Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

Categorie: Tijd van toen

tijd van toen

Op het stuk bouwgrond toebehorende aan de openbare onderstaand, de hoek van de Schreiboomstraat en de Rollegemkerkstraat , werd aangekocht door de bouwmaatschappij uit Lauwe. Hier werden vierentwintig huizen gebouwd.

Het gebied gelegen tussen de Rollegemknockstraat en de Groenedreef een gebied van 5 ha, word er gebouwd zonder bouwmaatschappij, en is als dusdanig privé initiatief.

Zo komen we te weet dat er in de Rollegemkerkstraat een gedenkplaat hangt waar op we lezen dat er honderd huizen zijn bij gebouwd.

Ook het landelijk wegennet werd ingrijpend gewijzigd door den aanleg van wat we nu noemen de A17 waarvan de werken aanvatten in 1976 ter hoogte van de Lampestraat, een autosnelweg die ons dorp van noordwest naar zuidoost doorsnijd.

Want voor deze ingrijpende verandering er was, is er veel water naar de zee gestroomd, kijk of lees u maar even mee!

Er zouden dus grote verandering op til zijn, men kondigde op 13/10 1970 aan dat er een nieuw grote weg zou komen van Kortrijk naar Roubaix op het grond gebied van Rollegem beneden de waterval (Bellegem) op een grootdeel van de oude trambedding. Vandaar naar de Kwadebrug om uit te komen tussen aan de herberg op den hoek van de Tombroekstraat -Moeskroenstraat . Men dwarst de Tombroekstraat ongeveer ter hoogte van de huis nr. 78, 80, verder naar de Tombroekmolenstraat, om zijn weg te vervolgen naar het grondgebied Lowingen.

Als tweede grote weg komt Deerlijk –Moeskroen, ook gezegd de tweede ringbaan van Kortrijk. Deze Loopt over Zwevegem en Bellegem tussen de hofsteden “Dadecotboghaert” en het “Goed te Tombroek” dicht bij de “Tombroekstatie” alwaar de Tombroekstraat word gedwarst en aansluiting geeft met de grote baan Kortrijk – Roubaix langs de industriegebied van Moeskroen.

Als derde hebben we de autosnelweg Brussel – Kortrijk al over Wallonië . Deze komt op het grondgebied Rollegem aan de verdwenen huizen door de nu bestaande autosnelweg, van Dhond. Daar zou een op en afrit komen vandaar naar de Bellegemstraat dicht bij de weide van de hofstede “ Goed te Bottelrie”. Over de Kortrijkstraat achter de huizen van de “Ezelhoek” door de velden om de Marksestraat te bereiken aan de hofstede “Vandaelens hof “ en de beenhouwerij Florent Barbe tot het einde grondgebied Rollegem aan de hofstede van Gustaaf Clochet. De nieuwe wegen zouden over enkele jaren uitgevoerd zijn.

De diensten voor de autoweg A71 kreeg goedkeuring. Het driehoekig perceel gelegen aan de waterval, langs de Bellegemstraat, het perceel is een overschot van vroeger aangekochte grond. (10.000 Bfr.)

Het Tracé van de A71 dit betekend de Autosnelweg Zeebrugge -Brugge- Kortrijk- Doornik. De Bellegemstraat word verlegd, een brug over de Kortrijkstraat. Tussen het huis aan het nu bestaande containerpark en het laatste huis aan den“Ezelhoek”naar de Marksestraat.

Reageer op dit bericht

tijd van toen

De omwalde hoeve in de Oude Aalbeeksestraat. Hier staan 76 huizen langs weer zijden van de straat. De hofstede zou gestaan hebben waar nu het plein is, vroeger was dit de stortplaats van het huisvuil van de gemeente.

Naast de grote hoeve waar we het zo juist over hadden, staan ook nog de “koeiplekjes”, elk met zijn eigen aangetrekken, afdaken, ovenbuurtjes, geiten en konijnenkoten, stalletjes en schuurtjes. Daar woonden de keuterboer, in een zodanig klein bedrijf dat ze inkomsten moesten aangevuld worden met loondienst. (Koter dat is iemand die in een klein “kutachtig” boerderij woont ( vergelijk kot)

Ze bewerken kleine stukken land meestal in pacht, houden klein vee en doen landarbeid bij herenboeren of fabriek. Een keuterboer, of boerke met een of twee koeien werd ook koemelker genoemd. De koeien werden ook ingespannen

Om landarbeid te verrichten. De koeien welke ook zorgden voor nalatenschap, werden gemolken en een deel van de opbrengst van de melk werd particulier verkocht.

Ook is een tijd geweest dat het gezin en het vee verbleef onder het zelfde dak, zo een bedoening kreeg de benaming van keuterij.

Een landman of keuterboer leeft eigelijk buiten. Voor zijn deur, in t’ openveld, zijn hoofd onder den bloten hemel. Zover of hij kan zien, zo hoge zijn kijken gaat alles is het zijne. Al het gene onder zijn dak is dat wat moet beschermd tegen regen en wind en in de winter om zo goedkoops hem te verwarmen. Hij gaat enkel naar binnen om te eten en te slapen. Anders is hij van zon ophang tot zonsondergang buiten. Hij bekomerde zich niet om te pracht en de praal, zijn huis diende om te wonen zijn kroost groot te brengen. Hij bouwde zijn doening niet om gezien te zijn maar hij bouwde om zijnen voorkant naar ’t oosten of ’t zuiden te keren, om alzo licht en warmte op te vangen, twee dingen die voor hem van grote waarde waren. Zie maar eens naar hun vakwerk, elzentakken en eiken banroeden met leem, zo trokken ze de muren op; Balken en berd vormden de zoldering, en stroo, riet of vlas om te dekken.

Het was hard labeur, en ze zijn nergens beschreven, Clocet, of Dunecé, we kunnen ze niet zo direct achter halen , we horen het donder in Keulen als we van die boerkens , klappen hunleed en miseries, en toch, nu zou men spreken van bioboeren, wat salade en wat groeten en de wereld ligt aan u voeten.

En toch willen we ze niet onverlet laten

Reageer op dit bericht

den tijd van toen

Het klooster welke landbouwgronden bezat vlak voor het klooster, en achter het klooster, had een opleidingsschool in landbouw, een bedrijf met een paard en een “boever”. In 1956 werd de kloosterboerderij van de zusters stopgezet. Aan de voorzij in de Tombroekstraat werd rijenhuizen gebouw. Na dat ze de keuze gemaakt hadden om een school van minder begaafden te worden werden ook de gronden in de Rollegemkerkstraat bouwgronden.

Op 6 juni 1876 kochten Marcellin Delanglez en Sophie Verbrugge eigendommen uit het nalatenschap van de echtgenoten Jean-louis Labarre – Colette Accou (+3/ 07/1875 beiden overleden te Rollegem.

Pastoor Slosse merkte bij een rondgang op het kerkhof van Rollegem volgend grafschrift op: Ala Pieuse mémoire de Dame épouse de feu Monsieur Jean Louis Labarre, ‘ nee à Rolleghem le 25 Fëvrier 1797. Y décidée le 3 7brre 1875 R.I.P.[1] Slosse, L, Kortrijk of schetsen over de prochiën van het oud bisdom van Doornyk, liggende in de voormalige dekenij van Helkijn, Kortrijk en Wervick, deel III, Roeselare, 1904-1914.

Volgens de koopakte kochten ze een “Koophandelshuis” dat bestond uit een winkel, een magazijn een wagenhuis, een peerdenstal, poortgebouw, weverij en een aanpalend 2 arbeiderswoningen.

Van oorsprong is het complex in de Tombroekstraat nr. 10 dus geen hoeve maar een handelspand dat wer uitgebaat door Jean Louis Labarre en Colette Accou. De zoon Louis heeft de zaak verder uitgebaat tot 1/06/1876.

Na 1876 werd in het gebouwencomplex een kruidenierswinkel opgericht. Daarnaast verkochten ze ook zaden en plantgoed, kolen en petroleum. Met paard en kar vervoerden ze de thuiswerkers en hun koopwaar naar de markt in Kortrijk of Moeskroen.

Met de komst van de tram en auto werd er niet geïnvesteerd in vrachtvervoer maar wel in landbouw. De winkel bleef er tot 1982.

De gronden van het klooster welke in 1956 werd stopgezet, werden verhuurd aan landbouwers. Germain Delanglez huurde de achterliggende gronden palende aan de Tombroekstraat en het klooster.

Reageer op dit bericht

De tijd van toen

De Fruithoeve of de hofstede van “Coucelaere” gelegen in de Tombroekstraat, nu de woonplaats mevr. Desmedt – Barbe of aan het bedrijf “Modulon” interieurinrichting- timmer – en schrijnwerken

Rond december 1980 verscheen rond de “fruithoeve” welke intussen een werkelijke fruithoeve was geworden de volgende berichtgeving: Geen brood of…… brandstichting. Er dreigt binnen een waarachtige oorlog tussen de meeste handelaars van Rollegem en de uitbater van de “fruithoeve”, ook een Rollegemnaar die ooit begonnen is als marktkramer. Sinds enkele jaren doet “zijn “ “Fruithoeve” er gouden zaken. Eerst werd enkel fruit en groenten verkocht met wekelijks reclameprijzen die soms 30 à 40% lager waren dan de koerante prijs. Kaas en brood deden nadien de volkstoeloop nog stijgen. Brood wordt er verkocht aan 26 fr. in plaats van 32,5 fr. Ook patisserie werd erbij genomen. De uitbater loopt met plannen, een charcuterieafdeling te beginnen.

De handelaars te Rollegem hebben vanzelfsprekend rechtstreeks te lijden onder het enorme succes van de “Fruithoeve. Onlangs trokken een aantal handelaars dan ook gezamenlijk naar de leverancier van het brood te Bellegem en van de patisserie te Kortrijk. Volgens een toevallige getuige zouden ze gedreigd hebben de bakkerij in brand te steken als er nog langer geleverd werd aan de “Fruithoeve”

De bakker antwoordde dat hij zijn brood overal aan dezelfde prijs levert. Het zou de detailhandelaar dan vrijstaan hun eigen winstmarge te bepalen, zodat het brood evengoed aan 26 fr. als aan 32,5 fr verkocht kan worden. Een klein rekensommetje leert ons dat een huishoudbrood van 1 kg. dat 32,5 fr. kost, precies even goedkoop is als een brood dat 800 gr. Dat men 26 fr. betaald. Bij de bakkers die brood verkopen van 1 kg. (er zijn er nog enkele in het Kortrijkse) wordt men bijgevolg even goedkoop gediend als in de “Fruithoeve” en andere discounts. Geen reden dus om boos te zijn om die prijsvermindering.

Dat is het spel van de vrije markteconomie waar de kleinhandelaars allen voorstander van zijn. Het verschijnsel van de discounts is trouwens gebaseerd op een geringe winstmarge en een grote omzet om uiteindelijk toch de eenzelfde winst te krijgen.

Waar de “Fruithoeve” wellicht een tiental vijanden gekregen heeft, zijn er in crisistijd ook honderden tevreden klanten. Daaruit besluiten dat de kleine detailhandelaar ten dode opgeschreven is, is al te oppervlakkig. Wem moet hij zich voldoende soepel tonen om zijn zaak aan te passen aan de zich wijzende gewoonte.

Reageer op dit bericht

ten tijd van toen

Bij het nr. 1 in de Schreiboomstraat, staan we voor “De Schreiboom”, historisch toponiem, de hoeve behoort tot het gehucht “Schreiboom. Een open U-vorm, een nieuwe inplanting welke dateert van 1901. De vrouw van de eerste uitbater, was afkomstig van het “Goed Castel”. Bij het huwelijk met René Herbau, in 1901 werd deze hoeve gebouwd en land werd gekocht aan een oom. In 1930 was het zoon Simon welke zijn vader opvolgde. Tijdens de Tweed Wereldoorlog werd deze hoeve licht beschadigd. Sinds de zoon van Simon, verhuisde naar Ledegem, maar hier nog de gronden bewerkt, bewoonde de weduwe van Simon het huis tot aan haar dood in 1992. Momenteel blijft enkel de woonfunctie behouden.

Het “Hof van Rollegem”, historische naam; de heerlijkheid van Rollegem werd reeds in de 14de eeuw vermeld als het centrum van Rollegem. Het is een meerzijdige gesloten, vroeger omwalde hoeve.

Deze eeuwen oude hoeve was het foncier van de dorpsheerlijkheid gehouden door het kasteel van Kortrijk. In 1260 was de heer van Halewijn de eigenaar via zijn huwelijk met Fressende van Rollegem. Hij overleed in 1287 en zijn weduwe werd “vrouwe van Rollegem” . Ridder Wouter I van Halewijn was zijn opvolger. In 1365 was Wouter II van Halewijn de heer van Rollegem. Perceval I van Halewijn was eigenaar in 1420, en werd opgevolgd door neef Jan I van Halewijn. In 1441 werd deze opgevolgd door zoon Perceval II, die door wanbetaling de heerlijkheid moet verkopen aan Joris van Halewijn.

Vanaf 1496 pacht Willem de Smet de hoeve aan Joris. Bij het afsterven in 1535 was het zoon Jan, heer van Komen de eigenaar deze overleed in 1544. Zijn weduwe Jossyne de Lannoy werd eigenares. Intussen is het zoon Nikolaas Desmet welke de hoeve huurt. De dochter van de eigenares, Johanna huwde in 1559 met Philippe De Croy en erfde het goed. Na zijn dood 1581 werd zoon Karel de nieuwe eigenaar, deze verkocht in 1585 het hof aan Phillippe du Chastel de Blangeval. De hoeve lag immers in puin na meerdere vernietigingen door onder andere geuzen en vrijbuiters. Eerst werd Maximiliaan de opvolger eigenaar, daarna Charles-François en in 1637 was het de beurt aan Jeronimo welke “heer van Rollegem” werd. In 1699 was Frans-Guibert, een zoon uit het derde huwelijk van Jeronimo welke eigenaar werd. En in 1712 werd Maria Ph. Du Chastel de eigenares. In 1716 pachtte Jan Parent aan Fr. G.J. du Chastel. Toen Joost Parent pachter was in 1725 werd in dat jaar het goed verkocht aan de minderjarige graaf van Moeskroen Engelbert-Frederik d’ Ennetrières, welke in 1758 overleed. Albert werd zijn opvolger. Omstreeks 1834 telde de bedrijfsoppervlakte ongeveer 33ha, Frederic-Jozef d’ Ennetrières, was de eigenaar tot 1875, de zoon Adhemar verkocht in 1895 het hof aan Gustaaf Nys uit Kortrijk. Eind de 19de eeuw kwam Vermeersch op de hoeve, die in 1909 failliet ging.

Constant Brouckaert werd den opvolger en uitbater en pachtte aan Eduward Nys die overleed in 1915; Zijn erfgenamen waren M. Doutreligne, zijn weduwe, Gustaaf Nijs en Richard Snouck.

Het hof ligt in de alluviale vlakte van de Bonduellebeek en was tot het einde van de 19de eeuw door een achthoekige omwalling omgeven. Op de mote, die eveneens omwald was stond vroeger vermoedelijk de woning van de “ Heren van Rollegem”. Rond 190 werd de wal achter het woonhuis. In de jaren dertig verween het laatste stuk wal.

Dankzij de gunstige gewestplanligging en de jonge uitbaters is ook hier de toekomst van dit historische landbouwbedrijf verzekerd.

Poorte ferrez, een hoeve welke vroeger gelegen in de omgeving van de huidige begraaf plaats.

Reageer op dit bericht

de tijd van toen

Schreiboomstraat 36 “ ’s Costers”, een open vierkantshoeve omwald. Een leen van het oud kasteel te Kortrijk, in 1420 was Gerard de Coster eigenaar. De hoeve werd in 1480 verkocht aan Guillaume l’Ours (De Beer). Deze hofstede werd bezegeld met tal van eigenaars. Einde van de 19de eeuw (1801-1900) telde deze hoeve ongeveer 27 ha, en de eigenaar was C. De Bien. In 1892 vestigde François Castel, komende van Lauwe zich op deze hoeve, de zoon Gaston volgde hem op in 1923, en in 1968 volgde zoon Ignace zijn vader Gaston op. Hopelijk wordt deze historische hoeve voor het nageslacht bewaard. Samen met het Hof van Rollegem hebben deze een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis. Ze is gunstig gelegen in de gewestplanligging, maar is onzeker daar er geen kinderen zijn.

’s Coster is gelegen in de alluviale vlakte van de Weimeersbeek. De wal was hier noodzakelijk als ontwatering. Sedert 1756 bleef de hoeve nagenoeg ongewijzigd wat omwalling en gebouwenstructuur betreft.

Iemand uit ons dorp beschreef het volgend: Een steen waarop gebeiteld is 17.. en ingemetseld in de gevel van de schuur doet ons vermoeden dat de hoeve moet gebouwd zijn in het jaar 1700.

De heer August Herbau-Vandeputte was eigenaar van de hoeve die hij bewoonde en had ze geërfd van zijn ouders. Hij liet ze over aan zijne kinders die ze verkocht aan de heer Huygenbaert.

Deze gaf ze in pacht aan de heer Depestele-Puype die de hoeve kwam bewonen in 1902. In 1905 werd de hoeve, waarvan de meeste gebouwen gedekt waren met stroo, bijna totaal door den bliksem uitgebrand. Het wagenhuis herbouwd en met pan bedekt in 1900, bleef recht, alsook een huis bijgebouwd voor de ouders van August Herbau. Dit huis bevindt zich in het westen en paalt aan de gravé.

Uit de puinen rees een nieuwe hoeve op. Een groote koer omringd van het woonhuis in het noorden, paardenstal, koeistal, voederkot en vaarzenstal in het oosten, de schuur die aan gebouwd werd aan het rechtgebleven huis in het westen en het wagenhuis die ook uit den brand gespaard bleef staat in het zuiden.

In het jaar 1914 kwam de hoeve te koop, en werd verkocht aan René Castel en Marie Ghequiere

Schreiboomstraat 1, “ Goed te Castel” gesloten U-vorm, oudste gegevens 1900 tot de jaren zeventig was het leesbaar in de dakpannen wagenberging. Naam van de familie Castel, welke de hoeve sedert 1915 uitbaten. Toch vind men op kaart reeds de hoeve in 1637, welke in 1756 de uitbater Bartholomeus Barbory wordt vernoemd. In 1834 was ook hier de Familie Herbau zowel eigenaar als uitbater, ze bleven er tot 1901 en werden opgevolgd door Albriek Depestel. In 1903 werden de hoeve gebouwen door een brand, na een blikseminslag bijna volledig vernield. Brand ontstond op het Goed te Castel bij het droegen van graan. Er werd een vuur gestookt en via een ventilator werd warme lucht door het graan geblazen. Vermoedelijk werd vuur meegezogen zodat brand ontstond.

Tijdens den Tweed Wereldoorlog werden de stallen voor Duitse paarden opgeëist. In de jaren tachtig viel het landbouwareaal op de helft terug. In 1990 werden de gebouwen door de nieuwe eigenaar grondig gerenoveerd, ter inrichting van een Aveve-winkel met magazijn. Op heden 2012/13 worden nog steeds renovatie werken uitgevoerd.

Schreiboomstraat nr. 6 den “Tolpenhoek”, een losse bebouwing, waarvan in 1846 Charles-Louis Hoste zowel eigenaar als uitbater was. De naam verwijst hier naar het gehucht “Tolpenhoek”. Het was rond de jaren 1860 dat de familie August Theys de hoeve kocht en aldus de nieuw uitbater werd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bouwde de bezetter paardenstallen om zieke paarden te verzorgen. Zoon Valere volgde zijn vader op, en in 1940 werd den “Tolpenhoek” door een zware storm geteisterd, waarbij de stallen grotendeels werden vernield. In 1944 hadden de gebouwen ook te lijden door het invallen van een V1in de onmiddellijke omgeving. In 1945 werd het gedeeltelijke vernielde woonhuis afgebroken en heropgebouwd. In 1950 was het de beurt aan zoon Lionel, welke opzijn beurt in 1990 oprust ging. De gronden worden gepacht door de landbouwer op “Vandaelens hof” Den “Tolpenhoek” welke in 2012 geheel werd afgebroken en nieuw werd bebouwd bestaat dan ook als landbouwbedrijf niet meer en behoudt enkel de woonfunctie.

Reageer op dit bericht

de tijd van toen

In de Schreiboomstraat 54, is de “Foresthoeve” gelegen een gesloten vierkantshoeve, met een historische toponiem, eeuwen geleden was hier een bos of een forest. De vroegere bosrijke omgeving waarna de naam verwijst is nagenoeg volledig verdwenen. Omstreeks 1860 huwde Louis Cossement en broer Jean Baptiste verhuisde naar een kleinere hoeve, die recht tegenover de ouderlijke hoeve stond. In 1896 werd de zoon van Louis, Jules de opvolger, naast landbouwer was hij ook nog slachter, juist zoals zijn twee broers. Zij waren namelijk slachters in een slachthuis te Roubaix. Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd een Duitse geschutseenheid gevestigd op het land, waarbij den boomgaard ten dele werd verwoest; Sinds 1980 baat zoon Raymond, zoon van Jules de hoeve uit. De specialisering en de aanwezige opvolging samen met het gunstige gewestplanligging is ook hier het voort bestaan verzekerd.

Weimeerslaan 13, ook te bereiken vanaf de stapwegel in de Schreiboomstraat is de “Weimeershoeve” gelegen. Een gesloten hoeve met open ingang. Daar de meeste gronden gelegen zijn op de Weimeers was de naamkeuze gauw gemaakt, trouwens de hoeve staat in de nabijheid van de Weimeersbeek. Hier dateren de gebouwen van het einde van de 19de eeuw. Fredericq Christiaens was de eerste uitbater en eigenaar. In de volksmond sprak men van “Den Fric” In 1906 werd de hoeve grotendeels vernield door een brand na een blikseminslag. In 1951 was Michel de eigenaar, door verkavelingen voor het bouwen van de sporthal en bouwen van woningen viel het bedrijf terug op 10 ha. Michiel ging oprust in 1986, de Weimeershoeve behield enkel de woonfunctie. Het vroeger landbouwareaal werd aan verschillende landbouwers verkocht.

Reageer op dit bericht

ten tijd van toen

In de Moeskroensestraat 15 , de “Zevenkote”, met zijn historische toponiem, lang geleden stonden hier 7 krotwoningen met een gezamenlijke buitendeur. De hoeve werd i 1898 opnieuw opgetrokken, na afbraak van de bestaande, die wel dichter tegen de weg stond. De hofstede was vroeger in de volksmond bekent onder de naam “Boerke Bonte”, hij leverde regelmatig aan particulieren in Moeskroen.

In 1920 kwam Georges Vanhoutte uit Anzegem op de hoeve, die was toen 4ha groot. Tijdens den Tweede Wereldoorlog namelijk in 1945 staken de Duitsers de loods in brand met fosforgranaten, omdat Georges een weerstander was. De balk, met de ingekerfde bouwdatum werd aan dokter A. Debeurme uit Marke geschonken, met de vermelding 1898. Ook hier is het vooruitzicht positief dank zij de gunstige gewestplanligging, en de jonge uitbaters.

Moeskroensestraat 24, de “Hoeve Ghequiere” de naam hier verwijst naar de huidige uitbaters. Het is een gesloten vierkantshoeve met open ingang, de oudste vermelding 1756. In 1945 werden de gebouwen aanzienlijk beschadigd door een neventreffer van een V1; ook hier is de toekomst van de hoeve verzekert, de gunstige gewestplanligging en de jonge uitbater.

In de Schreiboomstraat nr. 68, in de volksmond werd deze hoeve vaak als “ La Ferme Brou” benoemd, de familie bewoonde de hoeve tot het begin van de 20st eeuw. Nu draagt ze de naam “Te Brou”.

In 1756 was Frans Hoornaert de uitbater. In de 19de eeuw werd de familie Brou de nieuwe eigenaar en uitbater. Deze Franstalige vrijgezellen schonken in 1910 hun hoeve aan het armgoed te Kortrijk.

Rond die tijd verdween er een hoeve op de Rodenburg te Marke en werd Karel Vandewoestijne de nieuwe uitbater. In 1979 werd Christine de uitbaatster samen met haar man Michel. Gezien het gunstige gewestplanligging blijft het niettemin verzekerd voor de toekomst.

Reageer op dit bericht

tijd van toen

In de hoevedreef 12 is de hoeve “Dadecotboghaert” gelegen, een historische naam voor een gesloten U-vorm omwalde hoeve tot 1970. De date met de oudste gegevens, leesbaar in op een metalen plaat boven de voordeur tot de jaren zeventig. (1799) deze hoeve dateert zeker van de 17de eeuw gezien de hoeve verlaten was in 1629. De hoevestructuur bleef ongewijzigd tot 1964, toen men het pootgebouw afbrak. In 1970 werd de wal volledig gedempt. Deze wal had een dubbele functie, namelijk bescherming en ontwatering. Deze hoeve staat immers in de alluviale vlakte van de Fabrieksbeek.

In de Kwabrugstraat nr. 218 is de hoeve “ De Commerce” gelegen, een historische naam, in de hoeve was het café “De Commerce”ondergebracht. Het was omstreeks 1900 dat in op de hoeve een café werd ondergebracht. De familie Claeys welke zich vooral in de aardappelen specialiseerden was de uitbater. In 1921 kocht een metser van beroep een zeker Lenvain uit Nederbrakel de hoeve met ongeveer 3 ha hij breide ze uit tot 11 ha. Tijdens den Tweede Wereld oorlog doken voorname Kortrijkse figuren onder op deze hoeve. Het was tijdens of juist na de oorlog dat de café activiteiten werden stopgezet. De toekomst is hier wel onzeker door de eerder ongunstig gewestplanligging, de beperkte oppervlakte en de onbrekende opvolging.

Tombroekstraat 66, “Nevele-Roosendaal” historische toponiem, de hoeve maakte deel uit van de heerlijkheid Nevele-Roosendaal. Een open U-vorm, reeds in 1601 had deze hoeve een rechthoekige wal. De toestand bleef ongewijzigd tot einde 19de eeuw. Omstreeks 1900 werd het linkerdeel langs de weg gedempt, en in de jaren vijftig werd de wal achter het woonhuis gedempt, tot in 1964 het deel achter de schuur. In 1907 werd baron de la Kethule de Ryhove de eigenaar. In 1945 werd de hoeve verkocht door de baron, sinds 1979 baat de huidige eigenaar dit verzekerd landbouwbedrijf uit, dit door zijn modern inrichting en gunstige gewestplanligging zeker een toekomst heeft.

Reageer op dit bericht

ten tijd van toen

Ter hoogte van de Tombroekstraat 112 komen we aan de “Tombroektramstatiehoeve” een gesloten hoeve met open ingang. De eerste gekende uitbater Jan Sop omstreeks 1756. In 1810 werd de hoeve om een onbekende reden praktisch volledig vernieuwd, de ankers in de zijgevel van het woonhuis bevestigen dit feit. Ook hier was de hoeve tot omstreeks 1900 omwald. Bij den aanleg van de buurtspoorweg tussen Kortrijk en Moeskroen ging een klein deel van het landbouwareaal verloren. In 1910 werd de hoeve voor een tweede maal grondig verbouwd. Het oude lemen woonhuis met strodak werd gesloopt. Den toenmalige eigenaar ging in 1982 met pensioen en de landbouwactiviteiten werden stop gezet. Een deel van de gronden werden verkocht. In 1986 kocht de huidige eigenaar en bewoner de hoeve welke enkel de woonfunctie behouden bleef. Ook hier is geen sprake meer van een landbouwbedrijf.

In de Kwabrugstraat 171 vinden we de “Kwabrughoeve”, de naam verwijst naar de naam van het gehucht. Vroeger liep de Fabrieksbeek over de weg heen en was de weg hierdoor onberijdbaar voor paard en kar. Deze hoeve een meerzijdige gesloten hoeve was reeds in 1834 bewoond door de familie Dubois. Deze hoeve die thans leeg staat, is voor de toekomst wel positief dankzij de gunstige gewestplanligging, de opvolging ontbreekt momenteel.

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten