Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 maart 2013 tot 31 maart 2013

oud rollegem

Maar wat met het Rollegem van nu?

 

Herinnerd u het zich nog bij het begin van dit verhaal, een dorp niet veraf gelegen van de golden rivier, industrie en handel: Landbouw, katoen en wollen stoffen, ververijen, brouwerij, de steenbakkerij en de fabricatie van mosterd zijn ook industrie van Rolleghem. Rollegem lag voortijds in een put verzonken door menigvuldige overstromingen der drie beken waar twee samen vloeien. Het ligt tweeëndertig meter boven de zeespiegel. Zo begon het verhaal.

Nu zijn we hier gekomen,  in 1965 zagen we bij het wakker worden, de zon opkomen door het venster, “de Mont St-Hubert” bij Doornik,lag bijna bij manier van spreken op onze schoot, nu zien we nog den overkant van de straat, een rij huizen, op het grondgebied wat ooit landbouwgrond was van het klooster. Er waren toen nog 48 landbouwbedrijven actief, nu nog slechts een tiental. Vele landbouwgronden werden omgezet in bouwgronden, de weinige industrie die we hadden werd gecentraliseerd naar andere oorden, we werden een woongebied. Stuk voorstuk word alles vol gebouwd. De eerste huizenrijen kwamen in de Oude Aalbeeksestraat, vanaf de jaren ’50 in de jaren zestig de volgende rij aan de overkant. Intussen werden de Marionetten waar voordien een molen (Kimpersmolen) stond weelderig te draaien, kwamen de woonblokken voor meer behoeden.

Nog waren landbouwers te vinden om “de Weimeersen” op te offeren voor de uitbreiding van woongebied. De straat naar Tombroek werd niet benut, deze zou verbinding geven met Tombroek. Intussen werd de Kerkstraat ( Rollegemkerkstraat) uitgelangd en ook daar werden tal van woningen bij geplaatst. Door de aanleg van de autosnelweg, A17 werd ook hier den molenkouter,(plaatsmolen) een prachtige gelegenheid om het woongebied uit te bouwen. En ook het gehucht Tombroek werd niet achterwege gelaten, ook hier draaide jaren lang de molen( Tombroekmolen). In dien tijd was de molen een zegen voor de landbouw.  Gronden bewerken bracht brood op de plank. Gronden rijk aan klei denk maar aan de Klijtberg, nog goed voor stenen of pannen. Als men nu spreekt over molens, gaat het niet meer direct over graan malen, maar over stroom. Ze noemen ze ook windmolen , ze komen ook te staan waar veel wind in voorraad is. Ze beheersen ook het landschap maar hebben als taak, ook voor het welzijn te zorgen. Hoe stadig of rijzig ze ook zijn, ze zijn niet welkom. Ze geven de grondbezitters wel opbrengst, maar niet iedereen is het erover eens, ook de molen van toen, was niet voor iedereen een gunst.

Het is wellicht in een versnelt tempo weergegeven hoe het dorp evolueerde, maar op verscheiden plaatsten, kan men op vandaag de veranderingen, jaar per jaar terug vinden, daarom is het hier beperkt, en wie weet word door anderen het verder aangevuld. Het mocht niet ontbreken, hoe het in slechts enkele tientallen jaren, alles snel kan veranderen. Wat eens zorgde voor het meest behoevende van de mens, (voedsel) zorgt nu voor het wonen, het zogezegd onverstoord leven. Wie zegt ons, wat men over nog eens enkele tientallen jaren zal aan toevoegen. Het is koffiedik kijken noemen ze dat, een ding is zo goed als zeker, de wereld blijft doordraaien, wat we er ook aandoen, de evolutie kunnen we niet stoppen, en  het is maar goed ook.

Reageer op dit bericht

oud Rollegem

Tot slot van lang heel lang geleden.

 

De aller eerste verkeerswegen, nog vòòr Christus tijd was er de pre Romeinse weg van de Pottelelberg te Kortrijk naar Kooigem. Deze weg zou overeen gesteld zijn met nu de Lampestraat, Tombroekmolenstraat, Candeléstraat. In de eerste eeuw na Christus werd een nieuwe Romeinse weg gebouwd van Kortrijk naar Doornik. Deze volgde ongeveer het tracé van de huidige Munkendoornstraat.

Vanaf 1775 werden te Rollegem begonnen met het verharden van straten het zij met grind of kasseien.

Wist u geachte lezer, dat in het jaar 1642 buiten de zondagen er nog 34 verplichte feestdagen waren; Besnijdenis , Driekoningen, Kruisverheffing, Sacramentsdag, Petrus en Paulus, Boodschap, geboorte, Lichtmis, en ga zo maar door. Het was keizer Napoleon die ze terug afschafte en er nog vier overhield: Kerstmis, O.L.H-Hemelvaart, O.L.V. ten Hemel opgenomen en Allerheiligen.

In de 15 eeuw werden op de geboden feestdagen geboterde koeken en witte wijn uitgedeeld aan de gelovigen die de sacramenten hadden ontvangen. Een eigenaardig gebruik in onze kerk was dat men op kerstmis, de kerkvloer versierde met stro. De godsvrucht tot de H. Maria groeide steeds aan. Iedere avond zong men in onze kerk een “lof” tot O.LVrouw.

Begin van de 18de eeuw werden de banken in onze kerk stilaan vervangen door kerkstoelen. Het gebruik van stoelen in de kerk was een Franse uitvinding die geleidelijk naar hier was overgewaaid. Letwel geen zitstoelen maar knielstoelen. Jean-Baptist Depoortere mocht in 1822 nogmaals dertig stoel leveren. Sommige kerkgangers hadden zo hun eigen bidstoel, waarop de naam van de eigenaar was op gegraveerd op een koperplaatje of in het houten bovenstuk. Soms waren de zittingen met plusse overtrokken .

Het ontstaan van het portaal in onze kerk zou gekomen zijn door los lopende honden, ze konden zomaar de kerk in en uitlopen. Een “hondenslaeger” of “hondenzweper” was aangesteld om de honden uit de kerk te houden tijdens de diensten. De bisschop zou het bevel gegeven hebben om daar aan een einde te stellen.

De offergaven

In de 15de en de 16de eeuw was ook hier de gewoonte dat men giften aanboden op de pateel. Offers zoals brood, wijn, pluimvee, konijnen enz. Bij het aanbieden van deze offergaven kuste men de hand van de priester alsook de pateel of pateen. Al deze gaven werden na de mis verkocht aan de meestbiedende, hetzij om missen te lezen, of om armen te helpen. Uit de rekening van 1857 kent men enkele verkoopcijfers: “ een hen 0,60fr. een kieken 0,50fr. een duif 0,25 fr. een konijn 0,30fr. “

Men heeft hier een pronkstuk staan van een boom de prachtige treurbeuk.

Vele mensen kennen onze boom maar hoe oud zou deze kunnen zijn? Wel aan de hand van foto’s maar ook uit geschriften kan men het volgend uitmaken. In 1900 werd een noodkerk gebouwd in de heer pastoor zijnen hof. Het was een grote tuin, een lusttuin, een echt paradijs word er geschreven. Wanneer we nu het gebouw bekijken aan de hand van deze foto genomen  na 1913 toen het torentje geplaatst was, kunnen we met zekerheid zeggen hoe oud hij nu zou zijn. In het torentje hing een klokje dat tijdens de beide grote processies welke hier werden gehouden, werd geluid. Op Sacramentsdag en op 15 augustus. Het was Sachemprez Jerome welke de karwei op zich nam.

Reageer op dit bericht

oud rollegem

 

Het schijnt dat niet alleen In Brussel is dat er een welriekende dreef bestaat maar ook hier zou aldus goede bronnen er een zijn.

Maar vooraleer we dit aansnijden eerst nog dit: De geschiedenis van de W.C.  door Danny Lamarcq, of “het kleinste kamertje”. In zijn inleiding vinden we , dat H. du Rosette berekende in 1867 dat een doorsnedenindividu per dag 750 gram Fecaliën (uitwerpsels) produceert, omgerekend 275 kilogram per jaar. Y. Degrave geeft een heel ander cijfer gaande van 10 gram per dag na een goed doorgevoerde vasten tot niet minder dan 1200 gram bij diarree. Hij plaatse het gemiddelde aan het einde van de 20ste eeuw op 115 gram Daarnaast berekende hij de dagelijkse geproduceerde hoeveelheid urine op 952 milliliter. B. Wander komt met nog andere waarden en stelt dat de gemiddelde mens jaarlijks 55 kilogram feces( ontlasting van het Latijn faeces) en 545 liter urine produceert. Of het nu 42, 55 dan wel 275 kilogram per jaar betreft, voor een gezin van vier kinderen komen we algauw  aan minimaal 160 kilogram per jaar, voor een stad van 20.000 inwoners maakt dat 800.000 kilogram. Een bergmest waar niet naast valt te kijken. We danken de heer Danny Lamarcq om dit uit zijn boek te mogen gebruiken. Het boek is uitgegeven bij Davidsfonds.

Het loont de moeite om het boek van het begin tot het einde te lezen. Men blijft er niet bij stilstaan, en als je nu nog dit verhaal leest, dan weet je wat er kan gebeuren.

Het zou een historie zijn van voor de eerste wereldoorlog, en de feiten zijn gestaafd op getuigenissen die van generatie op generatie op een stilzwijgen zijn door gegeven.

Het gebeurde allemaal, in wat toen nog een heel pittoresk dorpje was waar de kerk omzoomd was door een gordel van allemaal kleine huisjes. Het begon op den hoek van een smalle toegang tot de kerk, waar geloof ik zelf geen “ Corbillard  “ een rouwkoets binnen kon. Wanneer hier een begrafenis was waren er dragers nodig om de overledenen binnen te dragen in de kerk. Langs weerszijde stond er een café, den “Barbier” langs den ene kant “ Den engel “ den andere kant. Vervolgens het huisje van “Mere Kijk” en dan den “mentenwinkel”.(snoepwinkel) van Marieke stomme zij verhuisde later naast de school. Om te vervolgen met het “ Paradijs” met zijn doorgang naar de sacristie, en het kerkhof. Eerder was de school van “den armen”  reeds verdwenen. En kon je de kerk rondgaan.

 De Cafés geleken geen een op een ander, doch hadden ze veel gemeen: ze zaten vol, mieken om het meest lawaai, straf klaar was het er niet ze waren klein en rokerig, kortom het waren echte bruine cafés. Ze verkochten dreupels maar vooral het plaatselijk gebrouwen bier. Wat eveneens gemeen was dat waren het “Vertrek” wat we nu een toilet of W.C. noemen.

Reageer op dit bericht

oud rollegem

Buurtspoorweg Wakken Kortrijk en Moeskroen – Menen.

 

Op 17 september 1897 werden 58 actiën ingetekend van 1000 of 58.000 fr. voor het oprichten van een maatschappij van tramwegen voor het aanleggen dezer lijnen van 90 jaar.

Den gemeenteontvanger                      De secretaris                                     De Burgemeester

Emiel Derdijn                                        Gaston Vandeghinste                     Casimir Herbeau

Bij beslissing van de gemeenteraad van 3 mei 1904 werd een verhoging van kapitaal aanvaard voor uitbreiding der lijn naar de MONT-a-Leux van 50 actiën ook van 1000fr betaalbaar op 90 jaar met jaarlijkse afkorting van 167,50 fr. getekend den 25st  maart  1905            

Den gemeenteontvanger                      De secretaris                                     De Burgemeester

Emiel Derdijn                                        Gaston Vandeghinste                     Casimir Herbeau

Bij beslissing van de gemeenteraad van 2 november 1938 werd een verhoging van kapitaal toegestaan van 68 actiën van 1000fr betaalbaar op 90 jaar met aflossing van 2;958 fr. per jaar gedaan te Rollegem op 31 december 1938

Den gemeenteontvanger                      De secretaris                                     De Burgemeester

onleesbaar                                        Kamiel Leplae                                       Joseph Vandeghinste

Kort voor Wereldoorlog II werd de stoomtram vervangen door mazouttram, in 1943 werd het een elektrische lijn en hij werd afgeschaft op 25 mei 1963

Op 26 mei 1963 liep de eerste autobuslijn te Rollegem.

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten