
Leplae Norbert :
geboren op 31 augustus 1928. Hij was de zoon van René en Zulma Maes, ze woonden in de kerkstraat, (huis aan de sporthal, geklasseerd als werkmanswoning)
Werd priester gewijd te Poperinge op 18 september 1954. Zijn plechtige eremis opgedragen in zijn parochiekerk in het Mariajaar op 26 september 1954. Na zijn studies in Leuven ( graad licentiaat geschiedenis) werd hij leraar aan het seminarie te Roeselare in 1958. In 1961 werd hij leraar benoemd aan het college van Veurne. Daarna werd hij medepastoor te Westouter en Reningelst om 1982 pastoor te worden te Lokeren. Uit het “Gazetje” “’t Staartje van St Antonius zwijntje”: Op 12 juni werd E.H. Leplae Norbert, te Brugge subdiaken gewijd en wordt dit jaar nog priester. Zeg dan nog dat Rollegem een dode parochie is!
In 1999 handel Norbert van uit het evangelie, hij is dan zeventig jaar, maar kwieker dan heel wat veertigers. Hij stelt hoge eisen aan zichzelf en brengt de christelijke waarden in de praktijk. Het verbaast hem nog altijd waarom men in het programma “Ter zake” aandacht besteedde omdat hij het Kosovaarse gezin in huis nam.
Hij verdiend, net zoals andere pastoors zo’n 40.000 frank per maand. Veel te veel voor een man alleen, want hij woont nog gratis ook! Wat doen pastoors die geen mensen in huis nemen met al dat geld? Stelt hij zich de vraag. Dat verteld hij aan de bisschop moest hij op het matje geroepen worden. Hij hoeft geen titels, paarse mantels en goud, hij krijgt zijn zaligheid in den hemel. De pastoor kreeg de solidariteit thuis met de paplepel in. Zijn vader René was bij de burgerwacht, tijdens de Tweede Wereldoorlog, en het was zijn taak om opvang te zoeken voor vluchtelingen. Zijn ouders namen zelf twee grote meisjes in huis en aan de rest de rest van het gezin, een weduwe en drie kinderen, werd in een naburig boerderijtje onderdak verschaft. De pastoor was in dien tijd veel ziek en veel thuis, zo leerde hij die meisjes goed kennen. Ze waren niet anders dan zijn eigen zussen, ze hadden alleen pech gehad.
Wat was de aanleiding van dit verhaal: De pastoor had een Kosovo huisschilder met zijn vrouw en drie kinderen opgenomen in zijn huis. De schilder dankte de pastoor met het schilderen van de binnenmuren van de pastorij. De muren konden in dien tijd wel een likje verf gebruiken. Het gezin volgde intensief Nederlandse les. De pastoor begreep na drie maanden er nog niet al teveel van, van wat ze zegden, volgens hem zou Krompier moeten iets als aardappel zijn en het woord lepel betekent in het Albanees Konijn. Dat was zo ongeveer alles wat hij leerde. Maar mensen van goede wil begrijpen elkaar.
Hij was zeker niet aan zijn proefstuk, het reeds 30 jaar dat hij logeerkamers van de pastorij ter beschikking stelde, van Belgen in nood en vluchtelingen.
Zijn eerste logé herinnerd hij zich nog , was een meisje van 19 jaar een Vlaamse, die zich had ingelaten met een jongen van Turkse afkomst. Hij verborg haar, maar werd meer dan eens door die Turkse jongen bedreigd. Na haar waren er heel wat probleemjongeren. Hij probeerde hen weer op het goede spoor te zetten, maar dat lukte niet altijd. Velen zijn hier over de vloer geweest Bosnische, Moslims, Kosovaarse, het waren niet allen brave Katholieken, maar iedereen die hulp nodig heeft. Gescheiden of een ander geloof.Volgens hem zou de pastoor moeten kunnen trouwen, het zou de pastoor menselijker maken. Hij zou graag getrouwd zijn, en hij mist het feit dat hij geen kinderen heeft. Het celibaat is volgens hem de belangrijkste reden waarom er op vandaag te weinig priesters zijn.