missionarissen


Weet gij hoe die bruggen gemaakt zijn! ’t Is juist gelijk eene reke zaagschragen, al neven malkander gezet; daar twee balken met schenen over gesmeten, en roef, erover! Alles kraakt en wikkelt; ‘t Is een vreezelijk dingen om zien, vooral als ’t gebeurt dat men te midden eene brugge van twee of drie honderd voeten langde, stil moet staan omdat de beweginge van de brugge te groot is.
’t Was reeds sedert vier dagen dat we dapper vooruit gingen. Morgen zeide men ons, zullen we tot san Francisco toekomen: vreugdig om dat nieuws kroopen wij ’s avonds omhooge in ons bedde, ’t is immers geheel in den top van de voituren dat die bedden zijn. Maar eilaas, wij waren der nevens. Omtrent 1 ure ’s nachts wierden de machinisten geware dat er eene bende koeien langs de bane op de berg liepen; om die vreesachtige dieren te doen van het convoi wegvluchten, schuifelende zij gedurig; inderdaad zij liepen langs alle kanten verbaasd weg, ja zij kwamen over den ijzerweg naar de Humbolt rivier toe, en alzoo gebeurde ’t dat er twee, die ook vluchten wilden, hunne pooten door een brugsken schooten en van het convoi in stukken gereden werden.
Gemakkelijk is het om verstaan dat het convoi van de schenen liep, nochtans, niemand en was verongelukt! Maar wat gedaan? Wij stonden daar nu, op eenen groten afstand van twee statien, met meer als 150 reizigers! Luistert: Eene tafel wierd uit eenen wagon genomen en in de weede geplaatst, terwijl een van de conucteurs eenen draad van den telegraaf losmaakte. Instumenten wierden bijgebracht en welhaast speelde de telegraaf juist gelijk in de steden. Men kondigde ons ongeluk aan in de naaste statien; twee machinen kwamen op, met volk en werktuigen, en om 9 uren ’s morgens was alles effen.
In de “Gazette van Kortrijk” lezen we het volgende: “In 1873 werd hij door de bisschop, Mgr Segers, naar de Westkust van het eiland gezonden, om daar een nieuwe missie te stichten. Daar was hij de enige blanke in dat ongastvrije oord, waar de woeste inboorlingen mensen eten, en leven van Roof en zeeschuimerij.
Te Hesquiat richtte de heldhaftige priester, gans alleen, doch niet zonder de grootste moeite, een missie in.
Gedurende het eerste jaar zijner bijzonder lastige zending, braken de pokken uit, en de hoofdman der wilden verloor door de smetziekte zijn vrouw, zijn dochter, zijn zuster en haar familie. Gelovende dat de blanke de oorzaak was der plaag , loste hij twee vuurschoten op de heldhaftige missionaris, waardoor de hand verbrijzelt werd en hij erg in de rug werd gewond.Hij werd gered en herstelde in Victoria.
Eerst 11 dagen later kwam een dokter hem verzorgen. De moedige priester genas tegen alle verwachtingen in. Later heeft hij nog meer dan een aanslag op zijn leven doorstaan, doch hij ontkwam al die gevaren zonder letsel. Langzamerhand gevoelden de wilden de verzachtende invloed der christelijke leer, en op dit ogenblik zijn er te Hesquiat geen heidenen meer.
Toen Z.H. Aartsbisschop Orth zijn waardigheid neerlegde, werd de E.H. Brabant bestuurder van het diocees te Victoria. Nu drie jaar later(1876) werd hij opgevolgd door Mgr. Macdonald.
Priester Brabant was zelf bisschop geworden, doch over vele jaren dodelijk gewond, bleef hij zulke letsels bewaren, dat ze zijn leven lang een waar afsteeksel zouden geweest zijn voor zo een verheven waardigheid. Mgr. Brabant trok zich wegens ziekelijkheid terug in het Sint-Jozefsgesticht, waar hij in juli zacht in de Heer is ontslapen. Hij Overleden er op 4 juli 1912
Mei 1908, een Belg Aartsbisschop in de Verengde Staten. De Eerwaarde pater August Brabant, afkomstig van Kortrijk.(Rollegem word niet vernoemd) volgt Mgr. Orth op, die uit hoofde van ziekte, zijn bisschoppelijk ambt heeft moeten verlaten als aartsbisschop van Victoria. Sedert lange jaren reeds, wijdde de ijverige missionaris zich toe aan de voortplanting van het geloof tussen de Roodhuiden der westkust van Noord-Amerika, waar hij zeer geacht werd.
Sedert de opofferende werking van E.H Brabant is de Westkust zeer veranderd. Er is nu geregelde stoomvaartverbinding en zelfs spoorweg. En de Benedictijnen oogsten nu te Hesquiat en Clayoquot de eerste vruchten van het zaad met zoveel bezwaren uitgestrooid door de Rollegemse zending den E.H Brabant.
Hij was de eerste priester die permanent verbleef aan de westkust van Vancouver Island sinds het vertrek van de Spanjaarden in de late jaren 1700. Brabant kwam aan als 29 jarige katholieke priester aan boord van de achtentwintig- ton schoener Surprise, en hij zei de bediener te worden van “ de armste kerk van het christendom op Hesquiat, aan het noordelijke uiteinde van de Clayoquot Sound, over een vier uur durende boottocht vanuit Tofino. Zoals reed hoger beschreven werd hij niet lang na zijn aankomst getroffen in zijn rechter hand, door hagel uit het geweer van “Chief Matlahaw”.Terwijl zijn wonden werden verzorgd in een kreek, beschoot “Chief Matlahaw” hem nogmaals , deze keer kreeg hij de hagel in zijn rug en schouder. E.H. Brabant werd gered door een Britse oorlogsman HMS Rocket. De priester werd overgebracht naar Victoria alwaar hij herstelde. De reden van dit voorval was te wijten aan het feit dat“Chief Matlahaw” dacht dat de priester de oorzaak was van het uitpreken van de vreselijke ziekte “de pokken” . Na zijn herstel kwam de priester terug, hij steeg in zijn reputatie, hij sprak de plaatselijke taal welke hij had aan geleerd, hij deed er de mis, leerde ze het Onze Vaderen verzette zich hardnekkig tegen Nuu-chah-nulth sjamanen. Doch ze verweten hem voor de afwezigheid van voedsel. Ze lachten om de leer, waar in zij hen onderrichte. Met het kruisteken kon hij niets aanvangen, hij was geen blanke man, nog indiaans, hij was voor hen en “Chigha” de duivel.






