Naar de inhoud

Vlaamse dialecten

akke.beakke.be

Nederlandstalige dialecten

 < De hoofdpunten van deze site vind je aan de linkerkant!

 Klik op onderstaande buttons voor dialect per Provincie of Gewest 
 ∇
mijn prentje

mijn prentje


mijn prentje


mijn prentje


mijn prentje


mijn prentje

mijn prentje


mijn prentje


mijn prentje


mijn prentje

P57-005b37df763ad60e8d8bbf923e32b7c6.jpg

 37162.jpg

mijn prentje

mijn prentje

mijn prentje

mijn prentje

mijn prentje

mijn prentje
 ^ Je bevind zich nu hier ^
mijn prentje

 mijn prentje
 


Senioren site

mijn prentje

mijn prentje


mijn prentje


 mijn prentje 

 ^ Wekelijks nieuwe evenementen Informatie! ^

Latijnse taal



         Latijnse taal

 




 

Latijn, een Italische taal, is oorspronkelijk de taal van de Latijnen, een volk dat vanaf het eerste millennium voor Christus in de streek Latium (het huidige Lazio, Italië) woonde.
Het was de stad
Rome die na 500 voor Christus in dit gebied haar politieke en militaire invloed vergrootte en zo haar taal buiten de stadsgrenzen verspreidde.
Rome werd de hoofdstad van het
Romeinse Rijk, dat bleef groeien tot het in de tweede eeuw na Christus haar grootste omvang bereikte.
Het Latijn werd de voertaal in het westelijke deel van dit rijk (terwijl
Koinè-Grieks dat in het oostelijke deel was en bleef). 
>
Lees meer op www.wikipedia.org  

Latijnse woorden vertaald naar het Nederlands
> Woordenlijst (http://users.skynet.be/woordenlijst_latijn.htm)  

 


·  Vertaalstrategie voor Grieks en Latijn

> Latijnse taal (www.youtube.com)   

button

Woord van het jaar Vlaanderen Nederland


Woord van het jaar

107152.jpg

 

Vlaanderen 

- 2025: Woord van het jaar België en Nederland = Hallucineren 
 'Hallucineren' van AI-modellen levert Woord van het Jaar ... 
- 2024: 'Hangmatbeleggen' 
 "Hangmatbeleggen" is verkozen tot Woord van het Jaar 2024
- 2023: Graaiflatie > wiktionary.org/wiki/graaiflatie   
- 2022: Klimaatklever > (wiktionary.org/wiki/klimaatklever)"   
- 2021: Knaldrang > Woord v/h jaar 2021 (wikipedia.org)   
- 2020: Knuffelcontact  Naar aanleiding van de Covid-virus pandemie > Woord van het jaar 2020   
- 2019: Winkelhieren Bij lokale bedrijven en winkels kopen.
- 2018: Moordstrookje
Definitie van moordstrookje: fietspad dat vlak langs een weg ligt en daardoor zeer gevaarlijk is.
- 2017: Koesterkoffer  
Een koffer met tastbare herinneringen om een jong gezin te ondersteunen na het verlies van een kind: dat is de definitie van een "koesterkoffer"
- 2016: Treitervlogger 
Een treitervlogger is iemand die filmpjes maakt van zijn vrienden terwijl ze ongein uithalen en waarbij de vlogger ze zelfs stimuleert. 
- 2016:  Samsonseks  
Seks terwijl de kinderen naar de televisie kijken (genoemd naar het kinderprogramma 'Samson en Gert'). 
- 2015: Kraamkost 
Is een verse maaltijd, die kersverse mama's cadeau krijgen van visite, zodat ze zelf niet hoeven te koken. Zo kunnen de pas bevallen mama's (en de rest van het gezin) weer op krachten komen, zonder dat ze meteen weer in de harde realiteit van het huishouden gekatapulteerd worden.
- 2014: Flitsmarathon   
Politieactie waarbij de hele dag intensief geflitst wordt. 
- 2013: Selfie 
Een selfie is een gefotografeerd zelfportret, doorgaans gemaakt met een smartphone of webcam. > Selfie woord van het jaar 2013 (www.wikipedia.org)   
- 2012: Frietchinees  
Naar Chinese uitbaters van frietkotten  (wikipedia.org)
- 2011: Stoeproken 
Het roken buiten op straat op de stoep door het rookverbod. 
- 2010: Tentsletje 
Meisje dat bijvoorbeeld op een festivalweide met verschillende mannen seksuele betrekkingen heeft om zo een slaapplaats (meestal een tent) te hebben.
- 2009: Ontvrienden
Ook internetvriendschappen kunnen weer eindigen, en zo is ook 'ontvrienden' een mogelijkheid. Ontvrienden is het verwijderen van eerder toegevoegde vrienden van iemands contactenlijst op sociale netwerksites.  > wikipedia.org/wiki/Internetvriendschap   
- 2008: Swaffelen 
Is het aantikken met de penis, vaak met herhaalde bewegingen, van andermans lichaam of een voorwerp. 
Swaffelen gebeurt veelal in een plagende, zwart-humoristische of vernederende context, maar ook wel als seksuele handeling. Bij de op een persoon gerichte variant wordt vaak de wang aangetikt. De penis is daarbij gewoonlijk slap of niet volledig geërecteerd. 
> wikipedia.org/wiki/Swaffelen  
2007: Bokitoproof 
bestand tegen (de gevolgen van) vernielzuchtig gedrag (van dieren) en vandalisme (van mensen). 

Nederland 

- 2025: Woord van het jaar België en Nederland = Hallucineren
- 2024: polarisatie 

- 2023: Graaiflatie > wiktionary.org/wiki/graaiflatie   
- 2022: > Energiemoede (https://nl.wikipedia.org/wiki)"   
- 2021: Prikspijt > Woord v/h jaar 2021 (www.vandale.nl   
- 2020: Anderhalvemetersamenleving 
Woord van het jaar (wikipedia.org) naar aanleiding van de Covid-virus pandemie
- 2019: Boomer  Persoon met gevorderde leeftijd.
- 2018: Blokkeerfries 
Elk van de personen die in Friesland een wegblokkade hebben opgezet om anderen te verhinderen te demonstreren tegen een aspect van de sinterklaastraditie, door sommigen beschouwd als verdediger daarvan.
- 2017: Appongeluk

Van Dale omschrijft 'appongeluk' als "een ongeval waarbij een verkeersdeelnemer betrokken is die tijdens het ongeval aan het appen was". 
- 2016: Treitervlogger 

Een treitervlogger is iemand die filmpjes maakt van zijn vrienden terwijl ze ongein uithalen en waarbij de vlogger ze zelfs stimuleert.
- 2015: Sjoemelsoftware
 Met het woord "sjoemelsoftware" wordt software aangeduid die bedoeld is om een auto bij emissietesten betere testresultaten te laten bereiken. Een auto getest (met aangepaste "sjoemel"software) voldeed wel aan de milieunormen, terwijl dezelfde auto bij dagelijks gebruik (zonder de gebruikte software) niet voldeed aan de gestelde eisen.
> wikipedia.org/wiki/Sjoemelsoftware   
- 2014: Dagobertducktaks 
Het woord 'dagobertducktaks' werd in oktober 2014 voor het eerst gebruikt door de Nederlandse vakbond FNV, die er een voorstel mee aanduidde voor een verhoging van de belasting van spaargeld boven de honderdduizend euro.    > wikipedia.org/wiki/Dagobert_Duck  
- 2013: Selfie 
Een selfie is een gefotografeerd zelfportret, doorgaans gemaakt met een smartphone of webcam.  > wikipedia.org/wiki/selfie   
- 2012: Project X-feest 
Project X Haren (ook wel bekend als het Facebookfeest) was een gebeurtenis op 21 september 2012 in het Groningse dorp Haren. Het begon met een uitnodiging voor een verjaardagsfeest van een meisje op de sociale media, maar mondde uit in een bijeenkomst van duizenden jongeren en rellen. 
> wikipedia.org/wiki/Project_X_Haren   
- 2011: Tuigdorp
 Tuigdorp verwijst naar een plek waar veelplegers geïsoleerd van de samenleving kunnen wonen, bijvoorbeeld in wooncontainers. 
> wikipedia.org/wiki/Tuigdorp   
- 2010: Gedoogregering  
Minderheidsregering die voor besluitvorming op bepaalde beleidsterreinen gesteund wordt door een gedoogpartij, dat wil zeggen een partij die niet tot de regering behoort, maar een gedoogakkoord met de coalitiepartijen heeft gesloten.
2009: Twitteren 
Korte berichtjes van maximaal 140 tekens sturen naar je vrienden op een online sociaal netwerk. 

> Woord van het jaar (www.wikipedia.org)   
>
Van Daele woordenboek (www.vandale.nl)  
> Woord van het jaar (https://onzetaal.nl)    

button

Leestest Geheugentest Coördinatietest Visuele test


  Leestest





 

Onderstaande tekst is geen dialect, wel een tekst waar de woordletters door elkaar gehaald zijn met uitzondering van de eerste en laatste letter.

Je kan ongetwijfeld de tekst lezen?
Alle silme msenen knunen dit lzeen. Ik kon het neit glevoen teon ik het zag. Het fnemoeanl pwoer van je hrenesen deot alels op de jiutse vlogodre. Vloegns een sutide van de Unvireisadde van Cmabrigde, het maakt neit uit de vlogodre van de ltretes in een wrood, je meot aeleln zrgoen dat je de ereste en de latsate lteter op jisute pelk zet. De rset mag je een zoojte van mkaen. Dat kmot odmat je hrenesen neit lteetr per leettr, maar wel de gorep lteters bij eaklar. Luek he? Als je dit kan lzeen suutr door naar je virednen.


Blijf kijken en na enkele momenten kun je onderstaande tekst lezen!
D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.


Neem ongeveer 10 seconden voor deze test, niet meer want dat is niet de bedoeling.
Kijk daarna hieronder voor het antwoord: Hoeveel keer zie je de letter 'F' in het volgende stukje tekst :

FINISHED FILES ARE THE RE-
SULT OF YEARS OF SCIENTIF-
IC STUDY COMBINED WITH THE
EXPERIENCE OF YEARS

Dat is het..

Nog niet naar beneden scrollen als je nog niet klaar bent met tellen hoor!

OK?
Hoeveel? Drie?
Fout, er staan er zes – Het is geen grapje !
Lees het nog maar een keer en tel nog eens en kijk daarna hier onder.
Hier komt de uitleg: De hersenen kunnen het woord 'OF' niet bevatten.
Ongelooflijk he?
Degene die de zes F's wel telt is een genie, vier of vijf is zeldzaam, en 3 is normaal.
Minder dan 3? Dan heb je een nieuwe bril nodig!

> Leestest (www.google.be)    
> Leestest (www.youtube.com)    


Geheugentest
Het is niet altijd waar wat je geheugen waarneemt! 
> Doe de geheugentest (PowerPoint)  

Einsteins strikvragen! 
> Einsteins strikvragen (powerpoint)  

Puzzel met vierkanten
> Puzzel vierkanten tellen (powerpoint)   

Geheugentest 
> Geheugentest (http://lereniseenmakkie.nl)    


> Diverse geheugentesten (www.youtube.com)   

163309.jpg


Coördinatietest hersenen, hand, voet

Je moet dit even proberen! Het is een oefening van een orthopedische chirurg........... het zal je verstand doen schrikken en je wilt het keer op keer weer over doen om je voet niet de verkeerde richting op te laten gaan, maar.... het gaat niet. Het is voorgeprogrammeerd in je hersenen.
Hier komt de oefening:
1. terwijl je nu achter je computer zit: til je de rechter voet van de vloer en maak kloksgewijs cirkels (dus rechtsom).  
2. En nu, terwijl je voet nog bezig is teken je met je rechter hand het cijfer 6. En zie daar, je voet zal van richting veranderen......... 

> Coördinatetest (www.google.be)    
> Coördinatetest (www.youtube.com)    

Geheugen rariteiten

150757.jpg
150758.jpg
150759.jpg
150760.jpg
150761.jpg
150762.jpg

button

Cijfers - Ontstaan van cijfers Hoeveel cijfers zie jij? Leg het eens uit!

Cijfers


175555.jpg 

> Cijfers (https://nl.wikipedia.org)   

Het ontstaan van cijfers
> Het ontstaan van cijfers (powerpoint)    
 > Het ontstaan van cijfers (www.google.be)  

 Hoeveel cijfers zie jij?

Kijk goed Hoeveel cijfers je kan waarnemen!  
Klik daarna op onderstaande link of je het juist aantal cijfers waargenomen hebt.

166088.jpg

> Waarneembare cijfers (word-document)   


Leg het eens uit!

 166074.jpg

> Leg het eens uit (powerpoint)   

 button

Gemeente spotnamen en hun ontstaan (deel 1)

 

Gemeente spotnamen en hun ontstaan (deel 1)
 
Spotnamen, spotverhalen, domme gezegden en geestigheden hebben
altijd bij de mensen in een hoge gunst gestaan. De mens heeft steeds
heel gaarne met zijn nabuur gespot! Zulks was reeds het geval in de
oudheid. Tijdens de middeleeuwen en later ging het er al even erg
aan toe. De naijver en afgunst die onze gemeenten bezielden was
misschien wel de hoofdoorzaak van de gegeven spotnamen. Een tweede
reden waaraan het ontstaan van spotnamen te wijten is, was de
afzondering van de verschillende plattelandsdorpen. Er was gebrek
aan gemeenschapswegen en er waren ook geen verkeersmiddelen. Onze
voorouders bleven steeds binnen de perken van hun eigen gemeente en
ze kwamen zelden of nooit in contact met de bewoners van andere
dorpen, zodat ze mekaar voor vreemdelingen aanzagen. Dit alles gaf
aanleiding tot wederzijds wantrouwen en onderlinge vijandschap. Om
met de bewoners van de nabij gelegen dorpen te schimpen, nam men
alles te baat. De kleinste gebeurtenis, het minste feit, werd
verdraaid, vergroot en rondgebazuind. Deze feiten lagen dan meestal
aan de basis van de spotnaam. Onze voorouders waren beslist niet
kieskeurig met het kiezen van hun namen. Sommige schimpnamen waren
wel wat plat en realistisch. Eens de spotnaam in voege, werd deze
dan overgeleverd van geslacht tot geslacht.  

De bijnaam van de Bruggelingen is Brugse zotten. Deze bijnaam danken
ze aan volgende legende: nadat ze Maximiliaan I van Oostenrijk voor
een tijd gevangen hadden genomen, verbood deze het houden van een
jaarmarkt en andere festiviteiten. In een poging om hem te sussen,
hield Brugge voor hem een groot feest en vroeg daarna voor de
toelating opnieuw een jaarmarkt te houden, belastingen te mogen
innen én ... het bouwen van een nieuw zothuis. Hij antwoordde: Sluit
alle poorten van Brugge en je hebt een zothuis!.
 
Tussen haakjes aanduiding van de provincie.
Onder de link schuilt het ontstaan van de spotnaam.

A
Aaigem (O): Aaigemse boeren
Aalst (L.): tijlozen
Aalst (O): ajuinen, de draaiers, voile janetten.
Aalter (O.): gekkers (= spotters)
Aarschot (B.): kasseistampers.
Aartselaar: kleiboeren.
Achterbroek (Kalmthout-Wuustwezel) (A.): kwarten
Akkergem-Gent (O.): koolkappers
Alken (L.): vliegeneters
Alsemberg (B.): trapschijters, klokluiers.
Alveringem (W): Anderlecht (B.): boeren van Sint-Wijen
Antwerpen (A.): sinjoren, pagadder.
Anzegem : gapers.
Appelterre (W): toebakboeren
Ardooie (W.): " steek de mood "
Arendonk (A.): telouwerel'ers (bordenlikkers), tsjoeker, kousenwevers.
Asse (B.): kazakken, koekenvers
Assenede (O.): kasseibijters, saluuts (= vissoort)
Avelgem (W.): ruggenaars
Averbode:
 
B  
Baaigem (O.): rotzitters (= krot, armoede)
Baal: kiekenfretters
Baardegem (O.): varinkdorsers (= varensdorsers)
Baasrode (O.): kalfeters (in verband met scheepswerf)
Balegem (O.): haringeters.
Balen (A.): messevichters, kerkenkruiers.
Bambrugge: geitenmelkers.
Bassevelde (O): ezels
Bavegem: (toren)schijters
Bavikhove (W): bruieters
Bazel : bazelse bulten
Beaumont: de rovers van Beaumont
Beek (L.): de "gruun", Duivel verhindert man toverboek in den ove te
gooien.
Beernem (W.): beren
Beerse (A.): zatlappen, paret ters
Beersel (B.): kèèsboeren, paret-ters.
Beerze (A.): brekken (= grote mieren)
Bekkerzeel (B.): broodfrèters
Bekkevoort: terpentijntrekkers.
Bellegem (W.): waterratten
Bellem (O.): papeters
Belsele (O.): klokkelappers.
Berendrecht (A.): reigers.
Beringen (L.): pintvegers (= drinkers)
Bergen-op-Zoom: krabben.
Berlare (O.): heikrekels, puitenslagers, kantgaarders.
Bertem (B.): tuisers (paardenhandelaars)
Beselare (W.): toveressen, heksen.
Bever (H.): stoefers
Beveren (A.): puitslagers.
Beveren-aan-Leie (O.): bonenklakkers
Beveren-Waas (O.): geitekoppen,puitslagers
Beverst (L.): koekenbakkers
Bilzen (L.): pootsteerters, stoepenkijkers,trotwaarlopers.
Blankenberge (W.):duinenslapers, butten, geernaarts
Bocholt (L.): torenkruiers.
Bonheiden (A.): grote mannen
Boom (A.): hondenfrètters
Boorsem: jutten
Borgloon (L.): strooplekkers,appelvreters, appelstoters, appelstokers.
Bornem (A.): boskrabbers.
Bosvoorde (B.):bezembinders .
Bouwel (A.): bladerendabbers
Bovekerke (W.): ratten
Branst (A.): vliegende geiten, zandstuivrs.
Brasschaat (A.): kapittelmakers.
Brecht (A.): mastentoppen,struiven.
Bree (L.): langoren, kwaartjeslimmers, stoepluipers.
Breendonk (A.): mëttens (jonge kalveren)
Breivelde-Grotenberge (O.): steenezels
Brugge (W.): Brugse zotten., hanze.
Burst: stro-ze(i)kers
Brussegem (B.): afkloppers
Brussel (B.): kiekenfretters, ketjes.
Brustem (L.): lijnen broeken
Buggenhout (O.): bosuilen
Buvingen (L.): lawijdmakers

C
D 
Dadizele (W.): pompeschitters.
Daknam (O.): hottentotten.
Damme (W.): zuipers.
Deftinge (O.): raapeters
Deinze (O.): koordenmakers
Denderbelle (O.): koeien
Denderhoutem (O.): turfboeren
Denderleeuw (O.): scheepstrekkers.
Dendermonde (O.): kopvleesfretters, makeleters (= vissoort),
flauzenmakers, knaptanden, polydoorkes, scheepstrekkers.
Dentergem (W.): papeters .
Dessel (A.): wolspinners, heikneuters
Destelbergen: niks bekend
Desteldonk (O.): trotters (trot = appelmoes)
Diegem (B.): marktboeren
Diepenbeek (L.): schoverik, aanjagers
Diest (B.): mosterdschijters, loterbollen
Diksmuide (W.): beutereters (= boter)
Dilbeek (B.): konijnenfretters.
Dilsen (L.): gekken
Dormaal (B.): weervolven, vuurmannen
Drogenbos (B.): kèèskrabbers
Duras (L.): slaven
Dworp (B.): bosuilen, drankstoempers.
De Haan (W.): dennelopers
De Klijte - Reningelst (W.): keien
 
E  
Edegem (A.): afrijders, zonneblussers.
Edingen (H.): tietjes (van Jan-Baptist)
Eeklo (O.): dobbelgebakkenen, grebbeschijters, herbakkers.
Eikevliet (A): grote zwiet ze hebben een toren maar ge ziet hem niet.
Eindhout (A.): Enderste tutten
Eine (O.): wevers
Eisden (L.): bosberen
Ekeren (A.): bierpruvers.
Eksaarde (O.): blauwbuiken , witvissen
Eksel: bougezoekers
Elen (L.): vrijeleers (= twisters)
Elene (O.): dommeriken.
Elsene (B.): hondeknagers
Elversele: rostekoppen
Ename (O.): kletskoppen
Erondegem: plekkers.
Erpe (O.): palokeneters.
Erps: ezels, de heren van Erps.
Ertvelde (O.): peerdesaucieseters
Erwetegem (O.): pikkels, tekkers
Essegem (B.): Essen (A.): papeters, blazen (van vechten met
varkensblazen)
Essenbeek: zoavelkoppen
Essene (B.): papeters
Etterbeek (B.): botermelkzakken
Eupen: belgier
Everbeek (H.): bosuilen, kerkuilen
Everberg: perslekkers.
Evergem (O.): taatjespapeters (= aardappelpap)
Ezemaal (B.): ezels
 
F 
G  
Gaasbeek (B.): heren .
Galmaarden (B.): Brabantse patatten .
Geel (A.): zotten
Gellik (L.): heiklieten (= vogel)
Geluwe (W.): gapers.
Genk (L.): heikneuter
Genoelselderen (L.): loerjägers
Gent (O.): stroppen (stropdragers).
Geraardsbergen (O.): giezbaargen, bergkruiers
Gestel (A.): kloonsociëteiters
Gijzelbrechtegem (W.): bezembinders
Ginglegom: groenhalzen.
Gistel (W.): hovelingen
Godveerdegem: picarren , flierefluiters.
Gooik (B.): botermelkzakken, hespendrogers, teljoorlikkers, vechters.
Goteringen: moorkrabbers
Grembergen (O.): zandeters
Grimbergen (B.): kraaischutters
Grimde (B.): hanemannen
Grote-Brogel (L.): briemsnieërs ( braamsnijders)
Grotenberge (O.): ezels, savooistekken
Grote-Spouwen (L.): kalveren
Groot-Gelmen (L.): genannen.
 
H 
Haan (De) (W.): dennelopers
Haasdonk (O.): rostekoppen, kasseidieven.
Haaltert (O) stoefers, chiprioten
Halle (A.): pieren, vaantjesboeren
Halle (B.): vaantjesboeren.
Hamme (O.): wuiten , (= vogel) winten (= roetaard)
Hamont (L.): poelvulders, linnentoeters
Harelbeke (W.): scheepstrekkers, ratten
Hasselt (L.): lekkebaarders, vinstermikken,ossekoppen.
Hechtel (L.): koeketers
Heestert (W.): toveressen
Heist (W.): keuns (= konijnen), verzeilders, Heistse zwanen
Heist-op-den-Berg (A.): achterblijvers, telaatkomers.
Hekelgem (B.): hopboeren, verkens, smeerders.
Heks : heksen
Heldergem (O.): lekkers
Helen-Bos (B.): berrevoetlopers
Hemiksem (A.): niks bekend
Herderen : koeien
Herdersem: meiviskoppen, walen.
Herderen: Herent (B.): bezetenen
Herentals (A.): klokkeververs, pee stekers, nestbedervers,
toefelaars, melkteilen, papscheten, papklossers, nestzitters.
Herenthout (A.): stoeters.
Herfelingen (B.): langoren
Herve: boeren
Herzele (O.): ganzenwachters, markaangasten.
Heule (W): de kouden.
Hillegem (O.): potlekkers
Hingene (A.): eters .
Hoboken (A.): strontscheppers, beerschippers
Hoeilaart (V-B): doenders , kolenbrander, eierzuiper, spekdief,stoefers
Hoelbeek (L.): heksen.
Hoestel (L.): doornkappers
Hoevenen (A.): gansrijders
Hoogstraten (A.): spilzakken .
Horpmaal (): titers.
Houthalen-Helchteren (L.): luizenverkopers
Houtvenne (A.):stekkebijters.
Hove ( A.):kèèskoppen.
Huizingen: de heren van Huizingen.
Hulste: rijstpekkers
Hulsthout (A.): vichters,torenboeren.
Humbeek (B.): brassers
 
I  
Ichtegem (W.): kakkernest
Iddergem (O.): tovenaars.
Idegem (O.): zweetvoeten
Ieper (W.): kinders, het gaperke, keikoppen, kattekoppen
Impe (O.): omleegvallers.
Ingelmunster (W): brigands
Izegem (W): pekkers.
 
J  
Jette (B): spiegelmannen.
 
K  
Kachtem (W.): rosten.
Kalken (0.): hunkerboeren, unkerzakken, (- pap met roggebrood)
Kalmthout (A.):heikneuters.
Kanegem (W): niet-weters.
Kanne (L): witters.
Kapellen (A): randgevallen.
Kapel-op-den-Bos (B.): neusmakers
Kaprijke (O.): groeningen.
Kasterlee (A.): pompoenpapeters.
Kaulille (L.): slippendragers
Keerbeergen (B.): riemers (= messenvechters), zandjannen
Keiem (W.): keikoppen
Kemmel (W.): gapers.
Kerkom (B.): schreeuwers van den boskant
Kessenich:ertesjieters.
Kester: boenstriepers
Kiel: ratten.
Kieldrecht (O.): koutermollen
Kleine Spouwen (L.): Geiten
Kinrooi (L.): duvelskoel.
Klerken (W.): reizigers.
Klinge (De) (O.): dodden, koutermollen, lomporen, voddenrapers.
Kluizen (O.): guêrtrekkers (= slijktrekkers)
Kluisberg: valsmunsters.
Klijte (De) - Reningelst (W.): keien
Knesselare (O.): moordenaars.
Knokke (W.): Duinenslapers, Duinezeekers, Polderasten, Wulloks
Kobbegem (B.): koppigaards
Koksijde (W): brasser.
Komen (W.): drapeniers
Koningshooikt (A.): houtrovers
Koninksem (L.): saladeboers
Kortenaken (B.): kinderen
Kortenberg: waterheren.
Kortijs (L.): kappermans (drinken bier met kappers), ennebsiters
Kortrijk (W.): pastei-eters, Leiepissers,ennebiters
Krombeke (W.): bosketen
Kuurne (W.): ezels.
Kwaadmechelen (L.): krèmers
Kwaremont (O.): luizen
Kwerps: boeren.
 
L  
Laar: mouton
Laarne (O.): messentrekkers , ganzendrijvers.
Laken (B.): boeren
Lanklaar (L.): zavelknuipers.
Lauw (L.): gekken
Lebbeke (O.): voddemannen
Lede (O.): hovaardige boeren.
Leeuwergem (O.): stoefers, vortzakken (= rotzakken ), dommeriken.
Letterhoutem (O.): varkens
Lembeke (O.): savooien, gapers
Lennik: strobranders, windheren.
Leut ( L.): korenmussen
Leuven (B.): pietermannen, koeienschieters
Lichtaart (A.): kwezels
Liedekerke (B.): stad Berrevoets, messentrekkers
Lieferinge (O.):beddezekers
Lier (A.): schapekoppen.
Liezele (A.): pieren
Lillo (A.): krabbenvangers
Linkebeek (B.): moeile douwers.
Lippelo (A.): gedeisterde patatten (= gestampte)
Lissewege (W.): ezelboeren
Lo-Reninge (W.): composteters
Lochem: koolhazen.
Loenhout (A.): pezeriken.
Lokeren (O.): rapenbraders.
Lombardsijde (W.): duinkeuns (= konijnen)
Lommel (L.): bezembinders, heikappers
Londerzeel (B.): kiekenpoeliers
Lot (B.): pensen, plaaggeesten
 
M  
Maarheze: kattenuil.
Maaseik (L.): gapers, knapkoeketers , heksen
Machelen (B): gadeluineboeren.
Maldegem (O.): broodmessen, wildjagers
Malderen: papzakken
Malle (A.): joden.
Mariekerke (A.): de heren van Sint Amands.
Marollen: schieven architekt.
Massenhoven (A.): vliegenstovers
Mater (O.): vechters
Mazenzele (B.): bezembinders
Mechelen (A.): maneblussers.
Mechelen (L.):. muggenblussers.
Meer (A.): wringers
Meerbeek: papboeren.
Meerbeke (O.): gipsheren(= flierefluiters)
Meerdonk (O.): kletskoppen, stuifkoppen, stuifbollen..
Meerhout (A.): meerkatjes.
Meerle (A.): mastentoppen
Meeswijk (L.): briggelhanen (= brood uit onrijp koren)
Meeuwen: de alvermannekens van Meeuwen.
Mere (0.): papboeren.
Meise (B.): klotboeren
Melle (O.): dikke nekken.
Melsele (O.): pijpkens
Membruggen: waterratten
Mendonk (O.): palingstropers
Menen (W.): magenwielvangers
Merchtem (B.): houten ballekens, theedrinkers
Merksem (A.): stroboeren.
Merksplas (A.): spalkers, spetters
Mesen (W.): dikkoppen
Messelbroek (B.): kalotten
Merelbeke (O): achterworstigge
Meulebeke (W.) Turken
Meuzegem (Wolvertem) (B.): bosuilen
Michelbeke (O.): pronkers (= spaarders)
Middelburg (O.): ketelboeters (= ketellappers)
Mielen (L.): eters
Millen (L.): snuifdozen, kattenvillers
Minderhout: papboeren
Moerbeke-Waas (O.):smeerkoeketers
Moerzeke (O.): pruimen
Mol (A.): soepbeners, sopweikers, kortoren
Molenbeek: vaartkapoen.
Molenbeersel (L.): pierenland
Moorsel (O.): boksers
Moortsele (O.): platte borzen
Mopertingen (L.): papzakken
Mortsel (A.): zotten.
Munsterbilzen (L.): kabuiskoppen (van kabuiskolen)
 
N  
Namen (N.): escargots
Neeroeteren (L.): kolven (= knuppels)
Neerpelt (L.): wolvenschieters.
Nekkerspoel : mestrapers
Nevele (O.): moordenaars.
Niel (L.): kerk van Niel (betekent bij het kaartspel : kaarten
zonder één " beeldeken ")
Nieuwenhove (O.): grijzers.
Nieuwenrode (B.): toekkers (= wildstropers), visfretters
Nieuwerkerken (O.): schapenkoppen, lompe boeren
Nieuwkapelle (W.): muggenblusser
Nieuwkerken (O.): schapenkoppen
Nieuwpoort. (W.): schrobben (=vissoort)
Nijlen (A.): sparrijders.
Nijvel: aclots.
Ninove (O.): wortelmannen, kaffeegieters, wortelkrabbers,
steksesmannen, voddenmannen.
 
O
Oelegem (A.): Oelegemse brakken (= grote mieren).
Oevel: biechtstoel.
Okegem (O.): hoppewinders .
Olen: de boeren van Olen.
Onkerzele (O.): toverheksen
Oombergen (O.): gersbuikers
Oordegem (O.): polkaboeren
Oorderen (A.): karotenbuter (in verband met de teelt van
cichoreiwortels)
Oostakker (O.): savooistekers.
Oosteeklo (O.): geitenpoepers
Oostende (W.): platen, pladijzen (= vissoort.), Schollen
Oosterzele (O.): groenbuiken, zeiktelen
Oostmalle (A.): joden.
Oostvleteren (W.): smouteters
Opglabbeek (L.): brouwers.
Ophem: halve wilden
Ophoven (L.): kinderen van -.
Oplinter (B.): wannessen
Oppem-Wezembeek (B.): halve wilden
Opwijk (B.): drinkers
Orsmaal (B.): engwörpers (eendenwerpers)
Ossel: bèren.
Oten (A.): (lompe) boeren
Ottergem: advocaten.
Oudegem (O.): gierigaards
Oudekapelle (W.): muggenblissers
Oudenaarde (O.): boneknagers, kiekens
Overmere (O.): smouters .
Overpelt. (L.): blazers (baanvorm van toren)
Overijse (B.): doenders (= koeksoort)
 
P 
Pajottenland: kersenboeren.
Pamel: arjaunen.
Panne (De) (W.): puzzieschieters .
Park (B.): zwaantjes
Paulatem (O): Paulatemse puitenrijders.
Peer (L.): muggenblussers.
Perk (B.): wildstropers
Peutie (B.): slappe benen.
Pollare (O.): troteters (= appelmoes)
Poperinge (W.): krombenders,keikoppen, heisnijders, langoren
Poppel (A.): krombenders.
Pulderbos (A.): stokslagers
Pulle (A.): heikneutes
Putte (A.): mattenbreiers, verbrande Puttenaars
Puurs (A.): kipkapfretters .
 

Gemeente spotnamen en hun ontstaan (deel 2)

 

Gemeente spotnamen en hun ontstaan (deel 2)

R  
Ramsdonk (B.): opgeslagen broeken
Ramsel (A.): poleerddabbers
Ratte: kortoren
Ravels (A.): pieren
Rekem (L.): gekken
Relegem (B.): groenvinken
Ressegem: emmers, lompe boeren van Ressegem
Retie (A.): kortoren, klaplopers.
Riemst (L.): éénwinters (= éénjarig kalf), koeien, lepkens, loerjagers
Rijkevorsel (A.): papboeren,kleidabbers.
Riksingen (L.): kersenplukkers
Rode:voetbrander
Roeselare (W.): sulferdoppers, vechters.
Rollegem (W.): bot Rollegem.
Ronse (O.): slekkentrekkers, (in verband met de Fiertel) ,zotten.
Rossem (Wolverlem) (B.): bosuilen
Ruisbroek (A.): kaballen. (oude versleten paarden)
Rummen: boeren.
Rumst (A.): lazaruskens (vereniging H. Lazarus)
Rupelmonde (O.): muggenblussers
 
S  
Schaarbeek (B.): ezels
Schaffen: koeistetten (koeienstaarten) Scheldewindeke (O.): platte
beurzen
Schellebelle (O.): maantjes (Reus heette maantje)
Schendelbeke (O.): jeneverdrinkers
Scherpenheuvel (B.): kaarskatten,kladder.
Schilde (A.): rakkers, rabauwen (vechtersbazen)
Schoonbeek: pettemboeren.
Schoonderbuken: bezembinders.
Schuiferskapelle (W.): naar S. gaan (= vertrekken)
Sinaai (O.): schinkeleters
Sint-Agatha-Berchem (B.): lastigen.
Sint-Agatha-Rode (B.): padden
Sint-Amands (A.): kipkap
Sint-Antonius: varkenskoppen
Sint-Antonius (Brecht) (A.): verkenskoppen , rakkers , houtmaaiers.
Sint-Denijs-Westrem (O.) : sint-Denijsers
Sint-Eloois-Winkel (W.): rijstkakkers.
Sint-Genesius-Rode (B.): bezembinders
Sint-Gillis (B.): kolenkappers
Sint-Gillis (O.): sprinters
Sint-Gillis-Waas (O.): eiertrappers .
Sint-Goriks-Oudenhove (O.): kraaienest, preibuiken
Sint-Huibrechts-Lille (L.): windmakers
Sint-Job-in-'t-Goor (A.): bosuilen
Sint-Joris-ten-Distel: lattenklevers.
Sint-Kattelijne-Waver (A.): (onversaagde Jan) kadodders
Sint-Kwintens-Lennik: windheren, strobranders.
Sint-Kruis-Winkel (O.): savooistekken
Sint-Kwintens-Lennik (B.): strobranders
Sint-Lennaarts (A.): leempikkers, kleipikkers
Sint-Lievens-Esse (O.): kwezels (met zwarte kousen)
Sint-Lievens-Houtem (O): broekwassers.
Sint-martens-Lennik (B): boeren
Sint-Niklaas (O.): rapenbraders, oliezekers, blauwselmannen
Sint-Pieters-Lille (A.): krawaten.
Sint-Truiden (L.): kiekeneters, bink
Stabroek (A.): ajuintrappers.
Stalhille (W.): beslagmakers
Stavele (W.): rosten
Steendorp (B.): mosterdpotten.
Steenhuffel (B.): klotboeren.
Steenokkerzeel (B.): kaasboeren.
Steendorp (O): mosterdpotten.
Stekene (O.): blauwbuiken, vechters, baanstropers
Stokkem (L.): mandenmakers
Stokrooie (L.): zo zuiver als de klater (kerkschaal) van S. (= bezit
niets meer)
Strijtem (B.): waterdrinkers
 
T  
Temse (O.): azijnzekers,tuysschers.
Teralfene (B.): Turken, zotten
Tergnée : vampieren.
Terhagen (A.): rotte-hondenvreters
Terheiden (A): torenboeren.
Ternat (B.):kalen,zomerheren, Stom Loummek, zot Wammek, kaal Ternat,
3 parochies van den hond zijn gat
Tielt (W.): lijnwadeniers.
Tienen (B.):boterpotten, kwèkers., verkensblussers .
Tisselt (A.): lijkenpikkers, raaien
Tollembeek (B.): hanezoekers .
Tongeren (L.): mussen, trullen (= ovaalvormige tarwekoekjes),
trullebakkers, vlaaieters, vlaaischijters.
Torhout (W.): boffers
Tremelo (B.): zandstuivers, messentrekkers, messen-vechters,
kiekenfretters.
Turnhout (A.): binken, muggenblussers
  
U  
Uitbergen: teutemensen.
Uitkerke (W.): dessers (= dorsers)
Ukkel (B.): rattenfretters
Ulbeek (L.): loerjagers
 
V  
Vaalbeek (B.): broodfretters
Val-meer: knabbeneire
Veldwezelt (L.): wortelzekskes, verkens
Velzeke-Ruddershove (O.): moordenaars, beneknagers, bedelaars
Verrebroek (O.): filippen, kerkschijters.
Veurne (W.): Veurnse slapers,, keikoppen
Viane (O): strontraper
Vichte (W.): zwijnkot
Vilvoorde (B.): pjeierefretters
Vinkt (O.): stinkers (Vinkt-stinkt)
Vlamertinge (W.): plaatsekraaien, brandhazen
Vlekkem (O): zop-eters
Vlezenbeek (B.): kersenboeren .
Vlijtingen (A): witte kamezollen
Vlimmeren (A.): peggers, Stad Worst.
Vollezele (B.): hengstemans (paardefokkers), boschverkens.
Voorde (O.): jeneverdrinkers, puitrijders
Voormezele (W.): paptelen
Vorst (A.): pootzakken .
Vorst (B.): hondenfretters
Vosselaar (A.): messenstekers .
Vrasene (O.): bulten
Vrijbos (Het) (W.): bosketen, buskanters (gemeenten waarover het
Vrijbos zich uitstrekte)
Vroenhoven: sokkeleire
 
W  
Waanrode (B.): torendraaiers.
Waardamme (W.): waaromme
Waarschoot (O.): brouweters (koeksoort), geitenpoepers
Waasmunster (O.): hespeneters
Wakken (W.): waterheren .
Waltwilder (L.): judaswilder
Wambeek (.): klaverboeren.
Wannegem-Lede (O.): kludde met zijn bellen
Watou (W.): schotters (= schutters)
Waregem (W): gèsloeties.
Weelde (A.) (zie Poppel)
Weert (A.): slijkneuzen, rogstekkers, heksen.
Welden (O.): Welle (O.): vrekken, duivetjes
Wellen (L.): bokkenrijders.
Wenduine (W.): ezels
Wervik (W)): slapers.
Westerlo (A.): kale heren
Westmeerbeek (A.):karleespoorders.
Westrem (O.): ophangers
Westvleteren (W.): kersemoeseters
Westerlo (O.):flierefluiters.
Wetteren (O.): mosselmans, haringfretters
Wevelgem (W.): lopers
Wichelen (O.): 1) schooiers.
2) schooiers.
Wiekevorst (A.): kiekenpoten
Wieze (O.): zotten, vliegeneters
Wijnegem (A.): "aambras "-makers (twisters)
Willebroek (A.): waterratten, lijkenpikkers, vaartkapoenen.
Wilrijk (A.): geitekoppen.
Wintam (A.): kazakken .
Wingene (W.): gouden ring
Wondelgem (O.): kerremelkzekers
Wortegem (O.): penen boeren
Woubrechtegem (O.): zotten
Wulveringen (W.): zottekot
Wuustwezel (A.): hörten (= moeszeikers) .

X 
Y 
Z 
Zaffelare (O.): beseboten.

Zandhoven (A.): mastentoppen.
Zandvliet (A.): kieviten .
Zegelsem (O.): ponkers
Zele (O.): kloddezak.
Zellik (B.): onstuimigen
Zelzate (O.): beseboten, polkaheren
Zemse-Laar (B.): honden
Zerkegem (W.): zandlopers
Zeveneken (O.): katoenpletsers.
Zevergem (O.): tsuurkenszuipers (= halve pintjes), appelmoesfretters
Zichem (B.): heren (de heren van Zichem)
Zichen-Zussen-Bolder (L.): schildpadden
Zingem (O.): wannemakers
Zoerle-Parwijs (A.): heksen
Zoersel (A.): houtdraaiers .
Zonhoven (L.): zon
Zottegem (O.): mergelspensen, zotten, stoofmakers,
beslagmakers,theezeikers, ,schoenmakers.
Zoutleeuw (B.): waterratten
Zuienkerke (W.): vlasbinders
Zutendaal (L.): (zoet)
Zwevezele (W.): paptelen
Zwijndrecht (A.): machuten.

 

Dialect moppen

Dialect moppen

♦ West-Vlaamse dilect moppen
Juul, 85 joar, ligt ip zin bedde in 't oedemannus. En ommetekè begunt ie do te roepen:

KOKSIEDE!!
.....
OSTÈNDE!!
.....
OOSTDUUNKERKE!!!
.....
BREININGE!!!
.....
DEN OANE!!
.....
MIDDELKERKE!!
....
en da goad azo mo deure toet da de verpleegstre komt aangestormd in zinne koamre.
Lap, Juul ad ol héil zin bedde ondergescheetn...
De verpleegster van: Moa Juul toch, aj nu achter de panne geroopn...
en Juul: godver, kkost er nie ipkomn!
**************************************************************************************
Tetten int westvlaamsch
Zoon:
"Moedre, oe skrievje tetten?"
Moeder:
"Emoa jongne, wuk nen parlee;
Woa voarn ejje gie da noadig?"
Zoon:
"Voar in mien ipstel van 't schole, kwille skrievn:
Voadre e nen nieuwn trekteur gekocht en
tetten nog niemand gezien".
**************************************************************************************
♦ Vlaams-Brabantse dialect moppen
Twee Brabanders
Zegt de een tegen de ander:

Zeg, lette gij ?gelijk wel us op oewn cholesterol?
Zegt de ander: Zekers wel, agg ik op de plee zit.
Aggij op de plee zit?
Joa, dan zit ik op de plee, k?k een bietje umme heen,
zie k gin pleepapier en dan denk k, goh... leste rol ...
**************************************************************************************
>>>
Je kent een goede mop in het Vlaamse dialect laat het ons weten: andreotte@hotmail.com

button

Meer van Vlaamse dialecten

↑ Terug naar de berichten