Het Herkse dialect is een typisch Oostgetelands dialect met overwegend Limburgse kenmerken. Opvallend is het verschil tussen het 'Herkers' en het 'Skielens', het dialect van deelgemeente Schulen, dat meer aansluit met het Hasselts. Een kenmerk van het Herkers is de lange 'ui' klank. Verder kan men in het Herkers van oudere sprekers kenmerken terugvinden die erg aansluiten met kenmerken van het Oud-Nederlands, een stadium waaraan andere dialecten reeds lang voorbij zijn. Voorbeelden hiervan zijn de negatie met en/'n, en de verbuiging van het zelfstandig naamwoord na een voorzetsel. > Herks dialect (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Herks) > Limburgs dialect (op deze site)
Diepenbeek werd in 1092 voor het eerst vermeld als Tidebachen, de beek van Teudo. In de vorige eeuw veranderde het centrum van Diepenbeek stukje bij beetje. In ijltempo verliest Diepenbeek zijn verleden en transformeert het naar een modern maar karakterloos dorp. Gelukkig zijn er nog enkele historische gebouwen die nostalgisch refereren naar de tijd van toen. Scheld of spotnaam van Diepenbeek: schoverik, aanjagers. > Kaart van gemeente Diepenbeek (www.google.be/maps) > Diverse informatie aangaande gemeente Diepenbeek (wikipedia.org)
Diepenbeeks volkslied Jaskaante van den Deëmer: Weerskanten van de Demer. ’n Plak boe iech van haag : Een plek waar ik van hou. De catsbeek en de Stiemer : De Caetsbeek en de Stiemer ( zijnwaterlopen) En blumkens lengs de graach : En bloemen langs de gracht. Kui graoz’n in het malse graos : Koeien grazen in het malse gras. En Fump sjiet wir ’n dükke haos : En Fump schiet weer ne dikke haas. Dooë in dei sjunste streek : Daar in die schoonste streek. Dooë likt oos Diepenbeek :Daar ligt ons Diepenbeek. De maïs wiegt zütsjes inne weind : De maïs wiegt zachtjes in de wind. De terref réëpt geel van kleur : De tarwe rijpt geel van kleur. En op het Réëtsje ziengt : En op het Reitje zingt. (Reitje is een gehucht van Diepenbeek) E keind’ch : een kind. Ben blei da iech da heur : Ben blij dat ik dat hoor. Tonéilgrup geëve dek petrol : Toneelgroep geeft dik gas. De zaole zitt’n altêëd vol : De zaal zit altijd vol. Weë hüit van de natuur : Wie houd van de natuur. De louch is hëë nog puur. : De lucht is hier nog zuiver. De a’en Toon van het kestiel : De oude Toon van het kasteel. Kot bé ’t Deëmerstrand : Kort bij het Demerstrand. Op ’t Kéttelveld hült het kerdiel : Op het Kéttelveld ( Manege) houd het koord. De pjedsjes inne haand : De paardjes in de hand. De kérrektoon kikt op oos daol : De kerktoren kijkt op ons neer. En heit zjeë cente in oer maol : En heb je centen in uwe zak. Dan drènkt zjeë tobbe bier : Dan drink je potten bier. En maoke veë plezier.: En maakt veel plezier. Zjeë koeint hëë leëre vör dektoer : Gij kunt hier leren voor dokter. An d’universetëët : Aan de universiteit. Hëë kent zjëë nog urre geboer : Hier ken je nog uwe gebuur. En hëit zjeë allen tëëd : En heb je nog alle tijd. Zjeë koeint hëë villow jaoge : Je kan hier fiets rijden. De allersjunste streek. : De aller-schoonste streek. Da is m’n Diepenbeek. : Dat is mijn Diepenbeek.
De plaatsnaam Tongeren is terug te voeren op het LatijnseAtuatuca Tungrorumen zou zoveel betekenen als "vesting van de Tungri". ca. 15 v. Chr. De stadnaam Tongeren wordt plaatselijk Tóengere of Tungers uitgesproken. Spotnamen of scheldnamen van Tongeren: Mussen, Trullen (= ovaalvormige tarwekoekjes), Trullebakkers, Vlaaieters, Vlaaischijters. Sjoepsjaiters. > Diverse algemene informatie aangaande Stad Tongeren (blog vlaanderen)
Tongers dialect Wordt plaatselijk Tóengeres of Tungers uitgesproken.
Het Tongers is zowat een mengeling van oud-duits en frans- vroeger sprak 80% van de inwoners de franse taal en de oudere generatie maakt nog altijd gebruik van franse woorden-(bvb.geluk = chance en dat is goed gedaan jongen = ala-bonne-heur fiston..;enz...handtas= sacoche. De hedendaagse jeugd spreekt goed Nederlands maar de Tongerse tongval is er zeer moeilijk uit te krijgen. >Tongers dialect (www.mijnwoordenboek.nl) > Limburgs dialect
Scheld of spotnaam van gemeente Riemst: éénwinters (= éénjarig kalf), koeien, lepkens, loerjagers, grottenlopers.
Riemsts dialect
Dialecten zijn levende talen en ondergaan dus ook veranderingen. Die kunnen van verschillende aard zijn: woordenschat, woordbetekenis, klank, grammatica… Veranderen behoort tot de normale evolutie van een taal omdat die veranderingen voortvloeien uit veranderingen in onze maatschappij. De Zuidoost-Limburgse dialecten vertonen vaak veel overeenkomsten, toch heeft elk dialect zijn identiteit. Die eigenheid van elk dialect dreigt weliswaar stilaan onder invloed van het Nederlands en/of van andere dialecten sterk achteruit te gaan. Het deels verscheiden dialect van gemeente Riemst en deelgemeenten is daar geen uitzondering op. > Riemsts (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Riemsts) >Limburgs dialect (op deze site)
- Scheld of spotnaam van Vlijtingen: Witte kamezollen .
Vlijtingens dialect
In het lokale dialect wordt het dorp Vlètegge genoemd. Flétange is de Franse benaming en Flétindje de Waalse. Vlijtingen ligt in het Nederlands taalgebied. Het lokale dialectbehoort tot het Limburgs, een van de Nederlandse streektalen. De taalkundige afstand van de Nederlandse dialecten tot het Algemeen Nederlands is het grootst in het zuidoosten van Belgisch Limburg en in het zuiden van Nederlands Limburgs. Aldus de resultaten van het onderzoek op basis van de featurefrequentiemethode uitgewerkt en toegepast door de dialectologen Hoppenbrouwers.
Sintruins, Sinttruins of Truilands dialect genoemd
In Sint-Truiden wordt het plat Sintruins gesproken als stadsdialect. Dit dialect kwam in 2011 vaak in de pers naar aanleiding van het uitbrengen van de internationaal gelauwerde film Rundskop. Hoofdrolspeler Matthias Schoenaerts kreeg voor deze rol de hulp van een Truiense dialectcoach, Roger Vanbrabant. Rundskop werd de Belgische inzending bij de Oscars. De film werd genomineerd voor beste niet-Engelstalige film en behoorde zo tot de beste vijf films van 2011. De verzamelnaam voor alle dialecten die worden gesproken in de wijde omgeving van Sint-Truiden, wordt het Truierlandsgenoemd. > Sinttruins (www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Sinttruins) > Truiens dialect (www.facebook.com/truiensdialect)
Brustem Deelgemeente van Sint-Truiden.
Brustem werd voor het eerst schriftelijk vermeld in 1114 als Brustemia, van het Germaanse brust (kleine verhevenheid) en haima (woning). > Brustem (wikipedia.org)
De gemeentenaam word plaatselijk Bejêvel uitgesproken. De naam Beverlo werd voor het eerst vermeld in 1186. De naam betekent: "Op zandgrond gelegen bos met (veel) bevers". > Lees meer op wikipedia.org
De oudste vermelding van Koersel stamt uit1166als Corcela. Wellicht is de naam afkomstig van het Gallo-Romeinse woord: Curticella, een samenvoeging van curtis (hofstede) en cella (woning). >Lees meer op wikipedia.org
Koersels dialect
Het dialect van Koersel (en van het gehucht Stal) is een West-Limburgs dialect dat tot de onderverdeling Demerkempens behoort. Jongeren spreken steeds minder Koersels maar meer een tussentaal die nog maar weinig Limburgse kenmerken heeft. Net zoals de meeste dialecten in de regio is het Koersels bedreigt in haar voortbestaan. >Koersel – Koersels dialect (heemkundekoersel/dialect) >Koersel – Koersels dialect (www.mijnwoordenboek.nl)
De naam Peer werd voor het eerst vermeld in het Liber Aureus, waarin mogelijk een document uit 725 is overgeschreven, waarin de Heilige Willibrord zijn testament opmaakt. Peer komt daarin voor als Pedero. Latere schrijfwijzen zijn Pirgus (1135) en Pyra (1178). Dit is afkomstig van pirgus (betekent verharde weg). Andere bronnen geven dan weer aan dat de naam afkomstig zou zijn van Perre of Parre, wat "omheinde plaats" betekent. Andere vermeldingen Pire 1107, ecclesie de Pirges (1108), Pexhe (1253). Bron: wikipedia.org Spotnaam van Peer: muggenblussers. > Kaart van Stad Peer (www.google.be/maps) > Diverse informatie aangaande Stad Peer (blog vlaanderen
Houthalen: De uitleg voor het voorvoegsel 'hout' moeten we niet ver gaan zoeken : het duidt op de aanwezigheid van bossen en bomen - meer bepaald eiken- en berkenbomen - in deze streek. 'Halen' of 'Hallu' betekent 'bochtig hoogland'. Wie met de fiets van de Groenstraat langs de Grote Baan, de Hoogstraat of de Diepestraat naar het centrum rijdt, heeft vast al gemerkt dat dat hoog gelegen is. Houthalen wil dus zeggen : bochtig hoogland in de bossen.
Helchteren: Deze naam is afgeleid van de Germaanse term voor jeneverbesstruik : Halahdrja. De jeneverbes is een naaldboom die je nog vaak tegenkomt op de heide. De vruchten ervan worden gebruikt om de met graan gestookte jenever extra smaak te geven. Helchteren wil dus zeggen : plaats met veel jeneverbesstruiken.
Dialect word het plat genoemd. De gemeentenaam Houthalen-Helchteren wordt in het Limburgs dialect Hooteles-Helchterres of Hôteles-Helchterres uitgesproken.
Woorden gepraat: gekalt ; hij: dein ; ik denk: ig dink ; maar: mer ; meester: miester ; niet meer: ne mie ; nooit: moeit ; terug: trug ; spijtig: speetig ; tijd: teed ; voorbij: verbee ; zo schoon: zoe schoen ;
Bree werd voor het eerst vermeld in1007, als Britte. De verklaring van de naam is niet geheel duidelijk. Het zou kunnen gaan om een niet afgeperkte akker. Andere verklaringen zijn, dat de naam afkomstig is van bred wat houten nederzetting zou betekenen. Ook zou de naam een verbastering kunnen zijn van broek, wat moeras betekent.
Bijnaam, scheldnaam of spotnaam van de Breeënaar: kwaartjeslimmers, langoren, stoepluipers. Breeënaars hebben twee bijnamen waarvan de eerste te maken heeft met een belangrijke voetbalwedstrijd die ze leverden tegen de buren uit Meeuwen. Die vonden er niet beter op dan het inkomgeld met kwartjes (25 centiemen van de Belgische frank) te betalen. Een stoepluipers is iemand die graag door de straten paradeert.
De Kempensegemeente Leopoldsburg wordt in de omgeving ook wel 't Kamp genoemd vanwege de militaire kazerne op het grondgebied.
Leopoldsburgs dialect Ook wel 't Kamps' genoemd
Wat de streektaal betreft is Leopoldsburg een geval apart. De bevolking is immers afkomstig uit het hele land, want (beroeps-)militairen werden door het leger naar "het kamp" gestuurd. De onderlinge voertaal was dan bijna vanzelfsprekend het algemeen Nederlands. Toch hebben de inwoners die geen militair zijn hun eigen kampse dialect. Ooit sprak men in Leopoldsburg een Limburgs dialect, namelijk Beverloos. Het laatste Limburgs in Leopoldsburg verdween ergens tussen 1907 (het verschijnen van de studie van J. Schrijnen over het verloop van de Uerdingerlijn) en de jaren '50 van vorige eeuw (het optekenen van de R.N.D. enquête). Toen de studie van J. Schrijnen in 1907 verscheen was de autochtone bevolking zeker al een minderheid (dus ook zij die het oorspronkelijk dialect spraken). Wat nu doorgaat voor dialect van Leopoldsburg rekent men tot de Noorderkempense dialectgroep van het Brabants (Antwerpse dialecten behoren ook tot het Brabants).
De eerste chriftelijke vermelding van Achel is uit 1139, toen de naam als Achile werd geschreven. Aghel en Aeghelen zijn recentere benamingen. De naam is samengesteld uit de woorden aha en lo. Aha betekent water, verwijzend naar de Warmbeek. Een lo is een bos op zanderige grond en meestal vlak bij een nederzetting lag. Achel betekent dus "Het op zandgrond gelegen bosje bij het water". >Hamond-Achel (blog vlaanderen)
Hamont-Achel dialect
De Nederlandse uitspraak is Ha: mont axel. In het Limburgs dialect zegt men Häemet-Achel. Hamont-Achel dialect bestaat niet, wel het Hamonter en Achels, het dialect van beide deelgemeenten zijn in belangrijke mate afwijkend van elkaar. Het dialect in Hamont-Achel wordt vaak gesproken met een onderscheidend Limburgs accent, die niet moet worden verward met de Limburgse taal. >Hamont-Achel dialect (https://translate.google.be/ https://en.wiki2.org) >Limburgs dialect (op deze site)
Hamont Hamonter dialect
Hamont word in het Limburgs Häemet uitgesproken. Het dialect van Hamont behoort tot de West-Limburgse dialecten.
De gemeentenaam Overpelt word plaatselijk Pelt uitgesproken. Overpelt werd voor het eerst genoemd in 815 als Palethe, later als Pelthe en Peelt geschreven. Dit komt van het Latijn: "palus'", wat moeras betekent. Het huidige dorp Overpelt is ontstaan uit de herdgang Dorp-Hasselt. Hierin is Hasselt een afgeleide van hazelaar. Spotnaam van gemeente Overpelt: blazers. > Gemeente Overpelt (wikipedia.org)
De gemeente had door de eeuwen heen diverse plaatsnamen zoals: Paleth 815, Pelto (1107). In Neerpelt zijn sporen van prehistorische beschaving teruggevonden. Samen met het hoger gelegen Overpelt werd Neerpelt vanaf de vroege Middeleeuwen dichter bevolkt. Het kreeg toen de naam Paleth(e) (poel, moerassig gebied). Pas in 1218 kwam het voorvoegsel "neer-". Inwoners worden 'Neerpeltenaren' genoemd. Bron: wikipedia.org Bijnaam of spotnaam van Neerpelt: wolvenschieters. > Kaart van gemeente Neerpelt (www.google.be/maps) > Diverse informatie aangaande gemeente Neerpelt (wikipedia.org)
Zonhoven wordt voor het eerst vermeld als Sonuwe in 1280. Hoogstwaarschijnlijk betekent de naam: waterrijk, laag gelegen land dicht bij de waterloop de Son (de oude naam voor de Roosterbeek die dwars door het centrum loopt – in de buurgemeente nog steeds Zonderikbeek geheten). Pas in het midden van de 16e eeuw komt de naam Zonhoven voor het eerst voor. Een andere mogelijke oplossing voor de naam van Zonhoven is: de hoeve van de familie Zon. Naar welke hoeve dit verwijst is onbekend, maar volgens geleerden kan dit gerust ook een betekenis zijn.
Zonhoven word in dialect Zeuneve of Zoneve uitgesproken.
Zonhovens Gezegden - Alles kan behalve ene die naakt is in zijn zak plassen: Alles kaan behalleve nen naaksen in zen maal zeike. - Als u in een mand aardappelen valt, zijn ze geschild: As dei in een maan patatten vujlt, zen ze geschild. - Alles gaat zelfs een kip en die haar knieen staan vanachter: Alles giet zelfs un hin en dei hei En dei heur kneie stoan vanachter. - Al schrobben (met schrobborstel poetsen) ze met goede boter, dan moet ge nog zwijgen: Al schrobbe ze me goei boter, da moe der nog zwège. - Als je dat op hebt zult ge gene leem niet meer kakken: As der da op hit zul der giene liem nie mie kakke. - Als je een oogontsteking op u oog hebt dan heb je door het sleutelgat gekeken: As ge een wegescheet op oer oeg hed dan hedder door het sleutelgoat geloerd. - Als u mij gisteren gehuurd had, dan was ik vandaag uwe knecht geweest: As ge mich gistere gehuurd haad dan woas ich vandoag oere knecht geweest. - Ben je met mijn kloten aan het spelen? ( iemand voor de gek houden): Zet der be men kloeten aon het spelen? - Ben je van Zonhoven dan ben je mijn neef, ben je van Hasselt dan krijgt je slaag: Zedder va zooneve dan zedder m'n neejef, zedder van hasselt dan krè der sleejeg. - Bemoei je met je eigen zaken: Keert veur oer ege deur. - Beter een oude dood dan een jonge gebroken: Beter nen aa kapot dan ne jonge gecreveerd. - Beter een oude gekraakte dan een jonge met een kruk: Beter nen aaen gekrokte dan ne junge gestokte. - Bij lui zweet oogst je geen bieten: Be leu zwiet oegst der genne biet. - Braaf zijn, of de veldwachter komt u halen: Vuugt och, of de booi koemt och hale. - Daar is niet dat spoed, (als het vooruit moet gaan): Doas niks da juugt. - Daar komen de kinderen gelijk wij kakken: Doa kome de jung wij kak. - Dat weten mijn klompen ook, en die zijn geen advocaten: Da wie te men klonke ooch en da zen gien avokaete. - De braafste Zonhovenaar heeft nog een koord gepikt…en daar hing nog een koe aan!: De braafste zoneveneer hed nog een koord gepikt...en doa hing nog een kouw aan! - De mieren hebben mij gestoken: De waëmzeken hebbe mig gestoke. - Die heeft een gat gelijk een Wanmolen (Een wanmolen is een molen, waarmee graankorrels, kaf en onkruidzaden van elkaar gescheiden worden): Dij hit een kont wij een Wanmeule. - Die heeft een slag van de wanmolen gehad: Dien hit ne slaag van ne wanmeulen gehad. - Die heeft geen achterste, maar een container! Dei hit gien kont , mer ne kontainer! - Die heeft zoveel verstand als een koe van saffraan eten: Dien hit zoviel verstand as een kouw van saffraan eten. - Die heeft handen gelijk een Bakkersschop (waar ze vroeger het brood mee in de oven schoven), of gelijk een kolenschop: Dien hit haan wij een hovezwoo of wei koleschuppe ! - Die is ook van een neet een luis geworden: Diën es ooh van 'n niejt 'n laus geworen.- Die kleine staat op zijn boek (trouwboek) maar komt niet uit zijn broek: Dieje klinne stiet op zenne boek mer kumt nie uit zen broek. - Die kunnen ze wijs maken dat de vlinders hooi eten…: Diejen konnen ze wijsmake da piepels hoei eten... - Die vrouw is zo verlegen, die krijg je nog niet weg uit een koele kamer: Da vromes is zo schoo,deij jaogt der nog nie vort aut een koel plak! - De waterketel is nog niet warm: De moer es nog nie werm. - Een hoopjespisser en een plaskens kakker: Nen hupkespisser en ne pleskeskakker. - Een niet zo snuggere vrouw: Da es een echte garepaep. - Een vuist op u neus: Nen dof op oer snoat… - Eet wat de pot schaft: e goe verke vrit alles. - Er met muil en poten opvliegen: Met moul en poette opvliege. - Geen kritiek op iets wat je gratis krijgt: E gegevje pjard moogd der nie inne moul kieke! - Geef mij uw zakdoek eens: Gefgt mig oer maoslap es. - Goed materiaal hangt onder een afdak: Goe getuig hingt onner een afdak! - Goesting is koop, al is het ene hond met een hoed aan: Goesting is koep, al ist nen hond be nen houed aon. - Goesting is koop, al is het een manneke van siroop: Goesting is koep al is het een menneke van stroep. - Goesting is kopen, al valt het op ne mesthoop: Goesting es koep al vult t op ne musthoep - Heb je dorst, ga dan naar de hoek, daar staat een hondje, dat pist in u mondje!: Hedder dort, goat naor den hort, dauwe stiet een hunte, dat pist och in oer munte! - Heb ge een Waal gekust?: Hedder ne Woaal gepoend? - Heb je in een karrespoor gewaterd?: Hedder int vaarspoor gezeikt? - Het is naar de vaantjes: 't is noa de kloeten. - Het is niet mogelijk zei de geit en ze knaagde op een keisteen: Tis nie mummulijk zé de géit en ze knabbelde op ne kèi. - “ Het is me wat” zei de boer, en hij bond zijne schoen met een pier (aardworm): "Tis mè ne wiet" zee den boer, en hé bont zunne schoen mè ne pierink. - Het is wreed zei de uil en het bezag haar jong….En hij had er maar een en het was scheef en krom: Tis wried zé den uil en hé bezoag ze jonk ... En hé ha er mer ien en twoar e schéif en e kromp. - Het zit hier zo vol als een pensketel (dit is een ketel waar ze pensen inmaakte als een varken geslacht werd, dus veel pensen samen): Het zit hè zoe vol as ne pensketel. - Het regent en de zon schijnt: Tes kurmes enne hel. - Hij gaapte gelijk een karper, en hij ging van zijn zelven: Heje gaapde gelèk een kerp. en heje gonk van zène klot. - Hij is er vandoor: Hieje es riepe snije. - Hij is nog geen trap tegen zijn achterste waard: Hej is nog gene stamp tege zen kloete weird. - Hij kent er niets van: Hej kent ter gien kloeten van. - Hij kreeg een slag en ging gelijk omver: Hieje kreeg doa ne slaog en gonk daol wij een hoat. - Hij valt in slaap: Zen blaffeture vaalen tou. - In de avond grote Jan, in de morgen kleine man: Soaves groete jan, smurges kleene man. - Ik ben zo zat als een kokkernel (dop): Ich zen zoe zaot as ne kokkernel... -’t Is allemaal geen haar snijden …op een kale kop: 't Is allemoal gie hoar snije...op ne kletskop. - Je zou hem een cent geven: De zott em e knepke gie've. - Juist uitgesneden zijn pa: Just zenne pa, outgeschete! - Lomp is ook een vis, maar de kop deugt niet: Loomp es oo vès, mèrre kop dooch nie. - Luie zweet is snel gereed: Leu zwiet is rap geriet. - Met het achterste van de maan, heb je het licht voor niets: Met de kont van de maan, dan hedde 't licht voor niks. - Op een oude fiets moet je leren rijden: Op een aaè vulo modder liere rije. - Paardje beslaan, wie heeft dat gedaan, de smid zijn knecht die kan het zo slecht, kietel, kietel, kietel. ( kietelen deden ze vroeger onder de kindjes hun voeten): Pjarreke besloan wiejen heget gedoan de smeet zenne knecht diej kan het zoe slecht kielle kielle kielle. - Pas maar op straks ligt je daar terug met jouw gezicht op de grond: Past mer op of zefes ligder doéw wier bé oewere smikkel op p grond. - Slaaptijd: Tis laken kermis. - Tegen zijn gezicht: Tege zé bakkes? - Tussen twaalf en een zijn alle slechte mensen op de baan: Tussen twalf en ien is alle gespuis obbe bien. - Van links naar rechts.( werd vroeger ook bij de paarden gebruikt, waarschijnlijk nu nog): Van huut noa hèr. - Van menen is thuis de hond dood gegaan, ik meende dat ik hem gevoederd had: Van menen is thowes den hond kapot gegoan, ich meende dat ich m gevoeierd ha. - Voor iemand die niet snel genoeg reageert : Dië es oo nie van nen hoas gepoept! - Wat een leeghoofd: Wat es mich da veur nen ijlen teemes. - Wat heb je nu weer aangevangen!?: Wa hedder noa wier aongevange!? - Wat is dat hier voor een warboel? (een geklungel van iets dat niet deugt): Wat es da hei veur ne kloetenest? - Wat is me dat voor een leeghoofd: Was mich da veur ben ijlen theemes! - Wie het in het breed (veel) heeft, laat het breed hangen: Weë n t briet heit , loat t briet hange... - Werkt maar hard dan krijg je later mooie kindjes: Wurkt mer haard dan krijg der later schoen kienekes. - Wie zoekt die vindt!: Dië zukt dië veind! - Ze gelijkt als een tang (lelijk) op een varken: Ze gelijk as een tang op eun verken. - Ze zijn er vandoor: Ze zen riepe snijen. - Zet u neer , die stoel staat er toch maar: Zet och daal, dieje stoel stiet er eel mer.. - Zet u maar neer met u gat in het gras (Een Zonhovenaar die op de letter probeert te praten): Zet u maar daal met u poop in de groos (nen a zoneveneer dien obbe letter probeert te kalle). - Zijn u schoenen goed geknoopt (om hard te kunnen lopen): Zen oer schoën gerege. - Ziet wat je doet manneke, want ’Van schoon alleen kunt ge niet eten’: Ziet wadder doewet he menneke, want 'Van schoen allien kon der nie ejete'. - Zo een magere kerel…maar hij zal de kaas niet van zijn brood laten eten ( iemand die nooit genoeg heeft): Zoe ne magere hejel...maar diejen kan ejeten gelek nen heemejer. - Zo krom als een zeis: (zeis is gereedschap waar vroeger koren mee gemaaid werd: Zoe kroomp as een zichel. - Zo lomp als het achterste van een varken: Zoe lomp as d'echterste va e verke. - Zo mooi is ze, daar lust je alles van: Doa eet der e strunte van op.
Zonhoven dialect dat alleen Zonhovenaren begrijpen
*DA'S NEN ECHTE FONTONTENMAOKER! Fontonten zijn flauwe complimenten...een aansteller!
*VAN EEN KAOL KURMES TOUWESKOMEN Dat deed men als er niet veel kramen op de kermis stonden. Hoge verwachtingen vallen soms in het water!
*DAT ES EEN ECHTE PLAKSPAON! De plakspaan is een troffel die pleisteraars gebruikten! iemand die graag blijft plakken is dus een plakspaan!
*PAKT OEREN HIELE SENTEPETIK MER EN! Een boetiek of kraam met heiligenbeeldjes (latijn Sanctus!) Pak heel uwe rommel maar in!
*ICH HUM NE FERME WEND! Ik ben heel erg verkouden!
*DOA HUB ICH OP GESJIEKT! Daar heb ik moeite mee gehad!
*HEJE ZAT ZIJN K.....TEGENE KRUB! Hij verzette zich! (normaal staat een dier met de kop naar de voederbak, maar een weigeraar draait zich om!)
*ZE ROEIDE WEI EEN PONDROEWES! Ze had een mooi rood kleurtje op de wangen!
*WA STOAT DER DOA TE GRINSEN? Waarom sta je daar te wenen?
Zonhovens volkslied Haar gelijk een egel: Hoar wei nen iegel. Oren gelijk een tas: Oere wei een zjat. Neus gelijk een tomaat: Snout wei een tommat. Ogen gelijk een kalf: Oege wei e kalf. Mond gelijk een oven: Moul wei nen oven. Nek gelijk een staak: Nak wei een gjart. Buik gelijk een koe: Pens wei een kou. Benen gelijk een zweep: .Binkes wei een wis. Tenen gelijk ne riek: Tiene wei ne rik.
De naam Genk wordt voor het eerst vermeld in een schenkingsakte van 13 december1108, als "Geneche". De oorsprong van deze naam is onduidelijk. Men vermoedt dat het een samentrekking is van de Germaanse persoonsnaam "Ghan" en het Latijnse achtervoegsel "-acum" "(woonplaats), ofwel het Germaanse "-eck" (eik). > Lees meer op blog vlaanderen