Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 januari 2014 tot 31 december 2014

nostalgie

Ook de man was niet gespaard, hij moest de wieg maken. Ze was van hout of riet en moest kunnen schommelen, want de kleine zou beter inslapen. Vaak kwam de wieg via overlevering in het gezin terecht.

Bij de bevalling kwam dan de “achterwaring” ze werd gehaald door de vader wanneer “het water brak” maar vaak was ze op dat ogenblik in huis. Dat betekend dan ook die “de geboorte geschiede thuis”

De vader was bij het gebeuren niet aanwezig, het zou ongepast gewezen zijn.

De vader reed met de fiets het dorp rond voor de bekendmaking en meestal kwam hij niet meer nuchter thuis. Veelal werd het ook “doorgezegd” het duurde niet lang of heel het dorp wist het. Doopkaartjes waren slechts voor de hele rijke klasse van toepassing.

Den boreling kreeg uiteraard ook een peter en meter. Het was een ernstige aangelegenheid, het gebeurde volgens een strikt hiërarchische normen, en der werd zeker niet aan getornd. Bij het eerste kind waren de vader van de vader en de moeder van de moeder, peter en meter. Bij het tweede kreeg de moeder van de vader en de vader van de moeder het toegewezen. Bij de volgende kinderen ging het naar de ooms en tantes volgen in de volgorde, van de oudste naar de jongste en daar werd zeker niet aan geraakt. Er was geen sprake van een voorrecht, maar gewoon van een recht.

Het was de peter of de meter om een naam te geven aan het petekind. Bij gebrek aan inspiratie werd de heiligenkalender er bij gehaald en dan gaf vaak de dag van de geboorte de doorslag om een naam te geven. Kon de peter of de meter door ziekte of iets dergelijks op het doopfeest niet aanwezig zijn, dan werd er een plaatsvervanger gezocht. Die werd dan “Peetje of meetje lap” genoemd.

Het doopfeest was zeer formeel, er werd enkel op zondag gedoopt. Meestal na de hoogmis of na de vespers. De plaats van dopen was de dorpskerk, hij die doopte was de parochiepriester of een familielid priester. De doopviering was een aparte, vrij korte plechtigheid, welke niet in een mis werd ingekleed. Het doopkleed ging vaak van moeder op dochter over. Was er geen, dan werd dat door de moeder zelf gemaakt. Slechts zelden werd een kleed gekocht. De priester kreeg een kleine vergoeding, welke niet verplicht was, dat door peter en / of meter werd gegeven.

Na de doopplechtigheid ging de familie( beperkt tot het gezin, aangevuld met peter en meter) meestal op café, er werden zoveel mogelijk herbergen met een bezoek vereerd. Deze drink gelagen werden meestal betaald door de meter en / of de peter, minder vaak door de vader. Uiteraard was de moeder bij deze plechtigheid en viering niet aanwezig, zij moest geduldig wachten en hopen.

Wanneer men dan thuis kwam werd er dan toch iets gegeten. Bij de rijken een feestmaal, bij de werkende klasse veel minder. Het ging hem over een broodmaaltijd, bijvoorbeeld “Koekebrood” met kaas of hesp. Ook witloof met ham, konijn of kip. Men dronk daarbij bier of borrels, soms ook wel wijn.

Reageer op dit bericht

toponiemen

De heerlijkheid Diestveld

Fonds Colens 204 leen gehouden van mijnen heere van Nevele, zich streckende binnen de prochie van Cortryck, Harelbeke, Rolleghem, Petegem en Heule.

Geschiedenis der stad Kortrijk door Frans De Potter (1873) Deel I, blz 257: de heerlijkheid van Diestveld bestond uit eene rente geheven op gronden te Kortrijk, Harelbeke, Hulste, Ottergem en Rollegem.

Zij behoorde in de loop der 15de eeuw aan Gillis van der Meere, ten jare 1496 aan Jacob Savarijs, in 1674 aan Joost de Bie, nadien aan Pieter Gilles Marissal die de bezitting verkocht aan C. de Gruson, echtgenoot van Anna Marren. In 1714 behoorde het aan de beide dochters van deze laatste.

Reageer op dit bericht

toponiemen

Diestveld

Woordenboek der toponymie Du Flou: deel 3 blz. 256: een heerlijkheid bestaande uit eene rent op grond o.a. ook in Rollegem.

Monografie van Rolleghem: blz. 113 en 55: de heerlijkheid Diestveld bestreek een tiental percelen op de weg van Kortrijk naar Rollegem.

Veld: cfr. Uitleg van “het langhevelt. Diest: zou van het woord diestel komen?

Verwijs en Verdam: blz.214: distel (diestel, destel): de bekende plant.

Westvlaams Idioticon de Bo blz. 198: destel, distel/ eene plant

Nederlands etymologisch woordenboek J. De Vries blz. 119: distel: znw. m.v.

                                                                                                           Mnl, nnl dial= diestel genoemd naar zijn stekels.

Algemeen Vlaams Idioticon Scheurmans blz. 66 distel: uitleg idem vorige bronnen.

Combineren we het woord diest en het word veld dan bekomen we een veld waarop distels groeien.

Reageer op dit bericht

toponiemen

De dertien parochiën

Woordenboek der toponymie Du Flou: deel III, blz. 189: een groepering van parochiën in de kasselrij van Kortrijk, samengesteld als volgt: Dottignies, Coyghem, Espierres, Mouscron, Herseaux, Luingne,

Reckem, Lauwe, Aalbeke, Rolleghem, Belleghem, Marcke en een deel Kortrijk-buiten.

Cart. L. De Male I, 105 : (1349) : onze goede liede vanden XIII parochiën gheseten in ons castelrie van Curtricke

Sanderus A. Flandria Illustrata: (1641) Roede van de XIII parochiën.

Carte Fricks (1744) les 13 paroisses

Geschiedenis der stad Kortrijk I, 279: s.d. de dertien prochien.

Reageer op dit bericht

toponiemen

Het Crommestick of Crommebunder.

Monografie van Rolleghem: blz. 55

Scabinale II, n 430: blz. 148 n° 9: zuid het straetken gaande van den lerberchboom naer Rolleghem, noord ende west ’t lant van J.Palatro.

Scabinale II, 430: landboek spijker Kortrijk 1644. De spijker Kortrijk had te Rollegem in totaal 59 percelen waaronder het crommestick.

-          Bunder: benaming van een landmaat.

-          Daar de landmaten, zoals ook de inhoudsmaten en munten verschillend waren van streek tot streek, is het zeer moeilijk de oude maten in de huidige om te zetten. Voor de omzetting verwijzen we naar het werk van K. Van Landschoot: 1 Kortrijkse bunder= 16 hondertlands= 400 roeden= 14176ha

Cartularium en kroniek van de abdij van Groeninge: 1650:……. Tegen tcrommebundere

Reageer op dit bericht

nostalgie

Uit de Leie gouw Jg. XXIV afl. 3-4 December 1982

 

Men zegt dat vandaag de jeugd niet meer te worden voorgelicht over de herkomst van de “Kleine kindjes” Vroeger was de geboorte omgeven met vele taboes. Men zocht ze duidelijk buiten het huis, in de “Lochting” (moestuin) daar waren soorten kolen genoeg waar aan de kinderen konden ontspruiten. Denken we maar aan de bloemkolen en savooikolen.

Wie geen “Lochting” had, ging zich beroepen op de bevaarbare rivieren of wateren waar een bevlagd schip voorbij kwam. Of was het de ooievaar die het kind van verre streken meebracht.

Sommigen kwamen van een groot warenhuis, een achterwaring( iemand die de rol vervulde van vroedvrouw, maar was niet gediplomeerd) of het was de dokter welke het meebracht. Het was zeker niet denkbaar dat men aan een kind zou vertellen hoe de vork aan de steel zat.

De volwassen wisten het natuurlijk maar al te goed, op alle soorten manieren wisten ze de zwangere vrouw te beschrijven. Zoals die vrouw is in “Positie” of “ ze doet mee”. Nog andere z’é(d) eur loaten goan, z’es (van) alzo, ze spoart, z’e (s) in verwachtinge, ze moe ne kliênen kopen of z’é verschoten.

Als het toen minder fatsoenlijker en volkser er aan toeging klonk het zo: ze zit vul, z’e(s) é/ tegen een poale gelôpen, ze zit dikke, z’e(s) tegen de noek van de toafel gelôpen, z’e(s) in dracht, z’è’t angen z’è(d) eur gat verbran(d) of z’è’t were zitten of nog straffer j’es/èt er bleuven ipzitten.

Juist zo als nu is wil men ook weten welke het geslacht is, ook vroeger was het zo, zou er een opvolger zijn; ga het een jongen of een meisje zijn.

Zo had men het direct beet, een zwanger vrouw heel dik met goede eetlust was gegarandeerd ne jongen.

Was het gebeurd in de roste moane, gegarandeerd ne jongen.

Ook het kleur van de urine speelde een rol. Zelfs na de geboorte van het vorige kind kon men reeds voorspellen wat het geslacht van de volgend kon zijn.

En dan waren er de zaken die bij een zwanger vrouw kwamen kijken. Zo mocht de zwanger vrouw zeker niet te hoog reiken, ander zou de navelstreng rond de hals van het kindje raken.

De vrouw mocht zeker niet schrikken, en zeker niet bij volle maan. Oppassen voor de nefaste gevolgen bij het eten van aardbeien, het kind kon hierbij “geboorteplekken” hebben.

Wat wel moest, was, dat de vrouw alles waar ze zin in had te eten, zeker niet mocht geweigerd worden want dan zou ze “verwateren” of “ankeren” wat zeker uit den boze is.

Zware zaken tillen was logischerwijze gevaarlijk, maar zeker was gevaarlijk naar gehandicapten en “mismaakte” kinderen kijken, of naar een man of vrouw uit het gebuurte te lonken.

Boter zeker niet zouten, geen lijken gaan begroeten en zeker de benen niet kruisen dat was taboe. Heel wat oude vrouwen welke bekend stonden als heksen, konden heel wat schade aanrichten, vooral als die “bes” van een zwarte kat vergezeld was.

Zij die kinderloos waren stond een zaak vast, het was de vrouw haar schuld, nooit deze van de man. Ze kon zich laten belezen, of op bedevaart gaan.

Een gezin “in blijde verwachting” had altijd iets om handen. Kleertjes maken, daar kwam heel wat naaiwerk bij te pas, denk aan doopkleedje. Maar opgepast niet te veel want dit kon een miskraam teweeg brengen.

Reageer op dit bericht

toponiemen

Te Cromelins

Acten en contracten reg. 1494-1497, f° 122 v: zijn goet ghenaemt te Cromelins gheleghen in de parochie Rolleghem.

Studie van persoonsnamen in de Kasselrij van Kortrijk (1350-1400) door Frans Debrabandere. Blz; 260 n° 1109: crommelin te kortrijk: Jhan Crommelijn (1357-1361) Willem Crommrlin (1355) en nog vele andere –dim op –lin van krom.

Reageer op dit bericht

toponiemen

De Coyweede

Fonds D’Ennetieres: 2399 f° 3: eene partije landt genaemt de „coyweede“ paelende oost ende noord aan de hoirs van Jose Parent, zuid de beke ende west den meersch van den biscop van Doornijck.

Aanwinsten VI 6848: Joanne Parent: seven hondert meirsch den westkant palende int geheele…… oost dhoirs Louis van neste zijn zelfs coeijweede.

= heerlijcken renteboek van de heerlijckhede van Polliere of Pomerie geleghen in de prochie van Rolleghem.(1761)

Coeweide= of weiland – of recht om koeien op een land te weiden (Middelnederlands woordenboek 1674)

Reageer op dit bericht

toponiemen

Te Courplin

Woordenboek der toponymie Du Flou: deel 8 blz. 518 Leengoed te Rollegem

Fonds Colens: 206 leenboek van Cortryck (1649) blz; 18 leen genaemt ter Courplin.

-          Misschien van het Franse cours: waterloop, stroom en plein : vol

-          Misschien ook een persoonsnaam?

Reageer op dit bericht

Toponiemen

’t Goet Costers

Fonds D’Ennetieres: 2399 f° 6: vermelding de naam ‚t goet Costers (1761)

Acten en contracten reg. 1539-40 f° 97 : den goede ende leen tcosters ligghende inde parochie van Rodelghem.

Acten en contracten reg. 1521-22 f° 29: zijn goed genaemd ’t goet scosters

Acten en contracten reg. 1510-11 f° 34 ’t goedt Scosters.

Acten en contracten reg. 1494-97 f° 202: leengoed ghenaemt tgoedt tscoters ligghende binne voors. Prochie van Rodelghem groot…..

Woordenboek der toponymie Du Flou: deel 8blz. 425 : het goed te Costers: hofstede te Rollegem

Fonds Colens 206 leenboek van Cortryck (1649) vermelding van Goed te Costers. De groote denmbrement van eenen suyden anden erfgrond van Loys Guie in Doonick ende ande gronden Joos Hanecourt, vanden westen an ’t landt Pieter Verelst ende Joos Vanoverschelde, noort ande oost de wegh loopende van Tombrouck naar Cortryck ende ande landen van Gillis Van neste

Geschiedenis der stad Kortrijk door Frans De Potter: deel I blz. 275: te Rollegem: de heerlijkheden van Rollegem en van ’s Costers.

Beroepsnaam: Koster.

Reageer op dit bericht

nostalgie

1981-XXIII maart I terug gevonden in de Leiegauw

 

Wist u dat in 1424 er een avond klokke bestond welke liet weten dat de inwoners hun haardvuur moesten afdekken met de vuurstolp. Kortrijkse wingeroen.

Dat de herbergen en teveernen moesten sluiten.

Avond klok uit het Frans = couvre-feu hier uit ontstond het Engels woord curfew. Een andere naam daarvoor was wingeroen uit het Frans vigneron, wat kon vergeleken worden met winglock.

De klok die de wijntappers aanmaande om het tappen te staken.

 

Biografie 1980 blz. 126 nr. 64 P Goussaert “ De Marionetten en omgeving

Molens: Mattelaer, de voormalige “ Tombroekmolen” te Luingne. Molenecho’s VII 1980 nr3

 

Jaargang XXIII December 1981 blz. 333, Zij waren ook heren van Komen en van Rollegem PH Despriet , twintig Zuidwestvlaamse hoeven Kortrijk 1920 II 129-132.

 

De hoogtepunten bij het vieren van een patroonheilige lag voor de jaren 1800 tot 1805 de jaren daarop volgende werden de processies definitief verboden door de bisschop.

De reden lag voor de hand: Te Moen hadden ze de St-Elooivieringen en die had (aldus de beschrijving van de St Laurentius kroniek in deze uitgave) een wrange nasmaak gekregen, omdat de ruiters met hun paarden in de kerk binnendrongen, waar de vroomheid onder invloed van overvloedige drank in de lokale herbergen, ontaard was tot vecht en scheldpartijen, vernieling en het afvuren van geweren, waarbij gewonden vielen. Aan die te onstuimige devotie werd dan ook kordaat paal en perk gesteld en vieringen beperkt tot een hoogmis met tentoonstelling en verering van de relikwie. Men vind dit ook terug in “Rond den Heerd” VIII 1873

 

Maart 1997 jg. XXXIX Afl.1

 

Schepenhuisstraat 53, eigendom van J.M. Foulon-De Puydt. Sedert 1898 eigendom van de Franse groothandelaar Jules Clarysse-Dumortier van Torkonje. Kasteel en park zijn beschermd bij M.B. van 17 juni 1992.

Het was een Frans edelman welke volgens traditie halverwege de 19de eeuw bouwde. De noordgevel is begrensd door twee octogonale torens met spitsboogvensters. Het muurvlak vertoond raadselachtige geel en rood geschilderde versieringen. (een “Trompe-l’œil)

Reageer op dit bericht

toponiemen

Te Coorsellis

Fonds D’Ennetieres:2399 f° 11 : Jan Bapt. Du Mortier had een leen genaemt ’t goet te Corsellis. Liggende in de parochie van Rolleghem. Oost de straet leedende vanplaetse van rolleghem naar Tombrouck, zuyt, west ende noort sels cheijnslanden.

Woordenboek der toponymie Du Flou: deel 8, blz. 338: Te corselis: leengoed te Rolleghem.

Fonds Colens 306: Leenboek van Cortryck (1649) blz. 50 te Corselis

Kortrijkse persoonsnamen omstreeks 1400 Frans Debrabandere blz. 250: 1058: corneis/1060 cornelis/363 Celis.

Reageer op dit bericht

toponiemen

De Coninginne

Oud sak 860 : Registre des fiefs et arrieres fiefs tenu du chat. De Courtray folio 442 Adriaan van Rokegem hield een leen genamt; “de coninginne”

Monografie van Rolleghem: blz. 50 ter coninginne

Woordenboek der toponymie Du Flou: deel 8, blz. 208: Ter Conninghine: leengoed te Rolleghem;

Fonds D’Ennetieres:1858 (1789): Livre des fiefs tenus et relevant de la Seigneurie tMortaensche dans les paroisses de Belleghem, Dottignies et autres. Blz. 87: leen genaemt de heerelyckheyde van Conninginne.

P. Boncquet: Heerlijkheid en Leen in de roede van de dertien parochies blz; 130 De “Coninginne” kan verband houden met de familienaam de Coninc (Koning, hij die de eerste prijs behaalt) en ander gelijkaardige bijnamen als Grave, de Keizer. “Coninc” betekent ook koning van een schuttersgilde.

Reageer op dit bericht

toponiemen

De Casematten-hoek

Woordenboek der toponymie Du Flou: deel VII, blz. 271: plaats te Rolleghem, N

Woordenboek der Nederlandse taal: deel 7, 1 Blz. 740-741 Kaasmat: bij Weiland vermeld de betekenis van “kaasvorm” Bij Van Daele met die van “Kaashorde” Zie ook de volgende aanhaling: Kaasmatje, kaasmandje. Matje of mandje waar in men de gestremde melk laat uitloopen van welke men kaas wil maaken, Marin.

Bij kaasmandje vind men: kéésmandeken,….mandje om de wei uit de kaas te laten loopen.

Groot woordenboek der Nederlandse taal van Daele: 2: blz.1285 Kaasmat: v.(m) (-ten) : kaashorde= kleine horde om er kaas op te laten druipen.

Volgens oudere mensen zou dit gelegen hebben op de hoek Schepenhuisstraat, nu Renatex (2012)

Een Kazamat: is een tegen vijandelijk vuur gedekte en van schietgaten voorziene ruimte voor opstelling van een vuurwapen, aanvankelijk deel uitmakende van een vestiging.

Reageer op dit bericht

toponiemen

Callewaers Bosch.

Oud sak 860: Registre des fiefs et arrieres fiefs tenu du chat; De Courtray. Follio 276: Jan van Hallewijn houdende een leen van Jacques van der barre, gelegen in de parochie van rodelghem genaemt Callewaers Bosch( landt, Bosch ende meersch)

Monografie van Rolleghem: blz. 48: Callewaertsbos was gehouden van de heerlijkheid Lassus te Dottenijs. Het lag vermoedelijk in de noordwest hoek van de gemeente aan het kruispunt van de Lante- en Markestraat. Woordenboek der toponymie Du Flou: deel 6, blz. 1129: Calewaerts Bosch leengoed te Rolleghem.

SBK Fonds C.V cod. 222: „Terrier du Coster“ de Saint-Martin de Courtrai. Titre: Beschrijvinge behelsende de consitentie van de groote ende ghelegenheijdt vande Costerthiende gheleghen in de prochie van cortyck buyten recht voor de hermitage van Sinte-Anna capelle, beginnende dese thiende van de straete geleghen van oosten de mote aan joseph de Penthevilles, tot aande herberghe staende bij den Callewaert-bosch- genaemt den Smockelpot, dies de propritarissen groote, canten en de auboutten van jeder partije apart gelegen onder dese thiende te bevinden onder elckx numero inde revens… ghevoughde caerte figurative, welcke beschryvinghe bevat alle landen, hofsteden, boomgarden, lochtingen, meerschen, bosschen etc. geleghen onder dese costerthiende… terrier, date et signé: Cornelis steur, 1772.

P. Boncquet: Heerlijkheid en Leen in de roede van de dertien parochies. Blz. 129 – Bosch= huidig bos.

Callewaerts= praktisch met zekerheid is dit de genitiefvorm van de familienaam Callewaert. Dit duidt er dus op dat dit bos hun eigendom was of dat van hun afstammelingen.

Te Lindebeek: Caluwaert.(Van Loey)

Ook Du Flou (VI- 1128) kent een Calewaert a° 1626, land te Snaaskerke.

Caluw= Kaal: uit de casus obliqui: het was een wa-stam; dus nom. : calw-calo-cale-caal en casus obliqui wcalwas: caluw (zie franck Mnl. gr. 62,1; 86,196) + aard= ploegland, veld.

Reageer op dit bericht

nostalgie

De bruid was in het wit.

 

De toeschouwers die zich altijd aan den ingang van de kerk in een erehaag opstellen constateren met groot genoegen: “ O kijkt zij is in het wit en in ’t lang”. Maar vanwaar komt het gebruik dat de bruid in ’t wit moet zijn? Het wit is nog maar goed een anderhalve eeuw in de mode lezen we in 1985 in de gazette, ook al is het dragen ervan vele eeuwen in onbruik geweest.

De Romeinse getrouwde vrouw, droeg als teken van haar gehuwde staat, een rechthoekig lapje, dat los over haar hoofd was gedrapeerd. Het jonge meisje pronkte met lang losvallende haar.

Deze ziens wijze was algemeen aanvaard tijdens de middeleeuwen. In de 16de eeuw is ze geheel uit de kledij van de getrouwde vrouw verdwenen. Pas in het begin van de 19de eeuw zien we de sluier opnieuw in het modebeeld weer verschijnen. Alle kleren die men op die dag droeg, konden ook op een andere dag worden gedragen. Die situatie duurt voort tot in de 19de eeuw, ze verandert echter met de Franse revolutie. Na die periode wordt de klassieke oudheid in al zijn aspecten tot inspirerend voorbeeld. Zo ontstond de witte bruidsjapon, compleet met sluier. De zedige hooggesloten hals is nog niet in.

Dat stelde wel problemen in de twintiger jaren van de vorige eeuw. Toen de vrouw zich de gelijke van de man begon te beschouwen veranderde het opnieuw. Ze probeerde zoveel mogelijk in kleding en gebaar Een mannelijk voorkomen te verkrijgen ( dat geldt uiteraard slechts voor de “snobs” uit de wereldsteden van dien tijd.) Arme “garçonne” uit 1925. Alles wat vrouwelijk aan haar mag heten was verborgen: geen charmante coiffure, geen boezem, geen heupen; de rok was kort en de sluier op een hoed vastgepind kwam tot op kniehoogte. De sluier was enkel als sieraad gedragen en bedekte het niet het gezicht. Afgezien van het wit zou men wel enige moeite hebben om in deze kortgerokte modieuze dame van 1925 een bruidje te ontdekken.

Sinds dien is het bruidstoilet mee geëvolueerd met de mode: langer, korter, wijder, sluiker. Ook de stoffen zijde, rayon, katoen, nylon alles op zijn tijd. Ook de sluier varieerde van meterslang tot enkele decimeter. Er zijn vele moeders en grootmoeders die zelf noodgedwongen zijn getrouwd zonder deze Feeërieke tooi en er alles voor over hadden om hun dochters en kleindochters dit “ wit “ wel te gunnen.

Reageer op dit bericht

nostalgie

Vrouw en vrij.

Pas op 30 april 1958 schafte het Belgische parlement de voogdij van de echtgenoot af. Daarmee werd een einde gemaakt aan wat de code Napoleon uit 1804 was gestipuleerd, namelijk dat de gehuwde vrouw in feite levenslang minderjarig bleef. Met ziel en lichaam was zij volgens de wet het bezit van de echtgenoot. Haar loon kwam hem toe, haar briefwisseling werd streng gecontroleerd en zij mocht slechts scheiden, een recht tijdens de revolutie verworven, om wel bepaalde redenen.

Reageer op dit bericht

toponiemen

Het Bystierveld

Monografie van Rolleghem: blz. 95: De hofstede bystierveld werd in 1794 genoemd omdat de eigenaar jaarlijks 7 schellingen rente verschuldigd was aan de kerk van Belleghem.

KerkLeven Bellegem 1794: item van Joseph vuybusch te vooren d’hoirs Philippe Mullekom op rolleghem 7s s’ jaers op zijn hofstede ende land genaemt het bysierveld.

-          Veld: eerder uitgelegd

Bysier: Algemeen Vlaams Idioticon Scheurmans blz;54: bystier: bijv; arm, beroofd, uitgeput,

in “t volgende rijmpje bekend: Twee lichten en een vier maken een rijk man bijstier.

   Bij-stier; bijster, ad extremum gedactus inops exinanitus : in twee jaar zal ij rijke of ‘ijstier zijn is bij de Vlaamse boeren in gebruik.

Verwijs en Verdam blz. 1251-52: bijster: bij de betekenis n°4: * woest, vervallen, in slechte staat niet onderhouden(van zaken) n° * buitensporig, buitengewoon.

Westvlaams Idioticon de Bo blz. 116 : bijstier: (Wvl. Bi-stier of bijs-tier) van geld en goed beroofd, ar, behoeftig.

Bijstierveld: o zoo heet in ’t poperingsche hier en daar een stuk land dat mager en weinig vruchtbaar is.

Etymologische woordenboek Vercouillie blz. 35: bijster: bijv. Mnl bijster =Ndd bîster (waaruit hgd biester, Zweeds en Deens bister) van denz. Wortel als bijzen. Hierbij nog ofri biusverklik=verward eng.

Boisterous=ontstuimig. Vla en Kil bijstier zal wel volksetym. Zijn onder invloed van bij of buiten stier(stuur) zijn.

Reageer op dit bericht

nostalgie

Het minnen was vrijmoedig maar het huwelijk kort.

“ Wat is jongheyd zonder minnen, wat is leven zonder vreugd, hangt aan de liefde uwe zinnen en bemind als ij meugd” (16de en 17de eeuw)

Toch zou het verkeerd zijn zich voor te stellen dat onze voorouders een leven leidden dat louter een aaneenschakeling was van geneugten en losbandige avontuurtjes. Een gezinstichten, kinderen krijgen was de hoogste betrachting. Overal net als in de natuur, groeide nieuw leven maar de dood is altijd alom nabij. Precies omdat de dood vaak ongenadig was. “Kweken” ‘als konijnen’ deed men in die eeuwen niet en het krioelde zeker niet van de kinderen.. Men trouwde immers vrij laat:25 jaar voor een meisje en voor de jongen nog een paar jaar later. En als je dan weet dat men een gemiddelde leeftijd kende van 35 tot 40 jaar, is het duidelijk dat zelfs bij een bijzondere huwelijksvruchtbaarheid, het aantal kinderen zich in het beste geval 4 tot 5 beperkte. Trouwen deed men ook niet zozeer uit verliefdheid. Niet dat er nooit sprake was van liefde. Vaak bestond dit wel, soms al ten tijde van de verloving, maar vooral pas na het huwelijk. Ze ontstond en groeide door de samenleving(….). In de jaren 1670 tot 1830 zouden er dorpen geweest zijn waar meer dan een kwart van de vrouwen in verwachting waren voor ze trouwden.

Tot dan had bijna niemand omgekeken naar gewaagde zinspelingen en bij het zien van bloot was niemand geërgerd. In 1457 bij de intrede van Filips de Goede in Gent, zwommen naakte meisjes in de Leie.

Bij de intrede van Filips de Stoute te Antwerpen in 1494 schreef een getuige:” De stellages, waar met de meeste lust naar keken, waren naar de godinnen, die door naakte levende vrouwen waren voorgesteld”.

In de 16de eeuw een zuster schrijft: ‘ ’s Zomers, als het mooi weer was, ging de priorin na het bidden van de vespers met de communauteit ver van de abdij wandelen bij de vijver langs de weg naar Parijs, daar kwamen de monniken van Saint Martin de Pontoise, van niet ver uit de buurt om te dansen, wat gold als de normaalste zaak van de wereld. Het zou kunnen dat de indruk gewekt is dat onze voorouders zich voortdurend gedroegen als vrolijke flierefluiters. Niets is nochtans minder waar, zowel bij de elite als bij het merendeel van de bevolking, een gezin stichten en kinderen krijgen bleef de hoogste betrachting.

“Vruchtbaarheid is van oudsher van grote betekenis geweest. Kinderen waren een hulp in de huishouding of bedrijf en een garantie voor een onbezorgde oude dag”

In Frankrijk noemde men een vrouw zonder kinderen tussen de 15de en de 18de eeuw vaak een “Brehaigne” (onvruchtbaar) of nagenoeg de zelfde term waarmee een stuk grond werd aangeduid waarop niet te oosten viel. Een onderbreking in de generatieketen werd door een stamfamilie ervaren als een aanval op haar voortbestaan. Voor jonge echtgenoten zonder kinderen was dit een moeilijke situatie; ze voelden zich schuldig omdat ze van geen nut waren. De dood is gemakkelijk te aanvaarden wanneer je de hoop hebt in je kinderen voort te leven; een man en een vrouw zonder kinderen zijn aberratie, ze zijn als het ware dood omdat ze geen toekomst hebben. Geen wonder dat allerlei vruchtbaarheidriten op het platte land de gewoonste zaak van de wereld waren. Er zijn meer voorbeelden bekend waaruit blijkt dat een schoen meer betekenis kan hebben dan alleen die van schoeisel, want als symbool en wens van vruchtbaarheid werden vroeger wel schoenen naar een bruidspaar gegooid. Een schoen in de stad een klomp op het platteland. In Frankrijk ging men na de maaltijd in optocht naar de “bruidssteen” die de echtgenote moest beklimmen: ze ging dan op een klomp zitten en liet zich van de helling glijden en als de klomp bijgeval brak wanneer ze beneden kwam riep man “ ze heeft haar klomp gebroken!” De echtgenoot wist wat het betekende: “zijn bruid was geen maagd meer!”

Reageer op dit bericht

toponiemen

Den Bronckaert

Aanwinsten VI 2126: renteboek vander heerlichede van Moorenackere bestreckende op diversche gronden van erfven daer afghehouden die ligghen in de parochie van Curtrycke (1601)

Beschrijving: stick landts ghenaempt den bercenste tanghe(?) groot omtrent vijfhondert paelende metter oostzijde jehens Willem Vanderplanckes lant ghenaemt den bronckaert, metter zuytzijde jeghens Willems Hofstede ghenaemt den Moorenackere, metter west ende noortzijde jeghens Willems tangheveldeken ende pappaersbusch.

Verwijs en Verdam blz. 1456 bronken, znw. ww onz.

Kil broncken, j. proncken. Het woord verenigt de beide min of meer tegenstrijdige opvatting van “pruilen” en “pralen, fier zijn”. De betekenis die tussen beide ligt is “ een deftig gezicht zetten”. Het is wel hetzelfde woord als ons “pronken”.

  • Pruilen, brommen
  • Fier zijn, pralen, ook van paarden: fier stappen, hoog draven.

Den bronckaert: persoon die bronckt.

Westvlaams Idioticon de Bo blz. 167 bronken: bronkte, heb gebronkt o.w.

Pruilen, misnoegd zijn, niet willen spreken, fr. bouder. Men zegt ook “pronken”.

Algemeen Vlaams Idioticon Scheurmans blz. 81 bronken/ o w: 1. met gemelde processie rondtrekken dit jaar.

                                                                                                     2. een ontevreden gelaat vertonen; een streng, stuursch misnoegd gelaat aannemen, misnoegd zijn niet willen spreken.

                                                                                                          Als men iemand iets beveelt, dat hem niet aanstaat, en hij alzoo een zuur gezicht trekt, zegt men: hij bronkt weer.

Vandaar nog: het is een bronker of bronkert, dit is hij gaat veel zonder spreken. In Vlaanderen heeft bronken deze laatste betekenis ook. In Brabant zegt men monken of pratten, elders pruilen.

Bij Kol. Broncken, of proncken, ’t welke ook in Vlaanderen eene opzicht barende vertooning maken beteekent.

Woordenboek der Nederlandse taal blz.1525-26 bronken, brunken- onz. zw. ww. Andere, misschien oudere vorm van pronken, die reeds in ’t Mnl. voorkomt in de beide bettekenis: pruilen en : pralen: vergelijk pruilen(voorheen ook: pralen) en verder woorden met onzijdigde betekenis als grimmen. De opgave in den tuethon. 42 a zonder vertaling, geeft omtrent de bedoelde beteekenis geene genoegzame zekerheid. Voor Kiliaan, die bij Broncken naar proncken verwijst, was de eerste vorm dus blijkbaar niet meer de gewone (vergelijk brallen naast pralen) . Wellicht is het woord met een suffix-k- afgeleid van Brommen, met overgang der m in n.

A pruilen, een misnoegd of somber gelaat toonen, een strak of zuur gezicht zetten of niet willen doen wat verlangt wordt, talmen(- ook met iets)

  • In het hageland thans: “het dreigen van ’t rundvee, als het wil stooten, hetwelke met een licht brommend geluid gepaard gaat”

Aldaar ook gebezigd van de lucht: betrekkenen, dreigend uitziet.

B pralen, prijken, pronken

  • Van persoon: eene uittardende houding aannemen. In Limburg thans nog in de verwante betekenis: er trotsch en verwand uitzien. Doch ook: eene deftige houding aannemen, er stemmig, ernstig uitzien.
  • Thans alleen nog in Limburg voor: een plechtige ommegang bepaaldelijk dien op de H. Sacramentsdag, houden.

Afl: in de betekenis a. bronken(d) iemand die zwijgend somber kijkt.

Reageer op dit bericht

toponiemen

Ten Broeke

Woordenboek der toponymie Du Flou: Deel II blz. 811 : leengoed te Coyghem, Rolleghem en Wielsbeke.

Brouck: eerdere uitgelegd bij Paddebrouck.

Vindt men ook terug in persoonnamen: cfr. Studie van persoonsnamen in de Kasselrij van Kortrijk (1350-1400) door Frans Debrabandere, blz. 109 n° 319 : Broucke Van den: ….

Reageer op dit bericht

nostalgie

We leven nu in den tijd waarvan we denken dat wij de wereld gemaakt hebben, nochtans met ons honderd jaar dat we hier mogen verblijven zouden we dat zeker niet kunnen realiseren. We mogen dus van geluk spreken dat we elk om beurt mogen meehelpen om iets na te kunnen nalaten. Toen men de oerknal nabootste, klonk het als of nu wisten wie deze wereld in elkaar geknutseld heeft. Maar als men met de telescopen die hebben, en nog altijd bijbouwen, zien ze dat ze onlangs hoe meer niets zien. Men stelt vast dat wat we spotten zeggen: “ Het heelal is zo groot dat zelfs den eersten die gestorven is nog in de hemel niet geraakt is, laat staan dat hij al zou terug zijn om ons te zeggen wat er daar is”.

En hierbij kun je, je dan de vraag stellen, heeft de mens al iets hier niet gezet wat er niet was? We horen u al roepen hebt u soms de computer uitgevonden? Dan antwoorden wij u welke materie zit er in de computer, die niet van deze aarde was? Je hebt gelijk als je zegt dat je met de materie iets hebt gemaakt, waar we verbaasd van opkijken en zeggen de mens is toch zeer ontwikkeld om zo dingen te maken. Toch het is alsof een goochelaar, die zijn beide handen in de lucht houd en ons duidelijk maak ik heb niets in de handen niets in het mauwen, en hop daar is een duif, of zelfs veel grotere dingen. Toch perslot van de rekening was de duif er! Met ander woorden, wij maken gebruik van de materie, waar we grootse dingen mee maken, doch alles ligt ter onze beschikking. Iets of iemand, heeft het ons om het waardig te gebruiken.

Iedereen denkt er het zijne over, maar wij zijn het niet, die hier enkele jaren verblijven, die de wereld het heelal laten bestaan. Men zegt dat wij het kapot maken! Hoe, door oorlog te voeren, want vrede, ja hier in het westen herdenken we honderd jaar oorlog, maar is dat vrede? Rijken blijven rijk, armen arm! De ene vecht voor zijn voedsel, de ander werpt het weg. Landen willen onafhankelijk zijn ander verbieden het. Is dat vrede?

We weten allemaal dat de kerken leeglopen, het begon al toen men de heiligen verbande uit de kerk, vroeger stonden de pilaren, indien het mogelijk was vol met heiligen beelden. Toen dacht men dat de mensen alleen naar der kerk trokken om heiligen te aanbidden. ’t Was misschien wel iets overdreven, doch nu is het langs den anderen kant dat men overdrijft. We lazen onlangs nog in de gazette dat men overdreven veel bloemen zet op het kerkhof en dat alleen met Allerheiligen. Ik had een vriend, en zoals Joris Declercq het zegt: “Ne vriend is lijk ne stekkerdraad, Je kunt er vast aan raken. En ojje weg wilt goan, ’t doe zeer, je los te laten” (Ik hoop dat Menheer Declerq het mij niet kwalijk neemt dat ik het gebruik) maar het is waar. En iedere dag breng ik hem geen bloemen op zijn begraaf plaats, hij staat bij mij thuis in de kast, en iedere dag als ik aan tafel zit zitten we recht over elkaar, en ‘t is alsof hij hier zit zoveel jaren later met zijn “export” van thuis van Bellegem. Allerheiligen, dan herdenken wij al die heiligen die niet ergens vermeld staan, Allerzielen, zij die ons dierbaar zijn, werden zoals de verjaardag van iedereen op een dag echt in de bloemen gezet maar dan allen in een keer.

Of feestdagen voor sommigen zouden mogen verdwijnen, oordelen wij hier niet, maar wij denken, toen onze ouders of onze voorouders er voor streden om die gebruiken en in voege te brengen dat ze wel ergens gelijk hadden. Echter is dit hier niet wat we willen bereiken, we willen alleen eventjes kennis maken met wat er allemaal zogezegd lang voor onzen tijd bestaande was maar tussen haakjes toch in gebruik is. Denk maar even wanneer we nu de kerk binnen gaan voor wat men noemt de H. Mis, ( eucharistieviering) dan zien we bijna allemaal grijze hoofden of kale koppen, met andere woorden oudere mensen. Bij zeldzame gelegenheden jongeren, wellicht, wanneer ook zij vergrijzen, zien we ze daar opnieuw. (Zoals men spreekt over de vergrijzing de baby boem jaren, zouden er misschien te weinig baby’s nu bijkomen en terug een ander kleur inbrengen dan grijs?) En toch, je zou haast denken dat er kabouters op pad zijn want bij vele heiligenbeeltenissen staan vele kaarsjes te branden. Bij kapellen, bij de verscheidene grotten verdeelt over Vlaanderen. ’t Is echt opvallend. Vandaar onze aandachten om die voorbije dingen eens op te rakelen. Wij gaan snuisteren in oude documenten en dagbladen tijdschriften en van die dingen meer, bij het opkuisen en wegwerpen, dat zij die achter ons komen niet te veel van dien “briel” nog zouden vinden. Maar we konden het over ons hart niet krijgen om niemand te laten mee genieten van die vervlogen tijden. Soms hebben we het zelf meegemaakt, andere van in de verte te horen zeggen, maar met respect voor zij die het meegemaakt hebben. Ontdekken van wat vroeger bestond is een prachtige gelegenheid om even om te kijken. Was het werkelijk alles zo slecht, we denken het niet, dat het soms overdreven was ja, maar is nu alles goed? Denk eens we lezen dat men in Kortrijk de Leie boorden gaan verlagen, ze waren vroeger laag en ze verhoogd het! En zo kan men doorgaan, laten we het gewoon bekijken en elk neemt er het zijne van. Toch is er bij het bekijken van de heiligen welke we volgen, een zeer opvallend iets. Die bekeerlingen gingen aan de mensen zeggen wat er men hen gebeurd was. Nu gaan of de mensen naar de priesters.(kerk) Er zijn weinig priesters die naar de mensen toegaan, of toch? Veel lees genot!

Reageer op dit bericht

nostalgie

Het pensionaat bestond uit drie verdiepingen , het onderste deel werd speelzaal, daarboven de klassen en dan de slaapkamers.(Zo als dat indien tijd was “dortoir”)

Het waren de zusters Barbe en zuster Céleste( ze kwam om het leven ineen auto ongeval) welke de eerste twee directrices werden, ze zijn gebleven ononderbroken tot bij de fusie van september 1977, waar ze de zusters van St. Jozef werden.

Ten jaar des Heren 1963 werden nieuwe lokalen bijgezet.( Het huidige semi-internaat, de ziekenzaal en de therapielokalen.) Ze hadden een erkenning voor 120 kinderen.

September 1975 zijn de scholen van Bellegem en Rollegem samen met de wijkschool van Tombroek en de Katteberg(Bellegem) een fusie. De beide scholen zijn van de zelfde kloosterorder. De vier scholen staan onder de leiding van zuster Annie die bestuurster wordt zonder klas.

Tegen het ingaan van het nieuwe schooljaar 1979/1980 waren de nieuwbouw van de meisjes school niet klaar, verlichting, bekleding en het sanitair waren niet afgewerkt. Toch wordt de klas van zuster Monique over gebracht naar de nieuwe gebouwen.( Zie web)

Reden; de klas met de vergaderzaal van het onderwijzende personeel moet gelijkgemaakt worden met de grond van het klooster in de Tombroekstraat.

Het was op zaterdag 19/4/1980 om 16 u dat Kanunnik Vandenberghe directeur van de congregatie van de zusters van de H. Jozef, na de mis de nieuwe lokalen kwam in wijden.

Het eerste schoolfeest werd er gehouden op 15 juni 1980.

In 2006 was het klooster niet of bijna niet meer betrokken bij de werking, het klooster was afgescheiden. Wat overblijft is nostalgie. De scholen waren een geheel, jongens en meisjes samen, geen zusters meer in de school! De kindervriend een aparte instelling, De resterende kloosterlingen ouder aan het worden, geen jongen krachten meer, zoals met vele dingen welke komen maar ook gaan.

Het klooster was voor de gemeenschap een goede zaak, je kon op de zusters rekenen, ze waren steeds bereid om hier of daar een helpende hand te zijn, bij feesten, bij nood.

We hopen dat ze hier nog lang kunnen blijven, dat ook zij niet plots moeten zoeken naar een ander verblijf, weet je nog die boom welke moest verplant worden?

Ze hebben in oktober 2014 er weeral een verplant, toen waren ze nog met twee.

Een prachtige tuin waar ze kunnen bidden en mediteren over vergane glorie!

Reageer op dit bericht

toponiemen

De Heerlijkheid te Brasseye

Monografie van Rolleghem; Blz. 52

Atlas Buurtwegen: cfr. situering op plan.

Bruine pakken I 6541, 6318: heerlijkheid ende thiende Brasseye

Bruine pakken I 6317: (19 nov 1792) : lijst eigendom van Franse onderdanen. ( Pachter van goed Brasseye : Joseph Evaeraert).

Woordenboek der toponymie Du Flou: deel II blz. 644 heerlijkheid te Rolleghem.

Woordenboek der Nederlandse taal deel 3, I p. 1154/ Brasserij: znw. vr., mv-en Van brassen met –erij

1 abstr. Het brassen, gulzig en overdadig eten en drinken, slempen, zwelgen.

2 concr. Overdadige maaltijd, slemppartij.

Verwijs en Verdam blz. 1422 brassen: 1. brouwen, in eig. en fig.zin

                                                             2. slempen

Brassere: slemper, drinkebroer

Brassinge: het brassen, slempen, zwelgen.

Reageer op dit bericht

toponiemen

De Brandtiende

Fonds Colens 206: leenboek van Cortrijk 1649 blz; 336: vermelding van de naam.

Woordenboek der toponymie Du Flou: deel II blz. 631 leen gehouden door de heerlijkheid van Wachen gelegen in Kortrijk/ Rolleghem.

Brande als persoonsnaam teruggevonden: studie van de persoonsnamen in de kasselrij van Kortrijk F. Debrabandere blz. 104 n° 289: Brande: in Kortrijk: 1375: Boudine van den Brande RH 138

1378 Egidii de Brand R 1 f 28.

Reageer op dit bericht

CD&V

                                        Herfstwandeling

Zaterdag 22 november

                             " Op Vandaelenshof "

                        Marksestraat 19 8510 Rollegem

Sinterklaas zal ook aanwezig zijn!  Dus kinderen allen welkom!

Inschrijving: teamevenementenkortrijk@gmail.com

Fluohesje en zaklamp niet vergeten!     

Reageer op dit bericht

oud rollegem

Juni 1997 Jg. XXXIX afl. 2

 

In november 1751 verscheen voor het feodaal hof van Moeskroen Jozef De Lescluse, zoon van Jan , molenaar op de molen te Kastert, en jan Panet, zoon van Frans molenaar in het dorp te Lauwe om te protesteren tegen het voornemen van Jacob Maes, zoon van Jan molenaar en eigenaar, van de Hoogmolen te Aalbeke, om een nieuwe graanmolen op te richten in Aalbeke zelf.

De maatgegevens zijn in de archiefdocumenten uitgedrukt in Kortrijkse voeten van 29,8 cm en in de Vlaamse landmijl van 5.520 m (dit is 1 uur lopen)

Volgens hun zeggen zou deze te dicht bij elkaar staan en aldus schade berokken aan betrokkene. Daarom hadden gezworen landmeters dat afgestapt. Maar ook de betrokken molenaars hadden dit gedaan. Ze kwamen niet tot een eensluidend resultaat.

Ook de heer van Aalbeke, Graaf Fredericq- Engelbert-Maximiliaan Josph d’Ennetiès, was echter ook tegen om dat het schadelijk zou zijn voor zijn windmolens van Moeskroen en Rollegem!

Bij het dossier steekt een interessante kaart waarop de windmolens uit de omgeving nauwkeurig aangeduid zijn. Er is slechts sprake in 1751 van één molen in Tombroek. Met de Tombroekmolen in Moeskroen wordt de Hoge molen bedoeld, op de plaats waar Moeskroen, Luigne en Rollegem samenkomen. Hij was ouder dan de latere, nabijgelegen andere Tombroekmolen op Luigne.

De meetresultaten van de landmeters waren:

De bestaande Hoogmolen in Aalbeke was 1500 voet (447m ) van het dorpsplein verwijderd. De afstand van de Hoogmolen tot de grote windmolen in Lauwe bedroeg 8.970 voet (2.673 m) tot de Knokwindmolen in Lauwe 7.540 voet( 2.247 m) tot den Boondriesmolen van Marke 9370voet (2.792 m) Tot de Kleine Windmolen van Marke 11.840 voet ( 3.528 m) tot de Plaatsmolen van Rollegem 6.910 voet (2.059 m) tot de Hoogmolen op Tombroek in Moeskroen 11.500 voet (3.427 m) tot de Le Val-Windmolen van Moeskroen 14.850 voet ( 4.425m) tot de kasterwindmolen in Rekkem 13.880 voet ( 4.136 m).

Volgens de getuigen: Van de Hoogmolen in Aalbeke tot de Plaats van Aalbeke 1.360 voet of (405m) tot de grote windmolen in Lauwe een halve mijl (2.760 m) Tot de kleine Knokwindmolen in Lauwe een Halve mijl ( 2.760 m) tot den Boondries molen in Marke , een halve mijl (2.760 m) tot de kleine windmolen in Marke 5/8 mijl (3.450 m) tot de Plaatswindmolen te Rollegem 9.945 voet (2.964 m) tot de Hogemolen op Tombroek 9.770 voet (2.911 m) tot de Le Val-Molen van Moeskroen 11.830 voet (3525 m) tot de Kastermolen in Rekkem 9.200 voet (2.742 m)

Gemeten afstand in vogelvlucht op stafkaart: Grote molen Lauwe 2.300. Kleine Knokmolen Lauwe 2.200. Boondriesmolen Marke 2.000. Kleine Molen Marke 2.800. Plaatsmolen In Rollegem 1.600. Tombroek hoogmolen Moeskroen 2.600. Le Val-Molen Moeskroen 3.200. Kastermolen in Rekkem 2.800

Ondanks alles is de nieuwe molen er gekomen de “malgré tout”( desondanks, ondanks alles) Daarom kreeg hij deze eigenaardige naam. Hij bestond zeker al in 1762 en stond aan de Malgré-toutstraat op de grens met Moeskroen ter hoogte van de sterreberg.

 

Veel ouderen onder ons weten niets meer over den Plaatsmolen, en begrijpelijk hij verdween op donderdag 16 mei 1895, den dam 1909. Dank zij de mensen in de straatnamencommissie, worden we er aan

Herinnerd, door zoals hier bij ons de naam te geven aan een wijk “de molenkouter” of door straatnamen te geven aan een plek waar ooit de molen stond.

Om deze nooit te vergeten zijn we gaan snuisteren In Leiegauw, een driemaandelijks tijdschrift een verenigging voor geschied- taal en volkskunde. Jaargang XXXIX afl. 2 van juni 1997. Zo vinden we op blz. 187 Luc Goemine welke een artikel wijd aan “ Verzet tegen de bouw van een tweede windmolen in Aalbeke in 1751.

Reageer op dit bericht

nostalgie

In 1904 wordt in het klooster een aanneembare bewaarschool opgericht.

In 1905 werden in het klooster drie nieuwe klassen gebouwd. In 1913 wordt Gabrielle Vlieghe tot hulponderwijzeres benoemd.

In 1918 gaven de zusters, Clémence, Petronella en Pelagie en juffer, Gabrielle Vlieghe les aan de meisjes.

In 1920 waren het de zusters, Bernadette en Pelagie met de juffers, Bonte, Vlieghe en Vanneste.

In 1923 werd er een nieuw internaat gebouwd en in 1928 liet moeder Elisabeth nieuwe bewaarklassen bouwen.

Het was 1934 toen werd een ruime eetzaal en een nieuwe kapel gebouwd, ook werden nieuwe gebouwen opgetrokken voor de hofstede.(Waar jammer genoeg geen beelden van te vinden zijn) Zuster Elisabeth overleed in 1944

Tussen de school van de jongens en huis nr welke vroeger reeds besproken in de kroniek kerk, was een wegel, die de bewoners van het klooster de mogelijk gaven langs daar naar de kerk te gaan.

Het is bekend dat in negentien honderd een en twintig er in het onderwijs in het klooster 63 leerlingen waren in de bewaarschool, eerste graad 42 leerlingen, tweede graad 43 leerlingen en 3de en 4de graad 27 leerlingen.

Gedurende de Oorlogs jaren, om precies te zijn 1942 richtte men te rollegem een middelbare landelijke huishoudschool op, die maar haar bestaan kende tot september 1950. Het was de school van zuster Maria beter gekend onder de naam van Zuster Benedicta. Op 15 augustus 1985 werd ze gevierd voor een halve eeuw klooster geloften.

Er was een pensionaat voor Franssprekende jongens en meisjes, het aantal internen verminderde en eind juni 1953 werd het afgeschaft. Het pensionaat bleef leeg staan tot 1956.

In het klooster waren ook kamers waar de bejaarde mensen van hier en omstreken konden verblijven, met andere woorden een manhuis( bejaarden tehuis)

Op 19 maart 1944 word een nieuwe overste aan gesteld namelijk Marie-Joseph Depoortere.

Het waren de oorlogsjaren en zij onthaalde met haar gewone goedheid en hartelijkheid de geteisterde en vluchtelingen.

Zuster Celine Boone geboren in Westkapelle stond meer dan 40 jaar in de keuken waar ze kookte voor de kinderen uit de toenmalige landbouwschool en het pensionaat.

Zuster Sacré-Cœur alhier geboren behaalde te Gent het diploma als kleuterleidster en stond gedurende 40 jaar hier in dienst van de kleuters.

Het was een pastoor( A. Verstraete) van het M.P.I. “ De Rozenkrans” te Oostduinkerke die er bij het klooster opaandrong om de leegstaande pensionaatgebouwen te gebruiken voor gehandicapte jongens

En er tevens een onderwijs instelling van te maken.

Het was voor de Rollegemnaar wel even slikken, een pijnlijk treffen voor zij die hier hun naast bestaande in het rusthuis, naar andere oorden moesten brengen. Waarom moest dit gebeuren, vader of moeder die hier een onderkomen hadden, waarom een ander keuze?

Waarom een oude boom verplant, zo iets had men van de klooster gemeenschap niet verwacht!

Met Pasen de dag van de verrijzenis 1956 was de knoop door gehakt de eerste twaalf jongens namen hun intrek, het o zo geëerd leegstaande pensionaat word een tehuis voor “opvoedbare en halfopvoedbare “ jongens, zoals het officieel gangbare termen klinkt.

Reageer op dit bericht

toponiemen

Te Bottelrie

Oud sak 860: Register des fiefs et arrierès fiefs tenu du Chat. De Coutrai

Folio 440: Te bottellerie was 20 bunders groot met hofstede, water ende landt. Het behoorde toe aan Jan Tolnere in 1502

Monografie van Rolleghem: blz. 48 Het fonsier en de rentelanden lagen ten noordoosten van het hof van Rollegem tegen de grens met Bellegem en paalden met de noordzijde aan de heerlijkheid Ten Berghe.

P. Bonquet: Heerlijkheid en leen in de roede van de dertien parohies. Blz. 130 een bottellenie is volgens verwijs en Verdam een grafkelder.

Bruine pakken I 6318: heerlijkheid Bottelrije vermeld in de “ tabelle ofte lijste van d’ inwoners van de gemeente van Rollegem dependente van Cortryck bezittende 25000 ofte meer guldens in middelen met de nature van de gronden alsmede breede van gronden”

Fonds Colens 204: inde prochie van Rollegem: Hofstede, watere ende landt genaemt ter Boetelrie.

Bruine pakken 6546 I. : klachten op het leen Bottelrie door Isabelle de Cocxie, douanière Charles PH; J. de la Tour, graaf van la Tour Seneghem; ( juni 1715)

Acten en contraten reg. 1441-43 f° 61: het goet te Bottelrie ligghende inde prochie van Rolleghem, groot onder land Bosch.

Acten en contraten reg. 1453-1455 f° 155: haar goet liggende in de prochie van Rodelghem ende geheeten Bottelrie.

Acten en contraten reg. 1533-34 f° 153

                                       1559-60 f° 228

                                       1600-02 f° 55

                                       1550-51 f° 219

                                       1498 -1500 f° 120

Aanwinsten VI 6848: vermelding van de naam in de beschrijving van een stuk grond. = heerlycken renteboek der heerlyckhede van polliere of pomerie gheleghen in de prochie Rolleghem (1761)

Woordenboek der toponymie Du Flou: Deel II blz. 459: heerlijkheid te Rolleghem : Bottelerie Deel II blz. 233 : Boetelrie : leengoed te Rollegem.

Verwijs en Verdam blz. 1395 Bottelrie: znw. (zelfstandig naamwoord) vr. Van mfr. Boutillerie; De grafelijke kelder.

Etymologisch woordenboek Vercouille blz. 49 Bottelier: m Mn I uit Ofra. Boutillier, afgeleid van bouteille.

Bottel: V. gelijk Nhd. Buttel, uit eng. Bottle, het welke van Fra. Bouteille, Mlat. Botiliam(ia) nevens buticula, diminutief v. buta.

Woordenboek der Nederlandse taal blz.736-737: bottearij: bottelrijze enz. –znw. vr., mw-en Niet afgeleid van bottelaar, maar in veel oudere tijdperk (mnl bottelrie), evenals engelse butlery,ontleend aan het Ofra. Bouteillerie eene afleiding van bouteille = een vertrek om flesschen, of in ’t algemeen den voorraad gebottelden drank te bewaren. Wijkkelder: maar reeds vroeger( misschien niet zonder bijgedachte aan boter, (Botter), evenals in ’t Eng. Bij uitbreiding: vertrek waar de spijs en drank, het tafelgereedschap enz. bewaard en uitgegeven wordt; provisiekamer.

Reageer op dit bericht

nostalgie

Op 19 oktober 1975 lazen we in de krant dat de “ Zusters van Rollegem” meer dan 100 jaar ten dienste staan van de gemeente. Er zou namelijk in 1862 enkele zusters der “ Onbevlekte Ontvangenis”’ uit Brugge een eigendom bewonen in de Tombroekstraat nr.6. Zij zouden in 1863 de taak overgenomen hebben van twee lekenonderwijzeressen die hun ambt hadden neer gelegd.

In 1871 werd de eigendom echter verkocht en de zusters hadden geen middelen om dit te betalen en verlieten zo opnieuw de gemeente en vertrokken opnieuw naar Brugge.

In 1863 gaf Reine Tillieux, welke in de gemeenteschool, ook wel de armenschool genoemd, haar ontslag. Het was de school waar ook Vermeulen het onderricht gegeven had.( het was niet bekend of zij, al dan niet een diploma bezat)

De staat eiste de benoeming van een gemeenteonderwijzeres. Het lot viel ten goede aan Barbara Reynaert, zuster der “Onbevlekte Ontvangenis” waarvan het moederhuis in Tielt is gelegen.

Op 9 oktober 1863 werd een tweede gemeenteonderwijzeres benoemd namelijk Leonie Vanoutrive.

Barbara Reynaert, gaf op 20september 1871 haar ontslag en werd vervangen door Rosalie Daeveloose, eveneens uit Tielt.

Naderhand werden nog benoemd Goemaere Rosalie, en Vanseveren Pelagie, allen zusters der “ Onbevlekte Ontvangenis” van Tielt.

Het was 1879 dat de zusters de gemeenteschool moesten verlaten, maar ze vestigden zich in het klooster, waar zij een vrije school stichten.

Het middelste deel kwam van de eigendom van Louis Deltour, een wasserij en ververij van stoffen.

In 1885 gaven de zusters les in een gebouw dat tijdens de Hollandse bezetting opgericht werd en moest dienen tot protestantse tempel, doch waar nooit diensten werden gedaan. Behalve dat gebouw, gebruikten ze als klas ook een woning en de kapel. De omvang der drie klassen was respectievelijk 77, 99, en 281 kubiek meter.

Het was E.H. Lietaer, den toenmalige pastoor, welke van Tielt kwam en zeer goed moeder Coleta Walraet kende, die bij haar aandrong om den eigendom te kopen. En op 28 augustus 1871 zond moeder Coleta vier zusters naar hier. Zuster Josephine overste, zuster Sidonie, zuster Rosalie en zuster Barbara. In oktober van dat zelfde jaar kwamen nog vier zusters bij zo ontstond de stichting van het klooster.

In 1871 waren 105 leerlingen in de lagere graad en 30 leerlingen in de bewaarschool. In de avondschool in het schooljaar 1867- 1868 waren er 95 leerlingen. Zondag ter vervanging der avondschool voor meisjes in 1872 waren er 105 leerlingen.

De wet van 1895 gaf een nieuwe bepaling over het onderwijs, de godsdienst werd een verplicht vak. Men kon ontslagen worden mits een schriftelijke aanvraag der ouders.

Tevens treed er een nieuwe verbetering in voor het onderwijs, de onderwijzers(es) worden gerangschikt in vijf reeksen al naar gelang de bevolking van de gemeente.

Van 1879 tot 1884 was de meisjesschool een vrije school. Op 1 juli 1884 wordt ze aangenomen school.

In 1879 zou er een nieuwe school gebouwd worden, het werd eerst bepaald dat de schoolgebouwen in huur zouden gegeven worden.

Het was in 1903 dat op het gehucht Tombroek een bewaarschool en een lagere klas werden geopend, die ook aangenomen worden. De lagere klas wordt gehouden door Pelagie Vanseveren, en de bewaarschool door Castelein Maria. Het was onder impuls van de toen

Moeder Marie-Louise Brou welke van 1901 tot 1916 overste was dat de school er is gekomen.

Reageer op dit bericht

toponiemen

’t Bonte stick.

Monografie van Rolleghem Blz. 55: een perceel gepacht door A. Dehaze had de volgende benaming : ’t bontestick.

Oorkondenboek van de Groeningen abdij: OSA 1202

Fonds D’ Ennetieres 2400 (1764)

Bont = veelkleurig

Stuc = een onbepaalde uitgestrekt lands, een stuk land, een akker.(Middelnederlands woordenboek blz. 2361)

Reageer op dit bericht

toponiemen

Bohemen

Aanwinsten VI 1930: landboek van Kortrijk-buiten een behuysde hofstede staende de cave op de prochie van Rolleghem, genaemt Bohemen.

SBK Fonds G.V. cod. 222 : „Terrier du Coster“ de Saint-Martin de Courtrai (1272)

Verschuerens modern woordenboek blz. 287 Bohemen: heim is gemans, woonplaats nl. van de volksstam der Bojer. Streek in het westen van Tsjecho-Slowakije.

Winkler Prins woordenboek blz. 247: Bohème 19de eeuwse aanduiding voor het min of meer ongebonden en natuurlijk leven van jonge kunstenaars en intellectuelen.

Bohemer = een zigeuner.

Reageer op dit bericht

vormelingen

Vormselcatechese

Data vormselvieringen op 12 jaar:

 

 

26-27 april 2014
Bron: www.kerkinkortrijk.be

 

Hallo kandidaat vormeling,

 

 Start van de vormselcatechese

Op zaterdag 08 november om 14.00u in de St.Theresiaschool

het wordt afgesloten samen met de ouders en de peters en de meters met een engagementsviering om 17.00 u in de kerk. Noteer alvast de datum.

 

 

 

 Wereldwinkel OXFAM

 

 

vormsel rollegem 2012 

 

 

 

Data vormselvieringen op 12 jaar:

 

 

 

26-27 april 2014

bron: www.kerkinkortrijk.be

 

 

 

 

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten