oud rollegem
Het schijnt dat niet alleen In Brussel is dat er een welriekende dreef bestaat maar ook hier zou aldus goede bronnen er een zijn.
Maar vooraleer we dit aansnijden eerst nog dit: De geschiedenis van de W.C. door Danny Lamarcq, of “het kleinste kamertje”. In zijn inleiding vinden we , dat H. du Rosette berekende in 1867 dat een doorsnedenindividu per dag 750 gram Fecaliën (uitwerpsels) produceert, omgerekend 275 kilogram per jaar. Y. Degrave geeft een heel ander cijfer gaande van 10 gram per dag na een goed doorgevoerde vasten tot niet minder dan 1200 gram bij diarree. Hij plaatse het gemiddelde aan het einde van de 20ste eeuw op 115 gram Daarnaast berekende hij de dagelijkse geproduceerde hoeveelheid urine op 952 milliliter. B. Wander komt met nog andere waarden en stelt dat de gemiddelde mens jaarlijks 55 kilogram feces( ontlasting van het Latijn faeces) en 545 liter urine produceert. Of het nu 42, 55 dan wel 275 kilogram per jaar betreft, voor een gezin van vier kinderen komen we algauw aan minimaal 160 kilogram per jaar, voor een stad van 20.000 inwoners maakt dat 800.000 kilogram. Een bergmest waar niet naast valt te kijken. We danken de heer Danny Lamarcq om dit uit zijn boek te mogen gebruiken. Het boek is uitgegeven bij Davidsfonds.
Het loont de moeite om het boek van het begin tot het einde te lezen. Men blijft er niet bij stilstaan, en als je nu nog dit verhaal leest, dan weet je wat er kan gebeuren.
Het zou een historie zijn van voor de eerste wereldoorlog, en de feiten zijn gestaafd op getuigenissen die van generatie op generatie op een stilzwijgen zijn door gegeven.
Het gebeurde allemaal, in wat toen nog een heel pittoresk dorpje was waar de kerk omzoomd was door een gordel van allemaal kleine huisjes. Het begon op den hoek van een smalle toegang tot de kerk, waar geloof ik zelf geen “ Corbillard “ een rouwkoets binnen kon. Wanneer hier een begrafenis was waren er dragers nodig om de overledenen binnen te dragen in de kerk. Langs weerszijde stond er een café, den “Barbier” langs den ene kant “ Den engel “ den andere kant. Vervolgens het huisje van “Mere Kijk” en dan den “mentenwinkel”.(snoepwinkel) van Marieke stomme zij verhuisde later naast de school. Om te vervolgen met het “ Paradijs” met zijn doorgang naar de sacristie, en het kerkhof. Eerder was de school van “den armen” reeds verdwenen. En kon je de kerk rondgaan.
De Cafés geleken geen een op een ander, doch hadden ze veel gemeen: ze zaten vol, mieken om het meest lawaai, straf klaar was het er niet ze waren klein en rokerig, kortom het waren echte bruine cafés. Ze verkochten dreupels maar vooral het plaatselijk gebrouwen bier. Wat eveneens gemeen was dat waren het “Vertrek” wat we nu een toilet of W.C. noemen.








