Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

akke.beakke.be

Categorie: Oud Rollegem

oud rollegem

Juni 1997 Jg. XXXIX afl. 2

 

In november 1751 verscheen voor het feodaal hof van Moeskroen Jozef De Lescluse, zoon van Jan , molenaar op de molen te Kastert, en jan Panet, zoon van Frans molenaar in het dorp te Lauwe om te protesteren tegen het voornemen van Jacob Maes, zoon van Jan molenaar en eigenaar, van de Hoogmolen te Aalbeke, om een nieuwe graanmolen op te richten in Aalbeke zelf.

De maatgegevens zijn in de archiefdocumenten uitgedrukt in Kortrijkse voeten van 29,8 cm en in de Vlaamse landmijl van 5.520 m (dit is 1 uur lopen)

Volgens hun zeggen zou deze te dicht bij elkaar staan en aldus schade berokken aan betrokkene. Daarom hadden gezworen landmeters dat afgestapt. Maar ook de betrokken molenaars hadden dit gedaan. Ze kwamen niet tot een eensluidend resultaat.

Ook de heer van Aalbeke, Graaf Fredericq- Engelbert-Maximiliaan Josph d’Ennetiès, was echter ook tegen om dat het schadelijk zou zijn voor zijn windmolens van Moeskroen en Rollegem!

Bij het dossier steekt een interessante kaart waarop de windmolens uit de omgeving nauwkeurig aangeduid zijn. Er is slechts sprake in 1751 van één molen in Tombroek. Met de Tombroekmolen in Moeskroen wordt de Hoge molen bedoeld, op de plaats waar Moeskroen, Luigne en Rollegem samenkomen. Hij was ouder dan de latere, nabijgelegen andere Tombroekmolen op Luigne.

De meetresultaten van de landmeters waren:

De bestaande Hoogmolen in Aalbeke was 1500 voet (447m ) van het dorpsplein verwijderd. De afstand van de Hoogmolen tot de grote windmolen in Lauwe bedroeg 8.970 voet (2.673 m) tot de Knokwindmolen in Lauwe 7.540 voet( 2.247 m) tot den Boondriesmolen van Marke 9370voet (2.792 m) Tot de Kleine Windmolen van Marke 11.840 voet ( 3.528 m) tot de Plaatsmolen van Rollegem 6.910 voet (2.059 m) tot de Hoogmolen op Tombroek in Moeskroen 11.500 voet (3.427 m) tot de Le Val-Windmolen van Moeskroen 14.850 voet ( 4.425m) tot de kasterwindmolen in Rekkem 13.880 voet ( 4.136 m).

Volgens de getuigen: Van de Hoogmolen in Aalbeke tot de Plaats van Aalbeke 1.360 voet of (405m) tot de grote windmolen in Lauwe een halve mijl (2.760 m) Tot de kleine Knokwindmolen in Lauwe een Halve mijl ( 2.760 m) tot den Boondries molen in Marke , een halve mijl (2.760 m) tot de kleine windmolen in Marke 5/8 mijl (3.450 m) tot de Plaatswindmolen te Rollegem 9.945 voet (2.964 m) tot de Hogemolen op Tombroek 9.770 voet (2.911 m) tot de Le Val-Molen van Moeskroen 11.830 voet (3525 m) tot de Kastermolen in Rekkem 9.200 voet (2.742 m)

Gemeten afstand in vogelvlucht op stafkaart: Grote molen Lauwe 2.300. Kleine Knokmolen Lauwe 2.200. Boondriesmolen Marke 2.000. Kleine Molen Marke 2.800. Plaatsmolen In Rollegem 1.600. Tombroek hoogmolen Moeskroen 2.600. Le Val-Molen Moeskroen 3.200. Kastermolen in Rekkem 2.800

Ondanks alles is de nieuwe molen er gekomen de “malgré tout”( desondanks, ondanks alles) Daarom kreeg hij deze eigenaardige naam. Hij bestond zeker al in 1762 en stond aan de Malgré-toutstraat op de grens met Moeskroen ter hoogte van de sterreberg.

 

Veel ouderen onder ons weten niets meer over den Plaatsmolen, en begrijpelijk hij verdween op donderdag 16 mei 1895, den dam 1909. Dank zij de mensen in de straatnamencommissie, worden we er aan

Herinnerd, door zoals hier bij ons de naam te geven aan een wijk “de molenkouter” of door straatnamen te geven aan een plek waar ooit de molen stond.

Om deze nooit te vergeten zijn we gaan snuisteren In Leiegauw, een driemaandelijks tijdschrift een verenigging voor geschied- taal en volkskunde. Jaargang XXXIX afl. 2 van juni 1997. Zo vinden we op blz. 187 Luc Goemine welke een artikel wijd aan “ Verzet tegen de bouw van een tweede windmolen in Aalbeke in 1751.

Reageer op dit bericht

oud rollegem

Maar wat met het Rollegem van nu?

 

Herinnerd u het zich nog bij het begin van dit verhaal, een dorp niet veraf gelegen van de golden rivier, industrie en handel: Landbouw, katoen en wollen stoffen, ververijen, brouwerij, de steenbakkerij en de fabricatie van mosterd zijn ook industrie van Rolleghem. Rollegem lag voortijds in een put verzonken door menigvuldige overstromingen der drie beken waar twee samen vloeien. Het ligt tweeëndertig meter boven de zeespiegel. Zo begon het verhaal.

Nu zijn we hier gekomen,  in 1965 zagen we bij het wakker worden, de zon opkomen door het venster, “de Mont St-Hubert” bij Doornik,lag bijna bij manier van spreken op onze schoot, nu zien we nog den overkant van de straat, een rij huizen, op het grondgebied wat ooit landbouwgrond was van het klooster. Er waren toen nog 48 landbouwbedrijven actief, nu nog slechts een tiental. Vele landbouwgronden werden omgezet in bouwgronden, de weinige industrie die we hadden werd gecentraliseerd naar andere oorden, we werden een woongebied. Stuk voorstuk word alles vol gebouwd. De eerste huizenrijen kwamen in de Oude Aalbeeksestraat, vanaf de jaren ’50 in de jaren zestig de volgende rij aan de overkant. Intussen werden de Marionetten waar voordien een molen (Kimpersmolen) stond weelderig te draaien, kwamen de woonblokken voor meer behoeden.

Nog waren landbouwers te vinden om “de Weimeersen” op te offeren voor de uitbreiding van woongebied. De straat naar Tombroek werd niet benut, deze zou verbinding geven met Tombroek. Intussen werd de Kerkstraat ( Rollegemkerkstraat) uitgelangd en ook daar werden tal van woningen bij geplaatst. Door de aanleg van de autosnelweg, A17 werd ook hier den molenkouter,(plaatsmolen) een prachtige gelegenheid om het woongebied uit te bouwen. En ook het gehucht Tombroek werd niet achterwege gelaten, ook hier draaide jaren lang de molen( Tombroekmolen). In dien tijd was de molen een zegen voor de landbouw.  Gronden bewerken bracht brood op de plank. Gronden rijk aan klei denk maar aan de Klijtberg, nog goed voor stenen of pannen. Als men nu spreekt over molens, gaat het niet meer direct over graan malen, maar over stroom. Ze noemen ze ook windmolen , ze komen ook te staan waar veel wind in voorraad is. Ze beheersen ook het landschap maar hebben als taak, ook voor het welzijn te zorgen. Hoe stadig of rijzig ze ook zijn, ze zijn niet welkom. Ze geven de grondbezitters wel opbrengst, maar niet iedereen is het erover eens, ook de molen van toen, was niet voor iedereen een gunst.

Het is wellicht in een versnelt tempo weergegeven hoe het dorp evolueerde, maar op verscheiden plaatsten, kan men op vandaag de veranderingen, jaar per jaar terug vinden, daarom is het hier beperkt, en wie weet word door anderen het verder aangevuld. Het mocht niet ontbreken, hoe het in slechts enkele tientallen jaren, alles snel kan veranderen. Wat eens zorgde voor het meest behoevende van de mens, (voedsel) zorgt nu voor het wonen, het zogezegd onverstoord leven. Wie zegt ons, wat men over nog eens enkele tientallen jaren zal aan toevoegen. Het is koffiedik kijken noemen ze dat, een ding is zo goed als zeker, de wereld blijft doordraaien, wat we er ook aandoen, de evolutie kunnen we niet stoppen, en  het is maar goed ook.

Reageer op dit bericht

oud Rollegem

Tot slot van lang heel lang geleden.

 

De aller eerste verkeerswegen, nog vòòr Christus tijd was er de pre Romeinse weg van de Pottelelberg te Kortrijk naar Kooigem. Deze weg zou overeen gesteld zijn met nu de Lampestraat, Tombroekmolenstraat, Candeléstraat. In de eerste eeuw na Christus werd een nieuwe Romeinse weg gebouwd van Kortrijk naar Doornik. Deze volgde ongeveer het tracé van de huidige Munkendoornstraat.

Vanaf 1775 werden te Rollegem begonnen met het verharden van straten het zij met grind of kasseien.

Wist u geachte lezer, dat in het jaar 1642 buiten de zondagen er nog 34 verplichte feestdagen waren; Besnijdenis , Driekoningen, Kruisverheffing, Sacramentsdag, Petrus en Paulus, Boodschap, geboorte, Lichtmis, en ga zo maar door. Het was keizer Napoleon die ze terug afschafte en er nog vier overhield: Kerstmis, O.L.H-Hemelvaart, O.L.V. ten Hemel opgenomen en Allerheiligen.

In de 15 eeuw werden op de geboden feestdagen geboterde koeken en witte wijn uitgedeeld aan de gelovigen die de sacramenten hadden ontvangen. Een eigenaardig gebruik in onze kerk was dat men op kerstmis, de kerkvloer versierde met stro. De godsvrucht tot de H. Maria groeide steeds aan. Iedere avond zong men in onze kerk een “lof” tot O.LVrouw.

Begin van de 18de eeuw werden de banken in onze kerk stilaan vervangen door kerkstoelen. Het gebruik van stoelen in de kerk was een Franse uitvinding die geleidelijk naar hier was overgewaaid. Letwel geen zitstoelen maar knielstoelen. Jean-Baptist Depoortere mocht in 1822 nogmaals dertig stoel leveren. Sommige kerkgangers hadden zo hun eigen bidstoel, waarop de naam van de eigenaar was op gegraveerd op een koperplaatje of in het houten bovenstuk. Soms waren de zittingen met plusse overtrokken .

Het ontstaan van het portaal in onze kerk zou gekomen zijn door los lopende honden, ze konden zomaar de kerk in en uitlopen. Een “hondenslaeger” of “hondenzweper” was aangesteld om de honden uit de kerk te houden tijdens de diensten. De bisschop zou het bevel gegeven hebben om daar aan een einde te stellen.

De offergaven

In de 15de en de 16de eeuw was ook hier de gewoonte dat men giften aanboden op de pateel. Offers zoals brood, wijn, pluimvee, konijnen enz. Bij het aanbieden van deze offergaven kuste men de hand van de priester alsook de pateel of pateen. Al deze gaven werden na de mis verkocht aan de meestbiedende, hetzij om missen te lezen, of om armen te helpen. Uit de rekening van 1857 kent men enkele verkoopcijfers: “ een hen 0,60fr. een kieken 0,50fr. een duif 0,25 fr. een konijn 0,30fr. “

Men heeft hier een pronkstuk staan van een boom de prachtige treurbeuk.

Vele mensen kennen onze boom maar hoe oud zou deze kunnen zijn? Wel aan de hand van foto’s maar ook uit geschriften kan men het volgend uitmaken. In 1900 werd een noodkerk gebouwd in de heer pastoor zijnen hof. Het was een grote tuin, een lusttuin, een echt paradijs word er geschreven. Wanneer we nu het gebouw bekijken aan de hand van deze foto genomen  na 1913 toen het torentje geplaatst was, kunnen we met zekerheid zeggen hoe oud hij nu zou zijn. In het torentje hing een klokje dat tijdens de beide grote processies welke hier werden gehouden, werd geluid. Op Sacramentsdag en op 15 augustus. Het was Sachemprez Jerome welke de karwei op zich nam.

Reageer op dit bericht

oud rollegem

 

Het schijnt dat niet alleen In Brussel is dat er een welriekende dreef bestaat maar ook hier zou aldus goede bronnen er een zijn.

Maar vooraleer we dit aansnijden eerst nog dit: De geschiedenis van de W.C.  door Danny Lamarcq, of “het kleinste kamertje”. In zijn inleiding vinden we , dat H. du Rosette berekende in 1867 dat een doorsnedenindividu per dag 750 gram Fecaliën (uitwerpsels) produceert, omgerekend 275 kilogram per jaar. Y. Degrave geeft een heel ander cijfer gaande van 10 gram per dag na een goed doorgevoerde vasten tot niet minder dan 1200 gram bij diarree. Hij plaatse het gemiddelde aan het einde van de 20ste eeuw op 115 gram Daarnaast berekende hij de dagelijkse geproduceerde hoeveelheid urine op 952 milliliter. B. Wander komt met nog andere waarden en stelt dat de gemiddelde mens jaarlijks 55 kilogram feces( ontlasting van het Latijn faeces) en 545 liter urine produceert. Of het nu 42, 55 dan wel 275 kilogram per jaar betreft, voor een gezin van vier kinderen komen we algauw  aan minimaal 160 kilogram per jaar, voor een stad van 20.000 inwoners maakt dat 800.000 kilogram. Een bergmest waar niet naast valt te kijken. We danken de heer Danny Lamarcq om dit uit zijn boek te mogen gebruiken. Het boek is uitgegeven bij Davidsfonds.

Het loont de moeite om het boek van het begin tot het einde te lezen. Men blijft er niet bij stilstaan, en als je nu nog dit verhaal leest, dan weet je wat er kan gebeuren.

Het zou een historie zijn van voor de eerste wereldoorlog, en de feiten zijn gestaafd op getuigenissen die van generatie op generatie op een stilzwijgen zijn door gegeven.

Het gebeurde allemaal, in wat toen nog een heel pittoresk dorpje was waar de kerk omzoomd was door een gordel van allemaal kleine huisjes. Het begon op den hoek van een smalle toegang tot de kerk, waar geloof ik zelf geen “ Corbillard  “ een rouwkoets binnen kon. Wanneer hier een begrafenis was waren er dragers nodig om de overledenen binnen te dragen in de kerk. Langs weerszijde stond er een café, den “Barbier” langs den ene kant “ Den engel “ den andere kant. Vervolgens het huisje van “Mere Kijk” en dan den “mentenwinkel”.(snoepwinkel) van Marieke stomme zij verhuisde later naast de school. Om te vervolgen met het “ Paradijs” met zijn doorgang naar de sacristie, en het kerkhof. Eerder was de school van “den armen”  reeds verdwenen. En kon je de kerk rondgaan.

 De Cafés geleken geen een op een ander, doch hadden ze veel gemeen: ze zaten vol, mieken om het meest lawaai, straf klaar was het er niet ze waren klein en rokerig, kortom het waren echte bruine cafés. Ze verkochten dreupels maar vooral het plaatselijk gebrouwen bier. Wat eveneens gemeen was dat waren het “Vertrek” wat we nu een toilet of W.C. noemen.

Reageer op dit bericht

oud rollegem

Buurtspoorweg Wakken Kortrijk en Moeskroen – Menen.

 

Op 17 september 1897 werden 58 actiën ingetekend van 1000 of 58.000 fr. voor het oprichten van een maatschappij van tramwegen voor het aanleggen dezer lijnen van 90 jaar.

Den gemeenteontvanger                      De secretaris                                     De Burgemeester

Emiel Derdijn                                        Gaston Vandeghinste                     Casimir Herbeau

Bij beslissing van de gemeenteraad van 3 mei 1904 werd een verhoging van kapitaal aanvaard voor uitbreiding der lijn naar de MONT-a-Leux van 50 actiën ook van 1000fr betaalbaar op 90 jaar met jaarlijkse afkorting van 167,50 fr. getekend den 25st  maart  1905            

Den gemeenteontvanger                      De secretaris                                     De Burgemeester

Emiel Derdijn                                        Gaston Vandeghinste                     Casimir Herbeau

Bij beslissing van de gemeenteraad van 2 november 1938 werd een verhoging van kapitaal toegestaan van 68 actiën van 1000fr betaalbaar op 90 jaar met aflossing van 2;958 fr. per jaar gedaan te Rollegem op 31 december 1938

Den gemeenteontvanger                      De secretaris                                     De Burgemeester

onleesbaar                                        Kamiel Leplae                                       Joseph Vandeghinste

Kort voor Wereldoorlog II werd de stoomtram vervangen door mazouttram, in 1943 werd het een elektrische lijn en hij werd afgeschaft op 25 mei 1963

Op 26 mei 1963 liep de eerste autobuslijn te Rollegem.

Reageer op dit bericht

oud Rollegem

Nog een weerstander van bij ons Georges Vanhoutte.

 

Hij kwam uit een landbouwers gezin, welke gezegd werd met acht kinderen, zeven zussen één zoon.

Deze hofstede vond men reeds op kaart in 1756. Ze werd beschreven als “ Hofstede en de Boomgaert” Joannes Grimopréz was de uitbater. Later kwam “Boerke Bonte”  In 1889 werd ze nieuw opgetrokken, na afbraak van de bestaande hoeve, welke naar het schijnt dichter bij de weg zou gestaan hebben. In 1979 bouwde men er een nieuwe varkensstal en vond men de fundering van de vroegere woonst. men

In 1920 kwam  Vader Georges Vanhoutte,geboren in 1880, uit Anzegem, op de hoeve de “Zevenkote” in de Moeskroensestraat nr.15 Het landbouwareaal bedroeg amper 4 ha.

Terug naar onze held, toen hij vijftien jaar oud was kwam hij terecht op de hoeve van zijn nonkel Aloïs Delbeke te Bellegem op de wijk “Den Os”.

Tijdens den oorlog werd deze hoeve de pleister plaats van de “Witte brigade” of de weerstand van Moeskroen. De jongste dochter van Delbeke was de geheime koerierster  van de Weerstand. Ze bracht brieven en berichten naar de brigadeleden  en naar leiders van de Weerstand. Zo kwam het dat onze vriend Georges ingelijfd werd bij de “Witte Brigade” .

Door de regelmatige contacten die op de hofstede van nonkel Aloïs doorgingen, met de leiding van het geheim Leger, een zekere dokter Deweerdt uit Menen, de brouwer Cousin uit Lauwe. Eveneens door het voordurende contact met de leden van de Weerstand welke geregeld bijeen kwamen op de hoeve.

Sabotagedaden heeft hij nooit moeten verrichten, gezien hij als gekend tewerkgestelde was ingeschreven, en op die manier nooit moest vluchten bij een razzia door de Duitsers.

Bij de bevrijding in september 1944 werd onze vriend ingeschakeld op de jacht op verdwaalde Duitse soldaten, om ze krijgsgevangen te kunnen nemen  en ze op transport te zetten naar krijgsgevangenkampen.

In 1945 staken Duitsers de loods in brand met fosforgranaten omdat Georges een Weerstander was.  Andere bronnen verwijzen naar incivieken of collaborateurs. Collaboratie of samenwerken met de vijand. Het is afgeleid van het Franse werkwoord “collaboreer” dat samenwerken betekent. 

Georges is afgezwaaid want den oorlog was voorbij, hij is terug gekeerd naar het normale leven, de ouderlijke hoeve. Georges Vanhoutte, de weduwnaar van Maria Devlies overleed te Kortrijk op 31 december 2008

Vader Georges welke uit Anzegem kwam, had een zoon Georges, de Weerstander welke huwde met Maria Devlies. Op hun beurt hadden ze een zoon Georges, welke huwde met Brigitte Stal. Ook zij kregen een zoon en het kon niet anders hij heette ook …. Georges. Van Georges gesproken!

Reageer op dit bericht

Oud Rollegem

Ook te Rollegem waren er weerstanders, verzetsman, verzetsstrijder, mensen die gedurende de tweede wereldoorlog weerstand boden aan Duitse bezetting.

 

Onze dappere inwoner, dorpsgenoot en Belg, Julien Libeert werd geboren op 13 mei 1922  en woonde in de Moeskroensestraat  nr.79 op een 10tal meter van de elektrische cabine van Moeskroen. Toen dat Julien 20 jaar oud was, liep hij al een geruime tijd met het idee “Hoe kan ik aansluiten bij de weerstand”. Regelmatig kwam een oud-strijder van 14/18 een menheer Stockman, bij zijn ouders  op het Forest opbezoek. En bij zo een bezoek na Julien zijn corage in zijn beide handen , en zonder dat zijn ouders van iets wisten sprak hij zijn verlangen uit tegen over Stockman. S’ Anderendaags moest Julien zich begeven op een wel bepaalde plaats op het Forest, op een wel bepaald uur. Die zelfde Stockman was stipt aanwezig op de aangeduide plaats. Hij gaf zijn jonge vriend de opdracht, op het einde van de week, zich aan te melden in het bezit van een witte pochet, als herkenningsteken aan de “Chapelle Saint-Ackaire” te Moeskroen. Op de afgesproken dag trok de aspirant-weerstaande naar de afgesproken contactplaats. Daar verklaarde hij waarom hij zich bij hen wilden aansluiten en zijn identiteitkaart werd hem gevraagd. Na twee dagen kreeg hij zijn pasport terug van de heer Stockman en begon een nieuwe fase in zijn leven.

Enkele weken nadien kreeg hij zijn eerste opdracht, in een gecodeerd bericht. Hij werd opgeroepen om aan het station van Moeskroen al de draden door te knippen. In gezelschap van 4 vreemde mannen, pleegde hij maar al te graag zijn eerste sabotage daad. Een paar maanden later kreeg hij een 9mm revolver en een nieuw bevel. Hij moest een trein tegen houden vlak voor hij het station van Moeskroen binnenstoomde. Deze trein vervoerde een groep Poolse politieke gevangen, in vuile beestenwagens. Onder een spervuur van Duitse wapens kon Julien die avond vijf Poolse gevangen verlossen. Toen kwam eigenlijk nog de moeilijkste opdracht: “ een onderkomen vinden en het nodige voedsel voor deze vijf Polen”. Gelukkig was hij nog een bekend figuur onder boeren, en niet altijd even gewillig voldeden ze aan zijn verzoek. De Polen intussen tijd verscholen in verschillende boerenschuren, sloten zich uit dankbaarheid aan bij de weerstand.

In 1943 tijdens een van zijn bespiedingen in Noord-Frankrijk, werd Julien aangehouden, niet als spion, maar als werkweigeraar. Hij werd opgesloten in een werkkamp bij een lanceerbasis van raketten bij Saint- Omer. Hij ontmoete hier zijn buurman, Roger Morau van het Forest. Hij was pas daar of dacht reeds aan ontsnappen. Geen veertien dagen later was het zover, hij kreeg een unieke gelegenheid. De lanceerbasis was bewaakt door ouder soldaten, daar de jongeren aan het front waren. Een van die luiten moest dringend het bosje in om aan zijn menselijke behoeften te voldoen, de Roger en Julien die hier op voorzien waren, moesten het van niemand gezegd worden, twee uren aan een stuk renden ze zo raap hun benen maar konden de vrijheid te gemoed.

In de periode dat de geallieerden landen en de bevrijding naderde met rassé schreden. De Moeskroense weerstanders kregen het bevel om te opereren in de streek rond Menen. Zo werd de vijand van alle kanten bestookt. Toen sloeg het noodlot toe, onze dappere soldaat werd door een kogel getroffen, met als gevolg erge wonden aan  mond en kaak. Hij werd gehospitaliseerd in Moeskroen. In afwachting van de komst van de bevrijders, werd Julien onmiddellijk en in het geheim naar een hoeve gebracht te Rollegem.

Na zijn genezing ging hij zich aanmelden als vrijwilliger bij het Belgische leger in Gent. Hij werd ingelijfd bij het 7de Bataljon Fuseliers, 12 Brigade op 19 november 1944, hij was in het gezelschap van Roger Moreau en Rafaël Cossement. Zijn eerste opdracht bestond er in om verdwaalde en ronddolende Duitse soldaten gevangen te nemen. Na enkele maanden, vertrok hij naar het bezet Duitsland. Na zijn 18 maanden dienst zwaaide hij af vanuit Leopoldsburg. Na zijn dienst en terug in het burgerleven, mocht hij met de nodige voorspraak aan het werk.

Eerst werd hij trambediende, vervolgens seingever aan de spoorweg.

Uit erkentelijkheid verleende de Belgische Staat hem een genereus pensioen wegens verdiensten tegenover het Vaderland. Hij was drager van 20 eretekens gaande van brons , zilver naar goud.

Meer dan 30 jaar was Julien vaandrig van de Rollegemse Nationale Strijders Bond. Hij was trouwens ook lid van de Bond der Oorlogsvrijwilligers en den Bond Der Oorlogsinvaliden.

Libeert Julien overleed in 7/1/ 2011, hij ligt begraven te Rollegem op de strooiweide. Er is geen dagblad of weekblad welke er iets over vermeld. Helden , zijn ze vandaag morgen vergeten!

Reageer op dit bericht

oud rollegem

Vlak na den oorlog 14/18 richtte de staat twee instellingen op die de nodige bijstand moest verlenen aan de slachtoffers van de grote Oorlog. Het National werk van oorlogsinvaliden en het Nationale werk van oorlogswezen.

Nog een tijd later richtte de Staat  een nieuwe organisatie op als erkentelijkheid jegens degenen die zich hadden opgeofferd voor de verdediging van ons Vaderland. Het Nationaal Werk voor Oud-strijders, Weggevoerden en Politieke Gevangenen. Er ontstonden bijna over het gehele land “Nationale Strijdersbond”. Erkenning voor “onze helden van den IJzer”?  

N.S.B. Koninklijke vereniging Nationale Strijdersbond van België een vaderlandslievende belangen vereniging vzw. Opgericht in 1919 en sedert 1967 aangesloten bij het nationaal eenheidsfront om de oud-strijders en veteranen vzw. NEFOSU/FUNACV.

Ook VOS ontstond een Vlaamse vereniging, een Vlaamsbewuste, open pacifistische en sociaal bewogen ledenvereniging die aan sociaal-cultureel volwassen werk doet.

Hier te Rollegem stichtte, Jules Vandekerhove onder zijn voorzitterschap het N.S.B. in 1932 met als secretaris Camille Leplae en als bestuurleden: Jules Ghyssels, Alphons Van Gheluwe

Petrus Vanderghinste……

Na ‘40/45 ontstond er een “nieuwe lichting” oud-strijders, met als nieuw voorzitter Vanhoutte Maurice en secretaris Opsommer Georges.

In 1980 werd Gerard Vandenberghe erevoorzitter, voorzitter Gerard Vandenheede, en secretaris- penningmeester Rafaël Dendievel.   Leden van het bestuur Maertens Remi, Dierick Gentiel, Cossement Rafaël, Vermote André, Theerliinck Maurice, Leveugle Aurèle, Libeert Julien, Ghyssel Georges en Wulles Cyriel.

Op 5 oktober 1986  kwam er opnieuw een nieuw bestuur dat nu als volgt werd samen gesteld;

Gerard Vandenberghe( Burgemeester) erevoorzitter, voorzitter Rafaël Dendievel, ondervoorzitters; Vermote André en Cossement Rafaël,  secretaris Buysschaert Bernard( schoonzoon Gerard Vandenberghe) Vaandrig Libeert Julien. Leden van het bestuur Maertens Remi, Dierick Gentiel, Braeckeveld Jules, Derweduwen Georges, Dekimpe Marcel, Vanhee Albert, Bertel Marcel, en Polydoor Yserbyt.

De laatste oud-strijder 14/18 was Petrus Vanderghinste hij overleed op 20 december 1988  in den ouderdom van 90 jaar. (Geboren op 09 september 1892)

1 reactie Reageer op dit bericht

oud Rollegem

Den eerste Rollegemnaar die een auto bezat, na de kasteelheer, was landbouwer Beaucarne Victor, een kleine vrachtwagen “Ford”, welke hij gebruikte om zijn landbouwproducten naar de markt te brengen. Hij was de vader van René,(ᵒ 1904) Amedee (ᵒ 1911) Daniël (ᵒ 1913)

Wanneer we de oorlog en zijn helden, slachtoffers, of overlevende vergeten waren, zullen velen er opnieuw aan herinnerd geweest zijn op 10 mei 1940, slecht 22 jaar later stonden de Duitsers hier terug. Op 24 mei was ons dorp volledig bezet door Duitse troepen tijdens de slag om de Leie. We werden bestookt met obussen die brachten gelukkig enkel stoffelijke schade in de Marksestraat nr. 7 aan huizen rond de hoeve van de gebroeders Vandaele, de slagerij Barbe en den klooster tuin. Op het “Hof van Rollegem” bij  Brouckaert was het wel raak! Zeven Duitse soldaten en negen gestolen paarden werden gedood.

Op dinsdag 28 mei 1940 capituleerde ons leger, het was bezweken onder de overmacht van de vijand.

Vanaf het najaar van ’40 begin ’41 kwamen regelmatig Vlaamse krijsgevangen uit Duitsland terug naar huis, bloemen, tranen van geluk toch verdriet in andere gezinnen als die van hen er nog niet bij waren. De laatste welke terug was op 28 maart 1941 René Vanhoutte.

De winter er op 1942 het was kalm, iedereen leefde in onzekerheid, het  bevel kwam:  s’ avonds alle buitenlichten verboden, zelfs fietslichten moesten afgeschermd worden.

In de nacht van 11 augustus ’43 vielen bommen rond de Kortrijkstraat. (nu Rollegemse weg) Geen slachtoffers, geringe schade, enkele bominslagen in de velden.

1944 , enkele bommen vielen op Rollegem grondgebied en troffen ook het huis van Tant op het einde van de Marksestraat.

En eindelijk mocht men juichen op 4 september om 5 uur in de namiddag “Ze zijn daar”. Een algemene uitbarsting van vreugde en blijdschap. De straten zagen zwart van ’t volk om hun bevrijders toe te juichen. Soldaten kregen bloemen, kussen en natuurlijk ook bier. De driekleuren staken uit de vensters, er werd gefeest tot een gat in de nacht.

Beide oorlogen hebben niets opgelost, wel gezorgd voor veel mensenleed. “Nooit meer oorlog “ had men gezegd, het is een zinloos gedoe, den tweede wereldoorlog kon de eerste niet doen vergeten. Maar de mens heeft nog  steeds zijn les niet  geleerd van “ echte vrede” is nog steeds geen sprake. Kijk maar de wereld rond.

Zijn er nog te weinig helden gevallen op het veld van eer? Was de prijs nog te weinig “Hun leven, Hun nachtmerries, de blijvende letsels, de  smarten, de pijnen”?

En toch moeten we blijven hopen, dat eens een einde word gesteld aan de chaos in de wereld! De “Victory Day” de triomfdag moeten we in zicht blijven houden. Ieder mens! Ieder Land! Ieder Volk!

Reageer op dit bericht

oud Rollegem

Op 2 november vielen er nog granaten te Rollegem zonder veel erg, en in de verte hoorde men nog artillerievuur van het wegtrekkende front, maar niemand schonk er nog aandacht aan we trouwens bevrijd van het Duitse juk. Op 11 november werd de wapenstilstand ondertekend, na 51 maanden oorlog, ontbering en ellende.

Er was veel werk aan de winkel, puin ruimen, vernielde huizen,  wegen en daken. En plots had iedereen terug een fiets. Die kwamen te voorschijn uit de plaats waar ze verborgen waren, het hooi, het stro, van de zolder….. Hij was er weer.

Onder de categorieën gesneuvelden van dit blog kan men over de oorlog veel terug vinden toch willen we ook hen niet vergeten welke Oud-strijders waren. Men zegt:” Oorlog, Ontbering en ellende” het was voorbij , doch zij die het aan het front hadden mee gemaakt dat was nog iets anders, ik zelf kan het niet beschrijven, en ga er zeker niet aan beginnen, maar welke nachtmerries hebben zij er aan overgehouden. Bezoeken ze eens de site Guldenboek der vuurkaart hoeveel zijn het er niet die er waren zonder te sneuvelen.

Ik ben er ten stelligste van overtuigd dat er ook moet hulde moet worden gebracht aan zij die op het slag veld zijn geweest en er met veel geluk het over leeft hebben. Daarom hebben we voor u de namen opgezocht en zetten ze hier neer : Castel Remy, Commeijne Hector, Dejonghe Alfons, Dornez Louis, Dubrul Maurice, Ghyssel Jules, Lemahieu Justin, Maertens Léon, Samyn Jozef, Van Daele Achille, Van Gheluwe Alphons, Vanderghinste Pierre, Vermeulen Jules, Yserbyt Jerôme, Beyls Julien Deruyck Camiel en Hinnekens Alphonse. Deze namen zijn bekent als vuurkruisers, misschien hebben we er nog welke niet bekent staan, zij dien het kunnen aanvullen dat  zou een groot plezier zijn.

Hoe lang en hoeveel nachtmerries ze hebben mee gemaakt weten we niet, maar een ding weten we te Rollegem was er een ereperk. Elk jaar op 11 november worden de gesneuvelden herdacht, wellicht nog door de strijdmakkers van de tweede wereldoorlog en enkelen van onze bevolking. Maar de belangstelling zal misschien terug worden aangewakkerd door de herdenking 100 jaar eerste wereld oorlog , maar mensen vergeten O zo vlug! Jammer! Nochtans is dit iets wat we nooit zouden mogen vergeten!

Hier te Rollegem was een pensionaat. Na den oorlog in het jaar 1919 namen enkele scholen het initiatief om op een eigene manier de Verenigde Staten te danken voor de voedselhulp tijdens de oorlog. Foto’s werden genomen van leerlingen en deze werden dan verstuurd naar de president Wilson in Amerika. Daaraan deed ook het pensionaat mee aan deze unieke dankactie.

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten