ten tijd van toen
Sinds de jaren zestig uit de 20ste eeuw heeft er in het gebeuren in onze gemeente een immense evolutie plaatsgevonden. Vele kleine alsook grote boerderijen verdwenen uit het traditioneel landschap, mede door het feit van een sterke verstedelijking en een ongekende uitgroei van een moderne wegeninfrastructuur binnen de gemeente. ik vond in die periode de weg naar Rollegem, die had toen nog zijn eigenheid, een dorp met alles er op en er aan. Burgemeester, schepenen, pastoors en onderpastoors, een prachtig eigen Karakteristiekdorp, zijn eigen grillen, zijn eigen doen, het echte boeren buitendorp, waar het goed is om leven. Zo zou het nog enkele jaren bestaan. Het Rollegem bedoeld als woondorp dat op 1 januari 1977 zou deel uitmaken van de stade Kortrijk.
Vanuit Moen weet je wel daar waar de steenbakkerij, een van de grootste bedrijven was naast den textiel van Bekaert, en de spinnerij gelegen in de Beekstraat. “Meestersputten” waren voor ons als kind een vertrouwd beeld, menigmaal zijn we ze afgedaald om er in te spelen. Het gaf werk aan de mensen, huizen werden gebouwen met stenen, en stenen werden gemaakt uit klei, dus de normaalste zaak. Trouwens de afval van veel gemeenten uit den omtrek kwam ook hier terecht, Moen, St- Denijs, Kooigem Bellegem, Rollegem en wie weet hoeveel er nog waren die blij waren dat ze hier hun “Vuilkarren” konden lossen. Op de plaats, nu De Oude Aalbeeksestraat, ter hoogte waar de huizen een plein voor hun deur hebben, stond er een omwalde hofstede, de hoeve verween, en de wal werd gevuld met het huisvuil van het dorp men noemde die plaats den “Vuilhoop” van de groende dreve. Toen deze was gevuld trok men met de vuilkar naar Moen.
Boeren die gronden hadden waren blij dat ze, deze konden ruilen 1 ha, was twee in de plaats, en wat nog meer. Problemen met grondwater en ander wateren werden opgelost, ik heb nooit protest mee gemaakt. Nu is deze vlakte het IMOG, samen met Harelbeke wordt hier heel wat afval verwerkt, het bezoeken waard.
Ik had daar mijn schooljaren uit gedaan, en nu aan de slag. Maar o wee het noodloot sloeg toe het kanaal Bossuit-Kortrijk moest verbreed worden, grotere schepen moesten kunnen aanleggen, en wij die daar woonden konden uitkijken naar iets anders. Mijn ouders kozen voor een koop te wagen te St-Denijs, ik bleef er wonen tot 1965 te Rollegem zou ik mijn verder leven uitbouwen. We vonden de nu Rollegemkerkstraat, een prachtige ligging. Een ver gezicht ongeoord, vanuit het venster, bij mooi weer konden we den berg in Kain zien liggen, den berg te trinité of den Drievuldigheidsberg. Vlak voor ons huis waren de landbouwgronden van het klooster.
Het klooster had zijn landbouwschool, zijn rusthuis en zijn pensionaat. Het moest toen wel de keuze maken maar dat is een ander verhaal. Voorons telde het uitzicht en daar zou ons nestje gemaakt worden.

