Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 juli 2012 tot 31 juli 2012

oud Rollegem

Ook in de kerk had de heer zijn eigen bidplaats en zijn voorrechten. De kerk kon ook de heer straffen met excommunicatie die de schuldige uit de gemeenschap van de gelovigensloot of ze vaardigde het interdict uit, waarbij de uitoefening van de erediensten werd opgeschort over gans het territorium van de heer.

De bezitter van een heerlijkheid had veel meer rechten dan een tegenwoordige eigenaar: hij was meester over de grond en over de boer. Of zij nu vrij of lijfeigene waren, zij waren onderworpen aan het heerlijkheidrecht.

Zij moesten ook als boer een tiende deel van hun oogst afstaan aan de kerk: dat was het betalen van “tienden”

Wanneer een boer lijfeigene(niet vrij) was hier was dat niet het geval, had hij speciale verplichtingen. Hij mocht de heerlijkheid niet verlaten. Hij werd beschouwd als verbonden met de grond. De heer had vervolgingsrecht op elke vluchteling. De lijfeigene was schatplichtig en aan karweien onderworpen, volgens goed vinden van de heer.

Wanneer hij wilde huwen met iemand van buiten de heerlijkheid moest hij een huwelijksbelasting betalen. Bij zijn dood mocht de heer zelfs beschikken over zijn erfenisrecht van de dode hand.

Nu we weten wat de heerlijkheid inhoud kunnen we naar zijn bewoners gaan.

Het is bekend dat rond de periode van 1160 tot 1200 de naam van Rollegem Ralinghem of Rallinghem geschreven werd, rond die zelfde tijd was er een familie met die naam, (Aldus Gustave van Hoorebeke in zijn Etude sur les noms patronymiques flamands Brussel decq en Duhent 1876, in 8°, p. 104) had hij zijn gronden moeten afstaan? De familie vind je nog terug. Op 2 juli 1635 een doop in de

O.L.Vrouwkerk van Leonard van Raeleghem, zoon van Pierre. Zonder de wijsheid in pacht te willen hebben, de mogelijkheid bestaat!

Servatius Willem van Rollegem, overleden in zijn éénentachtigste jaar te Brugge op 8 februari 1879, had veel documenten bewaard over de familie. Zelfs had hij de stamboom terug gevonden tot in de middeleeuwen. Hier te Rollegem waren er zeer weinig gegevens, en men ging kijken bij den oorsprong in het rechtsgebied van Rollegem-Kapelle  welke men vond in de archieven van Ieper. Want in de Diksmuidestraat te Ieper was er op de muur van het huis, te lezen: drukker en boekhandel M. Lambin-Mathée, vroeger “café klein Ieper” een enig exemplaar van het wapenschild van de van Rollegems of van de heerlijkheid van Rollegem en Ledegem, welke leefden in de XIIIe eeuw.Wat stelt men vast? De heerlijkheden met betrekking op de familie van Rollegem hebben steeds te maken met het leengoed van  Rollegem en Ledegem in betrekking met de stad Ieper waar ze leengoederen bezaten die hun naam droegen. De heerlijkheid “ten blijte” te Reningelst en onmiddellijk het hof de “ Ponpepers” van dezelfde plaats.

Het is op een muur van de hoofdplaats van deze leengoederen, vroeger de herberg van “klein Ieper” dat het wapen voorkomt, waarvan hogerop werd gesproken.

De familie behoort tot een van de oudste families van het leenstelsel die dit te danken hebben aan grote riddergoeden. Jean Du Tillet zegt, in zijn “Receuil des rois bl. 8 ; dat vele edelen vooral Fransen, daar zullen ook wel Vlaamse bijzijn, de familienaam aan hun heerlijkheden danken.

Wie ben ik om te zeggen dat de “Van Rollegems” hier met Rollegem niets of toch niet veel zouden hebben te maken? Indien we Gustave vander Straete vicaris te Rollegem, volgen en die het zou hebben uit “Rond den Heerd” is het al heel lang geleden dat het kerkraam versierd met het wapen van de “Blangerval” geschonken door Philippe du Chastel de Blangerval, en vrouw Marie de la Salle uit de kerk verdwenen is.

Reageer op dit bericht

oud Rollegem

Te Rollegem was het een mansi of leenhof, verhuurd aan de boer die een voorop bepaalde huur in natura betaalde.

Geld en in karweien(gratis werk). Onze boeren waren vrij, sommige waren lijfeigenen of laten.

Wij weten ook dat in zulke domeinen een gerechtshof werd samen gesteld.

De heer had hier als ambtenaren: een baljuw, een luitenant baljuw en een sergeant of veldwachter. Ze werden voor het leven benoemd, maar afzetbaar op grond van orde.

De burgerlijke administratie werd uitgeoefend door zeven schepenen, vernieuwd na een wettelijke periode en die cijnsrechten hadden in Kortrijk.

Uitsluitend voor feodale zaken waren de leenheren aangesteld door de baljuw of zijn luitenant die ze regelde. Van een baljuw zijn we zeker dat hij woonde in “la Porte Ferreé

(We komen er nog op terug)

De rechten van den Heer, in teksten vinden we het voornaamste terug: Cijnsheffing, in geld of natura als  huur voor grond die boeren huren.

Het recht van karweien voor het onderhoud van voorbehouden gronden(vervoer, het bewerken van gronden)

Het banrecht of het verplichten tot het gebruik van bv; molens en ovens van de heer mits betaling van vergoeding bv. de heer nam één brood op twintig.

Hij mocht zich laten helpen door een meier en schepen, hij bepaalde de boeten, veroordeelde tot gevangenisstraffen en deed de veroordeelde aan de schandpaal tentoonstellen

Het jachtrecht over de ganse heerlijkheid. Jacht en visrecht, maar het eerste werd gedeeld met de heer van Moeskroen. Er waren ook tien achterlenen afhankelijk van Rollegem, waarvan acht binnen de grenzen van de parochie en twee op het gebied van Moeskroen.

De woning van de boer was een lemen hut (later vervangen door stenen muren) met stro gedekt en vloer in gestampte aarde. Meestal een enkele plaats die verlicht werd door de deur, ramen zonder ruiten. Vandaar dat men nu nog dergelijke grote plaatsen vindt op hofsteden.

Het is dan ook onnodig te zeggen dat het comfort ver te zoeken was in zulke gebouwen: kaarsen en toortsen, evenals olielampen verlichtten slechts karig de plaatsen, die dan nog smalle vensters hadden.Het houtvuur in de grote haarden kon slechts met moeite de vochtigheid van de muren en de koude weren.De meubilering was zeer eenvoudig: zij waren uit ruwe planken vervaardigd, zowel bedden, koffers, tafels als de krukken die voorhanden waren.

De boeren die een hard leven leidde, waren vaak het slachtoffer van epidemieën of hongerssnood. Hier op deze hofstede was er steeds een plaats ter beschikking voor het geval de heer hier wilde overnachten.

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten