jarige school

Doch dit is enkel een bijhuis van Tielt en geen Moederklooster. God wil er nochtans een stam van maken, een stevige boom met takken tot aan de grens van Frankrijk.(zo staat het in de kronieken)
De zusters zetten zich totaal in voor de opvoeding en het onderwijs van de kinderen van Rollegem en van hun toevertrouwde kinderen in het internaat.


In 1872 wordt Juffrouw Justine Libbrecht aanvaard in de congregatie. Zij heeft zich jaren toegewijd aan de zorg voor ouden van dagen en voor weeskinderen. Zij verblijft als zuster Justine de engelbewaarder van hen in Rollegem tot aan haar dood op 25 mei 1901. Zij heeft alles aan hen gegeven: haar krachten, haar fortuin en haar leven.Ze werd getroffen door de edelmoedigheid van de nieuwaangekomen zusters. In 1872 vroeg ze, en bekwam aanvaard te worden in de congregatie onder de naam van zuster Justine, en ze bleef moederlijk zorgen voor de arme ouderlingen tot aan haar dood in 1901. Dat was het begin van ons oudmannenhuis, dat later uitgroeide tot rustoord. En later moest verdwijnen.
Op 3 april 1879, werd beslist een tweede school te bouwen, beide scholen werden gemeentescholen. De zuster vergenoegden zich niet enkel in de week de jeugd op te voeden. Ze openden een zondagschool, die bleef bestaan tot aan den oorlog 1914 en die alsdan 100 leerlingen telde verdeeld over 4 klassen.

Ondertussen schrijft E.H. Lietaert in 1874 een brief aan Moeder Coleta, met de vraag om zusters te sturen naar Mont-à-Leux. De communiteit blijft er tot 2002; de school wordt gegeven aan de parochiale werken.

Hetzelfde jaar vraagt hij ook zusters voor de nieuwe parochie van Risquons-Tout. De zusters blijven er tot 1998.
In 1879 was er een wet gestemd door de liberalen, de zogenaamde “ centralisatiewet” waarbij de lagere school uitsluitend wereldlijk en onzijdig moet zijn. Ze hadden hun slag thuis gehaald, de éérste minister van onderwijs de heer Pierre van Humbeek, volksvertegenwoordiger voor Brussel hete wel van humbeek maar bleef van Molenbeek.
De gemeenten mogen geen vrije scholen meer aanvaarden noch aanmenen, wat als noodzakelijk gevolg had: de schoolstrijd!
Het verweer van de katholieke bisschoppen brak met ongeziene heftigheid los. De bisschoppen verboden de katholieke ouders hun kinderen naar een neutrale school te sturen.
De vastenbrief van januari 1879 eindigde met de woorden” van scholen zonder God en meesters zonder geloof, verlos ons Heer.”
Deze schoolstrijd was zo hevig, dat tijdens deze schooloorlog( 1879-1884 prof. Vlerickx een volkslied dichte op wijze van de Vlaamse Leeuw. Hiermee werden de gevoelens uitgedrukt van alle Belgen.
“De schone ziel van ’t kind”
I II
Zij zullen haar niet hebben De hel is uit gebroken:
De schoone ziel van ‘tkind, De school is ’t worstelperk;
Ondanks de helsche listen. Zij wil de ziel der kleinen
Van ’t geusche schrikbewind; ontrukken aan Gods kerk!
Zoolang Gods lieve zonne Wij katholijke Vlamen
Op Vlaandren nederblinkt, Wij dulden nooit dien roof
Zoolang er in ons gordel Wij zijn nog ’t kroost der helden
Een koopren penning blinkt. Die stierven voor ’t Geloof.
Refrein
Zij zullen haar niet hebben
De schoone ziel van ’t kind
Zoolang men nog in Vlaandren
Een enkle Vlaming vindt.
III IV
Laat ’t geusgebroed maar komen Wij willen ’t leven derven;
Wij staan ten strijd gegord! Maar staan ’t Geloof niet af,
Wij willen niet dat Vlaanderen Wij roepen nog bij sterven
Een nest van roovers wordt. En op den boord van ’t graf:
Wij willen dat ons kindren, Ons kindren in geen scholen
Getrouw aan kerk en God Waar ’t kruis niet meer en blinkt!
Geen nagels van ons doodskist, Ons kindren in geen moordkuil,
Geen aas zijn voor ’t schavot. Waar Gods woord nooit meer klinkt!






























































