toponiemen
Te Bottelrie
Oud sak 860: Register des fiefs et arrierès fiefs tenu du Chat. De Coutrai
Folio 440: Te bottellerie was 20 bunders groot met hofstede, water ende landt. Het behoorde toe aan Jan Tolnere in 1502
Monografie van Rolleghem: blz. 48 Het fonsier en de rentelanden lagen ten noordoosten van het hof van Rollegem tegen de grens met Bellegem en paalden met de noordzijde aan de heerlijkheid Ten Berghe.
P. Bonquet: Heerlijkheid en leen in de roede van de dertien parohies. Blz. 130 een bottellenie is volgens verwijs en Verdam een grafkelder.
Bruine pakken I 6318: heerlijkheid Bottelrije vermeld in de “ tabelle ofte lijste van d’ inwoners van de gemeente van Rollegem dependente van Cortryck bezittende 25000 ofte meer guldens in middelen met de nature van de gronden alsmede breede van gronden”
Fonds Colens 204: inde prochie van Rollegem: Hofstede, watere ende landt genaemt ter Boetelrie.
Bruine pakken 6546 I. : klachten op het leen Bottelrie door Isabelle de Cocxie, douanière Charles PH; J. de la Tour, graaf van la Tour Seneghem; ( juni 1715)
Acten en contraten reg. 1441-43 f° 61: het goet te Bottelrie ligghende inde prochie van Rolleghem, groot onder land Bosch.
Acten en contraten reg. 1453-1455 f° 155: haar goet liggende in de prochie van Rodelghem ende geheeten Bottelrie.
Acten en contraten reg. 1533-34 f° 153
1559-60 f° 228
1600-02 f° 55
1550-51 f° 219
1498 -1500 f° 120
Aanwinsten VI 6848: vermelding van de naam in de beschrijving van een stuk grond. = heerlycken renteboek der heerlyckhede van polliere of pomerie gheleghen in de prochie Rolleghem (1761)
Woordenboek der toponymie Du Flou: Deel II blz. 459: heerlijkheid te Rolleghem : Bottelerie Deel II blz. 233 : Boetelrie : leengoed te Rollegem.
Verwijs en Verdam blz. 1395 Bottelrie: znw. (zelfstandig naamwoord) vr. Van mfr. Boutillerie; De grafelijke kelder.
Etymologisch woordenboek Vercouille blz. 49 Bottelier: m Mn I uit Ofra. Boutillier, afgeleid van bouteille.
Bottel: V. gelijk Nhd. Buttel, uit eng. Bottle, het welke van Fra. Bouteille, Mlat. Botiliam(ia) nevens buticula, diminutief v. buta.
Woordenboek der Nederlandse taal blz.736-737: bottearij: bottelrijze enz. –znw. vr., mw-en Niet afgeleid van bottelaar, maar in veel oudere tijdperk (mnl bottelrie), evenals engelse butlery,ontleend aan het Ofra. Bouteillerie eene afleiding van bouteille = een vertrek om flesschen, of in ’t algemeen den voorraad gebottelden drank te bewaren. Wijkkelder: maar reeds vroeger( misschien niet zonder bijgedachte aan boter, (Botter), evenals in ’t Eng. Bij uitbreiding: vertrek waar de spijs en drank, het tafelgereedschap enz. bewaard en uitgegeven wordt; provisiekamer.







