NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Zoeken in blog

Foto
Foto
Over mijzelf
Ik ben Journée Wilfried , en gebruik soms ook wel de schuilnaam PAPOUM.
Ik ben een man en woon in LANDEN (België) en mijn beroep is gepensioneerde , slapen, goed eten en drinken..
Ik ben geboren op 04/06/1944 en ben nu dus 74 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: wielersport en tafeltennis, geschiedenis, reisverhalen, chansons, humor..
Inhoud blog
  • EINDE
  • Adieu l'Ami - Au Revoir.
  • De Flandriens uit Limburg.
  • Les soldats russes venus en France en 1916 .
  • HISTOIRE DU TENNIS DE TABLE - FP.
    Foto
      EINDE
     VAN DEZE BLOG

      26 08 2012
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto

    J. BREL

    C'est plein d'Uylenspiegel
    Et de ses cousins
    Et d'arrière-cousins
    De Breughel l'Ancien

    Le plat pays qui est le mien.

    Tous les chemins qui mènent à Rome
    Portent les amours des amants déçus
    et les mensonges des anges déchus.

    Foto
    Foto
    Foto
    Pelgrim

    Wat zich gaande voltrekt
    in de ziel van de pelgrim
    is niet een toenemend verlangen
    naar het bereiken van zijn reisdoel,
    niet het vinden van het heilige
    aan het einde van zijn bedevaart,
    maar zijn overgave aan de ruimte,
    aan de kiezels op zijn pad,
    zijn besef van niet-weten,
    zijn afdalen in de leegte.

    Zijn benen worden zijn vrienden,
    de regen zijn lijden,
    zijn angst wordt gericht
    naar de honden langs de weg,
    het vele legt hij af en hij rust in het Ene.
    Al trekkend komt hij nergens,
    voortgaande bereikt hij niets,
    maar zijn vreugde neemt toe
    om een bloem en een krekel,
    om een groet en een onderdak.

    Zijn reisdoel en zijn thuis
    vloeien samen aan de horizon,
    hemel en aarde vinden elkaar
    op het kruispunt van zijn hart.
    Het heilige verdicht zich
    in de dieren en de dingen.
    Zijn aankomst ligt verborgen
    in de wijsheid van het Zijn.

    Catharina Visser

    Foto
    De Weg.

    In de verte gaat een pelgrim,
    eenzaam over het pad.
    Met een blik voorwaarts,
    eindeloos turen naar het pad.
    Het pad dat hem leidt,
    de wind die hem begeleidt.
    Samen èèn met de natuur,
    de geur,het geluid en omgeving.
    Daar toont de schepping hem,
    nederig dat het pad van zand
    zo hard als steen is.
    Soms ook warm,koud en nat.
    De pelgrim stapt over
    het harde pad,
    met als enige vriend
    zijn schaduw.
    Samen op hun weg.
    When we got to the sea at the end of the world
    We sat down on the beach at sunset
    We knew why we had done it
    To know our lives less important than just one grain of sand.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    En camino de Santiago
    Sur le chemin de St Jacques
    Iba una alma peregrina
    Allait une âme pérégrine
    Una noca tan obscura
    Une nuit si obscure
    Que ni una estrella lucia ;
    Que ne brillait aucune étoile ;

    Foto
    Foto

    Le patron de toutes les filles
    C'est le saint Jacques des Bourdons;
    Le patron de tous les garçons
    C'est le saint Jacques des Coquilles.
    Nous pouvons tous les deux nous donner un bouquet,
    Coquilles et bourdons exigent que l'on troque;
    Cet échange affermit l'amitié réciproque,
    Et cela vaut mieux qu'un œillet.

    Foto

    Dat een pelgrim bij terugkomst niet wordt herkend door de mensen thuis, is een geliefd thema in middeleeuwse pelgrimsverhalen. Waarschijnlijk wil de legende daarmee aanduiden, dat de pelgrim door zijn bedevaart een ander mens is geworden; hij is op Christus gaan lijken. Dat wordt uitgedrukt door de omstandigheid dat de mensen van vroeger de teruggekeerde pelgrim niet meer herkennen: hij beantwoordt niet meer aan het oude beeld, dat zijn nog hebben; de pelgrim is een nieuwe mens geworden.

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Betrouw geen pelgrim met een baard
    Die met een schooikroes geld vergaart
    Al beed'lend langs de wegen sjokt
    En met een deerne samenhokt.



    Priez pour nous à Compostelle - Barret et Gurgand - 1977.

    Par milliers, par millions, le besace à l'épaule et le bourdon au poing, ils quittaient les cités, les chateaux, les villages, et prenaient le chemin de Compostelle. Gens de toutes sortes et tous pays, ils partaient, le coeur brulant, faire leur salut au bout des terres d'Occident, là où la mer un jour avait livré de corps de l'apotre Jacques.
     
    Foto
    Foto
    Ik had het eerst
    niet in de gaten,
    en opeens
    zàg ik het spoor
    dat jij voor mij
    hebt nagelaten.
    Mon père .

    Assis dans un vieux fauteuil
    Recouvert d'un plaid usé,
    Il rêve de son passé,
    En attendant le sommeil.

    La fumée d'un cigare
    Flottant au-dessus de lui,
    D'une auréole, pare,
    Sa tête grise, de nuit.

    Vêtu d'un pantalon gris,
    Chemise de flanelle
    Sous le tablier bleu sali.
    Sa casquette est belle.

    Il sait déjà que demain,
    Sera le grand jour pour lui.
    Mais il ne regrette rien,
    Et partira seul sans bruit .

             
              ***
    Foto
    La mort .

    Le jour où tu viendras,
    A l'aube d'un matin,
    Me tendre les bras
    Me chercher par la main,
    Entre comme moi
    Par le fond du jardin.

    Tu essuyeras tes pieds
    Sur le grand paillasson,
    Pour ne pas marquer
    Tes pas dans le salon,
    Et n'oublie pas d'ôter
    Ton noir capuchon.

    La table sera mise
    Et le vin bien chambré,
    Quand tu sera assise
    Nous pourrons le goûter,
    Avant que je ne suive
    Ton ombre décharnée .

    Mais si tu préfères
    Par surprise me faucher,
    Au début de l'hiver
    Ou au soir d'un été,
    Pousse la barrière
    Elle n'est jamais fermée.

    Avant de m'emporter,
    De rendre ma valise,
    Laisse-moi griffonner
    Une dernière poésie
    Où je ferai chanter
    La beauté de la vie.

    Ce n'est pas ce matin
    Que je quitterai le port,
    Puisque de mes mains
    J'ai caressé si fort
    Ses lèvres de satin
    Que je t'oublie, la mort.


              +++
    Foto
    Foto
    Foto
    SEUL  SUR  LE  CHEMIN .

    J'ai traversé des villes,
    J'ai longé des cours d'eau
    J'ai rencontré des îles
    J'ai cotoyé le beau !

    Tout au long du voyage
    Rien ne m'a retenu
    Même pas un signe de croix
    Tracé d'une main tremblante.

    Le vent, la mer, la pluie
    M'ont façonné le coeur.
    Je suis leur propre image,
    Immuable douleur.

    Je fais signe aux oiseaux,
    Seuls amis de ce monde,
    Qui m'entraînent dans une ronde
    A m'en crever la peau.

    J'ai traversé des coeurs,
    J'ai rencontré des bras,
    J'ai caressé des fleurs,
    J'en ai ceuilli pour toi.
    Foto
    Foto
    Foto
    卓球
    Настольный теннис
    टेबल टेनिस
    Стони тенис
    เทนนิสโต๊ะ
    Bóng bàn
    탁구
    تنس الطاولة

    TENNIS DE TABLE
     MESATENISTA
    PING PANG QIU
     TISCHTENNIS
    TABLE  TENNIS


      photos courtesy  ITTF 


    乒乓球
    Stolni tenis
    Tenis Stolowy

    ITTF    TABLE   TENNIS 
        Classement mondial 
         26 - 08 - 2012  
    World  Ranking
    Weltrangliste
    Ranking Mundial
    Värlen Rangordning
    Classifica Mondiale 

    MESSIEURS :

    1. ZHANG Jike - CHN
    2. MA Long - CHN
    3. XU  Xin - CHN
    4. WANG  Hao -
    CHN
    5. MIZUTANI Jun - JPN
    6. MA  Lin  - CHN
    7.  BOLL Timo -  GER
    8. CHUANG Chih-Yuan - TPE
    9. OVTCHAROV Dim - GER
    10. WANG  Liqin - CHN
    11.  JOO Se Hyuk - KOR
    12. OH Sang Eun - KOR

    --    DAMES :
    1. DING Ning - CHN
    2. LI Xiaoxia - CHN
    3. LIU Shiwen - CHN
    4. GUO Yan - CHN
    5
    . ISHIKAWA Kasu - JPN
    6. FUKUHARA Ai - JPN
    7. FENG Tianwei - SIN
    8. KIM Kyung - KOR
    9. GUO Yue - CHN
    10. WANG Yuegu - SIN
    11. WU Yang  -  CHN
    12. TIE Yana - HKG

     

    Info  =  www.ittf.com 
    ( anglais,allemand,chinois).

    http://www.ittf.com/_front_page/itTV.asp?category=ittv_New

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    December 1990 - Pantoum.

    De noodklok belt slechts éénmaal
    Komt weldra de ultieme speeltijd
    Ademen voor de laatste maal
    Gelukkig geen haat noch nijd
    Toch af en toe een flater
    Een zorg is dit voor later
    Lopen van os naar ezel
    Toch af en toe een flater
    Niet knikkers tellen, wel het spel
    Lopen van os naar ezel
    Dagelijks goed aan de kost
    Niet knikkers tellen, wel het spel
    Verwachtingen zelden ingelost
    Dagelijks goed aan de kost
    De beste blijft mijn moeder
    Verwachtingen zelden ingelost
    Water is het kostelijkste voeder
    De beste blijft mijn moeder
    Om bestwil een toontje lager zingen
    Water is het kostelijkste voeder
    Op zoek naar de diepte der dingen
    Om bestwil een toontje lager zingen
    Komt het varksken met de lange snuit
    Op zoek naar de diepte der dingen
    Nu is dit pantoumeke bijna uit
    Komt het varksken met de lange snuit
    Ademen voor de laatste maal
    Nu is dit pantoumeke bijna uit
    De noodklok belt slechts éénmaal.

    Tibertyn.    ***
    Foto
    Kleine mensenhand
    strooit op winterse dag
    kruimels voor de mus.

    Schelpen op het strand
    die worden door de branding
    voor ons kind gebracht.

    Molens in de wind
    draaien, draaien, en draaien
    in het vlakke land.

    Kerstman in de straat
    borstelt met grote bezem
    sneeuw weg van de stoep.

    De dode takken
    breken af bij felle wind
    van de avondstorm.

    Kreten in de nacht
    van kikkers in de vijver
    lokken de reiger.

    Hulpeloos jong lam
    verloren tussen struiken
    waar de wolf vertoeft.

    De werkzame bij
    zoekt in de roze bloesems
    lekker naar honing.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    The country with the biggest population in the world, the People's Republic of China, regards this sport as the most important.”

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    De pelgrim.

    Hij is op de weg alleen 
    al weet hij nog niet waarheen
    maar ergens stond geschreven
    dat hij die richting moest gaan
    en aarzelt hij soms even
    langs de eindeloze baan
    terwijl hij in zijn hart voelt
    dat velen eerder gingen
    mijmerend over dingen
    terwijl een windje afkoelt .
    Verder dan Rome loopt de weg.
    Ervaringen van een pelgrim.
    31-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ROME 1996 - Apfelstrudel met Slagroom.

    APFELSTRUDELTAART MET SLAGROOM.

     

    Door het vele doorspoelen van de latrines op de damesafdeling ben ik al vroeg wakker. De meisjes met hun spleetoogjes zijn reeds actief en hun reistassen staan al op de gang. Ik verdwijn uit het bijgebouw. Om 7.05 u staat mijn fiets klaar om te vertrekken, met verse olie op de ketting.  Ik kan nog net meeglippen met de groep van de Ostrovski Reizen om deel te nemen aan de eerste dienst van het ontbijt. Ik schuif aan in een rij tussen mensen die een absoluut onbegrijpelijke taal babbelen. Ik meen dat het Fins is. Tussen hen zie ik een aantal van die blondjes, die in ons land geverfd zijn, maar die daar in het Noorden nog natuurlijk zijn. Er zijn er bij in een geel trainingspak en op witte sportpantoffels. Zij bewegen sierlijk, lepelen als hongerige kippen fel in de grote kom cornflakes. Wanneer ik vast stel dat die meiden bijna niets meer aan mij overlaten, glimlach ik toch niet meer. Het karige buffet is van weinig kwaliteit. Met nog wat korstjes en wat boterhamworst op mijn bord, wring ik me ergens op een plaatsje tussen het vijftig koppig gezelschap. Ondertussen ben ik er zeker van dat er ook Zweden bij zijn. Plots komt de leider van de groep binnen, zegt iets, en drie minuten later zit ik er nog alleen want met grote haast is de bende vertrokken. Ik scharrel nog wat kaas en brood op dat op de tafels is blijven liggen, en vul één van mijn bidons met koffie en suiker, voor straks als ik tijdens mijn fietstocht zal stoppen. Er is nu veel volk in de gangen van de jeugdherberg. Ik loop tot bij de herbergvader en neem afscheid met een handdruk.

     

    Via kleine wegen langs de Rijn vorder ik in de richting van Stein am Rhein. Zoals de vorige voormiddag,  24 uren eerder, kom ik terug in een bos, in een Wald zoals hier genoemd. De bosweg is onverhard, mals en vochtig. Overal liggen hoopjes hout. Er zijn vele kruispunten zonder wegwijzer. Zelfs slim klein Duimke zou er de weg kwijt geraken. Het bos is onmetelijk.  Bomen, vogels,  schaduwen, zwammen en onkruid, en … misschien ook wel wolven, kabouters, nimfen, boze heksen. Op een stil moment, tussen dunne beplanting, zie ik een grote ree. Het dier rent vlug weg met enkele sprongen. Hoe kunnen jagers zo’n een prachtig levend wezen doodschieten ?

    Stilaan begin ik te denken dat dit bos identiek is aan dat van gisteren. Ben ik nu in een ander bos of ben ik terug in dat bos ? Ben ik door mis te rijden weer gekomen waar ik al eens was ?

    Er moeten daar hallucinerende paddestoelen groeien, bosbloemen met gevaarlijke parfums, want tussen schaduw en licht stap ik van mijn fiets, wandel te voet verder terwijl ik diep de heerlijke frisse lucht inadem van dit bomenland. Dit bos is evenwaardig aan dat van gisteren. De bosgeesten brengen mijn brein in de war.  Weldra kom ik nog Roodkapje tegen en word ik de Boze Wolf, of  vind ik het slapend Sneeuwwitje en word ik de Schone Prins.  Of misschien, krijg ik weldra een plaatsje te Rheinau zoals die gekke Zwitser met de vele polshorloges. Ik blijf rechtdoor lopen, begin weer te fietsen na een felle slok nog lauwe koffie. Na een tijdje kom ik weer in de volle zon aan de bosrand en ik besluit van met bloot bovenlijf verder te rijden om wat te genieten van lucht en van zonnestralen. Wanneer ik mijn kledij onder de rekker op het bagagevlak boven mijn achterwiel wil plaatsen, zie ik dat er op mijn achterste band een gevaarlijke bobbel is. Binnen de kortste tijd gaat die openbarsten. Rap … pfttt…. wat wind uit die achterband verlossen alvorens de boel open ploft !

     

    Stop.  Ik leg de vier vierkante meters van het grondzeil van mijn tent open op het gras, neem alle fietstassen van mijn fiets, neem mijn achterwiel uit en dan begin ik rustig aan de reparatie. Ik verwissel de buitenband ; de Vredestein wordt een Schwalbe. Maar in volle zon heb ik eerst mezelf goed met olie ingesmeerd.  Ik vertoon immers op deze elfde dag van mijn zwerftocht grote verschillen van huidskleur. Mijn gezicht, mijn armen, mijn benen zien er gezond bruin uit, maar de rest van mijn naaktheid is veel te blank geworden. Als een sater loop ik nabij dat Zwitserse bos een kwartier poedelnaakt rond om wat schoner bruin te worden.

    Met het plaatsen van een nieuwe binnenband heb ik wat moeite. Ik stel vast dat ik niet minder dan 4 binnenbanden bij heb die ik moeilijk zal kunnen gebruiken bij een volgende bandbreuk. Daarom moet ik dus weer naar een fietsenwinkel voor verse binnenbanden. Wanneer ik na veel gesukkel weer een parate fiets heb, zie ik twee mountain bikers aangereden komen. Ik wip snel terug in mijn koersbroek. Zij lachen wat met mij. Zij menen dat zij nooit een probleem kunnen krijgen met hun sterke tweewielers van duur merk. Maar eens komt ook voor hen de pech en dan zullen zij ook wel moeten stilstaan en repareren. Ik geef mijn fiets nog een poetsbeurt en wel een tafeldoekje uit Tien Ping, niet gestolen maar uit verstrooidheid meegenomen. Met mijn slechte banden, het vuile doekje, boven op mijn stuurtas toer ik weldra weer. Bij het bereiken van het eerste dorp gooi ik dat weg in een vuilbak. Twee dorpen verder kan ik in een fietsenhandel een andere Schwalbe Marathon kopen, een nieuwe binnenband , alsook een binnenband Michelin 650 die ik mag ruilen voor een iets grotere binnenband, mits 2,50 FS bij te leggen.

     

    Ik trek nu door het land van de boeren uit Zwitserland.

    Gewoon langs de straat, zonder bewaking, voor een erf staan  producten uitgestald. Op een bordje staat er evenwel geschreven : ‘ Een dief loopt niet ver …’ . Wie eieren, appels, peren, of aardappelen wil kopen, kan zich gewoon bedienen en zijn franken in een houten bak gooien. Dit is artisanale degelijkheid die werkt op basis van echte eerlijkheid .

     

    Steckborn. Ik ga wat zitten op een bank aan de kade van de kleine haven. Heerlijk waait de wind over de Rijn. Dit is nu echt genieten van mijn vervroegd pensioen, een vakantie die nooit meer op houdt. Ik volg het fietspad dat me naar de Boden See brengt. Het wordt druk. Dit is een grote streek voor de toeristen en vooral voor zij die willen fietsen. Met allerlei moderne tweewielers, gewone, sportieve, hybride, fietsen duizenden rond dit meer. Jaarlijks is er een grote klassieke rit  voor de sportieve wielertoeristen  gekend als  Rund Um Boden See , maar eigenlijk toeren de wielen altijd in deze streek. Voor een kleine picknick moet ik 15,00FS neertellen. Ik fiets nog even tot wanneer ik een stil plekje vind waar vele bootjes liggen gemeerd. Windstilte. Niemand. Veel zon. Ontelbare meeuwen. Visjes in het water. Enkele eendjes. Prachtig.  Schilderachtig. Ik maak enkele foto’s van Olive Green am Boden See. Ik eet lekker roggebrood met een lookworst, spuitwater, gevolgd door yoghurt met bananensmaak. Nadien kuier ik rond op de boorden van het meer tussen de palen die zo typisch zijn langs deze grote wateroppervlakte. Wat later voel ik mij goed, vervolg mijn tocht, maar mijn geluk wordt bedorven door de vele auto’s, die storend en gevaarlijk de weg voor zich opeisen. Gelukkig komt er weer een onverharde wandelweg, die ik graag volg. Een bank lokt me, een Zwitserse bank. Het is een gewone houten bank op een grasveld met panoramisch zicht op het water, niet zo’n Zwitserse Instelling met zichtrekeningen, verzekeringen, beleggingen, aandelen, en zelfs buitenlands geld van dubieuze oorsprong. Een slaapje op die houten bank geeft me het gevoel een rijk man te zijn.

     

    Gottlieben. Absoluut een punt waar de fietstoeristen en de fotografen samenkomen om kiekjes te nemen, zeker van het oude Hotel Drachenburg. Indien de goede God zou leven en liefhebben zou hij dit zeker graag doen te Gottlieben. Dit is een hogere heilige plaats verscholen tussen het riet op de oevers van een groot meer.  De plaats Gottlieben stelt mooie boottochten voor. In de hemel is er de lekkere rijstpap met bruine suiker die wordt gegeten met gouden lepels. Te Gottlieben is er een heerlijke tas koffie, maar met daarbij ook Apfelstrudel en slagroom, een tussendoortje om nooit meer te vergeten. Ik twijfel niet meer, ook Gott liebt Apfelstrudel .

     

    Ik vertrek weer. Wanneer ik een bezoekje breng aan een staketsel aan het water, ervaar ik dat de wind komt opzetten, golfjes vormt op de Boden See, en speelt met de lichte zeilboten die in de haven liggen. Een windstoot blaast plots mijn petje van mijn kop . Komt er hier storm of onweer  ?

     

    Verder in de richting van Konstantz-Kreuzlingen. De grens tussen Duitsland en Zwitserland kronkelt hier wel op een eigenaardige manier. Ik ben plots weer in Duitsland en kan met DM betalen. In deze stad wil ik een Iraanse tapijthandelaar zoeken die ik vier jaren geleden ontmoette op een bruiloftsfeest in Virginia (USA). Ik zoek achter de naam Mashkouri in het grote telefoonboek, maar  vind die naam niet terug. Ik zou deze mensen graag terugzien, maar ik had geen contact meer sedert vier jaren. Op het kerkhof zou ik ook het familiegraf van deze mensen willen bezoeken.  Tijdens mijn rondrit in deze grensstad ontdek ik een winkel met specialiteiten uit Iran. Ik ga er wat kopen, een pot mixed pickels en een flesje extract van dille, een remedie tegen cholesterol. Ik probeer langs deze weg de Mashkouri’s te vinden, maar zonder resultaat. Slecht contact. Iraniërs zijn in de tijd van de ayatollah’s voor mekaar op de vlucht, en weten  niets, en willen niets zeggen over andere landgenoten. Al wat zij blijkbaar kunnen en willen is geld verdienen in hun winkeltje. Ik rijd terug Zwitserland binnen waar ik postkaarten kan kopen met postzegel al opgedrukt. Ik verstuur deze kaarten naar vrienden en kennissen, en na wat optelwerk weet ik dat ik al bijna mijn plicht heb afgehandeld op dit gebied.  Ik zie een boekenwinkel waar christelijke boeken  kunnen gekocht worden. Maar het is me weldra duidelijk dat er een verschil is tussen christelijk en katholiek. De boekenwinkel is voor de protestanten, voor calvinisten en niet voor vrije denkers zoals ik. Het boek dat ik wens ‘ Auf die Spuren des Jakobpilger’ is er niet in deze Bijbelboetiek waar ik me bevind, want de oude pelgrimstochten naar Compostela beleefden hun gouden tijd lang voor de Reformatie.

     

    Thurgau.  Appenzellergebiet. Mooie boomgaarden waar de rode appeltjes reeds zichtbaar zijn. Maar ook op dat keurfruit wordt er veel gift  gespoten. We roven dus nergens appeltjes.

     

    Romanshorn. We vinden er de Jeugdherberg, naast de Kazerne van de Pompiers.  Zij is groot.  Het lijkt wel een kliniek. Maar er zijn slechts weinig gasten. Er is niets te eten, behalve dan wat koekjes en chips uit een automaat. Ik eet de mixed pickles van de Iraniër met restjes brood. Aan tafel maak ik kennis met een magere vrouw van zowat veertig jaren die beweert dokter te zijn van beroep.  Zij komt net van onder de douche uit. Wat later komt ook haar teenager dochter opdagen, nog magerder dan haar mama. Zij maken een rit van drie dagen rond het meer, met gewone damesfietsen en bijna zonder bagage.  Zij zijn zeer vermoeid, uren achter op hun programma.  Zij hebben niets om te eten en wat meer is, zelfs geen muntstukken om iets uit de automaat te halen. Ik heb plots medelijden met hen,  klink al mijn munten op de tafel uit, en nodig de jongste van de twee uit om zich naar believen te bedienen uit de machine. Wij hadden vanmiddag al goed gegeten beweert de mama. Ik knijp in haar arm en zeg aan die Fraulein dat ik vind dat zij wel nooit veel zal eten en dat zij daarom zo mager is. Als einde van dit gesprek maak ik hen nog duidelijk dat zij meer moeten eten om sterker te kunnen fietsen en omdat mannen en jongens toch wel liever vrouwen met wat meer vlees zien. Met een flauwe glimlach vertrekken zij dan naar hun slaapkamer.

     

    Ik lig alléén op een slaapzaal met 18 bedden. Ik slaap in een nette propere slaapzak van de jeugdherberg. Ik heb mijn zware fietstassen wel langs een trap naar boven moeten brengen. Mijn naakte fiets staat alleen onder een afdak , in een kooi achter tralies, goed afgesloten.

    31-12-2008 om 22:09 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Watervallen op de Rijn.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De watervallen van de Rijn.

     

    Hotel Zur Waag en Restaurant Tien Ping horen samen. Na het ontbijt moet ik mijn technisch probleem oplossen : mijn voorband is nog altijd even plat als gisteren avond in de regen. De Schwalbe band is op één plaats doorgesleten door verkeerd contact met het remblokje, en zo ontplofte de binnenband die door de scheur kwam. Met een stukje rubber van een Vittoria Corsa tube (op zijn lange tochten heeft een echte toerfietser zoiets altijd bij) en wat tape verleng ik verder de levensduur van mijn buitenband. Het stoute remblokje wordt weer op de correcte plaats gedraaid. Een chirurg of een fietsenmaker zou het niet beter doen. Ik ben fier op mijn kunde en berg al mijn reparatiemateriaal terug weg in de voorziene doos. Ik betaal 132,50 FS en verlaat het hotel. In de ochtend, zonder schmink en gekleed in wollen trui en jeans, ziet de gastvrouw er veel minder uit als een Chinese maar zij blijft lief en wenst me een goede reis. Ik rijd maar xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />100 meter en dan stop ik al aan een fietsenhandel. Ik koop een Schwalbe buitenband en een propere bidon. Ik vraag ook of de Minoura pikkel waardoor ik mijn fiets kan laten rechtstaan niet kan worden vervangen. De Zwitser schroeft de pikkel af, probeert enkele andere pikkels die niet op mijn fiets passen. Hij wringt dan maar op zijn werkbank het aluminium van mijn Minoura terug recht. Het is wat beter maar toch niet goed, en mijn fiets zal blijven omvallen tijdens het parkeren. Adieu, Bad Zurzach, het was fijn hier te zijn.

     

    Ik voel me goed, een beetje prettig gestoord, en fiets verder naar het Oosten. De Rijn ligt links van mij. Fietspad. Kiezelweg voor wandelaars. Asfaltweg. De nattigheid is reeds overal opgedroogd. Heerlijk rustige landschappen. Ongerepte natuur. Rond de middag fiets ik even Baden Wurtemberg binnen, in Duitsland. Na een antieken houten brug met dak bereik ik nadien Rheinau, zonder grenspost te zien, en daar ben ik in Zwitserland. Ik bezoek de prachtige barok kerk van de benedictijnen, brand een kaars en offer een cent, zoals mijn plicht van pelgrim dat vraagt. In die bekende abdij van Rheinau is er een centrum voor psychiatrie. Sedert lange tijd wonen daar in de stad, zoals te Geel in onze Kempen, gehandicapten tussen de plaatselijke normale mensen. In een superette bij een jonge Turk koop ik muesli en melk. Dit laatste in een lichte verpakking, zoals een pakje chips. Er zijn daar ook andere klanten. Terwijl ik buiten aan de deur de koele melk opslurp komen twee gekke mannetjes met een begeleidster snoep kopen. Een van die twee draagt op iedere voorarm vier mooie uurwerken. Dat is ongetwijfeld een gekke Zwitser.

     

    We zijn nu niet ver meer van een belangrijk punt op onze weg naar Rome. We volgden de Maas, de Moezel, de Rijn, en komen nu aan te Schaffhausen om naar een wonder van de natuur te kijken : de watervallen van RHEINFALL, een fantastisch schouwspel. Onze landkaart is niet duidelijk. Het reliëf is nogal verward. Weldra kunnen we wegwijzers volgen. Wat later staan we tussen honderden ordinaire toeristen, dagjesmensen uit autobussen, oude madammen met handtassen, kinderen die ijsjes lekken. Dit is zoveel groter dan de Watervallen van Coo op de Amblève.  Alhoewel mijn mond zich gedraagt als de muil van een hongerige jachthond, zal ik hier geen worst met brood, zuurkool, mosterd, kopen zoals de dikste Duitsers en Zwitsers hier wel doen. Met mijn blikje, mijn papier, kartonnen schoteltje, zullen de vuilbakken hier niet worden gevuld. Soms moet een pelgrim versterving doen, opzettelijk zich onthouden van aardse genoegens.

     

     Ik durf mijn fiets niet achterlaten omdat daar een paar kerels nietsnuttend loslopen, die bekwaam zijn me te bestelen. Via een hangbrug kom ik in de burcht, en dan na het betalen van één enkele Zwitserse frank mag ik gaan kijken naar de watervallen.  Ongewoon, schuimend, prachtig, om nooit te vergeten. Op dat ogenblik, na de regens van de vorige dag, kletsen 347 kubieke meters water per seconde naar beneden, 18 m lager. Het kostbare belangrijke water is vol energie, bruisend, krachtig. Dit is niet niks, maar wel Vadertje Rijn, de patriarch van de stromen in Europa. Dit is één van de meest gefotografeerde plaatsen in Europa. Ik koop daarom een weggooicamera en schiet enkele panoramische beelden. Ik koop ook twintig ansichtkaarten en zend er vijf naar familie.

     

    Omdat de jeugdherberg nog gesloten is, en ik amper 51 km heb afgelegd, probeer ik niet van naast de watervallen te slapen, en na rustpauze en wandeling klim ik terug op mijn tweewieler. Maar dat gaat moeilijk. Mijn kuiten zijn stijf. Mijn hartslag vliegt fel omhoog na een korte klim. Ik loop dan maar wat naast mijn fiets en moet ervaren dat ik word uitgelachen door mensen die me observeren van uit een autobus. Ik ontdek een bord met het plan van Schaffhausen, oord met 33.000 inwoners, zie dat daar nog een andere jeugdherberg is, en volg de pijlen en de plaatjes met het huisje hopende van de voorzieningen te vinden die de lidkaart van trekker me beloven. Uit het Rijndal, weer omhoog, tot aan een  villa, die wat aan verwaarlozing lijdt, en er wat spookachting uit ziet. Op een plaats waar dozijnen fietsen liggen en staan, stop ik Olive Green onder het grondzeil van mijn tent weg nadat ik haar  heb vastgeketend met de stalen kabel die ik daarvoor meedraag. Ik gooi er zelfs nog wat kartonnen boven op. De herbergvader vindt het een eer voor hem dat er zo iemand als ik ook bij hem komt overnachten. Ik krijg een plaats in een bijgebouw. Ik neem een douche. Ik wil mijn groen Lacoste hemdje aantrekken. Het is onvindbaar. Ik ben het kwijt . Verlies of diefstal ?  Laten we er niet over piekeren. Ik moet de kamer delen met twee andere personen. Zij zijn voorlopig afwezig.

     

    Tijdens mijn verkenningsronde van de jeugdherberg ontdek ik dat onder het bijgebouw een grote en vooral diepe kelder ligt. Er wordt daar op vier tafels gepingpongd. De trap daalt steil naar beneden. Zal ik eens tegen die spelers gaan tonen dat ik een pingponger ben uit het land van de Grote Jean-Mi ?

    Ach, ouwe man, met je stijve benen, wil je dan toch altijd nog maar doorgaan met dat pingpongspel, ook hier nog … ?

    Na deze bekoring vertrek ik uit de jeugdherberg, voor een flinke wandeling naar het centrum van de stad. Met mijn nieuwe telefoonkaart kan ik na enkele pogingen in lijn komen met mijn oudste dochter. Wat is de hedendaagse techniek toch praktisch !

    Ik wil dat zij thuis altijd goed opschrijven, waar en wanneer ik me ergens bevind. Moest ik op een dag verdwijnen, kan ik misschien toch nog worden terug gevonden  … .

     

    Door de verkeersvrije voetgangerszone loop ik tussen stijlvolle winkels, reeds gesloten op dit uur. De rijk versierde voorgevels met erkers  en de prachtige fonteinen fleuren het stadsbeeld van de binnenstad van Schaffhausen op. Iedere fontein is eigenlijk een monument, een aandenken aan een weldoener, een artiest, een historische figuur van de stad. Water. De Rijn, waarop riviertochten die de moeite waard zijn, is niet ver. Indien de man die mijn vader was hier had gewoond in plaats van in dat dorp aan de Molenbeek van ons, dan had ook hij voorzeker zijn fontein gekregen, omwille van verdiensten, liefde, trouw, inzet voor water. Terwijl de spuwers spuiten en de druppels vallen, op een kunstwerk zou hier dan ook staan :

     

    ‘ Herr Theo Tag von Lenkes (1916- 1973) -  Hij zocht en vond het koude water waarin hij zijn volk leerde schoolslag schwimmen’

     

    Mijn interesse voor eethuisjes en restaurants verhoogt met de minuut tijdens dit zwerftochtje. Even betrap ik mezelf een stap voorwaarts te maken in de richting van de McDonald’s. Zo’n hamburgerzaak duikt in iedere moderne stad wel ergens op.

    Stap terug. Een wielrijder moet beter eten, beste man !

    Tien minuten later stap ik in een eetgelegenheid binnen. Daar moet het goed zijn vermits er veel volk zit. De ober die me een plaats aanduidt, is een merkwaardig lange en fijne man, een halfbloed. Hij beweegt zich snel tussen de tafels. Hij draagt een brede lederen gordel, met geldtas en tas met bestelbons. Het lijkt wel een cowboy met aan iedere heup schietijzers. Zijn collega is ook van een  koffiekleurig ras. Deze brasserie is modern ingericht, in de stijl van de XXIste eeuw. De bestellingen naar de keuken en de afrekeningen gebeuren met aangepaste computer. Alhoewel publiciteit op de spiegels duidelijk halve liters witbier van het vat aanbeveelt, is dat vat  ‘ Heute Abend’  leeg en zal ik dus maar pils moeten drinken, in een grote pint met een oor. Het wordt toch een stijlvol avondeten, want op mijn zeer groot bord komen diverse hamsoorten, tomaat en salade. Dit is dan de vermaarde  ‘Schaffhausens Teller’ .  Bitte noch ein Pils Herr Ober … !

     

    Het is al wat later op de avond en ik wandel langs de schilderachtige binnenpleinen van Schaffhausen by Night. In een tankstation dat op een supermarkt gelijkt en steeds open blijft  ‘ bei Tag und bei Nacht’  koop ik een magnum, omdat ik vergeten had een dessert te bestellen in de brasserie. Ik lek die langzaam op terwijl ik aan de vitrine van een fietsenwinkel naar de fonkelende mountainbikes blijf kijken. Ik zie voor het eerst in mijn leven een volautomatische winkel. Grote lichten lokken de consument. De 85 meest verkochte producten uit de kleine detailhandel kunnen hier elektronisch vlug uit de grote machine worden gehaald, na inworp van de gepaste muntstukken. In mijn jeugd was de veelkleurige kauwgompot en de jukebox, voor één of voor vijf frank, nog het toppunt van de vlugge distributie. Later zag ik hoe het automatische bankieren mijn job van bediende kwam veranderen en bedreigen. Weldra kunnen dus ook een aantal winkeljuffers met vervroegd pensioen. Zullen zij op de dop staan en blijven, worden zij afgevoerd en gerecycleerd, worden zij omgeschoold tot werksters in de erotische industrie misschien ?

     

    Een groep jongeren slentert me voorbij. Zij zijn met zeven van een bruine soort uit India, Tamils of Sikhs, die nu ook te Sint-Truiden   rondlopen, werken en kindjes maken. In bende voelen zij zich sterk. Spoorwegstation. Tunnel. Overdekte winkelstraat. In een hoek, nabij publieke toiletten, brandt een kaars op de vloer. Er liggen ook bloemen en een kruisbeeld . Op de muur zijn enkele papieren geplakt.   Ik lees :

     

    ‘ Hier stierf mijn zoon aan drugs, 28 jaar was hij.

    Prohybidol heeft hij geslikt. Gedurende negen uren liet men hem  liggen in het WC van de dames en niemand stak een hand uit … !’

     

    Er lopen daar nog jongeren rond, in kliekjes, blijkbaar ook handelend en gebruikend, en voor wat SF zich verkopend aan anderen, aan ouderen, die daar ook rondslenteren. Een jonge kerel,  gelijkend op Bob Dylan, die wat gitaar speelt, ligt daar aan de ingang van een gesloten winkel. Hij is volledig in zwart leder gekleed, en draagt op deze zomeravond wollen handschoenen waarvan de vingers en duimen werden afgesneden.

    Dat is wel een speciale.  Is hij een dealer ?  Is hij een voorbeeld ?

    Ik voel me plots niet meer op mijn gemak in zo’n omgeving.

     

    Dan maar met vlugge stap terug naar het International Youth Hostel of Schaffhausen. Mijn kamergenoten zijn al goed aan het slapen. Er is nu veel volk bijgekomen. Er staan meerdere wagens en een grote autobus van de Ostrovski Reizen en nog een Bus Zonder Naam. De naburige kamers zijn overbevolkt . Ik ben verwonderd dat er veel Aziatische jonge vrouwen in pyjama rondlopen. Mijn bed heeft een verdieping, maar niemand slaapt boven me. Zo mag ik het kussen en het deken gebruiken van dat andere bed.

     

    Een man met een gerust geweten zoals ik slaapt dan ook in deze omstandigheden vlug in, met alle bagage achter slot en grendel in de volgepropte kast naast hem.  Goede nacht.

     

     

    27-12-2008 om 23:35 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    24-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Laten we naar onze Koning luisteren.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Dames en Heren,
    De Koningin, ikzelf en gans onze familie wensen u allen aangename kerst- en nieuwjaarsfeesten. Het zijn geschikte momenten om op het afgelopen jaar terug te blikken, en goede wensen te bieden voor 2009.
    Ons land is door een nieuwe politieke crisis getroffen die haar oorsprong neemt in de internationale financiële crisis, en haar gerechtelijke gevolgen in België. Ik hoop echt dat het verantwoordelijkheidsgevoel van iedereen ertoe zal leiden snel een nieuwe regering samen te stellen, die efficiënt de economische, sociale en financiële uitdagingen die ons land dringend moet bestrijden, verder kan aanpakken, en de nodige hervorming van onze Staat zal vooruithelpen.

    Met U wou ik nu enkele gedachten delen over die internationale financiële crisis, en over onze institutionele moeilijkheden.

    België is, net als de hele wereld, getroffen door de zwaarste financiële crisis sinds de jaren 30. Deze nam haar aanvang ingevolge de ontwikkeling van ongecontroleerde financiële producten, verbonden aan risicovolle hypothecaire leningen in de Verenigde Staten. Ze waren zo ingewikkeld en gesofistikeerd dat een meerderheid van financiële verantwoordelijken ze niet meer op hun juiste waarde konden inschatten. Die zogenaamde giftige producten werden toch op de markt gebracht. Ze werden door financiële instellingen, overal ter wereld aangekocht met het oog op steeds grotere winstmarges.

    Met de financiële ineenstorting voor ogen, en na een eerste reflex van ieder voor zich, hebben de Europese overheden en de internationale verantwoordelijken spoedig stelling ingenomen door drastische maatregelen af te kondigen om het vertrouwen terug te brengen. De gevolgen van deze crisis voor de economie zijn ernstig en zorgwekkend. Onze overheden stellen alles in het werk om haar negatieve impact te beperken, in het bijzonder op de werkgelegenheid. Op dat vlak zijn onderwijs en technische opleiding uiterst belangrijk. Vanzelfsprekend zullen ook de sociale partners een essentiële rol vervullen. Uit die financiële crisis moeten we ook lessen trekken om ervoor te zorgen dat ze nooit meer opnieuw voorkomt. Op dat vlak lijkt het me noodzakelijk dat alle financiële producten aan een efficiënte controle worden onderworpen, en dat een onafhankelijk Europees regulerend organisme wordt opgericht. We mogen niet hervallen in het ieder voor zich. Laat ons ook deze crisis benutten om nieuwe vormen van gezamenlijk optreden tot stand te brengen, zowel op Europees als op wereldvlak, zoals dat trouwens gebeurde op de Conferentie van Bretton Woods  in 1944. Het is toch zo dat het financiewezen ten dienste van de economie moet staan, en de economie ten nutte van de mens. Ten slotte heeft deze crisis, reusachtige financiële middelen gemobiliseerd in de ontwikkelde landen, maar we kunnen ook niet nalaten de zwaksten  onder ons en in de derde wereld, de nodige bescherming te bieden. Inderdaad, hoewel zij geen verantwoordelijkheid dragen voor deze crisis, toch lopen ze het risico bij de eerste slachtoffers te zijn.

    Nu zou ik het willen hebben over die andere crisis die we dit jaar beleefden. U weet allen dat het om de hervorming van onze Staat gaat. De politieke spanningen waren groot, maar ik verheug er mij oprecht over dat een interinstitutionele dialoog werd ingezet. Zoals de bemiddelaars beklemtoonden gaat het om de aanvang van 'ernstige en geloofwaardige onderhandelingen die moeten resulteren in een grondige en evenwichtige staatshervorming. De bemiddelaars voegden daaraan toe dat die hervorming moet leiden, en ik citeer: 'tot een verder uitbalanceren van het institutioneel zwaartepunt, namelijk door meer autonomie, bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan de gefedereerde entiteiten toe te kennen, zonder de interpersonele solidariteit ter discussie te stellen.' Einde citaat.

    Ik hoop echt dat, ondanks de moeilijkheden, die werkzaamheden zullen worden voortgezet in een constructieve geest en met de onontbeerlijke discretie. Het gaat om een essentiële aangelegenheid zowel voor ons land als voor het welzijn van iedereen. Maar het is ook een zaak van belang voor anderen in de wereld. Zo ben ik getroffen geweest door een verklaring van Mevrouw Ingrid Betancourt  tijdens haar verblijf in België. Ze verklaarde aan Belgische journalisten, en ik citeer: 'Ik ben overtuigd dat uw edelmoedigheid stoelt op het feit dat in België altijd twee culturen hebben samengeleefd die het, ondanks verschillen, met elkaar konden vinden. Dat is het wat de wereld nodig heeft. Er is te veel onverdraagzaamheid, de weg van de minste weerstand wordt te dikwijls gevolgd. Men vindt maar al te vaak dat ieder op zichzelf zou kunnen leven. Dat is te gemakkelijk'. Einde citaat.

    Om te besluiten zou ik in de naam van u allen, onze militairen willen groeten die nu Kerstmis en Nieuwjaar vieren ver van huis. Ze bevinden zich in Kosovo, Libanon, Afghanistan en in Afrika. Zij werken daar voor vrede en wij bewonderen ze. Ik groet ook zeer hartelijk hun families die hier te lande blijven.

    Ten slotte dank ik alle personen die edelmoedig samenwerken met kwetsbare groepen bij ons, of met de bevolkingen in de derde wereld. Ook zij ijveren voor een betere samenleving. Tijdens ons Staatsbezoek aan India waren we blij er enkele te kunnen ontmoeten, namelijk Zuster Jeanne Devos en Mevrouw Claire Vellut.

    In de hoop dat de financiële, economische en institutionele crisissen, elk ten beste, en zo snel mogelijk zullen worden opgelost, wensen de Koningin, ikzelf en gans onze familie u allen een gelukkig 2009 !

     

    24-12-2008 om 15:24 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    17-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rome 1996 - Op een Maandag in Zwitserland.

    Op een Maandag in Zwitserland.

     

    Na het ontwaken maak ik kennis met mijn buurvrouwtje op de natte camping. Haar minuscuul tentje was me opgevallen, maar enig geluid of beweging had ik van haar nog niet gemerkt. Terwijl van haar kant zij beweert dat ik wel een felle snurker ben. Zij is een Hollandse. Op iedere camping tussen Trondheim en Patagonië kan men tijdens de zomermaanden onze taalgenoten terugvinden. Kort grijzend haar, 61 jaar jong, verpleegster op pensioen, nooit getrouwd geweest, woonplaats Lobith waar de Rijn nabij Kleve van uit Duitsland in Nederland binnen komt. Zij vertelt het me allemaal, want zij vindt het leuk me te ontmoeten.

    Wanneer ik vertel dat ik een pelgrim ben en al Kevelaer en Xanten heb bezocht, dan voel ik dat ik bij haar goed scoor .

    ‘ Ben je echt een pelgrim ? ‘ vraagt zij ontroerd.

    ‘ Zeker…!’ antwoord ik wijzend naar de tinnen schelp die mijn stuurtas siert. Ik wil 40 dagen onderweg zijn, naar Rome fietsen waar alle wegen heen lopen.

    ‘ Ik ben ook een pelgrim.’  zegt zij.

    Van onder haar trui , waar normaal vrouwenborsten zouden moeten zijn, haalt zij een houten kruis te voorschijn .

    ‘ Hier hangt mijn levensverhaal aan vast …’ begint zij te vertellen.

    Maar weldra onderbreek ik haar brutaal omdat ik niet zo gelovig ben. Ik ben nog steeds op zoek naar de waarheid. Zij vindt mijn positie aanvaardbaar en stopt daarom met haar preek. Ondertussen stelde ik vast dat zij een mooie glimlach heeft. Ik begin te denken dat het een non is die op haar Hollandse fiets uit een klooster is gevlucht en die nu toch wel een man zou willen. Op zo’n camping komen soms rare mensen mekaar tegen.

    ‘ Ik hoop dat de waarheid je onderweg tegen komt ‘  vervolgt zij  met een zilveren stem.  Ik kom nu te weten dat zij in de lente te voet op weg was naar Florence, maar moest opgeven door pijnen in de Achilles pees, en na verplichte rust is zij weer opnieuw van thuis vertrokken, maar dan wel met haar fiets om toch maar haar reis van dat jaar af te maken. Zij wil ook te Rome geraken, maar wellicht per trein, om meer te weten te komen over Saint Benoît-Joseph Labre, een pelgrim uit voorbije tijd, een heilige van wie het voorbeeld haar inspireert. Ik noteer die naam, want ik hoorde nog nooit van die merkwaardige man. Een uur gaat zo voorbij. Wij praten terwijl de zonnestralen onze tentzeilen drogen. Opeens plaatst zij al wat zij bij heeft, en dat is veel minder dan ik, op haar fiets  en als een ekster vliegt zij weg , maar toch zegt zij nog lief tegen mij  ‘ Tot ziens in Schaffhausen als ons lot het zo beslist  … ! ‘ .

     

    Ik voel me toch niet zo fit. Daarom laat ik mijn was verder drogen in de zon. Ik loop wat rond en koop een fles tafelbier van een halve liter, maar als ontbijt smaakt dat helemaal niet. Ik ga eens naar het zwembad zien, gelegen nabij de Rijn. Als oudste zoon van Fille van Lenkes, de grote zwemmer uit Walshoutem, zou ik toch enkele badlengten schoolslag moeten laten zien. Maar na de regenval van vorige avond heeft het koude water een bizar reukje. Er is daar geen levende ziel en ik waag het niet van alleen te gaan zwemmen, want met dat bier in mijn buik voel ik me niet goed.

     

    Het is elf uur wanneer ik vertrek uit Möhlin. Ik volg de fietsroute die werd uitgetekend op een groot bord door de Regionale Dienst voor Toerisme, maar weldra rijd ik ongewild anders en ik kom in een bos. Ik zie vele vogels, een hertje, nadien een groter hert, en overal zijn er mooie hopen hout opgestapeld. Langzaam en zonder enig geluid te maken vorder in de richting van het Oosten. De bosweg is onverhard. Er zijn vele zijwegen en kruispunten die me twijfel brengen, maar tussen de dennen is er geen wind en ruikt het heerlijk en gezond. Eindelijk kom ik uit dat grote bos en dan zie ik een dame en een grote hond. Ik vraag de weg naar het volgende dorp. Grote propere Zwitserse huizen zien mij naderen. Ik ben moe en heb grote honger. Daarom glimlach ik uiteraard bij het zien van een Gasthaus. Ik bestel voor 18,80 SF het menu van de dag. Het eten staat snel voor me. Tomatensoep, vleesbrood, spinazie,gebraden aardappelen, Sprüdelwasser. Ik blijf er niet te lang, omdat ik nog maar weinig weg heb afgelegd. Mijn vol buikje verlangt echter dat ik nog wat ga zitten in de zon op een bank op het plein met bloemen nabij het postkantoor. Kleine hagedissen ritselen er overal rond. Hun spel krijgt mijn aandacht.

     

    14.00 u.  De dorpsklok luidt. Einde van de middagrust.  Wagens, grasmaaiers, winkels, pompen, kantoren, boeren, nemen een nieuwe start. Dit kan zo alléén maar Zwitserland zijn, omdat alles daar zo goed op tijd en foutloos gaat, met precisie. Wel, ik voel me even beschaamd omdat ik zit te niksen, te bruinen, te luieren, terwijl iedereen in dit dorp schoon terug aan de arbeid begint. Daarom wil ik terug kilometers malen. Soms kom ik vlak tegen de grens met Duitsland en merk ik de Douanepost op. Vermits mijn pedaalslag slecht gaat, neem ik de klim naar Brugg niet, doch ik verkies van in de vallei van Vadertje Rijn te blijven. Een mooi fietspad bewijst dat dit de goede keuze was. Dit is het Land van Aargau. De naam Gippingen is me bekend uit de wielersport. Ik kom voorbij een internationaal bedrijf voor sporttrofeeën, pins, medailles, hebbedingetjes en curiosa. Na deze stad zie ik vele vogels wanneer ik aan een stuwmeer kom.

     

    Er loert evenwel gevaar op me. De jeugd schijnt hier dol te zijn op rollerskating. Ik kan meermaals nauwelijks ontsnappen aan een botsing op het fietspad dat ik moet delen met deze nogal wilde andere sportievelingen. Aan een Manege met Restaurant stop ik om te kijken naar de paarden. Ik bewonder de fotogenieke Hafligers met hun prachtige blonde manen. Regen wordt nu mijn zegen. Op de brug over de Aau haal ik mijn regenjas en petje uit mijn fietstassen. Aan een winkel schuil ik wat, vooral omdat ik moet rijden tussen auto’s en vrachtwagens en dat vraagt in de regen te veel concentratie en stuurmanschap. Ik voorzie me terug van proviand. Zal ik verder rijden in de regen of zoek ik reeds op dit uur en in deze stad een hotel ?  In een eerste hotel vind ik het te duur, en in een tweede staat nog wel ‘Hotel’ op de voorkant maar er wordt alleen nog bier en schnaps geschonken aan kerels die op dit uur al goed zat zijn. Ondertussen ben ik helemaal nat, door eigen zweet nog meer dan van de vallende regen. Ik zal me toch eens een betere regenjas van Goretex of van Agu moeten kopen met verluchting. In mijn Adidas windjak fiets ik nu keihard door in de heuvels buiten de stad, onder een hemel zwaar en zwart gevuld met regenwolken. Het water druipt van me af. Ik steek mijn tong uit en ik kan zo zelfs drinken. Ik de regen groei ik altijd als wielrijder en word ik flandrien. Nach Bad Zurzach müss ich pedaleren, nog xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />4 km, waarvan de helft hard omhoog tussen wijngaarden. Met mijn klein verzet toon ik dat ik uit het goede hout  ( uit Walshoutem …) ben gesneden waaruit grote klimmers komen. Bijna boven. Op de tanden bijten, in de regen.

     

    Plots valt mijn blik op een monument voor een slachtoffer van het verkeer : een altijd brandend lichtje, bloemen, een kruis. Zo’n dode was altijd iemands zoon of iemands dochter, iemands echtgenoot, verloofde, vader, broer, … . Ik kijk even eerbiedig maar verminder mijn inspanning niet. ‘ God hebbe zijn of haar ziel …’  murmel ik toch even tussen mijn lippen, en ik voeg er voor mezelf bij  ‘ Pelgrim, pas maar op …! ‘.

     

    Ja, er is dikwijls gevaar op de weg. Ik bereik uiteindelijk de top en berg mijn 28 X 24 verzetje terug op. Wat uitblazen kan nu, benen terug relax gedurende enkele seconden, hartslag langzamer. Mijn vaart neemt vlug weer toe op het natte wegdek. Mijn zware Olive Green rolt zich bergaf en de teller wijst al 50 km/u. Ik begin voorzichtig wat te remmen. Opeens ……… Psst … Patch …!

    Mijn voorwiel zwalpt, slingert, en ik heb met mijn velg contact met het glibberige asfalt. Ik blijf echter meester over de situatie. De chauffeurs van twee voorbijstekende wagens zien wat er aan het gebeuren is. Zij remmen, zwenken naar het midden van de steenweg.  Mijn rechtervoet schuurt over het wegdek om de remblokjes te helpen. Mijn fiets was evenwichtig geladen. Ik was niet in paniek. Weldra sta ik daar stil naast de weg, in de motregen, en het is er donker door de hoge dennen en de grijze wolken die het zonlicht weghouden. Er is geen lucht meer in mijn voorste band. Aan een erge valpartij ben ik gelukkig ontsnapt.

     

    Mijn natte schoenen brengen me verder tot aan de eerste muren van Bad Zurzach, een onbewoonde schuur, een verlaten zagerij. Ik krijg het koud door de nattigheid en na die plotse felle emotie.

    In zulke omstandigheden is het onmogelijk een binnenband te wisselen. Er is ook een scheur in mijn buitenband. Dan maar verder te voet op zoek naar een droge plaats. Beweging zal me warm houden. Ik voel me gelukkig omdat ik niet gewond ben.

    Zo stap ik verder. Na ongeveer 1 km krijg ik te zien dat ik niet arriveer in een boerendorp, maar dat Bad Zurzach een plaats is met toerisme. In een eerste Gasthof zijn geen bedden, maar zij verwijzen me verder naar Tien Ping, een Chinees Restaurant waar ook kamers zijn.  Het is nog maar 300 m. Ik krijg echter ‘de klop van de man met de hamer’ en strompel verder tot aan een zwart bord waarop staat in witte letters: ‘ Hotel heute geöffnet ‘ .

     

    Ik kom terecht in een schoon Chinees interieur met draken, papieren lampions en grote vazen. Zullen zij zo’n natte fietser met vuile armen en benen, zo’n barbaarse reus met regen die nog uit zijn baard druipt, wel willen aanvaarden  ?

    Ik ben welkom voor een kamer, avondeten, ontbijt. Maar ik moet wel terug naar buiten en dan langs een poortje aan de achterkant van het hotel terug binnen, met mijn fiets en met mijn natte bagage. Weldra sta ik op een binnenkoer met een prachtige houten trap die naar de kamers leidt. Droom ik ? Dit is echt  ‘ The Inn of the Seventh Happiness’  uit die schone film met Ingrid Bergmann.

     

    Ben ik ook dood zoals die van het lichtje, de bloemen, het kruis, en hebben zij mij en mijn fiets doodgereden … ? Is dit de mooie dood van een fietser die ik voor mezelf heb gevonden?  Ben ik nu in de Hemel , het Vagevuur, of de Hel ?

     

    Onder het dampende water van de douche komt mijn brein terug in normale toestand. Ik daal af naar het restaurant. De gastvrouw heeft spleetogen die blij lachen omdat ik proper gekleed ben in jeans en zwart-wit zomerhemdje, en omdat ik niet op een SF kijk om goed te tafelen.

     

    Ik heb het toch wel verdiend vandaag   ! . 

     

    Foto van pelgrim Benoît-Joseph Labre (1748- 1783). Niet te verwarren met wielerkampioen François Faber  (1887- 1915).





    17-12-2008 om 19:08 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rome 1996 - LANGS DE RIJN .

    LANGS  DE  RIJN.

    De vroege auto’s maken mij wakker. Ik ruim mijn kampplaats op en verdwijn snel uit het vochtige gras. Nu zie ik nog veel meer slakken en dat is een teken dat de grond er niet giftig is. Ik blijf in de kledij waarin ik heb geslapen. Bij het uitrijden van het nog slapend dorp ontdek ik de naam van deze plaats waar ik overnacht heb : Berentzwiller. Het is nog geen zeven uur wanneer ik al Folgensbourg bereik waar Remy Stempflin burgemeester is. Dit is een juweel van een dorp, met grote chalets, veel kleurrijke bloembakken, propere straten. Ik stop er om  te kijken naar bossen en wolken, een prachtig panorama in de opkomende zon. Dit heet Balcon de Sundgau. In zie ook reeds Bazel en ik ben blij want ik ben nu dicht bij Zwitserland. Na een scherpe duik kom ik in het laatste dorp van de Elzas en van Frankrijk. Op een pleintje spuwt een bron water in een grote wasbak. Royaal en fris stroomt deze rijkdom. Ik trek al mijn kleren uit, behalve dan mijn onderbroek, en ik zeep me goed in: kop, nek, armen, borst, buik, benen en voeten. Het koude water pept mij geweldig op. Ik heb nog maar twintig seconden mijn verse koersbroek met bretels aan en ben met een tweede propere handdoek mijn kop aan het droogwrijven als daar een dame voorbij stapt. Zij loopt zo vroeg al op hoge hakken. Het is zeker geen vers grietje meer, doch haar houding en blonde haren laten vermoeden dat zij tijdens de voorbije veertig  jaren  vele mannen bijbels heeft gekend. Enkele minuten komt zij terug in omgekeerde richting met vers brood in een papieren zak. Zij stapt kordaat in mijn richting en blijft staan bij de waterbak. Zij begint een praatje. Maar haar dialect klinkt vreemd in mijn oren, zij bazelt in de streektaal van Bazel en dat is voor mij  ‘ niks compris’. Gelukkig schakelt zij over naar Frans met een Duits accent. Zij stottert dat het toch geweldig moet zijn een man van zo’n warme natuur te wezen die zich moet afkoelen met fris water. Terwijl zij als vrouw op een vochtige ochtend als vandaag koude rillingen doorstaat. Compris ? Moet ik nu inpikken, zeggen dat ik graag in haar keuken een warme koffie zou willen drinken met een vers sneetje brood. De nomade, de pelgrim met de baard, op het pleintje is niet alert genoeg en wat doof, blind om te weten wat zij probeert. Zij loopt dus door en draagt haar papieren zak, en ik en mijn fiets blijven aan de waterbak staan. Ik ontweek deze vroege valkuil.

     

    In het laatste winkeltje voor de grens spendeer ik nog vlug al mijn Franse geldstukken. Ik koop brood, paté, water en fruitsap. Aan de douane moet ik wat wachten en honger doet mij in het brood bijten. Ik mag Zwitserland binnen. Een boogscheut verder stop ik en ga op mijn kont zitten op de grond van Helvetia, het rijkste, het properste, het mooiste land, het land van Ferdi Kubler. Na zeven dagen heb ik xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />671 km afgelegd. Bravo. Ik fiets Bazel binnen. Deze grote stad is voorzien op  ‘ Komen en Gaan’ . Bazel is sedert eeuwen het kruispunt waar Frankrijk, Zwitserland, Duitsland, samenkomen. De Rijn is er belangrijk, vormt er een rechte hoek. Op een terrasje gebruik ik nu Zwitserse franken voor twee tassen koffie. Bazel is zeer fietsvriendelijk. Zelfs een vreemdeling vindt er gemakkelijk zijn plaats in het verkeer. Alhoewel ’s maandags het  sluitingsdag is, bezoek ik omgeving van het museum. Ik vind er een overdekte rustplaats waar ik mijn fiets veilig kan stallen. Stilaan geraak ik gewend aan de Zwitserse kleuren, de geluiden, de verschillen van dit andere land. Uit een automaat kan ik postzegels halen, en ik besluit van een brief te schrijven naar de Symoens uit Gistel, André en Simonne die mij inspireerden. Vanaf Bazel zal ik niet langer met mijn fiets de paden volgen die zij te voet hadden bewandeld met hun Peace mobiel.

    Te Bazel wil ik het graf van Erasmus zoeken, de monnik, filosoof, humanist, schrijver van Lof der Zotheid en andere belangrijke bladzijden zoals de bestseller Adagia. Die beroemde man werd geboren als onwettelijk kind van een priester en zijn meid, maar bracht het tot raadgever van Keizer Karel. Desiderius Erasmus die Latijn sprak en schreef,  is in Europa bekend als één van de grote denkers van zijn tijd. Hij verbleef o.m. te Antwerpen, Brugge, Leuven, Mechelen,  Anderlecht, maar stierf waar zijn boeken werden gedrukt, te Bazel op 12 juli 1536 en ligt er nog altijd in de munsterkerk. Het drukke verkeer en de witte lijnen waartussen de fietsers moeten blijven brengen mij echter aan de wateren van de Rijn, de heilige stroom van de Germanen. Verblind door zijn macht en zijn schoonheid, vergeet ik alles. Wat later, wanneer ik in een groene omgeving kom, vind ik in een park een gebouw met publieke toiletten die 100 % hygiënisch zijn. Zwitserland is dus wel degelijk een proper land. Ik geniet er de nodige tijd van een gratis zitplaats. Wat verder gebruik ik het water van een fontein om er een T-shirt te wassen. Ik waste met zeep en twee minuten later stel ik vast dat er schuim komt uit de spuwer die het water brengt. Maar, neen, het is noch bronwater noch leidingwater maar gewoon altijd hetzelfde water dat door een pomp circuleert. Het is schoon voor het oog, maar eigenlijk vals, en na mijn wasje is dat water gedeeltelijk zeepwater met bubbels geworden. Ik fiets stroomopwaarts, langs de haven van Bazel. Er heerst daar een enorme bedrijvigheid. Rond het middaguur kwelt honger me.


    Zoals in het lied  ‘ In het kleine café aan de Haven ‘ ligt er een plaats om te zijn en wat te blijven. Daarom moet mijn fiets tegen de kant. Een vrouw met Indisch uiterlijk zorgt er dat de bezoekers hun natje en ook hun droogje kunnen bekomen. Drie minuten nadat ik plaats nam in open lucht aan een tafeltje heb ik een pint met één liter bier voor mij staan. Opgediend in een leuk korfje is het ‘ kip cordon bleu met brood’ dat bijna iedereen daar aan het opknabbelen is. Dus, dat is het wat natuurlijk ook ik bestel. Ik kijk wat rond en stel vast dat het café  wordt bezocht door stoere kerels.  Snorren. Motorfietsen. Tatoeages. De dienster is de zachte moeder van twee kleine meisjes die in een hoek bezig zijn met papier en kleurpotloden. Een kerel in lederen jekker zit aan de toog. Hij praat Engels en probeert altijd maar weer een gesprek op gang  brengen met de Indische dienster. Deze loopt van tafel tot tafel, van de keuken naar achter de toog, en soms ook nog naar de kelder,  naar de toiletten, naar ergens achter een deur waarop Privat staat. Die kerel is een echte lastpost. Maar toch lijkt het of die mooie jonge vrouw hem graag ziet of heeft gezien. Ondanks dat zij hard werkt, blijft zij af en toe toch nog bij hem staan en verspilt zij haar tijd. Ik ben er zeker van dat in de keuken een vrouw of een zwakkeling staat, want moest daar een sterke vent of een baas aanwezig zijn dan zou die zeker de kerel aan de toog verjagen. Ik volg onopgemerkt alles wat daar gebeurt, blijf doorgaan met stukken kip knabbelen en bier slikken, en het al of niet koppel beseft niet dat ik spioneer. De dienster wijst finaal het voorstel van de kerel af. Zij legt hem uit dat voor haar de kinderen die zij heeft het belangrijkste is en dat in het kleine café aan de haven het voor hen goed genoeg is. Ik denk dat zij gelijk heeft. Opeens staat de kerel op, aanvaardt zijn nederlaag, en verdwijnt met zijn auto, wellicht met een gebroken hart.

     

    Ik zal nu de grote GR volgen, het trekkerspad langs de Rijn, tot aan de Boden See. Het pad voor voetgangers is erg smal, soms met trappen, en ook gevaarlijk door de wortels, de gaten, de stenen. Dit is een echt avontuur. Maar de afgelegde weg blijft aan de kleine kant. Na een uur heb ik er genoeg van.  Daarom stuur ik Olive weer naar de hoofdweg, beter om snelheid te maken, maar gevaarlijker door druk verkeer. Wanneer ik de weg oversteek  om Leckerli’s te gaan kopen, moet ik teveel risico nemen. Zich om enkele koekjes laten doodrijden zou toch dom zijn, en ik kocht dan zelfs niet van die lekkernij uit Bazel. Te duur en te groot pak. Ik kwam de winkel buiten met twee doodgewone wafels.

     

    Rheinfelden. Eens een Romeinse stad. Autovrij. Prachtig !

    In een papierwinkel koop ik ansichtkaarten, maak ik een dubbel op de kopieermachine. Daarna rust ik, geniet van de schoonheid van de Rijn, en ik supporter een lijnvisser. Deze man is een Italiaan, maar hij spreekt graag een woordje Frans. Hij kwam uit de streek van het Garda  Meer, en dit brengt mij op de gedachte dat ik nog een week moet rijden om ook daar te komen. Mijn route verloopt vervolgens in zigzags , soms langs de Rijn en dan weer het binnenland in. Wanneer ik een wegwijzer naar Möhlin zie, waar een camping met zwembad is, besluit ik van het in die richting te wagen. Omdat niemand op het bureel aan de ingang zit, rijd ik maar zelf op zoek naar een plaats voor mijn tent. Op  een groot middenplein is het voorzien voor kleine tenten. Daar parkeer ik Olive Green. Mijn iglo staat vlug recht, want nu ben ik al wat handiger in het monteren van mijn tijdelijke woning. Opeens staat daar een vrouw voor me. Zij stelt zich voor als de uitbaatster, had me al een tijdje gezien maar zij was in een spannend boek aan het lezen. Zij liet me mijn tent opstellen en wil nu dat ik mijn administratieve en financiële plicht volbreng. Op haar bureel moet ik een papier tekenen met veel kleine letters en ik heb mijn bril niet op. Maar de dame boezemt me vertrouwen in en ik zet dus maar een krabbel waar zij het vraagt.  Ja, het zijn al de ogen van mijn oude dag die in mijn kop staan.

     

    Tijd voor een douche die ik neem met mijn T-shirt aan. Zo was ik samen zowel mijn haren, als mijn vel, als mijn kleedje. Het is een vrij goede manier van doen. Het rommelt in mijn darmen. De chicken-in-a-basket  uit het cafeetje aan de haven is er de oorzaak van. Diarree. Immodium  zal oplossing brengen. Nog voor het uur om d’oogjes dicht te houden en de snaveltjes toe, begint het flink te regenen. Mijn avondwandeling wordt daarom afgelast. Ik ontdek dat ik mijn tent wat heb beschadigd tijdens het schuiven van Olive Green onder het tentzeil. Dit moet voortaan met zachtere hand gebeuren.

     

    W.J.  -  Hochrheinroute  26 augustus 1996.

      

     





    15-12-2008 om 16:53 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ROME 1996 - De Zevende Dag.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    DE ZEVENDE DAG.

     

    Lang geleden, toen ik nog een schooljongen was, had ik gedroomd van zeevaarder te worden, en ook conquistador, topvoetballer, wielerkampioen, circusclown, ontdekkingsreiziger. Maar de tijd ging voorbij en ik werd niets, en ik vloeide af op een ogenblik dat anderen op de top van hun carrière komen. Nu rijd ik naar Rome met mijn fiets, een interessante bezigheid, en op Chambre 1 van Relais du Benelux laat ik emmers warm water over mijn lijf lopen. Met een grote malse witte handdoek rond mijn lenden droog ik langzaam op. De beeldbuis verlicht de kamer, maar brengt weinig, en ook zappen helpt niet. Maar ik blijf toch heerlijk lang in dat grote bed liggen en pas om 10 u  na nog een douche, kruip in terug in mijn outfit van wielrenner. Ik heb pas mijn koersbroek aangetrokken wanneer het kamermeisje al de kamer wil kuisen en de lakens wisselen. Mijn fietstassen  - hoeveel sleep ik toch mee ! - stapel ik op in een hoek van de bar. Dan wacht wat brood, boter en confituur op mij, zeker te weinig voor een routier die aan de voet van een col staat. Om 11 u reken ik af met mijn Golden Mastercard, 355 FF. Zij zijn een beetje verwonderd dat iemand die niet met Mercedes rijdt toch ook zo’n kaart op zak heeft. Voor het vertrek drink ik nog een groot glas bruisende water. Dat kost 14,20 FF. Wanneer ik tegensputter en zeg dat in België de Perrier goedkoper is, verlaagt de bazin haar prijs tot 12 FF en krijg ik ook nog een ijsblokje en een stukje citroen.  Een babbeltje met twee sympathieke aperitiefdrinkers laat me weten dat de priester die ik gisteren niet zocht te Epinal en de grote blonde kerel die me te Remiremont  weg borstelde van die kerkdeur, één en dezelfde man waren. De volksmond te Rupt vertelt dat deze persoon zich veel bezig houdt met de zielen van de homoseksuelen.

    ‘ Au revoir’  zeg ik dan maar. Nadat verschillende mensen mij observeren en ik Olive Green weer heb beladen met vijf fietstassen, drie drinkbussen, plus nog wat op de dragers vooraan en achteraan, rijd ik naar Saint-Amarin. Vele zondagse cyclos sprinten mij voorbij. Ik nader nu de bron van de Moselle, bezoek even een forelkwekerij, en maak werk van de beklimming van COL DE BUSSANG, top op xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />731 m boven de zeespiegel. Als ik boven ben draai ik mijn trui binnenste buiten. Zo ben ik van kleverig zweet bevrijd en kan de wind me bergaf droog blazen. Mijn lichaamsgewicht van 110 kg, mijn fiets van 14kg, en mijn bagage van 24 kg, waren een hele week een handicap, vermits ik stroomopwaarts Maas en stroomopwaarts Moezel heb gereden, steeds op vals plat. Nu volgt een schuine vlakte die me bergaf  naar de Rijn brengt. Voorbij deze Col de Bussang lopen alle beekjes, alle riolen, alle nattigheid, naar Vadertje Rijn.

     

    Een hele tijd houd ik 28 km/u aan en weldra ben ik te Thann. In het oude centrum, op een bank voor het gemeentehuis, schrijf ik een briefje voor Monsieur Habib, de schepen die de Symoens goed had geholpen. Dit is een stad vol bloemen. Ik bezoek de kerk en geef aan de bedelaar in het portaal 10 FF. Ik praat wat met een echte wandelaar, met sportkousen en wandelstok. Ik kan op zondagnamiddag geen bezoek brengen aan de krant Dernières Nouvelles d’Alsace. Gesloten.  Ik had er graag het boek laten zien van zij drie miljoen voetstappen aflegden op weg naar Rome, en Thann hebben beschreven als een prachtige stad. Terwijl ik al besloten heb van verder te rijden, na het eten van een ijsje, houdt een rood verkeerslicht me tegen. Op de weg ligt een vlijmscherp mes zoals wordt bijgevoegd in een restaurant wanneer men een grote steak wil eten. Ik raap het mes op en voer het mee in mijn stuurtas. Veel zondagsrijders. Druk verkeer. Ik heb geen wegkaart  van dit gebied en richt me op de zon om mijn tocht verder te zetten.  Op een parking zie ik een man en een vrouw die net een grote wandeling eindigden. Zij tonen mij op hun kaart hoe ik de drukke wegen kan vermijden en langs kleine wegen Bazel kan bereiken. Het is goed om af en toe wat met mensen te praten.

     

    Aspach. Burnhaupt. De plaatsnamen worden nu Germaans. Aan een kruispunt zit een knappe blonde mama op een muurtje voor haar huis, terwijl zij haar twee kindjes bewaakt. Ik stop en vraag toch nog eens de weg, die ik al ken, om toch maar even te praten met deze mooie vrouw.  ‘ Il me semble, Madame, que vous êtes capable de m’ indiquer le bon chemin qui mène en Suisse … ? ‘

    De blonde lacht en wijst met haar lange dunne vinger.

    Ik fiets verder, maar ik blijf aan haar denken. In mijn verbeelding zie ik deze blonde dame terug als politievrouw die het verkeer op dat kruispunt regelt. Zij heeft een minirokje aan, witte botjes, roze uniform, blonde vlechten met blauwe strikjes, een fluitje in haar rode mond en  dan nog, maar dat kan niet kloppen … een bustehouder en een kuisheidsgordel in roestvrij staal.  Zij loopt achter mij met haar lange blote benen, haar jarretelletjes, haar Engelse helm, ... en zwaait met haar zwarte matrak, en ik - zoals die goede Benny Hill - moet mij reppen om niet door haar te worden geklopt.

     

    Na een grote slok uit mijn bidon verdwijnen deze waanbeelden.

    Bernwiller. Spechbach. Daar staat plots die merkwaardige kerk die ik herken. Want, twintig jaren geleden, op weg naar vakantie te Menton aan de Azurenkust had ik hier met mijn familie een picknick gehouden. Mijn oudste en toen enige dochter vierde op die dag haar derde verjaardag. Ik zet me in bloot bovenlijf en zo droogt mijn zweet op, en bruint mijn vel.

    Altkirch. Doolhof van straten. Kermis.  Blikje koele cola. Ik kom aan Hotel La Couronne, waar het voor de Symoens goed was, maar voel geen behoefte om reeds mijn remmen te trekken en de dag af te sluiten. Aan verschillende zondagtoeristen vraag ik de weg. Niemand kan mij helpen tot wanneer een Elzasser me dat in het Duits wel kan. Hij raadt me een goed restaurant aan in de richting die ik moet nemen. Op de D6 kom ik weldra aan dit goede adres, waar ik tussenrib, frieten, salade, twee regionale biertjes tot mij neem. Daarna … weer in het zadel.  Ultreïa ! .

     

    Wat op zo’n zondagavond een rustige weg zou moeten wezen, blijkt echter een circuit te zijn voor gekke motorduivels. Zij bezigen tweewielers en vierwielers. Voor 8 FF telefoneer ik naar huis op een pleintje in een publieke cabine. Voor weinig munten mag men maar weinig zeggen. Maar alles is O.K., met mij en met thuis. Ik besluit van me een telefoonkaart te kopen zodra ik in Zwitserland zal zijn.

     

    Dorpjes van niemendal op een lauwe zondagavond op het einde van augustus, terwijl alles langzaam afkoelt. Schwoben, Hausgauen, Franken, Jettlingen, in het verste Zuiden van de Elzas. Het doek valt over deze dag. Mijn dynamo moet zijn werk doen. Waarom weer door de nacht rijden ?

    Het hoofdstuk Frankrijk is bijna gedaan. Stop.

    Ik draai van de steenweg af, volg een doodlopende veldweg die me brengt in een weide met pruimenbomen. Overal in de omgeving zijn maïsvelden. Het gras is hoog opgeschoten, er zou hooi van moeten worden gemaakt. Er zijn distels en er zijn vele slakken. Ik monteer mijn tentje. Dit wordt dus  ‘ camping sauvage ‘.

     

    Pech. Mijn koplamp wil geen licht meer geven. Het vlijmscherpe mes dat ik te Thann heb gevonden valt ergens tussen kledij en slaapzak.  Ik heb maar een kleine kaars als licht. Gelukkig vind ik dat mes en ik steek het met de punt in de grond zodat ik me niet blesseer. Slaap zacht , lieve Wilfried, en lieve Olive Green, onder de pruimenbomen ! Tijdens deze nacht moet ik nog tweemaal uit mijn iglo kruipen om op korte afstand in het vochtige gras de wil van mijn blaas te volgen. 

     

    Requiescat in pace.  

    14-12-2008 om 03:01 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    12-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rome 1996 - Un Samedi en Lorraine.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Un samedi en Lorraine.

     

    Omdat ik recht kruip verdwijnen de gluurders snel. Ik rek mij even, kijk  rond met knipperende oogjes, en weet dat in het grote Frankrijk ik leef  zoals een god, alhoewel de Grote God eerder zal zijn in de pijlhoge kerk die het plein te Nomexy overheerst. Aan de andere kant van de straat, op dertig meters, is een druk bezochte boulangerie. Ik vermoed dat mijn  aanwezigheid  daar reeds sedert een uur werd gesignaleerd en dat ik op deze zaterdagochtend er een attractie ben . In augustus gebeurt immers zo weinig, zelfs in  ‘ le Paris du mois d’août ‘ waarover Aznavour zingt, omdat bijna alle Fransen op vakantie zijn. Zij liggen in de zon , eten stokbrood, drinken  koel anijswater,  of  spelen petanque te Antibes, Cap d’Agde,  Biarritz, xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />La Rochelle , Honfleur en elders.

    Ik doe mijn schoenen aan. Met een  ‘petit déjeuner aux croissants’ gaan we hier starten. Ik haal een hondertje uit mijn portefeuille, die mals is en warm omdat ik hem tijdens het slapen bewaar op mijn buik, net boven mijn schaamharen. Ik stap de bakkerij binnen. Zij kijken nu niet meer naar mij, want nu sta ik naast hen en wat ben ik reusachtig. Drie beurten later is het aan mij.

    ‘ Comment ? … Il n’y a pas de croissants !

      ‘‘ Pas le samedi, monsieur, … ‘

    Ik neem dan maar een cola en twee ‘éclairs au chocolat’. Dit moet voldoende zijn voor mijn eerste calorieverbruik op deze dag. De verkoopster plaatst koek en blikje naast mekaar, juist buiten mijn armbereik. Zij wil eerst toch geld zien  - zo zijn de vrouwen in Frankrijk op de trottoirs en in de boulangeries – alvorens ik mijn ontbijt bekom. Ik geef haar de cent francs die nog maar pas de omgeving van mijn mannelijkheid verlieten.  Zij lacht heel sexy. Wat een groot biljet heeft deze man !   Hij heeft geen lege beurs .

    Op een bank in de zon geniet ik van deze zoetigheden, terwijl ik enige lijnen in mijn dagboek schrijf. Dit laat veronderstellen in de broodwinkel dat ik een fietsende dichter ben, en geen clochard, want die drinken rode wijn op het plein. Een dozijn mensen, parochianen, verlaten de kerk . Daarna komt er ook een man  naar buiten, en die sluit de kerkdeur. Hij komt naar me toe, en vraagt me of ik gedurende de nacht geen koude heb geleden . Ik leg hem uit hoe heerlijk en gelukkig ik lag daar tussen de rozen en de namen van de helden die voor zijn vaderland stierven. Vervolgen vertel ik hem over mijn ervaringen en observaties hier te Nomexy.  ‘ Mon Dieu’  zegt hij , ‘ Voilà un vrai pèlerin à la coquille et ils vous ont pris pour un clochard …. ‘ .  De man loopt naar de winkel. Weldra zal  het dorp weten over de Vlaamse pelgrim, over zijn fiets,  zijn baard  en zijn slaapzak.

     

    In mijn zwart T-shirt kleed ik me voor deze dag die belooft van warm te worden. Ik wring me tussen de verkeersdrukte, in het stof van de weg, tussen vrachtwagens toeristen. Ik vertraag en rijd op een parking vol bulldozers, die ook vakantie hebben en wachten tot de grondwerken herbeginnen. De zon is al fel en dus smeer ik me rijkelijk in met olie. Ik spuit ook wat op mijn ketting na deze te hebben gepoetst.

    Epinal. Een stad vol met bloemen. De stad van de  ‘ imagerie’ . Ik bezoek het prentenmuseum en slenter door de beroemde historische drukkerij, koop wat postkaarten, waaronder uiteraard De Gelaarsde Kat. Wat later op Place des Vosges drink ik een koffie. Ik schrijf verschillende kaarten naar familie en vrienden op het thuisfront en stop deze in de postbus. Op mijn planning staat dat ik moet zoeken naar La Maison des Prêtres om een bepaalde priester te zien die in het boek van de Symoens negatief wordt beschreven. Misschien kan ik die man goed beïnvloeden en helpen een beter mens te worden. Een confrontatie met deze herder zou een ervaring zijn. Ik kijk naar de bloemen, naar de benen van licht geklede dames, naar de mooie stad aan de rivier. Zut, …ik blaas eens, … priesters vind ik trouwens al lang niet meer zo boeiend en dus fiets ik verder.  Een mooi landschap volgt. Even praat ik met een fietser die weldra een andere richting neemt dan de mijne.  De weg klimt wat, tot boven de vallei. In een grote tuin met vijver zie ik twee vrouwen als verliefden wandelen, een oudere en een jongere. Waarom  geeft dit me de indruk van een lesbische situatie te zijn ?  Zij  zouden ook moeder en dochter kunnen zijn. Het was in ieder geval een  mooi zicht , een schilderij.

     

    Nog wat later, maar dan wel al veel verder, want ik maak goede vaart, ontmoet ik een visser. Aan hem vraag ik of er ergens in de buurt een goedkoop restaurant ligt. De man  is in gezelschap van een patrijshond en is daar ook per fiets toegekomen. Een verschrikkelijk oud gedrocht uit de tijd van Vietto staat er geparkeerd. De visser beweert  87 jaren oud te zijn en Graillet te heten. Zijn oude ogen fonkelen bij het zien van mijn Olive Green. Hij begint te vertellen dat hij lang geleden koers heeft gereden. Hij zou een van de beste jonge renners uit de Vogezen zijn geweest. Hij trainde tot 300 km per dag. Omdat hij een telg uit een arme familie was kon hij zich geen duur materiaal aanschaffen en moest hij regionaal blijven optreden. Zo kon hij nooit hoger op geraken. Op een dag vond hij toch iemand die hem steunde en naar Parijs bracht om de Premier Pas Dunlop 1930 voor juniors te betwisten.  Dat was toen zowat de   ‘ Ontdek de Ster Wedstrijd’ voor beloften. Graillet  reed zeer goed en eindigde tweede, amper één metertje na de winnaar. Hij won daar een degelijke koersmachine. Zijn geluk was van korte duur. Amper één maand later te Belfort zou hij zwaar ten val komen tijdens een klassieker  die werd vervalst door de aanwezigheid van auto’s in de koers. Een onbekende chauffeur reed zijn nieuwe fiets kapot en verdween . Deze tegenslag betekende het einde. De ontgoocheling was te groot geweest. De oude visser bleef maar doorpraten, en toen ook ik iets wilde vertellen moest ik vaststellen dat Graillet eigenlijk voor 90% doof was. Daarom schreeuwde ik hard in zijn oor dat ik zou gaan eten in het buffet van het station, zoals hij me had aangeraden.  Ik legde hem uit dat ik uit een familie van ‘bourgeois’ kwam waar de jongens wel pastoor, leraar, ambtenaar of apotheker, mochten worden doch zeker niet wielrenner.

    ‘ Maar nu ben ik op pensioen en brengt mijn bicyclette me naar Rome’, maak ik hem duidelijk.

     Ik ben zeer gelukkig dat ik nog elke dag kan fietsen, zegt de oude Graillet.  Ik geraak samen met mijn hond nog altijd tot hier, ook al is mijn snelheid nu gedaald tot ongeveer 5km per uur. Als ik een vis pak, wordt die met kop en staart  door mijn hond opgegeten, maar ik heb deze week nog niets gevangen. ‘ Adieu, mon vieil ami’ zeg ik, terwijl ik nogmaals de hond wegduw die al een hele tijd aan mijn benen wil lekken.

    Het is me vrij duidelijk dat in het station , aan het buffet, al in geen jaren meer iets gebeurt en op zaterdag stopt er zelfs geen enkele trein meer.

    Dan maar verder tot Pouxeux, waar ik in een café twee Stella’s drink en brood eet met ‘paté maison’  en ‘ rillettes du chef’ . Met een gevulde maag op een warme steenweg zwalp ik verder tot St-Nabord. Daar ligt  langs de autosnelweg in de schittering van het zonnelicht een Hotel F1 , overnachting aan 149 FF. Ik bijt op mijn tanden, toon mijn sterk karakter en ik blijf in het zadel. Al mijn bidons zijn leeg. Ik heb dorst.

     

    Remiremont.  Chaotisch. Warm. Winkels. Toeristen. Mijn wielen brengen me achter de Abbatiale op een modern plein met fonteinen. Het water spuit er naar alle kanten.  Ik zak in mekaar op een veilige plaats in de schaduw aan de achterdeur van de kloosterkerk. Ik lig op een koele steen en weldra vallen mijn ogen dicht. Een uurtje later wordt mijn rust evenwel gebroken door hevig klokkenspel. Alle deuren van de veelhoekige kerk worden opengegooid want er vond zopas een sacrament van huwelijk plaats van een rijke familie die het Roomse geloof sedert generaties hoog in het vaandel draagt.  Alléén voor ceremonies van de hoogste graad gaan alle deuren van de Abbatiale open. Zo gebeurt ook met de achterdeur waar mijn fiets en ik kamperen. Een grote man met blonde haren gekleed in wit kleed afgeboord met kant jaagt mij weg . Ik ben maar een peregrinus, een vreemdeling, en onteer de heilige grond voor de kerkelijke deur. Onder het luide klokkenspel komen via alle openingen vele fiere glimlachende mensen naar buiten, allemaal in keurige nieuwe kostuums en kleedjes. Zo gedwongen, moet ik Remiremont verlaten. Mijn onweerstaanbare drang om verder te trekken is niet voldoende om te beletten dat ik in een supermarkt vanille-ijs met bosbessen eet  en ook een grote fles mineraal water koop. Dat maakt mij sterker en na een drukke steenweg, langs een spoorweg, langs de Moezel, over parkings, door industrieterreinen, kom ik eindelijk terug op een kleine rustige weg.

     

    Te Vecoux stop ik aan een winkeltje om er quiche, melk en water te kopen. In dit kleine dorp ga ik op zoek naar het afdak op de speelplaats van de school. De Symoens uit Gistel, zij die te voet naar Rome stapten en mij tot inspiratie dienen, waren in dit dorp in grote moeilijkheden. Schuilend voor de neergutsende regen werden zij daar urenlang gevangen gehouden. Zij begonnen aan alles de twijfelen,  aan de zin van het leven, aan het idee van tot Rome te gaan, aan zichzelf  en zelfs aan God die hen scheen verlaten te hebben. Ik sta nu voor dat afdak en tracht te voelen hoe diep de nood van mijn voorgangers moet geweest zijn op die natte, trieste dag. Het was hun dieptepunt. Er is daar anders niets bijzonders, alleen een stuk plank ligt er op de grond.

    Ik fiets verder tot Rupt.  Bij Alain Frech stap ik binnen. Dat is in een zaak waar dieren worden opgezet, vogels en viervoeters. Zuster en moeder zijn er, maar geen Alain. Hij is naar een voetbalmatch. Er volgt een kort gesprek met beide dames die me beloven de groeten over te brengen. Zij wijzen me ook de weg naar Patrick, een ander personage uit het boek  ‘Voetstappen  in de schemerzone tussen engel en beest’ van André Symoen.  Patrick,  ambtenaar van Waters en Bossen, is op dit uur hoog in de heuvels. Ik moet nu mijn 28 X 24 gebruiken en klauter omhoog tot waar de myrtilles groeien.. Wanneer het zweet van mij afdruipt en mijn hartslag davert, loop ik te voet verder.  Ik ontmoet een jonge kerel op een motorfiets en kom te weten dat ik niet op de goede weg ben. Na nog een hele tijd kom ik dan toch aan het huis dat ik zoek. Een auto en een bestelwagen staan er geparkeerd. Ik bel aan, heb de indruk dat er mensen in dat huis zijn. Maar niemand komt aan de deur. Ik trek mijn natte kleren uit en kleed me met een vers truitje en een trainingsbloes.

    Ik neem de tijd om te recupereren en ik schrijf een briefje voor de man die er niet is. Ik wacht nog wat en hoop dat die Patrick plots zal verschijnen, misschien wel met een geweer in de hand omdat ik toch iemand ben die daar rondsnuffel en niets te zoeken heeft. Op een terrasje merk ik een luie zetel met een grote badhanddoek. Ik ruik even aan de roze handdoek en besef dat er even te voren een vrouw heeft opgelegen. O, dus… en terwijl ik voel dat iemand zijn ogen op mij richt van achter de gordijnen van een venster … weet ik dat ik hier op een slecht moment ben gekomen. De kweker van blauwe bessen heeft een huis in de stad en een huis in de heuvels, hij is ambtenaar van bossen en van waters, hetgeen me laat vermoeden dat hij ook een  liefdesleven in twee delen heeft, één hier in de namiddag en één ander thuis ‘s avonds. Dus vertrek ik maar gauw. Ik speel de held niet en laat me langzaam de heuvels afrollen terwijl mijn fiets en bagage stabiel blijven. Zo bevind ik me wat later terug in  Rupt-sur-Moselle .  Op de N66 bereik ik weldra Le Relais du Benelux , een Logis de France met twee sterren.. Op een zaterdag mag ik wel in witte lakens slapen. Van de lieve vrouw van de receptie krijg ik Chambre 1.  Als ik me spoed mag ik ook nog eten . Ik kies dus een tafel,  bestel een menu , ga dan naar de kamer, was me vlug, kleed me in fantasiehemdje en jeans , en  zit dra terug rustig te wachten op mijn voorgerecht.  ‘Wat een keurige man’ , denken even de andere gasten, alhoewel  zij toch onverschillig verder eten. en drinken .

    Goede maaltijd, maar het kan beter in zo’n Logis de France.

     

    Op de muur van die eetzaal hangt een mooi plaatje met een wijsheid :

    ‘ Savoir voyager, c’est s’arrêter au bon moment …’

    12-12-2008 om 00:50 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    03-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ROME 1996 - LANGS DE MOSELLE.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    LANGS DE MOSELLE.

     

    Omdat ik mijn was nog moet laten drogen wandel  ik wat rond op het grondgebied van Moulin de Varvinay.  Er zijn vele soorten eenden en er is leven overal, maar ik zie geen enkele mens. Ook niet in de keuken om 9 uur. Druppels lopen door het koffiezetapparaat. Ik neem zelf een bord, een mes, een tas, en melk uit de rijkelijk gevulde ijskast. De rest wacht al op mij op tafel. Terwijl ik brood knabbel zie ik tussen de gordijntjes Madame Oudinot  uit een schuurtje kruipen. Wanneer zij binnen komt is zij helemaal niet gestoord dat er een vreemde man in haar keuken zit. Bonjour, Madame. Ik betaal de rekening, en ik vul mijn bidons met gesuikerde koffie en  met gewoon kraantjeswater.

    Op weg naar Lac de Madine rolt  mijn fiets heerlijk in de vroege zon.


    Langzaam ontplooit zich  in mijn kopje een gedachte. Een meer heeft een naam, een hond, een kat , een boot, een voetbalclub, een dancing, hebben een naam … en waarom zou mijn fiets geen naam mogen dragen ?
    Ik vaar doorheen boomgaarden met pruimen. Opeens wordt ergens onder mijn petje, tussen mijn oren , dé naam voor mijn lieve tweewieler geboren.  ‘Olive Green’, groen  zoals de mirabellen nog zijn, olijfgroen zoals de verf die de fietsenmaker Vlerick uit De Pinte op mijn kader spoot, Olive zoals de naam van het liefje van Popeye,  zal het worden. Stop.  Fiets, … ik doop U  - en volgens de Mechelse Catechismus moet dit niet altijd met wijwater –  in de naam van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest, en gij zult de naam van Olive Green dragen , tot in de eeuwen der eeuwen. Amen. Met mijn bidon besprenkel ik mijn tweewieler  met wat druppels kraantjesvocht uit de molen.

     

    Ik ben zeer sterk in mijn benen, door de goede kost van de vorige avond en door het trappen met klein verzet sedert de start van deze tocht. Ik rijd enkele vakantiegangers voorbij. Het zijn Hollandse dames. Ik schreeuw met zware stem  :  ‘ Vooruit, meisjes, borstjes naar voren, neusjes in de wind, knietjes bloot en omhoog… hup, hup, hup, … ! ’ Tijdens de beklimming van xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />La Butte de Montsec stappen die vrouwen allemaal van hun fiets . Ik kom heel gemakkelijk boven en storm tegen 54km/u terug bergaf. Oppassen, goed rijden vandaag wil nog niet zeggen  dat je tot Rome geraakt. Pech of valpartij kan ook gebeuren. Lahayeville. Dit is maar een gehucht met zesentwintig inwoners. Een kerkje en een haag, hier moet ik zijn omdat de mensen voor mijn peace mobiel ervaring van vandaag er wonen.

     

    Ondertussen zal de lezer van dit reisverhaal zich wel al hebben afgevraagd, ‘ Maar wat komt die peace mobiel toch altijd doen op zijn weg ?    Wel,  nu volgt de uitleg :

    ROMA  CAPUT  TERRAE  was en is nog een enorme magneet die alle soorten mensen aantrekt . Eens in zijn leven moet een echte man de eeuwige stad bezoeken. In vele talen bestaat de uitdrukking  ‘ Alle wegen leiden naar Rome’  en ik moest dus ook eens naar Rome, al vanaf het ogenblik  dat ik wat Latijn leerde op de middelbare school.  Maar het zou toch lang duren,  tot na mijn twéé en vijftigste verjaardag, alvorens ik dit  zou gebeuren. Natuurlijk boden in 1996 luchtvaartmaatschappijen en reisagenten betaalbare tickets aan , en kan Rome ook per trein of per auto worden bereikt. Maar op zo’n manier op weg naar Rome gaan is van weinig betekenis, en gaat veel te vlug.

     

    Het onderweg zijn naar Rome is iets helemaal anders. Langzaam stap voor stap, minuut na minuut, op de nog nauwelijks herkenbare heirbanen de richting zoeken, afscheid nemen en voor lange tijd in het niets verdwijnen, alléén zijn met jezelf  om wat orde in je hoofd en in je hart te krijgen. Dat is wat een pelgrim gelukkig maakt. Doorheen de landschappen en steden het tijdloze, het immateriële ervaren daarvoor is minstens een periode van veertig dagen nodig, een Bijbelse duur. Toch zal het nog te kort zijn, want zelfs een maand is in de eeuwigheid van de miljoenen lichtjaren amper een flits.

    Op een dag heb ik ontdekt dat twee mensen uit Gistel te voet naar Rome waren geweest en er een boek over hadden geschreven. ‘ Voetstappen in de schemerzone tussen engel en beest’ . Nadat ik tweemaal dit boek had gelezen, viel mijn beslissing. Rome zou mijn streefdoel worden voor een grootse fietstocht waarmee ik mijn bezigheden van derde leeftijd zou aanvangen. Ik besloot van identiek dezelfde weg  te volgen als de echtgenoten Symoen, de voetgangers uit Gistel, althans tijdens de eerste week tot in Zwitserland. Ik wilde niet alleen de landschappen, de steden en dorpen, de gebouwen zien, doch ook de mensen die in het boek stonden beschreven. De voetgangers Symoen droegen een boodschap van Vrede met zich mee. Onderweg verspreiden zij hun christelijke overtuiging, en zochten zij ook naar de gastvrijheid die vroeger langs de pelgrimsroutes bestond. Die pelgrims uit West Vlaanderen  reisden met een stootkarretje, speciaal gemaakt voor de tocht, met remmen, elektronische kilometerteller, lichte koerswielen. Dit hulpmiddel om hun bagage te vervoeren, terwijl zij stapten, werd de peace mobiel genoemd. Met als leiddraad de stappen van de voorgangers uit het inspirerende boek en  ook van nog ontelbaar vele andere vroegere voetgangers , beweeg ik me  verder en ik wil ook iedere dag mensen uit het boek in de werkelijkheid even ontmoeten.

     

    Terwijl ik wat uitblaas  komt er een postbode aangereden in een autootje.Betere informant om Antoine en Pierrette te vinden is er uiteraard niet.De mensen die ik wil ontmoeten wonen achter de mooie haag aan de overkant van de straat. Ik babbel nog wat met de postman over de verhouding in mijn land tussen de Post en de Spaarkas, over de privatisering die mij als 52-plusser liet afvloeien zodat ik nu kan rondfietsen terwijl andere venten moeten werken.Ik klingel aan de bel. Pierrette staat voor mij en weldra ook Antoine. Nadat ik mezelf heb voorgesteld en het boek van Symoen toonde, barst hun vriendelijkheid open. Weldra zit ik aan tafel met een aperitiefje voor me en ik moet ook genieten van het middagmaal samen met hen .Op het menu staan tomaten uit eigen tuin, scharrelkiek met snijbonen, brood, wijntje, water, koffie en taart. Urenlang duurt dit tafelen, want stukken uit ieders levensverhaal worden verteld. Mijn gastheren zijn zeer gelovige mensen, die vaak naar Paray-le-Monial gaan, om daar Het Heilig Hart van Jezus te vereren. Ik vertel natuurlijk dat ik als kwajongen elke maand in opdracht van mijn vader de kaarten van de Bond van het Heilig Hart heb moeten ronddelen in een deel van mijn parochie, kaarten waarop die ‘ijveraars’ een stempeltje kregen wanneer zij op de eerste vrijdag van de maand naar de vroegmis gingen.Het is al voorbij vier uren, wanneer ik me uit hun greep kan bevrijden. Hun ogen volgen mij tot wanneer ik achter een bocht in het landschap verdwijn terwijl ik nog eens naar hen wuif. Het is koeler geworden en ik besef dat ik nog maar amper 22 km  heb afgelegd.  Te Lucey, waar een microklimaat bestaat zodat er wijn ranken bloeien, wil ik nog André Bouchot ontmoeten, een voormalig gevangenisbewaker die zich op pensioenleeftijd nog omschoolde tot wijnboer. Het is een bekend man te Lucey. Hij staat trouwens op straat te babbelen met een groep mensen wanneer ik zijn adres bereik. Kort is de ontmoeting, stevig de handdruk, groot zijn emotie wanneer ik vertrek nadat ik hem had uitgelegd dat hij , in een Vlaams boek wordt beschreven als een  joviaal en gastvrij man.


    Verder naar Toul. We komen aan op de Place des Trois Evêchés, aan Hotel-Café des Sports. Schitterend is daar de fontein en mooi zijn de dichtbevolkte terrassen. Hier bloedde in het verleden al eens mijn hart.

    Tijdens een driedaagse tussen Waremme en Gérardmer  met  Ely Deprez overnachtten wij in dit Hotel. Mijn voorwiel werd toen gestolen en vermits onze rekening al betaald was kon ik toen niet rekenen op hulp van de uitbaters om enige informatie over de dief te bekomen. Vier duizend en twee honderd dagen later , met het litteken van die diefstal  nog altijd gebeiteld in mijn brein, sta ik weer op dat plein te Toul. Want mijn voorwiel was niet zo maar een goedkoop ding. Ik had er duizenden kilometers mee gereden, legendarische cols beklommen, en ik was er zelfs mee tot boven op de Teide van Tenerife geraakt. Op datzelfde moment, wanneer ik daar sta op dat kruispunt, stoppen er twee fietsers met bagage en ook zij  dragen een schelp op de voorkant van hun stuurtas !   Zijn dat echt mannen die naar Santiago de Compostela fietsen, of is dit een fata morgana of een droom ? Ik stap naar hen toe, reik hen de hand. Zij zijn van vlees en bloed, zweten, drinken aan hun bidon, fietsen met Sachs  en zij komen uit Keulen, waar het op deze zomeravond misschien wel zou kunnen donderen. Zij reden 4 X 100 km  en ik reed  5 X 80 km , en dat is gelijk en 400 km. Het is normaal dat wij aan dit kruispunt samenkomen. ‘ Bitte, wollen Sie eine Kerze für mich brennen in Santo Domingo de la Calzada….?’ vraag ik. Een van beide wil graag met me praten, maar de andere, in blauwe windjak, is vol stress en snuffelt in zijn documentatie. Ik geef hen de raad van niet te logeren in Hotel-Café des Sports en vertel mijn slecht wedervaren. Ik verzeker hen dat de Heilige Jakobi  wat beters heeft voorzien een weinig verder , voorbij Toul.  ‘ Ultreïa …. Immer weiter  geht der Pilger ..! ‘      Ja, zij waren echt, zij sprongen weer op hun fiets en reden verder, die pelgrims uit Keulen.Wat een zoete wraak voor mij. Dit was een teken van de Matamoros.Opgewekt draai ik de bladzijde Toul om.

     

    Het fietspad langs de Moezel biedt mij opperste fietsgeluk. De avond valt weldra over het water en over het groen.  De pedaalridder die ik ben komt langs vele dorpen, bruggen, kruispunten. De wegen zijn zeer goed. Maar het landschap wordt onzichtbaar, want  stilaan bedekt door de mantel der duisternis. Langs een berm aan het water duw ik mijn fiets van de weg af. Ik vind er een plaats om wat in mijn slaapzak te rusten. Zo blijf ik liggen op een grasveld, mijn benen recupereren, maar mijn kop blijft wakker. Ik observeer de sterren en luister naar de nachtelijke geluiden. Spartelende vissen, zoemende insecten, nachtvogels en vleermuizen, beestjes die copuleren of mekaar opeten. Wezens in de nacht, otters misschien, waterratten zeker, eenden, kikkers, egels, en ik de pelgrim , die zalig ligt in het gras, vochtig door de fijne dauw. Maar het zandmannetje komt niet langs. Ik sta terug recht en pak mijn spullen weer samen. Ik voel me nog fit en met goede snelheid vorder ik door de nacht. In een dorp prikkelt de geur van vers gebakken brood mijn neusgaten. Aan een overdekte bushalte stop ik en ga er op de bank zitten. Ik ontkurk er een fles rode wijn .Enkele slokken moeten me sterk maken. Even later is de fles nog half vol , of half  leeg volgens zienswijze,  en wanneer ik mijn de drinkbus op mijn fiets met wijn vul is zij leeg.


    Mijn eenzame ziel rijdt voorbij een bar-cabaret, een oord van verderf, een lamp voor  mannelijke nachtvlinders.  Er staan nog enkele wagens op de parking, het feest is er nog niet voorbij. Zou ik het aandurven om daar een glaasje te gaan drinken ?  In korte broek en met blote benen ?  Wie weet wat er me te wachten staat !  Door andere drank op die rode wijn zal ik toch maar moeten kotsen. Braaf fiets ik verder en er komt een bergaf die me weldra ver van deze verleiding brengt.

     

    Te Nomexy  zie ik het uur op de kerktoren, en ik vind dat ik toch nog recht heb op een slaapje.  Op het kerkplein is er een vaderlands monument voor de gesneuvelden. Het is omgeven door een ijzeren afsluiting, bloemen en struiken.  Het is er proper en droog.  Op de grote platte steen leg ik mijn plastiek en mijn slaapzak. Mijn schoenen en mijn sokken plaats ik tussen de rozen. Olive Green keten ik goed vast. Ik geeuw eens en verdwijn in het dons van mijn slaapzak. Drie minuten later weet ik niet meer of ik te Nomexy ben, thuis, te Rome of in Las Vegas. Zo slaap ik lekker tot 07.30 u. Geroezemoes maakt mij wakker. Ik hoor stemmen. Ik kom terug op deze wereld, mijn mond smaakt naar rode wijn, mijn ogen gaan open . Ik zie op vijf meter dat een oudere man en twee vrouwen naar me gluren. Zij schudden het hoofd en zeggen ….                 ‘Tiens,…voilà un clochard… qui dort …non, ..eeeek… il se réveille … ! 

    03-12-2008 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)



    EINDE
    VAN DEZE BLOG
    26 08 2012

    Foto

    Foto

    Hoe sterk is de eenzame fietser
    Die krom gebogen over z'n stuur tegen de wind
    Zichzelf een weg baant


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Zoeken in blog


    Foto

    Foto

    Foto

    Een bescheiden blik in de geschiedenis van de wielersport is vaak al voldoende om de fascinatie te proeven.
    OLYMPIA 1981 YVES MONTANT   A BICYCLETTE
    http://www.youtube.com/watch?v=lOZPWpiNUWQ&feature=related



    La bicyclette

    Quand on partait de bon matin
    Quand on partait sur les chemins
    A bicyclette
    Nous étions quelques bons copains
    Y avait Fernand y avait Firmin
    Y avait Francis et Sébastien
    Et puis Paulette

    On était tous amoureux d'elle
    On se sentait pousser des ailes
    A bicyclette
    Sur les petits chemins de terre
    On a souvent vécu l'enfer
    Pour ne pas mettre pied à terre
    Devant Paulette
    Faut dire qu'elle y mettait du cœur
    C'était la fille du facteur
    A bicyclette
    Et depuis qu'elle avait huit ans
    Elle avait fait en le suivant
    Tous les chemins environnants
    A bicyclette


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    NATHALIE.

    La place Rouge était vide
    Devant moi marchait Nathalie
    Il avait un joli nom, mon guide
    Nathalie...
    La place Rouge était blanche
    La neige faisait un tapis
    Et je suivais par ce froid dimanche
    Nathalie...
    Elle parlait en phrases sobres
    De la révolution d'octobre
    Je pensais déjà
    Qu'après le tombeau de Lénine
    On irait au café Pouchkine
    Boire un chocolat...
    La place Rouge était vide
    Je lui pris son bras, elle a souri
    Il avait des cheveux blonds, mon guide
    Nathalie... Nathalie
    Dans sa chambre à l'université
    Une bande d'étudiants
    L'attendait impatiemment
    On a ri, on a beaucoup parlé
    Ils voulaient tout savoir, Nathalie traduisait
    Moscou, les plaines d'Ukraine
    Et les Champs-Élysées
    On a tout mélangé et on a chanté
    Et puis ils ont débouché
    En riant à l'avance
    Du champagne de France
    Et on a dansé...
    La, la la...
    Et quand la chambre fut vide
    Tous les amis étaient partis
    Je suis resté seul avec mon guide
    Nathalie...
    Plus question de phrases sobres
    Ni de révolution d'octobre
    On n'en était plus là
    Fini le tombeau de Lénine
    Le chocolat de chez Pouchkine
    C'était loin déjà...
    Que ma vie me semble vide
    Mais je sais qu'un jour à Paris
    C'est moi qui lui servirai de guide
    Nathalie... Nathalie


    Foto

    Foto

    Foto

    Marianne de ma jeunesse
    Ton manoir se dressait
    Sur la pauvre richesses
    De mon rêve enchanté

    Les sapins sous le vent
    Sifflent un air étrange
    Où les voix se mélangent
    De nains et de géants

    Marianne de ma jeunesse
    Tu as ressuscité
    Des démons des princesses
    Qui dans moi sommeillaient

    Car ton nom fait partie
    Marianne de ma jeunesse
    Du dérisoire livre
    Où tout enfant voudrait vivre

    Marianne de ma jeunesse
    Nos deux ombres enfuies
    Se donnèrent promesse
    Par-delà leurs joies et leur vie

    Marianne de ma jeunesse
    J'ai serré sur mon cœur
    Presque avec maladresse
    Ton mouchoir de pluie et de pleurs

    Foto

    http://nl.youtube.com/watch?v=lgUrlO6hku8
    Les Baladins
    http://nl.youtube.com/watch?v=75lFwcGucOA&feature=related
    Marie Marie
    http://nl.youtube.com/watch?v=AaXY59mg9QE
    Nathalie   - Spaanse versie

    http://fr.youtube.com/watch?v=27eWewocQm4&feature=related
    Nathalie mon guide avait des cheveux blonds

    Foto

    MON ARBRE
    Louis Amade 1964

    Il avait poussé par hasard
    Dans notre cour sans le savoir
    Comme un aveugle dans le noir
    Mon arbre
    Il était si petit
    Que c'était mon ami
    Car j'étais tout petit
    Comme lui
    J'attendais de lui le printemps
    Avec deux ou trois fleurs d'argent
    Un peu de vert, un peu de blanc
    Mon arbre
    Et ma vie s'accrochait
    A cet arbre léger
    Qui grandissait
    Comme je grandissais


    Foto

    Chanson de
    GILBERT BECAUD

    Quand tu n'es pas là
    Tous les oiseaux du monde
    Quand tu n'es pas là
    S'arrètent de chanter
    Et se mettent à pleurer
    Larmes de pluie au ciel d'été
    Quand tu n'es pas là
    Le silence qui gronde
    Me donne si froid
    Qu'un jour ensolleillé
    Me fait presque pleurer
    Larmes d'ennui malgré l'été
    La ville fait de grâces 
    La lune des grimaces
    Qui me laissent sans joie
    Les cantiques d'églises
    Malgré tout ce qu'ils disent
    Me font perdre la foi
    Quand tu n'es pas là
    Tous les oiseaux du monde
    La nuit sur mon toit
    Viennent se rassembler
    Et pour me consoler
    Chantent tout bas
    ' Elle reviendra ' 
    Quand tu reviendras
    De l'autre bout du monde
    Quand tu reviendras
    Les oiseaux dans le ciel
    Pourront battre des ailes
    Chanter de joie
    Lorsque tu reviendras !


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Le Pianiste de Varsovie
    Gilbert Bécaud

    Je ne sais pas pourquoi
    Cette mélodie me fait penser à Chopin
    Je l`aime bien, Chopin
    Je jouais bien Chopin
    Chez moi à Varsovie
    Où j`ai grandi à l`ombre
    A l`ombre de la gloire de Chopin
    Je ne sais pas pourquoi
    Cette mélodie me fait penser à Varsovie
    Une place peuplée de pigeons
    Une vieille demeure avec pignon
    Un escalier en colimaçon
    Et tout en haut mon professeur
    Plus de sentiment
    Plus de mouvement
    Plus d`envolée
    Bien bien plus léger
    Joue mon garçon avec ton coeur
    Me disait-il pendant des heures
    Premier concert devant le noir
    Je suis seul avec mon piano
    Et ça finit par des bravos
    Des bravos, j`en cueille par millions
    A tous les coins de l`horizon
    Des pas qui claquent
    Des murs qui craquent
    Des pas qui foulent
    Des murs qui croulent
    Pourquoi?
    Des yeux qui pleurent
    Des mains qui meurent
    Des pas qui chassent
    Des pas qui glacent
    Pourquoi
    Le ciel est-il si loin de nous?
    Je ne sais pas pourquoi
    Mais tout cela me fait penser à Varsovie
    Une place peuplée de pigeons
    Une vieille demeure avec pignon
    Un escalier en colimaçon
    Et tout en haut mon professeur
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    What does not destroy us makes us stronger.
    Foto

    Foto

    Rondvraag / Poll
    Wie wordt wereldkampioen 2012 bij de profs ?
    Philippe Gilbert
    Greg Van Avermaet
    Ryder Hesjedal
    Johan Vansummeren
    Giovanni Visconti
    Alejandro Valverde
    Samuel Sanchez
    Joaquin Rodriguez
    Maxime Monfort
    Roman Kreuziger
    Vincenzo Nibali
    Peter Sagan
    Damiano Cunego
    Diego Ulissi
    Bradley Wiggins
    Rigoberto Uran
    Edvald Boasson Hagen
    Chris Froome
    Thomas Voeckler
    een andere renner ....
    Bekijk resultaat


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    À la claire fontaine

    M'en allant promener,
    J'ai trouvé l'eau si belle,
    Que je m'y suis baignée.

    Il y a longtemps que je t'aime
    Jamais je ne t'oublierai.

    Sous les feuilles d'un chêne
    Je me suis fait sécher,
    Sur la plus haute branche,
    Un rossignol chantait.

    Il y a longtemps que je t'aime
    Jamais je ne t'oublierai.

    Chante, rossignol, chante,
    Toi qui as le coeur gai,
    Tu as le coeur a rire,
    Moi, je l'ai à pleurer.

    Il y a longtemps que je t'aime
    Jamais je ne t'oublierai.

    J'ai perdu mon ami
    Sans l'avoir mérité,
    Pour un bouquet de roses,
    Que je lui refusai.

    Il y a longtemps que je t'aime
    Jamais je ne t'oublierai.

    Je voudrais que la rose
    Fût encore au rosier,
    Et que mon doux ami
    Fût encore à m'aimer


    Foto

    Archief per jaar
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008

    Foto

    Foto

    Engelbert Humperdinck
    Les Bicyclettes De Belsize

    Turning and turning, the world goes on
    We can't change it, my friend
    Let us go riding now through the days
    Together to the end
    Till the end

    Les bicyclettes de Belsize
    Carry us side by side
    And hand in hand, we will ride
    Over Belsize
    Turn your magical eyes
    Round and around
    Looking at all we found
    Carry us through the skies
    Les bicyclettes de Belsize

    Spinning and spinning, the dreams I know
    Rolling on through my head
    Let us enjoy them before they go
    Come the dawn, they all are dead
    Yes, they're dead

    Les bicyclettes de Belsize
    Carry us side by side
    And hand in hand, we will ride
    Over Belsize
    Turn your magical eyes
    Round and around
    Looking at all we found
    Carry us through the skies
    Les bicyclettes de Belsize


    Foto

    Foto

    Julia Tulkens .

    Hebben wij elkaar
    gevonden in dit land
    van klei en mist
    waar tussen hemel
    en aarde ons leven
    wordt uitgewist  ?

    Ben ik nog schaduw,
    ben ik al licht,
    of is d'oneindigheid
    mijn aangezicht ?

    Treed ik in wolken of
    in hemelgrond ?
    Er ruist een hooglied aan
    mijn lichte mond.
    In uw omarming hoe
    ik rijzend ril ...
    Mijn haren wuiven en
    de tijd valt stil .
     
                                Julia Tulkens.

    Foto

    Foto

    SONNET POUR HELENE

    Quand vous serez bien vieille, au soir, à la chandelle,
    Assise auprès du feu, dévidant et filant,
    Direz, chantant mes vers, en vous émerveillant :
    Papoum me célébrait du temps que j’étais belle.

    Lors, vous n’aurez servante oyant telle nouvelle,
    Déjà sous le labeur à demi sommeillant,
    Qui au bruit de mon nom ne s’aille réveillant,
    Bénissant votre nom de louange immortelle.

    Je serai sous la terre et fantôme sans os :
    Par les ombres myrteux je prendrai mon repos :
    Vous serez au foyer une vieille accroupie,

    Regrettant mon amour et votre fier dédain.
    Vivez, si m’en croyez, n’attendez à demain :
    Cueillez dès aujourd’hui les roses de la vie.

    Regretting my love, and regretting your disdain.
    Heed me, and live for now: this time won’t come again.
    Come, pluck now — today — life’s so quickly-fading rose.


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Laatste commentaren
  • pilne oferta kredytów (Rev Mark Donand)
        op Het liedje uit het land van Pele.
  • Na een drukkende en zwoele nacht kom ik u een fijne nieuwe week wensen (Jeske )
        op De Flandriens uit Limburg.
  • Wens je een fijne zaterdag (Nikki)
        op De Wielersport in Denemarken.
  • Lieve midweekgroetjes . (bompa harry)
        op Charles Aznavour.
  • SPORTIEF HOOR MIJN TANDARTS RACED OOK (Ton)
        op Een eeuw geleden werd de Primavera 1911 gereden.
  • Maar dat is leuk (Ton)
        op Fietstocht naar Itzehoe - ( Week 1 ) .
  • Norbert Vande Walle (JP VANSTEENKISTE)
        op Une page d'histoire - Le tennis de table d'il y a 40 ans.
  • Lieve zaterdaggroetjes (Nikki )
        op Een stukje Zwembad Olympia nostalgie .
  • De beste wensen voor 2011 (Nikki )
        op Exode des forces russes de Sebastopol -  Bizerte 1920.
  • De laatste donderdag in 2010 (Nikki )
        op Exode des forces russes de Sebastopol -  Bizerte 1920.
  • Foto

    Archief per maand
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Gastenboek
  • Gry Dla Dziewczyn We Chłopców
  • Productos Y Servicios Bancarios Operativos
  • Bancarios, Noticias Sobre Bancarios
  • Servicios De Giros Bancarios
  • Popular Play Tents

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Foto

    Will Tura:
    Eenzaam Zonder Jou songtekst

    Ik ben zo eenzaam zonder jou
    Niets kan mij binden bij mijn vrienden
    Bij hen kan ik het niet meer vinden
    Het liefste ben ik dicht bij jou

    Ik ben zo eenzaam zonder jou
    Ook als het dansorkest gaat spelen
    Want dansen gaat mij gauw vervelen
    Als ik jou niet in m'n armen hou

    Ik ben zo eenzaam zonder jou
    Jij weet dat ik op jou zou wachten
    Maar leef ik ook nog in jouw gedachten
    En ben je mij nog altijd trouw

    Ik kan niet verder zonder jou
    Mijn leven zou ik voor jou geven
    In al mijn brieven staat geschreven
    Ik ben zo eenzaam zonder jou

    Ik ben zo eenzaam zonder jou



    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!