Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

eetwagen

Een gedicht van Jacob Israël de Haan 1881-1924

EETWAGEN

Hij dronk de wijn. Ik zag de zonnestralen
Een eeuwig ogenblik verspelen in zijn glas.
Hij zal nooit weten (God weet waar wij dwalen !)
Dat ik de Dichter van zijn wijnkelk was.

Geschreven door Dora om 21:10 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

roodborstje

Een hartenkreet van Christien van den Burg

ROODBORSTJE

Ja het wordt weer tijd om te voeren
ik heb wat pinda's opgehangen
vanmorgen stond ik naar buiten te kijken
en een roodborstje bedankte mij

andere vogels kijken vol verlangen
om ook eens aan de streng te hangen
maar van het dominante kleintje
mogen zij er helaas niet bij

zij gaan op zoek, vliegen af en aan
en zien dan het vogelhuisje staan
ze hebben nu eten in overvloed
en doen zich daaraan te goed

ik zie de vogels door het glas
heerlijk genieten op mijn terras.

Geschreven door Dora om 21:22 Reageer op dit bericht

weemoed

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1877-1924

Weemoed

Wat is 't nog dat mijn hart behoeft?
Wat is dit wonderlijk verdriet -
Ik voel mij doof en diep bedroefd,
En zit en zie - en weet het niet.

Wat is het dat mij zwijgen doet,
Hoe is mijn ganse lichaam stom -
Is 't leven slecht - is 't leven goed -
Of niet - of wel - waarom - waarom?

Wat is 't dat 'k weet - en wat of wie
Dat ik verloor of dat ik won -
Ik weet het niet, en zit en zie - -
En in mijn handen ligt de zon.

Uit stilte en strijd

Geschreven door Dora om 13:28 Reageer op dit bericht

overtocht

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

De overtocht

De eenzame zwarte boot
vaart in het holst van de nacht
door een duisternis, woest en groot,
de dood, de dood tegemoet.

ik lig diep in het kreunende ruim,
koud en beangst en alleen
en ik ween om het heldere land,
dat achter de einder verdween
en ik ween om het duistere land,
dat flauw aan de einder verscheen.

die door liefde getroffen is
en door het bloed overmand
die ervoer nog het donkerste niet,
diens leven verging niet voorgoed;
want de uiterste nederlaag
lijdt het hart in de strijd met de dood.

o! de tocht naar het eeuwige land
door een duisternis somber en groot
in de nooit aflatende angst
dat de dood het einde niet is.

Verzamelde gedichten: Eerste periode (1941)

Geschreven door Dora om 11:27 Reageer op dit bericht

gelegenheid

Een gedicht van Albrecht Rodenbach 1856-1880

TER GELEGENHEID ENER EERSTE MISSE

Des Heeren uitverkoren van alle eeuwigheid,
gekweekt aan 's altaars voet in rust en vreedzaamheid,
bewaard van alles wat zijn rein gemoed mocht deren,
gespaard waneer de jeugd ontwiek het wild begeren,
zo knielt op zeekre dag de blijde jongeling
en ligt voor 't altaar neer, des Heeren gunsteling,
gereed tot alles, 't hert van vreugden overstromend,
van niets meer dan van dankbaarheid en offer dromend
aan Deze die hem koos, onwaardige. En hoort,
daar spreekt de kerkvoogd, en hij zalft hem, 't heilig woord:
"Voor eeuwig Priester". En de jongling opgetogen
staat op, ontzaglijk, met de macht van uit den Hoogen.
Nu staat voor hem de wereld open, en hij gaat.
De wereld zoekt en doolt, bedrijft en lijdt haar kwaad.
Maar hij, hij kent haar lijden, kent der mensen herten,
hij kent dat haken, kent die afgrond, kent die smerten;
het lijden kent hij en het middel: steeds bereid
voert hij met zich als middel - Gods barmhartigheid.
En, Bidder en Verzoener, altijd daar om 't lijden
naar lichaam en naar ziel zijn helend hand te wijden,
en toch miskend, vervolgd van deze die hij heelt,
zo leeft te midden ons de Priester - Christus' beeld.

Geschreven door Dora om 11:39 Reageer op dit bericht

grijs

Een jaargetijden gedicht geschreven door Geeraadt. Mijn commentaar is...het is maar net hoe je er tegen aan kijkt!

zinloos grijs

tot de tegenwind
eindelijk weer waait

lijkt alles dichtbij
maar toch afwezig

de rest van de wereld
verhult zich tijdelijk
in zinloos grijs

maar of je echt veel mist
blijft in nevelen gehuld


Geschreven door Dora om 16:38 Reageer op dit bericht

boudat

Een gedicht van Jan Jacob Saluerhoff 1898-1936

Nieuwjaarsboudate

Wie in deze tijd nog gedichten schrijft
En zich richten wil tot een volk dat kijft,
Tot een volk dat niets dan welvaart wil
En bewilliging van iedre modegril,
Hij is meer dan rijp voor het gekkenhuis
En de gekken vinden hem ook niet pluis,
En dus moet hij naar een ballingsoord,
Waar papier en pennen zijn behekst,
Waar de kale muur siert de bijbeltekst:
(Slechts) In den beginne was het Woord.

Uit: Al dwalend

 

Geschreven door Dora om 15:25 Reageer op dit bericht

op

Een hartenkreet van een schrijver met de letter E. Mijn bespiegeling!Zo ziet een mensenleven er uit. De tijd heelt alle wonden maar in veel gevallen blijven de zonden doorgaan...elke seconde! De één sterft er in en de ander gaat er gewoon verder in!

 

Op

Ik kijk de seconden na
Één voor één verdwijnen ze
zo snel als ze gekomen zijn

De klokt die blijft maar tikken
Toch doet me dat geen pijn

Ik kijk de uren na
Ze komen en ze gaan
maar ik zal ze niet stoppen

Ondanks mijn goed verstand
Blijft de tijd me foppen

Ik kijk de dagen na
En de dagen worden weken
Maar ik zie geen verschil

Ik wacht zolang ik wachten kan
Tot mijn lichaam niet meer wil

 

Geschreven door Dora om 11:05 Reageer op dit bericht

droevig

Een gedicht van Jacqueline van der Waals 1868-1922

Nu weet ik wat het allerdroevigst is

Nu weet ik wat het allerdroevigst is.
't Is niet de dood of scheiding, niet het kwaad,
Dat anderen ons aandoen, of 't gemis
Aan aardse liefde, niet, dat ons verlaat

En jeugd èn schoonheid, eer genoten is
Het zoet van 't leven, niet de dwaze daad
Die men beweent in rouw en droefenis;
't Is: als men leeft voor iets, dat niet bestaat

En nimmer heeft bestaan, en als men 't weet
En toch die schone droom niet sterven laat,
Omdat men voelt, dat alles, wat bestaat,
Niets, niets betekent, vergeleken bij
Die éne grootse droom. O, dat is leed,
Waaraan 'k niet denken durf. God helpe mij!

Geschreven door Dora om 11:21 Reageer op dit bericht

diep

Een gedicht van Jacob Winkler Prins 1817-1908

Diep

In 't diepste diep ligt het gezonken schip….
Diep ligt het schip in 't onderzeese dal.
De groene zeeplant slingert overal
Haar rank 't salon in ; slingert zelfs haar tip

Hoog langs de mast op, rond de ontblote rib.
Zij slingert òp zich tot den gouden bal
Van wat de vlagstok was, kruipt door den stal
En woekert welig in het vette slib.

De blanke tanden in de kop, die loert,
Waarlangs de lach vloog, zijn thans zinder scherts.
De stem is stil, die velen heft vervoerd

Tot grote vreugde door haar klank van erts
Soms door een rimpling van omhoog geroerd
Klinkt nog een klacht in treur-mineur van terts.

 

Geschreven door Dora om 18:33 Reageer op dit bericht

ergernis

Een hartenkreet van Maria Voerman

Ergenis.

Als ik mijn
gedachten laat gaan
en er praat iemand
steeds tegen me aan,
dan erger ik me
daar vreselijk aan!
Maar krijg dan toch spijt
en denk, hij moet
zijn verhaal ook kwijt.
Geef hem maar een
luisterend oor
en ga met het denken
een andere keer maar door!

Geschreven door Dora om 17:02 Reageer op dit bericht

avond

Een gedicht van mijzelf op weg naar morgen...

Avond

 

De avond is gedaald

Het licht is verschraald

De zon gaat onder

Wat een wonder

Hij komt ook weer op

De nacht duurt soms lang

Als een mens niet slapen kan

 

Wanneer dan de eerste lichtstralen schijnen

Dan voel je het hart niet zo kwijnen

Soms komen er plannen

Maar plannen in de nacht geboren

Verdwijnen bij het ochtendgloren

Wat zijn er veel plannen ’s nachts

Maar één ding staat wel vast

 

Er komt zomaar een gezellige uur onverwachts

Waardoor een mens door kleine dingen wordt verrast

Het leven gaat zo steeds maar op en neer

De somberheid van het regenweer

Geeft wel de eenzaamheid weer

Het is geen weer voor buiten

Je hoort de vogels geen mooie deuntjes fluiten

 

De mens trekt zich in zijn stille hoekje terug

En wacht tot het weer licht wordt

De eenzaamheid leidt misschien tot

Het overdenken van het winterlot

Want als de winter is gekomen

Dan wordt het koud en is er weinig te dromen

We gaan weer uitkijken naar de lenteklokjes

 

We zien hier en daar de plantsoenen met bloemen

Dan mag een mens het voorjaar weer begroeten

Zo draait de levenscirkel steeds maar weer door

We gaan van oord tot oord

Maar wie vindt nu het zalig oord?

Dat heb je dan zelf uit Zijn mond gehoord

Dat is het uiteindelijke doel

 

Een mens in en door de genade weet wat ik bedoel

Het leven is niet gegeven voor de lol

Want daar raakt een mens van op hol!

Daarom staat deze aarde van geweld en rampen bol!

 

 

 

 

 

Geschreven door Dora om 13:51 Reageer op dit bericht

berusting

Een gedicht van Jacob Israël de Haan 1881-1924

Berusting

In dit spel van wind en water
Schouw ik peinzend heel de dag
'k Vraag niet meer naar toen en later
Ik draag wat er komen mag.

Kwatrijnen

Geschreven door Dora om 11:55 Reageer op dit bericht

mensen

Een gedicht van Alica Nahon 1896-1933

De mensen van voorbij

De mensen van voorbij,
ze blijven met ons leven.
De mensen van voorbij,
ze zijn met ons verweven
in liefde, in verhalen,
die wij zo graag herhalen,
in bloemen, geuren, in een lied,
dat opklinkt uit verdriet.

De mensen van voorbij,
zij worden niet vergeten.
De mensen van voorbij,
zijn in een ander weten.
Bij God mogen ze wonen;
daar waar geen pijn kan komen.
De mensen van voorbij
zijn in het licht, zijn vrij!

Geschreven door Dora om 11:40 Reageer op dit bericht

Ach

Een gedicht van Nicolaas Beets  1814-1903

Ach, blijf met Uw genade

Ach, blijf met Uw genade,
Heer Jezus, ons nabij,
opdat ons nimmer schade
des boze heerschappij!

Licht Gij ons met Uw stralen,
o, Licht der wereld, voor,
opdat wij niet verdwalen
of struik'len op ons spoor!

Vervul dan met Uw zegen
onze armoe, rijke Heer,
en zend op onze wegen
Uw kracht en goedheid neer!

Neem Gij ons in Uw hoede,
onoverwonnen Held;
beteugel satans woede
en 's werelds boos geweld!


Geschreven door Dora om 15:38 Reageer op dit bericht

kindje

Een gedicht van Erdward Koster 1861-1937

Voor mijn kindje

Kindeke, bloeiend in 't zonnelicht,
Lachend en kraaiend met je olijk gezicht,
Knippend met oogjes en grijpend met handjes,
Knikkend het hoofdje boven de kantjes,
Boven de licht-blauwe, zijdene bandjes
Van je wit, gebold japonnetje,
Kindje, lachend in het zonnetje!

Kindje, spartelend met je beentjes,
Marmer-rozig en zo kleentjes,
0 wat trek je een guitig bekje,
Schalks en schaat'rend schuldloos gekje!
Jongen, wat kijk je me snuggertjes aan,
En toch kan je er geen woord van verstaan:
Lieflijke naampjes, die ik je geef,
Kindje, mijn kindje, waarvoor ik leef,
Neen, je weet er geen sikkepit van,
Kleine, gelukkige, lachende man!

Kraai maar en woel maar, mijn aardig lief kind,
'k Wed dat je 't later zo prettig niet vindt;
Laat nu je tinklende lachjes maar klinken,
'k Hoop dat ze nimmer in tranen verdrinken; —
Guitje, schavuitje, zeg lach je nu weér ?
Straks is het huilen en lach je niet meer!

Tonen en tinten (1900)

 

Geschreven door Dora om 16:32 Reageer op dit bericht

grafschrift

Een gedicht van J. Antonides van der Goes 1647-1684

Grafschrift voor een gissende Filosoof

Treed zachtjes, wandelaar; neen, treed vrijmoedig aan.
Gij hebt geen nood van hem te wekken,
Want ook al hoorde hij u op zijn grafsteen gaan,
Hij zou het tóch in twijfel trekken.

Geschreven door Dora om 12:19 Reageer op dit bericht

kern

Een gedicht van Felix Timmermans 1886-1947

De kern van alle dingen

De kern van alle dingen
is stil en eindeloos.
Alleen de dingen zingen.
Ons lied is kort en broos.

En donker zingt mijn bloed,
van heimwee zwaar doorwogen.
Ik zeil langs regenbogen
Gods stilte tegemoet.
Met U zijn er geen verten meer
en alles is nabij.

Des levens aanvang glinstert weer,
geen gisteren en geen morgen meer,
geen tijd meer en geen uren,
geen grenzen en geen muren;
en alle angst voorbij,
verlost van schaduw en van schijn,
wordt pijn en smart tot vreugd verheven!

Hoe kan het zo eenvoudig zijn!
Hoe kan het leven Hemel zijn,
met U, o kern van alle leven!
Ik weet het niet, ik vind geen naam,
ik krijg het met geen woorden saam
wat er nu omgaat in mijn ziele.
Is het soms blijdschap? Is 't verdriet?
Of allebei? En ook weer niet ...
Ik kan slechts zwijgend knielen.

Adagio

 

Geschreven door Dora om 13:39 Reageer op dit bericht

spin

Een gedicht van Anna Blaman

DE SPIN

Die zilveren deinende schoot,
mijn liefste, dit maagdelijk gave net,
dit gruwelijk schone huwelijksbed,
dit vangzeil van de dood -
ik heb het gesponnen tussen de bomen
en tussen de zon en de aarde
en al waar ik ontwaarde
je zoet-zoemende dolersdromen.
Ik vang je op in mijn wiegelend bed
O wond in mijn maagdelijk net
O liefste verloren in mijn schoot
O worsteling in liefdesnood -
ik wikkel je in mijn zijden geweld
ik houd je met duizend armen omkneld
ik verstik je in een cocon van gloed
ik drink je zachte blanke bloed
dat rinnend gulpt en schreit -

en volgedronken op het kruis
van mijn geschonden dodenhuis
ik lig gebroken en bevrijd.

-----------------------------------------------------
uit: ‘Letterkundig Maandschrift’ nov. 1939, 1e jrg.

Geschreven door Dora om 11:57 Reageer op dit bericht

twee

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

Twee oudjes

De lucht is zo helder, het windje zo warm,
- Hij stiet zijn tuindeur open,-
‘Kom, vrouwke, een toertje!’ en hij bood haar zijn arm,
‘Al ’t groen is uitgelopen.’

Zo gingen zij saâm, op hun krukskens geleund,
Langs sappig groene blaren,
Langs ’t bos, waar de merel zijn liedeke dreunt
En kleurige vlinders waren.

Heel langzaam… Zij spraken niet veel daarbij,
Hij dacht: ’Alweer een jaartje;
Daar had ik niet op gerekend!’ – En zij:
‘Een oud maar gelukkig paartje.’

Geschreven door Dora om 11:47 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten