eeuwigheid bewaard!

Toch is me, o God! eens ’t heil beschoren,
Dat door mijn zerk de stem zal boren,
Gespeld in uw onfeilbaar woord;
Heb ik hier gade of kroost verloren,
Door hen worde ook die stem gehoord;
’k Snel dan met hen en de englenkoren
De schepping juichend rond, door ’t stof niet meer gestoord.

Dus werp de Landman uit zijn horen,
Wanneer de zaaitijd keert, het koren
Verheugd in de omgeploegde voren,
En ’t zaad brengt weer voor d’ oogst verjongde halmen voort.

-----------------------------------------------------
Ilias - [Boek van Homerus met een] overvloed [aan oorlogsellende]
Mavors - [God van de] oorlog
Ceres - [God van de] landbouw

schrijver

Geschreven door Dora om 16:53 Reageer op dit bericht

strand

Een gedicht van Marie Boddaert  1844-1914

Avond aan ‘t strand

Nu is ’t of alles rusten wil,
De hemel wijd en de duinen stil,
En ’t dorpje in ‘t duin gezeten,
Wat nestjes bruin, ‘t kerkje in hun schoot,
En wat venstertjes blozend nog van rood,
Door zonne in ‘t west vergeten.

En naast de duinen de grote zee,
Zo droomrig loom of zij zachtjes mee
Wil slapen en niet meer zingen;
Haar scheepjes, gevlijd op hun schaduw, dicht
Aan ‘t strand, veel bruine rankheid in ‘t licht,
Dat laatst uit de kim komt dringen.

Door het domm’len en dromen gaat
Een even herleven: kindergepraat,
Hoog - en dan weg, een geklater
Van rijke blijheid, die nog eens laat
Klinken goudklankjes door ‘t avondlaat...
Als een lach door de scheemring gaat er.

Stil en stiller, lomer, loom...
Duinen vaag in het dauwgedoom,
Dorpje met lichte blode;
Kloppende klompjes dof in de straat...
- Over heel het natuurgelaat
Rust: de dag is gevloden.

Geschreven door Dora om 11:56 Reageer op dit bericht

geveinsdheid

Een gedicht van Hermanus Asschenberg(h) 1726-1792

Geveinsdheid

Geveinsdheid, die we, in 't needrig kleed,
Het hoofd, gelijk een bies*, zien krommen!
Schoon gij, kranswijs*, op doornen treedt,
Gij kunt u niet voor God vermommen.
Leg af, schijnheilige! uw gewaad: smeek om gena,
Eer u Gods bliksem treffe, eer u zijn wraak versla!

-----------------------------------------------------
bies - steel van plant voor vlechtwerk,
op een kledingstuk genaaid randje stof
kranswijs - als een krans

Geschreven door Dora om 21:47 Reageer op dit bericht

hamer

Een gedicht van Constantijn Huygens 1596-1687

Hamer

Een kort woord, snel en fel gesproken, heeft meer kracht
Dan een lang, zwaar bericht dat slaaprig uitgezeid wordt:
Een kleine hamer, snel gedreven, heeft meer macht
Dan een zwaar ijzer dat maar op de bout geleid wordt.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:15 Reageer op dit bericht

niet

Een gedicht van Jacob Cats 1577-1660

NIET ZONDER VRAGEN.

Gij wenst een echte Wijf, gij wenst te mogen trouwen,
Gij wenst (gelijk het schijnt) uw huis te mogen bouwen,
Gij wenst en anders niet. Maar lieve, zeg een reis,
Wie trouwt’er in de droom of in een dom gepeis?
Het vrijen eist verzoek. Geen Echo zal der kwelen
Dan als haar iemand vergt, en dat met luider kelen;
Wel, tijd dan aan het werk; want ziet! een rechte Maagd
En komt niet ongenood, en geeft niet ongevraagd.

Sinne- en minnebeelden (1618)

schrijver

Geschreven door Dora om 14:44 Reageer op dit bericht

berk

Een gedicht van Th. van Ameide 1877-1955

Berk

Die blank en slank van stam en fijn van blâren
door ieder windje uw zekerheid voelt mindren,
gij zijt de teerste van de grote kindren,
die duistere aarde aan 't lokkend licht kon baren.

Maar lenig zijt gij en de zware stormen,
die trotser bomen kracht te machtig vond,
gij draagt ze buigend en op schraalste grond
kan uw bescheidenheid haar voedsel vormen.

Als daagse wind en warmte zijn gevlucht
en alles wat uw lichte schoon moet vrezen,
dan tekent gij uw liefelijke wezen
in stille heerlijkheid op de avondlucht.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:26 Reageer op dit bericht

hitte

Een gedicht over de hitte

Hitte

 

Hitte is het tegenovergestelde van koude

Eerst bleef het lang koud

Maar nu is het regelmatig flink benauwd

We gaan van het ene uiterste naar het andere

Het is soms geen weer om te fietsen of te wandelen

De regen brengt ook geen uitkomst

Want het vocht met later de zon

Is een extra benauwde bron

Zo is er over het weer altijd wel iets te melden

Ja, soms kan hitte ook kwellen

Vooral in de zwoele nachten

Dan lig je weer op de morgenstond te wachten

Zo krijgt een mens flink slaap gebrek

Ja, soms is het allemaal niet fijn

Maar weer op maat zal er nooit zijn!



Zonnen plaatjes




Geschreven door Dora om 21:48 Reageer op dit bericht

ernst

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

Ernst

Wanneer mijn voorhoofd rimpels krijgt,
Mijn brede wenkbrauw nederdaalt,
Mijn oog niet blinkt, maar duister straalt,
En uitspreekt wat mijn mond verzwijgt,
Een traan mij langs de wangen schiet,
Mijn schedel nederbukt naar de aard,
Bezorgde vrienden, vrees dan niet
Dat wanhoop mij door 't harte vaart,
Of dat 't zich toegeeft aan verdriet!
Het zijn mijn zaligste uren dan:
O, de Ernst, die dan mijn ziel beheerst,
Als 'k onweerhouden mijmren kan,
Bekoort mijn stiller hart het zeerst.

schrijver

Geschreven door Dora om 20:51 Reageer op dit bericht

babyboy

Een gedachte in gedichtvorm voor het nieuwe prinsje


Baby

 

Kate baarde haar kindje

En haar zoon is een prinsje

Kinderen krijgen is heel gewoon

Maar dit kind is voorbestemd voor de troon

Daarom kijkt de hele wereld met ze mee

Maar zij had ook dezelfde barenswee

Net als ieder ander

Maar nu het kind er is

Kan ze met hem aan de wandel

Dat ze samen vader, moeder en kind

Een gelukkiger leven ontvangen als

wat er hiervoor allemaal is geschied

Het is nu allemaal verleden

En het doet het nieuwe geluk geen verdriet!

Alles gaat voorbij

De tijd heeft wel veel gebaard

Misschien is dit paar fijner besnaard!

Dat is voor een pril gezin heel wat waard!

 

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

verjaargedichten

Een gedicht van J. Antonides van der Goes 1647-1684

OP HET VERJAREN VAN Mejuffrouw SUZANNA BORMANS.

Het zonnelicht verrijst zo vrolijk als uw wezen.
Als lachte 't u op uw verjaardag toe,
Begaafde maagd, zo zacht van aard, zo uitgelezen,
Wier liefelijk gezicht ik nimmer moe
Lang wens te zien verrukt en opgetogen.
En mij nog lang te spieglen in uw ogen.

1675

VERJAERGEDICHTEN.

schrijver

Geschreven door Dora om 17:16 Reageer op dit bericht

de ellendigen

Een gedicht van Johan Danser 1893-1920

DE ELLENDIGEN

ZIJ zijn de zwervers met de doem geboren
Van eenzaamheid en eindloos-schrijnend leed:
Hun wereld heeft haar diepste schoon verloren
Sedert hun droefheid alles ledig weet.

Geen helle droom, geen vreugd kan hun behoren,
Liefde is hun nooit een zacht-verwarmend kleed:
Zij pogen slechts het stil verdriet te smoren
Dat rustloos aan hun zieke leven vreet.

Soms heffen zij hun onverzaadbaar smachten
Naar een wiens lach hun twijfel overwon
Maar horen nooit het antwoord op hun klachten

En dwalen weer en zoeken vredes bron,
Ellendig in de duisternis der nachten,
Ellendig onder 't branden van de zon.

Gedichten (1922)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:38 Reageer op dit bericht

armoe

Een gedicht van D.V. Coornhert 1522-1590

ONSCHULDIGE ARMOE

De mens komt in gebrek buiten of met zijn schuld,
Onschuldig wordt er veel gebrekkig geboren,
Onschuldig hebben veel hun have verloren,
Wel hem, die zulks gedoogt met Job's loflijk geduld.
God geeft elk, wat best is, want hij met haaf vervult
De weken, die 't gebrek tot wanhoop zou bekoren,
en maakt arm de stoute, die naar lust zou sporen
en zijn God verachten als kemel hoog-gebult.

Zowel als de rijkdom komt armoe van Gode.
Die zendt, wat hij voorziet elk te zijn van node:
Zalig zijn die armen, die zich des niet en belgen,
Die 't onschuldig gebrek van Gods hand ontvangen,
En als bitter drank, met zeker verlangen
Naar 's gemoeds genezing, blijdelijk inzwelgen.

Nederlandsche dichters van de zestiende eeuw tot Jacques Perk. Verzameld door A. T. A. Heijting, 's -Gravenhage. (1911)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:02 Reageer op dit bericht

de eenzaamheid

 

Een mooi gedicht van Adriaan van der Hoop 1802-1841 in deze
komkommertijd

De Eenzaamheid

Wie mij wenen hoort of klagen,
Vraag mij niet waarom.
Voog'len zingen in de hagen
Vinden alles wat zij vragen;
Maar mijn smart is stom.

Volg mij niet, als het hart, in duister
Sombre beelden kweekt;
Eng'len dalen dan vol luister,
Brengen mij met zoet gefluister,
Wat mijn ziel ontbreekt.

Laat mij eenzaam zijn in 't leven
Eenzaam met mijn smart;
En als vreugde u mag omzweven
Zij alleen de rust gegeven
Aan 't gebroken hart.

schrijver

 

Geschreven door Dora om 23:18 Reageer op dit bericht

vissen

Een gedicht van Heiman Dullaert 1636-1684

Op gewiekte vissen in Amerika

Men ziet, daar 't daglicht, hoog gerezen in zijn vlucht,
De kringen brandt en blaakt, neervallen uit de lucht
Oprechte vissen, die, de gulzigheid ontvlogen
Van roofziek zeegedrocht, en, zwakjes van vermogen
Hun blode wieken, als een toevlucht in de nood
Die hun aan 't leven dreigt, gebruikende, in de schoot
Van 't pijnhout vlug ter zeil van alle kanten regenen,
En met hun zilvren glans de zwarte dennen zegenen.

-------------------------
kringen - hemelruimte
oprechte - echte
't pijnhout - 't schip, uit dennenhout opgebouwd
dennen - 't bovendek, de luiken van 't schip

schrijver

Geschreven door Dora om 21:11 1 reactie Reageer op dit bericht

niet bezorgd

 

Een gedicht van P.A de Génestet 1829-1861

NIET BEZORGD

Boven mijn hoofd aan zijden draad
Slingert het zwaard al heen en weder,
’t Moét vallen – vallen, vroeg of laat!
Het trilt, het velt mij neder!

Doch om mijn hoofd ook ruist een stem,
Te midden van al mijn vrezen,
Die mij gebiedt met zachte klem,
Tóch niet bezorgd te wezen.

Laatste der eerste

schrijver

 

Geschreven door Dora om 19:17 Reageer op dit bericht

boom

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

'k Zat bij nen boom te lezen

'k Zat bij nen boom te lezen,
al in mijnen brevier;
de zunne kwam gerezen,
gelijk een kole vier;
de blijde vogels dronken
de dreupels van de mei,
de morgenperelen blonken
en brandden in de wei,
lijk vier:
'k zat bij nen boom te lezen,
al in mijnen brevier.


1859-60

Kleengedichtjes

schrijver

Geschreven door Dora om 14:01 Reageer op dit bericht

vogelke

Een gedicht van Emanuel Hiel 1834-1899

Het vogelke

Hoe is het mooglijk dan
Dat men u vangen kan
Vogel, gij licht van pluim.
Vliegend door het ruim;
Die langs de loverhang,
Nachten en dagen lang,
Ons stemt tot goede luim
Door klank en zang.

Gij zit thans in de kooi
Treurig, niet half zo mooi
Als toen ge door het bos
Vloog blij en los;
Spreken dat kunt gij niet,
Maar wen ge uit ’t kooitje ziet
’t Lover, het groene mos,
Voelt ge verdriet.

Was ik een vogelkijn,
‘k Wou steeds in vrijheid zijn.
Gauw, dierke lief, vlieg voort
Naar schoner oord.
Ha, ge zijn weder vrij!
Ha, wordt gij weder blij,
Zingt gij uw zoet akkoord,
Denk dan aan mij.

De Waarheid in het leven (1863 - 1878)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:36 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten