Welkom bij saagje!
Foto
Inhoud blog
  • Het oude moedertje
  • De legende van de maïs
  • Mans van de Maone
  • De boer en de duivel
  • De twee advocaten(slot)
  • De twee advocaten
  • Het geitje Pak-me-dan
  • De natgeregende kabouter
  • De zeven heksen
  • Het aardmannetje van de Röhrerbühel 2
  • Het aardmannetje van de Röhrerbühel
  • Nikola staat borg
  • De vurige man van de Geute
  • De geschiedenis van de boerendochter Ketilrídur 2
  • De geschiedenis van de boerendochter Ketilrídur
  • Op reis gaan
  • De luie hasjverslaafde en zijn verstandige vrouw(vervolg)
  • De luie hasjverslaafde en zijn verstandige vrouw
  • Het toverfluitje en het toverhoedje (vervolg)
  • Het toverfluitje en het toverhoedje
  • Waarom de bomen in de herfst geel worden
  • Tijl Uilenspiegel en de paardenkoopman
  • De nimf Daphne
  • De geschiedenis van de reuzenkreeft
  • De toren van Medemblik
  • Theseus en Hippolytus
  • Duimedik
  • De vuurman van Soest
  • Maan, Djabu en de dood
  • De jakhals en de patrijs
  • Goudsbloempje
  • Afspraak is afspraak
  • Het spook van de Zeedijk
  • Rata's wonderbaarlijke reis-einde
  • Rata's wonderbaarlijke reis-vervolg
  • Rata's wonderbaarlijke reis
  • Waarom de hyacint maar zo kort bloeit
  • De citerspeler
  • Van een opgeverfde haan
  • Het land van moeder Soemba
  • Het zwanennest
  • De engel
  • De gebarsten emmer
  • De hondenmarkt van Boedapest (slot)
  • De hondenmarkt van Boedapest
  • Billy de coyote (slot)
  • Billy de coyote(vervolg)
  • Billy de coyote
  • Garuda
  • De dood van de sprookjesverteller
    Foto
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Hoofdpunten blog waaroemni
  • Kerstgroet
  • Luchtballonvaart
  • Paulus Potter
  • Sint-Elisabethsvloed
  • Willem Tell
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Categorieën
  • aardgeest (21)
  • avonturenverhaal (6)
  • dierenverhaal (5)
  • duivels (46)
  • fabels (57)
  • gedichten (1)
  • geesten (griezellen) (12)
  • heksen (52)
  • historisch verhaal (13)
  • historische sagen (35)
  • legende (42)
  • Luchtgeest (30)
  • Mythe (24)
  • parabel (7)
  • Plaaggeest (10)
  • sagen (87)
  • Sinterklaasverhalen (4)
  • sprookjes (118)
  • Tovenaars (38)
  • toverboeken (13)
  • volkssprookje (40)
  • volksverhalen (140)
  • vuurgeest (26)
  • watergeest (19)
  • weerwolven (15)
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    'VOLKSVERHALEN'

    problemen
    Verhalen, sprookjes, fabels, mythen, sagen en legenden
    welkom!
    Problemen
    Er zijn nogal wat problemen met het lezen van de teksten, daarom volgende tip :
    Met de muis links klikken en over de tekst schuiven.
    De tekst verschijnt duidelijk leesbaar.
    23-07-2010
    nieuwsgierig héHoe Anansi slim werd
    Hoe Anansi slim werd
    - Een anansi-verhaal uit Jamaica -
    Op een eiland, waar de gevleugelde slang overheen vloog, woonde in een palmboom de listige spin Anansi, van wiens streken zoveel te vertellen is, dat een heel jaar niet genoeg is om alles te vertellen.

    Slim was Anansi niet altijd; slim werd hij pas op de dag, dat een hongerige jaguar het volgende overdacht: "Een vis, een eend of een varken, zijn niet genoeg voor me. Nauwelijks heb ik ze gevangen en opgegeten of mijn maag is alweer leeg. Als ik me echter dood houdt, zullen alle dieren van het eiland nieuwsgierig bij elkaar komen, en dan kan ik me het laten smaken." Zo gezegd, zo gedaan!

    De jaguar liep rond en zijn klagende schreeuw van pijn liet het hele eiland trillen. En toen hij zich onder de palmboom Inaja op de grond liet vallen en nog eens voor de allerlaatste keer schreeuwde, kwamen er werkelijk heel veel dieren aan, die met grote ogen toekeken en stil waren van vreugde. Alleen de apen begonnen te dansen en te zingen:
    "Jaguar, jaguar,
    niemand krenkt hij meer een haar!
    Komt allen hier, kom snel!
    dan kloppen we de motten uit zijn vel!"
    Al gauw wemelde het onder de palmboom als een bijenkorf. Iedereen wilde de dode rover zien. De papagaaien trokken hem aan zijn snorharen, de apen aan de staart, de mieren klauterden in zijn oren rond en de schildpad knaagde aan een nagel, die hij beslist als herinnering wilde meenemen.

    Ook de anders zo voorzichtige spin Anansi liet zich aan een dunne draad van de palm naar beneden zakken, trok zijn fluitje uit zijn zak en speelde een danswijsje.

    Maar zoals we weten, hield de jaguar zich alleen maar dood. Hij volgde met half gesloten ogen alles wat er om hem heen gebeurde.

    En wat gebeurde er om hem heen?

    De herten groeven een groot gat, de eenden smeerden er leem in en toen het graf groot genoeg was, pakten ze met z'n allen de jaguar op om hem er in te gooien.

    "Houd vol, ene, twee," spoorde Anansi de spin de andere dieren aan.

    Maar plotseling sprong de jaguar op en deelde met zijn sterke klauwen naar alle kanten zulke verschrikkelijke klappen uit, dat zelfs de snelle apen hun leven niet konden redden.

    Alleen Anansi lukte het om te ontkomen. Hij liet zijn fluitje vallen en klom bliksemsnel in de palm. Toen hij een beetje van de schrik bekomen was en naar de vretende jaguar keek, dacht hij: "De andere dieren hebben niet beter verdiend. Ze zijn weliswaar net als ik in de list van de jaguar gelopen, maar ik was sneller dan de jaguar - en ik heb van zijn list geleerd. Van mijn slimheid en handigheid zal je heel gauw meer horen."


                                          * * * Einde * * *
    Bron : "Sprookjes van de Indio's. Mythen, sprookjes en legenden van de Indianen uit Midden- en Zuid-Amerika"
               door Vladimir Hulpach, vertaald door Anke Eggink.
               Uitgeverij Ankh-Hermes, Deventer, 1979. ISBN: 90-202-0044-5

    23-07-2010 om 00:22 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (17)
    22-07-2010
    nieuwsgierig héDe muis en de kat
    De muis en de kat
    - Een fabel over een kat die op bedevaart naar Mekka is geweest -
    Op een mooie dag verspreidde zich een bijzonder nieuwtje onder de muizen: de kat vertrok op pelgrimstocht. Dat deed hun harten kloppen vol verwachting, want ze rekenden erop dat de kat bij zijn terugkomst spijt zou hebben en zou ophouden op hen te jagen.

    Toen de kat terugkwam, besloten de muizen dan ook unaniem om hem te gaan feliciteren. Ze brachten alle cadeaus mee die gewoonlijk aan een hadji gegeven worden en kwamen in een lange rij achter elkaar bij hem binnen, ontroerd en een beetje bang tegelijk. Ze gingen in een kring om hem heen zitten (maar niet te dichtbij), bekeken hem goed en luisterden naar hem. De kat was aardig en vriendelijk en had zijn lange nagels ingetrokken. Bescheiden sloeg hij de ogen neer terwijl hij hun vragen beantwoordde.

    De muizen vertrokken enthousiast en belegden dadelijk een grote vergadering. De jongeren riepen tegen iedereen die het horen wilde, dat het uit was met de oude oorlog, dat een nieuwe tijd zich aankondigde. Eindelijk brak het rijk van de universele liefde aan De kat was erg veranderd en voortaan konden zij als broeders met elkaar leven.

    Maar een oude muis bracht hen tot zwijgen: "De kat is hadji geworden, dat is zeker. Hij draagt de tulband van een hadji, hij heeft de vriendelijkheid en de zenuwachtigheid van een hadji. Maar zijn blik is nog dezelfde; het is de scherpe blik van een kat. Als jullie het mij vragen, laten we dan op onze hoede zijn. Eén reis is niet genoeg om te veranderen wat de eeuwen gesmeed hebben."


                                          * * * Einde * * *
    Bron : "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse,
               Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie"
               uitgegeven door Lemniscaat, Rotterdam, 1990.

    22-07-2010 om 00:09 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (13)
    17-07-2010
    nieuwsgierig héDe sluwe jakhals
    De sluwe jakhals
    - Een Indiase fabel uit de Mahabharata over een ander te slim af zijn -
    Er was eens een jakhals, die leefde in gezelschap van vier vrienden: een tijger, een wolf, een muis en een wezel. Op zekere dag zagen ze in het woud een sterk hert, de leider van een kudde. Maar omdat het veel te sterk en te snel was, konden ze het niet buitmaken. Daarom belegden ze een samenkomst om te beslissen hoe ze het zouden aanpakken.

    De jakhals opende de vergadering en sprak: "Machtige tijger, je hebt nu al vele pogingen ondernomen om dit hert te vangen, maar tevergeefs. Het is sterk, vlug en heel intelligent. We moeten anders te werk gaan. Ik stel voor dat nu de muis probeert het hert in zijn poot te bijten, terwijl het slaapt. Daarna kan de tijger - schrikwekkend in zijn kracht - het hert zonder moeite overvallen."

    Nadat ze dit voorstel gehoord hadden, zetten ze zich aan het werk. Terwijl het hert sliep, knaagde de muis aan zijn achterpoot. En toen de tijger daarna het manke dier achtervolgde, kon hij het gemakkelijk inhalen en doden.

    Toen het hert daar bewegingloos lag, zei de jakhals tegen zijn vrienden: "Gaan jullie de rituele reinigingen verrichten; ik pas zolang wel op de buit."

    De vier andere dieren gingen naar de rivier om zich te reinigen van bloedschuld. Ondertussen zat de jakhals diep na te denken wat hij zou doen.

    De tijger, schrikwekkend door schrikwekkende kracht, was de eerste die terugkeerde. Toen hij de jakhals zag, die verzonken was in diepe meditatie, vroeg hij: "O wijze jakhals, waarom kijk je zo zorgelijk? Jij bent de verstandigste van alle bewoners van het woud. Kom, laten we vandaag feestvieren."

    Maar de jakhals antwoordde: "Luister, machtige tijger, wat de muis overal in het woud durft te vertellen. Ze zegt tegen iedereen dat het hert gedood is door haar toedoen, maar dat wij nu gaan profiteren van haar werk. Nu ik dat gehoord heb, wens ik er niet van te eten!"

    Daarop zei de tijger: "Als de muis dat rondgestrooid heeft, wil ik er ook niet van eten. Van vandaag af zal ik mijn voedsel geheel alleen zoeken." En gekwetst in zijn fierheid, ging de tijger heen.

    Nadat de tijger was heengegaan, kwam de muis terug. Toen de jakhals de muis zag, zei hij: "Gegroet, muis! Luister wat de wezel gezegd heeft. Ze heeft gezegd: 'Dit hertenvlees is vergiftigd, want de tijger heeft er zijn vuile klauwen in geslagen. Ik durf er in ieder geval niet van te eten. Maar als je er niets tegen hebt, mijn beste jakhals, dan zal ik straks de muis doden en opeten.'" De jakhals was nog niet uitgesproken, of de muis was al verdwenen.

    Toen kwam de wolf, die ook zijn rituele wassingen beëindigd had. De jakhals zei hem: "De tijger, de koning van het woud, is erg boos op jou. Hij zit hier ergens met zijn vrouw te wachten om je aan te pakken." De wolf, die belust was op het vlees, vond het toch beter te verdwijnen. Hij maakte zich zo klein als hij maar kon en hij vluchtte het diepe bos in.

    Toen kwam de wezel. Toen de jakhals hem zag komen, zei hij: "Met mijn krachtig gebit heb ik de anderen overwonnen en ze zijn smadelijk gevlucht. Je mag van het vlees eten, maar dan zul je eerst met mij moeten vechten!"

    Daarop antwoordde de wezel: "Als de machtige tijger, de wolf en de slimme muis overwonnen zijn door jou, dan wens ik niet te vechten. Ik neem je uitdaging niet aan!" En na die woorden liep ook de wezel weg.

    Toen ze allen verdwenen waren, begon de jakhals zich op zijn eentje tegoed te doen aan het hertenvlees, uiterst tevreden over zijn politiek.


                                          * * * Einde * * *
    Bron : "Mahabharata" door Krishna Dvaipayana Vyasa.
               Vertaald en bewerkt door H. Verbruggen.
               Mirananda, Den Haag, 1991. ISBN: 90-6271-815-9

    17-07-2010 om 00:08 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (6)
    01-07-2010
    nieuwsgierig héDe vos en de kat
    De vos en de kat
    De vos en de kat
    - Een fabel van de gebroeders Grimm over hoogmoed -
    Eens op een keer ontmoette de kat in het bos de heer Vos. En daar ze dacht: "Hij is zo slim, heeft ervaring en heeft wat te zeggen in de wereld," sprak ze hem vriendelijk toe. "Goedendag, lieve heer Vos, en hoe gaat het en hoe staat het? Hoe maakt u het in deze dure tijd?"

    De vos, hoogmoedig, bekeek de kat van top tot teen en wist geruime tijd niet of hij eigenlijk wel antwoord zou geven. Eindelijk zei hij: "Jij armzalige snorrenwasser, jij bontgevlekte zot, jij hongerlijder en muizenjager, wat bezielt je? Durf je te vragen hoe ik het maak? Wat heb je eigenlijk geleerd? Hoeveel kunsten ken je?" - "Ik kan er maar één," antwoordde de poes bescheiden. "Wat is dat dan voor een kunst?" vroeg de vos. "Als de honden achter me aanzitten, dan kan ik een boom in en mezelf redden." - "Is dat alles?" zei de vos, "ik ben honderd kunsten meester en ik heb bovendien nog een zak vol listen. Ik heb met je te doen; kom maar mee, ik zal je eens leren, hoe je de honden ontloopt."

    Daar kwam een jager aan met vier honden. De kat sprong behendig in een boom, tot in 't topje, waar takken en bladeren haar geheel verborgen. "Doe de zak om, doe de zak om!" riep de kat nog, maar de honden hadden de vos al gegrepen en beten zich vast. "Zeg eens Vos!" riep de kat, "nu blijf je met je honderd kunsten steken. Als je de boom in had gekund zoals ik, dan was het niet om je leven gegaan!"


                                          * * * Einde * * *
    Bron : "De sprookjes van Grimm; volledige uitgave" vertaald door M.M. de Vries-Vogel.
               Unieboek BV - Van Holkema & Warendorf, Weesp, 1984.
               Oorspronkelijke titel: Der Fuchs und die Katze

    01-07-2010 om 00:08 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (18)
    20-06-2010
    nieuwsgierig héDe voetbalwedstrijd 2
    De voetbalwedstrijd (2/2)
    - Een Anansi-verhaal uit West-Afrika over voetbal -
    Hij vroeg alle apen één voor één: "Hoe is het eigenlijk met jouw geweten? Wat is het slechtste dat je ooit gedaan hebt?" Sommige apen wisten bij Nyankopon niet wat ze daarop moesten antwoorden, andere kwamen met hele reeksen wandaden die nergens op sloegen. De meeste zwoeren dat ze nog nooit iets slechts hadden gedaan. Eén dacht datje alleen mee mocht doen als je een echte slechterik was, en die bekende zulke vreselijke moorden, brandstichtingen en overvallen, dat je geen Anansi hoefde te zijn om meteen te weten dat hij alles uit zijn vier duimen had gezogen. Een paar apen vertelden maar wat: "Toen ik zes was heb ik een kauwgumpje gestolen van mijn oma," of: "Ik heb een brief verloren die ik moest posten voor mijn zieke zusje," of: "Ik had een keer in het bad gepiest." Tenslotte was er één die zei: "Ik heb jou zelf een keer gedreigd, Anansi, dat ik satéblokjes zou hakken van je."

    Anansi schrok: dat moest hem zijn, die ene aap waarvoor hij geld geleend had van Nyankopon, zodat die aap zijn woede zou vergeten. "Weet je dat zeker?" vroeg hij nog. "Ik zal het nooit vergeten," zei de aap berouwvol, "al weet ik niet meer wat de aanleiding was. Misschien zei ik iets anders zoals 'worstvlees', maar dat ik jou wou hakken weet ik goed. En dat jij toen toch heel erg aardig bent geweest."

    Toen glimlachten ze allebei en zuchtten opgelucht. "Dat was een heel moedige bekentenis van jou," zei Kwekoe plechtig. "Daarom krijg jij het prachtigste kostuum van mij!"

    Op de dag van de wedstrijd hingen Gods schepselen al vroeg rond bij een grote, ovale grasplek in het bos. Daar zaten hagedissen, antilopen, olifanten in alle lagen van het struikgewas. Daar waren mieren en kameleons en slangen; bij honderden keken ze neer vanuit de bomen. Daar vlogen vlinders rond en paradijsvogels en gieren, die alles meer van bovenaf bezagen. Tot daar tenslotte onder luid gekwetter en gebrul Gods Eigen Elftal op het veld verscheen: wat zagen ze er prachtig uit! Vooral Kwekoe Anansi, die als coach optrad. Hij droeg een helm met gouden balletjes en in zijn hand hield hij een staf, waarop een gouden spinnenweb met middenin - geen spin nee, maar een gouden voetbal. Aan zijn voeten had hij feestsandalen met gouden voetballetjes op de wreef.

    Zijn spelers droegen bloezen waarop in diamant NYANKOPON was geborduurd. Hun kousen waren elegant: vol rinkelende schelpjes en kettinkjes, zodat bij elke capriool een vrolijk ritme klonk. Kijk die keeper met zijn pet! Een pet als een volrijpe kalebas met een klep zo lang als een bananenblad! Een buitelende, stuiterende tros bananen leek hij wel. De "Ooh!'s" en "Aah!'s"waren niet van de lucht toen dat elftal verscheen, en Nyankopon, die incognito naast Anansi op de tribune zat, kon werkelijk voldaan zijn over Zijn elftal.

    De tegenstanders, een elftal van giraffen dat al heel lang in de competitie zat, hadden meteen een achterstand in populariteit. Ze maakten niet lang na de aftrap een verrassingsdoelpunt; en dat vond het publiek maar half geslaagd. Toen gingen de apen er pas goed op los: ze rolden als een stoomwals naar het vijandelijke doel, ze duikelden als kakkerlakken tussen de spillepoten van de tegenpartij door, zodat de giraffen als onhandige hijskranen in het rond stonden te tollen. Ze schoten het ene doelpunt na het andere...

    Eindelijk speelde de tegenpartij het klaar om een superhoge kopbal naar het doel der Kontromfï's te schieten. Maar toen ramde die groene pet naar voren of hij zelf een voetbal was en plukte met één hand de bal uit de lucht als een nootje uit een palmboom. Daarna het hij er minutenlang zo'n staaltje van jongleren mee zien, dat heel het bos zo ongeveer ontbladerde van het gejuich.

    Nyankopon, die voor de gelegenheid in de gedaante van een leeuw was, bleef onverstoorbaar. Hij zei alleen: "Neef Kwekoe, wie van deze apen is de wanbetaler?"

    "Die staat daar in het doel, Heer Oom," zei Anansi fijntjes. En als je denkt dat God die keeper Kontromfi toen met Zijn Toorn getroffen heeft... welnee! Hij was waarachtig apetrots op zijn Volmaakte Doelman! Vandaar dat sommigen het voetballen nog altijd als een goddelijke sport beschouwen, terwijl anderen er alleen maar pijn in hun nek van krijgen.


                                          * * * Einde * * *
    Bron : "Anansi tussen god en duivel" door Noni Lichtveld.
               Lemniscaat/Novib, Rotterdam, 1997. ISBN: 90-637-087-1

    20-06-2010 om 00:15 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (9)
    19-06-2010
    nieuwsgierig héDe voetbalwedstrijd 1
    De voetbalwedstrijd (1/2)
    - Een Anansi-verhaal uit West-Afrika over voetbal -
    Eens had God geld geleend aan de een of andere aap, dat wil zeggen: Kwekoe Anansi kwam bij Nyankopon om bijstand aan te vragen wegens verplichtingen aan zeker iemand van de familie Kontromfi. "Lieve Heer Oom," sprak hij eerbiedig. "Het gaat om een probleemgeval, een nijver schepsel dat door onheil is getroffen. Hij heeft onverwacht schade aan zijn plantage, hij zou geweldig zijn geholpen als U hem wat geld kon lenen." En God, in Zijn Alwetendheid, zag dat Anansi hoogst oprecht met dat geval zeer in zijn maag zat. Daarom zei Hij: "Nou ja, dat moet dan maar. Hier is het geld, maar vraag wel een kwitantie."

    Maar soms wil.Nyankopon Zijn schepselen wel eens beproeven, om zeker te zijn dat zij Hem niet vergeten. Dus riep Hij op een dag Kwekoe Anansi bij zich terug, die floep-floep-floep omhoog kwam hollen langs zijn spinnendraad.

    "Mijn waarde neef," zei Hij. "Je weet toch nog dat Ik wat geld geleend heb aan de een of andere apenvriend van jou? Ik vind hier je kwitantie waarin staat: binnen drie maanden terug... en tegen rente... Dat is als Ik de datum zie drie jaar geleden. Hoe staat die zaak? Wat is dat voor cliënt?"

    "Een heel betrouwbare Kontromfi," zei Anansi. "Ik weet zijn voornaam niet, maar dat zoek ik zo snel mogelijk uit."

    Direct ging hij naar de familie Kontromfi en iedereen was blij om hem te zien.

    "Wat breng je nu weer voor weldaad van Nyankopon?" riepen ze vrolijk. Sinds Kwekoe met dat geld gekomen was, kon hij geen kwaad meer doen.

    "Iets heel moderns!" zei Anansi. "Mijn Oom heeft besloten dat ik een voetbalclub moet oprichten met jullie!"

    "Haaa!" juichten alle apen. "Maar wie zal onze trainer zijn?"

    "Ik natuurlijk," zei Anansi. "En als wij vlijtig oefenen, dan zal Nyankopon persoonlijk sponsor zijn."

    Binnen de kortste keren hepen de Kontromfi's zich dagelijks de apenbenen uit hun apengatjes. Zulke voetballers had je nog nooit gezien! Wat een passes, dribbels, apencorners, tackles en strafschoppen konden die uitdelen! Als dat zo uitkwam renden ze doodgewoon op beide handen verder. En ze konden zo behendig over elkaar buitelen en apenkoppen, dat je niet wist wie de beste speler was; ze waren allemaal even watervlug. Ze leken ook nog op elkaar als druppels water. Zelfs Kwekoe Spin, die toch heel goede ogen had, kon ze nooit uit elkaar houden.

    Dat ging een hele tijd vrolijk verder, tot er alweer een oproep kwam van Nyankopon. "Hoe is het nu?" vroeg God. "Weet je al welke Kontromfi dat geld van me geleend heeft? En heeft hij al terugbetaald?" Anansi boog zijn hoofd eerbiedig. "Bijna, zeer vereerde Oom," zei hij. "Ik heb die apen nu allemaal aardig op een rijtje. Maar zonder Uw Verheven Steun zal het niet gaan." Hij vertelde enthousiast over zijn voetbalclub, wat Nyankopon in Zijn Alwetendheid natuurlijk allang wist - maar ook in Zijn Alwijsheid niet liet blijken, want hij zei: "Het gaat hier niet om spelletjes. Ik geef je nog een week om Mij die wanbetaler aan te wijzen."

    "Komt in orde," zei Anansi. "Als U mij helpt aan nette pakken voor mijn spelers, dan nodig ik U uit voor onze eerste wedstrijd." Na de volgende training blies Anansi keihard op zijn fluit en al zijn spelers traden aan in eindeloos gelid.

    "Vandaag gaan we een elftal selecteren!" riep Anansi. "Je weet wie onze sponsor is! Dit wordt een elftal van verdienste. Wie mee wil doen moet eerst examen doen in deugdzaamheid!"


                                   * * * wordt vervolgd * * *
    Bron : "Anansi tussen god en duivel" door Noni Lichtveld.
               Lemniscaat/Novib, Rotterdam, 1997. ISBN: 90-637-087-1

    19-06-2010 om 00:13 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (11)
    04-06-2010
    nieuwsgierig héDe luiaard en de regen
    De luiaard en de regen
    - Een dierenverhaal van de Indianen uit Panama -
    "Ai, de luiaard is zo handig, dat hij zich met de wind kan voeden," zeggen de Indianen als ze hem in de takken van de embauba-boom zien hangen. Maar iedereen die de luiaard kent, weet dat de oorzaak van zijn ongewoon gedrag ligt in zijn strijd met de regen.

    Vele dieren houden niet van regen. Als de eerste druppels vallen, zijn bijna allen er op uit, zo vlug mogelijk een schuilplaats te vinden. Het gordeldier graaft zich in, de vos kruipt in zijn hol, de vogels gaan naar hun nesten... Ook de luiaard hield niet van regen maar ondanks dat bleef hij, zelfs toen de dikste druppels uit de hemel vielen, breeduit op zijn plekje.

    De regen ergerde zich daarover. "Ik zal je wel eens leren," zei hij toen de luiaard weer als een blok in elkaar gedoken zat, toen de regen met bakken uit de hemel viel.

    De hele nacht regende het pijpenstelen. De machtige regen hield maar niet op en lachte in zijn vuistje, toen de luiaard een vreselijke verkoudheid kreeg. Maar pas toen hij al half in het water zat, stond hij langzaam op en keek uit naar een betere plaats.

    "Ik heb ook nog honger," zei hij, "als ik me dan tussen de droge bladeren van de embauba-boom verstop, kan ik tegelijkertijd van de bladeren eten."

    Langzaam, zoals het zijn aard was, kroop hij in de embauba-boom. "Je denkt zeker dat ik me hier voor je verstop, maar dan vergis je je. Ik wil alleen een paar van deze heerlijke bladeren eten," riep de luiaard naar de regen.

    Hij lachte luidkeels, maar dat had hij juist niet moeten doen. De regen werd namelijk heel boos. "Wacht maar," riep hij, "geen blad zal je krijgen!" En hij liet het nu hozen van de regen. De luiaard trok geen enkel blaadje meer af want zelfs op zijn rug was hij tot op zijn huid nat.

    Denken jullie dat hij naar beneden zou klimmen en een andere schuilplaats zoeken? Nee hoor, hij bleef in de takken van de embauba-boom hangen, hoewel zijn maag knorde van de honger. Hij wachtte op de wind, die dan ook eindelijk kwam en de regenwolken verdreef.

    Sinds die tijd hangt de luiaard meestal in de takken van de embauba-boom uit te kijken naar de wind. En sinds die tijd zeggen vele indianen: "Ai, de luiaard is zo handig dat hij zich met wind kan voeden..."


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "Sprookjes van de Indio's. Mythen, sprookjes en legenden van de Indianen uit Midden- en Zuid-Amerika"
               door Vladimir Hulpach, vertaald door Anke Eggink.
               Uitgeverij Ankh-Hermes, Deventer, 1979. ISBN: 90-202-0044-5

    04-06-2010 om 00:08 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (13)
    27-05-2010
    nieuwsgierig héDe leeuw en de muis
    De leeuw en de muis
    - Aesopus' fabel van de leeuw en de muis -
    Heel lang geleden woonde er in een ver land een machtige leeuw. Eens, toen hij uitgeput van het jagen en van de hitte was, ging hij terug naar zijn hol en viel daar in een diepe slaap. Terwijl hij sliep kwam er een muis voorbij, die in gedachten verzonken, niet oplette waar ze naar toeliep en zò in het hol van de leeuw terechtkwam. Haar kleine oogjes raakten langzamerhand gewend aan het donker. Ze werden steeds groter en groter, want daar voor haar lag het meest gevreesde wezen, dat ze ooit had gezien. Een ogenblik stond ze van schrik vastgenageld aan de grond. Toen sprong ze in paniek naar de deur. Daardoor struikelde de muis over de neus van de leeuw, die wakker werd.

    De geschrokken muis deed verwoede pogingen weg te komen, maar de grote klauw van de leeuw kwam boven op haar terecht. Ze dacht stellig, dat haar laatste uurtje geslagen had. En het is waar, de leeuw zou haar onmiddellijk verslonden hebben, als de muis haar spraak niet had teruggevonden. "Spaar me, hoogheid," pleitte ze. "Ik heb u per ongeluk beledigd. Uw klauw is tè voornaam om hem te bezoedelen met het bloed van een zò onbeduidende prooi." De grote leeuw keek peinzend naar de muis en overwoog wat hij moest doen. Hij zei niets. Toen, terwijl de muis lag te trillen, beurde de leeuw zijn klauw op en liet hij zijn nietige gevangene vrij. De muis, die bijna niet kon geloven, dat ze zoveel geluk had, rende weg zonder achterom te kijken. Zij vluchtte zo snel ze kon het bos in.

    Niet lang daarna was de leeuw weer eens aan het jagen in het bos. Per ongeluk liep hij daarbij in een val, die daar geplaatst was door een paar jagers. Hij worstelde wanhopig om uit het net, dat hem verstrikte, te komen. Maar het was vergeefs. Bang en zonder hoop vrij te komen stiet hij zo'n machtig gebrul uit, dat het overal in het bos te horen was. De muis hoorde het gebrul héél in de verte en begon vlug te rennen om de oorsprong ervan te ontdekken. Eindelijk, op een open plek in het bos, vond ze de gevangen leeuw, die ze herkende als dezelfde, die haar leven had gespaard en die haar vrij had gelaten. Zonder veel omslag en zonder angst begon de muis te knagen aan de touwen, die de leeuw stevig vastgebonden hielden. In een ogenblikje hadden de scherpe tanden van de muis het net verscheurd en het edele dier was bevrijd uit zijn gevangenschap.

    Goed zijn voor voornamen of eenvoudigen is zelden verspild.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "De fabels van Aesopus" door Robert Mathias.
               Thieme, Zutphen, 1984. ISBN: 90-03-98320-8

    27-05-2010 om 08:45 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (10)
    22-05-2010
    nieuwsgierig héHoe de beer zijn staart verloor
    Hoe de beer zijn staart verloor
    - Een fabel van de Iroquois Indianen (Noord-Amerika) -
    Lang geleden, had de beer een mooie, lange bontstaart. Hij was fier op zijn staart en liet de mensen tot vervelens toe altijd rond hem lopen om zijn staart te bewonderen. Hij vroeg aan iedereen: "Is mijn staart niet de mooiste staart die u ooit zag?" De mensen vonden hem zeer verwaand, maar ze waren bang van zijn grote klauwen en wilden hem niet boos maken. Dus zeiden ze steeds dat hij de mooiste staart had.

    Op een koude winterdag ging de beer naar het meer. De vos zat op het bevroren water, waaronder talrijke vissen rondzwommen. Naast hem lagen al een groot aantal vissen die hij gevangen had. Hij wist dat de beer honger had en besliste een list met hem uit te halen.

    "Hallo, broer vos," sprak de beer, terwijl het water uit zijn mond liep, "waar heeft u al die vissen vandaan?" "Ik heb ze gevangen, door dit gat in het ijs," zei de vos. "En waarmee dan?" vroeg de beer verwonderd" "Met mijn staart," antwoordde de vos. "Zal ik u tonen hoe het moet?" vroeg de vos aan de beer. "Ja, graag," antwoordde deze.

    Hij ging met de beer naar een plaats op het ijs waar het water ondiep was en zei tegen de beer dat hij met zijn klauwen een gat moest maken in het ijs. Toen dat gedaan was, zei hij: "Ga nu gewoon zitten en laat uw staart in het ijs zakken. Telkens er een vis bijt, zal je dat wel voelen, wacht lang genoeg, dan kan je er alle vissen tegelijk uittrekken." "Ik zal meer vissen aan mijn staart krijgen dan jij," zei de beer, "want mijn staart is langer en mooier dan die van jou."

    De beer zette zich neer en wachtte geduldig. Hij telde elke vis die in zijn staart verstrikt raakte, maar omdat hij de meeste vissen wilde vangen, bleef hij maar zitten. Uiteindelijk viel hij in slaap. Het werd zeer koud en het begon te sneeuwen. De vos ging naar huis en nam zijn vissen mee.

    Een paar uur later kwam de vos terug naar het meer. De beer sliep nog steeds en zijn zwarte bontlaag was wit van de sneeuw. De vos schoot in een lach en zei bij zichzelf: "Dit was nogal eens een grap." Toen hij uitgelachen was schreeuwde hij: "Hé, beer, er hangen vissen aan uw staart, voel jij dat niet?" De beer schrok wakker en wilde recht springen maar dat ging niet. "Ik kan niet meer recht," zei de beer. "Misschien van het gewicht van al die vissen," zei de vos. "Trek wat harder!" De beer sprong met een ruk omhoog en zijn bevroren staart brak af. Het enige wat overbleef was een kleine stomp.

    "Mijn staart, mijn staart," huilde de beer maar de vos liep lachend weg.

    En zo komt het dat de beren nu nog slechts een korte staart hebben. Als je ooit een beer hoort kreunen, is dat omdat hij zich zijn grote, zwarte, mooie staart herinnert.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : Vertaling uit het boek "Myths & Legends".
               Oorspronkelijk verschenen in het Engels onder de titel "How bear lost his tale"

    22-05-2010 om 00:12 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (9)
    09-05-2010
    nieuwsgierig héFabel van de ezel, de stier en de koopman(2/2)
    Fabel van de ezel, de stier en de koopman (2/2)
    - Een verhaal uit 1001-nacht over de kennis van de taal der dieren -
    Dit alles geschiedde, en hun meester hoorde hun woorden. Toen de dag aanbrak, begaf de koopman zich met zijn vrouw naar het verblijf van de stieren en koeien, en beiden gingen er zitten. Vervolgens kwam de drijver en nam de stier en vertrok. Bij het zien van zijn meester begon de stier te zwaaien met zijn staart, luidruchtige winden te laten en waanzinnig te hollen naar alle kanten. Hierdoor schoot de koopman in zulk een lach, dat hij ondersteboven viel op zijn achterste.

    Daarop zei zijn vrouw: "Waarom lach je zo?" Hij antwoordde haar: "Om iets wat ik gezien en gehoord heb, en wat ik niet kan mededelen zonder te sterven."

    Zij zei hem: "Het is volstrekt noodzakelijk dat je het mij vertelt, en dat je mij de reden van je lachen zegt, zelfs al zou je daarom moeten sterven!" Hij zei haar: "Ik kan het je niet mededelen uit vrees voor de dood." Zij zei hem: "Maar dan lach je alleen om mij!"

    Daarna hield zij niet op met kijven en hem hardnekkig met woorden te kwellen, zodat hij zich tenslotte in grote verlegenheid bevond. Daarom liet hij zijn kinderen bij zich komen en liet hij de kadi roepen en zijn getuigen. Vervolgens wilde hij zijn testament maken, alvorens het geheim aan zijn vrouw prijs te geven en te sterven.

    Want hij hield van zijn vrouw met een ontzaglijke liefde, aangezien zij de dochter was van zijn oom van vaderszijde en de moeder van zijn kinderen, en hij reeds honderdtwintig jaren van zijn leven met haar geleefd had. Bovendien liet hij alle bloedverwanten van zijn vrouw halen, alsmede de bewoners van de buurt, en hij vertelde hun allen zijn geschiedenis en dat hij op hetzelfde ogenblik, dat hij zijn geheim ging mededelen, zou sterven. Toen zeiden alle lieden die daar waren, tegen zijn vrouw: "Bij Allah over u! Laat deze kwestie rusten, uit vrees dat uw man sterft, de vader van uw kinderen!"

    Maar zij antwoordde hun: "Ik zal hem geen vrede gunnen, voordat hij mij zijn geheim gezegd heeft, zelfs al moet hij er aan sterven."

    Daarop hielden ze op met haar toe te spreken. En de koopman stond op in hun midden en begaf zich naast de stal, in de tuin, om daar eerst zijn wassingen te doen en vervolgens terug te komen om zijn geheim te vertellen en te sterven.

    Welnu, hij bezat een fikse haan, in staat om vijftig kippen naar genoegen te bedienen, en hij bezat ook een hond. En hij hoorde hoe de hond de haan riep en hem uitschold en hem zei: "Schaam je je niet vrolijk te zijn, terwijl onze meester gaat sterven?"

    Toen zei de haan tegen de hond: "Hoe dat zo?"

    Daarop herhaalde de hond de geschiedenis, en de haan antwoordde hem: "Bij Allah! Onze meester heeft niet al te veel verstand. Ik voor mij heb vijftig vrouwen en weet mij er uit te redden door de ene te bevredigen en op de andere te mopperen. En hij die maar één enkele vrouw heeft, vindt niet eens het goede middel en de manier waarop hij haar moet aanpakken! Nou, dat is eenvoudig genoeg. Hij behoeft maar een paar flinke moerbeitwijgen voor haar af te snijden, plotseling haar eigen vertrek binnen te stappen en haar af te ranselen, totdat zij sterft of tot inkeer komt. En ze zal niet opnieuw beginnen met hem lastig te vallen over kwesties van welke aard ook." Zo sprak hij.

    Nauwelijks had de koopman de woorden gehoord, die de haan met de hond wisselde, of het licht keerde terug in zijn rede en hij besloot zijn vrouw af te ranselen. De koopman trad het eigen vertrek van zijn vrouw binnen, na de moerbeitwijgen voor haar te hebben afgesneden en ze verstopt te hebben. Hij riep haar en zei: "Kom in je eigen kamer, opdat ik je mijn geheim vertel en niemand mij kan zien; en daarna zal ik sterven!"

    Daarop ging zij met hem naar binnen, en hij sloot de deur van haar eigen vertrek achter hen, en hij overviel haar met verdubbelde slagen, totdat zij in katzwijm ging vallen. Toen riep zij: "Ik heb berouw! Ik heb berouw!" Hierna begon zij beide handen en beide voeten van haar man te zoenen en zij toonde oprecht berouw. En vervolgens ging zij naar buiten met hem. Alle aanwezigen verheugden zich en ook alle bloedverwanten toonden vreugde. En iedereen was in de gelukkigste toestand en allerfortuinlijkst tot aan hun dood.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "De vertellingen van duizend en een nacht" vertaald door J.C. Mardrus.
                Uitgeverij Manteau, 1975, Antwerpen.

    09-05-2010 om 16:36 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (6)
    08-05-2010
    nieuwsgierig héFabel van de ezel, de stier en de koopman
    Fabel van de ezel, de stier en de koopman (1/2)
    - Een verhaal uit 1001-nacht over de kennis van de taal der dieren -
    Er was eens een koopman, meester over grote rijkdommen en vee, gehuwd en vader van kinderen. Allah, de Allerhoogste schonk hem ook kennis van de taal der dieren en der vogels. Welnu, de woonplaats van deze koopman was een vruchtbaar land aan de oever van een rivier. In de woning van deze koopman bevonden zich ook een ezel en een stier. Op een keer kwam de stier op de plek waar de ezel thuis hoorde, en vond deze plek geveegd en besproeid; in de krib lag fijngezifte gerst en goed geschud stro; en de ezel lag prettig te rusten. Want wanneer zijn meester hem besteeg, was het alleen voor een kort ritje, dat toevallig nodig was, en de ezel herkreeg spoedig weer zijn rust.

    Welnu, die dag hoorde de koopman de stier tegen de ezel zeggen: "Eet met genoegen! En dat het je wel bekome, tot je gezondheid en met goede appetijt! Ik ben wel vermoeid, en jij uitgerust; jij eet goed gezifte gerst en wordt bediend. En als een keertje uit vele je meester je bestijgt, brengt hij je gauw genoeg terug! Wat mij betreft, ik dien slechts voor gesjouw en werk in de molen!"

    Toen antwoordde de ezel hem: "Als je buiten komt op het veld, en men je het juk op de nek legt, smijt je dan op de grond en sta niet meer op, zelfs niet als men je slaat. En wanneer je opgestaan bent, ga dan gauw weer voor de tweede keer liggen. En als men je dan naar de stal laat terugkeren, en men je bonen voorzet, eet er volstrekt niet van, net of je ziek bent. Zo moet je je best doen om een dag of twee, drie, niet te eten en niet te drinken. Op die manier zul je uitrusten van de vermoeienis en de last."

    De koopman was echter daar en hoorde hun woorden.

    Toen nu de veedrijver in de buurt van de stier kwam om hem zijn voer te geven, zag hij hem heel weinig eten; en toen hij hem 's morgens naar het werk meenam, vond hij hem ziek. Daarop zei de koopman tegen de veedrijver: "Neem de ezel en laat hem in plaats van de stier de hele dag lang werken." En de man kwam terug en nam de ezel in plaats van de stier en liet hem heel de dag lang werken.

    Toen de ezel op het eind van de dag in de stal terugkeerde, bedankte de stier hem voor zijn welwillendheid en dat hij hem die dag van zijn vermoeienis had laten uitrusten. Maar de ezel antwoordde hem met geen stom woord en had het ergste berouw van de wereld.

    De volgende dag kwam de zaaier en nam de ezel en liet hem werken tot het eind van de dag. En de ezel keerde niet terug voordat zijn nek ontveld was en hij uitgeput was van vermoeidheid. En toen de stier hem in die toestand zag, begon hij hem uitbundig te bedanken en hem te overstelpen met lof.

    Hierop antwoordde de ezel hem: "Tevoren was ik heel op mijn gemak; ja, niets heeft mij geschaad behalve mijn weldaden." En hij vervolgde: "Niettemin behoor je te weten, dat ik je een goede raad ga geven. Ik heb onze meester horen zeggen: 'Als de stier niet van zijn plaats opstaat, moet ik hem aan de slager geven om hem af te maken, dat hij van zijn huid een lap maakt voor op tafel.' En ik, ik ben benauwd voor je en wens je alle heil toe!"

    Op het horen van deze woorden van de ezel, bedankte de stier hem en zei: "Morgen zal ik uit eigen beweging met hen meegaan om mijn baantje te vervullen." Waarop hij begon te eten en al zijn voer verslond en zelfs de trog met zijn tong aflikte.


                                   * * * wordt vervolgd * * *
    Bron : "De vertellingen van duizend en een nacht" vertaald door J.C. Mardrus.
                Uitgeverij Manteau, 1975, Antwerpen.

    08-05-2010 om 00:00 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (9)
    21-04-2010
    nieuwsgierig héAnansi vindt een lekker baantje
    Anansi vindt een lekker baantje
    - Heer Spin als roeier -
    Anansi, die achtbenige Meester Superspin, had honger en geen cent in huis om eten te kopen. "Dan ga ik wel werken," besloot Meester Superspin Anansi, "want wie werkt zal eten." En hij meldde zich aan als roeier bij Gouverneur. "Hoe heet je?" vroeg stuurman Aap Monkimonki. - "Hoe heet u?" - "Monkimonki," zei Aap.- "En die anderen?" wilde Anansi verder weten. - "Kaikaikai," blafte Hond, "noem mij maar Dagoe." - "Fremoesoe," zei Vleermuis. - "Todo," zei Kikker. - "Aangenaam," zei Meester Superspin Anansi, "B.V.D.B." - "Beeveedeebee?" vroeg Aap met een verbaasd gezicht. "Dat zei ik niet," antwoordde Anansi pinnig. "U bent toch niet doof. Het is B punt, V punt, D punt, B punt, punt uit."

    "Aan het werk!" beval Aap. "We moeten de boot mooi schoonmaken voor als Gouverneur een beetje wil gaan varen." - "Als u me eerst vertelt hoe laat we eten krijgen," protesteerde Meester Superspin Anansi. "Zonder die informatie ga ik niet aan het werk." - "Elke dag om twaalf uur," zei stuurman Aap Monkimonki. "Dat wil ik wel eens zien," bromde Anansi en klokslag twaalf uur stopte hij met werken. En ja hoor, daar kwam een bode met een mand vol porties eten aan.

    "Ik pak het wel even aan!" zei Meester Superspin Anansi. "Alsjeblieft," zei de bode tegen Anansi, "breng voor de bemanning." - "Wat zeg je? Herhaal dat eens!" eiste Anansi. "Breng voor de bemanning," herhaalde de bode. "Gouverneur heeft gezegd: Breng voor de bemanning. Dat is toch logisch?"

    "Dank je," zei Meester Superspin Anansi. Hij pakte de mand aan en begon te eten. "Is er niets voor ons?" wilden zijn collega's weten. "Niets," zei Anansi met volle mond. "Het is alleen voor mij, zei de bode." - "Hoe kan dat nou?" zei stuurman Aap Monkimonki. "Gouverneur weet toch dat we hier met z'n vijven zijn." - "Ik kan het ook niet helpen," zei Anansi en hij kroop in een hoekje van de boot om aan de volgende portie te beginnen.

    Zo ging het elke dag en Aap, Hond, Vleermuis en Kikker werden magerder en magerder tot... Gouverneur besloot een tochtje te gaan maken. Toen hij bij zijn boot kwam en de uitgehongerde stuurman en zijn roeiers zag, riep hij verschrikt uit: "Wat is er met jullie gebeurd?! Zo kunnen we toch niet uit varen gaan." - "We willen het wel proberen, Gouverneur, maar we zijn heel zwak," klaagde stuurman Aap Monkimonki. "Maar ik stuur jullie elke dag toch vijf grote porties eten." - "Ja maar, Anansi eet alles op. Hij zegt dat alles voor hem is." - "Is dat zo?" vroeg Gouverneur streng. - "Dat is zo," zei Meester Superspin Anansi, "ik doe precies wat u zegt."

    "Wat zeg ik dan?" - "Weet u niet wat u elke dag tegen de bode zegt?" vroeg Anansi brutaal. "Breng voor de bemanning," zei Gouverneur, "dat zeg ik." - "Dank u wel," zei Anansi. "Wat dank je wel? Jij bent toch niet de enige bemanning hier." - "Nee, natuurlijk niet. Aap, Hond, Vleermuis en Kikker zijn er ook, maar u stuurt geen eten voor hen."

    "Maar de bode zegt toch duidelijk: Breng voor de bemanning. Dan is dat eten toch voor jullie allemaal," schreeuwde Gouverneur verontwaardigd. "Dat wist ik niet, meneer." - "Wat wist je niet?" - "Dat die anderen ook zo heten." - "Wat heten? Wat bedoel je?" - "Ik weet dat ik B.V.D.B. heet."

    "Hoe heet je?" vroeg Gouverneur dreigend. Anansi zuchtte: "Ik zal het nog één keer herhalen. Ik heet: Breng voor de bemanning. Dat weet iedereen: B punt, V punt, D punt, B punt, punt uit. Iedereen weet dat ik zo heet. Dus het eten is voor mij, Meester Superspin Anansi, beter bekend als Breng voor de bemanning."

    Toen werd iedereen toch zo kwaad op Meester Superspin Anansi, dat ze hem een flink pak slaag wilden geven. Maar Anansi was al weg! Er waren genoeg hoeken en gaten waarin hij kon schuilen. "Waar is hij, waar is hij gebleven?" riepen Aap, Hond, Vleermuis en Kikker door elkaar. "Daar in die hoek!" verraadde de kleine vlieg Fréfré, die toevallig langskwam en goede ogen had.

    Toen werd Meester Superspin Anansi zo razend op Vlieg Fréfré dat hij een dunne, kleverige draad uit zijn lijf perste; en nog één... en nog één... en nog één. Sinds die dag maakt Anansi vangnetten en loert hij op verraders, ook bekend als vliegen.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse,
                Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie"
                Lemniscaat, Rotterdam, 1990.

    21-04-2010 om 00:02 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (6)
    13-04-2010
    nieuwsgierig héDe krekel en de mier
    Op 13 april 1695 overleed Jean de La Fontaine
    De krekel en de mier
    - Jean de La Fontaine's fabel van de krekel en de mier -
    De krekel sjirpte dag en nacht, zo lang het zomer was,
    Wijl buurvrouw mier bedrijvig op en neer kroop door 't gras
    "Ik vrolijk je wat op," zei hij. "Kom, luister naar mijn lied."
    Zij schudde nijdig met haar kop: "Een mier die luiert niet!"

    Toen na een tijd de vrieswind kwam, hield onze krekel op.
    Geen larfje of geen sprietje meer: droef schudde hij zijn kop.
    Doorkoud en hongerig kroop hij naar 't warme mierennest.
    "Ach, juffrouw mier, geef alsjeblieft wat eten voor de rest

    Van deze barre winter. Ik betaal met rente terug,
    Nog vóór augustus, krekelwoord en zweren doe 'k niet vlug!"
    "Je weet dat ik aan niemand leen,"
    Zei buurvrouw mier toen heel gemeen.

    "Wat deed je toen de zon nog straalde
    En ik mijn voorraad binnenhaalde?"
    "Ik zong voor jou," zei zacht de krekel.
    "Daaraan heb ik als mier een hekel!
    Toen zong je en nu ben je arm.
    Dus dans nu maar, dan krijg je 't warm!"

    Wie leeft van kunst gaat door voor gek.
    Vaak lijdt hij honger en gebrek.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : http://www.lafontaine.net
               De Fabels van Jean de La Fontaine, Fabel 1, Boek 1.
               Oorspronkelijke titel : La cigale et la fourmi

    13-04-2010 om 00:28 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (17)
    28-03-2010
    nieuwsgierig héAnansi - Met open mond
    Anansi - Met open mond
    - Een Surinaams verhaal over waarom de kaaiman met zijn bek open ligt -
    Kaaiman lag al geruime tijd met zijn bek wijd open, toen hij opeens dacht: "Waarom doe ik mijn mond niet dicht? Waarom lig ik er altijd zo bij, zo met mijn tanden bloot?" Hij krabde eens op zijn kale hoofd: het had iets met zijn grootvader te maken en die had het weer van zijn grootvader gehoord en die wist het weer van de grootvader van zijn grootmoeder. Kortom, dit is het verhaal van Over-over-overgrootvader Kaaiman en het begon natuurlijk allemaal met Anansi, de Meester Superspin. Die ging op een dag vissen in de vijver van Over-over-overgrootvader Kaaiman. Hij stond bijna tot aan zijn middel in het water, toen hij werd vastgegrepen.

    "Wie zit er aan mijn knieën? Wat betekent dat? Laat me los!" schreeuwde Meester Superspin Anansi. "Nee!" werd er terug geschreeuwd. "Wie is dat?" riep Anansi. "Lafaard, kun je je niet voorstellen? Laat zien wie je bent." - "Ik ben Uitsmijter," kreeg Anansi te horen. "Laat me niet lachen, een uitsmijter in een vijver," sarde Anansi. "Smijt me er dan uit, als je durft."

    O jé, daar vloog hij al door de lucht en met een klap landde de Meester Superspin meters verder op de grond. "Au, m'n billen," jammerde hij en hij bleef versuft zitten. "Die heeft je mooi beetgenomen!" lachte Over-over-overgrootvader Kaaiman. Direct stond Anansi op. Dat liet hij niet op zich zitten.

    "Je kletst," zei hij tegen Over-over-overgrootvader Kaaiman, "dat was afgesproken. Let maar eens op." Hij zocht in het bos tien stokken waaraan hij scherpe punten sleep en toen stak hij die stokken in de grond op de plek waar hij geland was. De punten wezen naar de lucht en zagen er gevaarlijk uit.

    "Zo, nu zullen we eens iemand uitnodigen om mee te gaan vissen," zei Anansi. "Ha, daar komt Tapir aan. Hé, Bofroe, heb je trek in vis?" - "Waarom niet?" zei Tapir Bofroe, "maar ik heb geen geld." - "Je hebt geen geld nodig. Loop maar met me mee." En Anansi bracht Tapir Bofroe naar de vijver en raadde hem aan tot zijn middel in het water te gaan: "Vissen voor het grijpen, man! Probeer het maar." Tapir Bofroe liep voorzichtig de vijver in.

    "Hé," riep hij opeens, "wie houdt me vast?" - "Ik!" zei Uitsmijter. "Dat is niets," zei Anansi snel, "dat is een soort uitsmijter. Zeg maar dat hij zijn werk moet doen." - "Gaat hij me er dan uitsmijten?" vroeg Tapir Bofroe verbaasd. "Inderdaad," juichte Anansi, "daar ga je." En tegen de puntige stokken gilde hij: "Vang hem op!"

    Die dag kwam Anansi met een tapir thuis en de volgende dag liet hij Konijn Konkoni 'uitsmijten' en de dag daarop was Varken Agoe aan de beurt. En zo ging dat maar door voor de ogen van Over-over-overgrootvader Kaaiman, die behoorlijk jaloers op Anansi werd, want die werd dikker en dikker van al die lekkere wildhapjes.

    "Ik lust ook wel wat," zei Over-over-overgrootvader Kaaiman en hij kroop naar de puntige stokken en trok ze een voor een uit de grond. Toen ging hij met zijn bek wijd open op die plek liggen en... verder hoefde hij niets te doen: de smakelijkste hapjes vlogen in zijn mond.

    Wat Meester Superspin Anansi ook verzon om Over-over-overgrootvader Kaaiman van plaats te laten veranderen, Kaaiman bleef liggen waar hij lag. Je kunt nooit weten, dacht Achter-achter-achterkleinkind Kaaiman. En daarom ligt hij daar zo, met zijn bek wijd open en zijn tanden bloot.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse,
                Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie"
                Lemniscaat, Rotterdam, 1990.

    28-03-2010 om 00:00 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (14)
    21-03-2010
    nieuwsgierig héDe reiger en de krab
    De reiger en de krab
    - Over een reiger die de vissen een fabeltje op de mouw speldt -
    Er stond eens een reiger aan de oever van een meer. Hij was al oud en hij wilde het liefst veel eten zonder daar moeite voor te hoeven doen. Hij stond daar met een somber gezicht, zó somber dat hij zelfs de visjes niet leek te zien die vlak bij de oever zwommen en die hij makkelijk had kunnen pakken.

    Tussen de vissen zwom ook een krab. Hij ging naar de reiger en vroeg: "Oom, waarom eet je helemaal niets en kijk je zo somber?" De reiger antwoordde: "Ik heb al zoveel jaren van vis geleefd, dat ik echt een vriend van de vissen ben geworden. Maar nu gaat er voor jullie iets vreselijks gebeuren en daarom zal ook voor mij het gemakkelijke leven ophouden, en dat op mijn oude dag... Natuurlijk ben ik somber, want een grote ramp hangt ons allen boven het hoofd, mij en allen die hier wonen."

    "Maar Oom, wat is dat dan voor ramp?" vroeg de krab.

    De reiger antwoordde: "Vanmorgen hoorde ik een paar vissers samen praten aan de oever van dit meer. Ze zeiden tegen elkaar: "In dit grote meer zitten massa's vis. Zondagavond zijn we uitgevist in de andere vier vijvers. Dan zullen we hier eens aan de slag gaan. We vissen met heel grote netten de hele zaak in één keer leeg." Je hoort het: binnen een week hebben ze alles wat hier leeft gevangen. En wat moet ik dan op mijn oude dag? Alle eetlust vergaat me!"

    Dit slimme verhaal van de reiger bracht alle vissen in paniek. Bang voor wat komen ging vroegen ze de reiger vriendelijk of hij geen uitweg wist.

    "U hebt dit nu wel gehoord, maar zeg ons toch hoe we hier weg kunnen komen. Als we hier blijven, wacht ons een zekere dood."

    De reiger zei: "Ik ben maar een domme vogel, uit een ei geboren. Hoe zou ik tegen de mens opkunnen. Maar... hier niet zo ver vandaan staat een grote tempel en daarvoor ligt een vijver, een diepe vijver vol met lotusbloemen. Het is verboden om daar te vissen. Ik zou jullie daarheen kunnen brengen op mijn rug."

    De bange vissen geloofden de slimme reiger en vroegen hem hen weg te brengen: "O goede Oom, neem ons mee! Mogen wij eerst..." riepen ze allemaal. "U hebt toch wel gehoord wat de ouden zeggen? Goede vrienden hebben hun leven over voor hun vrienden, en denken eraan dat zij daardoor de goede daden terugbetalen, die hun vrienden in het vorige leven voor hen gedaan hebben."

    Die gemene reiger lachte in zijn vuistje en dacht: "Dit gaat goed zo. Nu kan ik dat zootje makkelijk te pakken krijgen en oppeuzelen."

    Zo nam hij de ene partij vissen na de andere op zijn rug en deed alsof hij ze naar die tempelvijver bracht, maar hij vloog naar een grote rots waarop de zon lekker scheen en liet ze daar vallen en at ze op. Iedere dag werd hij vrolijker en hij bedacht allemaal boodschappen van de vissen die hij had weggebracht voor hun broeders in de vijver.

    De krab wilde ook graag meegenomen worden en hij vroeg iedere dag aan de reiger hem ook te vervoeren. Nou, dacht de reiger, ik heb wel zin in een hapje. Ik heb nu zoveel vis gegeten, ik wil wel eens iets anders proeven. Dus nam hij de krab mee. Hij vloog naar de rots.

    Maar de krab vroeg: "Oom, waar is nu die tempel met zijn diepe vijver?"

    "Zie je daar die rots? Al je vrienden hebben daar eeuwige rust gevonden en die zal jij ook heel gauw smaken!" lachte de reiger.

    De krab zag een grote hoop vissengraten en hij dacht: Mooie vriend ben jij. Je kunt beter met slangen te maken hebben, dan weet je tenminste wat je kunt verwachten. Maar het soort vriend als jij bent, dat zie ik nou eens. Je mag dan wel groot zijn en indrukwekkend, maar ik laat me niet bang maken door jou. Mijn scharen zijn scherper en sterker dan jij denkt!

    En hij sloeg zijn poten om de nek van de reiger en begon te knijpen. Hij kneep net zo lang tot de kop van het ondier van zijn hals gescheiden was. Hij nam de kop en liep ermee terug naar de vijver. Het was een lange tocht voor die kleine krab, maar hij haalde het toch.

    "Broertje, waarom ben je teruggekomen?" vroegen de vissen die nog over waren.

    "We werden ertussen genomen door die gemenerik. De vissen werden niet naar een vijver gebracht, maar op een rots gesmeten en opgegeten door die huichelaar. Maar ik heb hem te pakken genomen. Hier is zijn kop. Zijn lijf ligt op de rots en nu kunnen we hier in vrede leven, want die vissers waren maar verzonnen.".


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse,
               Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie"
               uitgegeven door Lemniscaat, Rotterdam, 1990.

    21-03-2010 om 09:01 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (17)
    11-03-2010
    nieuwsgierig héDe leeuwin en de kuikens van de struisvogel
    De leeuwin en de kuikens van de struisvogel
    - Een Afrikaanse fabel van de Masaï over rechtmatig ouderschap -
    Het gebeurde eens op de savanne dat een leeuwin welpen ter wereld bracht op het moment dat de eieren van een struisvogel uitkwamen. Een paar dagen later kregen de welpen last van schurft, en hun moeder besloot om haar kinderen te ruilen voor het gezonde kroost van de struisvogel. Deze laatste voelde niets voor de ruil maar vreesde de leeuwin en durfde niet tegenspreken. Ze vertikte het om voor de welpen te zorgen en weldra waren ze dood. Ondertussen ging de leeuwin op stap met de kuikens.

    Moeder struisvogel piekerde zich suf: hoe kon ze in godsnaam haar kinderen terugkrijgen? Ze vertelde haar verhaal aan iedereen die maar luisteren wilde, en kreeg dan steeds te horen: "Nu zijn ze van de leeuwin." Want ze waren allemaal bang.

    Tenslotte legde ze haar probleem voor aan de mangoest. Hij luisterde aandachtig en zei toen: "Kom morgen terug."

    Zodra de struisvogel weg was ging de mangoest op zoek naar een termietenheuvel met twee uitgangen. Daar liet hij de volgende dag alle dieren samenkomen voor een palaver. Het was de bedoeling dat de dieren het geding samen zouden bespreken, maar wanneer iemand het woord nam ging de leeuwin vervaarlijk grommen. De spreker hield zich dan gedeisd en verklaarde: "Het is zo klaar als een klontje: de jongen behoren toe aan de leeuwin."

    Toen iedereen aan de beurt was geweest vroeg de mangoest: "Zijn jullie allemaal klaar? Heeft iedereen gezegd wat hij wilde zeggen?"

    "Ja, we zijn uitgesproken," antwoordden de dieren in koor.

    De mangoest vervolgde: "Goed, dan wil ik ook iets zeggen. Maar ik ben nogal klein van stuk. Om er zeker van te zijn dat iedereen me kan horen wil ik jullie toespreken op deze termietenheuvel."

    Hij klom naar boven en begon aan zijn toespraak: "Dit is allemaal nogal ingewikkelde materie. Maar wie van jullie heeft ooit gehoord van iemand met een vacht die gevederde kinderen op de wereld zet? En wie van jullie heeft vrienden met pluimen en een behaarde kroost?"

    Nee, niemand had ooit van zoiets gehoord, niemand had zulke vrienden. De mangoest haalde diep adem en besloot: "In dat geval zijn die kinderen van de struisvogel."

    De leeuwin wilde zich op hem storten maar hij vluchtte de termietenheuvel in. Terwijl ze de wacht hield bij de uitgang waarin hij was verdwenen, ging de mangoest door de andere uitgang naar huis.

    Ondertussen wandelde de struisvogel weg met haar kuikens. Het is sinds die dag dat we zeggen: Meite-menayu eisdai ilopir lenyenak. Je kan een struisvogel haar pluimen niet ontzeggen.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "Masai sprookjes" verzameld door Kris Berwouts.
               Uitgeverij Elmar, Rijswijk, 1999.

    11-03-2010 om 00:00 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (11)
    07-03-2010
    nieuwsgierig héDe vos en de ganzen
    De vos en de ganzen
    - Fabel -
    Op een keer kwam de vos op een weiland, waar een troep mooie, vette ganzen zat; hij lachte en zei: "Ik kom als geroepen, jullie zitten allemaal zó netjes bij elkaar dat ik de één na de ander kan oppeuzelen." De ganzen snaterden van schrik, sprongen op en begonnen te jammeren en klagelijk om hun leven te smeken. Maar daar wou de vos niets van horen en hij zei: "Geen genade, jullie moeten allemaal dood."

    Tenslotte vatte één van hen moed en zei: "Als wij arme ganzen ons heerlijk jonge leven dan toch moeten verliezen, bewijs ons dan één enkele gunst en veroorloof ons nog één gebed, zodat we niet in zonde sterven; daarna zullen we dan op een rij gaan staan en kun je steeds de vetste uitzoeken."

    "Goed," zei de vos, "dat is redelijk en het is een vrome wens; ga maar bidden, ik wacht wel zolang." Dus begon de eerste een heel lang gebed, altijd maar 'gak, gak, gak' en omdat die gans maar niet ophield, wachtte de tweede niet tot het haar beurt was, maar ze begon ook van 'gak, gak, gak' De derde en de vierde volgden toen en weldra gakten ze allemaal in koor.

    (En als ze klaar zijn met bidden, vertel ik het sprookje verder, maar voorlopig bidden zij nog steeds.)


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "De sprookjes van Grimm; volledige uitgave" vertaald door M.M. de Vries-Vogel.
               Unieboek BV - Van Holkema & Warendorf, Weesp, 1984.
               Oorspronkelijke titel: Der Fuchs und die Gänse
               Engelse tekst: The Fox and the Geese

    07-03-2010 om 00:18 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (4)
    25-02-2010
    nieuwsgierig héDe ezel en de os
    De ezel en de os
    - Een Egyptische fabel over zich onttrekken aan zware arbeid -
    Een ezel en een os deelden eens een stal. De ezel had een gemakkelijk leven omdat zijn meester alleen zo nu en dan naar de markt reed terwijl de os iedere dag werd meegenomen om op het veld te werken. Op een nacht toen de twee dieren hun avondmaal gebruikten, klaagde de os over zijn zware leven.

    "Misschien kun jij me helpen, broer ezel," zei de os. "Wat kan ik doen om mijn meester over te halen om vriendelijker voor me te zijn, en me niet zo hard te laten werken?"

    De ezel dacht hier over na en antwoordde toen: "Ik stel voor dat je morgenvroeg net doet alsof je ziek bent en weigert het hooi te eten dat hij voor je neer legt. Als de meester ziet dat je het eten hebt laten liggen zal hij je in de stal laten. Je zal dan niet naar de velden hoeven om de ploeg voor hem te trekken. Je kunt dan van de rust genieten."

    De os nam de raad van de ezel aan en deed net alsof hij ziek was. De man die zag dat de os niets had gegeten en ziek leek nam toen de ezel in plaats van de os mee.

    Hij spande de ezel voor de ploeg en liet hem werken van de vroege ochtend tot de late avond. De ezel die niet gewend was aan dit zware werk, was geheel uitgeput aan het eind van de dag. Hij had grote spijt van het advies dat hij aan de os had gegeven.

    Toen de ezel die avond terug keerde naar de stal, vroeg de os hoe het hem was vergaan. "Ik had een hele fijn dag," loog de ezel. "Het lopen in de velden is me goed bevallen. Ik geloof echter wel dat ik je moet vertellen wat ik onze meester hoorde zeggen."

    "En dat is?" vroeg de os.

    "Welnu," zei de ezel, "ik hoorde hem met zijn vrouw praten, en hij zei tegen haar dat als de os ziek bleef ze hem zouden moeten slachten voor zijn vlees."

    De os werd helemaal wit toen hij deze woorden hoorde.

    "Ik denk daarom," voegde de ezel eraan toe, "dat het 't beste is als je weer al je hooi op zou eten voor het geval dat onze meester denkt dat je niet in staat bent om te werken."

    De os was het daarmee eens en op deze manier was het voor de ezel mogelijk om zich te behoeden voor nog meer ploegwerk.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "Waarschijnlijk een bewerking van een 1001-nacht verhaal"

    25-02-2010 om 00:00 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (10)
    11-02-2010
    nieuwsgierig héDe apen en de tuinman
    De apen en de tuinman
    - Een boeddhistische fabel over dingen toevertrouwen aan dwazen -
    Er was eens een prachtig park, vol met allerhande bomen en struiken, met her en der aangelegde bloembedden en eindeloos veel fruitbomen. Een tuinman zorgde voor het park; hij snoeide de bomen, wanneer ze teveel hout kregen, spitte de grond om en gaf de bloemen water bij droog weer.

    Het gebeurde, dat er in de stad verderop een kermis gehouden zou worden, en de tuinman wilde er erg graag naar toe. Maar wie zou er voor het park en de tuin zorgen? Als zijn meester thuis zou komen en alle bloemen kwijnend of dood zou aantreffen, wat zou hij dan zeggen! Dat mocht niet.

    Terwijl hij zo aan het peinzen was en weifelde, keek hij omhoog in de takken van de bomen en hij werd getroffen door een slimme inval. Ik moet jullie vertellen, dat er in dit park niet alleen roedels herten waren en volop konijnen en andere wezens die gewoonlijk in parken leven, maar er zaten troepen apen in de bomen die de hele dag lang klauterden en kletsten en noten kraakten en verder niets om handen hadden. En toen de tuinman naar de bomen keek, zag hij een paar apen die hij echt heel goed kende. Menigmaal was hij aardig voor hen geweest; en nu vond hij, dat ze hem hetzelfde behoorden te behandelen, omdat de ene dienst de andere waard is.

    Dus riep de tuinman: "Apen, ik heb jullie nodig!"

    Naar beneden klommen ze allemaal en in heel korte tijd zaten ze naast hem in het gras.

    "Apen," zei hij, "ik ben een goede vriend voor jullie geweest door jullie mijn noten en appels te laten eten. En nu wil ik een dag vrij nemen. Willen jullie mijn tuin water geven, terwijl ik weg ben?"

    "O ja, ja, ja," riepen de apen. Zij vonden het een geweldige grap en sprongen van de pret.

    De tuinman overhandigde dus zijn waterkannen aan de apen, deed zijn zondagse kleren aan en ging op weg naar de kermis.

    Intussen hielden de apen een plechtige vergadering, terwijl ze in een kring rond de apenhoofdman zaten.

    "Broeders," zei de apenhoofdman, "onze goede vriend, de tuinman, heeft ons de zorg voor deze tuin gegeven en voor alles wat erin staat. We moeten ervoor zorgen, dat we niets beschadigen en bovenal, dat we het water niet verspillen. Er is erg weinig water en ik geloof eigenlijk niet dat we ermee zullen toekomen."

    Het was in feite een bron, heel klein aan de bovenkant, maar heel diep en op de bodem stroomde altijd water. Je kon water putten uit die bron tot sint juttemis; maar, hoewel apen sluw zijn, zijn ze niet wijs en deze apen dachten, dat een klein, rond gat niet veel water kon bevatten.

    "Jullie begrijpen dus," ging de apenhoofdman verder, "dat jullie elke plant juist genoeg water moeten geven en niet meer; en ik geloof, dat het het beste zal zijn om te kijken, hoe lang de wortels zijn."

    Dus nam elke aap een waterkan en zij verspreidden zich over heel de tuin. Elke struik en elke plant trokken zij zorgvuldig uit en maten de wortels; en daarna gaven zij veel water aan planten met lange wortels en maar een beetje, wanneer de wortels kort waren. Dan zetten zij de planten en struiken weer terug in de gaten waar zij uit gehaald waren.

    Na een dag of twee kwam de tuinman terug van zijn kermis. Maar hoe groot was zijn afgrijzen, toen hij zag, dat bijna alle planten in de tuin stonden te kwijnen, sommige van hen dood en vele stervend, terwijl de apen overal in het rond bezig waren met het uittrekken van de rest.

    "Lieve hemel, lieve hemel, wat ter wereld zijn jullie aan het doen? Mijn tuin is vernield, mijn tuin is vernield!" De arme tuinman huilde van verdriet.

    De apenhoofdman was heel erg verbaasd. Hij dacht, dat hij erg verstandig geweest was om water te geven volgens de lengte van de wortels, en dat zei hij.

    "Verstandig!" zei de tuinman. "Verstandig noem je dat! Dwazen zijn jullie, er valt niet aan te twijfelen."

    "Dwazen zijn het misschien," zei zijn meester, die van achteren op hem toe gekomen was zonder gezien te zijn, "maar tenslotte is dat hun aard. Je had beter moeten weten dan apen voor een tuin te laten zorgen en jij bent een grotere dwaas dan zij."

    Toen stuurde hij die tuinman weg en zorgde voor een andere.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "Boeddhistische sprookjes uit de Jataka afkomstig uit het oude India"
               uit het Pali vertaald en bewerkt door W.H.D. Rouse.
               Uitgeverij Sirius en Siderius BV, Den Haag, 1981. ISBN: 90-6441-019-4

    11-02-2010 om 00:00 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (7)
    03-02-2010
    nieuwsgierig héDe leeuw en het konijntje
    De leeuw en het konijntje
    - Een Tibetaanse fabel over de wraak van een geplaagd konijn -
    Een leeuw en een konijntje woonden eens dicht bij elkaar. De leeuw gedroeg zich als een slechte buur; hij pochte en blufte tegenover het konijntje met zijn kracht, maakte het bij andere dieren belachelijk en treiterde het waar hij maar kon. Toen zon het konijntje op wraak, want zo wilde het niet langer meer voortleven.

    "Heer buurman," zei het konijntje op een dag, gezeten voor het hol van de leeuw, "stelt u zich eens voor. Daar zag ik vanmorgen vroeg een kerel, net zo groot als u, die hier rondloopt en overal vertelt dat hij de sterkste leeuw ter wereld is. Ik ken u al jaren en weet dus hoe sterk u bent. U moet deze opschepper zijn gewichtigdoenerij afleren!"

    "Heb je dan niet gezegd, dat ik er ook nog ben en er helemaal geen behoefte aan heb me met opscheppers in te laten?"

    Het konijntje maakte een diepe buiging en zei: "Ik had nog nauwelijks uw naam uitgesproken toen de kerel al een stortvloed van beledigingen over u uitstortte. Hij zei u wel te kennen en u niet eens als zijn minste dienstknecht in dienst te willen nemen."

    De leeuw beefde over zijn hele lichaam van woede en schreeuwde: "Waar is die opschepper? Ik zal hem eens wat laten zien!"

    Toen nam het konijntje de leeuw mee de bergen in. Na een vermoeiende mars kwamen zij eindelijk bij een diepe put. De leeuw baadde in het zweet. Het konijntje wenkte hem met zijn poot en fluisterde: "Psst, daar binnen zit die kerel!"

    De leeuw was met een zwaai op de rand van de put gesprongen en keek met een boze uitdrukking op zijn gezicht naar beneden. Uit de diepe put keek hem met een woedende blik zijn rivaal aan. Toen de boze leeuw nu naar beneden brulde, steeg het gebrul van de opsnijder weer naar hem terug. De kerel scheen zich helemaal niet te laten afschrikken.

    De leeuw op de rand van de put hief nu, in woede ontstoken, zijn klauw op, waarbij zijn haren van woede overeind gingen staan. De ander in de put deed precies hetzelfde. Dat was teveel! "Hij verstout zich zelfs me uit te lachen en voor de gek te houden," dacht de leeuw, zette zich schrap en sprong naar beneden. Toen het konijntje de grote plons in het water hoorde, haalde het opgelucht adem en huppelde vrolijk naar huis.


                                          * * * EINDE * * *
    Bron : "Chinese volkssprookjes"
               uitgegeven door Elmar, Rijswijk, 1990. ISBN: 90-6120-8343

    03-02-2010 om 00:00 geschreven door saagje

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:fabels
    » Reageer (11)


    Welkom bij saagje !
    Foto


    Laatste commentaren
  • Harden vol 1 (Rodolfo)
        op De mythe van Stinsterloo
  • Cheap Jerseys From China (Anthony)
        op De mythe van Stinsterloo
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op De boer en de duivel
  • Hallo Saagje,heel mooie story, (paolo)
        op De boer en de duivel
  • Piepelou Saagje (Jeske)
        op De boer en de duivel
  • Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto


    Kribbelboekboek
  • Fijne midweek toegewenst
  • Lieve midweekgroetjes blogmaatje
  • Het blijft hier stil
  • Een fijne Donderdag gewenst
  • Voor alle Papa's en Opa's een fijne vaderdag gewenst

    bedankt voor de trouwe bezoekjes
    saagje


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    E-mail mij


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Archief per week
  • 08/07-14/07 2013
  • 01/07-07/07 2013
  • 24/06-30/06 2013
  • 07/05-13/05 2012
  • 30/04-06/05 2012
  • 05/12-11/12 2011
  • 31/10-06/11 2011
  • 24/10-30/10 2011
  • 10/10-16/10 2011
  • 03/10-09/10 2011
  • 26/09-02/10 2011
  • 19/09-25/09 2011
  • 12/09-18/09 2011
  • 05/09-11/09 2011
  • 29/08-04/09 2011
  • 22/08-28/08 2011
  • 15/08-21/08 2011
  • 08/08-14/08 2011
  • 01/08-07/08 2011
  • 25/07-31/07 2011
  • 18/07-24/07 2011
  • 11/07-17/07 2011
  • 04/07-10/07 2011
  • 27/06-03/07 2011
  • 20/06-26/06 2011
  • 13/06-19/06 2011
  • 06/06-12/06 2011
  • 30/05-05/06 2011
  • 23/05-29/05 2011
  • 16/05-22/05 2011
  • 09/05-15/05 2011
  • 02/05-08/05 2011
  • 25/04-01/05 2011
  • 18/04-24/04 2011
  • 11/04-17/04 2011
  • 04/04-10/04 2011
  • 28/03-03/04 2011
  • 21/03-27/03 2011
  • 14/03-20/03 2011
  • 07/03-13/03 2011
  • 28/02-06/03 2011
  • 21/02-27/02 2011
  • 14/02-20/02 2011
  • 07/02-13/02 2011
  • 31/01-06/02 2011
  • 24/01-30/01 2011
  • 17/01-23/01 2011
  • 10/01-16/01 2011
  • 03/01-09/01 2011
  • 26/12-01/01 2012
  • 20/12-26/12 2010
  • 13/12-19/12 2010
  • 06/12-12/12 2010
  • 29/11-05/12 2010
  • 22/11-28/11 2010
  • 15/11-21/11 2010
  • 08/11-14/11 2010
  • 01/11-07/11 2010
  • 25/10-31/10 2010
  • 18/10-24/10 2010
  • 11/10-17/10 2010
  • 04/10-10/10 2010
  • 27/09-03/10 2010
  • 20/09-26/09 2010
  • 13/09-19/09 2010
  • 06/09-12/09 2010
  • 30/08-05/09 2010
  • 23/08-29/08 2010
  • 16/08-22/08 2010
  • 09/08-15/08 2010
  • 02/08-08/08 2010
  • 26/07-01/08 2010
  • 19/07-25/07 2010
  • 12/07-18/07 2010
  • 05/07-11/07 2010
  • 28/06-04/07 2010
  • 21/06-27/06 2010
  • 14/06-20/06 2010
  • 07/06-13/06 2010
  • 31/05-06/06 2010
  • 24/05-30/05 2010
  • 17/05-23/05 2010
  • 10/05-16/05 2010
  • 03/05-09/05 2010
  • 26/04-02/05 2010
  • 19/04-25/04 2010
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 11/01-17/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 26/10-01/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 24/08-30/08 2009
  • 17/08-23/08 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 03/08-09/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 29/06-05/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Welkom bij
    Foto

    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!