Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

akke.beakke.be

Archief

toponiemen

Hoofdstuk X. Onderwijs

A. Algemeen

1049-1051. Omzendbrieven van het Ministerie van onderwijs,

1049. 1942-1943.

1050. 1960-1966.

1051. 1966-1969.

1052. Stukken betreffende het lager onderwijs, 1910-1976. 1 omslag

1053. Stukken betreffende aanneming en heraanneming van scholen, 1920-1954. 1 omslag

1054. Reglement van de lagere school, 1922 . 1 stuk

N.B. Model; 3 exemplaren; N.B. Ontbreekt! Zie RA Kortrijk, Kaarten en plattegronden, 688.

1055. Stukken betreffende herziening van het schoolreglement, 1958. 1 omslag

1056. Lijst van leerplichtige kinderen, 1966-1970. 4 Reg.

1057. Stukken betreffende fonds van de meestbegaafden, 1949-1953. 1 omslag

1058. Stukken betreffende aanvragen voor het verkrijgen van studiebeurzen, 1957-1962. 1 omslag

1059. Stukken betreffende Vakantiedagen, 1960-1965. 1 omslag

1060. Stukken betreffende levering van chocolade aan de school, 1941. 1 omslag

1061. Stukken betreffende verzekering tegen schoolongevallen, 1946-1947, 1973. 1 omslag

1062. Stukken betreffende de plannen van onderwijsminister L. Collard, 1955. 1 omslag

N.B. Notie tegen deze plannen.

1063. Stukken betreffende dienst voor voorlichting bij beroepskeuze, 1947-1953. 1 omslag

B. Personeel

1064-1065. Stukken betreffende het personeel, 1935-1976. 2 omslagen

1064. 1935-1955.

1065. 1955-1976.

1066. Stukken betreffende interim-leerkrachten, 1957-1971. 1 omslag

1067. Stukken betreffende op pensioenstelling van leerkrachten, 1912-1948. 1 omslag

1068. Stukken betreffende weddeberekeningen van waarnemende onderwijzers, 1933-1956. 1 omslag

1069. Stukken betreffende weddebijslagen, 1955-1962. 1 omslag

1070. Stukken betreffende loonstroken, 1940-1964. 1 omslag

1071. Stukken betreffende vergoedingen, 1940-1964. 1 omslag

1072. Briefwisseling omtrent de betaling van het aandeel in de kosten veroorzaakt door ziekte van leerkrachten, 1940. 1 omslag

1073. Stukken betreffende Maatschappelijke Zekerheid, 1969-1972. 1 omslag

Reageer op dit bericht

toponiemen

B. Landbouw, tuinbouw, bosbouw

1021. Briefwisseling betreffende de landbouw, 1949-1965. 1 omslag

1022. Stukken betreffende landbouwtelling, 1929. 1 omslag

1023-1024. Stukken betreffende landbouwtellingen, 1934-1941. 2 omslagen

1023. 1934-1939.

1024. 1940-1941.

1025. Lijst betreffende land- en tuinbouwtelling, 1943. 1 stuk

1026. Stukken betreffende landbouwtelling, 1950. 1 omslag

N.B. Exploitantfiches.

1027-1028. Stukken betreffende Land- en tuinbouwtelling, 1955-1960. 2 omslagen

1027. 1955.

1028. 1958-1960.

1029-1030. Stukken betreffende tellingen van de winterbezaaiingen en het vee, 1948-1959. 2 omslagen

1029. 1948-1949.

1030. 1959.

1031. Stukken betreffende aanstelling van tellers, 1942 en 1949. 1 omslag

1032. Stukken betreffende toelagen aan landbouwers, 1956-1972. 1 omslag

1033. Stukken betreffende toelagen aan vlastelers, 1960-1972. 1 omslag

1034. Stukken betreffende tabaksteelt, 1941-1950. 1 omslag

1035. Lijst van producenten en van niet-eetbare tuinbouwproducten, 1962. 2 stukken

1036. Stukken betreffende bestrijding van de aardappelwratziekte en de coloradokever, 1938-1948. 1 omslag

1037. Stukken betreffende bomen en bossen, 1940-1942. 1 omslag

C. Dieren

1038-1039. Stukken betreffende telling en keuring van geitenbokken, 1934-1968. 2 omslagen

1038. 1934-1955.

1039. 1956-1968.

1040. Stukken betreffende keuring van runderen, 1934-1956. 1 omslag

1041. Stukken betreffende keuring van beren, 1949-1959. 1 omslag

1042. Stukken betreffende prijskampen voor paarden, 1934-1936. 3 Stukken.

1043. Briefwisseling betreffende toelagen voor hoornveeprijskampen, 1949-1950. 1 omslag

1044. Stukken betreffende dierenziekten, 1956-1965. 1 omslag

1045. Stukken betreffende mond- en klauwzeer, 1939-1962. 1 omslag

1046. Stukken betreffende hondsdolheid, 1937. 2 stukken

1047. Stukken betreffende rattenverdelging, 1967 en 1972. 1 omslag

1048. Stukken betreffende mussenverdelging, 1941-1942. 1 omslag

Reageer op dit bericht

st-Antonius

Antonius, oud en grijs, voelt zijn einde naderen. Voor een laatste maal wil hij al zijn kloosters en alle discipelen nog eens bezoeken voor een laatste aanmoediging en om zijn aanstaande dood te voorspellen. Hij strompelde, schragend op zijn stok van klooster naar klooster om afscheid te nemen.

Hij keerde terug naar zijn cel, en vroeg uitdrukkelijk aan zijn naaste medewerkers, Macarius en Amathas, om hem na zijn dood op een geheime plaats te begraven en het als een geheim mee te nemen in hun graf. Hij wilde niet gebalsemd worden, want dat was een heidens gebruik.

De schrijver vervolgd met zijn laatste woorden in de vorm van een spreuk: “ Ik vrees de dood niet, want ik vrees God niet omdat ik hem bemin. De liefde tot Hem werpt alle vrees buiten” (32ste spreuk)

Op 17 januari 356 stierf Antonius vredig in de armen van zijn twee medebroeders. Hij had de gezegende leeftijd van 105 jaar bereikt. In alle discretie werd het dode lichaam in de woestijn begraven.

Grootse dingen heeft hij echter nooit gedaan, aldus de schrijver, en toch wordt hij “Antonius de Grote genoemd. Hij was wel een wijs en beminnelijk man, een nederige monnik. Gedurende zijn leven is hij veel beproefd geworden maar dank zij zijn sterke wil kon hij alle duivelse hinderlagen ontwijken. Antonius is geen verzonnen persoon maar een historische figuur van uitzonderlijke grootheid op geestelijk gebied. Een Heilige! Hij heeft gezocht en heeft gevonden “De weg naar de stilte” God is niet te vinden in de drukte! Dat is zijn boodschap!

Twee eeuwen na zijn dood, in 561, werd de geheime begraafplaats van de H.Antonius toch ontdekt. Met grote plechtigheid werd zijn gebeente overgebracht naar de basiliek van de bisschoppelijke stad Alexandrië. Maar in 638 werd Egypte veroverd door heidens Muzelmannen: de Saracenen. Uit vrees voor ontheiliging vluchtte men met het lichaam naar Constantinopel. In 980 kon de Frans baron Jocelin de Châteauneuf( zijn afbeelding vind men terug in een galsraam in de abdijkerk Isère.) bekomen van Keizer Constantinus van Constantinopel dat het gebeente van Antonius overgevaren werd van Vienne in Dauphiné aan de Isère, ten zuiden van Lyon. Nog later werden de stoffelijke resten overgebracht naar de priorij van Motte Saint Didier. Sindsdien heet deze plaats Saint-Antoine.

In een sarcofaag rust het stoffelijk van St-Antonius in de abdij van St-Antoine, Isère.

Deze priorij werd het hoofd klooster van de “Orde Van de Heilige Antonius”

Tussen le Vercors en les Chambarands, op enkele kilometer van de Vallei de l’Isère en de route de Grenoble à Valence, te midden de zachte valleien, draaien en kerend, omringd door het oude dorp, vind je de gebouwen van de abdij en de basiliek, een van de oudste kerken van Antonius van zuidwest.

De relikwieën van St-Antonius werden in kleine fragmenten wijd en zijd verdeeld. Een groot deel bevind zich in de abdij van Montmajour bij Arles. De verering begon al zeer vroeg na zijn dood. Al vlug werden de grenzen van Egypte overschreden en breidden zij zich uit van Palestina tot Rome en van Spanje tot Gallië. De verering kende een ware explosie met het optreden van de Antonieten. (Daar komen we dan op terug.) Tussen de 11de en de 15de eeuw zijn door zijn voor spraak heel wat miraculeuze genezingen gebeurd te Saint-Antoine en te Montajour.

Halverwege de Middeleeuwen brak een besmettelijk ziekte uit: “de roos of het “heilig vuur” ook genoemd het “antoniusvuur” De symptomen zijn hevige pijnen alsof een vuur u opbrand.

De huid verschrompeld en krijgt de vorm van donkerrode moerbeziën. Ledematen verrotten, drogen uit en vallen ten slotte af. Als men deze tijdig amputeert volgt gewoonlijk de genezing.

Deze ziekte veroorzaakte verschrikkelijke verwoesting in verschillende provincies in Frankrijk. Om deze vreselijke gesel af te weren stelde men openbare gebeden en processies in. Heel Frankrijk smeekte om bescherming van St-Antonius. De bevolking heeft nooit te vergeefs haar vertrouwen gesteld op de dienaar Gods. Hij kreeg dan overal een uitbundige verering.

Reageer op dit bericht

toponiemen

G. Vervoer

997. Stukken betreffende de buurtspoorwegen, 1891-1902. 1 omslag

N.B. Met plannen.

998-999. Stukken betreffende de N.M.V.B., 1946-1972. 2 omslagen

998. 1946-1955.

999. 1956-1972.

1000. Stukken betreffende autobusdiensten, 1930-1939. 1 omslag

1001. Stukken betreffende elektrificatie van de buurtspoorweg lijn Kortrijk-Moeskroen, 1932-1944. 1 omslag

1002-1003. Stukken betreffende vrijkaarten voor de N.M.V.B., 1943-1974. 2 omslagen

1002. 1943-1954.

1003. 1971-1974.

N.B. Vervallen annuïteitentitels.

1004. Omzendbrieven van de Nationale Federatie van Autobus- en Autocaruitbaters, 1951-1952. 1 omslag

1005. Stukken betreffende schuilhuisjes, 1970-1975. 1 omslag

N.B. Met plan.

H. Posterijen

1006. Stukken betreffende de posterijen, 1950-1968. 1 omslag

Hoofdstuk IX. Economische activiteiten

A. Handel, nijverheid

 1007-1009. Stukken betreffende onderrichtingen over handels- en nijverheidstelling,1930-1947. 3 omslagen

1007. 1930.

1008. 1941.

1009. 1947.

1010. Stukken betreffende telling van industriële bedrijven, 1948-1968. 1 omslag

1011. Stukken betreffende Leiedal, 1961-1964. 1 omslag

1012. Omzendbrieven van Hoofdgroeperingen Ambachtswezen, 1943-1944. 1 omslag

1013. Lijst van landbouwers, handelaars en ambachtslui, s.d. 1 stuk

1014. Briefwisseling betreffende activiteitsattesten, 1962-1964. 4 Stukken.

1015. Stukken betreffende leurhandel, 1940-1941. 1 omslag

N.B. Onderrichtingen.

1016. Stukken betreffende aanvraag van een leurkaart, 1962. 2 stukken

1017. Stukken betreffende herbergiers, 1946-1952. 1 omslag

1018. Stukken betreffende wekelijkse rustdag, 1961-1967. 1 omslag

1019. Stukken betreffende ijking van maten en gewichten, 1927-1969. 1 omslag

1020. Stukken betreffende Orde van de Architecten van West-Vlaanderen, 1964. 1 omslag

Reageer op dit bericht

St-Antonius

Paulus de eenvoudige: was de naamdat H. Hiëronimus later zou geven aan deze heilige.

De eerste christenvervolging brak uit in 243 in de streek van Thebe. Paulus, welke in 228 werd geboren was toen 15 jaar en vluchtte in de woestijn en ging er voor de rest van zijn leven wonen. Hij verbleef in deze afzondering gedurende ongeveer 100 jaar

De Heilige Paulus van Thebe, de eerste eremiet of heremiet, kluizenaar, anachoreet, iemand die in afzondering leeft in een kluis, kluisenarij of hermitage, buiten de bewoonde wereld wonen, ook nog woestijnvaders genoemd, Christelijke monniken.

Op wonderbare wijze bracht een raaf hem dagelijks een half brood. Antonius is hem een paar keer gaan bezoeken? Hij moest telkens smeken om binnen gelaten te worden in de cel van Paulus. Na de begroeting en een onderhouden gesprek bracht die zelfde raaf nu een heel brood. De eremiet stierf in 324, terwijl onze Antonius bij hem was. Paulus had indertijd een prachtige mantel ontvangen van bisschop Athanasius, en Paulus had vroeger de wens uitgedrukt om daarin begraven te worden. Antonius wikkelde hem er in.

Antonius, vond volgens de legende geen gereedschap om een kuil te graven, en er kwamen twee leeuwen uit de wildernis om het zand weg te graven. Toen de put voldoende groot en diep genoeg was, werd Paulus er in begraven. Zijn naamfeest wordt op 15 januari gevierd.

Het onderkleed welke Paulus, voor zichzelf had geweven uit palmbladeren, bewaarde Antonius als aandenken. Enkel op hoogdagen trok hij het kleed aan als piëteitsvol, liefdevolle gedachtenis jegens de overleden vriend.

De grote ketter en priester Arius(256-325) loochende de eenheid van Christus met God de Vader. Hij en zijn leer, het Arianisme, werd veroordeeld in het jaar 325 door het concilie van Nicea of Nikaua, stad in klein-Azië.

De bisschop van Alexandrië verzocht in het jaar 355, Antonius om in de stad te prediken om door zijn invloed de ketters te bestrijden en in te dijken. In kerken en zelfs langs de straten predikte hij de ware leer. Het volk wilde de man Gods zien, naar hem komen luisteren, of zijn kleed kunnen aanraken. Hij straalde warmte en genegenheid uit. Veel sekteleden lieten zich bekeren en stilaan verdween deze dwaalleer.

Daarop poogde aldus onze schrijver; de landvoogd de invloedrijke Antonius met allerlei beloften in Alexandrië houden, doch met een van zijn spreuken antwoordde hij,” Een monnik is gelijk een vis. De vis sterft uit het water. Een monnik gedijt niet als hij de eenzaamheid verlaat.”

Tijdens zijn verblijf verrichte Antonius verschillend wonderen: onder andere genas hij zieken, kreupelen, gebrekkige en deed duivelbezwering. Hij was beroemd en een vermaard man geworden, maar hij ontvluchte alle eer door te verklaren dat niet hij, maar wel Christus de genezingen en de duiveluitdrijvingen bewerkt.

Reageer op dit bericht

toponiemen

E. Elektriciteit, openbare verlichting, gas

 

983. Stukken betreffende elektriciteit, 1911-1955. 1 omslag

N.B. Met plannen.

984-985. Stukken betreffende Interwest, 1951-1965. 2 omslagen

984. 1951-1965.

985. 1959-1965.

986. Statuten van Gaselwest, 1975-1976. 1 omslag

N.B. Documentatie.

987. Stukken betreffende elektrische hoogspanningslijn Kortrijk-Moeskroen, 1963-1965. 1 omslag

N.B. Met plannen.

988. Stukken betreffende verplaatsen van elektriciteitspalen in de Kerkstraat, 1966. 3 stukken

989. Stukken betreffende bouw van een transformatorhuisje, 1949. 1 omslag

N.B. Met plan.

990. Stukken betreffende elektriciteits- en gasnet in verkavelingen, 1971-1976. 1 omslag

991-992. Stukken betreffende openbare verlichting, 1944-1976. 2 omslagen

991. 1944-1968.

N.B. Met plannen.

992. 1944-1976.

N.B. Met plannen.

F. R.T.T. en kabeltelevisie

993. Stukken betreffende de R.T.T., 1925-1955. 1 omslag

N.B. Met plan.

994. Stukken betreffende aanleg en uitbreiding van het telefoonnet, 1956-1969. 1 omslag

N.B. Met plannen.

995. Stukken betreffende uitbreidingen voor het telefoonnet en oprichting van telefooncellen, 1970-1976. 1 omslag

996. Stukken betreffende kabeltelevisie, 1975-1976. 1 omslag

N.b. programma’s; gunsttarieven.

Reageer op dit bericht

toponiemen

 C. Kerkhof

 

966. Stuk betreffende prijsberekening voor het plaatsen van een ijzeren afsluiting rond het kerkhof, 1950. 1 stuk

967. Stukken betreffende onderhoud, reglementering en lijst van kerkhofvergunningen, 1962-1966. 1 omslag

968. Stukken betreffende afschaffing van het kerkhof rond de kerk, 1962-1969. 1 omslag

969. Stukken betreffende aanleg van een nieuw gemeentelijk kerkhof, 1963-1970. 1 omslag

N.B. Met plannen.

970. Stukken betreffende aanleg van een nieuw gemeentelijk kerkhof, 1963-1964. 1 omslag

 

D. Riolering, waterleiding, waterlopen

N.B. Voor rioleringswerken zie wegenis.

971. Briefwisseling betreffende het rioolnet, 1965. 1 omslag

972. Stukken betreffende algemeen rioleringsplan, 1971. 2 stukken

N.B. Met plan.

973. Briefwisseling betreffende de waterleiding, 1941. 4 stukken

974. Stukken betreffende de waterleiding, 1963-1976. 1 omslag

N.B. Met plannen.

975. Stukken betreffende onbevaarbare waterlopen, 1882. 1 omslag

N.B. Met plannen; ontbreekt! Zie RA Kortrijk, Kaarten en plattegronden, 687.

976-977. Stukken betreffende onbevaarbare waterlopen, 1877-1971. 2 omslagen

976. 1877-1883.

977. 1951-1971.

978. Stukken betreffende werken aan beken en sloten, 1939-1949. 1 omslag

N.B. Loonstaten.

979. Stukken betreffende onderhoudswerken aan onbevaarbare waterlopen, 1955-1977. 1 omslag

N.B. Met plannen.

980. Tabel van de niet-bevaarbare noch vlotbare waterlopen, 1877.   1 deel

981. Rollen van de verdeling van de uitgaven voor onderhouds- en herstellingswerken aan waterlopen, 1898-1899, 1905, 1911, 1921. 5 delen

982. Omzendbrieven betreffende de sanering van het Gavergebied, 1962-1964. 1 omslag

1 reactie Reageer op dit bericht

St-Antonius

In 311, slechts 6 jaar nadat Antonius de eenzaamheid vaarwel had gezegd om zich aan zijn volgelingen te wijden barste de kerkvervolging los in Alexandrië. Tijdens de regering van de Romeinse keizer Maximinius, de Romeinse soldaten hielden een klopjacht op de christen.

Uit het werk van Vermeulen zien we dat het tijdens de kerkvervolging van Diocletiaan was.

Sinds 286 was er een samenwerking tussen Maximius en Diocletiaan. Uit die samen werking groeide wat door de Christenen: “ Het tijdperk van de martelaren” geheten werd.(303-311)

Het Thebaans-Romeinse legioen bestaande uit Koptische soldaten, weigerde deel te nemen aan de vervolging van hun christelijke landgenoten. Op bevel van de keizer werden deze diensweigeraars allemaal uitgeroeid. Het Romeinse leger zette hun vervolgingswaanzin alleen verder. Onbevreesd, getooid in zijn monnikenkleed trok Antonius er zijn broeders bezoeken die gevangen zaten of veroordeeld tot arbeid in de mijnen en niemand durfde het aan hem kwaad te doen of te hinderen. Hij toonde aan iedereen zijn vurigheid voor het christelijk geloof. Het martelarenschap zat er niet in voor hem.

Petrus, de patriarch van Alexandrië, was de laatste die stierf als martelaar op 24 november 311.

Het jaar daarop was de kerkvervolging, gestopt en keerde onze Heilige terug naar zijn kloostergemeenschap. Eenmaal nog keerde hij terug naar Alexandrië, in 351 om de H. Athanasius bij te staan in de strijd tegen de Arianen, die al veroordeeld waren door het concilie van Nicea in 325. De H. Athanasius (295-373) sedert 328 bisschop van Alexandrië, kwam soms op bezoek bij de kluizenaars. Hij was ten zeerste verwonderd over de levenswijze van de heilige mannen, over hun ascetisch leven van strenge vroomheid.

Wanneer Antonius de streek verliet was het om “buitenkloosters te stichten:” Zo ontstonden nieuwe nederzettingen in Arsinoë, Babylonië in Aphrodita. Het getal kluizenaars in die kloosters groeide steeds aan en bereikte op zeker ogenblik enkele duizenden. Ze baden, vasten, lazen de Bijbel waakten zongen psalmen, en woonden in afzondering in rotsspleten in navolging van hun vader Antonius.

En zo besloot Antonius op zeker dag meer naar het zuiden te trekken, dieper de woestijn in.

Aan de over van de Nijl wachtte hij op een schip dat hem zuidwaarts zou brengen. Terwijl hij daar stond kwam een karvaan met Arabische kooplieden voorbij en deze trokken oostwaarts richting dode zee, en hij sloot zich daarbij aan. Aan den berg Colzinus gekomen op zo’n 25 km van de Rode zee stapte hij van zijn kameel en zocht een geschikte plek om er te verblijven. Ook hier ging hij zich verstoppen om door niemand lastig gevallen te worden, doch na korte tijd vonden zijn discipelen hem opnieuw daar ze wisten dat hij allen spleten en spelonken opzocht. Ze bezorgen hem brood, olijven, bonen en olijfolie. Hij wilde hen niet tot last zijn en vroeg om hem een spade, een bijl en allerlei zaden. Nu kon hij spitten en zaaien en de oogst bracht genoeg op om voor zich zelf te zorgen. Zo was hij niemand tot last.

Doch de dieren kwamen regelmatig zijn groetentuin vertrappelen, en zo verteld de legende: “ Antonius sprak tot de dieren:” Ik heb jullie geen schade berokken. Ga heen en kom hier nooit meer terug!” En ze bleven weg. “Gehoorzaamheid en onthouding temmen wilde dieren!”Dit is een van zijn spreuken. Hij deed ook aan handenarbeid, zoals manden en matten vlechten.

Hij bezocht ook zijn kloosters, en overal werd hij met eerbied en ontzag ontvangen. Bij gelegenheid bezocht hij zijn vergrijsde zuster welke intussen overste was geworden van een maagdenklooster. Zij was begiftigd met een grote wilskracht, was zachtmoedig, innemend en opgeruimd van aard, ruimdenkend en moedig. Wellicht moet ze uit het zelfde hout gesneden geweest zijn aldus onze schrijver.

Zijn leerlingen wilden dichter bij den ouder worden abt komen wonen, uiteindelijk kregen er twee de toestemming om hem regelmatig te komen bezoek op de berg Colzinus, deze heeft thans de naam de berg van den H.Antonius te Deir Mâr Antonius, waar nog steeds een klooster staat. De leerlingen bouwden dicht bij een klooster te Pisper aan de Nijl nu Dar-el-Memum.

1 reactie Reageer op dit bericht

toponiemen

VIII. Openbare werken

A. Stedebouw, B.P.A.’s

895. Stukken betreffende documentatie en onderichtingen over stedebouw en ruimtelijke ordening, 1970-1971. 1 omslag

896. Stukken betreffende gewestplan Kortrijk, 1970-1976. 1 omslag

N.B. Met plannen.

897. Stukken betreffende B.P.A. nummer 1. "Centrum", 1957-1966. 1 omslag

N.B. Met plannen.

898. Stukken betreffende aankopen en onteigeningen van gronden voor de verwezenlijking van B.P.A. nummer 1 “Centrum”, 1958-1965. 1 omslag

N.B. Met plannen.

899. Stukken betreffende aankopen en onteigeningen van huizen voor de verwezenlijking van B.P.A. nummer 1, 1960-1974. 1 omslag

N.B. Met plannen.

900. Stukken betreffende B.P.A. nummer 2, "Tramstatie", 1957-1974. 1 omslag

N.B. Met plannen.

Ontbreekt. Vastgesteld op 22-06-2011.

901. Stukken betreffende wijzigingen B.P.A. nummer 2, 1957-1972. 1 omslag

N.B. Met plannen.

902. Stukken betreffende aankoop van onroerende goederen voor de verwezenlijking van B.P.A. nummer 2 , 1963-1966. 1 omslag

N.B. Met plannen.

903. Stukken betreffende aankoop van onroerende goederen voor de verwezenlijking van B.P.A. nummer 2, 1973-1975. 1 omslag

N.B. Met plannen.

B. Wegenis

904. Omzendbrieven betreffende wegeniswerken, 1956-1966. 1 omslag

905. Briefwisseling betreffende wegeniswerken, 1937-1952. 1 omslag

906. Briefwisseling betreffende wegeniswerken, 1957-1965. 1 omslag

N.B. Klachten, processen-verbaal.

907. Stukken betreffende de toestand van de wegen, 1948-1976. 1 omslag

908. Akten van verkoop van grond aan de gemeente voor de aanleg van de steenweg Moorsele-Rollegem, 1867-1970. 11 delen

909. Stukken betreffende wegeniswerken, 1904-1914. 1 omslag

N.B. Met plannen.

910. Stukken betreffende aankoop van grond voor de verbreding van de buurtweg nummer 2 , Tombroekstraat, 1934-1935. 1 omslag

911. Stukken betreffende verbeteringswerken aan de wegen nummers 2, 4, 1935-1939. 1 omslag

N.B. Met plan.

912. Stukken betreffende verbeteringswerken aan de scheidingsweg nummer 7/5 tussen Marke en Rollegem, 1936-1938. 1 omslag

N.B. Met plannen.

913. Stukken betreffende riolerings- en wegeniswerken aan de wegen van groot verkeer naar Aalbeke, nummer 147, naar Kortrijk en naar Tombroek, nummer 150, aan de wegen nummers 3, 21, 1938-1959. 1 omslag

N.B. Met plannen.

914. Stukken betreffende asfalteren van de weg nummer 6, Munkendoornstraat, 1951-1960. 1 omslag

N.B. Met plannen.

915. Stukken betreffende onteigeningen voor het verbreden en rechttrekken van de Kerkstraat, 1952-1960. 1 omslag

N.B. Met plannen van rooilijnen.

916. Stukken betreffende verbeteringswerken aan de buurtwegen, gemeenzaam met Kortrijk, Elleboogstraat en Rollegemsesteenweg, 1953-1956. 1 omslag

N.B. Met plan.

917. Stukken betreffende asfaltering van de weg nummer 4, gemeenschappelijk met Luingne, 1953-1954. 1 omslag

918. Stukken betreffende betonverharding voor de wegen nummers 6, 10, gemeenschappelijk met Dottignies, 1953-1957. 1 omslag

N.B. Met plannen.

919. Stukken betreffende riolerings- en wegeniswerken aan de weg nummer 3, genaamd Kerkstraat en Oude Aalbekestraat, 1955-1963. 1 omslag

N.B. Met plannen.

920. Stukken betreffende verbeteringswerken in de buurtwegen nummers 4, 8, 20, genaamd Moeskroensestraat, 1955-4963. 1 omslag

N.B. Met plannen.

921. Stukken betreffende de buurtweg nummer 4, genaamd Moeskroensestraat, 1957-1958. 1 omslag

N.B. Met plannen voor onteigening en rooilijnen.

922. Stukken betreffende de buurtweg nummer 15, Bellegemsestraat, voetweg nummer 27, Sint-Cornelisweg, 1957-1960. 1 omslag

N.B. Met plannen voor onteigening en rooilijnen.

923. Stukken betreffende verbeteringswerken aan de weg 7/5, genaamd Lampestraat, 1957-1959. 1 omslag

924. Stukken betreffende verbeteringswerken aan de buurtweg nummer 10, genaamd Knokstraat, 1957. 1 omslag

925. Stukken betreffende verbeteringswerken aan de buurtweg nummer 15 en aan voetweg nummer 27, 1957-1961. 1 omslag

N.B. Met plannen; aanleg van een nieuwe weg tussen de buurtwegen van groot verkeer nummer 147 en nummer 150.

926-928. Stukken betreffende verbeteringswerken aan de buurtweg van groot verkeer, nummer 150, Kortrijksestraat, 1958-1974. 3 omslagen

926. 1958-1962.

N.B. Met plannen.

927. 1965-1967.

N.B. Met plannen.

928. 1964-1974.

N.B. Met plannen.

929. Stukken betreffende verbeteringswerken aan de buurtweg nummer 10, Knokstraat, 1959-1967. 1 omslag

N.B. Met plan.

930. Stukken betreffende verbeteringswerken aan de buurtweg nummer 13, 1959-1960. 1 omslag

N.B. Met plannen.

931. Stukken betreffende
verbeteringswerken aan de buurtwegen nummers 11, 12 en 14, 1959-1961. 1 omslag

932. Stukken betreffende verbeteringswerken aan landbouwwegen nummers 7 en 16, 1939-1961. 1 omslag

933. Stukken betreffende verbeteringswerken aan de wegen nummers 26, 30, 34, 36, 39, 41, 42 en 43, 1959-1960. 1 omslag

N.B. Met plan.

934. Stukken betreffende verbeteringswerken aan buurtweg van groot verkeer nummer 150 en aanleg van een nieuwe weg naar Moeskroen, 1959-1962. 1 omslag

N.B. Met plan.

935. Stukken betreffende onteigeningen voor verbeteringswerken aan buurtweg nummer 15 en voetweg nummer 27, 1960-1961. 1 omslag

936. Stukken betreffende verbeteringswerken en onteigeningsplan van de weg van groot verkeer nummer 150, Kortrijksestraat, 1961-1967. 1 omslag

N.B. Met plan voor onteigeningen en rooilijnen.

937. Stukken betreffende buurtweg van groot verkeer nummer 156, “Kwabrugstraat”, 1962-1964. 1 omslag

N.B. Met plan voor rooilijnen.

938. Stukken betreffende aanleg van de autosnelweg Brussel-Kortrijk A 9, 1962-1969. 1 omslag

N.B. Met plannen.

939. Stukken betreffende aanleg van de rijksweg Kortrijk-Roubaix nummer 903, 1963-1976. 1 omslag

N.B. Met plannen.

940. Stukken betreffende buurtweg nummer 3, Oude Aalbeeksestraat en Marksestraat, 1963-1965. 1 omslag

N.B. Met plannen rooilijnen.

941. Stukken betreffende verbeteringswerken aan de landbouwwegen nummers 5 en 20, 1963-1971. 1 omslag

N.B. Met plannen.

942. Stukken betreffende wegenis- en rioleringswerken in de wijk Oude Aalbekestraat en voetweg nummer 34, “Kerkstraat”, 1964-1967. 1 omslag

N.B. Met plannen.

943. Stukken betreffende verbeteringswerken aan de landbouwwegen nummers13, 14 en 15, 1965-1970. 1 omslag

N.B. Met plannen.

944. Stukken betreffende de buurtweg nummer 6 Munkendoornstraat, 1965-1968. 1 omslag

N.B. Met plan met rooilijnen; onteigeningen.

945. Stukken betreffende verwerving van gronden voor de aanleg van een nieuwe straat, uitmondend in de Groene Dreef en voor de verbreding van de Kortrijksestraat en de Groene Dreef,

1965. 1 omslag

N.B. Met plannen.

946. Stukken betreffende aankoop van gronden ter verwezenlijking van het rooilijn- en onteigeningsplan voor de buurtweg nummer 34, Kerkstraat, 1966. 1 omslag

N.B. Met plan.

947. Stukken betreffende verbeteringswerken aan de landbouwwegen nummers 3 en 7, 1967-1973. 1 omslag

N.B. Met plannen.

948. Stukken betreffende wegenis- en rioleringswerken aan de Kerk- en Schreiboomstraat, 1970. 1 omslag

N.B. Met plannen.

949. Stukken betreffende wegenis- en rioleringswerken aan de buurtweg van groot verkeer, nummer 156, Moeskroensestraat, 1971-1976. 1 omslag

950. Stukken betreffende wegenis- en rioleringswerken aan een deel van de buurtweg nummer 150, gemeenschappelijk met Luingne, 1971-1976. 1 omslag

951. Stukken betreffende aanleg nieuwe rijksweg Deerlijk-Moeskroen, 1971. 1 omslag

N.B. Met plan.

952. Stukken betreffende wegenis- en rioleringswerken in de wijk Tombroekstraat en Weimeersbeek, 1972-1973. 1 omslag

N.B. Met plannen; aanbesteding.

953. Stukken betreffende wegenis- en rioleringswerken in de wijk Tombroekstraat en Weimeersbeek, 1972-1976. 1 omslag

N.B. Met plannen; aanbesteding.

954. Stukken betreffende wegenis- en rioleringswerken aan de buurtweg van groot verkeer nummer 150, 1972-1976. 1 omslag

N.B. Met plannen.

955. Stukken betreffende verbeteringswerken aan de buurtweg van groot verkeer nummer 505, tussen de grens Bellegem en de buurtweg van groot verkeer nummer 147 te Rollegem, 1972. 1 omslag

956. Stukken betreffende aanleg autoweg A 17-A 71, Zeebrugge-Doornik, 1973-1976. 1 omslag

N.B. Met plannen.

957-958. Stukken betreffende onderhoudswerken aan wegen, 1919-1954. 2 omslagen

957. 1919-1940.

958. 1941-1954.

959. Stukken betreffende onderhouds- en besproeiingswerken aan landbouwwegen, 1964-1968. 1 omslag

N.B. Met plannen.

960. Stukken betreffende verlegging van voetwegen nummers 37 en 39, 1931-1933. 1 omslag

961. Stukken betreffende voetwegen, 1944-1961. 1 omslag

N.B. Met plannen.

962. Stukken betreffende verbeteringswerken aan het Marktplein, 1973-1977. 1 omslag

N.B. Met plannen.

963. Stukken betreffende aanleg van stoepen, 1953-1955. 1 omslag

964. Stukken betreffende opgave van de bestaande fietspaden, 1974. 2 stukken

965. Stukken betreffende aanleg en zorg voor beplantingen, 1971-1974. 1 omslag

N.B. Met plan.

Reageer op dit bericht

St-Antonius

Den Duivel, zou den spelbreker worden, hij was jaloers over deze volmaaktheid, hij zou alles in het werkstellen om Antonius ten onder te brengen.

De schrijver vervolgt:” Met listen en allerlei vleierijen, trachtte de duivel hem enkele aantrekkelijke drogredenen wijs te maken; hoeveel goede werken hij had kunnen doen met zijn grote rijkdom, En daarbij zou de vervelende eenzaamheid hem eindelijk fataal worden!”

De ene bekoring na de andere diende zich aan, maar Antonius verweer was onmiddellijk breken met alle aanlokkelijke voorstellen en gedachten. Naar mate Antonius groeide in innerlijke rust en vrede, hoe meer de duivel hem onrustig wilde maken.

Hij gebruikte alle middelen om Antonius ten val te brengen. Onder verschillende gedaanten verscheen hij: als zeemonster, huiveringwekende dieren, naakte vrouwen, griezelende wezens, vreemde gedrochten, kwelgeesten, angstaanjagende behaarde misvormende ondieren, lopende bokkenpoten, met klauwen spookverschrikkingen met stierkoppen, met reptielenstaarten met horens en veel solferen zwavel, kortom echt vreeswekkend. Doch Antonius hield stand, hij richtte zijn ogen ten hemel en bleef bidden tot de Heer.

Bij een aanval kreeg onzen Antonius zoveel stokslagen dat hij voor dood op de grond bleef liggen. Zij die hem vonden brachten hem tot bij een kapel, waar ze de ganse nacht bij hem bleven. ’s Morgens kwam hij terug tot het bewust zijn en hij vroeg hem terug te brengen naar zijn cel. Daar aangekomen riep hij tot de duivel: ”Ik Antonius, ben er weer! Ik deins voor u niet terug”Na die stoere taal bleef hij dubbel waakzaam door nog strenger te vasten, nederigheid en gebed.

Zijn dagelijkse maaltijd bestond uit wat weinig brood, wat zout en een paar dadels, hij dronk alleen water. Volgens Butler: Het schrale voedsel dat hij tot zich, en dit voor de rest van zijn dagen, was zes oncen, in water gedoopt brood, een beetje zout en van tijd tot tijd enkele dadels. Later, toen hij oud geworden was gebruikte hij van tijd tot tijd een beetje olie. Hij sliep weinig, verdubbelde zijn gebeden en regelmatig kastijdde hij zijn lichaam. Het ging zelfs zover dat hij ging wonen ineen oude graftombe. Nu ging den duivel tekeer met ijselijk getier, en hem te slaan en te verwonden. Toch Antonius gaf niet toe, en vertrouwde volledig op Gods hulp. God zou hem voortaan meer bijstaan en beloofde zelfs zijn naam “Antonius” vermaard te maken over gans de wereld. Van dan af liet de duivel hem meestal met rust.

Dat de bekoringen door heel wat kunstenaars werd op doek gezet is niet verwonderlijk, denken we maar aan Pieter Breugel te bewonderen in Paleis Balbi te Genua, of James Encor in het museum of Modern Art in New-York, of nog Salvator Dali in het koninklijk museum Schone kunsten te Brussel om er maar enkele te noemen.

Toen Antonius 35 jaar oud was stak hij de oosterarm van de Nijl over en ging wonen in een oud verlaten kasteel op de berg Pisper. Gedurende 20 jaar zou hij daar in volledige afzondering geleefd hebben. Af en toe brachten vrienden hem wat brood, welke maanden lang goed eetbaar bleef. Hij verbleef er in volledige afzondering. Niemand liet hij nog bij zich toe en zelfs de vriend die hem voedsel bracht moest dat over de muur werpen zonder Antonius te benaderen.

Aangetrokken door de verhalen over zijn heiligheid, kwamen asceten zich in grotten en hutten rond het kasteel vestigen. Het is op hun aandringen geweest dat hij uiteindelijk toegaf aan hun verlangen om onder zijn leiding te mogen leven, en zijn eenzaamheid opgaf.

Butler schrijft over de periode dat Antonius in zijn rotsgraf leefde:’ .. de demon, jaloers over de vooruitgang die Antonius dagelijks miek op weg naar zijn volmaaktheid, stelde alles in het werk om hem te overwinnen.” In den beginnen beproefde hij het met bekoringen die echter geen vat hadden op de kluizenaar en toen kwam hij met de grote middelen voor den dag. Hij verscheen onder de meest afgrijselijke gedaanten. Maar daarmee was Antonius nog niet overwonnen Plots echter aldus opnieuw Butler: “ daalde een hemels lichtstraal op Antonius neer en de demonen namen beschaamd de vlucht! Toen riep Antonius vertwijfeld,” Waar waart Gij, meen Heer en Meester? Waarom zijt u niet gekomen van bij de aanvang van het gevecht? Helaas, Gij zoudt mijn tranen gedroogd en mijn pijnen gestild hebben! En een stem antwoordde hem: Antonius, ik was dicht bij je. Ik heb jouw strijd gadegeslagen en omdat je zo moedig weerstaan hebt aan de aanvallen van je vijanden zal ik je nu beschermen voor al de dagen van je leven en je naam beroemd maken over heel de wereld.”

Rond het jaar 305 besloot hij zich te wijden aan het onderricht van die mensen en hun levensregel voor te schrijven.

De eerste commune, die men het klooster “Phaïum” heette, verdiende bezwaarlijk de naam “Klooster” Het was eigenlijk alleen een verzameling van hutten en grotten die overal in het rond verspreid stonden.

Dit kleine groepje groeide echter stilaan uit tot een bloeiende gemeenschap van eremieten die onder een gezamenlijke regel leefden en waardoor Antonius terecht de naam kreeg van “Stamvader der monniken.”

Gerard vervolgt”Hij legde daar als eerste de grondvesten van het kloosterleven. Hij zelf verbleef meestal alleen in zijn cel om te bidden en streng te vasten en bleef verstoken van ieder contact met de buiten wereld. Niet tegenstaande al zijn strenge wetten en ontbering zag Antonius er kloek en gezond uit, was nooit ziek en leefde gelukkig en tevreden. Een gezonde geest in een gezond lichaam. Zo werd hij vergeleken met een machtige oude beuk. Hij was in alle opzichten een echt voorbeeld voor al zijn discipelen.

Hij die in zijn jeugdjaren niet naar school wou gaan, gaf nu zelf regelmatig les en onderrichtingen in brieven gericht aan zijn leerlingen.

Hij herhaalde vaak hetzelfde, soms in de vorm van vaderspreuken” Denk gedurig aan de eeuwigheid. Waak altijd tegen de bekoringen. Stel u steeds te weer tegen de aanvallen van de duivels. Breng uw dagen door in gebed, met strenge vasten en doe goede werken”.

Van een twintigtal brieven welke hij schreef zijn er slechts zeven bewaard gebleven.

Van de H. Hiëronimus kon men later vernemen dat Antonius inderdaad schriftelijk connecties onderhield met al zijn kloosters in de vorm van onderrichtingen en spreuken.

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten