Hun dochter, Marie-Rose Louise-Ghislaine d’Ennetieres geboren te Doornik op 28 maart 1823 en gestorven te Brussel op 16 maart 1876.Het huwelijk voltrokken, in Parijs (waarvan bekendmaking werd gedaan te Houtaing-Lez-Ath op 5 juni 1842) met Octave-Charles -Louis-Guillaume, graaf d’Oultremont de Duras, geboren te Brussel op 24 september 1815, werd bezegeld met een zoon.
Adhémar-Louis- Fréderic-Ghislain, graaf d’Oultrmont-Duras, werd geboren te Brussel op 9 juli 1845. Hij was senator voor het arrondissement Ath.
Hij heeft de hoeve en landerijen en alles wat eigendom van hem was hier te Rolleghem verkocht in het jaar 1895 aan Messire Edouard en Nijs Gustave, fabrikant van fotografische platen te Kortrijk.
De Adel? Zij verliezen prestige en Macht.
Een Franse leuze 3gelijkheid voor iedereen” bracht met zich mee dat edelen hun titels en bezittingen verloren. Ook Markies Joseph Balthasar Alexandre d’Ennetiéres, heer van Rollegem en graaf van Moeskroen, Titels, tienden, renten en rechten. Met een listige streek werd er niet aan zijn bezittingen geraakt, integendeel zegt men, door de Franse bezetting en de aanhechting van ons land bij Frankrijk werd hij “Président du département de Jemappes” en ridder van “La Légion d’Honneur”
Zou het ook zo niet kunnen dat vele mensen zoals ik bij het begin van dit overzicht zei: Het leren kennen het begrijpen en het verder zoeken, naar het verleden brengt dit met zich mee.
Hoeveel zijn er niet met een voorzetsel “van” wat in het Frans overeenkomt met “de’ zoals bv. Gustave Van Hoorebeke welke zegt; met hoeveel zijn ze niet die we vandaag nog edelman noemen, welke de naam ontleend hebben van hun parochie, dorp, of heerlijkheid met bezit van wapen en naam. Zij komen werkelijk uit de grijze oudheid.
Op het einde van de middeleeuwen hebben de grote familie een lange smartelijke doodstrijd gekend, ze hebben de genadeslag gekregen door vrijmaking van de gemeenten en hebben in vernedering geboet voor vijf eeuwen van fouten en misdadige tirannie.
Zoals iedere menselijke instelling droeg de feodale adel de kiemen van de dood in zich, en haar laatste uur bepaalt. Niet tegenstaande hun ontaarding en vernedering, zijn ze fier gebleven.De herinneringen van grootheid of schaamte moest vereeuwigd blijven Niet allen werden in eer hersteld, dat is dan ook de reden dat ze zelfs tot in de laagste klasse van de bevolking terug te vinden zijn.
Men zei van de adel; “dat ze blauwbloed hadden die door de adderen stroomt.” Heden worden er blauwe ringen rond hun achterste geschilderd. (Dat komt van horen zeggen)
“ De arbeiders zijn aldus de adel, niet allemaal zo volks als de huidige adel zich voorstelt. Ze zij samengesteld voor minstens zeven tienden door parvenu’s opkomelingen(, iemand die door rijkdom omhoog gekomen is, zich daar op erg laat voorstaan, doch voortdurend blijk geeft zich de nodige beschaving niet eigen gemaakt te hebben.) burgers in de adel verheven in de periodes dat de verheffing tot de adelstand door geld en ambt niets ridderlijk meer hadden.
In de Almanach Royal vind je de adellijke namen terug van Baljuw, ontvangers, Jachtopzieners, enz…de dienaars van de primitieve adel. Deze archieven staan grotendeels open voor onderzoek. Vele burgerlieden kunnen daar door hun werkelijke voorouders de namen terugvinden.
Ten einde raad en zonder geldmiddelen heeft de adel zich op de industrie en handel geworpen aldus Gustaaf Van Hoorebeke, ze deden zaken in het groot en in het klein men beoefent een ambacht of vrije kunst, men werd arbeider; men onderscheid zich slechts van het gepeupel door een historische naam en de vage herinneringen van zijn wapen, Men kent zelfs de huwelijken beneden zijn stand niet. Er is een kruising van kasten in het oneindige. De feodale kolos is de gelijke geworden van de onadellijke, hij is vergeten wat hij was.Hij houdt van werk wat hij vroeger verachte, hij is gelukkig er zonder blozen de prijs er voor te ontvangen.