Parochie pastoors
1691 – 1700 Hendrik Commacen, geboren te Kortrijk 29 mei 1664. Hij bezat een Kapelanij in St Maartens sedert 5 mei 1685. Was de zoon van Francis een geneesheer van Kortrijk. Mijnheer “Comatse” Wiens name in den vollen Italiaanse vorm Comasco geschreven staat. Hij overleed binnen Kortrijk den 26 juni 1668. Zijn moeder Elisabeth van Heule stierf in Iseghem den 30 januari 1707. Ontving aldaar de kruine in de kapel van de proostdij van St.- Amand (nu college) den 16oktober 1678. Hij was de dus 14 jaar oud; hij was 27, als hij de pastorij van Rollegem bekwam, en 36, als hij opschoof naar de aanzienlijke pastorij van Izegem, alwaar hij de Heer voldeed op 1 juni 1723. Even als zijn voorzaat beleefde hij te Rollegem slechte tijden. Onder M. De Boo Was het in 1673 oorlog en “vlucht”, kinderen van Rollegem werden gedoopt te Halewijn en te Kortrijk, Tempore fugæ. Twintig jaar later ging het niet rustiger, en met het heersen van de “peste” in1694, (waren er 4 sterfgevallen in 1686; 8 in 1687; 16 in 1690; 22 in 1692, en 83 in 1694!) Tekent M.Commacen: Tempore generalis ruinæ. Toen de deken van Kortrijk op 8 juni 1700 zijn plechtig kerkbezoek deed, vond hij nog alles over einde staan, en hij moest de kerk doen ontruimen, en gebieden: ut auferantur mobilia quæ adhuc restant in Ecclesia fugitiva Hij trok naar Iseghem als pastoor op 25april 1700. Hij ging met een stilte en was een felle predikant. Tijdens het herbouwen van de pastorij , bewoonde hij de baronnij van Sint-Amand, waar het Spookte; t’is dan de huidevetterij van Julius Van Haverbeke geworden. (Rond Kortrijk 849)
1700 - 1703 Pieter Francis Van Biesbroucq, zijn naam in zijn kerstenbrieven, te Menen, verschilt met zijn handteken.” 11 april 1672 Petrus franciscus, fs Norberti Van Biesbroek et Foannæ Kocle, coniugum. Susceptus a Foanne Van Biesbrouck et Maria Kocle” Hij was priester gewijd te Sinksen 1696. T jaar1703 bekwam hij de pastorij van Wevelgem, welke hij, om aangekleefdheid aan het Jansenismus, in 1919 moet verlaten. Hij stierf binnen Utrecht den 15 april 1742. Het was een bekwaam man, die er zijn leden aan legde om zijn Parochie op goeden voet te brengen. Ongelukkig Van Biesbrouck ging te ver en eindigde met naar het Jansenismus over te helen, ja zelfs met een zijner hevigste voorstanders te worden in het bisdom Doornik. Hij en Joke De Bade, staan aan het hoofd van 31 appellantens tegen de Bulle Unigenitus van Clement XI( onder die 31 komen J.B.Badts, van Robays, Leonard De Coninck, van Wattrelos, A. VanWinghe en Cachar, beiden te Roncq; J.F. Brunfault, van Evregnies. Omwille van het Jansenismus, wierd Pieter Melis van zijn kanonikaat beroofd in S. Donas te Brugge. Hij ging sterven naar Delft, in Holland, den 15 mei 1736). Daar hij zich niet onderwierp, na het verschijnen van de Bulle Pastoralis officii(1718) beraamden de parochianen inmiddels om zich van dien weerspannig herder te ontmaken.M. Biesbrouck vluchte al over de Leie, te Lauwe; trok vandaar naar het Collegie van Menen, en vandaar naar de pastor Cachar’s te Roncq. Den 29 november 1728 afgesteld zijnde door den bisschop van Doornik. Hij trok naar Utrecht, waar hij schijnt in pastorelen dienst getreden te zijn. Hij stierf te Vianen, bij Utrecht den 14 april 1742, en werd in het pand de Mariakerke te Utrecht begraven.( Gedrukte brieven van afstelling werden geplakt op de kerkdeur van Wevelgem en op deze der hoofdkerk van Doornik. Afdruksels er van zijn heden dage bewaard in de pastorij van Harelbeke en Rumbeke alsook in de stadsbibliotheek van Doornik. Heeft hij inderdaad dienst genomen het zal niet onder de Rooms-katholieke priesters geweest zijn. Zijn naam staat niet bekend in den Necrologus viroum ecclesiasticorum utriusque cleri tum sœcularis tum regularis, qui in Missione Batava defencti sunt ab anno 1730 ad aunnum 1830. Ludduni Batavorum, van Leeuwen MDCCCXXXIII zijn zuster Maria Joanna, sedert 21 maart 1711 weduwe van Bartholomeus Bracaval, koster van Dottenijs, overleed aldaar 11 februari 1754, oud 92 jaar.
1703 – 1714 Karel Frans Van Eeckhout, van Comen; Deservitor te Spiere van Nov. 1701 tot Pasen 1702, wiens zerksteen in den binnenmuur zit van
Deuselmonde of Deulemont, bij Waasten.
D.M.O.
Icy gist
Le Sieur et Mre Charles François Van Eeckhout
Prêtre natif de Commines fs du Sr Gilles
Et Madelle Marie De Pootere
Cy devant pasteur de Rollegem et d’Espierre ensuite curè
de cette paroisse de Deuslemont
décèdé le 7 février 1745, agé de 72 ans
homme pacifique, orthodoxe et exacte dans ses
functions, lequel à fondé un obit à perpétuité à trios psalmes
et trois leçons avec les recommandaces pour lui, ses Pére, Mére et Frére.
( conjoinctement Damelle Marie Jeanne Van Eeckout sa Sœur décédée
En celibate le 4de 9bre 1741 agé de 69 ans) a la charge de cette eglise
et pauvreté, a solemniser chaque année au jour de St. Charles Borromée
le 4 9bre, a cet effet ont donnés aux Directeurs 250 livres de gros employer
au denier de trios et demy pour cent Requiescant in pace.
L’acte de cette foundation est à Tournay, Messines et au ferme de cette eglise.
Het opschrift sluit met een sprekend wapen: een eik op blauw? Veld, met drie Zilveren? Sterren boven een kroon, en de leus: Ad altiorA
M. Van Eeckhout, zo tekent hij ontving de kruine te Doornik in 1696, en de priesterwijding in de huiskapel van de bisschop van Doornik, Mgr. De Caillebot de La Salle, den 24 september 1701. Bij zijn aankomst te Rollegem, den 26 februari 1703, was hij dus één jaar en vijf maanden priester! Zeven jaar tussenruimte met een deservitor aan het hoofd der parochie: Pieter Le Maire (1707- 1714), later pastoor van Dottenijs.


