Uw eigen gratis blog? Klik hier!
Ga naar willekeurig blog, klik hier.
Welkom bij saagje!
Foto
Inhoud blog
  • De reiger en de krab
  • Was het zo of niet ?
  • De trouwe papegaai
  • Loerjager
  • De toren van Surhuizum
  • Zo kwamen de vruchten op de wereld
  • De verboden toren
  • Jorinde en Joringel
  • Het najagen van geluk
  • De boze kabouter
  • De leeuwin en de kuikens van de struisvogel
  • Armoede en deemoed leiden ten hemel
  • Blaauw Garrit
  • Adonis
  • De vos en de ganzen
  • De visser en de groentjes
  • Bloedende appel
  • De druif
  • De oude vrouw in het bos
  • Het verenkleed van het Maanmeisje
  • De marketentster van de Fransebaan
  • De weerwolf van Millingen
  • De zeemeermin van Schweinfurt
  • Hazenjacht
  • De heks van Oostbroek
  • De ezel en de os
  • De zuurkool van Bommen Berend
  • Fruithandelaar
  • Waarom de varkens wroeten
  • Liu Chen en Ruan Zhao
  • De lelie en de alsem
  • Bezeten
  • De witte slang van Sidi Moussa
  • De echo van Muiderberg
  • Alexander en de kikkerprins
  • Drie gouden rozen
  • Hoe de verhuizing toch nog doorging
  • Het vuur van Doevere voor!
  • Fontein der tranen
  • Het spook van de Schele Pijp
  • Aletta Jacobs
  • De apen en de tuinman
  • De brief in het nachtkastje
  • Sint Joris en de draak
  • Dwaallichtjes
  • Blauwe Gerrit
  • De spaghettischotel
  • Het geluk kan in een stukje hout liggen
  • De heksen van de Fondamente Nuovo
  • Het halfhaantje
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Hoofdpunten blog waaroemni
  • Bentley Speed Six
  • vandaag 21 maart
  • Bentley Motors Limited 3
  • vandaag 20 maart
  • Bentley Motors Limited 2
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Categorieën
  • aardgeest (20)
  • duivels (25)
  • fabels (13)
  • heksen (36)
  • historisch verhaal (5)
  • historische sagen (34)
  • legende (10)
  • Luchtgeest (29)
  • parabel (2)
  • Plaaggeest (10)
  • sagen (13)
  • sprookjes (27)
  • Tovenaars (27)
  • toverboeken (12)
  • volksverhalen (41)
  • vuurgeest (26)
  • watergeest (19)
  • weerwolven (8)
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Volksverhalen

    In die tijd van geloof en vooral bijgeloof ontstonden ook de verhalen over allerlei kwelgeesten en schrikfiguren.
    In de volkse fantasie was de natuur bevolkt met duistere wezens, werden levenloze dingen levend, hadden dieren zielen.
    Net zoals pastoors hun gelovigen dreigden met niet bestaande duivels, branden in de hel, en het niet naar de hemel gaan, maakten de volwassenen hun kinderen bang met al even verzonnen boemannen.
    Zo werd gedreigd met: de Korenpater, de Loekebeer, de Loekeman, de Nekker (Waterduivel), de Vriezeman enz...


    Het moet wel gezegd dat sommige van die schrikfiguren ontstaan zijn uit veel oudere verhalen over de Germaanse goden, die (zij het in aangepaste vorm) de tand des tijds en der kerk hadden doorstaan.
    Problemen
    Er zijn nogal wat problemen met het lezen van de teksten, daarom volgende tip :
    Met de muis links klikken en over de tekst schuiven.
    De tekst verschijnt duidelijk leesbaar.
    21-03-2010
    nieuwsgierig héDe reiger en de krab
    De reiger en de krab
    - Over een reiger die de vissen een fabeltje op de mouw speldt -
    Er stond eens een reiger aan de oever van een meer. Hij was al oud en hij wilde het liefst veel eten zonder daar moeite voor te hoeven doen. Hij stond daar met een somber gezicht, zó somber dat hij zelfs de visjes niet leek te zien die vlak bij de oever zwommen en die hij makkelijk had kunnen pakken.

    Tussen de vissen zwom ook een krab. Hij ging naar de reiger en vroeg: "Oom, waarom eet je helemaal niets en kijk je zo somber?" De reiger antwoordde: "Ik heb al zoveel jaren van vis geleefd, dat ik echt een vriend van de vissen ben geworden. Maar nu gaat er voor jullie iets vreselijks gebeuren en daarom zal ook voor mij het gemakkelijke leven ophouden, en dat op mijn oude dag... Natuurlijk ben ik somber, want een grote ramp hangt ons allen boven het hoofd, mij en allen die hier wonen."

    "Maar Oom, wat is dat dan voor ramp?" vroeg de krab.

    De reiger antwoordde: "Vanmorgen hoorde ik een paar vissers samen praten aan de oever van dit meer. Ze zeiden tegen elkaar: "In dit grote meer zitten massa's vis. Zondagavond zijn we uitgevist in de andere vier vijvers. Dan zullen we hier eens aan de slag gaan. We vissen met heel grote netten de hele zaak in één keer leeg." Je hoort het: binnen een week hebben ze alles wat hier leeft gevangen. En wat moet ik dan op mijn oude dag? Alle eetlust vergaat me!"

    Dit slimme verhaal van de reiger bracht alle vissen in paniek. Bang voor wat komen ging vroegen ze de reiger vriendelijk of hij geen uitweg wist.

    "U hebt dit nu wel gehoord, maar zeg ons toch hoe we hier weg kunnen komen. Als we hier blijven, wacht ons een zekere dood."

    De reiger zei: "Ik ben maar een domme vogel, uit een ei geboren. Hoe zou ik tegen de mens opkunnen. Maar... hier niet zo ver vandaan staat een grote tempel en daarvoor ligt een vijver, een diepe vijver vol met lotusbloemen. Het is verboden om daar te vissen. Ik zou jullie daarheen kunnen brengen op mijn rug."

    De bange vissen geloofden de slimme reiger en vroegen hem hen weg te brengen: "O goede Oom, neem ons mee! Mogen wij eerst..." riepen ze allemaal. "U hebt toch wel gehoord wat de ouden zeggen? Goede vrienden hebben hun leven over voor hun vrienden, en denken eraan dat zij daardoor de goede daden terugbetalen, die hun vrienden in het vorige leven voor hen gedaan hebben."

    Die gemene reiger lachte in zijn vuistje en dacht: "Dit gaat goed zo. Nu kan ik dat zootje makkelijk te pakken krijgen en oppeuzelen."

    Zo nam hij de ene partij vissen na de andere op zijn rug en deed alsof hij ze naar die tempelvijver bracht, maar hij vloog naar een grote rots waarop de zon lekker scheen en liet ze daar vallen en at ze op. Iedere dag werd hij vrolijker en hij bedacht allemaal boodschappen van de vissen die hij had weggebracht voor hun broeders in de vijver.

    De krab wilde ook graag meegenomen worden en hij vroeg iedere dag aan de reiger hem ook te vervoeren. Nou, dacht de reiger, ik heb wel zin in een hapje. Ik heb nu zoveel vis gegeten, ik wil wel eens iets anders proeven. Dus nam hij de krab mee. Hij vloog naar de rots.

    Maar de krab vroeg: "Oom, waar is nu die tempel met zijn diepe vijver?"

    "Zie je daar die rots? Al je vrienden hebben daar eeuwige rust gevonden en die zal jij ook heel gauw smaken!" lachte de reiger.

    De krab zag een grote hoop vissengraten en hij dacht: Mooie vriend ben jij. Je kunt beter met slangen te maken hebben, dan weet je tenminste wat je kunt verwachten. Maar het soort vriend als jij bent, dat zie ik nou eens. Je mag dan wel groot zijn en indrukwekkend, maar ik laat me niet bang maken door jou. Mijn scharen zijn scherper en sterker dan jij denkt!

    En hij sloeg zijn poten om de nek van de reiger en begon te knijpen. Hij kneep net zo lang tot de kop van het ondier van zijn hals gescheiden was. Hij nam de kop en liep ermee terug naar de vijver. Het was een lange tocht voor die kleine krab, maar hij haalde het toch.

    "Broertje, waarom ben je teruggekomen?" vroegen de vissen die nog over waren.

    "We werden ertussen genomen door die gemenerik. De vissen werden niet naar een vijver gebracht, maar op een rots gesmeten en opgegeten door die huichelaar. Maar ik heb hem te pakken genomen. Hier is zijn kop. Zijn lijf ligt op de rots en nu kunnen we hier in vrede leven, want die vissers waren maar verzonnen.".


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse,
               Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie"
               uitgegeven door Lemniscaat, Rotterdam, 1990.

    21-03-2010 om 09:01 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (0)
    20-03-2010
    nieuwsgierig héWas het zo of niet ?
    Was het zo of niet?
    - Een sterk verhaal uit Lapland over het begin van de lente -
    Op een avond zaten we allemaal rondom het open haardvuur en vertelde een Lap een verhaal, waarvan ik maar in het midden zal laten of het waar was of niet, echt beleefd of een sprookje. Hij zei, dat het hem zelf overkomen was en dus echt waar. Als je niets anders te doen hebt, lees dan zijn verhaal en bekijk dan zelf maar wat je er van vindt.

    De hele geschiedenis zou nooit ontstaan zijn als het voorjaar in de noordelijke landen niet zo lang uitgebleven was. Het bleef maar stormen en sneeuwen. De Lap dacht, dat er in de hemel iets mis was gegaan en dat het een goed idee zou zijn zelf maar eens te gaan kijken hoe dat nu zat. Maar hoe moest hij er komen? De hemel is ontzaglijk hoog en ver!

    De Lap, die lang niet dom was, kreeg een idee. Hij pakte een bijl en een schaaf en ging naar het bos. Hij hakte een enorm hoge den om en schaafde de stam in spaanders. Nu lag er een berg spaanders, die hoog boven het bos uitstak. Hij legde er een natte rietmat overheen en ging er bovenop zitten. Toen stak hij de spaanders aan. Het vuur laaide flink op, de rietmat droogde op en een dichte wasem ging omhoog. In die wasem werd de Lap omhooggetild.

    Al buitelend steeg hij op tot in de wolken. Hij greep zich vast aan de rand van een wolk en stapte er bovenop. Nieuwsgierig keek hij in het rond. Er was niet veel te zien. Alles was leeg en wit, geen sterveling te zien, rondom niets dan wolken, wit en zacht als sneeuw.

    Opeens zag hij in de verte een wolk, die hoger was dan de andere en de vorm had van een iglo. "Aha," dacht de Lap verheugd, "er woont hier in de hemel dus toch iemand!" Hij haastte zich naar het wolkenhuis. Hij ging naar binnen en wat zag hij daar? De Donder zelf, aan handen en voeten gebonden.

    "Goed dat je gekomen bent, mens," sprak de Donder. "Maak me gauw los!"

    "Als ik je losmaak, begin je te donderen," antwoordde de Lap. "Ik ben erg bang voor onweer. Het lijkt me maar het allerbeste, dat degene die je vastgebonden heeft, je ook weer losmaakt."

    "Doe toch niet zo dom," sprak de Donder geërgerd. "Ik ben gebonden door de Vorst. Hoe moet die mij losmaken? Zolang ik niet kan donderen, blijft de Vorst heersen op aarde en kan in de toendra het voorjaar niet beginnen."

    "O, zit het zo?" dacht de Lap. "Tja, dan moet ik hem wel losmaken."

    Hij maakte de handen van de Donder los. Meteen begon deze met zijn armen te zwaaien en het begon zo hard te donderen, dat de Lap snel opzij sprong. Het was maar goed, dat de wolken zo zacht waren. Hij deed zich bij het vallen geen pijn.

    "Hé, kom hier!" riep de Donder. "Je moet mijn voeten nog losmaken."

    Wat te doen? De Lap was begonnen en moest nu ook doorzetten. Met een van angst vertrokken gezicht maakte hij ook de voeten van de Donder los.

    O, o, wat begon het nu verschrikkelijk te onweren. De Donder stampte flink met zijn voeten en de donderslagen waren niet van de lucht. Met zijn handen slingerde hij bliksemstralen naar de aarde.

    De Lap wist niet hoe hij het had. Hij trilde en beefde van angst en wist maar één ding zeker: "Hier moet ik zo gauw mogelijk weg!"

    Maar de aarde was te diep om zomaar naar beneden te springen. Net ging een bliksemstraal vlak langs zijn gezicht. De Lap pakte de bliksem beet en suisde naar beneden. In tijd van ja en nee was hij geland, midden in een moeras. Hij zakte er tot zijn schouders in. Hij probeerde zich omhoog te werken, maar dat lukte niet. Hij zakte zelfs nog wat dieper.

    Rondom hem was het nu voorjaar. Struiken stonden in bloei en de vogels waren druk doende nesten te bouwen... Een zwanenechtpaar vloog over het moeras. Het vrouwtje ontdekte, dat er iets uitstak, een boomstomp of een heuveltje of zo. In ieder geval een goede plaats voor een nest. Zij vlocht haar nest bovenop het hoofd van de Lap, die alles geduldig onderging. Nu hij toch vast zat in het moeras, was het misschien wel zo goed iets op het hoofd te hebben. Dan zou hij tenminste geen zonnesteek oplopen. En bij regen bleef hij tenminste van boven droog.

    Het zwanenwijfje legde drie eieren en ging zitten broeden. Op zeker moment moest zij even weg en liet het nest onbewaakt. Een wolf, die al lang op het nest loerde, zag zijn kans schoon en sloop naderbij. Hij smikkelde de drie eieren schoon op, maar hij had nog meer honger. Zoekend trok hij met zijn grote poten het nest uit elkaar. Zijn scherpe klauwen krasten op het hoofd van de Lap. Deze had grote moeite het niet uit te schreeuwen van pijn, maar hij beheerste zich.

    Eindelijk keerde de wolf zich om en wilde verdwijnen. De Lap wachtte het juiste moment af en zette zijn tanden in de staart van de wolf. Met alle kracht beet hij zich vast. De wolf schrok vreselijk. Met een reusachtige sprong ging hij er vandoor, waarbij hij de Lap uit het moeras trok. Nog drie geweldige sprongen en de Lap was op het droge. Daar liet hij de staart van de wolf los. Het dier wilde niet eens weten wat hem gebeten had en verdween ijlings in het bos. De Lap evenwel liep naar huis.

    Meer dan eens vertelde de Lap bij het haardvuur wat hem was overkomen. Sommigen geloofden hem, anderen niet. De één zei - het is een sprookje, een andere weer - een bedenksel. Maar de Lap hield voet bij stuk: "Het is de zuivere waarheid! Zo'n verhaal kan toch niemand bedenken?"


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "De veer van de kraanvogel. Sprookjes uit het hoge noorden van Rusland en Siberië"
               voor kinderen naverteld door N. Gesse en S. Sadunaiskaja.
               Omniboek, Den Haag, 1978. ISBN: 90-620-70-52-3

    20-03-2010 om 00:00 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:volksverhalen
    » Reageer (1)
    19-03-2010
    nieuwsgierig héDe trouwe papegaai
    De trouwe papegaai
    - Een hindoe-verhaal over een kwijnende boom en een papegaai -
    Op zekere dag ging een jager in het rijk van de koning van Kashi met een pijlkoker vol giftige pijlen op jacht. Toen hij in het woud een kudde antilopen zag, schoot hij één van zijn pijlen erop af. Maar de pijl miste zijn doel en bleef steken in de stam van een grote boom. Door het gif begon de boom te kwijnen en weldra liet hij al zijn blaren en vruchten vallen.

    Nu was er een papegaai, die zijn leven lang in een holte van die boom gewoond had. Toen de boom begon te verdorren, verliet hij zijn nest niet. Onbeweeglijk en zonder voedsel, zwijgend en verdrietig zat de vogel op een tak en hij kwijnde weg, samen met de boom.

    Toen de god Indra zag hoe weinig invloed schoonheid en verval op die standvastige vogel hadden, was hij heel verbaasd en hij dacht: "Hoe komt deze vogel, een schepsel van lagere orde, aan zulke nobele gevoelens?"

    Hij nam de gedaante van een goedonderwezen brahmaan aan, daalde op aarde neer en sprak tot de vogel: "Papegaai, waarom verlaat je deze verdorde boom niet?"

    Daarop boog de papegaai eerbiedig en hij antwoordde: "Gegroet, opperste van de goden! Door de kracht van mijn ascese heb ik u wel herkend."

    "Het zij zo!" riep de duizendogige Indra. "Maar waarom blijf je in deze boom die geen blaren meer heeft en die aan vogels geen geschikte schuilplaats meer biedt? Het bos is groot genoeg en er zijn voldoende bomen met veilige holen. Wees verstandig en verlaat deze boom."

    Met een diepe zucht gaf de deugdzame papegaai hem ten antwoord: "O opperste van de goden, aan uw bevel ben ik natuurlijk gehoorzaamheid verschuldigd. Maar ik ben geboren in deze boom; hier in deze boom heeft mijn persoonlijkheid zich ontwikkeld; in deze boom heb ik in mijn jeugd een veilige schuilplaats gevonden. In zijn goede dagen heeft deze boom mijn leven beschermd. Moet ik hem nu in zijn kwade dagen ontrouw worden?"

    Toen sprak de duizendogige god Indra: "Ik schep groot behagen in je trouwe aanhankelijkheid. Vraag me een gunst."

    Daarop antwoordde de trouwe papegaai, de aanhankelijke uit het ei geborene: "Laat deze boom herleven."

    Indra besprenkelde de boom. De boom kreeg nieuwe bladeren en hij bereikte een geweldige omvang en met zijn kruin raakte hij de hemel. En toen de trouwe papegaai aan het einde van zijn leven gekomen was, werd hij door Indra opgenomen onder de goden.

    Zo verkrijgt men het geluk door omgang met vromen, zoals deze boom door zijn band met die trouwe, standvastige papegaai.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "Mahabharata" door Krishna Dvaipayana Vyasa.
               Vertaald en bewerkt door H. Verbruggen.
               Mirananda, Den Haag, 1991. ISBN: 90-6271-815-9

    19-03-2010 om 00:00 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:parabel
    » Reageer (4)
    18-03-2010
    nieuwsgierig héLoerjager
    Loerjager
    - luchtgeest -
    Een man die in Wijshagen op strooptocht was, zag in de verte enkele hazen spelen.

    Hij bleef rustig zitten in de veronderstelling dat de hazen spoedig dichterbij zouden komen.

    Na enige tijd kwam één van de hazen de stroper aan zijn jas trekken om dan snel weg te lopen.

    De geschrokken stroper vertelde zijn bizarre verhaal aan een vriend, die hem uitlachte. Daarop nodigde de stroper zijn vriend uit om mee te gaan.

    Toen de twee mannen daar zaten, kwamen er twee hazen aan hun jassen trekken.


    regio : Tongerlo                                                         verzamelaar - R.Celis -
       Bron : Vlaamse Volksverhalenbank
                                                   © Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven

    18-03-2010 om 20:46 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:Luchtgeest
    » Reageer (0)
    17-03-2010
    nieuwsgierig héDe toren van Surhuizum
    De toren van Surhuizum
    - Een Friese sage over hoe er ruimte tussen kerk en toren is ontstaan -
    De toren van Surhuizum is een bijzonder geval. Niet alleen omdat de toren gemetseld is, maar ook omdat de toren net niet tegen de kerk aan staat. Hij is per ongeluk los geraakt en dat komt zo.

    Er was eens een reus die als lappenkoopman door Groningen en Friesland reisde. Zijn handel droeg hij in een groot pak op zijn rug. Het waren natuurlijk geen kleine lappen die hij te koop had. Nee, hij handelde in grote lappen zeildoek. De reus had voornamelijk klanten onder de schippers, die konden met twee 'lapjes' van de reus het hele schip optuigen.

    Het pak wat de reus op zijn rug meedroeg, was ongeveer zo groot als een boerenschuur. Het was behoorlijk zwaar, en toen de reus een hele dag in Groningen had rondgelopen, stevende hij 's avonds weer op huis af. Bij Surhuizum hield hij even rust en leunde wat tegen de Surhuizumer toren aan. Het pak haalde hij even van zijn rug, en plaatste dat even op zijn stok, die het formaat had van een flinke boom. Ook dit liet hij even tegen de toren steunen. Zo kon hij mooi even uitrusten.

    Nadat hij weer enigszins op krachten gekomen was, wilde de reus zijn reis naar huis vervolgen. Hij sloeg zijn handen achter zich om het pak heen en zette het weer op zijn rug. "Bommmm!" hoorde hij boven zich. Wat was het geval. De reus had samen met het pak ook de toren opgetild. Onmiddellijk zette hij de toren weer op de grond, maar vanwege zijn grote handen ging dat niet al te secuur. De toren kwam een klein stukje los van de kerk, zonder dat de reus er erg in had. De tussenruimte is later wel opgevuld, maar nog altijd is duidelijk te zien dat de toren niet precies tegen de kerk aan staat. Surhuizum ligt aan de Fries-Groninger grens, tussen Buitenpost en Surhuisterveen.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : http://www.beleeffriesland.nl/

    17-03-2010 om 05:42 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:sagen
    » Reageer (5)
    16-03-2010
    nieuwsgierig héZo kwamen de vruchten op de wereld
    Zo kwamen de vruchten op de wereld
    - Een Zuid-Amerikaans sprookje over een tapir en een toverboom -
    Toen de aarde nog niet zo lang bestond, waren er geen vruchten. De mensen wisten niet wat een banaan was en kenden geen ananas, cassave of aardappelen. De mensen hadden honger en ook de dieren hadden niets te eten, alleen de tapir zag er goed doorvoed uit. Iedere morgen ging hij ergens heen en iedere avond kwam hij met een volle maag terug. Al gauw hadden mensen en dieren dit in de gaten en ze zeiden:

    "De tapir heeft zeker een plekje gevonden, waar genoeg te eten is. We zullen hem volgen. Het beste kan er een muis achter hem aanlopen, die is klein en slim. Dat zal de tapir niet merken."

    De volgende dag ging de muis stilletjes de tapir achterna. Ze achtervolgde hem tot midden in het oerwoud. Daar was een heuvel en op die heuvel stond een grote boom. Het was een toverboom. Aan zijn takken hingen allerlei soorten vruchten. Bananen, ananas, cassave en aardappelen, maïs, suikerriet en meloenen, kortom: alles, wat mensen en dieren tegenwoordig graag eten.

    De tapir ging onder de boom staan en verzamelde alles wat er naar beneden viel. Hij at, tot hij zijn buik vol had. Toen ging hij liggen en viel in slaap.

    Hij had niet gemerkt dat de muis hem was gevolgd en hij hoorde ook niet dat de muis begon te eten. De muis at, tot haar buikje kogelrond was. Toen ze helemaal vol zat haastte ze zich naar de andere dieren en de mensen om te vertellen, waar de tapir naar toe was gegaan om zich vol te eten. Als bewijs had ze een maïskorreltje meegenomen. De mensen en dieren waren dolblij. De volgende dag gingen ze allemaal met het muisje mee. Ze moesten een heel eind lopen, tot de muis midden in het oerwoud bij een hoge boom stilstond. De boom stond boven op een heuvel en aan zijn takken hingen alle soorten vruchten. En wat rijp geworden was, viel naar beneden. De mensen en dieren aten tot ze niet meer konden. Toen probeerden ze in de boom te klimmen. Ze wilden er allemaal een tak afbreken om die in hun eigen dorp te planten. Maar de boom was te hoog, te dik en te glad. De mensen en dieren konden er niet in klimmen en ze zeiden: "We moeten de boom omhakken."

    Tien dagen lang probeerden ze de boom te vellen, maar hij bleef overeind staan. Twintig dagen hanteerden de mensen en dieren de bijl, maar de boom bewoog niet één keer. Er waren dertig dagen voor nodig om de boom eindelijk om te krijgen. Toen kon een ieder nemen, wat hij wilde. De één nam bananen, de ander ananas, een derde de cassave, de vierde aardappelen en weer een ander nam suikerriet en meloenen. En ze namen ieder hun deel mee naar hun eigen dorp. Daar plantten ze het in vruchtbare aarde. En zo zijn de vruchten op de wereld gekomen.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "De betoverde tuin" door Marie Mrstikova.
               Nederlandse vertaling van Els Nuijen.
               Uitgeversmaatschappij Holland, Haarlem, 1978. ISBN: 90-251-0297-2

    16-03-2010 om 00:00 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:sprookjes
    » Reageer (2)
    15-03-2010
    nieuwsgierig héDe verboden toren
    De verboden toren
    - Een Italiaans cultuursprookje over het geheim van de zon -
    In een land ver van hier, ligt een diep dal. In dat dal hangt altijd een dichte mist. De mensen die er wonen hebben nog nooit de stralende zon gezien. Ook naar de maan en de sterren kunnen ze nooit kijken. Geen mens is ooit de berg opgeklommen. Niemand heeft ooit gezien wat er aan de andere kant is. De oude grote mensen zeggen tegen de jonge grote mensen: "Ons dal is het mooiste van de hele wereld. Ons dal is de hele wereld."

    De jonge grote mensen zeggen tegen hun kinderen: "Alles wat we nodig hebben, is in ons dal te vinden. En het is de mooiste plek die er bestaat."

    De kinderen geloven dat. Als ze zelf groot zijn, vertellen ze het door aan hun kinderen.

    Zo gaan er jaren en eeuwen voorbij.

    In het dal ligt een nevelstad, die Bruma heet. Buiten de stad wonen een jongen en zijn opa in een huisje. Altijd als er mensen langs dat huisje komen, wijzen ze ernaar. Dan zeggen ze: "Daar wonen Stefan en zijn opa, de Grapjas."

    Opa beweert namelijk dat er achter de bergen een andere wereld is, vol zonlicht en kleuren. Je bent gek als je zoiets denkt, zeggen de mensen. Daarom hebben ze Stefan en zijn opa uit de stad verjaagd. Maar Stefan weet zeker dat zijn opa de waarheid vertelt.

    Hij zou graag laten zien dat de oude man gelijk heeft. Op een dag zegt opa: "Luister Stefan. Ik ben te oud om de berg te beklimmen. Misschien zul jij dat later ooit eens doen. Dan zul je de weg naar het licht vinden. Nu kun je dat nog niet. Je moet wachten tot je groot en sterk bent. Dan kan niemand je tegenhouden."

    's Nachts ligt Stefan wakker. Hij denkt: Ik wou dat opa het zonlicht een keer kon zien voor hij sterft. En hij besluit om in het geheim op pad te gaan. Het is erg donker, maar Stefan loopt dapper door. Hij hoort de ruisende rivier die zegt: "Ga niet, je verdoet je tijd!" Een uil krast: "Ga niet, buiten dit dal bestaat er niets moois." De wolven huilen: "Ga niet verder, want dan zul je sterven."

    Stefan is bang. Toch loopt hij verder en verder, tot de ochtend aanbreekt.

    De mist in het dal is nu erg dicht. Stefan staat op de top van een berg. Voor het eerst van zijn leven ziet hij hoe de zon opkomt. Aan de bleke hemel schijnen nog wat sterren. Stefan ziet de wolken in het dal hangen. Alleen de torens van het stadhuis steken er bovenuit.

    Stefan rent naar de stad terug. Hij praat daar met de Raad van Oude Mensen. "Ik heb een wereld vol kleuren gezien," zegt hij.

    "Aan de andere kant van de berg is die wereld." - "Dat kan niet," zeggen de Oude Mensen. "Onze stad is het enige dat bestaat. Wie ben jij trouwens?" Iemand zegt: "Het is Stefan. Hij is gek aan het worden, net als zijn opa." En iedereen lacht.

    Stefan wordt erg boos. "Maar ik heb het gezien!" zegt hij. "Iedereen kan het zelf zien. De torens van het stadhuis steken boven de mist uit. Ga maar mee naar de torens." - "Het is verboden een toren in te gaan!" schreeuwen de Oude Mensen. "Het is gevaarlijk. Niemand heeft dat ooit gedaan en zo moet het blijven." - "Nee! Het moet veranderen!" zegt Stefan. Meteen rent hij een steile torentrap op. De Oude Mensen gaan hem achterna. "Halt! Niet verder, of we roepen de wachters!"

    Stefan schrikt daarvan. Vlug klimt hij verder. De Oude Mensen komen schreeuwend achter hem aan. Er is zelfs een wachter bij. Maar Stefan is al bijna boven. "Kom terug, of we gooien je in de kerker!" Stefan ziet dat ze hem niet kunnen inhalen en hij klimt verder. De een na de ander klimt de toren in. En iedereen die boven komt, roept: "Ah! Oh! Het is waar! Stefan en zijn opa hebben gelijk."

    Stefan laat de mensen alleen en gaat naar zijn opa. Hij vertelt hem alles.

    Daarna gaat hij slapen, want hij is moe van zijn reis. Opa dekt hem toe. Blij en trots kijkt hij naar zijn kleinzoon.

    Dit alles is lang geleden gebeurd. Er is sindsdien veel tijd voorbij gegaan. Heel wat mensen uit het dal zijn op reis gegaan. Zo leerden ze de zon kennen. Maar er kwamen ook mensen van buiten naar het dal. Zij wilden die bijzondere nevelstad ook wel eens zien.

    Boven op de berg is de plek waar de mist en het licht elkaar kussen. Daar staat het huisje waar Stefan en zijn opa wonen. Altijd als er mensen langs dat huisje lopen, wijzen ze ernaar. Dan zeggen ze: "Daar wonen Stefan en zijn opa, de Wijze!"


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : La torre proibita?

    15-03-2010 om 09:07 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:sprookjes
    » Reageer (4)
    14-03-2010
    nieuwsgierig héJorinde en Joringel
    Jorinde en Joringel
    - Een sprookje van de gebroeders Grimm over een boze oude heks -
    Er was eens een oud slot, middenin een groot, dicht bos. Daar woonde een oude vrouw in - heel alleen - en ze was een echte heks. Overdag liep ze rond als een kat of een nachtuil, maar 's avonds was ze weer een gewoon mens. Ze kon wild en vogels bij zich lokken, en die slachtte ze dan en kookte of braadde ze. Als iemand op honderd schreden dicht bij het slot kwam, dan moest hij stilstaan, en kon niet weg van de plek waar hij was, tot ze hem verloste met een spreuk; maar als een rein meisje in die toverban kwam, dan veranderde ze haar in een vogel, stopte haar in een mand en droeg de mand naar een kamer van 't kasteel. Zo had ze wel zevenduizend van die manden met wonderlijke vogels in het slot.

    Nu was er eens een meisje, en dat heette Jorinde, zij was mooier dan alle anderen. Zij en een heel knappe jongen, Joringel, waren verloofd. Ze waren al in de bruidsdagen, en ze genoten altijd van elkaars aanwezigheid. Om nu eens rustig met elkaar te kunnen praten, gingen ze wandelen in het bos. "Pas op," zei Joringel, "dat je niet te dicht bij het slot komt."

    Het was een mooie avond, de zon scheen tussen de boomstammen door in 't donkergroen van 't bos en het tortelduifje riep klagelijk in een oude beuk. Jorinde huilde soms, ging in de zon zitten en klaagde; Joringel klaagde ook. Ze voelden zich zo bezwaard, alsof ze moesten sterven; ze keken om, wisten niet waar ze waren en ook niet hoe ze weer naar huis konden komen. De zon stond nog half boven de berg, en half was ze er al achter. Joringel keek door de struiken en zag toen de oude muur om het slot vlakbij, hij schrok en werd bang. Jorinde zong:

    Mijn vogel met het ringetje rood,
    zingt leed, zingt leed, zingt leed;
    't Voorspelt de duif een vroege dood,
    zingt leed... tureluut, tureluut.
    Joringel keek weer naar Jorinde. Jorinde was betoverd in een nachtegaal die tureluut, tureluut zong. Een nachtuil met gloeiende ogen vloog driemaal om haar heen en krijste driemaal: "Hoe, hoe, hoe." Joringel kon zich niet bewegen, hij stond als een steenrots, hij kon niet huilen, niet spreken, handen en voeten waren stijf.

    De zon was onder, de uil vloog naar een struik, en vlak daarop kwam er een oude, kromme vrouw achter die struik te voorschijn, geel en mager was ze: grote, rode ogen, een kromme neus, die met de spits tot de kin reikte. Ze prevelde, ving de nachtegaal toen met haar hand en droeg ze daarop weg. Joringel kon niets zeggen, kon niet van zijn plaats komen, de nachtegaal was weg. Eindelijk kwam het mens terug en sprak met een holle stem: "Gegroet, Zachiel, als 't maantje in het mandje schijnt, maak los, Zachiel, ter goeder ure." Toen kon Joringel zich weer bewegen. Hij viel voor de heks op de knieën en smeekte dat ze hem Jorinde terug zou geven; maar ze zei, nooit kreeg hij haar terug, en toen ging ze weg. Hij riep, hij huilde, hij jammerde; alles vergeefs. "Wat zal er nu gebeuren?"

    Joringel ging zwerven, en kwam in een ander dorp, daar hoedde hij een poos de schapen. Dikwijls ging hij om het slot heen, maar niet te dicht in de buurt. Maar eens droomde hij 's nachts, dat hij een bloedrode bloem vond met een grote, mooie parel in het midden. Hij had de bloem afgebroken en was ermee naar het slot gegaan, en hij droomde dat hij op die manier Jorinde terug had gekregen.

    Toen hij 's morgens wakker werd, begon hij met zoeken, door berg en dal, of hij zo'n bloem niet vinden kon; hij zocht acht dagen lang en de negende dag vond hij vroeg in de morgen een bloedrode bloem. In het midden was een grote dauwdruppel, groot als de mooiste parel. Die bloem droeg hij dag en nacht tot aan het slot. Toen hij op honderd stappen afstand van het slot kwam, werd hij niet stijf, maar ging door tot aan de poort. Joringel verheugde zich bijzonder, hij raakte de poort met de bloem aan, en open sprong zij. Hij trad erdoor, kwam in de tuin, luisterde waar hij al die vogelstemmen vandaan hoorde; eindelijk had hij het precies bepaald. Hij zocht en vond de zaal; daar was de heks en ze voerde de vogels in de zevenduizend manden.

    Toen ze Joringel zag, werd ze boos, heel boos; schold, spuwde gif en gal tegen hem uit, maar ze moest op twee pas afstand van hem blijven. Hij richtte zich niet tot haar, maar liep door, hij bekeek de manden met vogels, maar er waren honderden nachtegalen: hoe zou hij zijn Jorinde terugvinden? Terwijl hij zo zocht, merkte hij, dat de heks heimelijk een mandje met een vogel nam, en daarmee naar de deur ging. Snel sprong hij erheen, raakte het mandje met zijn bloem aan en ook de oude heks: nu was haar toverkracht gebroken, en daar stond Jorinde, ze had haar arm om zijn hals geslagen, en ze was net zo mooi als vroeger. Toen gaf hij ook alle andere vogels weer hun meisjesgedaante terug, hij ging met zijn Jorinde naar huis, en ze leefden lang en gelukkig tezamen.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "De sprookjes van Grimm; volledige uitgave" vertaald door M.M. de Vries-Vogel.
               Oorspronkelijke titel: Jorinde und Joringel
               Engelse tekst: Jorinde and Joringel
               Unieboek BV - Van Holkema & Warendorf, Weesp, 1984.

    14-03-2010 om 00:00 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:heksen
    » Reageer (2)
    13-03-2010
    nieuwsgierig héHet najagen van geluk
    Het najagen van geluk
    - Een boeddhistisch verhaal over gelukkig zijn of gelukkig worden -
    Er doet zich een verhaal de ronde van een plaats ergens aan het einde van de wereld dat eindelijk 'ontdekt' is door de nieuwsgierige Amerikanen. Amerikanen zijn - zoals jullie weten - altijd driftig op zoek naar onderzoeksonderwerpen; van de verspreiding van AIDS in Afrika tot de voortplantingsgewoontes van de Siberische kraanvogels. Alleen al het vermoeden van een 'kinky' onderwerp en ze zullen vol ijver hun zuurverdiende geld aan onderzoek geven.

    Toen een Amerikaan hoorde van de legendarische 'luiheid' van een stam in een verre uithoek van India, nam hij onmiddellijk het vliegtuig en kwam daar aan. Zijn doel was om minutieus hun karaktertrekken te bestuderen en hij was in gedachten al bezig hun lethargie te verhelpen, zodat ook zij niet "achter zouden blijven" in hun ontwikkeling.

    Na een aantal taxiritten en bustochten over onverharde wegen kwam de Amerikaan rond het middaguur bij een klein dorp aan. De meeste mannen waren op de velden en de vrouwen waren te verlegen om uit hun huizen te komen om met de witte vreemdeling te praten. Samen met zijn tolk vond de Amerikaan een jongeman, die onder een boom aan de kant van een grote vijver lag te slapen en te genieten van de koele wind.

    "Wat doe je?" vroeg de Amerikaan, die opgewonden was om een echt voorbeeld van die legendarische luiheid al zo snel te ontdekken, alhoewel hij van binnen zich ergerde dat een jongeman zijn kostbare tijd aan het verdoen was.

    "Kan je dat zelf niet zien? Ik doezel," antwoordde de jongeman, geërgerd dat zijn siësta zo onceremonieel werd verstoord.

    "Jawel, maar wat doe je voor de kost?" vroeg de Amerikaan via de tolk.

    "Ik vang vissen," zei de man, wijzend naar de vijver.

    "Hoeveel vissen heb je vandaag gevangen?"

    "Twee hele grote," antwoordde hij trots glimlachend.

    "Wat heb je ermee gedaan?"

    "Ik heb ze verkocht op de markt."

    "Waarom ben je nu dan niet aan het vissen. Je kan er nog makkelijk twee meer vangen."

    De jonge visser keek verbijsterd. "Waarom?" vroeg hij.

    "Die kan je ook verkopen en zo meer geld verdienen."

    "Waarom?" vroeg de luie jongeman opnieuw.

    "Nou, om wat visgerei te kopen."

    "Waarom?"

    "Om meer vissen te vangen, natuurlijk."

    "Waarom?"

    "Waarom? Nou, om meer geld te verdienen, dwaas!"

    "Waarom?"

    "Zodat je je een fiets kan veroorloven, een telefoon, een TV - zelfs een echt huis."

    "Waarom?"

    "Wel verdomme! Om gelukkig te worden natuurlijk!" riep de geïrriteerde Amerikaan uit.

    "Ik ben al gelukkig zoals ik nu ben," antwoordde het voorbeeld van luiheid rustig, nam zijn fluit en blies een deuntje. "Waarom zou ik al die moeite nemen voor iets dat ik al in overvloed heb?"

    De Amerikaan keerde gelouterd en met nieuwe inzichten terug naar huis. Maar het is twijfelachtig of er in zijn eigen land wel mensen zijn die geïnteresseerd zijn in de resultaten van zijn onderzoek - het land dat zweert bij het onvervreemdbare recht van zijn burgers om 'het geluk na te jagen'.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : Uit 'The Statesman' van 20 november 2005, India, New Delhi.
               Gepubliceerd op internet door The Buddhist Channel.
               Vertaald door Jeroen Vink

    13-03-2010 om 00:00 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:parabel
    » Reageer (5)
    12-03-2010
    nieuwsgierig héDe boze kabouter
    De boze kabouter
    - Een Spaans sprookje over een gemene kabouter en een heldin -
    Er was eens een student. Hij hield van een mooi meisje, maar haar ouders verboden haar om met hem om te gaan, omdat hij zo arm was. Toen besloot het meisje het huis van haar ouders te verlaten en zij sprak met haar vriend af, dat hij haar 's nachts zou komen halen om samen met haar te vluchten. Dan zou ze met hem trouwen in een kleine kapel boven op de berg.

    Op de afgesproken tijd ging het meisje naar het balkon en zij zag buiten in de duisternis een jongeman aankomen, die een paard aan de teugels hield. Ze dacht dat het haar geliefde was en ze zei: "Kom eens dichterbij en pak mijn koffer aan."

    De jongeman nam zwijgend de koffer aan en het meisje liet zich langs een touw naar beneden glijden, steeg op het paard en reed samen met de jongeling weg. Het verwonderde haar wel, dat haar vriend geen woord tegen haar zei. Toen het licht werd, zag ze dat de jongeman haar vriend helemaal niet was, maar een onbekende jongen. Hij was toevallig voorbijgekomen toen zij op het balkon stond. Toen zei ze tegen hem: "Breng mij in godsnaam niet verder, laat mij maar hier!" De jongen hield stil en het meisje steeg van het paard en ging op haar koffer zitten en de onbekende jongen reed verder.

    Spoedig daarna kwamen er herders langs. "Wat een wondermooi meisje! Zo mooi als jonkvrouw Maria!" zeiden ze, en zij namen haar met zich mee.

    In het dorp waar de herders woonden, leefden een man en een vrouw, die geen kinderen hadden. Zij namen het meisje bij zich in huis en zorgden goed voor haar. Zij zeiden dat zij niet eens hoefde te werken. Maar zij stond erop om samen met de herderinnen uit de buurt de schapen te hoeden en liet zich daar niet vanaf brengen. Zo bracht zij de dagen bij de schaapskudde door.

    Toch beviel het haar niet in het dorp, want alle mensen leefden in grote angst om wat er zich op het nabijgelegen paleis afspeelde. Iedere dag werd er namelijk iemand uit het volk door het lot aangewezen, die dan 's nachts bij de zieke prinses in de kamer moest gaan slapen. Maar nooit was iemand levend uit het koninklijk paleis vandaan gekomen. Op een dag viel het lot op de familie bij wie het meisje woonde, en toen zij dat vernam zei zij: "Ik wil niet dat er iemand uit dit huis in de kamer van de prinses gaat slapen. Ik zal er zelf naar toe gaan." En zij ging naar het paleis.

    Toen de koning haar zag, zei hij: "Ik kan niet toestaan, dat zo'n mooi meisje zal sterven! Degene die door het lot was aangewezen, moet in de kamer van de prinses gaan slapen." Het meisje smeekte er echter zo dringend om, dat de koning tenslotte toegaf.

    's Avonds ging zij in de kamer van de zieke prinses op een bed liggen. Hoewel ze al spoedig heel moe werd, lukte het haar toch om wakker te blijven. Kort na middernacht kwam er een kabouter de kamer binnen en stak een naald in het hoofd van de prinses, achter haar oor. De prinses begon te jammeren: "O wee, ze verschroeien me; o wee, ze verbranden me!"

    Toen zweeg zij een ogenblik en daarna zei zij tegen de kabouter: "Ik smeek je in godsnaam om het meisje dat daar ligt niet te doden."

    "Er blijft me niets anders over dan haar te doden," zei het boze wezen.

    "In godsnaam, dood haar niet, want zij is zo mooi!"

    De boze kabouter keek naar het meisje, dat deed alsof zij sliep, en hij zei: "Ja, zij is inderdaad heel mooi. Daarom zal ik haar pas doden als het dag wordt!" Daarop verliet hij de kamer.

    Het meisje was nog steeds wakker gebleven en stond nu op en liep stilletjes achter de kabouter aan. Hij ging een andere kamer binnen en begon te schrijven. Steeds las hij wat hij had opgeschreven en gooide het velletje papier daarna in een ketel die boven het vuur hing. En iedere keer als hij het papiertje in de ketel wierp, sloegen er blauwe vlammen omhoog, en dan riep de arme prinses: "O wee, ze verschroeien me! O wee, ze verbranden me!" Tenslotte hield de dwerg op met schrijven en sliep in.

    Toen pakte het meisje de ketel en goot de inhoud over hem heen, zodat hij verbrandde. Daarna ging ze naar de prinses, trok de naald uit haar hoofd en meteen was de prinses helemaal gezond. De volgende morgen kwamen de dienaren van de koning om het dode lichaam van het jonge meisje te halen. Tot hun verbazing zagen zij, dat zij leefde.

    Het duurde niet lang, of iedereen in het hele koninkrijk wist, dat het meisje de boze kabouter had gedood, en dat de prinses weer gezond was geworden.

    Intussen had de student in het hele land naar het meisje gezocht. Nu kwam hem het bericht ter ore dat zijn meisje de prinses had gered. Spoorslags reed hij naar haar toe en na een paar dagen trouwden zij met elkaar. Op de dag van de bruiloft schonk de koning het meisje vele rijkdommen en hij bewees haar grote eer. En samen met haar man leefde zij haar leven lang heel gelukkig.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "Kaboutersprookjes"
               vert. en samenstelling Els Boekelaar en Ineke Verschuren;
               ill. Frantisek Chochola.
               Uitgeverij Christofoor, Zeist, 1985, p. 48-50.

    12-03-2010 om 00:00 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:sprookjes
    » Reageer (14)


    Welkom bij saagje !

    Foto


    Laatste commentaren
  • Weer mooi hoor Namiddaggroetjes (sloefke1)
        op Was het zo of niet ?
  • Lieve groetjes dikke knuffel (Diana)
        op De trouwe papegaai
  • Mooi verhaal Saagje. (Vivi.)
        op De trouwe papegaai
  • fijn weekend (emmy)
        op De trouwe papegaai
  • De week is weeral bijna voorbij, heb je een beetje genoten van het lente zonneke Saagje. (mandy)
        op De trouwe papegaai
  • Blog als favoriet !

    Foto

    E-mail mij


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Gastenboek
  • Wandelgroetjes uit Borgloon
  • wens je een fijne zondag namiddag
  • ben weer terug
  • Lieve groetjes van uit De Klinge
  • weekendgroetjes


    even hieronder drukken om uw schrijfsels achter te laten


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Archief per week
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 11/01-17/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 26/10-01/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 24/08-30/08 2009
  • 17/08-23/08 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 03/08-09/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 29/06-05/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!