1598-1606 Op de scheiding van de eeuwen, Cornelius VanBoterberghe. Hij wordt den 9 januari vervorderd naar Harelbeke, en op 17 april van het zelfde Jaar door Petrus Van Eycke ( Vandycke) op Rollegem vervangen.
1608 – 1613 Jan Longovins ( van Langenhove) joannes
1613 - 1614 Bernardus Decrudenaere, waarschijnlijk een Kortrijkzaan.
1614 – Hubert Saba, vier jaar later staat hij als pastoor in Heule. Genoemd den 4 oogst 1618 begon ten jare 1623 den tweeden kerstenboek; hij is in het Vlaams, evenals de eerste, die aanvangt met 1613. Onder Zwevegem boek pastoor L. Slosse lezen we op blz. 1788 4 october 1627 wordt door den bisschop van Doornik ons kloksken, Pieter, gedoopt “ in de kerke van Rolleghem, ten tijde van Adriaan de Pratere en Joos Rollefort, kerkmeester; P Vandenberghe, Bailliu; Simoen Van Marcke, Burgemeester; Pieter Veranneman, ontvanger, en pieter Vna Huyse, peters; Maria Verhage en Catharina Labbis meters.
1614 - 1656 Jacobus Beert, ( een Jacobus beert, vermoedelijk van Kortrijk, pastoor van
1636 - 1658 Merckem, was den 29 april 1628 peter, te Kortrijk, van Joos of Judocus Seyse, zoon van Joos en van Maria Beert: zou het de gewezen pastoor van Rollegem zijn, en misschien ook wel de oom van E.H. Franciscus Seyse?)
1656 – 1668 Franciscus Seyse, Filius Joos, van Kortrijk, “Pasteur van Roddelghem”
1668 – 1668 Jacobus Caelewaert, geboren te St-Denijs 15 december; overleden pastoor van Coyghem 26 september 1706. Zijn vader, Joost Caelewaer, filius Andries, trouwede eerst rond 1614 met Agnes van Bellegem Filia Adriaans; dan op 27 april 1633 met Maria Vander Cruycen, Filia Arents, zuster van den pastoor van St Denijs. Menheer Caelewaaert was onderpastoor op zijn geboorteparochie, toen hij den 16 september 1679 zijn benaming ontving voor Kooigem uit handen van Mgr. Gilbert De Choyseul, op voorstel van den abt van Sint- Theodoricus, buiten Rhiemen. Hij werd plechtig in het bezit van zijn pastorij gesteld door Jan Boudewijn Van Houtten pastoor van Dottenijs en deken van Helkijn. Hij maakte zijn testament uitgang de jaren 1960, en stelde tot uitvoerders aan Geeraert Kindt, onderpastoor van St-Denijs en zijn neef, Joos Planckaert, hoofdman en greffier van Bellegem en Kortrijk. Hij wil begraven zijn, zo spreekt het testament, in het O.L.Vrouw koor onder een zerk, en vraagt 250 missen aan 8 stuivers ieder. Hij geeft aan de kerk 100 guldens voor een eeuwig jaargetijde; 100 guldes aan de tafel van de H. Geest; 900 lands aan den dis van Sint-Denijs; aan zijn dienstmaart, Margriete Van Riest, Die boven de 25 jaar bij hem woonde, een gifte van 25 maal 4 pond groot en een rouwkleed van 4 pond. Aan Maria Van Beversluys, haar hulpe, 60 guldes. Aan de koster, Jan Ingelbeert, 25 guldes voor een nieuw “Habyt” Jan Boudewijn Van Houtten , S.T.B.F., word pastoor te Dottenijs kort na Allerheiligen in 1668. Hij sterft als deken van Helkijn op 2 oktober 1712. Hij moet van Brabantse oorsprong geweest zijn. Zijn doop- en dodenregisters staan vol van eigenaardige aantekeningen. “Den 30ste mei 1689 weken de Fransen uit naar Harelbeke, en hongen hier twee déserteurs op aan een boom, wat later hadden de Spanjaarden de bovenhand, en op hun beurt hongen zij een man op van Saint-Sauveur, omdat hij den vijand een veilige schuilplaats had gewezen in den bosch van Sint-Denijs. Den 30st juni 1703 stierf op een hooidilte Pieter Vaillant. Den 21ste maart 1711 overleed koster Bartholomeus Bracaval. Zijn weduwe, Maria Joanna Van Biesbroucq, zuster van den Janseisten pastoor van Rolleghem, overleed op haar beurt den 11ste Februarie 1754, oud 92 jaar.
1668 -1691 Joos De Boo; “ uit ene kosterfamilie van Zwevegem gesproten, zoon van JudocusBij Mayken De Smet, en den 16 juli 1620 te Zwevegem kersten gedaan door zijn Peter. Heer en Meester Joos De Mey, pastor te Wevelgem. Menheer De Boo was onderpastor van zijn parochie sedert 1657, toen hij krachtens brieven uit Doornik in de pastorij van Rollegem bevestigt werd de 4 juli 1668. Hij bezorgde zijn schapen ten tijd van 23 jaar, en ging rekening over zijn hofmeesterschap geven aan de Prins der Herders, in ’t begin van 1691. (Rond den Heerd, 1869, blz. 338) Zijn Koster was Maarten Bonte, man van Maria Leman, en vermoedelijk opvolger van Beernaard Van Steenbrugge. Iets dat alsdan zelden gebeurde, hij ontving tweemaal de bisschop van Doornik, Mgr. De Choyseul, die kwam vormen den 9 oktober 1678, en de 29 oktober 1688.
Hij was de peter van Thomas De Boo, zoon van Willem en van Joanna De Leersnyder. Deze werd geboren te Swevegeghem 7 maart 1657, deze was toen onderpastoor te Sweveghem