ZEVENENTWINGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 2 Tim. 1,6-8,13-14. Vers 14:' Bewaar de u toevertrouwde schat met de hulp van de heilige Geest die in ons woont.' Timoteus maakt ons attent op de gaven die ons gegeven worden. In feite hebben wij alles gekregen. Dat vergeten wij gemakkelijk. Die vergetelheid is zonde. De grootste schat is toch wel de genade dat we kunnen beminnen. Wat een energie komt daardoor niet vrij ? Met de hulp van de heilige Geest, schrijft Timoteus. Geest betekent : adem ( roeach) en ruimte (revech) waardoor ons beminnen veel ruimer wordt en zuurstof en adem geeft. Die Geest zorgt ervoor dat liefhebben niets verstikkends heeft maar openbloeit: ruimer, breder, dieper, hartstochtelijker dan ooit. Van welke bekrompenheid wil ik los komen ? Hugo Dierick,Rosier
ZESENTWINGTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR Lc.16,19-31: De arme Lazarus en de rijke. In de naam Lazarus zit het werkwoord helpen(lazor). Lazarus vroeg om geholpen te worden. Hij had honger. De rijke ,wiens naam niet vermeld werd, reageert niet. De rijke heeft in zijn rijkemansleven wellicht nooit iets gevraagd. Als zijn leven voorbij is en in de miserie zit , vraagt hij (voor de eertse keer ?)om hulp. Eerst vraagt hij iets voor zichzelf en daarna vraagt hij iets voor zijn broers. Daarmee wordt duidelijk dat als je de tijd laat voorbijgaan om zelf hulp te vragen, je niet meer in staat bent om zelf te helpen. Wat je alleen maar gedacht hebt, bestaat niet. Wat je hebt uitgesproken en toevertrouwd wordt realiteit. Hoe lang is het geleden dat ik nog iets gevraagd heb. Hugo Dierick,Rosier.
VIJFENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR Lc16,1-13 Vers 13 b: 'Je kunt niet God dienen en de mammon.' De mammon is de geldmaniak.De geldmaniak staat niet meer tegenover bezit. Wie bezeten is door hebben heeft nog maar één belangstelling : Hoe kan ik behouden wat ik heb en bovendien nog vermeerderen wat ik heb ? Dan blijft er geen tijd meer over om met de Liefde bezig te zijn. Angst neemt de plaats in van vrijheid. En het echte genieten kun je vergeten want je bent eenzaam bezig. Weet ik dat alleen maar of beleef ik dat ook? Wat doe ik daar dan mee?
Vierentwingtigste Zondag door het jaar. Lucas15,1-32 Vers 20: 'Zijn vader zag hem al in de verte aankomen.' In dit vers vertelt Jezus precies wat zo eigen is aan die liefde van zijn Vader nml. puur VERLANGEN om te beminnen. Want in Jezus'taal klinkt het woord vader als abba wat letterlijk betekent : langen, zich uitstrekken naar, ver-langen, omarmen... Hij is altijd op uitkijk, niets anders dan verlangen om te beminnen. Jezus'God is dus geen monoliet op afstand maar altijd een onderweg , uit op contact. God is liefdesgemeenschap. Liefhebben is voor Jezus'vader geen plicht maar verlangen. Hoe beleven wij ons liefhebben? Plicht of verlangen? Hugo Dierick,Rosier
DRIEËNTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR. Lucas 14,25-33 vers 27: ' Als iemand zijn kruis niet draagt en Mij volgt, kan hij mijn leerling niet zijn.' Waarom lezen we niet: Wie aan het kruispunt Mij niet volgt is mijn leerling niet. Het is de evidentie zelf dat je pas echt weet of iemand een ander volgt tenzij op het kruispunt der wegen. Die stijl van spreken is zo eigen aan Jezus 'taal dat die versie oorspronkelijker klinkt dan de vertaling. Jezus'leerling word je door Hem echt te volgen. Begin er maar eens op het kruispunt van je weg waarom deze week niet ?
TWEEËNTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR. Lc.14,1. 7-14. Vers 11: 'Want al wie zichzelf verheft zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert zal verheven worden. ' Zichzelf vernederen is niet het juiste woord dat hier oorspronkelijk bedoeld is. Iemand vernederen of zichzelf vernederen is niet Jezus'taal. Wie zichzelf klein maakt ,zal groot gemaakt worden. Daar kunnen wij deze week iets mee doen. Wie zich klein maakt bij een ander ontmoet veel vlugger die ander, want iedereen erkent in het klein-zijn van de ander zijn eigen kleinheid en dan ontstaat er een oprechter contact. Alleen je eigen ervaring hierbij zal aantonen of deze evangelische duiding correct is. Hugo Dierick, Rosier.
EENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR Luc. 13,22-3O Vers 29:' Zij zullen komen uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden en aanzitten in het Koninkrijk Gods.' Daarvoor bidden wij precies als we het Onze Vader bidden: Uw Rijk kome of beter nog Uw Rijk zal komen. Met andere woorden: Het zal sowieso gebeuren dat mensen van gelijk welke windstreek elkaar zullen vinden in die nieuwe mentaliteit van die 'Vader' die niets anders is dan puur verlangen om allen te omarmen. Zoals de zon niets anders is dan zon, puur zon dus zo is die God van dat Koninkrijk niets anders dan pure uitreiking naar mensen zonder onderscheid. Ook al zijn wij daar zelf niet mee bezig, dat Koninkrijk zal er komen. Het bidden van het Onze Vader helpt ons niet daarbij. Alleen helpt het bidden van dat Onze Vader ons bewust te worden van die open mentaliteit bij die God van Jezus van Nazaret. Hugo Dierick, Rosier.
TENHEMELOPNEMING VAN MARIA Luc.1,39-56 Vers 46: Maria sprak: 'Mijn hart prijst groot de Heer.' In dit vertaalde vers - hoe mooi die vertaling ook klinkt- heeft het vertaalengeltje de oorspronkelijke betekenis helemaal omgekeerd. De naam Maria sprak Jezus uit als Myriam en betekent ' De Verhevene' . Logisch toch dat de aanhef van dit magnificat (groot maken) alsvolgt staat opgeschreven : ' En Myriam (DE Verhevene) sprak : De Heer heeft mijn 'ziel' opgeheven, verheven' Dit is ook echt bijbels want het is altijd God die handelt. Wij moeten dit alleen toelaten en laten gebeuren. Laten wij het toe dat God ons ophemelt, groot maakt, verheft? Wat houdt ons tegen ? Welke balast ? Hugo Dierick, Rosier.
NEGENTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR Lc. 12,32-48 Vers: 34: ' WAAR UW SCHAT IS DAAR IS OOK UW HART.' Letterlijk( rechtstreeks vanuit de oorspronkelijke openbaringstaal naar onze taal omgezet ) : Want de plaats waar uw schat is daar zal eveneens uw bewustzijn zijn, uw besef, uw bezorgdheid, uw geheugen zodat je dat blijft herinneren. Hart staat in Jezus'taal niet zozeer voor gevoelens zoals in onze cultuur maar voor weten, herinneren . Onze ingewanden daarentegen zijn in feite ons gevoelscentrum. Met de rijkdom van ons leven ( de schat van ons leven, het waardevolle, het diepere, het echte) komen wij dus contact dankzij ons geheugen ( ons bewustzijn). Het geheugen maakt ons dus bewust van onze rijkdom (schat), gevoelens echter zijn altijd gebonden aan een bepaald moment. Zij kunnen evenwel via ons geheugen terug in herinnering worden gebracht en terug beleefd worden anders verdwijnen zij samen met dat moment waaruit ze ontstaan zijn. Ben ik vaak, geregeld, dagelijks in contact met mijn geheugen om te beseffen welk schat ik in mij draag ? Hugo Dierick, Rosier.
ACHTTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR. Lc12,13-21. Vers 21: ' Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.' Wat je niet geeft, bezit je nooit. Dat is de ervaring in het Rijk Gods. Als we wat ons nu doet leven en gelukkig maakt niet doorgeven aan anderen kunnen we zo niet verder leven. Hugo Dierick,Rosier.