Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 december 2021 tot 31 december 2021

het landelijk leven te Rollegem

“Weimeershoeve “ Weimeerslaan

 

De naam is te danken aan het feit dat de meeste gronden gelegen zijn op de Weimeers en ze staat in de nabijheid van de beek de Weimeers. Het is een gesloten hoeve met open ingang. Ze had een totale oppervlakte in 1980 van 10 ha. Er is sinds 1986 geen landbouwuitbating meer. De oudste vermelding dateert van eind 19de eeuw (1801 1900) . Het was Frederiq Christiaens welke de eerste uitbater en eigenaar was. In de volksmond “de Fric”. Hij werd opgevold door zoon Karel. Door blikseminslag gevolgd door brand in 1906 werd de hoeve grotendeels vernield. In 1912 nam Gaston de uitbating over van zijn vader, en deze werd in 1949 opgevolgd door zoon Michel. De hoevegebouwen waren met 1ha grond eigendom van Antoon Nolf uit Kortrijk en Michel Christiaens kocht deze over in 1951. De bedrijfsoppervlakte bedroeg toen 26 ha, doch door verkaveling voor bouw van woningen en van de sporthallen in 1979 viel de oppervlakte terug op 10 ha. Michel ging op rust in 1986. De Weimeershoeve behield enkel de woonfunctie welke door zoon Geert word bewoond.

De eigenaar verkocht de overige stukken landbouwgrond aan verschillende landbouwers.



2450590-e28bc1227288b9cf52fbac2f803fa6fa.jpg

2450590-448cf9a8a79279c11ff4be62f8e06fc1.jpg
1 reactie Reageer op dit bericht

het landelijk leven te Rollegem

“Goed te Castel “ Schreiboomstraat 1

 

Gesloten U-Vorm welke al in 1637 bekent staat. 1756 was Bartholomeus Barbory  de uitbater . Het was tot 1900 leesbaar in de dakpannen van de wagenbergplaats. Herbau was in 1834 uitbater en eigenaar. De totale oppervlakte bedroeg in 1980 14 ha. Sinds 1990 is het landbouwbedrijf meer, doch een Aveve winkel. De familie Herbau bleef er wonen tot 1901.

Albriek Depestel kwam hem opvolgen. Na een bliksem inslag in 1903 werden de hoevegebouwen door brand volledig vernield. Op het goed ontstond ook brand bij het drogen van graan. Er werd vuur gestookt en via ventilator werd warme lucht door het graan geblazen. Vermoedelijk werd er vuur meegezogen en ontstond daar door brand.

Albriek Depestel verhuisde in 1915 naar het goed te Bottelrie. Het was Rene Castel geboren op het goed ’s Costers welke Depestel opvolgde. Broer René bleef op de ouderlijke woning.

Tijdens de tweede Wereldoorlog werden de stallen opgeëist voor  Duitse paarden.  Het was zoon Ephrem welke in 1963 René opvolgde. In de jaren tachtig werd het landbouwareaal tot de helft terug gebracht, negen ha werden aan derden verpacht. De naam is te danken aan de familie Castel daar deze sinds 1915 de hoeve uitbaten.

In 1990 kochten Dirk en Maarleen Polet- Vergote uit Kluisbergen de hoeve. De gebouwen werde grondig aangepast ter inrichting van de Aveve-winkel.



2448428-4d05505061bcdecc86d0d949ffcf45d4.jpg

2448428-a86c4d1435c260326aca0c20a6a5b285.jpg
1 reactie Reageer op dit bericht

Koor Crescendo

De muziekminnende pastoor Gustave Stemgée droomde er van om in ons dorp een koor te stichten Hij besloot om samen met koster Leman Clothaire, Leplae Frans, Hoornaert Michel en Buyck Albert een koor op te richten. Frans Leplae werd in begin 1969 aangesproken en aanvaarde bereidwillig de leiding. Ook op Clothaire Leman werd beroep gedaan om de orgelbegeleiding op zich te nemen. De eerste poging welke ondernomen werd was de volgende zondagsmissen verzorgd op het oksaal met Leplae, Hoornaert, Buyck en Declercq, hiermee werd de eerste stap duidelijk gezet. Even later op 15 oktober 1969 ter gelegenheid van het H.Theresiafeest werd er een eerste samenzang ondernomen. Op 1 november van het zelfde jaar werd het eerste optreden met succes gehouden het parochiaalkoor was een feit.

Reageer op dit bericht

liedjes en gedichten uit de oude Doze

Onze vader G. Antheus 

Ik kniel hier met de handjes saam, ik ken u nauwelijks met naam

Onze Vader, maar ‘k doe wat vader en moeder doet.

Uw naam klinkt toch zoo wonder zoet en ‘k zeg met hen de

handekens te gader Onze Vader die in de hemelen zijt.

Ik ga nu slapen, ’t uur is daar zie moeder maakt bedje klaar.

Onze vader zij heft mij op, zij kust me teer,

En legt mij in het bedje neer, en eer ik slaap herhalen we te gader:

 

Ik weet reeds dat er kinderen zijn, die arm en gans verlaten zijn,

Onze Vader . Wie ziet hen geern? Wie kust hen zacht?

Waar slapen zij wel overnacht? Och zorg voor al die kinderkens te gader:

Onze Vader wie ziet gij geerne? Wie kust hen zacht

Waar slapen zij wel overnacht?

Och zorg vooral die kinderkens te gader

Reageer op dit bericht

liedjes en gedichten uit de oude Doze

Belijdenis

 

Ik ben stout geweest, maar zal het nooit meer doen!

Toe neem mij op uw schoot, en geef me een zoen!

Lief moeken, zie , ik heb mijn oogskens rood gewreven!

Zeg ben ik weer u kind? En is het vergeven!

Ik strek mijn armpjes uit en sluit uw hoofd erin!

Ach! Wees niet langer boos! Zie hoe ik u bemin!

Lief moeke, hoor,ik zal nu braaf zijn mijn leven lang

Reageer op dit bericht

het landelijk leven te Rollegem

“Hof van Rollegem” Rollegemplaats 5

 

Meerzijdige gesloten hoeve met als oudste gegevens 1735 was vroeger omwald. Historische naam “ De Heerlijkheid van Rollegem” reeds in de 14de eeuw (1301 – 1400) vermeld.

Ze had in 1996 een oppervlakte van 28ha 49 a.

Hugo III van Halewijn was in 1260 eigenaar en hij was gehuwd met Fressende van Rollegem. Hij overleed in 1287 en zijn weduwe was toen eigenaar. Ridder Wouter I van Halewijn volgde haar op . Het was 1365 en toen volgde Wouter II van Halewijn welke heer werd van Rollegem. In 1420 werd Perceval van Halewijn eigenaar, hij werd door neef Jan I van Halewijn opgevolgd. Jan I stierf in 1441 en werd door zoon Perceval II opgevold. Door wanbetalingen moest Perceval II van Halewijn de heerlijkheid verkopen aan Joris van Halwijn in 1476.

Het was vanaf 1496 dat de hoeve verpacht werd aan Willem de Smet daar Joris Stierf in 1535. Zijn zoon Jan, heer van Komen werd de opvolger eigenaar maar hij overleed in 1544. Zijn weduwe Jossyne de Lannoy werd de eigenares en verpachte de hoeve in 1552 aan Nikolaas Desmet. Hij was de zoon van de voormalige pachter Willem. De dochter van eigenares Jossyne, Johanna trouwde met Philippe Decroy in 1559 en erfde het goed. Zij stierf in 1581 en haar zoon Karel Decroy werd eigenaar. Karel verkocht in 1585 het hof aan Philippe du Chastel de Blangeval. De hoeve lag in puin na meerdere vernietigingen door onder ander de Geuzen en vrijbuiters. Maximiliaan du Chastel, de opvolgende eigenaar overleed in 1622.

Het was zijn zoon Charles -François welke de hoeve erfde, hij stierf in 1637. De nieuwe eigenaar werd Jeronimo Ph. Du Chastel, Heer van Rollegem. Uit zijn derde huwelijk in 1699 was de nieuwe opvolger Frans- Gilbert . En in 1712 werd Maria Ph du Chastel de eigenares. In 1716 pachtte Jan Parent het hof aan Fr. GJ. Du Chastel. En in 1725 was Joost Parent de pachter. In het zelfde jar werd het goed verkocht aan de minderjarige graaf van Moeskroen, Engelbert-Frederik d’Ennetières welke in 1758 overleed. Albert d’Ennetières werd de opvolger, hij overleed in 1758. Het was broer Albert, Jozef d’Ennetières welke hem opvolgde in 1761. Een tweede broer volgde in 1786 op J.B.A. d’Ennetières, deze stierf in 1817.

Zijn zoon Frederik jozef was erfgenaam en bleef tot 1875 eigenaar. De hoeve telde in dien tijd ,1834 een bedrijfsoppervlakte van 33 ha.  De hoeve gebouwen vertoonden toen reeds de nog bestaande structuur van meerzijdige gesloten hoeve met een achtvormige omwalling. De prachtige toegangspoort, ook de Rollegempoort genaamd, dateert van 1735.

De sluitsteen van de poort stelt het wapenschild van de familie d’Ennetières voor, geflankeerd door 2 leeuwen of tijgers. Tussen het woonhuis en de schuur bevind zich de Bellegempoort. De grote driebeukige bergschuur van 1835 is een zeldzaamheid in onze regio. De schuur telt 3 poorten en 11 gebinten, afgedekt met wolvendak. De Datumsteen in witsteen vermeld opschrift “Constant V.D. Mersch 1835” . De enige dochter van Frederik Jozef d’Ennetières Marie- Rose trouwde met Oktaaf d’Oultremont de Duras. Hun zoon Adhemar verkocht het hof in 1895 aan Edward en Gustaaf Nys uit Kortrijk. Eind 19de eeuw (1801- 1900) kwam Vermeersch op de hoeve, en in 1909 ging hij Failliet. Constan Brourkaert werd de opvolger uitbater en pachtte aan Edward Nys. Welke in 1915 stierf. Zijn erfgename waren M. Doutreligne, zijn weduwe, Gustaaf Nijs en Richar Snouk. Constand werd in 1953 opgevolgd door zoon Andre. In 1990 werd vader Andre opgevold door zoon Marc. Welke tot op heden de uitbater is .

Op de mote, welke eveneens omwald was stond vermoedelijk de woning van de heren van Rollegem. Rond 1900 werd de wal achter de woning gedempt



2447309-d20de447e854369daa99f8913a3925a5.jpg

2447309-19b2e903db300caa61f0f8ac07e7a275.jpg
Reageer op dit bericht

liedjes en gedichten uit de oude Doze

Ik ben van den buiten Declercq, A. Schrey.

 

Ik kreeg van mijn ouders , van ieder mijn part

Van vader mijn schouders van moeder mijn hart.

Ik vocht om mijn stuiten met zuster en broer,

Ik ben van den buiten ik ben van den boer.

 

Ik zout en ik zaaie, ik eg en ik ploeg

Ik mest en ik maaie en ik zweet en ik zwoeg.

Ik klets in de kluiten en glets in de moer.

Ik ben van den buiten , ik ben van den boer.

 

Bij d’eigensten pachter, eerst koeier den knecht

Mijn klakke van achter, mijn hoofd immer recht

Zoo dien ‘k om mijn duiten en teer op mijn toer

Ik ben van den buiten ik ben van den boer.

 

En hebben de zeisens gezinderezind

De maliende meisens de wagens gepint

Dan zit ik te fluiten van boven op ’t voer

Ik ben van den buiten ik ben van den boer.

Reageer op dit bericht

Kunst en cultuur

Miranda Manhaeghe.

 

Welke het levenslicht zag te Rollegem ,( in café de Sterre in de kerkstraat) en haar liefde volgde naar Moorsele maakt van oude boeken kunstwerkjes.

Haar ganse leven was haar hobby breit en haakte ze;

Ze volgde snit en naad, daarna kinderverzorgster om haar opleiding af te maken met studie voor verpleegkundige. Miranda werkt reeds 29 jaar in het woonzorgcentrum St Jozef  te Moorsele.

Ze naaide gordijnen en overgordijnen voor thuis en maakte kussens in smirna het was dus tijd om iets anders.

Miranda zegt: “ Boeken plooien klinkt , misschien niet sexy maar je maakt er wel verrassende  mooie kunstwerkjes mee.” Ze heeft al meer den 10 verschillende ontwerpen.

Al bij al is Miranda een bezige bij.

Reageer op dit bericht

liedjes en gedichten uit de oude Doze

Liedjes uit de oude doos

 

Pikkers, Bindsters en Zantsters  ( Emiel Serroen)

 

Ons pikken die klonken den wetsteen aan staal.

De pikken die blonken in ’t zonnestraal

We gaven het koren een zoef en ne zwaai

En  ’t veld lag geschoren in ’n haai en ’n draai.

 

 

Wij sloegen ons handen om d’armvolle graan

En spanden er banden van strooi rondom aan

Wij gaven de schoven een wrong en een draai

En keerden het boven, gestuikt in een zwaai.

Reageer op dit bericht

liedjes en gedichten uit de oude Doze

Een liedje uit de oude doze, van Arthur Verhoeven

 

Toen ons Heer na al geschapen had, een Fransman en een Pruis.

Een Vlaming en een Engelsman, het geel en ’t zwart gespuis?

Toen schoot St Pieter toe en sprak: “ Heerlief! Ziet dat Ge niet vergeet,

Een Waal te maken anders was de schepping niet compleet.”

 

Eer mistroostig zei de lieve God “ Van dien haal ik geen eer!”

St Pieter “ ‘k zou toch maar doen, geloof me Lieve Heer.”

Ze kneedden dan een Waal van leem, geweekt in ’t water van de bron.

En legden hem te saam languit te drogen in de zon.

 

In den nanoen meenden ze den Waal te keeren maar jawel!

“Laisse-moi tranquill’ nom de tonner! Riep gram de poesjenel.

Wat heb ik gezeid St Pieter: “Hij is maar amper afgemaakt,

Daarbij nog ver van droog en toch hij vloekt al dat het kraakt”

Reageer op dit bericht

liedjes en gedichten uit de oude Doze

ter ere van de Rollegemse duivenliefhebbers

Eerste couplet.                                                                                                       Derde Couplet

 

Vrienden luistert hier naar ons gezang,                                                         Verders wordt ons nu ook vermeld,

Zeker ‘t is van groot belang.                                                                              De daad van den tweede held.

Wij schrijven hier, het feest rond uit,                                                             In een strooien huisje langs de baan,

En het kost u maar één kluit.                                                                            Zag hij vlammen hoog opslaan.

Zoo kunt gij weten, water nu geschied,                                                        Hij was seffens van ’t gevaar bewust,

Hier op ’ t Rollegem’ s gebied;                                                                          Hij had hoegenaamd geen rust;

Het is zeker wel de moeite weerd,                                                                  Hij riep menschen hier is nu brand,

ieder te been of te peer.                                                                                     Werken wij rap hand in hand.

 

                       Refrein                                                                                                         Refrein

 

Lijk de liefhebbers van Rollegem,                                                                        Hij kroop van boven op het huis,

Die minnaars van het duivenspel                                                                         Het was voorzeker daar niet pluis

En die dezen achternoen                                                                                       Daar wrocht Hij eene gansche uur,

Ook in ‘t feest willen meedoen                                                                             eer Hij meester was van het vuur.

En hier op deze wagene                                                                                          Zoo rede hij daar twee dooven,

Zitten wij vol behagene                                                                                           vrienden wilt ge het gelooven

Met de wittepen in ons hand                                                                                 Ja, zeker zulk ene daad,

En den bauwen in de mand                                                                                    Moet beloond zijn vroeg of laat.

 

              

Tweed couplet                                                                                                            vierde couplet

 

Het is hier een schoon huldebetoog,                                                                     Vrienden, wil den stoet bezien,

Dat zich ontrold voor uw oog.                                                                                 Wat al verschillige liên;

Vooreerst voor de kleine Cossement,                                                                    Gij vind er burger, boer en werkman,

Een manneke vol talent.                                                                                             Elk die doet wat hij kan.

Hij kwam eens naar school gegaan                                                                         Zoodus allen goed mêegevierd

En wat vond hij langs zijn baan;                                                                              Gekeken, geroepen en getierd

Een jong meisje in een waterput,                                                                            Lang leve Cossement en Vandael,

Ja, van krachten uitgeput.                                                                                         Maar kijkt toch meest van al.

 

Refrein                                                                                                                              Refrein

                                                                                                                                       

 

 

In eenen sprong was hij alras,                                                                                   Naar de liefhebbers van Rollegem                                                                        

Al in die diepen waterplas.                                                                                          Die minnaars van het duivenspel

Hij greep het met beider hand,                                                                                  En die deze achternoen

En trok het rap langs de kant.                                                                                     Ook in ’t feest meedoen

Hij deed zeker zijn beste,                                                                                             Zie hoe wij hier pareerden

Rede zoo het kind Vanneste;                                                                                       Voor de nieuwe gedecoreerden;

Ja, dat verdiend belooing,                                                                                            Ja, Vandaele is toch ‘ ne vent

Zelfs van Sire onze Koning                                                                                            Dat wordt ook de kleine Cossement                                                                      

 

 

Drukkerij E. Dedeyn, Rollegem                                                                              Gedicht en gezongen door J.C.

Reageer op dit bericht

het landelijk leven te Rollegem

“Goed te Imbrecht” Munkendoornstraat 135

Ook hier is de gekozen naam een familie naam daar Imbrecht in de eerste helft van de 20ste eeuw( 1901 -2000) de hoeve bewoonden. Het is een U-vormige hoeve met als oudste gegevens 1899 een balk in de koeistal. De eigenaar in 1846 was Verschelwe , in het begin van de 20ste eeuw was Adolf Imbrecht de uitbater. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Ernest in 1929 . Ernest bleef kinderloos , doch had een zus en deze had een dochter, Denise Meersman, welke met Basil Vandekerkhove huwde. In 1965 nam Basil samen met zijn vrouw de uitbating over. In 1993 ging Basiel op pensioen en bleef alleen de woonfunctie over.



2445650-c4326e7aed0f831b436958b50ed0c984.jpg

2445650-c2aa5e918239fb54053ccb06db70e60a.jpg
Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten