Naar de inhoud

Vlaamse dialecten

akke.beakke.be

Nederlandstalige dialecten

 < De hoofdpunten van deze site vind je aan de linkerkant!

 Klik op onderstaande buttons voor dialect per Provincie of Gewest 
 ∇
mijn prentje

mijn prentje


mijn prentje


mijn prentje


mijn prentje


mijn prentje

mijn prentje


mijn prentje


mijn prentje


mijn prentje

P57-005b37df763ad60e8d8bbf923e32b7c6.jpg

 37162.jpg

mijn prentje

mijn prentje

mijn prentje

mijn prentje

mijn prentje

mijn prentje
 ^ Je bevind zich nu hier ^
mijn prentje

 mijn prentje
 


Senioren site

mijn prentje

mijn prentje


mijn prentje


 mijn prentje 

 ^ Wekelijks nieuwe evenementen Informatie! ^

Archief

Antwerpse/Antwaarpse dialectliedjes


Antwerpse/Antwaarpse dialectliedjes

 



> Antwerpen (www.youtube.com)  
> Antwerpse dialect liedjes (www.youtube.com)   
> Antwerp beste ploeg liedjes (www.youtube.com)   
> De Strangers (www.youtube.com/strangers+antwaarpe)   

Antwerps PowerPoint
Gesproken in Antwerps dialect.
>
 Traag en rap moe (powerpoint)  
 

105929.jpg

> Provincie Antwerpen algemene info (blog vlaanderen)  
> Dialect Provincie Antwerpen en Antwaarps Staddialect (info op dit dialectblog)  


 button

Zwijndrecht - Zwijndrechts dialect (deel 1)


                                  
            
  

    Zwijndrecht 
 

 


Zwijndrecht is een gemeente in het Waasland geannexeerd door de Provincie Antwerpen. 
Zwijndrecht bestaat uit twee woorddelen, namelijk zwijn en -drecht.
Drecht, een woorddeel dat vaak in plaatsnamen wordt aangetroffen, is een woord van West-Nederfrankische herkomst en heeft de betekenis stroming, drift (der rivier).
Zwijn verwijst niet zoals men zou vermoeden naar varken, maar is vermoedelijk een verbuiging van het eveneens West-Nederfrankische woord Swin met de betekenis geul of kreek.
Zwijndrecht kan dan ook verklaard worden als een stromingsgeul. 
Scheld of spotnaam van Zwijndrecht: machuten. 
> Diverse informatie aangaande gemeente Zwijndrecht (blog vlaanderen)   

Zwijndrechts dialect (deel 1)

Zwijndrechts dialect wordt plaatselijk Zwindrechts genoemd.
Zwijndrechts is een mengeling van het
Oost-Vlaams, Waaslands en het Brabants dialect.

Beschouwingen over ons Zwindrechts dialect  
Ons “Zwindrechts dialect” heeft steeds de neiging om alle klanken uit te rekken en de woorden samen te trekken.
De moderne woorden en het algemeen Nederlands dringen met zekerheid in ons dialect binnen.
Onze kinderen nemen vele nieuwe woorden (Nederlandse en vreemde) over van de televisie,
het telenet en uit de boeken en tijdschriften (er wordt gelukkig meer gelezen!).
Aangezien Zwijndrecht eeuwen aan de oostgrens van het Waasland en ook aan de vroegere grens van het Graafschap Vlaanderen en het Hertogdom Brabant lag en de Zwijndrechtenaren daar-enboven voor school, handel en werk steeds gericht waren op de Sinjorenstad , werd ons dialect ook fel beïnvloed door de Brabantse streektaal.
Vele nieuwe bewoners van Zwijndrecht komen nu van heinde en ver ; huwelijken worden gesloten met een uitheemse man of vrouw, huizen en appartementen worden gekocht of gehuurd door niet-Zwijndrechtenaren.
Vroeger was onze gemeente grotendeels agrarisch en waren er ook vele honkvaste hande-laars.
Hun afstammelingen bleven steevast op de gemeente, huwden meestal met een inwoner of inwoonster en onderhielden samen het “ Zwindrechtse dialect “.
De weinige inwijkelingen moesten reeds bij voorbaat zich inwerken in de plaatselijke streektaal!
Die gunstige situaties voor het dialect zijn nu onherroepelijk veranderd…
Zal dat het einde zijn van de dialecten?
Daarom is het goed dat wij de nog bestaande dialecten op een degelijke manier, zoals deze, kunnen bundelen….


Uitspraak in Zwindrechts
Heldere klanken worden soms dof uitgesproken: muziek – meziek 
De h en eind-n worden nooit uitgesproken: uis, spoare
Verkleinwoorden eindigen altijd op –ke : kinneke, schopke
Behalve bij woorden die eindigen op t of d: teint-sje, taand-sje
A wordt praktisch normaal uitgesproken, alhoewel ze vóór de s klinkt als een halflange klank
tussen de algemeen Nederlandse a- en aa-klank Vb.: kas, as

Vóór een r wordt de korte a-klank uitgerekt (voorgesteld als â , zoals in het Franse “ gâteau”)
Vb.: kar = kâr
Aa wordt meestal ei , oa , ou , oe : peir , proate , wouter , toert
Vóór een r wordt de lange a-klank meestal ei  Vb.: varen = veiren ; paard = peird ; gaarne = geire 
Vóór een k verandert de lange a-klank in oa  Vb.: maak = moak ; kaak = koak ; raken = roake
Vóór een s wordt de lange a-klank meestal ou: Vb.: baas = bous ; kaas = kous
E wordt meestal normaal dof ( het) of helder (pet) uitgesproken;
Enkele uitzonderingen: bes = bees ; serre = seir ; ster = stâr ; ver = vâr
Ee wordt meestal ei , i : wereld = weireld ; zeven = zifte 
Vóór een r wordt de lange e-klank een ei Vb.: peer = peir ; keren (borstelen): keiren 
De korte en lange i-klanken worden praktisch normaal uitgesproken.
Dat telt ook zo voor de korte en lange u-klank en de eu-klank.
De korte o-klank wordt vóór een r een ui  Vb.: dorp = duirp ; dorpel = duirpel
Vóór een l en n wordt de korte o-klank een oo Vb.: polder = poolder ; ronde = roonde
Soms wordt de lange o-klank veranderd in een eu of oeë 
Vb.: voor = veur; bomen = boeëme :roken = roeëke 
Ei-klank wordt vóór een n en s verwrongen tot een âi – klank:
Vb.: klein = klâin ; plein = plâin ; reis = râis ; zeis = zâis  - maar : een ei = een â ; eieren = âren
Voor de ij-klank bestaat er geen gepast teken om de “ Zwindrechtse ij “ aan te duiden!
Deze klank klinkt wat meer uitgerekt dan de algemene Nederlandse ij, juist zoals de klank
in de Franse woorden: gêne (last), chêne (beuk) en gaine ( elastisch buikcorset).

Vb.: wijn = wên of wain ; prijs = prês of  prais ; ijs = ês of ais 
( steeds met de Franse klank in het oor!). 
Bij de au en ou merken wij geen verschil in klankuitspraak ( au en ou = aa): Rauw = raa ; rouw = raa ; saus = saas ; kous = kaas
De uitspraak van eeu , oei en ooi is zoals bij het algemeen Nederlands.
Bij ieu valt vaak de u weg of ze wordt lang: nieuw = nief  ; nuuf 
De ui wordt soms een uu:
Vb.: duivel = duuvel ;  juist = juust

Woorden in Zwindrechts
A
aasvlieg
:
ronker ; aalbes: roobees ; aalput: beirput ; aalschepper: beirluut ; aardappel: petet ; aardappelen: petette ; aardappelmesje: petettescheller; aardappelpuree: platte petetten, gestamte petette ; aardbei: eirbees ; aardbol: weireldbol ; aasvlieg: roonker ; achtermiddag: achternuun ; achteruitrijden: dâi-ze ; accordeon: trekzak ; afsluiting (hout, beton): gelijnt ; alarm: siereine ; alarmlicht: zwoalicht ; alchohol: alkool ; alfabet: aabeecee ; alstublieft: astemblieft ; amusant: plezaant ; angina: aansjien ; anjer: genoffel ; armband: brasselet ; apart: appaart ; avond: ouved ; ’s avonds: souves ; akkoord: takkoord ; aardworm: pierewurm ;
B
bakvis (jong meisje):
mokske; bal(letje): ketse-bal(leke) ; balpen: stielo, biek ; bangerik: ne scheiter ; bang zijn: benaat zijn, ’t benaat ein ; bedevaart: beeweg, begaankenis ;’n beetje: een bitsje ; beer: beir ; begraafplaats: kârekkof ; benen: biëene ; benzine: naft ; biefstuk: bufstik ; bij(en): bie(jen), bie(kes); bijna: ost, bekanst ; bles(je): froefroe(ke) ; blikopener: opendoener, aftrekker ; bliksem: weerlicht, eemellicht ; bloedworst: bulling ; bloem(en): blom(me) ; blootvoets: barrevoets ; boekentas: kazak ; boezem: tet-ta-geire, schap; bonenstaak: kodde ; boodschap: kommissie ; boodschappentas: kabas ; boom: boeëm ; boveneinde van boomstam: herpen ; borst: buist ; borstel: buistel, vaager ; boterham: botteram ; braambes: brombees ; braken: spoage, kotse, overgeve ; broodbeleg: toespijs ; broodje: piestollee ; wij begonnen: wij begoste ; bakfiets: trieporteur ; bepleisteren: beploastere ; boomgaard: boogoard ;
C
cake-walk:
kakkewallek ; catalogus: kattaloog ; catechismus: kattekismuus ; champagne: sjampieter ; chirurg: operateur ; chocolade: sjoklat ; chronometer: kronnoomeeter ; cirkel: roonde ; cliënt: klant ; clown: kloon ; cola: kokkakoola ; concert: konseir ; condoom: kapoot ; confituur: sjelâ ; conservatief: aa-wets ; consumptie: vertier ; contactdoos: pries ; controle: kontrol ; coöperatief: kopprattief ; cow-boy: koobouj ; crème: kreim ; cross-fiets: krosvieloo ; crooner: kreuner ;
D
dagblad:
gazet ; dakgoot: kornis ; das: foelâr ; deksel: scheel ; dertig: dârteg ; deugniet: nietdeug, nieweirt, bietskoemer ; diesel: mazoet ; dikkopje: oekedoeleke; diploma: dieplom ; directeur: bestuurder; dommerik: mutte, annewuite ; doofstomme: stomme doove ; doopmeter: pit; dooppeter: peetere ; dopen (in vloeistof): doppe, oonderdoompele ; dorp: duirp ; dorpel: duirpel ; draagtas: netzak ; drassig: zoompig ; driewieler: trieporteur; drop: zwarte sjap ; dropje: jiejiepeke, jappeke; durven : dârven ; dokter: doktoor; doopsuiker: kinnekessuiker, suikerboeëne ; dotje: toefke ; douanier: doewaan ; draaiing: slaptietuut ; dwaas: dweis ; dweil: dwâl ; daar: doar, der ; dat is alles : da’s al ; deken: soaizie ; dikke vlieg: dol ; druk: pres ; drukken: presse ; drukking: pressing ; 
E
een:
ne (m.), een (v.), e (o.) ; eenden: pille; eetbord: talloeër ; eetzak: schoofzak ; ei: â ; eieren: â-re ; elektriciteit: ellentriek ; emmer: ieëmer ; enkel (voet): knoesel ; erwt(en): artje(s) ; erwten peulen: puren ; echt: echtig ; echtgenoten: alvetraaboeken ; eerst: eest ; engel: ingel ; erfenis: ârfenis ; erna: erachter ; ernaast: erneffes ; ernstig: serieus ; eronderdoor: eroonderdeur ; evenaar: eveneir ; evenaren: eveneiren ; evenzo: a-zoo ; examen: ekzaam ; echo:
weergallem
F
fiets:
vieloo ; fietsstuur: giedon ; fluwelen broek: floere broek ; foefelaar: foefeleir ; fopspeen:
tuuter ; fornuis: fenage: cuisinière ; foto: portet ; fotograaf: fottegraf, portrettetrekker ;fotograferen: portrette trekke ; fototoestel: kodak; frieten: petetfruut ;
G
garnaal:
geirnout ; gebreide puntsjaal: neusdoek ; geel: geil ; gehakt: gekapt ; gerookt vlees: peirdennank , ossennank ; gevangenis:’t prezon ; goochelaar: schammateur ; geweest: gewist ; glad: gladdig ; glijden: sluiveren ; goedzak: ne (goeie) loebas, goesak ; gootsteen: pombak ; gerief: grief ; graag: geire ; grimassen: tootentrekke ; grote mond: groeëte noove ; goud: gaat ; grond: groond ; geschrokken: verschoote ; gebrekkig: gebrekkelek ; geletterd: wijs ; gemengd: oonderiëen ; geregelementeerd: geriglemeinteerd ; geronk: geroonk ; gerst: gjeist ; gesnurk: geroonk ; gezondheid: gezoonteit, saantee ; gips: ploaster ; goedemorgen: goeiemorge ; goedenavond: goeienavend ; golf: gollef ;
H
haag:
weir ; haast: ost ; haastig: ostig, hitsig ; haken: krosteere ; ham,hesp: eps ; hamer: oumer ; handen: aande ; handje: polleke ; handschoen(en): waant(e) ; handtas: sjakos ; hard: neig ; haren: oar ; haring: eiring ; hinderlijk: ambetaant ; hobbelig veld: petetteveld ; hoge hoed: buis ; hommel: bombie ; homofiel: jeannet, mietje, ne verkeerde ; hooghartige: schitkoont ; horloge: loozie ; huid: vel ; huis: uis ; handvol: aaffel ; hakkelaar: doddeleir ; hakkelen: doddele ; haar: eur ; herhalen: rippeteere ; herhaling(en): rippetiesie(s) ; Hebben = ein: ik heb = ik ein , k’ein:  jij hebt = gij et, g’et: hij heeft = ij ee, 
wij hebben = w’ ein: jullie hebben = gulder et: zij hebben = z’ ein.
I
ijsroom:
krimglas ; ijscokar: krimglaskâr ; ijscoman: krimglasveint ; ijskast: friegoo ; ijskegel: ijspeegel ; injectie: sputsje ; inkom: aantree ;
J
jas:
frak ; jasmijn: juuzemien ; jeuk: joeksel ; jeuken: joeke ; juffrouw: juufraa ; juist: juust ; jullie: gulder ; jutenzak: baal ; jongste kind: ’t kakkeneistje ;
K
kaars:
keis, boegie ; kaas: kous ; kalender: almanak ; kalf: mutte ; karakter: karakteir ; katapult: musseschieter ; kauwgom: tuutefruut ; kers: kaas ; kersen: kaa-ze ; kikker: puit ; kikkerdril: paddegerek ; kind: keend ; kinderwagen: vwattuur ; kinderstoel: kakstuul; kip: kieke ; kippenvel: kiekevlees ; klaar: kleir ; kleine jongen: pagadder, snotneus ; klets: veig, mossel, peir ; kleuterschool: papschool ; klompen: blokke ; kniebroek: poefbroek ; knikkeren: marbolle ; knikker(s): marbol(le) ; knutselen: foetere ; koe: koei ; krijt: kruit ; koekje: koekske ; kokkin: kook-as ; koning: keunink ; koningin: keuningin ; koprol: kunstlabaareg ; kotelet: kortelet ; koud: kaat ; kousenophouder: sjartel ; kruimels: krummels ; kruisbes: stekelbees ; kruiwagen: kruwwaage ; krul: krol ; kuip: bassing ; kus: bees ; kortademig: deimpig ; kraaien: kroan ; kraan: kroun ; kracht: fors ; kruisje: kruske ; kunnen: keune ; kwaad worden: bluspoeier zin ;
L
laarzen:
botte ; lamp: laamp ; lampekap(je): laampadeir(ke); lantaarn: laanteire ; lavabo: wasbak ; leggen: leige ; leugenaar: leugeneir ; lichaam: lijf ; lichte koffie: kattepies, kattezieëk ; liedje: lieke, eirke ; lijst: lieest ; lisdodde: dulpoes ; lolly: lekstok ; lomperik: pummel; loon: pree ; luchter: luuster; lucifers: stekskes ; luid: neig ; luier: piesdoek ; luik: blaffetuur : de laatste: de leiste ; de lente: den uitkom ; leuk: leutig ;
M
maand:
moond ; maan: moun ; Machutus: Machuit ; magere: panlat, boeënstoak ; mantel: frak ; margarine: margrien ; masker: mombakkes ; markt: mart ; meikever: meuleneir, mulder ; meisje: maske, pieskaas ; merel: meirlon ; mesthoop: messing ; mier: muureziëeker ; mille-feuille: tompoes ; mirabel: marbeloun ; mispel: mupsel ; modder: moor ; molen: meule ; molenaar: meurelaar ; mooiprater: blageur ; mosterd: mostoart ; mouw: maa ; muts(je): pots(ke) ; morgen: mârren ; ’s morgens: smârres ; maîtresse: matras ; mens: meins, mâsse ; meester: miëester ; motor: motteur, motto ;
N
naarstige:
neirstigaord ; nachtkleed: japon ; navel: naogelebuik ; neef: kozijn, kozze ; nergens: nieveraanst ; netel: tingel ; neuken: poepe ; neusverkoudheid: sneuvering, snotvalling ; niets: niekske ; nietsnut: flierefluiter, nieweird ; nieuw: nief, nuuf ; nijdige vrouw: pieketijn, tang , jeandârm; nochtans: pertang ; notenboom: nooteleir ; nu: nou ;
O
ommelet:
ârekoek ; ondertussen: swinst,binst ; ophef maken: servietuuten ein ; oud: aat ; ouderwets: aa-wets ; overgeven: spoage ; oom: noonkel ; op tijd: in tits ; ontkurken: aftrekke ; opa: bompaa, vokke :oma: bommaa, meemee, moeke, mitteke ; opening: gat, ol ; omtrek: kontoer ; onderwijl: in passaant ; oren: oeëre ;
P
pagekopje:
kalot ; paard: peird ; paardenbloem: piesbloem ; pandjesjas of jacquet: gatte-kletser, pieteleir ; pannenkoek: koekebak ; pantoffel(s): sloef(e), slets(e) ; papieren geld: briefke ; parfum: riekede reuk, oodeklonje ; pastoor: paaster ; paternoster: pottenoster ; peer: peir ; pek: târ ; penseel: vârrefbuistel ; perenboom: peireleir ; perzik: paas ; perzikboom: paazeleir ; pet: klak ; pink: peenk ; peterselie: pieterselie ; peuter: baazeke, kadeeke ; pietepeuter: pietje juust ; pijn: ziëer ; pissebed: vârkesluis ; plakleertje: vaantoezeke ; plankenvloer: plaansjee ; pletten: deddere ; postzegel: tijmber ; praten, babbelen: tettere, lameere, klappe ; prei: parraa ; prentje: beeleke; pruimenboom: pruimeleir ; premie: priem ; paars: violet, mouf ; pauw: paa ; pauze: poos ; petroleum: petrol ; pessimist: zwartkijker ; pistool: revolver ; pizza: piezaa ; politie: polies ; politicus: poletieker ; punaise: pienijs ; pureren: staampe ; purgeermiddel: poepsnoepje ; pudding: podding ; pastij: pattee ; permanent: parmenaant ;pier, aard(e)worm: piereworm ;
R
rabarber
: roobarber ; ragebol: kopjouger ; rap: neig ; rauw: raa ; reine-claude: reigelloot ; reklame: reklam ; regenbui: vloug ; rem: frein ; remmen: freine ; ring: reenk ; rijden: rijn ; rijmpje: rimke ; rijstpap: rispap ; rolluik: persjen ; roodharige: roste, ne koopere ; rouw: raa; rusthuis: aa-mannekes-uis ; rapport: buulletijn ; resultaat: uitslag ; raadsel: rotsel ; raden: roan ; rechter: sjuuge ; ruzie: ambras ;
S
sabbelen:
zabberen ; staander(tje): pieedestal(leke); staart: steirt ; schaap: schoup ; schaapje: schopke ; schaar: scheir ; schaduw: lommer(te) ; schoensmeer: bleenk ; schommel: bijs, touter ; schort: vurschoot ; schouw: schaa ; schrift: kajee ; scouts: schouten ; snijden: snijn ; schroevendraaier: toernavies ; sering: juuzemien ; slabbertje: bavetteke ; snel: neig, rap ; snor: moestasj ; soldaat: piejot ; soms: ammets; spaarder: potter ; sparen: potte ; speelplaats: koer ; spiegelei: peirdenoog ; spuwen: spuchele ; station: stasie ; stempelaar: dopper ; stoel: stuul ; stoep: trotwoar, plansier ; straffe gast: ne kastaar ; straks: suubiet, seffens ; strikje: neuke, non-de-djuuke, strekske ; strohoed: tiets ; sukkelaar: sukkeleir, ârme duts ; scheiding (in haren): schiee ; schilderen: vârreve ; sinterklaas: sintekloas ; schenken: scheenke ; schrikken: verschiete ; sleutel: sleuter ; stopverf: stokvârref ; stropdas: plastron ; Schelde: ’t Scheild, de Scheilde ;
T
taart(tje):
toert(sje); taartje: pateeke ; tabak: toebak ; tafel: toffel ; tafelkleed(linnen): toffellouke ; tafelkleed(zeildoek): twaalseree ; tandarts: taantiest ; tanden: taande ;teenslippers: pillepoten; telegram: tellegram ; telefoon: tellefon ; televisie: tellevies ; terwijl: swinst ; toilet (w.c.): tuske, gemak ; toiletstoel: kakkedoo ; trage (treuzelaar): laanterfaanter, treuzeleir, zeemeleir ; trapzaal (overloop): allee ; treuzelen: zeemele ; tuil: boekee ; tuil bloemen: blommekee ; tweede: twiets ; tante: taante(ke) ; toonbank: toog(t) ; traan: troun ; trein: trân ; trouwen: traan ;
U
u:
ou ; uw: ou, ulder ; ui: arjuin ; uitademen: uitaaseme ; uitdijen: kreenkele ; uitsteeksel: teut ; uitvaart: begraafnis ; urineren: piessen ; urinoir: piessijn ; uzelf: ouzelve ;
V
vaas:
fous ; vaars: vjeis ; vader: vouder ; vakantie: vakanse, kongee ; varken: vârke ; vaat: afwas ; veearts: vietrieneir, peirdepiet ; veiligheidsspeld: toespel ; venster: vuster ; ventiel: soepap ; ver: vâr ; verdrinken: versmoeëre ; vergaderen: vergoare ; vergadering: vergoaring ; vergiet: triezee, strommijn ; verkoper: marsjang ; verkoudheid: valling, snotvalling, sneuvering ; verlegen meisje: truut ; verlof: permissie, kongee ; vervelend personage: beddezieeker, zieeker ; vest: gielee ; vlaamse taal: vlomse toal ; vleessbrood: friekandon ; vlechten (in het haar): keperingen; vluggerd: rappe, ne neige ; voetpad: plansier, trotwaar ; volgende week: noste week ; vooraan: van veur ; vorig jaar: veurig joar ; vork: verket ; vraatzuchtig: frette, schoefele ; vraatzuchtige: fretter, schoefeleir ; vrachtwagen: kabion ; vreten: schoefele ; vriend: mout ; vuilniszak: vulzak ; verzekering: assuraansie ; vinnig: kittig ; vink: veenk ; vleugel: zwing ;
W
wat:
wa ; watten: wat ; wat zeg je?: wa zegde (gij)? ; wafel: woffel ; wagentje (2 wielen): pierewiet ; wang: koak ; warm: wârem ; warmte: wâremte, heette ; waspoeder: waspoeier ; water: woater ; waterketel: moor ; welnu: awwel ; weduwe: weef ; weduwnaar: weveneir ; web : spinnenet ; weegschaal: baskuul ; weigeren: revezeeren ; wenen: bleite, uile ; wereld: weireld ; werk: wârek ; wesp: weps ; wind: scheet ; wind laten: scheet loate, eene loate vliege ; windje: schitsje ; wimpers: peenkers ; worden: wierre ; wordt gij…: wierde gij…; woede: kolleire ; worst: wuist ; wortel (van ’n plant): wuirtel , pees ; wortelen: peekes ; waarlijk: effenaf ; weeral: wirral ;
X

Y

Z
zachte kaas:
platte kous ; zagen: zouge ; zaklamp: piellicht, piellaamp ; zaniken: memme ; zeef: zift ; Zeven: zifte ; zeemvel: zeemelap ; zeker: vaneiges ; zeveraar: zieeker, truuter, zieeverreir ; zinken bad: bassing ; zijn best doen: zen devooren doen ; zijn wij…: zin wè…; zijt gij…: zidde gij… ; zoethout: kalliessenaat ; zolder: ’t opperste, zoolder ; zon: looraa ; zoon: zeun ; zure snoep: smoelentrekkers ; zwanger zijn: a-zoo zijn, spoare ; zweer: zweir ; zwoel: doef ;

Gemeenten namen in Zwindrechts                                                                           
Antwerpen: Aantwârpe
Bazel:
Bouzel
Beveren-Waas:
Beevre-Woas 
Burcht: Buirecht
Dendermonde: Deirmoonde
Haasdonk : Ostdoonk
Gent:
Geint
Hulst: Ulst 
Kruibeke: Krubbeeke
Lokeren: Lookre  
Meerdonk: Meirdoonk                                                                           

Melsele:
Meilse
Moerbeke:
Moerbeek
Nieuwkerken:
Niekârreke
Rupelmonde:
Ruupelmoonde
Sint-Anneke:
Sintan
Sinaai:
Snaa
Sint-Niklaas:
Sint-Nikloas
Steendorp:
Stieenduirep
Stekene:
Steekne
Sint-Gillis: Sin-Djielles
Temse: Temst
Verrebroek: Vârrebroek
Vrasene: Vroase   

Waasmunster:
Wousmuster
Weert: Weirt 
Zwijndrecht: Zwindrecht ; Zwijndrechtenaar: Zwindrechteneir  

Getallen in Zwindrechts
Drie: drij
Twaalf: twellef
Dertien: dârtien
Zestien: zeistien 
Dertig: dârtig
Veertig: feertig
Vijftig: fifteg
Zestig: tseisteg
Zeventig: tseefeteg
Negentig: tneegeteg
Honderd: oonderd
Duizend: duuzend            

Straatnamen in Zwindrechts
Bemdt: den Bumt
Borgerweert: den Buirgeweirt
Half Maan: d’Allef Moun
Heidam: den Âdam
Heiken: ‘t Âke
Laar: ’t Loar
Molenstraat: Meulenstroat, Meulendam
Nieuwland: ‘t Nielaand

Pijp Tabak: Pijp Toebak
Poenjaard:
Poenjoard
Polder:
de Poolder
Polderstraat:
Poolderstroat
Heilige Geesthoek: Eilige Geestoek
Smoutpot:
de Smaatpot
Stationstraat: Stasiestroat
Vendoorn:
de Vandoore
Neerstraat: Niesstroat
Vlietbos:’t Flietbos
Bron: Etienne Van Laer  


 Zwijndrechts dialect Deel 2 en dialect van deelgemeente Burcht
∇

Zwijndrechts dialect deel 2 Burcht - Burchts dialect

Zwijndrechts dialect deel 2

Zie ook deel 1 van het dialect van Zwijndrecht: 
> Zwijndrecht – Zwindrechts dialect (info op dit dialectblog)  

A-zoo gezeet in t Zwijndrechts/Zwindrechts
- Een ijsroom met wat slagroom, a.u.b: Ne krim-glas mee e toefke kreim-fris, astemblieft.
- Daarvoor moet je de toelating hebben , hoor: Doar moette gij permissie veur ein , zenne.
- Zij heeft nog een mooi gebit: Heur eetkoamer is nog helegaans in orde.
- Hij was heel verbaasd: Diej scheet ne floere-naap seg.
- Ik ga eerst nog eens naar het toilet: ‘k Moet gaa nog ieest een ( klâine of grooëte ) kommissie doen.
- Ze heeft veel schrik. Ze is erg bang: Die eeget neig benaat.) ( Z’ is neig benaat )
- Hij is helemaal van gedacht veranderd: Das effenaf nen kazakkendraar.
- Hij weet niks en hij kan niets: Et is ne stroontroaper achter den ellentrieke tram.
- Laat maar komen wat moet: Dagget doet wagget wil.
- Dat is de waarheid: Klopt gelijk een buus.
- Zijn haar begint uit te vallen: Zijn verstaand groeit te neig.
- Amaai, mijn oren!: Amai, mijn talloeëren!
- Het brengt toch niets op: ’t Es gieen avaanse.
- Hij heeft altijd hard gewerkt: Dien ee alsjeleven neig gewârekt.
- Wij hebben een hond en een kanarie: W’ein ne noond en ne kanannevoogel.
’- 't Is gedaan!, zeg ik: Amen en uit!, zeigek.
- Is het waar?: Ist echt, keend ( jong )?) Nota: “keend” gebruikt t.o. een vrouw, “jong” t.o. man.
- Och, mens toch!: Ui , mâsse toch!) ( Ochgottekes, keend ( jong ) toch!) Nota: “mâsse” = meisje.
- Die mensen hebben al veel meegemaakt met hun kind: Die meinsen ein uldere peere al gezien mee ulder keend.
- Straks krijg je een draai om je oren: Subiet krijgde gij nen abbabbel op ou bakkes.
- De zon begint te schijnen: ( Looraa komt te veurschijn .) ( Looraa loat eur zien.) ( Looraa is der.)
- Tien jaar ouder worden: Der komt wirral e kruske bei. Nota: X is de Romeinse 10 
Bron: Etienne Van Laer   
> Waasland dialect (op dit dialectblog)    
> Provincie Antwerpen dialect (op dit dialectblog)  
 

> Zwijndrecht (www.youtube.com)   
> Zwijndrecht in beeld (www.google.com) 
 


Burcht   
Deelgemeente van Zwijndrecht
Geannexeerd met de Provincie Antwerpen.   

Burcht en Zwijndrecht liggen op zandruggen aan de rand van een krekengebied. De naamgeving verwijst hiernaar. Zowel Zwijndrecht als Burcht zijn beide afgeleid van Germaanse woorden: swina drifti en burgipja. Burgipja betekent eenvoudigweg berk. Dit verwijst vermoedelijk naar de vegetatie die op de droge zandgrond groeide. Swini en drifti zijn synoniemen en betekenen beide kreek.
>
Diverse informatie aangaande gemeente Burcht (wikipedia.org) 
 

 Burchts dialect

Burcht sluit geografisch nauw aan bij Zwijndrecht het dialect is dan ook verwant aan elkaar. 

Woorden in Burchts
boveneinde van de boomstam: herpen ;
erwten peulen: puren ;

gaanpad:
tro-twaar ; glijden op het ijs: sluiveren ;
mieren: meresiekers ; molenaar: meurelaar ; mug: fliefluter ;

> Zwijndrecht – Zwijndrechts dialect (info op dit dialectblog)  
> Waasland dialect (op dit dialectblog) 
> Provincie Antwerpen dialect (op dit dialectblog)  

Wie helpt bij het dialect van Burcht?
Contacteer: andreotte@hotmail.com 
 

 11e Geniebataljon gemeente Burcht
Kwartier 1 Luitenant V. Thoumsin

 

>
11e bataljon Genie te gemeente Burcht (www.mil.be) 
 
>
Gemeente Burcht België (www.youtube.com)   
> Gemeente Burcht in beeld (www.google.com)  
> Waasland informatie (blog waasland bericht)  
> Waaslandkaart (http://fotoalbum.seniorennet.be)   

   

105929.jpg

> Provincie Antwerpen algemene info (blog vlaanderen)  

button

 
 

Mechelen - Mechels dialect (deel 1)


      
      Mechelen


.

De naam van de stad zou afgeleid zijn van het woord mahal, dat naar een vergader- of gerechtsplaats verwijst. Vorige plaatsnamen Maclines in Machele (12e eeuw), Mechgelme (14e eeuw) en uiteindelijk Mechelen (15e eeuw).
Scheld of spotnaam van Mechelen: maneblussers, zonnevissers.
> Diverse informatie aangaande stad Mechelen (blog vlaanderen)   

 Mechels dialect (deel 1)
De stadnaam Mechelen word plaatselijk Mechele uitgesproken.

In Mechelen zegt men al eens:
Het Mechels is dé beschaafde omgangstaal van Vlaanderen en Nederland en voor de dié di (diegenen die) dat niet kennen is het Algemeen Nederlands ootgevonne (uitgevonden)!

Woorden in het Mechels dialect
A
Aanhangwagen: Remork ; Aardappelmesje: Petatschilder ; Aardbeien: Jeirbêzen ; Aansteker: Brikè ; Afkeer: Dégoe ; Ambras: Kweddelen ; Angstig persoon: Labbekak / Broekschijter ; Arm:
Errem ;

B 
Baard: Baad ; Bagage: Begeuzze ; Bakharing: Boeksering ; Bananen: Bananne ; Barst: Bèst ; Benen: Biene ; Begijnhof: Begaonhof ; Bende kleine kinderen: Sôôt ; Berg Mayonnaise: Klad Majoneis ; Berg Mosselen: Spoos Mossele ; Bij: Bao , Bij (insekt): Béke ; Bijna: Bekanst ; Bijten: Knaove ; Bijvoorbeeld: Bevuibeld ; Binnenmonds verwensingen maken: Kneurre ; Bisschop: Buskop ; Blaffen: Bassen ; Bluffer / Opschepper: Schepzak ; Boekentas: Kalpein ; Bomen: Boeme ; Bonheiden: Bonhaoje ; Boodschappen: Komisse ; Bord(en): Talloeër(e) ; Borstel: Be(u)stel ; Botsen (in een Ruzie): Voenke ; Breedschouderig: Geblokt ; Brij: Braggel ; Bril: Musaazer ; Bromfiets: Broemmer ; Brood: Broeëd ; Brouwerij: Braoverao ; Bustehouder / BH: Tèttagère ; Buurt: Kottei ;
C
Café: Staminee ; Centrale Verwarming: Sjoffaasj ;
D
Dakgoot: Koernisj ; De Afgestorvenen: De Doeë ; De Gevangenis: ’t Gevang ; Deken: Seuzze ; Denken: Pouze ; Deksel: Scheel ; De politie: De polis ; Deur: Duir ; Dikke natte zoen: Bees ; Discussieren: Ressoneren ; Domme dingen: Onnoezeletaote ; Doodmoe: Kuizoep/Poempaf ; Door: Dui ; Dooreengesmeten / Wild (Bv. Hoofdhaar): Deuriengewèzzeld ; Doorzakken: Duizakke ; Door het dolle heen gaan: Razen ; Doos: Doeës ; Dorp: Deurrep ; Dorst: Deust ; Draaien: Drôôje ; Draai rond uw oren: Saflèt ; Drab (gruis van koffie): Groos ; Dreadlocks: Trèsjkes ; Dronken / Bewusteloos: Meurreg ; Droog: Droeg ; Druif / Druiven: Drôôf / Drôven ; Dwars: Dweis ;
E
Een auto: Nen otto ; Een bad nemen: Een bad pakken ; Een beetje te (licht/donker/rood/groen/...): Een tikkeltje te ... ; Een praatje maken: e Klappeke doen ; Een Tasje Koffie: e Sjatteke Kaffe ; Egoistische Vrouw: Gierige Pin ; Eieren: Aure ; Eigenlijk: Faotelek ; Er beweegt iets: Er boezjeert iet ; Erg: Eirreg ; Ergens: Ieveranst ;
F
Fietselastiek: Snelbinder ; Fiets: V'lo ; Fietsveiligheidsspeld: V'lospèl ; Figuur / Borstkas: Karreur ; Fluiten: Flôôte ; Foefelaar: Kwèddeleir ; Fopspeen: Tutter ; French Kissing: Een toeng draoien ; Frieten: Frut ; Fruit: Froot ;
G
Gaas: Sparrendrap ; Gaatje in Fietsband / Pingpongballetje / Voetbal: Fitteke ; Gedoe: Gemeuzzel/Getaffel ; Gehaktbal: Boellèt ; Gekromde rug: Schoef ; Geldbeugel: Porteful ; Gerafelde knoop: Flosj ; Geregeld vreemd gaan: Aonaoverao ; Gezicht: Smikkel / Tôôt ; Gezin: Famille ; Glijbaan: Schôôvaf ; Goedkoop: Van de Goeiekoep ; Gordijnhouder: Sjambrang ; Gratis: Van de Verniet ; Griezelen, rillen: Grezzelen ; Grijpen / Graaien: Grabbelen ; Groot autolicht: Faar ; Grote: Groete ;
H
Haar: Eur ; Haardos: Kallot ; Haken (Haakwerk): Krosjteren ; Handtas: Sakosj ; Hard gillen: Krèssen ; Hard, luid: Hèt ; Hart: Hèt ; Heet: Hiet , Helemaal: Ghieleganst ; Helemaal kapot: In frut vanien ; Hemdskraag: Reveir ; Herenhuizen: Hierehooze ; Herinneren: Rappeleire ; Het gras: ’t Gès ; Het is frisjes: Tis killeg ; Hij neemt: Aa nèmt ; Hoe ver: Oeveir ;  Hond: Tei ; Houten vloer: Planchei ; Hou uw mond: Hèft a bakkes ; Huishuur: Oôsseur ; Hun: Uillesen ;
I
Iemand: Dienen iene ; Iemand moedwillig op stang jagen: Iemand kreten ; Ijscreme: Kreimegelas ; Ijzeren watertobbe: Bassèng Ik heb: Kèm ; Ik zie het: Kzeent ; In de buurt van: In de gebure van ; In de schaduw: In de loemmer ; Inferieure Goederen: Kammelot ; In het zand spelen: Int jeir speile ;
J
Je hebt iets gehaald: Get iets Geuld :
K
Kadertje / Randje: Biezeke ; Kamerjas: Peingwaar/Peignoir ; Kapotgemaakt: Verenneweerd / geskallodderd ; Karamelsnoepje: Sjik , Kauwgum : Langenasem /Tuttefrut ; Kauwgumballenautomaat : Chiclettenbak ; Keel: Pèppeke ; Keihard werken: Knoeften/Prossen/Travakken ; Kerel: Keirel ; Kerkhof: Keirkof ; Kikker: Ne veus ; Kin: Knèp ; Kinderen: Kadeeje ; Kinderslabbetje: Bavèt ; Kinderwagen: Zjarèt ; Klanten: Kallante ; Klein zwart beestje: Meurzouker ; Kloten: Kloete ; Knijpen: Neipe ; Knikkers: Mèrrebollen ; Knorrig persoon: Ne neurk ; Koffie: Kaffe ; Konijn(epoot): Konaun(epoet) ; Koning: Kuining ; Kont: Poep ; Kookpot: Kasrol ; Koord(je) / Touw(tje): Koeër(ke) ; Koorts: Ke(u)ts ; Koppig of Halsstarrig Zwijgen / Stampevoeten: Pètten ; Korf: Keurf ; Kort: Ke(u)t ; Koud: Kaa ; Koude rilling / Kiekevlees: Vapeurrekes ; Koude Schotel: Kauve Pla ; Kraamkliniek / Materniteit: Moederôôs ; Kraampje: Krommeke ; Kras (op auto): Schaar ; Krekelig: Krikkel ; Kruipen: Kroope ; Kuchen: Koechelen ; Kwaadaardig, slecht persoon: Schulle ;
L
Ladder: Lieër ; Langdurig binnenmonds genieten (Van Snoep, Pepermunt of Perziksteen): Sabbelen ; Lange mantel: Paltô ; Lange overjas: Pardeseu ; Lange regenjas: Eimpermeabel ; Langwerpige, stoffen Koffiezak: Buis ; Lastig: Ambetant ; Lever: Leiver ; Lieveheersbeestje: Liveniersbiesje ; Longontsteking / Bronchitis: Bronsjit ; Loon: pré ; Lopen: Loepe ; Lopende neus: Snotvalling ; Luchtbanden (Fiets / Auto): Banne ; Lucifers: Stekskes ; Luiaard: Lamzak ;
M
Markt: Mèt ; Mechelse Kant: Etterjefke/Mekesbolleken ; Meikever: Meulder ; Meisje: Meske ; Melodietje: Erreke ; Mensenschuw persoon: Seut ; Mijn Man: Die-e van ons ; Mijn Vrouw: Die van ons ; Mond: Tout ; Mooi: Schoen ; Mooie / Lelijke Roodharige: Schoen / Lilleke Rosse ; Mooi meisje: Ferm Griet ; Motorfiets: Motto ;
N
Naar de WC gaan: Ao Komisse doen ; Naast elkaar: Neuffenien ; Nadenken: Napaoze ; Neuken: Poeppen ; Niemand: Gienen iene ; Niet gewoon: Grellig ; Niet meer strak: Oôtgelebberd ; Niet om mee te lachen: Van de serjeus ; Nieuw: Nief ; Nieuwsgierig aagje: Kerjeuzeneuzemosterdpot ; Nieuwsgierigheid: Kerjuizegèd/Kerjuizeteit ;
O
Om zeep helpen: Vermoeëze ; (Onder)hemdje: (Onder)lijfke ; Ondervest: Zjillée ; Ongeduldig: Gepresseerd ; Onkruid: Onkrood ; Onnozel ventje: Mettekou ; Onvrijwillig: Stoemelings ; Onzinnig bezig zijn: Prullen / Kleuteren ; Oog: Oeg ; Opnieuw: Vaneir/ Oepsevès ; Op tabak knabbelen: Sjikken ; Opvouwbaar Plastieken Regenmantel: Kaawee ; Oude vieze kleren: Klodden ; Overdrijven: Ouverdraove ; Overgeven (Braken): Spaove/ Geubbele ; Overloop: Allei ;
P
Paardekop: Pjeirekop ; Paneermeel: Zjappeluur ; Paus: Paos ; Pannenkoeken: Koekebakke ; Pantoffels: Sloeffe ; Peperkoek: Pontekoek ; Peren: Pijre ; Perziken: Pèzze ; Pikken / Stelen: Ratte ; Pint: Bok ; Plaats: Pleuts ; Plagen: Treiteren ; Plakje (Hesp): Schel (Hesp) ; Plastiek tafelkleed: Twalsiree ; Platendraaier: Pikkup ; Politie: Pollis ; Polsketting: Braunzelèt ; Pop / Zwaargeschminkte Vrouw: Poeppemie ; Poppenkast: Poeppekas ; Pottenhersteller: Pottefeir ; Pracht en praal: Groete chichi ; Praten / Tateren: Laméren ; Problemen: Kweddele ; Pruilen / Mokken: Moenken ; Prullen: Meuzzelen ; Prutsen: Koeffelen ; Puist / Verhoging: Boebbel ; Puist (Zwerend): Wier ; Pyama: Pizjama ;
Q
R
Raamluik: Blaffetuur ; Rammeling: Toeffeling ; Rechters (Gerecht): Zjeuz ; Regenzeil: Basj ; Reis: Raus ; Rem(men): Frein(en) ; Richtingaanwijzer: Pinker; Rijk: Raok ;  Rij rauwe eieren: Rao rao aore ; Rij wachtende mensen: Root ; Rochel: Flôôm ; Roken: Doempen/Smoeren ; Rotzooi: Hannekesnest ; Ruit: Rôôt ;
S
's Avonds: Saavves ; Saxofoon: Sakseffon ; Schaar: Scheir ; Schaatsen: Schofferdaune /Scheutse ; Schoen: Schoon ; Schoenen: Schoone ; Schommel: Boesjkammerei ; Schoteltje: Soetaske ; Schouder: Schaover ; Schuim: Schôôm ; Sjaal: Sjal ; Slager: Bienavver ; Slagroom: Kreemfrèsj ; Slapen: Maffen ; Slenteren: Steissele ; Slippers: Sletsen ; Smerig: Smeireg ; Sommige: Soemmegste ; Snelvuurwapen: Mitrajèt ; Snijden: Snaoien ; Snuffelen: Snollen ; Snuit: Snôôt ; Snuiten: Snutten ; Solden / Tweedehands: Okkeuzze ; Speekmedaille: Spiekmadeulle ; Speelplaats: Koer ; Speels plagen: Fikfakken ; Spreken: Klappen ; Springveer: Ressoor ; Spuwen: Speken ; Station: Staase ; Step: Trottinèt ; Sterven: Steurve ; Steunbalk: Baar ; Stoep: Borduur ; Stommeling: Stoemerik ; Stoofvlees: Stoufkrabbe ; (Stoom)strijkijzer: (Stoem)straokaozer ; Stopcontact: Prees ; Struikelen: Stroenkelen /Stroempelen ; Struis: Strôôs ;
T
Taaltje: Teultzje ; Taart: Toert ; Tafelvoetbal: Kickerkas ; Tafelvoetbal spelen: Kickeren ; Tas Koffie: Zjat Kaffe ; Teelballen: Kloete ; Tegendraads: Tegenstroem ; Tegenwoordig: Serrewoureg ; Televisie: Tellevies ; Tenen: Tiene ; Tentoonstelling: Eksposseesse ; Toog: Toeg ; Toon: Toen ; Total Loss: Peirtotal ; Trui: Trôô ;
U
Uit: Ôôt ;
V
Vaak / Geregeld: Dikkels ; Vechten: Batteren ; Veel: Veul ; Veel volk / Druk: Begankenis ; Veiligheidsspeld: Toespèl ; Ventiel: Soepap ; Verflaag: Koesj ; Verkoudheid: Valling ; Verlangend kijken: Loenken ; Vermaler: Pasvit ; Vermoeidheid: Meugte ; Verwarrend tekenen (vooral door kinderen): Kribbelen ; Verweerd: Afgeroefeld ; Vest: Frak ; Vijs, die loszit... : Die lootert ; Vijver: Vaover ; Vlees: Vlies ; Vlinders: Peipels ; Vloerwisser / Flessenopener: Aftrekker ; Voetballen: Shotten ; Vol plooien: Verfroemmeld ; Voorbinddoek / Voorschoot: Vuisschoet ; Voorstel: Proposseese ; Vooruit / Achteruit: Veurôôt / Achterôôt ; Vork: Verkèt ; Vrijen: Tettekereus ; Vroeg: Vreug ; Vrouw: Vraa ; Vuil: Vôôl ; Vuistslagen geven: Toeken ;
W
Waarom: Waroem /Veuwa ; Wandelen door modder: Dabben ; Warmbloedig persoon: Nen hieten tien ; Washandje: Lavèt ; Wastafel: Poembak ; Water dat kookt... : Da broebbelt ; Waterketel: Moeër ; Wc: Koer ; Week: Weik ; Werkmanslunch: Schoofzak ; Wij: Woule ; Wind laten: Protten ; Wortelpuree: Weuttelestoemp ; Wrijven: Roeffelen / Reussen ;
X
Y
Z
Zagen / Zeveren: Mèmmen / Scheurrepen ; Zak: Kabas

Cijfers in  Mechels dialect 
1: Ien
2:
Twie
3: Drao
5:
Vaof
7:
Zeive
13:
Detteen
14: Vietien
20: Twinteg
40: Fieteg
70: Seiveteg

Kleuren in het Mechels dialect 
Blauw: Blaod
Bruin: Broon
Grijs: Graos
Groen: Gruun
Purper: Mauf 
Rood: Roed
Zwart:
Zwèt

Gemeentenamen in Mechels dialect
Hofstade: Ofstôôje
Muizen (Dorp): Mooze (Deurrep)
Rijmenam: Raomenam

Straatnamen in Mechels dialect
Leuvensesteenweg: Luifese Stieweg 

Mechelse uitdrukkingen
- In Mechelen staat het water in de straten van aan het Station tot aan het Seminarie...: In Mechele staaget waater in de straate van aan de Staase tot aan 't Summenaare...
- Een oude Mechelse Uitdrukking die men gebruikte tegen een Eeuwige Zagevent: Fret oe Kas oep, scheit Kalotte en ga oe Parruk in Paoraos verkoepe... 
- Niets doen...: 't Plafon van de Groete Mèt schildere...
- Hoe zegt een Mechelaar bijvoorbeeld dat iemand arm is?: èrmoei is troof... ; a zit in de krot... ; 't is krot en kompanee... ; a-j-ij gien broek nemie an ze gat... ; a-j-ij giene nagel nemie oem ze gat te krabbe... 
- Wat is dat voor gezever?: Wadisda veu truut?
- Die persoon heeft bij mij afgedaan: Die hee in men raape geschete
- Braken: Over aa toeng kakken
- Serieuze schrik hebben...: Met de Poeppers zitten
- Hard werken...: Aove nikkel afdraoien
- Je had het mogen houden...: Gadet meugen auve
- Zwaar verliezen (Voetbal / Kaartspel)...: Serieus oep ao kas krijgen...
- Op een winderige plaats staan (Met een snotvalling tot gevolg...): In den trok/trek staon...
- Hij verbeeldt een ziekte: Ha is ziek aon zen kriek...
- Stilaan ziek worden: Iets aon broeien...
- Vandaag verlaat ik mijn woning niet meer...: Komme kot ni mier ôôt...
- Dat gaat niet samen...: Da akkordeert ni...
- Dat kan ik niet betalen...: Da kan maone brôône ni trekke... 

- Hebben ze je beetgenomen?: Emme ze een pad in ao keurref gezet?
- Wat ben je bereid hiervoor te betalen?: Wa schuift da?
- Ik zal dat ding eens scheef / recht trekken: Kzal er is ne vroeng aon geve
- In een flits: Oep nen ikke enne goa
- Hij is loom / Hij geraakt niet opgestart: Ao zit mè doe joeng
- Het water spuit hier alle richtingen uit: Tis hie aont dressen

- Ik heb U met 3-0 verslagen: Kem ao mè 3-0 afgedroegd
- Ik krijg daar het heen-en-weer van: Kraog er de weubbes van
- Dat wordt een hele aanpassing om...: Da zal e gatteke varen...
- Hij heeft het (te pakken)...: Ajeichet...
- Die zwijgt voor niemand...: Daddis ien mè een frank blad...

Hollands / Mechels dialect 
- Een chroot zakkie Patat met feel Meeyo...: Een groet pak Frut mè veul Majoneis...
- Jus d’Orange: Frôôtsap
- Hup!: Veurôôt / Achterôôt!

> Mechels dialect (http://nl.wikipedia.org)   
> Mechelen blogt (www.mechelenblogt.be)  
> Mechels dialectwoordenboek (www.mijnwoordenboek.nl) 

Mechels dialect deel 2
 
∇

Mechelen - Mechels dialect (deel 2)

      
       Mechelen (deel 2) 

       Klik eventueel hier voor deel 1 van het Mechels dialect.

     > Diverse informatie aangaande stad Mechelen (blog vlaanderen)   

 

Mechels dialect (deel 2)



> Gesproken Mechels dialect, meerdere video’s (www.youtube.com)  


  Liedjes en gedichten in Mechels dialect 





Mechels Feestlied (Fata Morgana
E stappeke na vui, e stappeke oepzao
Oe poep is late drôôie van a ien twie drao
Die ermkes in de loecht, me zwôôie oemter 't miest
en me roope tegelaok "Mechele Fiest!"
't Is fiest in 't Stad, 't is fiest in 't Stad
Geft er ons nog ientje, stekt nog ma e vat
't Is fiest in 't Stad, 't is fiest in 't Stad
Me geive van katoon, me geive van ons gat...
 

"As gau da paust..."
(Tekst en muziek: De Laatste Showband en Mark Uytterhoeven)
Refrein
As gau paust dat de paus oep au paust
Paust dan ma gau eet anders
As gau paust dat de paus oep au paust
Paust dan ma gau eet anders
Drau wauven in Paraus
Patraus in raunwaunsaus
Schoen schonen en nen ood
En den adel ei blau blood
Drauj auren oep een rau
Menier, zen dee van au?
Of zen ze kaud en rau, dan zen et dee van mau.
Een pjeid dad ei ne sjeit
Dat iet ne pjeiresjeit
Sta water in de straat
Van de Staasse tot de Vaat
Ge wet dat dee van ons
Kan zoupen lek een spons
De Daule is nie d’aule, nee de Deel is d’ons
Refrein
De stoemstraukauzerprausvraag kredde niet oepgelost
As ge gien bewaus et wa nen deepziedouker kost
As gau paust dat de paus oep au paust
Paust dan ma gau eet anders
(Rik) De Saedeleer is groet
Dat is ne stadsgenoet
En dat is de moraal:
Mechels is een wereldtaal
Da hoerde good oep raus
Ik paus dat as de paus paust ‘em in ’t Mechels paust
Refrein
De paus is weg aan ’t kwijnen a is ’t al groetendiels
’t Vaticaan wordt Mechels dankzij kardinaal Danniels
Refrein

Recept voor Bruine Saus
(Tekst: Jos Nys)
Ajôôn faon snaoje (ni te vuil)
Klaon bètche bouter of oule in kasrol
Laten bruneire
Lavenierblad tooveuge
Vaof krôôdnagels
Peiper, zaot en krôônot
Water
Een klaon bètche gebrande karramel van ba den drogist
E kleuntche sôôker
Azaon
Cintroon (e scheifke in veer gesneije)
E klaon bètche majizeina vè te binne.

> Provincie Antwerpen dialect (bericht op dit dialectblog)  

175523.png

> Scheldeland (http://nl.wikipedia.org)   
> Denderstreek (http://nl.wikipedia.org)  


105929.jpg

> Provincie Antwerpen algemene info (blog vlaanderen)  

 
Klik eventueel hier voor deel 1 van het Mechels dialect.

mijn prentje 

button

Sint-Katelijne-Waver dialect Onze-Lieve-Vrouw-Waver dialect

 

       
      
           Sint-Katelijne-Waver

 

 

 

 

De naam Sint-Katelijne-Waver bestaat uit twee naamsdelen. Enerzijds Sint-Katelijne en anderzijds Waver.
"Sint-Katelijne" is een vernederlandsing van Sint-Catharina en verwijst vermoedelijk naar Catharina van Alexandrië, een populaire heilige in de middeleeuwen.
"Waver" verwijst naar het Mechelse Waverwoud dat hier gedurende de middeleeuwen gelegen was. De eerste vermelding van dit woud gebeurde in het jaar 1008.
Uitspraak van de plaatsnaam Sint-Katelijne-Waver is Katelaane (ook wel Katelaane Weuver)
Spotnaam van Sint-Katelijne-Waver: (onversaagde Jan) kadodders .
> Lees meer en diverse informatie op Sint-Katelijne-Waver (blog belgië)    

 

Sint-Katelijne-Waver dialect

In het dialect wordt vaak naar Sint-Katelijne-Waver verwezen als kortweg Katlijne of Sint-Katlijne. 
>
Sint-Katelijne-Waver woorden dialect (www.mijnwoordenboek.nl) 
 
>
Sint-Katelijne-Waver gezegden dialect (www.mijnwoordenboek.nl) 

> Provincie Antwerpen dialect (bericht op dit dialectblog)  



>
Sint-Katelijne-Waver (www.youtube.com)   
> Sint-Katelijne-Waver in beeld (www.google.com)  

Onze-Lieve-Vrouw-Waver
Deelgemeente van Sint-Katelijne-Waver.

De naam Waver wordt voor het eerst vermeld in een akte van 1008, waarin de Duitse koning Hendrik II afstand doet van zijn jachtrechten in het Waverwoud dat zich situeerde tussen de Nete en de Dijle. In de 11de eeuw behoorde het woud tot het hertogdom Brabant en het bisdom Kamerijk. De eerste bekende vermelding van de parochie Onze-Lieve-Vrouw-Waver, “sanctam Mariam in Wavera” dateert uit 1266. Het dorp was bezit van de familie Berthout en maakte deel uit van het Land van Mechelen.
> Onze-Lieve-Vrouw-Waver (wikipedia.org)   
 

 Onze-Lieve-Vrouw-Waver dialect 

Geboren inwoners van Sint-Katelijne-Waver en Onze-Lieve-Vrouw-Waver zullen het er vermoedelijk niet met eens zijn als men zegt dat er weinig verschillen zijn in beide dialecten. De dialecten verschillen eigenlijk weinig.
>
Onze-Lieve-Vrouw-Waver woorden dialect (www.mijnwoordenboek.nl) 
 
>
Onze-Lieve-Vrouw-Waver gezegden dialect (www.mijnwoordenboek.nl/) 
 
> Provincie Antwerpen dialect (bericht op dit dialectblog)  

 

>
Onze-Lieve-Vrouw-Waver (www.youtube.com)  
> Onze-Lieve-Vrouw-Waver in beeld (www.google.com)  


 105977.jpg 

Onze-Lieve-Vrouw-Waver bevindt zich in de Zuiderkempen. 
  Kempenstreek (www.wikipedia.org)  


105929.jpg

> Provincie Antwerpen algemene info (blog vlaanderen)  


button

Niel - Niels dialect

 

       
     
     

    

      Niel

 

 

 

Het toponiem Niel zou mogelijks afkomstig zijn van het middeleeuwse woord niel met de betekenis "voorover geworpen in de diepte". Dit woord zou volgens de etymologie op haar beurt afkomstig zijn van het Germaanse woord nihwulia of niwaialho (betekenis: "voorover, naar omlaag"). Daarnaast wijst een studie van dorpen met de naam Niel uit dat het steeds plaatsen betreft die zich in een terreinverlaging bevinden. De plaatsnaam Niel kan dan ook verklaard worden als "laaggelegen plaats".
Spotnaam van gemeente Niel: ? 
> Diverse informatie aangaande gemeente Niel (blog vlaanderen)   


Niels dialect 

De gemeentenaam Niel blijft onveranderd in de dialectuitspraak.
>
Niel –Niels dialect (www.mijnwoordenboek.nl) 
 
> Provincie Antwerpen dialect (op dit dialectblog)  

 

 


> Gemeente Niel (www.youtube.com)   
> Gemeente Niel in beeld (www.google.com)  


131915.jpg

113708.jpg

> Scheldeland (http://nl.wikipedia.org)   
> Denderstreek (http://nl.wikipedia.org)  


105929.jpg

> Provincie Antwerpen algemene info (blog vlaanderen)  


button

Willebroek - Willebroeks dialect



    
         
        Willebroek

 

 

 

 



Het vermoeden bestaat dat Willebroek ontstaan is omstreeks de 11e eeuw en zeker in het begin van de 12e eeuw nadat het door indijking geschikt voor ontginning gemaakte land was gevormd.
Oorspronkelijk was het gebied een moerasgebied waarvan de naam van de gemeente ook is van afgeleid : "broek" (moerassig gebied).
Wanneer de evolutie van Willebroek in de laatste 200 jaar wordt bekeken valt het op dat het vooral de laatste honderd jaar sterk is gegroeid. 
Spot of scheldnaam van Willebroek: waterratten, lijkenpikkers.
Spot of scheldnaam van Klein Willebroek: vaartkapoenen .
> Kaart van gemeente Willebroek (www.google.be/maps)   
> Lees meer op www.willebroek.be    
> Diverse algemene informatie aangaande gemeente Willebroek (blog vlaanderen)   

 

Willebroeks dialect

De gemeentenaam Willebroek blijft ongewijzigd in het plaatselijke dialect.
>
Willebroek - Willebroeks dialect (www.willebroek.info)  
> Willebroek – Willebroeks dialect (www.mijnwoordenboek.nl)   
> Provincie Antwerpen dialect (op dit dialectblog)  


> Willebroeks gesproken dialect, les deel 2 (http://youtu.be)   
> Willebroeks gesproken dialect les, deel 3 (http://youtu.be)   
> Willebroeks gesproken dialect les deel 4 (http://youtu.be)   
 > Willebroeks gesproken dialect, les deel 5 (http://youtu.be)   
> Willebroek leift (http://youtu.be)   
> Willebroek in beeld (www.google.com)  

 175523.png

> Scheldeland (http://nl.wikipedia.org)   
> Denderstreek (http://nl.wikipedia.org)  


105929.jpg

> Provincie Antwerpen algemene info (blog vlaanderen)  


button

Bornem - Bornems dialect


 

                Bornem

 

 

 

Gemeente Bornem behoort tot Klein Brabant. Het grondgebied was al bewoond in de Gallo-Romeinse tijd. De naam werd in 1101 Burnehen gespeld ("verblijf bij de bron").
De plaatsnaam Bornem wordt plaatselijk Beurm uitgesproken.
Scheld of Spotnamen van Bornem: boskrabbers, messenvechters, ratten.
> Diverse informatie aangaande gemeente Bornem (blog vlaanderen)   

 

Bornems dialect

Kleinbrabants is een dialect dat wordt gesproken ten westen van de Vlaamse stad Mechelen. Het dialect is een variant van het Zuid-Brabants.
>
Bornems (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Bornems) 
  
> Provincie Antwerpen dialect (op dit dialectblog)  


> Bornem (www.youtube.com)   
> Gemeente Bornem in beeld (www.google.com)  

 175523.png

> Scheldeland (http://nl.wikipedia.org)   
> Denderstreek (http://nl.wikipedia.org)  


105929.jpg

> Provincie Antwerpen algemene info (blog vlaanderen)  


button

Boom (gemeente) - Booms dialect



     
          

          Gemeente Boom


 

 

Vermoedelijk bestond Boom al in de Romeinse periode. Gemeente Boom had een periode vanaf 1374 de plaatsnaam Ten boem.
De gemeentenaam Boom wordt plaatselijk Boeëm uitgesproken. 
Scheld of Spotnaam van gemeente Boom:
hondenfrètters. 
> Diverse informatie aangaande gemeente Boom (blog vlaanderen)   

 

Booms dialect 

Gemeente Boom dat op amper 10 km van Stad Antwerpen ligt gaat op gebied van dialect meer en meer over naar het gesproken Antwerps stadsdialect, vooral dan door de jongere generatie. Niettegenstaande blijven er nog belangrijke verschillen in uitspraak en schrijfwijze.  
> Boom – Booms dialect (www.mijnwoordenboek.nl)  
> Provincie Antwerpen dialect (bericht op dit dialectblog) 




>
Gemeente Boom (www.youtube.com)   
> Gemeente Boom in beeld (www.google.com)  

 175523.png

> Scheldeland (http://nl.wikipedia.org)   
> Denderstreek (http://nl.wikipedia.org)  


105929.jpg

> Provincie Antwerpen algemene info (blog vlaanderen)  


button

Meer van Vlaamse dialecten

↑ Terug naar de berichten