Historie St.-Antonius Abtkerk Rollegem

|
De kerk was toegewijd aan O.-L.-Vrouw. Aan de oostgevel stond een kapelletje ter ere van O.L.Vrouw van Rollegem. In de late middeleeuwen, bij het uitbreken van de pest, werd de kerk onder de bescherming van St.-Antonius geplaatst.
In de loop der tijden heeft de kerk veel te lijden gehad. Tijdens de Beeldenstorm in 1566 werd onze kerk zoals honderden rooms-katholieke kerken door woedende geuzen bestormd. Altaren, beelden, doopvonten, koorgestoelten, preekstoelen, orgels, kelken, schilderijen, kerkelijke boeken en gewaden werden zwaar beschadigd. Oorlogen, brand en storm teisterden onze kerk in de volgende eeuwen. De kerk werd telkens in haar oorspronkelijke staat hersteld.
In 1800 beschadigde een orkaan de topgevels van de kruisbeuken. De topgevels werden dan maar afgebroken en vervangen door wolfsdaken die met stro werden bedekt. Een litho in de stadsbibliotheek van Kortijk uit het fonds Slosse geeft een beeld van de kerk tussen 1800 en 1812. Wie zich een beeld wil vormen van de kerk vóór 1800 moet in zijn verbeelding de wolfsdaken van de kruisbeuken vervangen door topgevels. Een wolfsdak is een (zadel)dak met twee afgeschuinde vlakken aan de korte zijden. Het kapelletje tegen de muur van het koor werd in 1812 afgebroken en heropgebouwd aan de gevel van het laatste huis in het gangetje dat de plaats met de kerk verbond In 1962 werden de huizen en het kapelletje gesloopt.
|
![]() | |
| Van 1812 tot 1872 vanuit noordoosten |
Van 1872 tot 1962 |
| In 1872 was de achtzijdige bovenbouw van de toren zo vervallen dat men tot sloping besloot. De bouwvallig verklaarde toren werd in 1872 afgebroken.
In "Rond den Heerd" een leer en leesblad voor alle lieden dat elke zaterdag verscheen tegen 5 BEF, lezen we op 21 januari 1877: “Die ooit van zijn leven langs de "eerden strate" van Walle naar Bellegem is gegaan boven Kortrijk, moet zonder twijfel, in de "leegte" Moeskroen waarts, enen korte dikken toren zijn ingestuikte naalde zien uitsteken hebben boven een lommerrijken troep bomen. Het was de toren van Rollegem.
Met het afbreken van de toren moesten ook de klokken naar beneden gelaten worden. Die klokken waren in 1818 gegoten door het huis Drouot en wogen samen 2700 kilogram. Daarbij was een vierde klokje of schelleke (het werd Tentje voor St.- Antoniusklokje). De klokken kregen volgende namen: · Antonius ter gedachtenis van de patroon van de parochie · Colette, de middenklok · Elooi- Donaat, de kleine klok Ze werden op een klokkenstoel gehangen in een houten bergplaats die dicht bij de onderpastorij stond. Deze drie klokken werden in vernieuwde toren terug geplaatst in 1906 waar ze een schoon en aangenaam geluid gaven.
De opening werd bedekt met “papier goudronné” (met teer). De bedekking hield niet lang stand en het duurde niet lang of de kerk was niet langer wind en watervrij. Daarom legde E.H. Pastoor Bettenhof alles aan de dag om de zo noodzakelijke herstellingen te bekomen. De toenmalige liberale minister belette alles wat maar iets met godsdienst te maken had en keurde de bouwplannen af. Doch onze eerwaarde heer die schijnbaar voor alles een oplossing had, wendde zich tot de Heer Heyvaert, liberale gouverneur van West-Vlaanderen en één van zijn oud-leerlingen uit het College van Oostende. Het was niet uit genegenheid voor de godsdienst, noch omwille van de noodzaak, maar uit erkentelijkheid voor zijn oud-meester dat de gouverneur bemiddelde. Zo kreeg pastoor Bettenhof de toelating om de dringende herstellingen te doen. Kort daarna kwam de val van de liberalen. De katholieken kwamen aan de macht en met die opkomst verkreeg men zelfs hulpgelden om die dringende werken verder te zetten.
Het interieur werd met alle mogelijkheden van toen, zo goed en zo kwaad mogelijk in orde Boven het drieluik was een beeldstee. Daar stond een welgekend Onze Lieve Vrouwenbeeldje.(O.L.V. van Den Schreiboom). Volgens mondelinge overlevering kwam “in de tijd van de grote pestte(1694)” geheel de parochie van Luingne naar Rollegem op bedevaart naar dit Onze Lieve Vrouwenbeeldje. (Lees over de grote sterfte, “Rond den Heerd”, V, 314 en 315). Men houdt ook staande dat, in het drie bladerig venster, in die tijd, een St. Antonius behelsde in glas geschilderd, de patroon der parochie. Ondanks zijn hoge leeftijd drong pastoor E.H.Philippus Bettenhof er bij de bisschop op aan om de kerk te verbouwen. In 1903 werd het plan aanvaard. Onze pastoor was blijkbaar niet de geschikte man want op de dag dat de werken zouden aanvangen werd E.H Billiau tot pastoor benoemd. De plannen, met lastenkohier en voorwaarden zijn opgemaakt door bouwmeester J.Carette van Kortrijk en de uitvoering ervan werd toevertrouwd aan M.J.Chapelle-Destoop ondernemer te Kortrijk.
Het gebouw rust op vier zwierige volronde moerpilaren die harmoniëren met de fraaie rondbogen. De kerktoren die in 1872 was afgebroken, werd in gotische stijl herbouwd. Onder de toren zien we binnen de kerk vier mooie arduinen spitsbogen. De meegaande koor- en kruisbeuken, waarvan de puntgevels vervangen werden door wolfsdaken ten tijde van pastoor Rutgeerts in het jaar 1800, ontvingen oorspronkelijk licht van het zuiden door vier romaanse vensters. Twee ervan zijn nog te zien zijn aan de kant van de Calvarieberg. Het koor is gericht naar het oosten. Het drielichtvenster wordt door mooie zuiltjes verdeeld. De romaanse zuiltjes zijn met kapitelen versierd en met gekrulde haken bekroond. Waar vroeger de drie beuken onder één dak zaten, verrijst nu een basilikale kerk met kleine zijbeuken, een hoge middenbeuk en een kleine aanpalende doopkapel onder eigen dak. De nieuwe doopvont was een geschenk van de gebroeders Désiré en Mgr. Gustave Waffelaert als herinnering aan de doop van Mgr. Waffelaert op 27 augustus 1847 door E.H. onderpastoor Vanseveren.
Op maandag 22 oktober 1906 wijdde Mgr. Waffelaert om 8.30u. onze nieuwe kerk in. De klokken galmden nu weer uit de prachtige gotische klokkentoren. In 1906 werd het koor van de kerk als monument geklasseerd. Op 29 maart 1974 geeft de commissie voor monumenten en landschappen gunstig advies en minister Chabert keurt de aanvraag om de rest van de kerk als monument te klasseren goed. In volgende passage vat Slosse de zeer goed de evolutie samen van onze kerk. “Rolleghem·kerke, wat was dat? Een poermagazijn, zeiden de eenen; goed om in de strate gevoerd te worden, zeiden de anderen ; eene die ze gezet hebben, als ze nog leerden kerken bouwen, en alzoo voort, elk zijnen zeg, genoeg en zoo vele, had ze afgebrand of ware ze ingestort, niemand en zou gezeid hebben; het is jammer ! En wat is ze nu ? Eene kunstrijke kerk, een waar juweeltje, dat, in zijn slach, aan het hoofd van al de platlandsche kerken van Vlaanderen mag staan. … 't Was wel besproken dat, bij het herstellen der kerk, de oude toren, steen voor steen, lage voor lage, met zijn ingestuikte dak zou herbouwd worden. Hij staat er nu ; gelijkt hij aan den ouden ? In 't geheel niet. Blauw steen vervangt het wit steen; de kuipe is hooger; de naalde nog meer; de anêe der vensters is min bout, en de boudins op derzelver neggen bleeven achter. Ware het herdoens, ik zou zeggen: ofwel geheel de oude gothieke torre, zoo hij was, op den romaansenachen teerling van den kruisbeuk, ofwel een gansch romaansche torre op eene romaansche kerk, en dan ware het werk onberispelijk geweest. … Intuschen, alle kenders en oudheidminnaars zijn het eens om te verklaren dat de kerk van Rolleghem inderdaad eene kerk is, een edel en geheimzinnig gebouw is, dat den mensch tot inkeer brengt en tot bidden stemt, en hem doet uitroepen: waarlijk hier is het huis van God en de deur des Hemels' Voor memorie weze het aangeteekend dat het herstellen der kerk 121000 fr. kostte, waaronder 57000 besteed wierden voor choor, kruisbeuk en toren.”
Het was in 1911 dat door de milde tussenkomst der parochianen, een uurwerk, met vier platen of gezichten op de kerktoren werden geplaatst. Deze werden door Louis Meire-Verdonck uit Gent aangebracht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in 1943 de klokken opgeëist door de Duitsers. Op 12 juni 1949 wijdde E.H. Hoste, deken van Moeskroen de drie nieuwe klokken in. De klokken werden gegoten door de klokkengieterij Michiels, Doornik die de opvolger was van Drouot. Deze drie klokken droegen de namen: · Antonius , ik bescherm kerk en drop, 1050 kg - (Mi) · Marie Jozef, 720 kg - (Fa Dièze) · Eligius-Donatus, 530 kg.- (Sol Dièze)
In 2006 vierden we het hele jaar door honderd jaar kerk in en rond de kerk. Kunstenaars hadden zich in alle vormen en kleuren uitgeleefd om dit prachtige gebouw, letterlijk en figuurlijk in de verf te zetten. Iedereen werkte hier met volle overgave aan mee. Onze kerk is veel ouder dan 100 jaar maar de parochie herdacht de 100ste verjaardag van de wijding van de nieuwe kerk. BonnenG. Isebaert, L. Slosse en Ph. Despriet
|







