oud Rollegem
Licht mocht niet van buiten af gezien worden, anders werd geschoten. Ieder trok zijn plan om licht te hebben, Carbuelichten, smoutlichten. Zo was het dat Odiel Moerman een inwoner van de Rollegemknok had het lumineus idee “Gaslicht uit kolen” Deze installatie werd in de parochiezaal ( het lokaal) gebruikt om de toneelzaal te verlichten. En ja er werd weleens toneel gespeeld en bonden kwamen er regelmatig bijeen.
Er was zelfs geld verzameld om een tweedehands gasmotor van 40 pk aan te schaffen, Dit gebeurde onder leiding van Gaston Vandeghinste en de gemeentesecretaris Aloïs D’Hooghe.
Deze motor stond in een leegstand huis op de hoek van de(Rollegem)kerkstraat nr.24 langs de huidige slagerij Vandevenne. Mecanicien, platensnijder Jules Depreester “Juulke Priesters” was aangesteld om de motor draaiende te houden. Met paaltjes en zinkdraad werd de elektrische stroom rondgevoerd in het centrum van ons dorp, alwaar ze konden genieten van een al of niet zwak licht.
In 1917 kwam het bevel om de schuur van de gebroeders Vandaele uit de Marksestraat 19, nu bewoond door Guido Brouckaert, om te vormen tot kazerne. Drie Rollegemnaren metselaars werden aangesteld( o.a. Charles-Louis Haemers) Tevens waren ook timmerlieden werden opgeëist om de werken uit te voeren( o.a. de gebroeders Polydoor, Welke later burgemeester werd, en Omer Declercq). Ook enkele barakken moesten worden opgetrokken dit in de boomgaard van de hofstede van Leo Delbaere eveneens Markestraat nr. 7 Thans bewoond door Debusschere Christian.
Al alles na enkele weken klaar was, is hoegenaamd geen soldaat er geweest. Nochtans was Rollegem uitgeroepen tot “Rustgebied”.
1917 was een strenge winter, al wat van boom nog overbleef moest er aan geloven, groen had geen voorrang.
1918 De Duitsers werden nog driester. Razzia’s huiszoekingen, dat alles om brood, boter, granen , vlees en fietsen. Alles wat ze vonden werd verbeurd geklaard. Bij stil weer en gunstige wind kon men in de verte gebulder van kanonnen horen. Op maandag 30 september 1918 maakten Feldwebels en het personeel van de Rollegemse Kommadantur zich klaar voor de aftocht. Met sombere gezichten rolden Duitse soldaten hun telefoondraden op. Vanaf de kansel op zondag 13 oktober predikte E.H. Vanden Weege dat den oorlog bijna was afgelopen, dat de wapenstilstand nakende was, vele gelovigen konden hun emoties niet verbergen, velen weenden. Op maandag 14 oktober werd het station van Kortrijk hevig bestookt.
Op 21 oktober werden enkele geallieerde officieren verwelkomt aan “de Lante” , onder spelen van enige deuntjes trok de gehele groep naar de plaatse. Was er vreugde in het centrum dan was er verdriet in de Munckendoornstraat. Joris Derycke had een hand een handgranaat gevonden in de graskant van de weg, het tuig ontplofte, zwaar gewond stierf hij nog de zelfde dag.















