De Congregatie van de Zusters van de H. Theresia, Rollegem.
Tielt.
Het aller-vroegste zaadje dat later zou groeien tot de Congregatie van de Zusters van de H. Theresia in Rollegem ligt in het jaar 1852.
E.H. Lietaer vraagt aan de zusters van Deftinge bij Geraardsbergen, enkele zusters, om in
Tielt het wezenhuis te leiden. Vier zusters van de H. Vincentius à Paulo van Deftinge nemen
de verantwoordelijkheid op voor een weeshuis: Zr. Aloïse, overste; Zr. Barbe, keukenzuster;
Zr. Christine, kantwerkster en Zr. Emma, onderwijzeres. Zie ook
De Congregatie vd Zusters van Sint-Vincentius
De overste van Deftinge is niet tevreden met de nieuwe stichting, zij wil een school en niet een weeshuis. Zij roept de vier zusters terug naar Deftinge. De zusters in Tielt willen het weeshuis niet verlaten en vragen daarom in 1863 de scheiding aan met het huis van Deftinge, aan de bisschop van Gent, Mgr. Delebeque. Zij sturen eveneens een verzoekschrift naar de bisschop van Brugge, Mgr. Malou, om aanvaard te worden in zijn bisdom.
Beide bisschoppen geven hun toestemming. Onder de naam van “Zusters van de H. Engel Bewaarder en de H. Theresia” krijgen de zusters nieuwe rechten en plichten. Er volgt een bloeiperiode voor de congregatie.
In 1870 komen 7 zusters uit het weeshuis ook les geven aan de meisjes in de gemeenteschool:
Zr. Sophie, overste en onderwijzeres; Zr. Mélanie, hoofdonderwijzeres; Zr. Rosalie; Zr. Josephine, Zr. Bélonie en Zr. Eulalie als keukenzuster.
De nieuwe schoolwet van 1879 welke de wet van 1842 vervangt,( de liberale wet) welke de zusters niet willen volgen, beginnen ze onder kerkelijk gezag twee vrije scholen in te richten, waarvan één voor kinderen van de burgerij onder de naam van de “H. Godelieve”.
In 1882 bij het einde van de schoolstrijd wordt de vrije school afgeschaft. De overblijvende leerlingen volgden dan onderwijs bij de zusters Apostolinen.
Het was onder burgemeesterAugust Salembier: die benoemd werd in 1870.
Toenmalige Pastoor E. H. Edward Lietaert, die ook uit Tielt kwam,” en later vervorderd naar Moeskroen, overleden in Sint-Carolus-Borromeus, te Kortrijk, op 3 Oegst 1904, en de 6de te Aalbeke, zijn geboorteparochie begraven. Hij beraamde het herstellen of het herbouwen van de kerk, en deed de kuipe van den toren afbreken. Hij was een geboren Wale, en dit niet tegenstaande een vurige minnaar van de Vlaamse Letterkundige. Met de penne bij de werke las hij, onder ander, ik zegge leest, geheel “De Bo’s Idioticon” en tekende lijvelijk aan wat ontbrak, en hem of een ander nuttig kon wezen.” aldus pastoor Slosse
Hij kende zeer goed moeder Coleta Walraet en drong bij haar aan om hem te volgen naar Rollegem. En de algemene eerwaarde moeder Coleta van Tielt koopt den eigendom aan.
Op 8 augustus 1871 komen de eerste zusters aan uit Tielt: Zr. J Deze laatste werden een eigen congregatie van de zusters van de H. Therésia. Er zijn veel brieven van pastoor Lietaert dien aangaande.
In het bundel F303 bij het bisschoppelijke archief, is heel wat informatie over de zusters van de “Onbevlekte ontvangenis” gesticht op 11 april 1869.
Op 8 augustus 1871 zond moeder Coleta Walraet vier zusters naar hier. Zuster Josephine de overste en hoofdonderwijzeres; Zr Rosalie; Zr. Pelagie; Zr. Colette. Polydor Carette schepen van landbouw en steenbakkers, bracht hen naar hier met de boerenkoets Iets later Zr. Sidonie.
Hier ligt de eigenlijke stichting van het klooster van Rollegem.
In Tielt had hij (Pastoor Lietaar) goed Moeder Coleta Walraet , overste van 't wezenhuis en van een vrije meisjesschool aldaar gekend en gewaardeerd. Vooraleer Tielt te verlaten had hij haar gezegd: " Waar ik ga, zult gij mij volgen" Trouw aan die belofte wakkerde hij haar aan de eigendom van de Tombroekstraat , te Rollegem te kopen.
Eerwaarde heer Pastoor Lietaar werd in 1873 pastoor benoemd te Moeskroen. Nogmaals trouw aan zijn belofte: " Waar ik ga, volgt ge mij.3 Vroeg hij in 1875 zusters van Rollegem voor de stichting van 't klooster in de Mont-à- Leux en in 1890 voor dat van de Risquons-Tout.
In 1882 werd in Tielt de vrije meisjesschool door de zusters bestuurd afgeschaft en in 1890 voegd door de commisie burgelijke hospieen het wezenhuis bij het burgelijk hospitaal aangesloten