jarige school


Aan de hand van de krant van 18/19 oktober 1975 onder de titel “Zusters van Rollegem” meer dan 100 jaar in dienst van de gemeenschap. En het werk van Meester Yserbijt, in de volksmond beter gekend onder “de Giraffe”, het werk van Isebaert, beter gekend als “Kleen meesterke” zonder aan de medewerking van de zusters , en hun archief te denken zijn we in de mogelijk gesteld een reconstructie op te maken van het onderwijs hier ter plaatse
De school van Reine Tillieux, ( geopend in 1830) ook de armenschool was van aard een aangenomen school. Of zij in het bezit was van een diploma is niet bekend
Amper was de Belgische staat tot een onafhankelijke staat uitgeroepen of daar verscheen op 7 februari 1831 al een grondwet, waarin het artikel 17 uitsluitend gewijd was aan het onderwijs.
Het luide als volgt:” Het onderwijs is vrij. Elke preventieve maatregel is verboden. De bestraffing der misdrijven wordt alleen bij wet geregeld” ( letterlijke vertaling uit: les codes Belges, par J Servais en E. Mechelynck)
Elf jaar later, in 1842 ziet de eerste organieke wet, die zegt dat iedere gemeente ten minste één school moet hebben het levenslicht.
Op 23 september 1848, hielden de liberalen een congres onder leiding van Frére Orban dat de volgende wens uitte: “ Het openbaar onderwijs op alle graden in te richten onder uitsluitend leiding van Burgerlijk gezag, terwijl het de tussenkomst van de bedienaars der erediensten als gezaghebbers afwees.
Op 4 juni 1850, werd bij legaat een huis met 28 a, 60 ca grond gelegen in de Marckestraat( nu Rollegemkerkstraat) geschonken door een zekere Dame Rosa Decraene en dit aan het armbestuur.
De vernoemde schoolgebouwen, namelijk gehouden door Reine Tillieux, en deze van vader Vanleynsele, wiens school ondertussen aan het weg kwijnen was, dagtekenen van 1790, waren niet in een behoorlijk, zodoende niet meer voldeden aan de voorschriften der wet, werd het gegeven huis ingericht tot school voor de armen, die tevens gemeenteschool werd.
Vanleynsele overleed in 1853 en werd opgevold door Henri Bouvé, die gemeenteonderwijzer wordt tot in 1859.
Het huis van de onderwijzer, Henri Bouvé werd in 1852 vergroot, en in 1857 werd van hogerhand geëist de school te herbouwen, wat in de gemeenteraad besproken werd, doch echter in den vergeethoek raakte.
In 1859 wordt Ch. Desmarez, (vader van de vrederechter45/46) hij wordt in 1864 opziener.
Hij wordt opgevolgd door Coqu, welke op zijn beurt zijn ontslag geeft en vervangen wordt door Richard Messiaen en Constant Vancaeneghem wordt benoemd tot gemeenteonderwijzer.
In 1859 werden de plannen der nieuwe lokalen definitief aangenomen, en in handen gegeven van aannemer François Tillieux. Hij werd echter niet betaald door de gemeente, en wel om het feit dat hij zijn werk niet voldaan had, en betrok de gemeente voor den eerste rechtbank van Kortrijk op 25 maart 1865.





























































