Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

akke.beakke.be

Categorie: Nostalgie

nostalgie

Het is naar dat we gelezen hebben in de gazette dat een zeker Alfons Claes zou een of meerdere boeken geschreven hebben over de attributen die behoren bij de heiligen, zoals b.v. kerk of klooster op de hand dragen. Of Drachten van kloosteroorden, mijter staf of hermelijn. Of nog Palmtak, staf of witte sluier en zo kunnen er nog meer van die dingen zijn welke bij de heiligen behoren. Zoek het maar uit.

Op 25 december viert de wereld Kerstmis. Kristenen herdenken de geboorte van Jezus Christus. De kans dat Jezus opdien dag ter wereld kwam is echter niet groot, het is echter geen toeval, dat men dit viert in volle winter. De winter is ook in Palestina geen periode om de dieren ’s nachts in openlucht onbeschut buiten te laten. Tijdens de laatste dagen van het jaar heeft de mens steeds feest gevierd. In de donkere en lange herfstavonden lag het werk stil op de akkers. Op 22 december echter lengden de dagen, een minuutje slechts, maar de zekerheid van een nieuwe lente zat er al in. De Romeinen vierden hun Saturnalia, de Germanen hokten samen bij de geboorte van de nieuwe zon. Het Joelfeest de overgang van donker naar licht. Dat alles werd verchristelijkt omstreeks 330; Rome koos toen 25 december als de geboortedatum van de Heiland. Creccio was daarvan slechts een uitstraling, eeuwen later. De Oosterse kerk herdacht de geboorte van Christus oorspronkelijk op 6 januari.

En wie weet het nog? Die ouwe kerstvieringen, zo echt. Met de twaalf galmende slagen van de klok op middernacht? Dan de grote processie in brokaat en kant, waarna een eerbaar schrijdende pastoor het wassen Jesukindje in het kribbetje “lei” vooraan in de kerk. “Vlaamse” kerstliedjes gezongen, die wij verstonden. Van “Stille Nacht” en “Suza Nina” zo schoon dat de nonnekens op de eerste rij ontroerd geraakten. En daarna lieten we de herdekens liggen en stormden huiswaarts. Warme cacao, of suikerbrood, leverworst. En pas veel later worstebrood of “Petit jesu” .Maar het smul gedoe kwam pas veel later, de eerste kerstliederen en kribbe kwamen uit den tijd van Sint Franciscuis. De eerste stal dateert van 1223, in een rotsholte bij Creccio.

Sint Frans die van Assië en van de vogeltjes, die van Timmermans, liet het hele kerstverhaal spelen door levende “beelden” Immers vanuit Assië verspreidde zich het verhaal en de legende. Overal vind je vandaag de levende kerstkribbe, rond elke kerktoren hangt de onwezenlijke sfeer, zelfs overal ter wereld zwijgen kanonnen en geweren dan eventjes zoals honderd jaar terug aan den ijzer.

De gewoonte om hulst en andere groen als kerstversiering te gebruiken, gaat terug op de Keltische riten van de druïden die maretakken afsneden. Aan het winterse groen schreven ze magische krachten met eeuwigheidswaarde toe. Planten die groen blijven terwijl de meeste bomen hun bladeren verliezen beschouwden ze als een symbool van eeuwig leven.

Ook hier boog de kerk een heidens gebruik om tot een christelijke gewoonte: uit het Keltische wintergroen ontstond onze adventskrans.

De kerstboom die is jonger en Duits van origine. Hij wordt bij ons pas in het begin van de vorige eeuw gebruikt. Volgens een oud bijgeloof mag je kerstversiering niet eerder aanbrengen dan op de 24ste, en moet alles wat naar Kerstmis verwijst op 6 januari Driekoningen verwijderd worden.

De Kerstman is een Amerikaanse bastaard zoon van Sint- Niklaas. De Nederlanders immigranten brachten hun St –Niklaas mee naar Amerika. De andere inwijkelingen veramerikaniseerden hem tot Santa Claus. Tussen Sint- niklaas en Kerst liggen maar twintig dagen en de ruige kerels in de nieuwe wereld konden voor de twee feesten met een figuur stellen. Dat de Kerstman zijn bestaan te danken heeft aan St- Niklaas blijkt ook uit zijn garderobe; net zoals de grote kindervriend draagt hij ook rood en wit. Je mag Santa Claus niet verwarren met Father Christmas, die ouder en Engelser is.

De kerststal en het kerstspel ontstonden uit de christelijke bekommernis om het kerstgebeuren zo aanschouwelijk mogelijk aan het ongeletterde volk voor te stellen.

Het kerstekind( zonder “n” ) is niet noodzakelijk een kerstenkind (met een “n “) Een kerstekind of een kerstkind is een kind dat op 25 december werden geboren. Deze kregen dan meestal de naam Noël.

Met kerstenkind bedoeld men niet den boreling, maar een onervaren jongeling, een groentje. ’t Maar een lettertje verschil, maar toch.

Reageer op dit bericht

nostalgie

Een “zwarte kraai” noemde haar jaloerse schoonmoeder de mooie zwartharige Godeliph of Godelieve toen Bertulf omstreeks 1070 zijn jonge bruid naar Gistel bracht. Het was” het huwelijk met de handschoen” iets die toen in gebruik was een huwelijk bedisseld door de vaders. Bertulf had een mooi bruidsgeschenk mee en dat viel blijkbaar in de smaak van Godelieve haar vader. Bertulf was “ forestier van de duinen” een burgerlijk -militair ambt dat hij verkregen had de Graaf van Vlaanderen. Het liep reeds mis met het huwelijk van bij het begin Bertulf zou zelfs nooit op het feest aanwezig geweest zijn, laat staan dat hij met haar het bed zou gedeeld hebben. Vooral op aanstoken van de boosaardige schoonmoeder. Godelieve werd op het neerhof als een dienstmeid behandeld en aan allerlei plagerijen bloot- gesteld. Uit eindelijk werd ze oplast van haar man door zijn dienaars Lantbert en Hacca gewurgd en in een poel ondergedompeld. Zij simuleerden een zelfmoord. Tal van wonderen van bij haar dood deden spontane verering ontstaan. Het “putken” waarin het lichaam van Godelieve werd ondergedompeld werd de uitgang van een levende volksverering. Van ouds beleeft Gistel hoogdagen van volksdevotie van 6 juli, de feestdag van de h. Godelieve tot 30 juli, de datum van haar gewelddadige dood. Ze wordt voorgesteld met een vierkronen motief gewijd aan “ virgo – conjugata – relicta – martyrizata . Het is een eigenaardige combinatie van : maagd- gehuwd – verstoten vrouw en martelares.

Te Gistel herinneren een viertal kapelletjes aan het kraaiwonder, het wonderbaar naaisel en het mirakel van de houtspander. Het “Godelievewater” wordt als geneeskrachtig beschouwd tegen oog en keelziekten. Te Gent verkochten men in vroegere tijden een “Godelieffoor” een Godelievedrank: een thee van zoethout met bruine suiker die de eigenschap bezat dronkaards voor een gans jaar van hun kwaal te genezen. Voor kleine kinderen waren er koekjes Godelieve schaapjes, opdat de kinderen een gans jaar “ zacht en zoet als schaapjes zouden blijven”.

Om terug te keren bij den veilige Christofoor ( feestdag op 25 juli) geniet het vertrouwen van de reizende die zowel te water, ter land of in de lucht in levensgevaar verkeren. Een oersterke heiden die een vastberaden verkondiger werd van het christendom. Hij heeft gediend in het leger, en viel op door zijn reuzengestalte. Hij stierf de marteldood nadat hij weer een van zijn wapenmakkers had bekeerd.

Hij wordt aanroepen tegen een plotse dood, zweren, beenderziekten, gezwellen, wenende kinderen en kinderziekten in het algemeen. Hij werd vooral de schutsheilige voor reizigers en wandelaars en vooral voor de automobilisten. Onmiddellijk voor de tweede wereldoorlog kwam de autozegening tot stand en breide zich vooral uit in de jaren veertig.

Vroeger was 22 februari een belagerrijke dag vooral op het platte land. Het was de lotdag wat het weerverloop betreft. Sint-Pietersdag werd reeds in de 7de eeuw beschouwd als de eerste lentedag. “Sankt Petri Stuhl dem Frühling winkt” Volgens het oude volksgeloof paren de patrijzen in de St Pietersnacht, en komt de ooievaar zijn oud nest opzoeken. In vroegere tijden gingen de boeren voor zonsopgang driemaal met een kruishamer rond het huis, schuur en stal terwijl hij tegen de posten en balken sloeg. Deze rituele handeling had tot doel muizen, raten, vlooien vlinders en alle ander ongedierte te verdrijven.

Sint- Maarten en Sint Niklaas de kindervrienden genaamd, den eersten onafscheidelijk verbonden met de dag van den wapenstilstand 11 november. En Sint Niklaas 6 December

St Maarten is misschien minder populair dan St Niklaas, maar minstens even heilig, zo niet nog heiliger. Hij verwierf zijn faam door het delen van zijn mantel met een bedelaar.

Rond 11 november wordt ook nog het St Maartensvuur ontstoken, als dankoffer voor de oost en de vruchten van de landbouw en veeteelt.

St- Joris staat aangeschreven zoals ook St-Maarten een regen heilige. St Joris warm en schoon, heeft ruw en nat tot loon. Met andere woorden, als kikvorsen in de lente te vroeg kwaken, zal het weer spoedig omslaan en volgt er nog een koude periode. Wellicht schuilt er toch waarheid in het gezegde “ Liefst rijdt er langs de wegen Sint Joris in de regen”.

Hij staat bekend als een draken doder. Hij is bij de boogschutters zeer bekend als hun patroon heilige.” Sente Joris die Mette speere sloegh den dracke” was reeds in de 12de en 13de eeuw algemeen gekend. Van in de verste oudheid wordt de draak voorgesteld als een goede of als een kwade geest. In de h. schrift wordt hij vaak beschouwd als de duivel zelf. De draak verzinnebeeldt de vijanden van het christendom.

Reageer op dit bericht

nostalgie

En de Elooi wie ooit een smid was, edelsmid. Hij was een handig kunstenaar die de gunst verwierf van koning Chlotarius II voor wie hij een gouden zetel smeedde.

De Heilige Willibrord een misschien wat minder bekende, een Ierse monnik geboren in 658 in Northumberland in de buurt van York, welke na de dood van zijn vrouw een kloostertje bouwde Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de eenheid der Nederlanden. Hij staat vermeld als de voornaamste bronnenheilige. In vele kerken die zijn patroonschap dragen bevond zich een put of bron. Deze moeten beschouwd worden als vroeger doopputjes, “ “Kerstputten” volwassenen werden gedoopt door indompeling.

In Wulpen gaat men op pinkstermaandag naar het Willibrorduskapel en het putje waar volgens de legende de heilige een bron deed ontspringen. Het water wordt beschouwd als een heilmiddel tegen koorts en hete brand. Hij stierf op 7 november 739 te Echternach.

Wie rekent nog op Sint Plone bij tandpijn, veel oudere mensen zullen hun gedachten nog wegdromen naar de h. Apollonia welke in hun tijd er nog druk voor vereerd werd. Men trok naar Meldert, je kon er je ter plaatse laten inschrijven in het broederschap. En wie ingeschreven was en toch in de loop van het jaar tandpijn kreeg, dacht daarvan verlost te worden door “ een noveen te houden “

Vandaag zijn het vooral moeders, of grootmoeders die hun kinderen of kleinkinderen in het register van Apollonia laten inschrijven “…opdat de wisseling van melktanden naar definitieve tanden niet al te pijn lijk zou verlopen.

En wat moeten we dan denken bij het zien van enkele jaren terug toen uit de kerken vele heiligen beeltenissen werden weg genomen. En naar het schijnt was dat nog niet het ergste. Een kloosterzuster die de kloosternaam droeg van Apolline welke in 1937 geprofest werd, schreef jarenlang honderden kiespijnlijders in de broederschappen, tot zij door haar overheid werd aangemaand om dit achterwege te laten. Zij diende de geïnteresseerden te vertellen dat Apollonia nooit bestaan heeft en dat ze beter naar de tandarts zouden gaan in plaats van op bedevaart.

Dat de fantasie eertijds wel eens hoge toppen kon scheren, is wel waar maar was deze ingreep dan wel nodig, mogen we geen heiligen aanroepen? Is dat goddeloos? Waarom kunnen wij ons op hen niet toevertrouwen, of was alles een overdrevenheid van de kerk?

En wat dan zeggen van Valentijn de verliefde harten. Valentijn zou volgens een legende tijdens een razzia tegen de christenen zijn opgepakt en in de gevangenis gegooid. Een vader cipier had een blinde dochter. En tussen dit kind en Valentijn ontstond een diepe vriendschap. Toen het bekend geraakte dat Valentijn zou moeten sterven door steniging bezocht het meisje hem een laatste maal, waarna het kind genas. Voor hij stierf stuurde hij het meisje een brief en vanaf dat ogenblik zou het een gebruik geworden zijn dat verliefden elkaar op Sint Valentijn een wenskaart sturen.

In de middeleeuwen geloofde men dat de vogels op 14 februari paarden. Bij ons is het pas na de tweede wereldoorlog dat het feest een vast gebruik geworden is.

 En wat gezegd van St Maarten, de zoon van een Romeins officier in het Romeinse leger en zeker geen christen. Martinus werd op 15 jarige leeftijd opgenomen bij de ruiterij der keizerlijke garde. Hij kwam in contact met Hilarius, de latere bisschop van Poitiers. Op 18 jarige leeftijd werd hij gedoopt en ontslagen uit het leger wegens zijn bezwaar om medemensen te doden. Hij vestigde zich in een kluis nabij Poitiers, en werd verkozen tot bisschop van Tours, hij werd op 11 november in Tours begraven. Wegens zijn militaire activiteit in zijn jeugd werd hij beschermer van soldaten. Hij is tevens de heilige welke aanroepen wordt door de “ bedwateraars” . Hij is tevens bekent als een beetje de tegen hanger van St- Niklaas

Reageer op dit bericht

nostalgie

Zo las ik nog in mijn gazette: den H. Gregoor van plezier, hij was paus, kerkleraar en naar het schijnt de grondlegger van de Gregoriaanse kerkzang. Hij was het die aanleiding gaf tot schoolfeesten en heel wat kindervermaak. Dat zal zeker maar weinigen meer weten. Hij zorgde er voor dat de scholieren in de kerkzang werden ingewijd. Hieraan heeft hij wellicht te danken dat zijn gedenkdag vooral een schoolfeest werd. Welke in 840 ter zijner ere werd ingesteld. Hij was tevens de patroon van geleerden, leraars, musici , zangers en koorknapen. Van de vele voorbeelden halen we er een paar naar voor; het feest te klerken eindigde doorgans op een smulpartij met sint Gregoorke van plezier wij drinken Leuvens bier. Of te Tisselt; het klaslokaal werd versierd met lover en geleurde papieren kransen, de primus werd ingehaald; hij moest trakteren en men zong, De primus zal trakteren, kom mijn liefje, kom, kom, kom, de primus zal trakteren kom mijn liefje kom van den jambon, bon, bon, bon, van den jambon. Heel wat dorpen en gemeten deden aan die feesten mee.

En wie kent de 25ste november niet Catharina en kaatje. De H.Catharina van Alexandrië vooral bekend rond het feestgebeuren in Parijs, en sinds 1934 navolging kende te Brussel, waarbij alle meisje welke in de mode wereld werken betrokken werden. Ze behoorde tot de 14 noodhelpers. In vele kerken treffen we nog haar beeltenis aan. Meestal staat ze afgebeeld met een kroon op het hoofd, en met een zwaard, een palmtak of een boek in de hand. Naar het schijnt was het een zeer mooi meisje, welke zich verdiepte in wijsbegeerte en natuurlijke wetenschappen. Op 18 jarige leeftijd verweet ze de keizer Maxentius zijn dwaasheid in het vereren van valse goden. De keizer kon zich tegen haar welsprekendheid niet optornen en was daardoor zo verbolgen hij liet ze in het vuur werpen. Het vuur deerde haar evenwel niet. Wrede folteringen werden haar deel en gedurende elf dagen werd ze zonder voedsel opgesloten. Met onuitputtelijk ijver bleef ze het woord Gods verkondigen. Daarmee was de maat vol. Ze werd veroordeeld tot het rad. Toen ze op het wiel met ijzeren pinnen gebonden was, sprong het stuk, dan werd ze onthoofd. Volgens de legende vloeide geen bloed maar melk uit de wonde ten teken van zuiverheid. De legende verhaalt ook dat haar lichaam door engelen naar de Sinaï gebracht werd, waar het in het in het begin van de 8ste eeuw zou terug gevonden zijn. Er werd alleszins een kerk en een klooster gebouwd. Ze wordt aanroepen tegen ringworm in de volksmond het rad van St Katrien of St Katrienwiel. Het waren vroeger vooral de ongehuwde meisjes van 25 jaar en ouder die op 25 november een dag “vol jolijt en spijt” doorbrachten.

Reageer op dit bericht

nostalgie

Heiligen bestaan ook voor de armoede, denk maar aan St- Antonius van Padua, welke ook hier in de kerk vereerd werd. Rond de jaren 1890 ontstond het gebruik om brood uit te delen aan armen en behoeftige, ergens rond zijn feestdag. Het zou de gewoonte geweest zijn als men iets kwijt was geraakt, of een waardevol iets opnieuw in zijn bezit wilde, kon men bij het bekomen er van in ruil brood geven welke dan aan de armen of behoeftige werd gegeven. Tevens wordt ook hij aanroepen tegen plotse dood.

Ook in onze kerk vinden we nog den H.Donatius, reeds eerder vermeld, hij wordt tevens aanroepen tegen rampen en oorlogsdreiging, aardbevingen, welke zich gelukkig hier bij ons zich maar weinig voordoen.

Mensen welke een bazige vrouw hadden konden zich beredderen bij den apostel “Simon de ijveraar”

Wanneer er zich huwelijksproblemen voordeden of voordoen kan men terecht bij de H.Godelieve te Gistel. Eveneens voor wat echtscheidingen, en lastige schoonmoeders betreft.

Wanneer we de verschillende bidprentjes welke toen te vinden waren bekijken, staan we bewondering te kijken wie en voor wat er allemaal heiligen bestonden.

Zo vonden we voor hopeloze zaken de H. Rita, voor langdurige regen St- Medar, voor een lange doodstrijd den H. Jozef.

Wat moedloosheid en depressie is ga men te rade bij Jean-Marie Vianney beter bekend onder de Pastoor van Ars. Wanneer we naar Oudenaarde gaan en met ratten en muizen geplaagd zitten, spring maar even binnen in de Walburgakerk daar bij de H. Walburga.

En wie kent niet den H.Kristoffel, voor wanneer we op reis vertrekken. Nog zo een gekend iemand is de H.Maria Magdalena tegen de verleiding en de onkuisheid.

Ook geen onbekende is de H.Hubertus tegen hondsdolheid en hondenbeten, ook hier met zijn afbeelding.

Heilig overtuigt zijnde weten we allen, zonder het aan anderen te verklappen doen we op hen zeker nog altijd, of nog meer dan ooit beroep op hen, ook al durven we het niet openlijk zeggen. We houden nog veel van die Heiligen of was het maar omdat we op die dag of een dag verlof hebben.

Heden ten dage proberen we ons voor alles en nog wat te verzekeren, en de heiligen van toen, opzij te schuiven, maar ergens diep vanbinnen kunnen we ze nog altijd aanroepen, en met volle vertrouwen denk ik dat ze ons zeker bijstand kunnen bieden. Ook al denken we dat dit ook bij de nostalgie behoord.

Reageer op dit bericht

nostalgie

Heiligen werden aanroepen om allerhande problemen op te lossen, zelfs op vandaag, hoeveel kaarsen zouden er niet gebrand hebben om de kinderen of kleinkinderen door het examen te helpen loodsen?

We hadden geneesheiligen, die het reuma genazen, zweren, tandpijn en kolieken, aan hun voeten werden verlamde kinderen neer gelegd. Blinden konden terug zien. Er was geen ziekte of een of ander heilige kon er worden aanroepen.

Was het niet zo dat Jezus ons geleerd heeft: “dat ons geloof ons kon redden”?

Is het niet zo dat men soms van hier boven uit, het anders met ons voor heeft, dan wat wij denken?

Heeft Jezus ook zijn lijden niet moeten onder gaan? Stelde ook Hij niet de vraag aan zijn Vader; “mag deze kelk niet aan mij voorbij gaan”?

Waarom zouden onze ouders of voorouders het niet proberen bij de heiligen, waren er voor hen andere mogelijkheden, hun geloof was sterk, sterker dan nu?

Voor alle kwalen kan men nu naar een dokter of veearts, eventueel naar de verzekering, of de rechter.

Maar toen waren het de heiligen, bij onweer of andere natuur elementen.

Enkele voorbeelden: tegen noden, de H. Barbara in het stervensuur, De H. Christopher tegen ongevallen, H. Dionysius tegen Syfilis en men kan zo maar verder gaan.

Tegen Brandgevaar de H.Agatha, Bliksem inslagen de H.Donatius, Familie ruzie de H.Roza, Hagel inslag de H.Marcus, voor een goede oogst den H.Bavo, Slecht weer denk maar aan de H.Clara en de eieren. Zonder dan nog maar te denken welke schade de vorst kan meebrengen,daartoe waren de IJsheiligen, zeker verantwoord om u geloof en vertrouwen aan hen te schenken.

De gevreesde ijsheiligen “ vriesheiligen” of “koude santen genoemd, staan van 11 tot 15 mei op den kalender. Ze zijn gelijk de drie musketiers ze zijn ook met vier. De gestrengde heren noemen Mamertus 11 mei Pankratius 12 mei, Servatius 13 mei en Bonifatius 14 mei. In het Duitstalig Zwitserland zijn de koude santen vergezeld van een even koud aandoende dat de naam draagt van “ die kalte Sophie”15 mei “de ijsvrouw” of “Eisweible”. De ijsheiligen worden door de wijn bouwers de “wijndieven “ genoemd. Ze worden door boer en tuinder zeer geducht. Na 16 mei moet men immers geen nachtvorst aan grond verwachten

Ook tegen hagelinslag zocht me zijn toevlucht, daarvoor was de evangelist Marcus de aangewezen heilige.

Ook voor een goede oogst werd er gebeden en zocht men zijn toevlucht tot hier boven, denk maar aan de kruisdagen, de processie voor de vruchten der aarde.

Zelfs tegen aardappelplagen, vlas ziekten en branden, kon men te Kooigem terecht bij den h. Laurentius. Voor een rijke hooioogst was men aangewezen bij Moeder de H. Anna. Voor het zaaigraan, Kan men terecht bij den H. Dionysius, te St Denijs.

Het was voor hen zeker niet uit den bozen, om hun smeekbede of een kaars te laten branden.

Nu is men overtuigd dat, dat alles superstitie of bijgeloof was, en dat we het niet meer nodig hebben, maar met hoe velen branden we stiekem, een kaarsje en denken er bij: “ baat het niet schaad ook niet” Indien we er zelf van overtuigt zijn kan het wonderen doen, echt geloven en vertrouwen!

Wist u dat er heiligen waren tegen alle soorten angsten, slaaploosheid en slaapwandelen. Zelfs tegen kindergeschreeuw, het schijnt dat men hem in de volksmond de “Krijs Gilles” noemt. Er zijn bedevaartsoorden waar moeders “Sint-Egidiuswater” kregen om aan hun kinderen te geven. Heiligen bestaan tevens voor bij schaamte, het niet durven naar de biecht gaan en je zonden belijden. Denk hierbij maar aan onzen Antonius.

Kijk tot wat de Valentijn uit gegroeid is. Al lang voor de handelszaken er zich gingen in mengen, werd zijn hulp ingeroepen door verliefden ter bescherming van hun liefde of verlovingen, en hoeveel koppeltje kenden de H. Katrien niet?

Reageer op dit bericht

nostalgie

Is het werkelijk zoals men zegt dat:” De tijd waarin mensen de heiligen kennen definitief voorbij is”

Is het omdat diegenen die tandpijn hebben naar den tandarts gaat, dat we de H; Apollonia niet meer moeten kennen. Zijn we niet geïnteresseerd in het hoe en waarom onze ouders of grootouders zich van alle kwaaltjes lieten beschermen door de heiligen.

Vinden we op rommelmarkten of in antiekzaken geen beelden terug waarvan we gaarne zouden weten wie is hij of zij, welke attributen dragen zij.

Zijn de heiligen uit ons dagelijks leven verdwenen of zouden we nog stiekem ergens in een hoekje een kaarsje branden, voor het een of het andere welke we gaarne zouden willen bekomen?

Of is het alleen den toerist, de fietser, wandelaars of museumbezoekers, die er mee geconfronteerd worden. Is het ook niet interessant voor de jonge mensen die tot de generatie behoren die de godsdienst van thuis of op school niet meer meekregen, laat staan de heiligen verering, die voor hen een complete onbekende is.

Het ligt niet in de bedoeling om al de heiligen en hun attributen hier uit de doeken te doen. Nee, de bedoeling is dat waar we gaan langs Rollegemse wegen, en we komen een kapelletje tegen, dat we weten welke heilige hier vereerd word en zoveel mogelijk waarom het er is.

Aan de meeste boerhoven of landbouwbedrijven vinden we een verering van O.L.Vrouw, het zij van Lourdes of andere, we proberen ze in kaart te brengen.

Na het concilie ontstond de leegloop van de heiligen beelden in de kerk, is het toen dat men als gelovige zelf is gaan twijfelen, of was het een goede reden om het op te geven?

Hier geven we de:

Concilietekst

Dit is de relevante Concilietekst:

"In haar herderlijke bekommernis wekt (...) [het Concilie] tevens al degenen op die met die taak belast zijn om de misbruiken, tekorten of overdrijvingen die rechts of links zouden zijn binnengedrongen te weren en trachten te verbeteren en alles tot meerdere lof van Christus en God in te richten. Aan de gelovigen moeten zij dus leren, dat de echte heiligenverering niet zozeer in de vermenigvuldiging van de uitwendige praktijken, als wel veeleer in de meer werkzame toeleg van onze liefde gelegen is; daardoor verwachten ons, tot groter nut voor onszelf en voor de Kerk, van de heiligen 'het voorbeeld van hun gedrag, de weldaad van hun gemeenschap en de hulp van hun voorspraak'. Anderzijds moeten zij aan de gelovigen duidelijk maken, dat onze omgang met de hemelingen, als hij in het brede licht van het geloof wordt gezien, de latreutische eredienst die wij door Christus in de Geest aan de Vader brengen geenszins verzwakt, maar deze integendeel aanzienlijk verrijkt." (Dogmatische Constitutie over de Kerk, VII, 51)

Reageer op dit bericht

nostalgie

Enkele voorbeelden; Ter genezing van witte mond of spruw (ontsteking van het mondslijmvlies van zuigelingen) kan je o.a. citroen met honing vermengen en met een doekje doordrenkt van dit mengsel de wonde reinigen. Men kan ook roze siroop van rozen geven of op de fopspeen in zouthout of boorwater drenken.

Er werd gediend bij St.-Petrus in Zulte of bij O.L.Vrouw te Dadizele of Oostakker.

Diarree, helpt het geven van rijstwater of sap van wortelen. Het innemen van korreltjes of het eten van geraspte appel. Veel radicaler was de volgende oplossing; een gloeiende pook in de melk houden.

Op het religieuze vlak is het hier wel veel gemakkelijker, men kan bij de heilige Brixius terecht.

Geelzucht: een eerste vereiste het kind warm houden. Karnemelk en geraspte wortelen kunnen het genezingsproces bevorderen, maar uiterst gevaarlijk eieren eten.

Tegen betaling- zich laten inschrijven in het register van den heiligen Dionysius te Geluwe.

Bij stuipen de uiteinden bedekken met in azijn gedrenkte doeken. Of afwisselend warme en koude doeken gebruiken. Ook kan men overschakelen op zetpillen of tee.

Ter bestrijding kan men ook naar Aalbeke bij de H. Cornelius, die overigens met kinderziekten wel raad weet. Of bij de H. Margriet te Geluveld.

Bij verlamming probeer het met mosterdbaden, maar meestal weet men dat hier weinig tegen aan te vangen is. Men kan naar het Kelderke Gods in Kortrijk in de Kortrijkse St-Maartenkerk. Naar Bavikhove of naar Elverdinge bij de H. Livinus.

Melkkoorts of moedermelkgeelzucht, kwam vroeger veel voor. In dergelijke gevallen smeerde men kamfer of lijnzaadpap op de borst, die men in ieder geval warm moest houden. Tee drinken kon geen kwaad.

Voor dit ongemak , evenals voor alle soorten ander verzwering, kon je bij St-Job in Heule terecht.

Rachitis of Engelse ziekte (Bot aandoening) die ontstaat door een tekort aan vitamine D en calcium

Reageer op dit bericht

nostagie

De kersverse moeder was eigenlijk nauwelijks van tel bij al deze plechtigheden. Zij moest zich beperken tot de kerkgang enkele dagen na de geboorte. Blijkbaar een nogal bevreemdende gebeurtenis aangezien deze kerkgang tegenwoordig volledig naar de achtergrond is verdrongen en haast niet meer bekend.

De kerkgang was zowat het eerste officieel “ heroptreden” van de moeder. Dat was ongeveer een veertien dagen na de geboorte, of zodra de vrouw niet meer bedlegerig was.

De kerkgang had een drievoudige bedoeling: in de eerste plaats, een zuivering, Ten tweede: het was een dankzegging aan God voor het nieuwe leven. Ten derde; het was ook het eerste publieke optreden van de moeder na de bevalling.

Hoe verliep deze plechtigheid? De vrouw ging van achteraan in de kerk naar voor met een kaars ter ere van O.-L.-Vrouw in de hand. Vooraan werd ze door de priester belezen, terwijl ze zijn stola vasthield. Nadat ze met wijwater besprenkeld was, ging ze naar de offerande. Op bedevaart ging men niet alleen zo als hier boven reeds aangehaald, niet alleen wie geen kinderen kon krijgen. Soms diende een bedevaart als dank voor de goede afloop. Of was er ook de bedoeling bij om geen kinderen meer te krijgen. Want sommige vrouwen zoals men toen zei: “ kweekten gelijk konijnenmoeren”

Hier in de streek ging men naar O.L.Vrouw van Groeningen, of het kelderke Gods, Dadizele of Oostakker, vooral voor een miskraam. Iets uitgebreider is een offergang of een rozenkransbedevaart, of nog een novene. Meestal liet de vrouw zich bovendien in de kerk van het bedevaartsoord zegen.

Er zijn zoals het nu nog altijd kan verschillende manieren van devotie, naargelang de behoefte. Men kan zich laten belezen, het kan ook als bedanking driemaal rond de kerk gaan, denk maar zelf waar zo een plaats bestaat. Een koek kopen laten zegenen en opeten. Doch iets uitgebreider een rozenkransbedevaart, een noveen, een kapellen tocht, of de vijftien mysteries overlopen.

Voor al de verschillende ziekten van kinderen en volwassen te voorkomen of om te genezen grijpt men bij afwezigheid van den dokter - al dan niet gewild- naast religieuze, ook naar volksgeneeskundige middeltjes ter bestrijding ervan.

Reageer op dit bericht

nostalgie

In Hongarije wierpen trouwlustige meisjes op oudejaarsavond week gekookte erwten tegen de wand; wier erwt bleef kleven, zou komende jaar trouwen.

En hier in Vlaanderen trof men in de 18de eeuw nog wel paartjes aan die met erwten tussen de lakens hun eerste liefdesnacht beleefden.

Erwten zijn volgens de volksgeneeskunde een afdoend middel tegen wratten. Middeleeuws is wellicht het wassen van kinderen met erwtenafkooksel tegen de mazelen.

Of nog, wanneer men op Goede Vrijdag erwten at bleef men van koorts gespaard.

Kiespijn kan men kwijt door op het kerkhof erwten stuk te bijten.

In de middeleeuwen was het urineren op een zakje erwten dat daarna in de schouw werd opgehangen, een remedie tegen geelzucht.

Hildegarde van Bingen schreef dat erwten eten de longen belast. Zieken en zwakken werden dan ook het verbruik van erwten afgeraden.

Erwten worden voorgeschreven in het dieet voor mensen met bloedarmoede en voor herstellende. Ze bevorderen de spijsvertering en reinigen de ingewanden.

Sagen vertellen ons dat erwten een geliefd gerecht is voor dwergen en Kabouters.

Een peul met 9 en 10 erwtjes bezit een magische kracht. In den tijd werd een dergelijke peul door een huwbaar meisje boven de huisdeur gelegd. De eerst binnen getreden man zou dan haar toekomstige zijn of tenminste de naam van haar geliefde openbare.

Thuis blijven en voor de kinderen zorgen was het ergste wat een man in dien tijd kon overkomen. Tussen de jaren 1500 en 1800 was het voor de vrouw onmogelijk en ongehoord om zelf amoureuze initiatief te nemen. Zedig, kuis en afwachten is het huwbaar meisje, en naast het goede voorkomen zijn er toch enkele vaardigheden voor de vrouw van belang: goed kunnen zingen, luit of klavecimbel spelen, dansen en kaartspelen, dat alles kan de aantrekkelijkheid vergroten. Ze moesten natuurlijk maagd blijven tot aan het huwelijk, maar in de realiteit pakte dat vaak anders uit.

Pas rond 1870 komt wit als bruidskleed in de mode. Het populairste geschenk als teken van onderlinge trouw waren ringen. Huwelijksgeschenken varieerden van een nachtpot tot prachtige gegraveerde glazen.

Tot slot nog dit, het was niet al pret wat de trouwklok sloeg, soms waren er voor de huwelijksnacht dikke tranen geschreid van de bruid, doch kon men het relativeren zoals in dit schrift: “Nu Schreyt de bruyt, nochtans ik wedde, sy sal weder lachen, als sy is te bedde”.

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten