NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Zoeken in blog

Foto
Foto
Over mijzelf
Ik ben Journée Wilfried , en gebruik soms ook wel de schuilnaam PAPOUM.
Ik ben een man en woon in LANDEN (België) en mijn beroep is gepensioneerde , slapen, goed eten en drinken..
Ik ben geboren op 04/06/1944 en ben nu dus 74 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: wielersport en tafeltennis, geschiedenis, reisverhalen, chansons, humor..
Inhoud blog
  • EINDE
  • Adieu l'Ami - Au Revoir.
  • De Flandriens uit Limburg.
  • Les soldats russes venus en France en 1916 .
  • HISTOIRE DU TENNIS DE TABLE - FP.
    Foto
      EINDE
     VAN DEZE BLOG

      26 08 2012
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto

    J. BREL

    C'est plein d'Uylenspiegel
    Et de ses cousins
    Et d'arrière-cousins
    De Breughel l'Ancien

    Le plat pays qui est le mien.

    Tous les chemins qui mènent à Rome
    Portent les amours des amants déçus
    et les mensonges des anges déchus.

    Foto
    Foto
    Foto
    Pelgrim

    Wat zich gaande voltrekt
    in de ziel van de pelgrim
    is niet een toenemend verlangen
    naar het bereiken van zijn reisdoel,
    niet het vinden van het heilige
    aan het einde van zijn bedevaart,
    maar zijn overgave aan de ruimte,
    aan de kiezels op zijn pad,
    zijn besef van niet-weten,
    zijn afdalen in de leegte.

    Zijn benen worden zijn vrienden,
    de regen zijn lijden,
    zijn angst wordt gericht
    naar de honden langs de weg,
    het vele legt hij af en hij rust in het Ene.
    Al trekkend komt hij nergens,
    voortgaande bereikt hij niets,
    maar zijn vreugde neemt toe
    om een bloem en een krekel,
    om een groet en een onderdak.

    Zijn reisdoel en zijn thuis
    vloeien samen aan de horizon,
    hemel en aarde vinden elkaar
    op het kruispunt van zijn hart.
    Het heilige verdicht zich
    in de dieren en de dingen.
    Zijn aankomst ligt verborgen
    in de wijsheid van het Zijn.

    Catharina Visser

    Foto
    De Weg.

    In de verte gaat een pelgrim,
    eenzaam over het pad.
    Met een blik voorwaarts,
    eindeloos turen naar het pad.
    Het pad dat hem leidt,
    de wind die hem begeleidt.
    Samen èèn met de natuur,
    de geur,het geluid en omgeving.
    Daar toont de schepping hem,
    nederig dat het pad van zand
    zo hard als steen is.
    Soms ook warm,koud en nat.
    De pelgrim stapt over
    het harde pad,
    met als enige vriend
    zijn schaduw.
    Samen op hun weg.
    When we got to the sea at the end of the world
    We sat down on the beach at sunset
    We knew why we had done it
    To know our lives less important than just one grain of sand.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    En camino de Santiago
    Sur le chemin de St Jacques
    Iba una alma peregrina
    Allait une âme pérégrine
    Una noca tan obscura
    Une nuit si obscure
    Que ni una estrella lucia ;
    Que ne brillait aucune étoile ;

    Foto
    Foto

    Le patron de toutes les filles
    C'est le saint Jacques des Bourdons;
    Le patron de tous les garçons
    C'est le saint Jacques des Coquilles.
    Nous pouvons tous les deux nous donner un bouquet,
    Coquilles et bourdons exigent que l'on troque;
    Cet échange affermit l'amitié réciproque,
    Et cela vaut mieux qu'un œillet.

    Foto

    Dat een pelgrim bij terugkomst niet wordt herkend door de mensen thuis, is een geliefd thema in middeleeuwse pelgrimsverhalen. Waarschijnlijk wil de legende daarmee aanduiden, dat de pelgrim door zijn bedevaart een ander mens is geworden; hij is op Christus gaan lijken. Dat wordt uitgedrukt door de omstandigheid dat de mensen van vroeger de teruggekeerde pelgrim niet meer herkennen: hij beantwoordt niet meer aan het oude beeld, dat zijn nog hebben; de pelgrim is een nieuwe mens geworden.

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Betrouw geen pelgrim met een baard
    Die met een schooikroes geld vergaart
    Al beed'lend langs de wegen sjokt
    En met een deerne samenhokt.



    Priez pour nous à Compostelle - Barret et Gurgand - 1977.

    Par milliers, par millions, le besace à l'épaule et le bourdon au poing, ils quittaient les cités, les chateaux, les villages, et prenaient le chemin de Compostelle. Gens de toutes sortes et tous pays, ils partaient, le coeur brulant, faire leur salut au bout des terres d'Occident, là où la mer un jour avait livré de corps de l'apotre Jacques.
     
    Foto
    Foto
    Ik had het eerst
    niet in de gaten,
    en opeens
    zàg ik het spoor
    dat jij voor mij
    hebt nagelaten.
    Mon père .

    Assis dans un vieux fauteuil
    Recouvert d'un plaid usé,
    Il rêve de son passé,
    En attendant le sommeil.

    La fumée d'un cigare
    Flottant au-dessus de lui,
    D'une auréole, pare,
    Sa tête grise, de nuit.

    Vêtu d'un pantalon gris,
    Chemise de flanelle
    Sous le tablier bleu sali.
    Sa casquette est belle.

    Il sait déjà que demain,
    Sera le grand jour pour lui.
    Mais il ne regrette rien,
    Et partira seul sans bruit .

             
              ***
    Foto
    La mort .

    Le jour où tu viendras,
    A l'aube d'un matin,
    Me tendre les bras
    Me chercher par la main,
    Entre comme moi
    Par le fond du jardin.

    Tu essuyeras tes pieds
    Sur le grand paillasson,
    Pour ne pas marquer
    Tes pas dans le salon,
    Et n'oublie pas d'ôter
    Ton noir capuchon.

    La table sera mise
    Et le vin bien chambré,
    Quand tu sera assise
    Nous pourrons le goûter,
    Avant que je ne suive
    Ton ombre décharnée .

    Mais si tu préfères
    Par surprise me faucher,
    Au début de l'hiver
    Ou au soir d'un été,
    Pousse la barrière
    Elle n'est jamais fermée.

    Avant de m'emporter,
    De rendre ma valise,
    Laisse-moi griffonner
    Une dernière poésie
    Où je ferai chanter
    La beauté de la vie.

    Ce n'est pas ce matin
    Que je quitterai le port,
    Puisque de mes mains
    J'ai caressé si fort
    Ses lèvres de satin
    Que je t'oublie, la mort.


              +++
    Foto
    Foto
    Foto
    SEUL  SUR  LE  CHEMIN .

    J'ai traversé des villes,
    J'ai longé des cours d'eau
    J'ai rencontré des îles
    J'ai cotoyé le beau !

    Tout au long du voyage
    Rien ne m'a retenu
    Même pas un signe de croix
    Tracé d'une main tremblante.

    Le vent, la mer, la pluie
    M'ont façonné le coeur.
    Je suis leur propre image,
    Immuable douleur.

    Je fais signe aux oiseaux,
    Seuls amis de ce monde,
    Qui m'entraînent dans une ronde
    A m'en crever la peau.

    J'ai traversé des coeurs,
    J'ai rencontré des bras,
    J'ai caressé des fleurs,
    J'en ai ceuilli pour toi.
    Foto
    Foto
    Foto
    卓球
    Настольный теннис
    टेबल टेनिस
    Стони тенис
    เทนนิสโต๊ะ
    Bóng bàn
    탁구
    تنس الطاولة

    TENNIS DE TABLE
     MESATENISTA
    PING PANG QIU
     TISCHTENNIS
    TABLE  TENNIS


      photos courtesy  ITTF 


    乒乓球
    Stolni tenis
    Tenis Stolowy

    ITTF    TABLE   TENNIS 
        Classement mondial 
         26 - 08 - 2012  
    World  Ranking
    Weltrangliste
    Ranking Mundial
    Värlen Rangordning
    Classifica Mondiale 

    MESSIEURS :

    1. ZHANG Jike - CHN
    2. MA Long - CHN
    3. XU  Xin - CHN
    4. WANG  Hao -
    CHN
    5. MIZUTANI Jun - JPN
    6. MA  Lin  - CHN
    7.  BOLL Timo -  GER
    8. CHUANG Chih-Yuan - TPE
    9. OVTCHAROV Dim - GER
    10. WANG  Liqin - CHN
    11.  JOO Se Hyuk - KOR
    12. OH Sang Eun - KOR

    --    DAMES :
    1. DING Ning - CHN
    2. LI Xiaoxia - CHN
    3. LIU Shiwen - CHN
    4. GUO Yan - CHN
    5
    . ISHIKAWA Kasu - JPN
    6. FUKUHARA Ai - JPN
    7. FENG Tianwei - SIN
    8. KIM Kyung - KOR
    9. GUO Yue - CHN
    10. WANG Yuegu - SIN
    11. WU Yang  -  CHN
    12. TIE Yana - HKG

     

    Info  =  www.ittf.com 
    ( anglais,allemand,chinois).

    http://www.ittf.com/_front_page/itTV.asp?category=ittv_New

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    December 1990 - Pantoum.

    De noodklok belt slechts éénmaal
    Komt weldra de ultieme speeltijd
    Ademen voor de laatste maal
    Gelukkig geen haat noch nijd
    Toch af en toe een flater
    Een zorg is dit voor later
    Lopen van os naar ezel
    Toch af en toe een flater
    Niet knikkers tellen, wel het spel
    Lopen van os naar ezel
    Dagelijks goed aan de kost
    Niet knikkers tellen, wel het spel
    Verwachtingen zelden ingelost
    Dagelijks goed aan de kost
    De beste blijft mijn moeder
    Verwachtingen zelden ingelost
    Water is het kostelijkste voeder
    De beste blijft mijn moeder
    Om bestwil een toontje lager zingen
    Water is het kostelijkste voeder
    Op zoek naar de diepte der dingen
    Om bestwil een toontje lager zingen
    Komt het varksken met de lange snuit
    Op zoek naar de diepte der dingen
    Nu is dit pantoumeke bijna uit
    Komt het varksken met de lange snuit
    Ademen voor de laatste maal
    Nu is dit pantoumeke bijna uit
    De noodklok belt slechts éénmaal.

    Tibertyn.    ***
    Foto
    Kleine mensenhand
    strooit op winterse dag
    kruimels voor de mus.

    Schelpen op het strand
    die worden door de branding
    voor ons kind gebracht.

    Molens in de wind
    draaien, draaien, en draaien
    in het vlakke land.

    Kerstman in de straat
    borstelt met grote bezem
    sneeuw weg van de stoep.

    De dode takken
    breken af bij felle wind
    van de avondstorm.

    Kreten in de nacht
    van kikkers in de vijver
    lokken de reiger.

    Hulpeloos jong lam
    verloren tussen struiken
    waar de wolf vertoeft.

    De werkzame bij
    zoekt in de roze bloesems
    lekker naar honing.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    The country with the biggest population in the world, the People's Republic of China, regards this sport as the most important.”

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    De pelgrim.

    Hij is op de weg alleen 
    al weet hij nog niet waarheen
    maar ergens stond geschreven
    dat hij die richting moest gaan
    en aarzelt hij soms even
    langs de eindeloze baan
    terwijl hij in zijn hart voelt
    dat velen eerder gingen
    mijmerend over dingen
    terwijl een windje afkoelt .
    Verder dan Rome loopt de weg.
    Ervaringen van een pelgrim.
    02-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ROME 1996 - Ik ben niet Giacomo Casanova.
    VENEZIA.
    Verzadigd en moe besluit ik om weer op de overzet te stappen naar  Zitelle, terug naar Olive en mijn bed in de jeugdherberg. Daar is het even druk als de dag voordien. Alle kamers zijn bezet . Ik neem een douche, en zoals ik nu reeds gewoon ben , was ik onder dezelfde waterstralen ook nog twee T-shirts, een badhanddoek, en de sokken die vandaag mijn voetgeuren hebben opgeslorpt. Ik heb geluk, want ik kan nog net een overblijvend bonnetje bekomen voor het avondeten. Wat later koop ik een brik fruitsap, en om mijn dagelijkse bladzijden te schrijven in mijn dagboek ga ik in een kalme hoek aan een tafeltje zitten. Mijn kop werd op deze dag overbeladen, want ik mocht zoveel waarnemen en ervaren.  Naast mij komt een vrouw zitten. Zij schrijft ook wat in hààr schrijfboek.  De gemeenschappelijke bezigheid brengt ons tot elkaar. Een conversatie start en zal meer dan twee uren duren.  Deze lady komt uit Australië. Ouderdom  midden in de dertig. Zij is al acht maanden op reis om overal wat te leren over kunst met glas. Zij is een bekende kunstenares en reist met een studiebeurs van het Ministerie van Cultuur van haar land. Af en toe  werkt zij wel ergens, meestal als helpster van andere glaskunstenaars. Voor kost en inwoon, en om in het vak beter te  worden, brengt zij dan haar dagen door met het stoken van een vuur, om glas te smelten, te bewerken, om te toveren tot schoonheid.  Met haar beurs van artieste  en met een uitkering van invalide is het haar mogelijk nog levenslang op reis te blijven.

    Dit schone leven van reizende artieste was er gekomen  nadat zij op weg naar haar werk van secretaresse werd verpletterd door een auto. Zij werd zwaar gewond naar het ziekenhuis gebracht. Een zeer lange lichamelijke en geestelijke revalidatie volgde. Tijdens deze periode herschoolde zij zich via zinvolle handenarbeid . Zij werd langzaam een kunstenares in glaswerk.  De schoonheid van het glas laat haar die hele zwarte periode uit haar jong leven vergeten. Zij verklaart mij dat zij naar Venetië is gekomen omdat er een tentoonstelling loopt, verspreid over verschillende paleizen , waar befaamde kunstenaars hun glazen creaties exposeren. 

    Inderdaad, in het Dogenpaleis zag ook ik vandaag kunstgedrochten uit glas in alle kleuren. Ik  beken aan de schone van het schone glas, dat een beest als ik, tijdens mijn observatie van Venetiaans erfgoed,  tussen oud meubilair, wapens, tapijten, kaarten, schilderijen, en beelden ,  weinig interesse had voor dat glas.  De kunstenares uit het kangoeroeland legt me daarom uit wat kunst is,  en wat in 1996 glas betekent in de kunst. Zij raadt me aan om de boot te nemen naar het eiland Murano en daar zullen mijn ogen dan wel open gaan.  Daar kan ik het schoonste glas ter wereld bewonderen. 

    Nadat ik haar mijn tocht heb uitgelegd, begrijpt zij mijn drang om de volgende dag al weer verder te fietsen. Het aanbod in Venezia is grenzeloos  en  het is niet mogelijk dat de bezoekers er nog langer blijven plakken dan voorzien   -  dat willen zij trouwens allemaal - want er is al te veel volk te Venetië.  Door het gewicht van mensen, gebouwen, jaren, kunstwerken, geschiedenissen, romances, muziek, carnaval, zonden,  ... en wat ook nog,  zakt deze stad langzaam maar zeker weg in de moerasbodem waarop zij staat.

    We delen koekjes, kaasjes, knabbelen en babbelen nog over vele onderwerpen. Zij praat veel,  is niet dom  en niet gevaarlijk voor een eenzame man, want in haar ogen blinkt kunst en geen lust. Om 23u30 hebben we mekaar nog alles niet verteld, maar het lokaal wordt gesloten.  We nemen afscheid.  Ik geef haar mijn adreskaartje in België . Zij is niet van plan Brussels te bezoeken.  Maar haar leven is vol van  veranderingen. Zij leeft als een  vogel. Enige dagen eerder woonde zij nog  rustig in Minnesota en plots vloog zij dan naar Venetië voor de Tentoonstelling.
    Op haar vijfentwintigste was zij al bijna dood en nu wil zij intens leven, zonder banden of verplichtingen.
    Mijn taalgebruik in het Engels liet me niet in de steek.  Wij verstonden mekaar heel goed. Ik ga naar mijn kamer en ik heb het gevoel dat er een dag in mijn leven zal komen dat ik ook eens naar Australië zal vliegen.

    Die rare Iraniër uit Hamburg is niet meer op de kamer. Allemaal andere gezichten.  Rugzakken. Wandelschoenen; Kledij  met een reukje.  Iedereeen slaapt reeds.  Doodmoe. Acht bedden op één kamer. Naast mij ligt een Japanner met een brilletje. Slapen in Venetië. Venetië de schone die slaapt.
    Het  is te uitputtend om  veel van Venetië op korte tijd te willen zien. Ik zag te weinig schilderijen.  Zelfs de Kuise Susanna van Tintoretto heb ik niet gezien. Ik zag geen markten, geen arsenaal, weinig kerken, amper een paar paleizen, geen patriciërswoningen. Een maand, een jaar, de rest van mijn leven , zou ik hier kunnen blijven.
    Het is te uitputtend om een loslopend kangoeroe vrouwtje uit Minnesota te willen versieren, zelfs in de omgeving waar Giacomo Casanova  en anderen het voorbeeld gaven.

    Mijn tocht loopt verder. De weg is belangrijk;  Ik ben een pelgrim.
      

    02-05-2009 om 00:29 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rome 1996 - Op het San Marco Plein.

    QUIET DAYS IN VENICE.

    Schuivend over het water voel ik me in een kortstondige droom als een Venetiaans koopman die zijn thuishaven terug binnenvaart, met emotie en fierheid in zijn lijf,  met een schip vol reiskoffers gevuld met waren uit verre landen., met peperbolletjes, wapens, bont, kant en zijde, tapijten, wapens, relieken, edelstenen, vazen, olie  ... .
    Straks zal ik het stapelhuis van mijn familie binnenstappen met de glimlach na een tocht van meerdere seizoenen. Ik zal de verloren zoon zijn die terug komt, de held van allen.  Mij zullen zij omhelzen,  mij zullen zij goudstukken geven voor wat ik meebracht. Venezia, ... Ik ben Polo en hier ben ik terug !  
    Maar plots schudt daar iemand aan mij en vraagt om een foto te maken. Twee Hollanders , in hetzelfde bootje als ik, overal ter wereld kom je ze als Vlaming tegen en herken je ze na een paar woorden. Door hen verlies ik mijn aandacht en plots moet ik al van de lijnboot Fusina-Venezia afkruipen met mijn fiets en bagage.  Ik sta terug op het droge.  Ik ben in Venetië en midden in een  zee van mensen, van grote oude gebouwen, van kabbelend groen water waarvan de geur me onbekend is. Ik zie een bord waarop 'Zitelle' staat  en daar  wil ik geraken. Ik wurm me zonder twijfel tussen de menigte door, en ' hup'  dan spring ik samen met Olive op een stampvolle watertram , een vaporetto die naar Zitelle vertrekt.  Ik heb nog tickets op zak,  maar ik zal later ontdekken dat die niet tellen op dit tweede vaartuig.  Ha, ha, ... ik ben dus clandestien aan het dobberen op het water van Venetië en ik hou mijn fiets dicht bij me. Na enkele minuten zijn we al op het eiland Giudecca aan de Internationale Jeugdherberg, een stevig gebouw dat gemakkelijk te vinden is tussen de vele krotwoningen van het voormalige jodengetto. Mooie aankomst.  Bravo . Zal er nog plaats zijn ?
    Er is plaats. Ik kan mijn fiets veilig opbergen in een ruime kamer . Ik zal er kunnen eten aan voordelige prijzen in een grote eetzaal, zoals in een school. Een paar propere lakens en  twee nachten mag ik slapen op bed 4 van kamer 202.
    Met mijn kredietkaart betaal ik 46.000 lires. Weldra sta ik in mijn blootje onder de douche. Heerlijk loopt het warme water over mijn pelgrimsvel. Ik voel me goed en ben fier op mezelf. Wat een prestatie was dit  !  Tussen Mira en hier heb ik gerealiseerd wat ik niet voor mogelijk achtte. Venezia moet een groot reiziger als ik wel echt graag zien.  Met open armen en open benen was zij op mij aan het wachten. La serenissima trok me naar zich toe met een lange tedere zuigkus. Hier ben ik nu. Fantastisch  !
    Ik trek jeans, hemd, en schoenen aan , want het is al tijd om aan te schuiven voor het avondeten. Na het kopen van een bonnetje kan ik een bord met macaroni en vis bekomen. Een negerinnetje deelt dit voedsel uit. Iedereen moet in de rij staan en zijn beurt afwachten. Er zijn jonge mensen uit alle delen van de wereld  en soms ook wel wat oudere gasten, zoals die pelgrim met grijze baard uit  Walshoutem aan de Molenbeek. Wat later bel ik naar huis.  Mijn zestienjarige dochter vertelt me goed nieuws.  Ik heb immers iets gewonnen, maar zij weet niet wat.  Had ik niet meegedaan aan een pronostiek over de Ronde Van Frankrijk ?

    Wat een dag, wat een avond, wat een leven, wat een stad  !

    Gewonnen thuis, hier wandelen langs het zeewater, en daar ginds in de verte aan de overkant Venice by night, als een kerstboom verlicht met duizend kaarsen. Om zeker te zijn dat dit allemaal waar is pits ik eens goed in mijn eigen wang en .... Ja, een pijngevoel bewijst me dat ik niet droom, maar dat dit alles werkelijkheid is. Terug aangekomen in mijn logement na een lange avondwandeling , wanneer de eerste koude van de nacht me reeds treft, voelt Giudecca een beetje mysterieus aan, zelfs wat angstwekkend. De grote eetzaal is gevuld met Aziaten. Ook op mijn kamer slapen er al. Een kamergenoot komt uit Hamburg, heeft de Iraanse nationaliteit, spreekt Engels  en is bijna afgestudeerd als dokter, een zwervende jonge Vesalius uit deze tijd . Ik vertel hem mijn story over Nima Ibrahimnejad de student-wielrenner die ik hielp koersen in België.  Die jonge kerel uit Hamburg stelt me al onmiddellijk voor om in december samen naar Iran te reizen met de auto. Mooi voorstel, maar ik betrouw die man toch niet.  Veel later , al voorbij middernacht, klautert er nog een Japanner in het bed boven mij.

    Vrijdag 14 september. Douche. Belangrijke dag. Ontbijt met thee en koekjes. Topforme. Venice here I am !
    Betrouwend op de flinke zolen van mijn Mephisto shoes verlaat ik opgewekt Giudecca. Ik verwacht dat dit een mooie maar zeer zware dag zal worden.  De zon ziet me al bewegen  in Venezia, hart van de wereld, koningin van de zee. Ik weet nu dat ik een ticket moet kopen en dat een betrapte zwartrijder op de watertram of op de bootbus het tienvoudige moet betalen  (30.000 lires) indien een controleur van het openbaar vervoer hem pakt. Ik heb een klein plan van de stad, maar ik vermoed dat ik toch een betere kaart moet kopen, want VenetIë is een moeilijk oud web om op avontuur te gaan. Er zijn voor de toeristen evenwel veel pijlen aangebracht, en ik besluit van deze speciale wegwijzers zoveel mogelijk te volgen. Eerst zwerf ik door de sottoportegi, de steegjes, en over de gebochelde bruggetjes. Ik snuif de atmosfeer op, probeer te wennen aan deze merkwaardige stad zonder wielen, met het element water dat kasseistenen en beton vervangt, met bootjes die voor taxi spelen, van een schoonheid die nergens anders is te zien. Vervallen huizen, waartussen soms ook nog verwaarloosde tuintjes, stenen balkons, oude fonteintjes, stille kerk, ruiterstandbeeld vol duivenpoep, flesgroen water, verrot dat kreunt tussen steen en nat. Een labyrint, arcaden, ranke gondels die glijden op het klotsende water doorheen de kanalen. Het water versluiert het verval van Venetië en tovert het om tot schoonheid.

    In de XVI-de eeuw dreven niet minder dan tienduizend gondels op de kanalen, nu nog maar vierhonderd.  Hun aantal verminderde met de glorie van de stad.  Zo'n gondel is xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />10,15 m lang, 1, 40 m breed, en weegt 700 kgr. Om een gondel te bouwen zijn er precies 280 stukjes hout nodig. Een wet uit 1562 besloot dat alle gondels in een sobere zwarte kleur moeten worden geverft. Dit was gewoon één van de vele wetten te Venetië die nodig waren vroeger om de overbodige luxe te bestrijden. Een gondelier is een beschermd vakman van uitstervende soort. Eens was zo'n man een lid van een zeer machtige gilde. Een opleiding van drie jaren is voorzien om deze stiel te leren, maar alléén zonen van vaders die ook gondelier waren mogen deze opleiding volgen.

    Venetë is triest en melancholiek , met de schaduw van de dood die over haar hangt.  Deze oude schone is in slaap gevallen en zinkt weg in een waterkussen. Zij rust en steunt al duizend jaar op miljoenen larikshouten palen die in haar bodem werden geheid.  De anonieme auto bestaat te Venetië niet. Er zijn geen parkeermeters, geen benzinestations, geen zebrapaden, geen verkeersagressie, geen flitspalen, geen parkings. Het dagelijkse tempo van de Dogenstad is zoveel trager dan elders; De mooie gondels varen immers nooit sneller dan 5km per uur.
    Zo'n spoed doet een mens goed.  Venice I  love you .


    Na het gewone van het stadsbeeld zoek ik het buitengewone, het kundige en kunstige. In de stad van steen , door water omspoeld, bezoek ik het Dogenpaleis, de Campaniletoren, het Correr Museum, de schatkamer van de kerk, de Ca'd'Oro, de Rialto, en het Canal Grande. Terwijl vele andere steden ook prachtige kunstschatten bezitten, is Venetië zelf een kunstschat.  De avenues op het water werden gevormd door de menselijke fantasie. In de file voetgangers schuif ook ik San Marco binnen om te kijken met mijn ogen naar wat Venetië vroeger schoon, verheven en heilig vond. Boven op de hoogste toren overschouw ik het unieke panorama. Ik kan ze niet geteld krijgen in het zonnelicht, maar de 118 eilandjes, de 117 grachten, en de 450 bruggen , zijn nog steeds aanwezig in deze stad op het einde van de XXste eeuw.  Te Venetië wonen  96.000 autochtonen , maar iedere dag bezoekt een vloedgolf van minstens 40.000 toeristen er de enkele vierkante kilometers vaste grond.
    In de zaal van de Grote Raad bewonder ik met verbazing  ' Het Paradijs van Tintoretto ' . Dit is een geweldig groot en breed schilderij , van links tot rechts meet zij 54 m . Lang geleden stond voor deze schilderij een jonge kunstenaar, de toen 23 jaar oude  Pieter Paul Rubens. Hij bleef met grote open ogen  lang staan  en een gedachte kwam in zijn kop . Misschien dacht hij toen wel   ' Zo iets ga ik ook eens proberen ... !' . Anno 1600.
    Nabij de Ponte dei Sospiri, de beruchte Brug der Zuchten, bezoek ik enkele kelders met afschuwelijke cellen, waar de machtige Doge  zonder medelijden tussen de ratten in stinkende vochtigheid  de gevangenen liet verhongeren en vergeten. Maar van al wat de unieke stad biedt bekoort toch het San Marco plein me het meeste. 








    http://www.youtube.com/watch?v=pBpLFKfP3A4
       -  Petite Fleur  - Sydney Bechet .

    In januari 828, toen in Europa relieken van heiligen  zeer kostbaar  waren, werd het lichaam van de evangelist Marcus gekocht op de zwarte markt van Alexandrië in Egypte. Twee kloeke zeevaarders, Buona di Malamocco en Rustico di Torcello verwezenlijkten dit volgens de wens van hun doge. Zij bedolven de mummie onder een vracht  varkensvlees. Toen zij op zee het bezoek kregen van Moorse piraten waren die omwille van hun godsdienst vies van dat vlees,  en zij roerden het niet aan.  Zo konden die relieken Venetië bereiken, zelfs na plundering van het schip.  Deze smokkel was zo winstgevens als trafiek van drugs in onze dagen. De doge plaatste de relieken van San Marco in een mooie kerk.  Vanaf  840  reeds stroomden duizenden pelgrims toe om de heilige evangelist eer te bewijzen.

    Door een andere business werd Venetië nog rijker. Een deal werd afgesloten met de leiders van de vierde kruistocht, waaronder graaf Boudewijn IX van Vlaanderen.  De christelijke legeroversten hadden een te klein budget om  10.000 manschappen over de zee naar Egypte te brengen om daar een oorlog tegen de Turken te beginnen. In plaats van nieuwe schepen te bouwen huurden zij schepen aan de Venetianen. Maar die vroegen voor de klus een enorme prijs, zodat het nodig was van onderweg wat karweien uit te voeren , de ene dienst is immers de andere waard.  De kruisvaarders  die in princiepe voor de eer en voor hun geloof ten strijde trokken, veranderden hun doelstellingen. Voor het schone geld aanvaardden zij van verschillende havens en steden aan te vallen,  plaatsen die commerciële concurrenten van de Venetiaanse kooplui waren. Hoe meer de kruisvaarders hun zakken vulden onderweg hoe meer  zij nog verder met plunderingen doorgingen. Rijk worden wilden zij liever dan sterven voor Jerusalem, en de schatkamers en de kunstwerken van  Constantinopel trokken die mannen uiteraard ook aan.  Bijna alles werd daar gepikt en op Venetiaanse schepen geladen. Het voornaamste uit die tijd is de Quadriga, een groot geheel van vier bronzen paarden die een renwagen op twee wielen trekken.  Dit was altijd het  nec plus ultra voertuig van de Goden en van de Keizers in de klassieke oudheid.

    Op alle mogelijke manieren vergaarden de Venetianen rijkdom. Hun basis werd machtig  niet zozeer door rijke handel op de markten, of door smokkel, diefstal, plundering, piraterijen gefoefel.  Zij hadden verbluffend veel zelfvertrouwen, waren wijs en onbevreesd, hadden een uitzonderlijke flair om zaken te ontwikkelen. Zij waren goede diplomaten , keiharde onderhandelaars. Zij durfden de zaken in het groot aanpakken.  Zo verwierven zij gedurende een lange periode het monopolie van de buitenlandse handel. Zij hadden ook vijanden, waren omringd door afgunst, maar toch probeerden zij overal hun goede relaties te behouden, want dat was essentieel om te kunnen kopen en te mogen verkopen. Zij hielden niet van oorlog. Nochtans hadden zij kapitaal genoeg om veel huurlingen te betalen en zo conflicten gewapend op te lossen.  Tussen Paus en tussen Keizer bleef de Doge zich zo neutraal mogelijk  houden.  

    Zelfs in oorlogstijd bleven de Venetianen handel drijven.  Venetië was een open stad  zonder hoge muren om vijanden weg te houden. Zowel langs de zeekant als langs het land konden vreemde strijdkrachten binnen komen.
    De toen verschrikkelijke Napoleon probeerde Venetië te veroveren.  Op 15 mei 1797 was het Franse leger zonder vechten meester geworden van de stad.  Napoleon deed geweldig. Hij schafte de Republiek af, veranderde oude wetten , maakte er nieuwe. Vele eigendommen gingen over in Franse handen. Hij liet zijn revolutionnair leger plunderen en vernielen. De inwoners van Venetië lieten zonder tegenstand alles gebeuren. Zij waren vriendelijk tegen de  4.000 Fransen.  Meer nog, die ongevraagde gasten  kregen eten en drinken à volonté.  Er werden feesten gehouden,  frivole bal masqués, met bevallige courtisanes en grote rosse vrouwen die nog meer konden zuipen dan de bezoekers.  De hogere militairen kregen het beste van het beste, op alle gebied. De rijkste Venetianen  begonnen te gokspelen  voor nooit geziene sommen tegen  Franse hoofdmannen  Vermits zij experten waren , wonnen zij al vlug een groot deel van de afgestane oorlogsbuit terug.

    Napoleon sprak  ... '  Dit is het mooiste salon van Europa, dat waard is de hemel tot plafond te hebben.'  althans op één van de eerste dagen.  Na een week begreep Napoleon wat er aan het gebeuren was.  Zijn leger was eigenlijk gestationeerd in het grootste bordeel van Europa.  Nog een week langer blijven in Venetië , en dan  door te veel consumptie van genoegens zouden zijn  4000 manschappen , het beste leger dat toen bestond, totaal ongeschikt zijn geworden voor het harde militaire bestaan.  Waarom trouwens nog in het leger blijven  op strozakken slapen met snurkende kameraden die zweetvoeten en vlooien hebben, als je zoals Casanova in een mals proper bed   tussen twee welriekende dames de nachten  kan doorbrengen . Napoleon liet zijn trompetblazers de algemene verzameling bijeenroepen.  Hij schonk de stad terug aan de Oostenrijkers, liet alles liggen wat er was, en  zonder veel militaire glorie vertrok La Grande Armée terug  van waar het gekomen was. De Vrede van Campo Formio was het einde van deze militaire campagne .

    Op de zeven zeeën varen de schepen van Venetië al lang niet meer.  De hedendaagse Venetiaan is echter meestal nog steeds in zaken, grote en kleine.  De toerist ziet dat de Venetiaan nu zich beperkt tot de stielen  van gondelier, hotelier, winkelier, gids, fotograaf, barkeeper, ijsjesventer, boetiekhouder, enz ... . Klanten zijn er genoeg. Maar de winsten zijn onvoldoende om de paleizen en de kanalen te onderhouden.
    San Marco.  Wat een stad toch  !  Wat een plein  !

    Een duif komt op mijn schouder zitten.  In Venetië zouden sedert altijd meer duiven leven dan mensen. Heel het plein is vol duiven, vooral zwarte duiven met groen-gouden krobben ,en dan ook nog veel andere vriendelijke vogels die allemaal apart uit een duivenei  zijn gekomen op de een of de andere dag.  De duiven zitten in kladden rond de toeristen die eten strooien. Soms vliegen zij voor een onbekende reden plots weg als een fladderende wolk boven de menigte. Ik kom aan een café met terras waar een glas prikwater evenveel kost als een bak bier die thuis wordt geleverd door onze brouwer . Er is daar een reden voor. Een leuk orkestje speelt er evergreens  en ik blijf van op afstand luisteren naar   Que c'est triste Venise, Petite Fleur, Summertime, Stranger in the night, en zelfs  A bicyclette. Zij stoppen voor een pauze echter, en dus loop ik maar verder.  Er is nog zoveel te zien.

    Na smalle straten kom ik , een andere richting volgend, langsheen Canal Grande. Verweerde gevels. Oude pakhuizen.  Nog grotere gebouwen. Indien de stenen van Venetië zouden kunnen praten, dan zouden zij vertellen van de grootse dagen van vroeger, toen de machtige Doge in zijn karmozijnrode mantel tussen het volk verscheen om de zeehelden te omhelzen die met grote praal  terug binnen kwamen.  Soms ook op feesten, processies, regatta, carnaval, en andere evenementen stapte de belangrijkste man van deze stad rond op de grond waar een gewone sterveling als ik, met reeds pijnlijke voeten, op dit uur rondzwerft.

    Ik eet een sandwich en een horentje gelato, drink een blik cola, offer wat munten in een kerk ,en ik blijf  rondlopen tot wanneer ik moe ben en stil sta. Ik ben ondertussen ver van San Marco, maar met een vaporetto, mits het nemen van een corsa semplice, bereik ik dra terug  het plein waar het meeste volk is. Doch ondertussen is het beginnen te regenen. Duizend regenschermen bewegen nu hun rondingen door Venetië. Mensen uit vele landen schuilen vriendschappelijk samen, warm tegen mekaar, op de overdekte plaatsen waar de vloer nog een tijdje droog blijft.  De onvermoeibare muzikanten op het terras met het dure water, schuilen nu met hun instrumenten onder een grote doorschijnende plastiek en zij spelen verder terwijl de regen gratis uit de hemel valt op Venetië , een plaats op deze aarde waar toch al zoveel water teveel is.  Jesus, wat een verspilling,  laat het toch regenen in Palestina of in Somalië.!  Maar hoe mooi is dit dan toch .

    Ik luister weer naar  Petite Fleur.  Maar, .. Hé, nu spelen zij niet meer Stranger in the Night,  maar wel  ...  Stranger on the Shore.  Jongens, niet vals spelen, ... ook ik ken mijn evergreens nog. Ik ben erg onroerd door deze muziek 
    Venetië, een natte namiddag in september, toeristen, zwervers, artiesten, verliefden, schoolmeisjes, kunstminnaars, een oudere dame behangen met juwelen, een magere man die graantjes verkoopt voor de duiven, een Japanner met twee camera's, een ober die martini's brengt, en dan nog vele anderen, en ik ... die hier zit op deze Piazza San Marco met vermoeide benen, maar toch zeer gelukkig. Mijn uren in deze stad lopen verder en zijn beperkt
    Tijd wie of wat ben je ?  Op de Torre dell'Orologio geven de mechanische morianen  de precieze tijd aan en zij doen dat reeds sinds vijf eeuwen. Is dit wel echt, of  ben ik maar in een theaterzaal voor een stuk van Goldoni , de Italiaanse Molière ?

    Een merkwaardigheid van deze stad is dat er nooit beroemde politieke figuren zijn groot geworden. De doges waren oneindig machtig , maar noch hun namen noch hun gezichten werden op de golven van de geschiedenis naar onze tijd gebracht. Tijdens de 1100 jaren  dat Venetië een onafhankelijke staat was zijn er 120 verschillende doges geweest. Maar we kennen de namen niet van deze mannen, noch van hun familieleden, noch van de vrouwen en kinderen die zij hadden. Nooit profileerden zij zich sterk boven hun tijdsgenoten uit . Zij waren altijd slechts een draad in een weefsel, een draad die er zelfs kon uitgetrokken worden zonder dat er een gaatje ontstond. Venetië was immers zeer lang geleden reeds een welvarende city,  een groot multinationaal bedrijf,  waar orde, maat, evenwicht en kwaliteit is geweest.  Managers, kapiteins, doges, ambtenaren, verkopers, die begonnen te disfunctioneren werden op tijd en stond zonder veel wrijvingen vervangen door de opkomende krachten. Zich opvallend gedragen  en zich boven de anderen verheffen werd niet gewaardeerd . De Venetiaan achtte de faam van Venetië in haar geheel veel belangrijker dan zijn persoonlijke faam. Elkeen was zeer loyaal en trouw betrokken in het wel en wee van de Republiek. Eigen hebzucht kwam ver op de tweede plaats en fraudeurs waren er afwezig.  Wellicht was dit alles het geheim van het welslagen in de Gouden Tijden van Venetië .

    http://nl.netlog.com/go/explore/videos/videoid=nl-3331970  STRANGER ON THE SHORE  ACKER BILK

    " Hier vindt geen verraad plaats. Hier gaat gunst niet voor recht, hier gebiedt de grofheid niet, hier steelt men niet, hier gaat men niet voor de bijl ..."
    (  Pietro Aretino /  1492- 1557 )




    28-04-2009 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    20-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Plus d'un milliard de Chinois et lui.

    Il vient d'etre nommé président de la planète Ping en Chine.


    Cai Zhenhua, l’Invincible

    Cai Zhenhua a été entraîneur de l’équipe chinoise masculine de ping-pong, dont entraîneur-chef de 1989 à 2004. Sous sa direction, l’équipe a remporté coup sur coup la médaille d’or , tant aux JO de 1996 qu’à ceux de 2000. Un exploit unique parmi les équipes chinoises.  En fait, c’est Cai qui a fait que l’équipe est passée de la frustration à la victoire. En 1989, après avoir perdu les Championnats du monde de ping-pong, l’équipe nationale était dans le creux de la vague. Le « sport national de la Chine » était en pleine déprime dans le pays. Aux Championnats du monde de ping-pong de 1991, l’équipe masculine s’était classée septième et l’équipe féminine avait été vaincue par une équipe coréenne unifiée, la première défaite en 16 ans. Au pays, ces mauvaises performances avaient été sévèrement critiquées.

    Les défaites répétées contre des joueurs européens avaient sapé l’assurance des meilleurs . Cependant, six mois seulement après avoir pris le poste d’entraîneur-chef, Cai a fait retriompher son équipe, raflant le titre par équipes en Coupe du monde. Cette victoire a redonné de l’élan aux joueurs et avait fait de leur coach un héros national.

    Cai Zhenhua en train de donner des instructions d'entrainement

     

     

    Zhang Yining, championne olympique en simple dames en 2004 et 2008.

    Sous la direction de Cai Zhenhua, l’équipe masculine a non seulement regagné le titre par équipes après quatre ans, mais a également remporté tous les championnats individuels, marquant le début du soi-disant « voyage invincible » de cette équipe.

    Les Championnats mondiaux de ping-pong de 1993 ont eu lieu à Tianjin (Chine) et, sous la direction de Cai, l’équipe masculine avait non seulement regagné le titre par équipes après quatre ans, mais avait également remporté tous les championnats individuels, marquant le début du soi-disant « voyage invincible » de cette équipe. En une décennie, l’équipe nationale a raflé toutes les médailles d’or olympiques ainsi que tous les titres  aux Championnats mondiaux de ping-pong .

    Toutefois, Cai a payé un prix élevé pour sa série de succès. En 1996, à la veille des JO d’Atlanta, les blessures que Cai avait subies à la taille ont empiré en raison du surmenage, et il a dû subir de la chirurgie. Le médecin lui avait  recommandé d’avoir une convalescence tranquille, sinon il risquait d’être paralysé à vie. Cai a toutefois insisté pour se rendre sur les lieux de la compétition, guidant les membres de l’équipe alors qu’il était étendu sur une table et accablé de douleur. « Je suis prêt à rester au lit pour le reste de ma vie pourvu que je puisse diriger l’équipe maintenant », lança-t-il, sans discussion possible.

    Après les JO d’Athènes, en 2004, Cai a quitté son poste d’entraîneur-chef et a été nommé officiel  responsable du ping-pong et du badminton.  En avril 2007, il a été promu au poste de directeur général adjoint de l’Administration générale de la culture physique et du sport de Chine. Lors des Jeux 2008 il était un des conseillers principaux des athlètes Chinois et du Comité Olympique de la Chine.

    Comme joueur de tennis de table, Cai Zhenhua avait été lui-même champion du monde en doubles messieurs en 1981 et en doubles mixtes en 1985, tandisqu'à deux reprises en finale des simples il avait laissé le titre à un équipier. Mais il avait été dans les années '80 surtout celui qui utilisait avec le plus d'efficacité les matériaux. Gaucher avec un antitop dans le revers et un backside à picots longs dans son coup droit offensif , il donnait de gros problèmes à tous les meilleurs joueurs du monde.
    A présent Cai est LE GRAND PATRON DU PING EN CHINE, le conseiller principal de tous les champions du monde.  Pour les joueurs actuels de l'équipe nationale il  prévoit toutes les aides matérielles et psychologiques possibles afin de chasser loin de leur tête tout nuage sombre qui pourrait les empêcher de s'entraïner et de gagner.
    Mais s'il aime beaucoup ses disciples, il est aussi très sévère et il modifie l'attitude de ceux qui ne se consacrent pas 100% à leur sport.  Ainsi lors de la préparation pour les Jeux de Pékin , il avait jété hors de la sélection nationale des joueurs et joueuses qui avaient eu une liaison amoureuse. Pour modifier leur environnement, pour les calmer, pour leur donner du temps pour la réflexion il les avait éloigné les uns des autres, car leur concentration à l'entraînement avaient trop diminué. Ainsi pensa  Cai, le chef des entraîneurs. 
    Cai Zhenhua vit dans un pays où il y a 320.000.000 de jeunes de moins de 15 ans, parmi lesquels 400.000 sont dans les écoles de tennis de table, un réservoir énorme qui chaque année transfère les surdoués vers l'elite nationale. Le nouveau président de la Fédération de Tennis de Table de la  Chine est un chinois très important, qui veillera au développement , à la mondialisation de son sport , à l'amitié et à la paix entre les peuples.   





    20-04-2009 om 20:05 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    17-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rome 1996 - Met mijn fiets op de vaporetto.
    Ik schreef een mooie brief naar mijn echtgenote om te vertellen dat ik te Padua mijn plicht had gedaan. Om de vrucht van mijn schrijverij te posten beleef ik levensgevaarlijke momenten midden in de razernij van het autoverkeer. Door mijn geloof voor San'Antonio en mijn koel inzicht blijf ik in leven. Mijn pedaalslag is licht en toch wild.  Ik verlaat de  Prato della Valle,  en het besef dat ik nu op weg ben naar Venetië  doet mij boven de verkeersjungle zweven.  Nog 28 km langs het Brenta kanaal en dan bereik ik weer een hoofddoel.

     Strà . Fiesso d'Artico. Dolo. Wilgen. Populieren. Er zijn in deze omgeving prachtige villa's te bezichtigen, maar mijn verlangen om de zee te ontmoeten is veel te groot. Ik wil hier geen tijd verkwisten.   Mijn buik is leeg en om  13u00 is het tijd voor een lunch. Ik sla af naar een dorp en kom aan het broodjesrestaurant La Cassaccia,  een soort Italiaanse Mac Donalds. Er zijn leuke tekeningen op de muur. De Italianen van vandaag bouwen mooie dingen en dat leerden zij al van tweeduizend jaren terug in de tijd. De toiletten zijn in dit restaurant zeer proper, schitterend van stijl zelfs. Ik gebruik deze faciliteiten van La Cassaccia met veel genoegen. Lichte kost. Een portie ijs. Het is warm. Een rustpauze na het eten lijkt me een goed idee. Langs de waterkant, op een bank in een speeltuin zonder kinderen, snurk ik lekker gedurende een uur. Ik ben te Mira. Ik denk aan de Vlaamse film met Willeke Van Amelrooy , en ik , Willike van Houtem, glimlach en droom van Willeke Van Amelrooy. Mira was ook de naam van het jumpingpaard van mijn schoonbroer Paul Lintermans. Hij verkocht dat mooie beest toen hij te Gent ging studeren voor veearts.
     
    Kanaal in de richting van Venetië . Water van de Brenta. Paradijs voor vissers, verliefden, schilders, en voor een langzaam fietsende zwerver.  Eendjes. Snoek in het water. Riet. Roeiboot. Plastieken melkfles die met de minieme stroming meedrijft. Kikkertje dat misschien ooit nog een prins wordt na een kus van een ideale schoondochter. 
    De wegen, de wateren, de paden langs de waterloop, smelten samen.  Ik kom aan een kruispunt waar vele vrachtwagens circuleren.  Ik voel dat de haven nadert en maak een keuze naar rechts om Venetië te bereiken via het Zuiden, want via Mestre is het verkeer verschikkelijk. Zonder te weten hoe het zal gaan om een stad zonder straten te bereiken, geloof ik in mijn eigen kunnen. Ik rijd door tot een grote massa water me tegenhoudt en er geen weg verder meer loopt. Ik ben aangekomen in de kleine haven Fusina. Daar is een camping waar ik met zekerheid mijn tentje zou kunnen plaatsen, maar ik wil verder, vanavond  en vannacht wil ik zijn en slapen in het hart van Venetia., welke ook de prijs of de moeilijkheid zal zijn. Indien alle kamers bezet zijn, wat vaak het geval is, of indien het echt veel te duur zou zijn , kan ik nog altijd ergens in mijn slaapzak overnachten.

    Na een kwartier komt de boot. Zowel voor mezelf als voor Olive met bagage moet ik een ticket kopen, en dat maakt dan  samen  9000 lires.  We varen weg . Fantastisch ! .  Glijden over het water naar de stad die ooit het wereldcentrum van handel en zeevaart in Europa was, een stad die altijd een toevluchtsoord was voor kunstenaars, een magneet voor wereldreizigers.  Ik ben niet triestig, laat Aznavour maar zingen.  Venetië is om te lachen .





    17-04-2009 om 02:07 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rome 1996 - Geen hartje in de deur.
    De Arena van Verona. In deze gulzige krater werd veel mensenbloed verspild tijdens antieke ' Brood en Spelen' . Heden dient het als theaterkuip waar op zomeravonden opera's van Verdi worden opgevoerd. De bovenste rij van de 22.000 zitplaatsen bevindt zich 30m hoog. De diameter van het geheel is aan de breedste kant 152 m. Het is nog geen negen uur en de bezoekers mogen nog niet binnen. Daarom draai ik nog een toertje rond dit enorm gebouw uit de eerste eeuw van onze jaartelling, uit de tijd van keizer Augustus. Een zwerm Duitse schoolmeisjes schuift al naar binnen. Voor hen is het groepstarief . Aan een eenzame individueel zoals ik vraagt de kassier  6000 lires. Alles is grauw - en zelfs een beetje vuil-  tussen de oude muren van levensloze zware stenen. Een pijltje wijst naar toiletten. In de Arena van Verona mag de bezoeker zijn gevoeg doen  voor een bijkomende bijdrage van 300 lires. Een toiletdame overhandigt de gebruiker persoonlijk een rolletje papier, maar het is niet duidelijk of zij daar wel officieel mag zitten en taxeren, want opeens ritselt zij weg zoals een rat in een kelder. In kom in een gesloten ruimte en ontdek  twee deuren, waarvan ik één kan openen. Er is geen hartje in die deur, maar ik zie toch een propere pot, en ik probeer. Rustig zit ik er te broeden tot ik opeens veel lawaai hoor.  Een stormwind uit bekende oorden is binnen gekomen tussen de muren.van het antieke vomitorium. Twee West Vlamingen. Zij rukken wild aan de deur die mijn privacy met een schamel slotje beschermt. Ik houd vlug het handvat vast,  mogelijk besmeurd met bacteriën van ongewassen handen, om gauw wat tegengewicht in te zetten tegen hun aanval. Zij rukken nogmaal aan de planken die bijna kraken.  " A Ghotverdoeme ..., maar  iene pot... en dan noo ghesloten..." zo komt de weeklacht.van die onbekenden Vlamingen naar me toe !
    Ik dacht eerst dat het Wisigothen waren... maar dan besef ik dat we toch op een vroege voormiddag van september op het einde van het tweede millenium zijn, ook al tronen wij op een plaats waar vroeger nog gladiatoren met blote billen vertoefden. Landgenoten !  Vlaamse leeuwen, ... wel ja, in de Arena van Verona speelden in  ' illo tempore'  leeuwen ook al een rol. Zij aten de martelaressen op, soms waren dat van van die kwezels uit het vroege Christendom en soms maagden die ongewenst zwanger waren. Als reactie op al dat kabaal van die Vlaamse allochtonen schreeuw ik van achter mijn deur, in de catacomben van de arena , in de taal van de Flamminghi hard het volgende : " Gaat eens ergens anders schijten ....  mannekens .... ! .Ik hoor dan dat de lawaaimakers geruisloos en beschaamd verdwijnen. Wat later kom ik die mannen terug tegen. Het waren twee buschauffeurs uit Kortrijk. Zij brachten naar de Arena van Verona een dertigtal gepensioneerden en een lange magere gids die klassiek geschoold was en veel kon vertellen over de omgeving . Ik stel mezelf niet voor, doch wanneer ik langs de twee kom glimlach ik, wrijf ik even op mijn buik, en fluister in hun oor ...  ' Hmmm, ik heb zopas goed gekakt ... ' . Zo weten zij dan ook wie daar eigenlijk achter die deur zat.

    Doorheen Verona volg ik de mensenstroom in de Via Roma. Ik sta weldra op Piazza del Erbe, de ziel van deze stad, waar dekzeilen en parasols de koopwaren en de verkopers van de markt beschermen.  Het krioelt er van mogelijke kopers, op zoek naar aardse genoegens voor maag en buik die hier op dit oude plein onder alle vormen te grabbel liggen.  Hespen en citroenen, olie en parmesan, artisjokken en gedroogde vis,  pizza en polenta, chianti en grappa.  Ergens had ik eens gelezen dat Italië is zoals een artisjok. Blaadje per blaadje wordt er van gegeten, zonder ooit te komen aan oververzadiging, en zonder door knorrig hart en moede ogen het mooiste te missen.
    Maar een bezoeker van Verona die geen groet gaat brengen aan het graf van Giuletta , is nog armer van inhoud dan de ruwste Wisigoot. Romeo Montecchi en Julia Capuletti waren twee jonge vurige geliefden, die door wanhoop gedreven zelfmoord pleegden,omdat hun wonderschone relatie geen toekomst had wegens een zinloze politieke strijd tussen hun families.

    Slaap zacht Julet, hier ben ik, mijn naam is niet Romeo , maar ik ben de zoon van Theo die tot hier kwam met zijn velo. Ik wil uw heer zijn, uw lief, uw zoete vriend, uw man, ...maar gij zijt toch zo koud en steendood. Ik laat geen traan om jou.  Adieu, dan maar ...  !

    Op mijn kleinste verzet, niet rapper dan een slenterende wandelaar, baan ik me een weg tot op Piazza dei Signori. Daar zijn rijkelijk versierde gevels van paleizen, gebundeld in een gesloten geheel. Op de ronde stenen bank die het monument voor de onsterfelijke dichter Dante omringt ga ik wat rusten, parkeer ik mijn fiets en mijn bagage. Aan de voeten van Dante zal er wel veel inspiratie zijn, zelfs voor een magere kromme pen als de mijne. Daarom schrijf ik wat in mijn dagboek. Na een tijdje val ik in slaap, met mijn pen en mijn schrijfboek nog in de handen. Duiven hadden het kunnen zijn die op en naast mij plaatsnamen, of muizen uit de oude huizen. Maar, een tsunami van Japanse dametjes overspoelt  op dat moment Piazza dei Signori, vierendertig dames en veertig fototoestellen.
    Zij vinden mijn keirinmachien, mijn blote benen, mijn witte sokken, mijn baard, Dante, en de Piazza , een geweldig geheel om veel beelden te schieten. Een Japanse wijsheid zegt dat een grote man van vlees en bloed die geen sukkel is, altijd veel meer waard  is dan een  stenen man op een sokkel . Dat geldt ook voor mij en voor Dante. Ik moet met hen poseren. Omdat ik lach beginnen zij zelfs op mij en op mijn fiets te kruipen. Dat worden historische kiekjes voor fotoboeken in Yokohama en elders in het land van Nissan.  ' Mie and Bartali in Verona...!' . Ik heb geel gelachen, ik sta op film, ik heb Verona gezien, en nu mag ik sterven. Olive vertrekt en ik moet mee.

    Het is broeierig heet. De zwaluwen scheren onder de bomen, tussen de daken en de torens. Vogeltjes zingen en kleinere dieren maken kleine geluidjes.Ik ben landinwaarts gereden, langs smalle wegen, , langs wijngaarden, akkers en dorpen.  In de warmte is er weinig leven,  maar nergens is er de dood.  Half slapende landarbeiders, zittend in de schaduw, zien mij voorbij rijden  en één van hen roept   ' Avanti popolo...'  .  Dat is een deuntje uit de tijd van Girardengo nog, toen in arm Italië de landarbeiders met al hun bezittingen op hun fiets hier voorbij reden op zoek naar werk. Ik meen dat ik verloren ben gereden op dit oneindig grote platteland, maar dan verschijnt plots een verkeersbord dat me wijst naar San Bonifacio. Ieder gehucht draagt in deze streek de naam van een heilige.Weldra komt er een schone steenweg en ik bereik Vicenza, de fiere stad van Andrea di Pietro, alias Palladio, de grote architect. In 1570 schreef deze geniale Italiaan  ' I quattro libri dell'archittetura' en hij bewees zijn theorie met prachtige gebouwen, die eeuwen later nog zijn stad mooi maken. Weer zijn de vervelende auto's een constant gevaar. In de warmte volg ik de witte lijn die uiterst rechts de weg aflijnt en zo kom ik op een groot plein. Ik vind er onmiddellijk coca-cola. Ik eet er een ijsje. Ik kijk er naar de mooie vrouwen die op hoge hakken en dure handtassen de winkelstraat bezoeken.
    Piazza dei Signori te Vicenza. Levendige hart van de stad met in het midden van de geordenende ruimte het standbeeld van de grote Palladio. Ook Goethe kwam hier voorbij    - die is echt overal geweest- en hij keek hier naar de vrouwen en schreef.
    ' De vrouwen van Vicenza bevallen mij bijzonder. Ze hebben knappe gezichtjes, vooral een type zwartgelokten die ik met interesse nakijk ! Er zijn ook nog blondjes, maar die behagen mij minder. "
    Hij was een vrouwenkenner en een veelzijdig man. Nu zijn er nog ander soorten vrouwen te Vicenza na de mengelingen van rassen en godsdiensten die nog meer kleur aan het vrouwvolk gaf. Vicenza heeft vele lieflijke, majestatische; elegante paleizen, marmeren zuilen, hoge frontons, witte beelden die op de daken staan, een olympisch theater, en meer dan eens zie ik de Venetiaanse leeuw, hetgeen er op wijst dat de Dogenstad nadert. Zeg, hier niet ' Palladio, I don't know...' want dan ben je een barbaar. Als wielerfanaat ken ik natuurlijk ook nog Eros Poli uit Vicenza, een grote sympathieke kerel die  als zachtaardige reus naam maakte in de Tour de France, door een ritoverwinning na beklimming van de Mont Ventoux. In een betere papierhandel koop ik briefpapier en omslagen van topkwaliteit, heel duur, te betalen per stuk. . Corresponderen is een kunst. Morgen of vandaag nog misschien wil ik een mooie brief schrijven, aan mijn geliefde, zoals Dante en Goethe dat hebben gedaan, en ik zal er nog een tekening bij plaatsen, zoals Palladio.
    Waar men ook komt in Italië , komt men altijd dezelde namen van straten en pleinen tegen . Bij ons is dat Kerkstraat, Veldstraat, Stationstraat, Konig Albert, Nieuwe Steenweg, ...  en op het schiereiland heet de klassieke  Rua en Piazza .... Garibaldi, Cavour, Vittorio Emmanuel, Dante, XX Settembre, Re Umberto. Het is te druk en ik verlaat via een fietspad deze stad. Ik rijd langs de rivier Bacchiglione. Op het pad rijden verschillende echte wielrenners me voorbij, zij op training en ik op verkenning. Ik bestudeer mijn landkaart wanneer ik kom aan de ophaalbrug van Longare. Ik besef dat ik in deze pastorale omgeving weinig kans heb om een hotel of camping te vinden. Wat later zie ik bij valavond het flitsen van vuur, hoor ik muziek en ruik ik de geur van barbecue. Ik ontdek de Polisportiva van Montegaldella.
    ( zie eerder) .

    15-04-2009 om 10:32 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rome 1996 - De offerblokken van Sint Antonius van Padua.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Goed verscholen in het groen blijf ik doorslapen tot de klare dag komt. Mijn nachtrust in het maïsveld verliep prima ondanks het bezoek van muggen. Slaapzak terug keurig oprollen en daarna komt weer de weg voor de onvermoeibare zwerver die ik ben. Na Bergamo, Brescia, Verona, Vicenza, komt nu Padua. Deze stad is van naam overbekend in Vlaanderen  wegens de goede heilige Sint Antonius en ook omdat onze Andries Van Wesel ( Vesalius)  aan de vermaarde universiteit van Padua  professor was.
    Het is weer  ploeteren in de chaos van het verkeer. De Italiaanse chauffeurs zijn bedreven en voorkomend. Zij treuzelen niet graag , maar zij laten met een zekere  'gentilezza' toch wel een plaatsje aan de zwakkere weggebruiker op twee wielen.  Ik volg de pijlen naar San Antonio, langs de ring van de stad, en  kom op een prachtig rond plein, het Prato delle Valle, met beelden in witte steen, kanaaltjes en vijvers.  De weg rond dit geheel gelijkt op rondje op een velodroom van wel 800m lang. Ik stop aan een fontein  en ik was me met het water. Ik wissel van kledij. Ik wil toch proper zijn om Sint Antonius te gaan groeten. Er zijn meerdere kerken in Padua, maar de belangrijkste is toch de grote Pontificia Basilica del Santo. Weer overvalt dat onaardig gevoel van onveiligheid me, de angst dat mijn fiets zou gestolen worden op deze plaats van geloof waar dozijnen bedelaars rondhangen. Ik keten mijn zwaarbeladen tweewieler vast aan een ijzeren hekken, maar toch voel ik me niet op mijn gemak.
    Eerst bezoek ik de kapel van ' De werken van Sint Antonius' . Mijn hele geldbeugel muntstukken en kleine papiertjes schud ik leeg, want er zijn vele offerblokken en in ieder gleufje steek ik graag wat. Mijn geloof is vanochtend gezond en groot. In de Basilica betaal ik aan een pater 15000 lires voor een Heilige Mis, en die geldinzamelaar geeft me een gedateerd kaartje met stempel. Mijn echtgenote is al levenslang een grote van van Will Tura én van Sint Antonius. Telkens wanneer thuis op onverklaarbare manier iets is verdwenen, richt zij een devote gedachte aan de goede Sint Antonius van Padua, en dan komt wat wij missen steeds weer te voorschijn. Dat is wel praktisch als je een man hebt met weinig orde, die ook dikwijls verstrooid is.  Daarom ook ,volgens mijn bescheiden mening en zonder veel studie van kerkelijk recht , klasseer ik in de topdrie van de Sinten  - dat is niet de Heilige Drievuldigheid - volgende oude kerels : Sint Jacob, Sint Niklaas, en Sint Antonius.

    Sint Antonius van Padua, die eigenlijk Fernando heette, was een ridder die minderbroeder werd na zijn ontmoeting met Franciscus van Assisi  ( die ik misschien ook nog wel zal bezoeken tijdens deze pelgrimstocht ...).  Fernando was een intelligent en welsprekend man. Hij reisde naar Marocco en naar Sicilië om mensen te bekeren. Maar storm op zee en ziekte dwongen hem te stoppen en een rustiger leven te leiden.  Maar enkele jaren later verscheen hij weer in de kerken en op de pleinen om te prediken over armoede en tegen rijkdom. Velen kwamen naar hem luisteren, en hij verrichtte ook wonderen.  Hij bracht de Katharen van Rimini terug op een beter pad.  Daarna vertrok hij , gezeten op een ezeltje, op Kruistocht naar de Provence omdat daar in de XIIIde eeuw de Albigenzen zich verkeerd gedroegen.. De minderbroeder Antonio werd een grote volksheilige, een legendarische figuur. Op het einde van zijn leven vestigde hij zicht te Padua waar hij stierf en werd begraven.

    Ik loop nog een tijd langs altaars en relieken. Daarna verlaat ik de schaduw en de frisheid van de Basilica.  Terug in het zonlicht zie ik dat mijn fiets niet is verdwenen. Hoe zou het ?  Hij stond toch onder het hemelse toezicht van een belangrijke heilige en ook nog van het wereldse toezicht van het  Venetiaanse ruiterbeeld, van de condottiere Gattamelata, gemaakt door Donatello.

    " Saint-Antoine de Padou, grand filou,
    rendez-moi ce qui n'est pas à vou...
    "
    ( Dit zijn de magische woorden van het zeer oude Provençaalse schietgebed waarmee een verloren of onvindbaar voorwerp terug spoedig en onverklaarbaar zichtbaar wordt, waardoor grote kommer bij de eigenaar verdwijnt.)

    De rieten zetels op een terras lokken me. Koffie met veel melk en een boterhammeke zijn er de specialiteit. Hoge prijs.  Het totaalbeeld van de enorme kerk en van de Piazza komt nu mijn ogen strelen. De handel in heilige voorwerpen voor bedevaarders bloeit er. Kandelaars, kaarsen, medailles, vaandeltjes, schilderijtjes, prenten, ansichtkaarten, en ander divers godvruchtig materiaal is er te koop. Op alles staat de beeltenis van Sint Antonius.  ' Il Santo'   heeft al lang  goed gezorgd voor zijn Padua en de plaatselijke commercie. Gelovig of ongelovig, het maakt niets uit, maar laat je lires hier maar rollen. Laat je geld hier, dat is goed, want elders geraakt je het misschien toch kwijt aan struikrovers, vrouwen, spel, drank of gulzigheid.

    15-04-2009 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Que c'est triste Venise.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen http://www.youtube.com/watch?v=D0UY4yrdGD4

    De fietsende pelgrim op weg naar Rome ruikt reeds de kanalen van Venetië.  Even luisteren naar Aznavour evenwel om in de juiste sfeer te komen.

    andere versie van Que c'est triste Venise.
    Aznavour + Patricia Kaas :

    http://www.youtube.com/watch?v=fF9f5W32Emw&feature=related

    14-04-2009 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rome 1996 - Aan het Garda Meer.
    De nacht was goed verlopen  op de prachtige camping, op een paar stappen van de blauwe waterspiegel van het zwembad. Mijn was droogt in het briesje van de ochtend terwijl een automatische onderwaterstofzuiger onvermoeibaar de bodem van de zwemkom oppoetst. Ik herplak drie binnenbanden en ene die ik onderweg heb opgeraapt is niet te herstellen , doch ik snijd hem in stukjes die ik later misschien nog zal kunnen gebruiken. Relax is het enige wat ik op het programma van mijn voormiddag heb geplaatst. Ik vertrek in het midden van deze dag. In het felle zon bereik ik Desenzano op een marktdag. Het is er zeer druk. Boerinnetjes komen van ver om er te verkopen en te kopen. Ik zie ook een geweldige vamp, een boezemrijke vrouw, die schaars gekleed met veel heupwiegend billenwerk en sierlijke benen de aandacht van het mannenvolk trekt, een boerin die zichzelf verkoopt. Ik koop wat voor een picknick, wat salade van zeevruchten.  Weldra voert Olive me weg uit dit gewoel, maar even nog stop ik om mijn armen, benen, gezicht, goed met olie in te smeren.  Gedurende een uur draaien mijn benen van Giro-rijder mooi rond en dan bereik ik Sirmione, het bekende schiereiland met de burcht. Ik volg tussen de toeristen de landtong en aan Punta di Sirmione geniet ik van het fantastische uitzicht.  Ik eet een ijsje, en wat later eet ik nog een ijsje, wegens het schone meisje dat er de bollekens uitdeelt en ook omdat werkelijk iedereen daar ijsjes eet want die zijn zo lekker en goedkoop.
    Catullus , de jonge droevige dichter uit het Rome van Caesar, was hier reeds gekomen en vond het een geweldig inspirerende plaats. Maar ook  Vergilius, Goethe, en d'Annunzio bezongen de bekoringen van deze oevers. Door het samenspel van zon, wind, en stroming, vertoont het water in de buurt van Sirmione diverse kleurentinten. Bovendien verfraaien ontelbare cipressen en olijfbomen de omgeving. Na deze wandeling doorheen het lachende tropische Sirmione doen mijn benen het zo goed niet meer. Op de drukke en gevaarlijke weg blijft de temperatuur zeer hoog, ondanks de nabijheid van het water van het Garda Meer. Ik laaf me met mineraal water en met frisse melk. Dan kom ik aan in het schone Peschiera met kanalen en vissers, waar de mens het  meer voor eigen gebruik gevangen houdt,  zoals in Venetië. Blauw en groen. Veel  zon. Heerlijk uitzicht. Ik ga zitten op een muurtje, geniet, schrijf ansichtkaarten naar het thuisfront.  Ik doe een heerlijk dutje in de schaduw.
    In de omgeving van Aqua Parc en van Caneva Parc is het levensgevaarlijk om te fietsen, vooral op het moment dat velen hun dagtaak eindigen.  Bussen met toeristen bevolken de weg. Te Lazize kom ik aan de muren van het kasteel van de familie Scaligeri. Een poging om naar België te telefoneren mislukt.  Overal zijn er campings, maar niet voor mij want ik voel me nog vol energie. Bardolino, een welluidende naam, waar wijnflessen belangrijk zijn, en er kerken staan van duizend jaren oud, voor heiligen zoals Zeno en Severo voor wie in Vlaanderen nog nooit een kaars werd aangestoken. Ik ben met lege kop aan het fietsen, en ik trap maar verder, zonder inspiratie, zonder enig plan. Ik bereik de stad Garda , het Garden uit de Duitse heldensagen, en daar zou een pelgrim die Wilfried heet met open armen moeten ontvangen worden.  Op de dienst  Toerisme krijg ik een brochure met het aanbod van kamers en hotels. Een nors specimen van vrouwelijke sexe stopt nog veel meer papier in mijn handen. Het helpt me weinig.  In de kronkelende straten van Garda is er veel volk. Op het Havenplein oogt Palazzo del Capitano schilderachtig.  Ik kuier wat rond en hoop van een hotel te vinden. Ofwel is alles bezet, ofwel is het te duur. Virginia 73000 lires. Silvestro 80000 lires. De prijzen uit de catalogus worden niet toegepast. Zij willen me steeds een dure twéépersoonskamer aansmeren. In San Pellegrino Terme waren de mensen eerlijker.  Ik ben nog niet moe en daarom besluit ik van nog verder te fietsen.  Adieu, Garda, aloude stad van de Rooms-Duitse Keizer  Frederik Barbarossa. Ik schakel naar klein verzet omdat het duidelijk is dat er klimwerk komt. Maar slechts een minuut later stop ik reeds omdat mijn oog is gevallen op een bakkerij , waar pizza per gewicht wordt verkocht en waar de autochtonen staan aan te schuiven. De geur van het gebakken deeg is een te grote verleiding. Het wordt Siciliaanse pizza met gebakken aardappelen en een grote fles Duits bier. Heerlijk souper onder een parasol op de stoep naast de bakkerij.

    Costermano volgt na een flinke helling. Zwaar werk met zoveel pizza in mijn maag. Zwetend kom ik er aan. In de diepte achter mij valt de avond nu zeer snel over dat onvergetelijke Garda Meer, over de daken, de tuinen, de cipressen en de olijfbomen. Mijn voorlicht is nog altijd niet in orde. Teveel wagens delen de weg met mij. Ik wil ook niet met de politie te maken hebben.  Ik twijfel. Ik droog mijn bezweet lijf goed af en trek andere kleren aan, die me beter zichtbaar maken.  Het wordt frisser, met meer zuurstof in de lucht.  Een bergaf brengt me buiten de bewoonde wereld.  Enkele kilometers verder rijd ik  een veld in met planten van één meter hoog die ik in de donker niet herken. Ik slaap er in mijn slaapzak in de open lucht met zicht op de sterren van Gods heelal. Vier uren later maken auto's en vooral vrachtwagens me wakker. Het is nog donker en toch verplaatsen zij zich reeds, waarschijnlijk naar een vroegmarkt of naar werkplaatsen waar zeer vroeg wordt begonnen om aan de warmte te ontsnappen. Tussen de planten word ik wakker.  Waar ben ik ? Wie ben ik ?  Ben ik , na reincarnatie terug op deze planeet gekomen onder de vorm van een simpele veldmuis ?

    Plots hoor ik geritsel tussen het gewas. Ik bonk op de grond met het plat van mijn hand om dat andere levend wezen, dat dicht in mijn nabijheid is, bang te maken. Is het een egel, een haasje, een hagedis, een vogel, een vos, een adder, ...?  Nogmaals doe ik de vloer wat trillen met mijn geklop.  Het geritsel gaat niet weg. Neen, het komt zelfs naderbij ... !  Ik spring opeens recht. Ik wapper met mijn slaapzak, met de plastiek waarop ik lag, en laat zien hoe groot ik wel ben . Nu hoor ik niets mee. Is het onzichtbare dier er nog of is het weg ?   Eigenlijk ben ik de indringer op dit territorium.  Ik ruim daarom mijn kampplaats op.  Ik verlaat het koolzaadveld en in de heerlijke frisse ochtend wip ik op mijn fiets. Ik rijd in de richting van de opkomende zon en ben weldra in de klaarte aan het toeren doorheen nog slapende dorpen waar de bevolking leeft van de Valpolicella wijnen. Op mijn kaart probeer ik mij te situeren.  Ik ben verdorie, nabij Houtem-Nieuwerkerken, maar dan geheten in dit land Bosco Chiesanuova. Uit dit kleine dorp kwamen twee bijzondere jonge vrouwen, zeer  bekende Italiaansen uit recente tijden. In de sixties won Gigliola Cinquetti met haar liedje ' No ho l' ta per amarti ' het Eurovisie Festival, en een generatie later toen  moutainbiking populair werd was Paolo Pezzo , de Olympische kampioene, een lekker stuk die op weg naar  overwinningen ook nog vrouwelijk schoon aan de tifosi liet zien. Ik zie links van mij moeilijke heuvels en die inspireren me nog niet. Maar ik kom tussen fabrieken, steenkapperijen,  marmergroeven. Gelukkig is er weldra een onverharde weg die me tussen fruitbomen en druivenstruiken brengt tot aan de Adige rivier. Er komt een aangenaam landschap.  Maar op deze secundaire wegen die ik nu volg neemt de drukte van het verkeer  toe. De reden is duidelijk. Verona is niet ver meer.

    Verona, gesticht door de Romeinen in de late oudheid, was de residentie van de Oostgothische koningen, later de versterkte handelsplaats van de machtige  Scaligeri en Visconti, en ook van de Venetianen. Het is een prachtige stad waarvan de Heilige Zeno de beschermer is.  Vele rode daken en torens, overblijfselen van een rijk verleden zijn overal waar te nemen.  Wat een drukte  !  Ik begin nu echte haat te voelen voor al die smerige auto's. 
    Precies wanneer ik de stadsmuren van Verona bereik, rinkelt de bel van een school en alle kinderen gaan in een rij staan.  Maar de juffrouw had toch geen erehaag voorzien  voor de oude man en zijn fiets die daar arriveerden.

    " There is no world without Verona walls but purgatory, torture, hell itself... "
    ( Romeo and Juliet - William Shakespeare)






    13-04-2009 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lucien LESNA , winnaar van Marseille-Parijs 1902.
    KOERS IN SLECHT WEER.
    Een fietstocht op een heerlijke zomerdag is bijzonder aangenaam .
    Wanneer het een regenachtige dag is, zoals tijdens Gent-Wevelgem 2009, dan wordt fietsen een calvarietocht.  Maar vaak mag men ook verwachten  dat een jonge winnaar zoals die van vandaag,  Edvald Boasson-Hagen een  zeer groot kampioen zal worden. Maar een koers van vroeger overtrof alles op dat gebied, Marseille-Parijs 1902, en de winnaar was een wielerkampioen van wie de naam nooit mag worden vergeten.

    LUCIEN LESNA .
    De enige editie van een wel bijzondere wegkoers MARSEILLE-PARIJS, in één rit,  werd in de maand mei van 1902 gewonnen door de Franstalige Zwitser van wie de familienaam roots laat vermoeden uit Polen of Slowakije . De winnaar  versloeg zijn tegenstrevers op een nooit meer geëvenaarde wijze, na een ultra-sportprestatie die nog grotere dimensies neemt wegens de slechte weersomstandigheden waarin de 938 km werden afgelegd. Om zijn rivaal Maurice Garin te overtroeven trainde Lucien Lesna 6.000 km en hij zocht toen zelfs de warmere oorden van Tunesia en Algeria op om dit goed te kunnen doen. Trainen op een ander continent was voor Lucien gewoon, want hij had reeds als stayer grof geld verdiend in de USA en Australië. 
    Als één uur voor de start het nieuws valt dat Garin forfait geeft , is Lesna razend . Hij kalmeert zich door nog een zestal rauwe eieren te slikken en drie kopjes pure vloeibare chocolade. Hij is in topvorm maar zal Garin niet kunnen belachelijk maken. Ook Huret start niet, omdat hij geen gangmakers had gevonden, en Fischer zal vallen en opgeven. De wielercracks startten 's namiddags 15u op de Esplanade des Quinquonces, waar vandaag nog prachtige bomen staan die het toen meemaakten. Kort na de start weerklonk algemeen gevloek want in de nervositeit haakten renners en gangmakers in mekaar. In deze massavalpartij werd de fiets van Lesna beschadigd, maar handig als hij is kan hij het herstellen. Eén na één worden de koplopers van het eerste koersuur ingehaald.

    Te Salons-de-Provence in de vroege ochtend rijdt Lucien Lesna met zijn gangmakers (waaronder  Trousselier, Guignard,Wattelier)  aan de leiding.  De rit loopt verder over Arles, Avignon, Valence, Vienne, Lyon, Macon, Chalons-sur-Saone. Op al deze plaatsen is er een controlepost waar wordt getekend en waar de gangmakers worden afgelost waarna zij op een volgauto kruipen met hun fiets.  De mistral waait tegen hen. Vanaf Dijon valt  koude regen onophoudend. Aan iedere controlepost steken begeleiders Lesna telkens in droge kleren. Weldra is het duidelijk dat Lesna, reeds een kampioen op de wielerbaan en op de weg o.m. winnaar van Parijs-Roubaix 1901 en 1902, en van Bordeaux-Parijs 1901, op de leeftijd van 39 jaar wil bewijzen dat hij de beste wielrenner ter wereld is. Hij is te sterk voor zijn gangmakers en lost gemakkelijk overal de tientallen fitte wielertoeristen die hem over korte afstand trachten te volgen. Het blijft maar regenen. De kop van Lucien Lesna is een slijkbal. Hij is bijna blind en doof door het vuil in ogen en oren. Terwijl hij zijn vlucht naar Parijs verder zet, weet hij niet dat zijn vriend Charles Kerff ( uit de Voerstreek) tijdens deze koers is overleden na slagaderbreuk. Met uitzondelijke wilskracht gepaard aan nooit geziene spierkracht en conditie vervolgt de wielerheld zijn weg die loopt over Avallon, Auxerre, Sens, Melun, Corbeil, Versailles.  Op hem wachten te Parijs niet minder dan 20.000 uitgelaten wielerliefhebbers. De gedachte aan de overwinning drijft Lucien tot de verste limieten die een sportman kan verdragen. Lesna wint deze marathon in 39uren 13' met een voorsprong van  meer dan 7 uren  !

    Voor het Parijs van het begin der twintigste eeuw is Lucien Lesna de grootste wielerkampioen aller tijden. Het Dagblad Auto-Velo, die deze Marseille-Parijs organiseerde, verkoopt tijdens die week ruim twee miljoen kranten meer dan gewoonlijk. Kort na deze prestatie van Lucien Lesna wil de concurrerende krant l'Auto Journal van Henri Desgrange met nog iets meer uitpakken : de TOUR DE FRANCE .Lesna is reeds oud, breekt kort nadien zijn knie, en zal nooit kunnen starten in dit grote wielergebeuren.

    Lucien Lesna ( 1863- 1932 ) won in mei 1902 een wielerkoers die zo zwaar was dat niemand deze nog nadien heeft durven inrichten over één enkele rit. Het klinkt absoluut ongelooflijk, maar Lucien Lesna leerde pas fietsen toen hij al 26 jaar oud was. Naast overwinningen op de weg veroverde Lucien Lesna ook vele bloemen op de wielerbaan. Hij was niet alleen een pionier van de fiets, maar ook van de motorfiets en van de koersen achter gemotoriseerde gangmaking. Nadien werd hij ook een pionier in de luchtvaart, in de fitness en sportmassage. In de oorlog 14/18 was hij een leraar die vele piloten heeft opgeleid. Deze grote sportman stierf zoals hij had geleefd, toen hij snel reed met zijn motor sloeg het noodlot toe, een ongeval met dodelijke afloop .

    UITSLAG MARSEILLE-PARIJS 1902/
    Afstand 938 km .

    A. Coureurs de Vitesse (met menselijke gangmaking):

    1. Lucien Lesna .   39 u 13' 9"
    2. Rodolfo Muller  46 u  16' 
    3. Pierre Chevalier  51u   06'
    4. Marcel Kerff   55u 17'
    5. Auguste Durand  57u 30'
    6. Michel Frederick
    7. Eugene Branger
    8.  Alexandre Foureaux
    9.  Louis Barbrel
    10. François Monachon

    B. Touristes-Routiers (zonder gangmaking) :

    1. Gustave Pasquier 48 u 35'
    2. Victor Lefebvre 51u 45'
    3. Anton Jaeck    51u 50'
    4. Jean Gauban   57u 20'
    5. Lemenuet
    6. Noél Prevost
    7. Ferdinand Payan
    8.  Edouard Lafourcade
    9.  Charles Perraud
    10. Adolphe Donon







    08-04-2009 om 20:37 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BOERENKERMIS.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen De POLYSPORTIVA di Montegaldella
    ' De vrouwen van Vicenza bevallen mij bijzonder. Ze hebben gezichtjes, vooral een type zwartgelokten die ik met interesse nakijk ! Er zijn ook nog blondjes, maar die behagen mij minder ...' alzo schreef Johann Wolfgang von Goethe , vrouwenkenner en veelzijdig man, toen hij op reis was in Italië.
    Hij had gelijk die goeie Goethe. Maar ik, een pelgrim op weg naar Rome, mag niet denken aan vleselijk genot. De sfeer van het oude Vicenza van Palladio en van de wielerhalfgod Eros Poli, glijdt in de verte achter mij weg. Rustig fiets ik in een landelijke omgeving naar het Oosten, waar Padua en Venezia op mij wachten.Het plezierig golvend boerenland, is op vele plaatsen beplant met wijnstokken. De Valpolicella, Soave, Montresor, komen uit deze omgeving. Ik zag al een tijd geen wegwijzers meer. Na studie van mijn landkaart kom ik tot de conclusie dat ik redelijk ver van mijn route ben verwijderd. Ik wil dit alsnog verbeteren, maar aan de volgende ophaalbrug is er een verkeersopstopping, zodat ik toch maar op goed geluk mijn (verkeerde) kaap blijf aanhouden. Nergens zie ik een teken of een pijl die me naar een camping of een hotel brengt. Op deze boerenbuiten, in dit pastorale paradijs, zijn toeristen blijkbaar niet welkom. Weldra valt de avond. Aangekomen in een volgend dorp, zie ik plots flitsen van verschillende kampvuren en ik snuif de reuk op van barbecue. Er staan grote witte en gekleurde tenten. Overal , langs de weg, op de lege velden, in weiden, zijn wagens en jeeps geparkeerd. Ik begin sneller te trappen, want daar is iets te beleven. Ik kan mijn ogen niet geloven. Mijn fiets en ik komen terecht midden in de grootste Vlaamse Kermis die ik ooit zag. Zoiets moest Pieter Breughel de Oudere gezien hebben, hij die vroeger ook hier kwam. Een reusachtig eetfestijn, in open lucht voor boeren en boerinnen, groot en klein, voor meiden, lieven, dochters en zonen, nichten en neven, en voor al wie ook mee wil tafelen. Er staan negen tenten met tweehonderd zitplaatsen, en per tent zijn er zestig medewerkers die braden, tappen, opdienen, afruimen, en afwassen. Iedere tent heeft zijn specialiteiten. Ik kies voor het varken . Voor de feestelijke tent, als een monument, als een afgodsbeeld, staat op een podium een immens carnavalsvarken. Eerbiedig neem ik het petje van mijn kop en groet met ' Dag, broeder varken ...' en ik bind mijn randonneursfiets vast . Twee mannen hebben ondertussen mijn aankomst gefilmd. Zij komen korter en maken een close-up van mijn blote gespierde benen en van mijn koersbroek waarop de wereldberoemde naam 'Eddy Merckx' staat. Er wordt zelfs even een bloemenkrans rond mijn nek gehangen. Even denk ik dat zij mij hier tot campionissimo gaan uitroepen, maar dan plof ik neer aan een van de lange tafels tussen een honderdtal luidruchtige volkse smulpapen. Alles wat een varken zo sympathiek maakt, kan hier op een plastieken bord en voor weinig lires worden geproefd. De varkens die dit leveren, werden hier ter plaatse zelf in de voormiddag nog geslacht. Alhoewel ik niets versta van alles wat op de menukaart staat, opteer ik voor ' Tripes à la mode de Parme' , aangevuld met patatini en kräutli. Een literfles spuitwater zal mijn dorst laven. De ober knikt positief tegenover mijn keuze en drie minuten later ben ik reeds bezig met het eten van smakelijk stoofvlees, frieten en zuurkool. Dit alles voor amper 12.000 lires, direct te betalen. Zo wordt mijn buikje op het einde van deze dag nog erg gelukkig. Ik wandel daarna wat rond en zie dat er daar eigenlijk een jaarmarkt voor de landbouwers loopt en een grote kermis, terwijl het eetfestijn slechts een bijkomend initiatief is , ten voordele van de sportverenigingen.
    Dit zijn dus de boerenmensen uit de Veneto, uit Padania waarvoor de afscheidingsbeweging Lega Norte ijvert . Gezond eten en drinken. Plezier na het vele werk en de oogst. Op de markt word ik aangeklampt door een Senegalees, een marktkramer die graag Frans met me spreekt en die beweert van een neefje te zijn van president Senghor. Zijn buurman, een Marokkaan, beweert familie te hebben te Anderlecht en roemt België als het land van melk en honing. De uitbundigheid van het gesprek vermindert als zij horen dat ik op mijn fiets niets kan meenemen van al het mooie dat zij verkopen. Veel licht, muziek, lawaai, gelach, geroep van duizenden mensen. Ik wandel naast mijn fiets en geniet van dit alles, van de goede simpele vreugde van al deze mensen. Nadat ik voorbij de politie ben gestapt, die hier toch wel talrijk aanwezig is, spring ik terug op mijn fiets. Mijn voorste lamp is kapot. Op mijn kop plaats ik daarom mijn speleologenlamp. Zo verlaat ik Montegaldella. Weldra ben ik weer alleen. De nacht is zwart. Te Saccolongo, bekend in Vlaanderen omwille van de cyclo-cross, vind ik dat het zinloos en gevaarlijk is van verder te rijden. Ik verlaat de hoofdbaan, waar regelmatig wilde autochauffeurs voorbijrazen. Daar is het rustiger. Maar soms kom ik langs boerderijen waar honden luidruchtig blaffen tijdens mijn doortocht. Eindelijk kom ik terecht in de totale stilte . Ik snuif enkel nog geuren van land en maïs. In een maïsveld van manshoogte verdwijn ik weldra. Het is er droog en proper. Ik leg mijn tent plat open op de grond en slaap onder de blote hemel in mijn slaapzak. Ik ben maar een insect dat op de schoot van Moeder Aarde slaapt na een mooie dag.

    Reisverhaal ingestuurd door wielertoerist W. Journee/ Seniorennet.

    08-04-2009 om 17:20 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rome 1996 - Perikelen rond Brescia.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen De klassiekewielerkoersen laten ons niet vergeten dat de rode draad op deze blog nog altijd de Weg naar Rome is die de fietsende pelgrim probeert af te leggen ondanks de moeilijkheden en de verleidingen die zijn pad kruisen.

    TULLIA D'ARAGONA (1510- 1556).

    Deze Tullia mag niet verward worden met Tullia (-79/-45) dochter van de grote Romeinse redenaar Cicero die veel vroeger leefde en die door haar vroegtijdige dood haar vader ongelukkig maakte. Tullia d'Aragona had officieel geen vader, want zij was de dochter van de ongehuwde Giulia Ferrarese, die rond 1500 werd beschouwd als de mooiste van alle Italiaanse vrouwen. Giulia koos het oudste beroep ter wereld en vertoefde in de nabijheid van de rijkste en belangrijkste mannen uit haar tijd. In het rijke Rome van de nabloei van de  Renaissance baarde deze schone hetaire een dochter die Tullia werd gedoopt. Vermoedelijk was de vader van dit kind kardinaal Luigi d'Aragona , die zelf de bastaardzoon van de koning was. Wat zeker is was de goede opvoeding en onderwijs dat het meisje Tullia kreeg. Zij was zeer intelligent en lief, een echt wonderkind, dat vele vaders had, allemaal heren die op bezoek kwamen bij moeder Giulia. Vanaf haar 18de is Tullia rijp genoeg om haar intrede te doen tussen de meest vermaarde courtisanes. Drie jaren later bereikt zij de top in haar beroep. Dit is nogal eigenaardig. Tullia is niet echt een schoonheid volgens de mode van die tijd,  zoals de vrouwen die wij nu nog kunnen bewonderen op schilderijen.  Zij was een klein blondje met een stevige rug, grote dunne lippen, met een krom neusje zelfs. Maar hoe slim, leep, lief, sexy, moest zij dan wel geweest zijn  -en hoe goed in 't bed-  om werkelijk alle mannen rond haar vinger te krijgen. Zij at bijna niets, leefde eenvoudig, was zeer goed gemanierd, wist alles over mode en kunst. Zij verbleef veel te Brixia, maar regelmatig veranderde zij van woonplaats, om mannenharten te veroveren die de moeite waard bleken , die haar geschenken gaven. Deze geschenken waren van diverse aard. Zo zorgde ene prins Orsini dat er bij dag en bij nacht steeds zes bodyguards te paard voor haar veiligheid zorgden, want er waren redelijk veel rivalen die haar wilden weg hebben. Op haar 30ste verschijnt zij te Venetië, waar toen minstens 100.000 vrouwen van lichte zeden aan de kost kwamen, want zeelui en businessmen van overal bezochtten deze rijke haven. Na enkele dagen palmt Tullia daar Bernardo in, en dat was de voornaamste B.V. (bekende Venetiaan) in 1540. Vele van haar vrienden waren tijdelijke minnaars, die nadien beschermers bleven. Tullia is ondertussen  veel meer dan een courtisane geworden. Zij is een diplomate, een experte in lifestyle,  een bekende in public relations, en ook een schrijfster, dichteres, filosofe, een levende bloementuin. Op haar 33ste huwt zij met de zeer rijke Silvestro, bezitter van gronden en paleizen. Haar leven was te kort en eindigde te Rome, waar zij een grote ernstige dame van cultuur was, een schrijfster van groot formaat , een boeiende persoon , die als vrouw in de mannenwereld veel durfde.  Zij ijverde voor de gelijkheid van man en vrouw.  Zij was een belangrijke feministe, een vrouwtje dat nooit verlegen was ook al stonden voor haar kerels en  hoge heren uit politiek, handel, geloof, justitie, oorlog en vrede. Zij dialogeerde met hen en vertederde de ruwsten en de hardsten onder hen. Anderen zijn op de brandstapel , in de goot of in de gevangenis geraakt maar zij niet, haar vrouwelijkheid en haar beschermers zorgden dat dit niet gebeurde.  

    Na wat te hebben rondgereden over de zinderende stenen van de oude pleinen en in de schaduw van de winkelstraten stop ik om een stuk pizza te eten. Dit is het oude Brescia waar een mengeling van Venetiaans, Lombardisch, en Renaissance, aanwezig is. Ik bereik het reusachtige postkantoor.  Omdat er daar veel rondlopers staan te niksen, komen gevoelens van onzekerheid bij me op. Mijn Olive zou wel kunnen gestolen worden. Daarom sleur ik mijn tweewieler de trappen op. Aan stalen kabels, die de vensters van het postkantoor beschermen, keten ik Olive goed vast.  Ik koop postzegels, een telefoonkaart en verstuur de sleutel van de kamer van  Hotel Avogadro terug naar San Pellegrino. Maar eerst laat ik aan een loket controleren of het postnummer correct is en of  mijn omslag  wel in orde is.  

    Italië is op die dag niet tevreden met de uitslag van de verkiezing van  Miss Italia . Een negerin uit Santo Domingo, 18 jaren oud, werd als schoonste Italiaanse verkozen.  Zijn er dan in Italië geen mooie vrouwen meer ?  Is er  te Brescia,  in de  Citta delle belle Fontane ... geen enkele schone meer die kan vergeleken worden  met de prachtige courtisanes uit het begin van de XVIde eeuw, met de madonna's die door de oude meesters op doek werden gebracht  ?
    Ik fiets terug in het moderne verkeer. Motorengeluid.  Benzinegeur.  Bresca was vroeger de wieg  van de legendarische  ' Mille Miglia' , een autokoers op de openbare wegen die tot Rome en terug werd gereden over zowat  1650 km.  Stirling Moss oogste er in 1955 grote sportroem door met een gemiddelde van 158km/u te winnen. Dodelijke ongevallen waren legio tijdens " la corsa piu bella del mondo". Na de editie van 1957 werd deze wegkoers voor sportauto's verboden.  Veel te gevaarlijk.  Ikzelf  hoop veilig Rome te bereiken. Voor mij volstaat een gemiddelde van 15,8 km/u.

    Ik zie niet hoe ik  buiten Brescia geraak, want het is een grote stad, de tweede stad van Lombardije na Milaan. Dus improviseer ik en de zon toont mij waar het Oosten ligt. Met mijn wegenkaart vind ik weldra de weg die me naar het Garda meer zal brengen.  Aan een monument voor Garibaldi  en aan een villa die op een spookhuis lijkt , neem ik even de tijd om wat rond te neuzen. Maar ik ben al op 10 km van Salo alvorens ik de drukke steenweg kan verlaten  om een landelijke route langs een kanaal te volgen. In de natuur, tussen gras en wildernis, ontmoet ik een man met een mooi beroep, een schaapsherder met een groot aantal vuile maar lieve beestjes. Bergaf naar het meer.  Drukte.  Eénrichtingsverkeer.  Daar ligt dan de watermassa die door de zonneschijn  24°C lauw blijft .  Dit meer is 52 km lang, 18km breed, en heeft een diepte tot 346 m. Rotsen en plantengroei sieren de oevers. Verschillende zandstranden vormen paradijzen voor de vakantiegangers. Water en zon, festijn van licht en kleur. Fascinerend natuurschoon. Drie campings rijd ik voorbij.  Dan besluit ik in te schrijven in de Vacanze, een aantrekkelijke kampeerplaats geklasseerd met drie sterren.

    Was. Douche. Mijn tentje ligt naast het nieuwe zwembad.  De camping bestaat vooral uit houten chalets, met zicht op het meer.  Een prachtig volleybalveld ligt er verlaten  en het restaurant is gesloten. Dit wijst dat de zomervakantie reeds voorbij is op 9 september. 
    De avond valt vroeg. Ik wandel  2Km ver op zoek naar de enige eetgelegenheid die mij werd aangeduid. Een Hotel-Restaurant  waar iedereen Duits spreekt wordt de plaats waar ik  Heute Abend  mezelf zal bedienen en verwennen.

    "  Ik wou dat mijn vrienden één ogenblik hier waren, om zich met mij over dit zicht te verheugen"   (  Goethe  ) .

    08-04-2009 om 16:24 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het voorjaar van 1919.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Wederopbouw van de
    door de oorlog gekwetste gewesten.

    De prestatie van Ritten Van Lerberghe in de Ronde van Vlaanderen situeert zich in  de periode tussen de Wapenstilstand van 11 november 1918 en het Verdrag van Versailles van 28 juni 1919.  De vertegenwoordigers van de naties die de Grote Oorlog hadden gewonnen vergaderden toen veel en hertekenden de wereldkaart. De spilfiguren tijdens die periode waren Woodrow Wilson, president van de USA, de Franse premier Georges Clemenceau en de Britse premier George Lloyd. Die politiekers hadden een moeilijke taak. Het Verdrag van Versailles zou vol slechte beslissingen zijn, waardoor twintig jaar later een tweede wereldoorlog kwam.
    Maar de wereld bewoog overal op het ogenblik dat in Catalonië een jongeling begon met zijn dagboek, de eerste vingeroefeningen van een genie, van de veelzijdige kunstenaar die Salvador Dali zou worden. Op 5 januari was er te Berlijn de bloedige  Spartakus Opstand geweest die voor lange tijd de verhouding tussen communisten en sociaal democraten zou bepalen, in een Duitsland waar op 19 januari voor het eerst alle mannen en vrouwen van 20+ mochten gaan stemmen, voor de verdeling van de macht  tijdens de Weimar Republiek. Terwijl te Parijs patriot Nguyen, de latere Ho Chi Minh, reeds van zich liet horen en Mistinguet haar mooie benen voor een fortuin liet verzekeren, begon op 2 maart te Moskou het oprichtingcongres de Derde Internationale. Toen de lente aanbrak op 21 maart werd in Duitsland de school voor vormgeving Bauhaus opgericht die grote invloed zou hebben op het design gedurende de XXste eeuw. Op 23 maart richtte Benito Mussolini de fascistische strijdbond op ( ' faci di combattinento').  Na het tranendal en in de crisis, met Koning Albert op zijn paard , kwam op 23 maart terug de Ronde van Vlaanderen, en kon  Karel Van Wijnendaele zijn flamboyante zinnen schrijven die de wielersport terug  recht kregen, op de dagelijkse bladzijden van zijn sportkrantje Sportwereld. Och, hij vertelde zijn lezers niet altijd de waarheid, maar in geuren en kleuren, met schone zwier en krullen plaatste hij de prestaties, de zegetochten, van zijn wielrijders in de belangstelling. Hij liet de flandriens de Kwaremont oprijden, waar de gelosten verachterden en waar de groep werd uiteengerukt. Die groep, dat waren in 1919 maar zestien koereurs, waarvan de helft  figuranten waren. Maar op die eerst zondag van maart, al reden er toen nog 100 anderen mee  - afwezigen hebben altijd ongelijk-  zou de uitslag toch niet anders zijn geweest. Ritten Van Lerberghe had in 1913 toch al in de Tour de rit La Rochelle- Bayonne over 379 km gewonnen en was in 1914 reeds tot een tweede plaats gekomen in de tweede Ronde. Leon Buysse was uiteraard niet zo'n kampioen als die andere Buysse's die Marcel, Lucien, of Achiel als voornaam droegen, maar in 1915 had hij op de piste van Evergem een baankoers over 150 km gewonnen, die toen als alternatieve Ronde stond geprogrammeerd en in 1911 was hij Kampioen van Vlaanderen geweest. Berten De Jonghe uit Middelkerke was één van de sterkste renners ooit, maar hij had geen sprint, werkte als een trekpaard en kreeg vaak niet de haver die hij verdiend had, omdat de anderen zijn telloor uitaten. De beste mannen die vooraan in de uitslag stonden en waarschijnlijk een te kleine geldprijs ontvingen ,verdienen alle eer en roem voor wat zij in die Ronde van Vlaanderen 1919 realiseerden. Zij zorgden voor een nieuw brandpunt in de wielerbeweging. Zij namen de draad weer op. Zij zorgden dat zoals de zwaluwen na de winter, er ook na de oorlog weer wielrenners in onze dorpen kwamen.

    06-04-2009 om 17:28 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    01-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Brixia - La Leonessa d'Italia.

    Ik berperk mij tot enkele beelden, want woorden heb ik ondertussen al veel gebruikt. Zie dus naar  de lekkere fettucine ai funghi porcini, de imposante castello van Brescia, de dichteres en courtisane Tullia d'Aragona met wie beroemde mannen graag naar bed gingen, en naar schitterende videobeelden van de Mille Miglia, de weg naar Rome voor de crazy men op felle vierwielers die Ferrari, Alfa Romeo, Lancia, Mercedes werden genoemd.

    http://millemiglia.stateofart.com/content.asp?pageID=12&languageID=NL&video=1







    01-04-2009 om 03:21 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    31-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Waar eens Tullia had gewoond, de op aarde levende Venus.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Lago d'Iseo. Het geklots van het water tegen de boordstenen is als de regelmatige hartslag van een groot onzichtbaar wezen, een geest die over de wateren zweeft. Hoe hevig dat geklots ook is, het maakt me niet wakker, en het zijn in de vroege ochtend de kwetterende eendjes die dat wel doen, terwijl ook het geklater van het doorspoelen van de plee in de nabije sanitaire blok me de ritssluiting van mijn tentje doen openen. Ik krijg direct de schittering in mijn ogen van de gouden zonnestralen die weerkaatsen op de waterspiegel. Dit wordt de eerste dag van mijn vierde week op weg naar de stad van Romulus en Remus. Ik loop poedelnaakt naar de douche. Die staat buiten met zicht op het meer. Brrr, brrr, brrr, natuurlijk niet verwarmd. Ter plaatse huppelen. Zo verdragen wij toch die frisheid. Een formatie van negen eendjes vaart voorbij en zij giechelen bij het zien van mijn kostuum. Hebben zij oog gehad voor dat wormkleine piemeltje van mij ?

    Ik breek mijn kamp op. Wanneer ik bijna klaar ben, komt een kort dik vrouwtje in mijn richting gestapt. Zij draagt een plastieken kom, loopt mij voorbij zonder iets te zeggen, stopt vier fietslengtes verder aan een boom, en met een stok begint zij daar te krabben op de grond. Ik had reeds opgemerkt dat daar in het vochtige gras een bruin goedje lag. Voor mij was het een hondendrol en toch niet, want het kon eerder gedroogd braaksel zijn,  een pasticchio die niet in een maag was gebleven. Zij blijft maar keutelen en wrijven met haar stok, bewerkingen die op ongeveer één vierkante meter plaatsvinden. Daarna plooit zij zich om het verzamelde hoopje in haar kom te deponeren. Zij draait zich om, komt nu met brede lach naar me toe en zij zegt ' Funghi porcini ... !' . Zij heeft zopas een portie eekhoorntjesbrood geoogst. Terwijl ik in de armen van Morpheus lag, glimlachend en bedwelmd door de Chianti, en Lago d'Iseo me in slaap had gewiegd , groeiden onder de grote boom naast mij de kostbare funghi.  Haar dag was al goed. De mijne moest nog beginnen.

    Wanneer ik ga afrekenen en mijn identiteitskaart terug krijg, bevestigt de campingbaas me dat hij heeft getelefoneerd naar Hotel Avogadro en dat ik verontschuldigd ben. De nacht kost me 10.000 lires, zonder enig papierke, dus helemaal in 't zwart. Voor de telefoon moet ik niet betalen.  Even later fiets ik al door het vriendelijke stadje Iseo. Sierlijke zwanen leven er op het water, vooral grijze exemplaren zien er koninklijk uit. Bancontact bezorgt me 300.000 lires, en ik ga chocolade en Brescialat kopen, alsook mineraal water waarmee ik mijn drinbussen vul. Ik koop ook de roze sportkrant La Gazetta dello Sport. Aan de waterkant zorg ik voor mijn buikje. In de sportkrant zie ik dat Schumacher de autorace te Monza won, dat de calcio bijna alle bladzijden opeist, dat Ferrigato een semi-klassieker in Romagna won  en ook dat Johan Museeuw te Meulebeke met twee ploegmaats in zijn wiel de koers had gewonnen. Ik gooi mijn oude handschoenen weg in een vuilbak en gebruik de nieuwe die ik bij heb. Ik zoek naar het postkantoor, maar het verkeer zuigt me mee en weldra ben ik buiten Iseo. Ik bezoek een kerkje uit de XIde eeuw, een ontspannende wandeling in de deugddoende zon.

    Met Olive die al veel heeft gezien tijdens deze reis kom ik nu op de nationale steenweg, tussen vele vrachtwagens. Stop aan een grote parking van Esso. In het winkeltje kan ik daar eindelijk een goede kaart van Noord- Italië kopen. In dit bruisende industriegebied is de weg fietsonvriendelijk. Ik kan dan toch een betere kleine weg volgen, waar ik enkele keren afstap om te proeven aan de vijgen, de maïs, de druiven en de appeltjes. Daarna waag ik me opnieuw tussen beton en staal tot wanneer ik het oude centrum van Brescia bereik en klim naar de imposante citadel, de Castello, die alles overheerst. Er is  een prachtig panorama, maar 's maandags is het fort gesloten voor bezoekers. Het aloude export product dat van Brescia een rijke stad maakte, waren de wapens. Terwijl ik naar de omgeving kijk, komt een Italiaanse fietser met me praten, maar ik kan weinig vertellen door mijn slechte kennis van zijn taal. Ik vervloek mezelf omdat ik toch wat meer tijd had kunnen nemen om Italiaans te leren, en ik ben ook kwaad op mezelf omdat ik mijn boekje nog niet heb gebruikt - het steekt nog diep in mijn fietstassen - waarmee een buitenlands toerist een beetje zijn plan zou kunnen trekken.

    31-03-2009 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn blog is vandaag 1 jaar oud.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen EEN JAAR BLOG.   BRAVO.

    28-03-2009 om 04:17 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    25-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rome 1996 - De ontvoerde hotelsleutel.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Zondagavond. De duizenden weekendtoeristen op weg naar huis geraken nu vast in een slang gevormd door Fiat's, Alfa Romeo's, Lancia's, Autobianchi's, van alle kleuren, maten, bouwjaren, prijsklassen. Zij blokkeren zichzelf en ondanks de paardenkracht die in hun motoren zit benadert hun snelheid het nulpunt. Hoe sterk is echter de tweewieler zonder stinkende uitlaatpijp. Met vrolijke pedaalslag rijdt hij alle chauffeurs voorbij als een zefierwind. Om mijn vaart nog feestelijker te maken, blaas is ik drie rode luchtballonnetjes op en bevestig die achter aan mijn zadel. Ik ben toch de zoon van Fille en ik  vlieg die file voorbij. Wat doet dit deugd op weg naar Brescia.
    Nabij Iseo zijn de kampeermogelijkheden talrijk. Een prachtige pizzeria verspreidt geweldige geuren die mijn neus prikkelen. Ik rem en duik de camping binnen die naast dat restaurant ligt. Dat wordt mijn basis voor komende nacht. De jonge uitbater is vriendelijk en spreekt Engels. Er zijn vooral caravans op het terrein en onder een afdak wordt er pingpong gespeeld. Mijn tentje staat er vlug, nabij een instapplaats voor roeiboten, op enkele stappen van het water van het prachtige meer. Plots overvalt een raar gevoel me. In de rechterzak van mijn trainingsjas voel ik een hard voorwerp !  Jandorie, ik heb nog altijd de sleutel van kamer 35 van het Hotel Avogadro. Afgeleid door die prachtige glimlach van de meisjes aan de balie, heb ik mijn plicht van keurige hotelgast niet gedaan.  Ik ga terug bij de uitbater en ik vraag hem of hij op mijn kosten en in 't Italiaans wil bellen naar 0345 21251 te San Pellegrino Terme om te verwittigen dat ik de sleutel met de post zal terugsturen, alsook om me duizend maal te excuseren. De man belooft me van te bellen, maar hij moet net even weg.  Trouwens op dit uur naar een Hotel-Restaurant bellen heeft weinig zin legt hij me uit, want het is net het piekuur van de bediening . Met mijn ontladen fiets maak ik nog een toerke, maar dat is dwaas want de duisternis valt en nu rijden de bolides die door de file werden opgehouden met verhoogde razernij en met felle lichten langs het meer. In rijd daarom naar de pizzeria, waar ik achteraan in de tuin, achter windschermen, ver van het geluid van de aanstormende wagens nog een schone plaats vind.  Ik heb zicht op het laatste daglicht dat wegzinkt in Lago d'Iseo. Voor  54.000 lires permitteer ik me op deze schone avond een  versterkend maal. Groepjes Italianen komen ook pizza eten. Tot middernacht is het terras helemaal bevolkt. Dan verlaat ik mijn plaats.  Terug in de camping zie ik nog even hoe Duitsers er Tischtennis spelen, maar met volle buik  is het me niet mogelijk  om ook mee te spelen. Mijn igloo roept me en de rode wijn heeft me te pakken. De klotsende golfjes van de Lago wiegen me weldra in een diepe slaap.





    25-03-2009 om 17:10 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    24-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rome 1996 - Ondergaande zon over Lago d'Iseo.
    21ste dag San Pellegrino Terme- San Andrea d'Iseo  (rit van 96 km )

    Waar ben ik nu eigenlijk ? O, ja, in het hotelletje Avogadro te San Pellegrino.
    Ontbijt. Koffie met beschuitjes. Niet erg, want ik heb helemaal geen eetlust. Ik lees in de zondagskrant dat Chris Boardman te Manchester méér dan 56 km in één uur heeft gefietst. Wat een prestatie !  Ongelooflijk.  Wereldrecord.  Olive Green  en ik liggen uiteraard minder aerodynamisch op mekaar wanneer wij fietsen. Wij leggen met moeite 56 km op een dagje af. Ik zie hoe vrolijk en gelukkig de twee meisjes zijn die de dienst verzekeren. Zij zijn jong, slank, zwart van haren, wit van vel. Zulke modellen gebruikten de Italiaanse meesters om Madonna's te schilderen. Mijn rekening is lichter dan verwacht.  Ik voel me op deze zondagmorgen als een apostel waarover de Heilige Geest is nedergedaald en met mijn tenger Italiaans begin ik een babbeltje ... proberen mag toch ...  ' Sono multo contento... Euh... tu et tua sorella sei ragazza gentile et bella ... ! Zij bekijkt mij met haar grote zwarte ogen, de bergamasca, die zo blank, zo lief en goed is. Haar tafelkleedjes zijn van het kraaknetste wit en zij plaatste verse bloemetjes op alle tafels van het restaurant. De zon schijnt door de open vensters en deuren. Door dit alles voel ik me echt in grote vorm. Ik betaal met mijn kaart, maar ik voeg er twee biljetten van 10000 lires bij als drinkgeld, één voor ieder meisje, om te bewijzen dat iemand die per fiets te San Pellegrino aankomt ook een heer kan zijn.
    Ik daal terug gemakkelijk de vallei af tot Bergamo. Het krioelt er van wielertoeristen. ' Fare bella figura'  op de fiets is hier veel belangrijker dan in Vlaanderen. Het is vandaag zondag en daarom deed ik mijn koersbroek van topkwaliteit aan met op de buitenkant van mijn dijen de naam van Eddy Merckx. Deze magische letters laten zien dat ik een Belg ben en geen Nederlander. De Italianen moedigen me aan, groeten me vriendelijk. Rond zondagmiddag gebeurt het dan. Pssstt ... een platte achterband. Ik vind het gaatje en ook het bobbeltje in de velg dat de schade heeft veroorzaakt. Ik bewerk het wat met een vijl, verstevig met een stukje binnenband, en plak zwarte tape helemaal rond de velg. Dat duurt wel een tijdje, maar ik ben fier over mijn werk. De Dag des Heeren is prachtig en ik nader Lovere. Aan een groot bedrijf  GEWISS  kom ik voorbij, een sponsor van een felle wielerploeg. Even rekenen laat me weten dat ik al 1450 km heb gefietst en dat drie bandbreuken  mijn lot zijn geweest.  Dat is nog zo niet slecht. Maar ... pats.....grrrrrrrrr... terug plat en we zijn nog maar 16 km verder na vorige panne. Toevallig gebeurt dit onheil vlak voor een gelateria. Een reden meer om te stoppen en wat troost om me moed te geven alvorens terug herstelwerk te beginnen. Eerst een grote cola en een dikke ijskreem, en dan kan het trieste werk van reparatie volgen. Ik steek mijn rechterhand in een handschoen van dunne doorschijnende plastiek om mijn vingers niet vuil te maken. Vakkundig geef ik goede indruk  aan de talrijke autochtonen die van op enige afstand, gezeten in de schaduw op een rij stoelen, al mijn bewegingen volgen. Gebarsten binnenband. Ik pompte mijn achterband waarschijnlijk te hard op. Het maximum mag maar 6,5 Bar zijn. Vermits het aan deze kant van de Alpen veel warmer is dan in Zwitserland was de spanning in mijn binnenband overdreven. Ik plaats een nieuwe. Door de tape is er nu minder plaats. Ik wring en ik duw, en het komt toch goed. Vijftig keren stoempen op mijn handpomp en de band staat weer hard. Maar is hij nu hard genoeg of veel te hard  ?
    Een aanhouder wint altijd, en daarom fiets ik verder op zoek naar de waterspiegels van de Italiaanse meren. Een eerst meertje is nog van geen tel, doch brengt me wel al in de stemming en laat me weten dat ik op de goede weg ben. Terwijl ik dromerig van het landschap geniet halen twee mountainbikers me in. Een jongen en een meisje, die me willen gezeldschap houden. Zij beginnen een babbeltje in de Engelse taal, de best manier om mekaar te verstaan. De jonge kerel draagt een voetbalshirt met op de rug het cijfer zeven en de naam Eric Cantona .Zij is erg nieuwgierig en wil werkelijk alles van mij weten. Vele zondagsrijders delen de steenweg met ons. Naast mekaar fietsen is gevaarlijk, niet voor mij want ik blijf mooi aan de rechterkant, maar wel voor hen . Dit tijdelijk gezelschap wordt me opgedrongen, is sympathiek, maar moet worden beperkt. Bergaf  rijden zij nu graag 50km/u en dat is gemakkelijk maar niet wijs met al die wagens. We bereiken Lovere, een aardig stadje. De twee fietsen als gekken verder.  In het verkeer ben ik ze weldra kwijt. Dit is dan Lago d'Iseo. Bootje varen. Pedalos. Zonnebaden. Picknick. Verliefde koppels van alle leeftijden. Kindjes groot en klein. Mekaar bekijken van op een terras. Martini on the rocks slurpen. Gelati. Honden.  Vijftienjarigen die sigaretten roken en een liefje zoeken. Zondagse kleren. Kleuren.  Niets moet en alles kan op een zomerse dag aan Lago d'Iseo.
    De grote massa is neergestreken rond het meer, allemaal mooie bruine mensen die zich een paar maanden lang hebben laten bakken door de lachende Italiaanse zon. Langs de oevers zie ik veel campings, speeltuinen, parken, wandelwegen, natuurschoon. Alles draait goed, maar na 73 km, te pisogne, besluit ik toch van te stoppen. Een slimme wielertoerist moet immers rusten alvorens de batterij leeg is, eten en drinken alvorens honger en dorst te hebben. Aan de kade nabij het water neem ik plaats aan een tafel. Vermits ik overal flesjes Corona zie staan bestel ik ook maar zo een geel bier uit Mexico. Het wordt me ijkoud gebracht zoals het hoort en met een stukje ciroen in het schuim. Ik geniet van mijn biertje en neem alle tijd want ik wil wachten tot wanneer de Ora, de zuidenwind van de namiddag , plaats maakt voor de Vet, de noorderwind van de vooravond. Ik voel nog niet veel van die wind wanneer ik me terug in beweging breng.  Volgens mijn informatie volgen nu tunnels, en dat blijkt ook zo te zijn.Op de weg langs de boord van het meer vordert nu een lange file auto's. In de eerste tunnel gaat het niet goed met mij, want het koude bier ligt nog op mijn maag en mijn benen zijn stijf.  Het is bergop en donker in die tunnel. Ik geraak in ademnood en moet mijn mond gesloten houden  want al die stil vorderende wagens spuwen stinkende gassen uit. Ik rijd op klein verzet verder  en telkens wanneer er wat luchtstroom komt door openingen met zicht op het meer vul ik terug zo veel mogelijk mijn longen. Zowel de lamp op mijn fiets als de lamp die ik op mijn hoofd kan zetten zijn buiten werking.  Wat een fout !  Zonder lichten vooraan, maar wel met gele kledij,  met reflecterende strips rond armen en benen, met op mijn fietszakken zichtbare driehoeken, en met een goed achterlicht ben ik nog wettelijk niet in orde in de tunnels, is het vooral gevaarlijk door die vele automobilisten en door de gaten langs de wegkant. Ik vertienvoudig mijn concentratie, stop waar het kan, en als het moet.  Maar zoals  voor de slechte jaren waarmee ik mijn loopbaan op het werk eindigde, komt hier ook het einde van deze tunnelzone voor de eenzame sterke fietser die ik ben.  Tussen Pisogne  en Marone was het ongezond en eng. Na de tunnels begin ik terug snel te rijden. Opeens zie ik terug de twee jongeren van een paar uren geleden. Zij lopen te voet achter de vangrails in gras en stenen. Blijkbaar zijn zij in moeilijkheden. De goede ziel in mij vraagt me om te stoppen, maar vermits ik met snelheid tussen de auto's aan het volgen ben , kan ik zo maar niet stoppen. Dat zou een kettingbotsing veroorzaken.  Ik wuif met mijn hand  en roep eens  ' Hello' . De jongen roept iets, maar ik versta hem niet. Wat verder wil ik terug draaien om eens te gaan zien wat er gaande is , maar dan meen ik dat zij toch maar zelf moeten opdraaien voor hun roekeloosheid, voor hun fouten, want anders leren zij het nooit. Die jonge mountainbikers reden rond in zwembroek en T-shirt, zonder drinkbus, zonder pomp, zonder herstelmateriaal, zonder valhelm, zonder lichten, zonder landkaart, zonder te weten hoe lang zo'n rondrit omheen Lago d'Iseo wel was.

    24-03-2009 om 06:10 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rome 1996 - In het land van Felice Gimondi.

    SAN  PELLEGRINO  TERME.

     

    Daar waar de bergen overgaan in de Povlakte ligt een parel van een stad die in lang vervlogen tijden werd gesticht door de Kelten. Vele volkeren en vele edele families kwamen, verbleven en gingen te Bergamo. Zij hebben deze stad uniek gemaakt. Galliërs, Franken, Hunnen, Westgoten, Lombarden, Ghibbelijnen, Welfen, Visconti,  Malatesta , Oostenrijkers, Fransen, Italianen, Duitsers, Amerikanen, hebben Bergamo gebouwd, verwoest, gebrandschat, geplunderd, heropgebouwd. De vele kerken, paleizen, piazza’s  zijn er prachtig, om nooit te vergeten. Het is een plaats van markten, een omgeving waar mensen wonen, werken, liefhebben, eten, drinken en zich met mooie dingen omringen. Tijdens de zestigerjaren van de XXste eeuw werd de boerenjongen  Angelo Roncalli de beroemdste universeel bekende figuur uit  Bergamo. Hij was Johannes XXIII, de paus van het Vaticaanse Concilie en van de encycliek “ Pacem in terris”.

     

    In de drukke voorstad speel ik eigenlijk met mijn eigen kostbaar leven tussen de auto’s, brommers, vrachtwagens, en op een slecht verzorgd wegdek. Alles wijst naar industrie en naar comsumptie. Ik stop even aan het station en ga op zoek naar een stadsplan en naar een kaart van Noord Italië. Mijn voeten zijn aan het slapen. Rondlopen verbetert mijn bloedcirculatie. De Tourist Info bestaat er alleen uit elektronische apparaten en uit informatie op een bord. Het apparaat om hotelkamers te reserveren is in panne. Dan maar verder tot Piazza Vittorio Veneto waar een kraantje staat met drinkbaar water. Dat functioneert heel goed want het spuit heerlijk direct een geutje in mijn mond. Ik eet brood met salami en vul mijn drinkbussen met water. Te Konstanz kocht ik een flesje met dille extract. Dat is goed en gezond voor mijn bloed, tegen slechte cholesterol, en daarom voeg ik drie druppels in iedere bidon. Het is vroeg in de namiddag. Ik toer wat rond op zoek naar info over Bergamo. Blijkbaar zijn in Lombardije binnenpleintjes gespecialiseerd in of gereserveerd voor bepaalde activiteiten. Terwijl ik snuffel met eerbare bedoelingen bots ik daar onder de arcades plots op een vogelschrik, een mannelijk exemplaar van wat ik vorige avond al had ontmoet in Milano Centrale. Hij loopt rond in volle zon met een muts en in een vuile lange witte regenjas. Mijn kennis van de Italiaanse taal laat me begrijpen dat hij diensten verkoopt voor 50.000 lires. Ik spurt zo snel mogelijk weg. Zou dit dan één van die pifferi, van die publieke fluitspelers geweest zijn, traditionele muzikanten uit Bergamo  ?

     

    Mijn tempo zakt vlug, want het gaat van beneden naar boven. Aan de start van de funicolare, een soort tram die op smalle rails naar de bovenstad klimt, bestudeer ik even het stadsplan.  Met mijn fiets mag ik niet op die lift. Mijn benen zullen dus worden gemarteld om te klauteren langs waar de finale van de Giro di Lombardia zich afspeelt wanneer de klassieker van de vallende blaren te Bergamo eindigt. Het schrikt me toch wel af. Ik besluit nog wat te pauzeren en mijn eerste ijsje te eten in het land van de gelati. Op een bank nabij het vertrek van de bergtram lek ik van de koude slemperij. Het slechte van mijn nachtleven doorheen Milaan achtervolgt me nu. Ik val in slaap op die bank. Om wakker te worden met nog steeds een fiets naast mij stak ik evenwel een been door mijn kader en legde ik een ander op mijn bagagetassen. Weldra snurk ik. Gedurende niet lang want plots hoor en voel ik …. tok, tok, tok , tok, tok, …. . Ik doe één oog open en zie voor mij een oude vrouw met een witte stok. Zij kent dezelfde bank zeer goed. Maar nu ligt iets enorms op de plaats waar de blinde vrouw dikwijls in de schaduw komt zitten ! Zij en haar stok zijn toch zeer verwonderd. Een gentleman ben ik gebleven, ook al ben ik al sedert enige tijd zwerver op Gods wegen. In orde, de rustplaats   is voor haar en zij legt haar kontje op die bank. Toch wat fitter na mijn dutje schuif ik omhoog naar het oude hart van Bergamo langsheen de Mura di San Giacomo. Hoe hoger ik kom, hoe mooier alles wordt. Wat een panorama  !

     

    Op de oude keien bereik ik Citta Alta voor een bezoek aan Santa Maria Maggiore waar oude Vlaamse en Florentijnse tapisserie hangt. Op mijn klein verzet rijd ik langs de muren van de bovenstad. Talrijke wandelaars, bezoekers uit vele landen, slenteren er rond. Spel van zonnelicht en schaduw. Piazza Vecchia. Dit is bijzonder mooi. Dit is uniek. Raggione, het oudste gemeentehuis van Italië wordt dagelijks honderd maal gefotografeerd. Spelende kindjes en een hond op het plein in de zon. Fontein met symfonie van water. Verliefde jongen en meisje. Terras toeristen met pijnlijke voeten. Een zwerm fietsers. Hongerige duiven. Bloemen. Reeds op de kleurrijke balcons van Bergamo staat de fiere leeuw van Venetië. Ondanks het vele volk heerst er toch nog een gezellige stilte, alsof de stoere oude muren de storende geluiden opsnuiven. Heerlijk. Schattig. Stad van de glimlach. Liefde op het eerste zicht. Bergamo ik hou van jou !  Waar ben je Lucia de Lammermoor ?

    Ik slurp aan een blikje cola en laat al die indrukken tot me binnendringen. Olalala   … !  Wat ziet mijn lodderig oog daar … ! Een gelateria ! Ondanks veel cultuur, godsdienst, geschiedenis, vrouwelijk schoon, is op de piazza het meest bezochte punt evenwel toch een goudmijn waar aan een toonbank van xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />12 m lang meerdere winkelmeisjes ijs verkopen. Niet met een tang die de bollen nijpt worden er de smaken en kleuren in de horentjes, tussen de wafels, in de potjes, kommen en bekers gebracht. Voor de grote en voor de kleine snoepers, met elegante zwier, gebeurt dat op de Piazza Vecchia met de metalen spatel, zoals de traditie vraagt, zoals het steeds ook gebeurde bij Vica te St-Truiden of in het dorp van mijn jeugd wanneer paard en kar van  ‘ Henri’ ke den Haebe’ met zijn vanille in onze straat stopte en wij in onze hand een paar franken hadden. Die Henri uit de Sint Lambertus straat had een mooi braaf paard en naar dat paardje keken wij. De jonge dames achter de toog van de  gelateria op de piazza  zijn mooi. Terwijl zij met de spatel de ijsjes serveren, met hun jong bovenlijf wringen om de smaken uit de bakken te krijgen, beweegt het vlees in hun décolleté, en  ja, beste biechtvader, ik keek met een zondige blik, maar nadien koelde ik af door het eten van een dubbele portie ijs uit mijn bakje.   

     

    In de smalle straten zijn vele winkels met fijne kost. Vooral diverse paddestoelen zijn er te koop, goedkope zwammen maar ook zeer dure. Vele mooie voorwerpen lokken de voorbijgangers.

    Gewone bierflessen waarvan de hals op hoge temperatuur terug gesmolten werd, waarna langer gemaakt na uitrekking, trekken mijn aandacht. Ik mag niets kopen want ik moet alles toch nog zo lang meeslepen. Op weg naar Vigilio, het hoogste punt van oud Bergamo, wordt het moeilijk per fiets. Aan de kapel op de stadswallen stop ik. Na wat verkenning in de Via Donizetti  en in de Via Gombito, voel ik me gelukkig en voldaan. Daarom  besluit ik van verder door het land van Bergamasca te fietsen langsheen de pittoreske S470.

     

    Val Brembana. Het is een warme vooravond. Nog 25 km scheiden me van San Pellegrino, gelegen in de richting van het Noorden. Ik ben nu in de geboortestreek van Arlequino de bekende figuur van de Commedia dell’arte, de harlekijn. Hij was maar een knecht uit deze Val Brembana, een Boerke Naes zonder leeuwenmoed maar toch niet dwaas, die vanaf de XVIde eeuw in vele rollen op de theaterplanken verscheen. Zoals in de Vlaamse Ardennen  - anderen zouden schrijven zoals op de Limburgse fietspaden of in Nederland - is dit ook het land van de fiets. Ik ontmoet of word ingehaald en voorbijgereden door vele sportievelingen die mij amper een blik gunnen omdat zij rijden op fonkelende tweewielers van de beste soort. In hun gekleurde truien, met bruine benen en op Colnago, Pinarello, Bianchi, Willier, Campagnolo, Cinelli, Benotto, … gedragen zij zich als Felice Gimondi, de halfgod van Bergamo. Ik ben immers maar een slak, zwaar beladen en traag, kruipend over de warme asfaltweg. De vallei is vruchtbaar en mooi. Het is een brede scheur in de kalkrotsen. Enkele moderne bruggen bewijzen de hedendaagse economische bloei. De steenweg langs de rivier is in goede staat. In een dorpje aan een brug verlaat ik de hoofdweg om nogmaals een frisse liter melk te drinken, reeds de tweede liter melk die ik vandaag door mijn keelgat giet.

     

    Langzaam nadert het stadje San Pellegrino, waar sulfaatrijk water van op een diepte van 400 m uit de dolomietrotsen komt. Op het ogenblik dat ik stapels van duizenden plastieken bakken zie, soms helemaal leeg, dan vol met lege flessen en natuurlijk ook wel vol met flessen gevuld met mineraal water, ben ik er zeker van dat ik San Pellegrino Terme heb bereikt.

     

    San Pellegrino is een schone naam die voor mij blinkt en klinkt als een nieuw muntstuk. Ten eerste omdat ik een fietsende pelgrim ben die naast wijn, melk, bier, koffie, cola, ook veel water drinkt en zeker graag ook dat bruiswater San Pellegrino, het sprankelend genot met de bubbeltjes die je aangenaam tegemoet knisperen. Ten tweede, omdat ik Coppi en Bartali bewonderde, de grote klimmers, die altijd boven op de cols een spurtje plaatsten voor de Trofeo San Pellegrino, het klassement van de bergprijs. Deze strijd der campionissimi werd zo prachtig beschreven door Dino Buzzatti iemand die werd geboren te San Pellegrino in 1906. Aan het eerste hotel rijd ik voorbij want drie sterren is eentje teveel voor mij. In het centraal gelegen Hotel Papa probeer ik het, doch alles is bezet. Zij wijzen me een ander hotel aan en schrijven op een papiertje de naam Avogadro. Ik moet echter verder fietsen. Weldra bereik ik dat hotel waar een kamer 40.000 lires kost. Douche in een grote badkamer met licht hellende vloer waar het water snel wegloopt. Zweet, vuiligheid, slechte geuren, worden van mijn vuile armen en benen afgespoeld.

     

    Een uurtje later zit ik als een heel nette heer aan tafel. Mijn maag, lever en darmen hebben er een afspraak met het avondeten dat zo belangrijk is voor iemand zoals ik die een Giro rijdt. Het wordt na deze lange dag minestrone, coteletta Milanese, insalata mista, frieten, kaas, brood, rode wijn en vanzelfsprekend ook een fles San Pellegrino, het beroemde water dat zelfs Leonardo da Vinci ook zo graag dronk. Dit alles verloopt uitstekend. Olive Green heb ik mogen binnen parkeren, in een tweede zaal  en zij staat er netjes veilig en naakt nabij een grote kast gevuld met tafellakens en reserveborden. Nadien neem ik nog wat rode wijn mee naar mijn kamer. Daar strooi ik over de hele vloer de inhoud van mijn fietstassen uit. Zo is een overzicht gemakkelijker en wordt alles weer eens aan de lucht blootgesteld.  Ik kijk naar de televisie maar val vlug in slaap. In het midden van de nacht word ik al wakker. Ik herschik alles zoals het moet in de compartimenten van mijn fietstassen en ik ontdek dat een beter verdeling me uiteindelijk meer ruimte over laat. Zo is het goed dat ik mijn schoenen in de tassen aan mijn voorwiel opberg. Daarna neem ik nog een warme douche. Dat laat me weldra diep slapen in de nette lakens van Hotel Avogadro te San Pellegrino.

     

     





    15-03-2009 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rome 1996 - In de schemerzone tussen vrijdag en zaterdag.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    OP WEG NAAR   BERGAMO.

     

    Met een knars valt de ijzeren slang stil. Wanneer ik de deur open duw komt lawaai en drukte me begroeten. Wat ben ik zenuwachtig, en Olive Green is dat ook . Ik tuimel met fiets en al letterlijk op het perron van Milano Centrale. Mijn fietspomp klettert tegen de stenen en een plastieken zak met mijn papieren glijdt zelfs tot op de rails. Dat noemen ze  ‘met de slag in huis vallen’ . Geen pols gebroken, geen sleutelbeenbreuk, geen pijn aan mijn staartbeentje. Mijn averij is toch niet te groot. Duizend Milanezen en den dezen, de ik die zo alléén arriveert en zijn plan zal moeten trekken in de grote en vreemde stad, vol vieze wolven en diepe afgronden. Ik sta er met mijn mond vol tanden gelukkig niet verloren tijdens de valpartij, en niet op de trein vergeten. Centrale trekt een weinig op Antwerpen Centraal  maar is toch minstens driemaal zo groot. Staal, glas, trappen, mensen, veel mensen. Samen met mijn fiets loop ik er wat rond. Observeren. Wennen. Hé, wat komen hier vele schone vrouwen binnen, met bruin vel na de Italiaanse zomer, maar ook helemaal zwarte prachtige negerinnen. Een roltrap brengt ons scherp naar omlaag en ik moet alle kilo’s van mijn lijf gebruiken als tegengewicht om Olive Green bij me te houden.

     

    20.30 u.  Milaan. Zwoele vrijdagavond in september.  xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />24°C.

    De nacht valt hier vroeger dan aan de bovenkant van de Alpen, dat kan ik duidelijk vaststellen. Ik bevind mij op een zeer groot plein voor het station en zie de lichten van de grootstad fonkelen.  Nergens is er een fietsvriendelijk hotel. Overal duwt drempelvrees me weg. Allemaal dure kamers. Mijn tong durft nog niets zeggen in dit vreemde land. De avond is heerlijk. Ik voel me vol energie. Dan merk ik een restaurant op : Giglio Rosso. De tafeltjes staan buiten en binnen. Een haag van één meter breed en één meter zestig hoog scheidt de straat van het terras. Ik denk aan Charles Decoster die zijn boek begon met iets over een haag, want zijn eerste regel was … ‘ Wanneer te Damme de meidoorn bloeide werd Tyl geboren, de zoon van Claes en Soetkin … ‘ . Eten in de Giglio Rosso lijkt me een goede start voor mijn Italiaanse roman. De ober laat me zitten op het plaatsje dat ik vraag, bijna op straat aan een rond tafeltje voor één persoon. Mijn fiets en mijn bagage duwde ik in het groen van de haag op amper één meter van me. Het is er zoals in de Rue des Bouchers te Brussel : druk, duur en lekker. De ober begrijpt de Italiaanse woorden die ik zeg. Terwijl ik eet of drink blijf ik mijn fiets beloeren en ik ben van plan zonder genade iedereen die hem zal betasten met mijn vork in het oog te treffen. Ik zit daar niet op mijn gemak in trainingspak, tussen al de schone koppels mannen en vrouwen die daar op restaurant komen. Wat een drukte ! Daarom vraag ik snel de rekening. Op een bordje komt  naar mij het volgende :  Pan e Coperto (4000) + Aqua Minerale (4000) + Ravioli (12000)+ Vitello a la Venziana (18000) + Semifreddo (7000)+ Servicio (5500)= 50.500 Lires.  Zo’n grote som doet het speeksel in de mond verstijven. Op een nulletje wordt hier niet gekeken. Dit was toch een goede start.

     

    22.00 u. Ik begeef me langzaam terug naar het station na deze eerste ronde door Milaan. Ik besluit wat te rusten tot mijn eten is verteerd. Het is nog altijd druk. De vele exemplaren individus van diverse rassen die hier komen en gaan of staan, vormen een leuke attractie : de mens onder alle vormen. De clochards die in het onmetelijke station zich nestelen worden rond dit uur meer en meer opgemerkt. Politie, soldaten, en veiligheidsmannen van de Spoorwegen, patrouilleren er voortdurend, soms zelfs gewapend. Voor een kuis met waterslurpende stofzuigers moet iedereen  een gedeelte van het gebouw verlaten. Ook ik word verjaagd door de vertegenwoordigers van wet, orde, properheid, en reglement. Dit verplicht me tot verhuis naar het buffet, een grote ruimte met tafels en stoelen. Het is bijna sluitingstijd, maar een blik bier is er nog te koop tegen hoge prijs. Ik mag zelf het vocht inschenken in een mooie pint. Ik betaal met een groot biljet en krijg papiertjes met nullen terug. De beroepsbedelaars, de rondlopers, de hoeren, die op dat uur daar iemand een halve liter fris Heineken zien drinken, weten uiteraard dat die persoon nog geld in zijn zakken heeft. Dat legt uit hoe het komt dat daar twee minuten later een soort stationheks naast me komt zitten. Eerst bedelt zij om wat centen. In een tweede poging volgt een voorstel tot seksuele dienst. Verschrikkelijk. Wat een lelijk wijf ! Ik spoel al het bier door mijn keel, sta op, geef de schone pint terug aan de ober, en vertrek naar het lager gelegen gedeelte van het station waar het frisser en kalmer is. Ik ga in de lokettenzaal zitten.

     

    De spoorwegpolitie jaagt nu iedereen buiten die geen ticket op zak heeft. Mijn dure kaartjes uit Lausanne zijn het bewijs dat ik wel degelijk een reiziger ben, en geen dakloze. Ik mag blijven en rust er nog wat uit terwijl de tijd loopt. Het is voorbij middernacht. Ik zie van op mijn plaats door de ingang van het station wat er buiten op het plein gebeurt. Het is alsof ik naar een film aan het kijken ben. Ik zit rustig in de halve duisternis en de anderen staan of bewegen in het licht. De politie is nooit ver. Maar stilaan verdwijnen jong en oud,  vermindert de verlichting, worden her en der deuren en vensters gesloten. Ik zie dat de bewakers van de ingang van het station naar huis gaan. De laatste trein is dus uit Milano vertrokken of is voor de nachtrust tot stilstand gekomen.Geleidelijk komt een gevoel van onveiligheid op me af.  Zit ik hier niet als een rat in de val ? Ik word zenuwachtig en moet plassen.Geen toiletten in de nabijheid. Ik kan mijn zwaar beladen fiets niet achterlaten met op korte afstand vijftien potentiële dieven. Maar ik heb een oplossing. Ik urineer in een plastieken zakje met sluitstrip, dat eigenlijk dient om een boterham in te stoppen. Deze liquide afval deponeer ik stiekem in een vuilbak aan de ingang van het station. Ik spring op mijn tweewieler, verlaat Centrale, het plein, de rondhangende jongeren, de duiven en de zwerfkatten .

     

    Verdorie ! Mijn voorlicht is kapot na de valpartij op het perron.

    Milaan by night biedt echter zoveel lichten nog dat ik nog bijna alles kan zien. Wat een drukte op zo’n nachtelijk uur !  Overal rijden zij als zotten met hun wagens en motors. Ik wil niet van mijn fiets worden gebokst of in prak gereden door die uitgelaten chauffeurs. Ik blijf daarom van de straat af en fiets verder op de stoep. Tussen vuilbakken, geparkeerde auto’s, bloembakken, lantaarns, rustbanken, autobushaltes, slalom ik verder in de hoop dat ik de richting van het Noord Oosten aan het volgen ben.  Af en toe staat er op een straathoek een straatmadelief die niet lacht op een fietsende landverhuizer zoals ik, maar die wel wacht in de nacht op signores met een Alfa Romeo of schone Fiat. Ergens in het nergens van de voorstad waar het kermis is, met bierkramen en pizzatenten moet ik van mijn fiets af om niet tegen de mensen te botsen.  Stop. Tijd voor een biertje. Weer zoveel lawaaimakers, rokende uitlaatpijpen en sigaretten, jonge wijven, muziek, Italianen met wilde haren. Even verder aan het volgend kruispunt staat er een hoer. Ik vraag haar beleefd ‘ Signorina  per favore  mi indichi la strada per andare a Monza … ?  Zij heeft het hart van Irma La Douce  en wijst me hoe ik moet rijden. Met mijn oersterke velgen wip ik me op en af de lage stoepen die volgen, en  ik glimlach bij het zien van pijlen die naar Monza wijzen.

     

    Voorzichtig verder. Pelgrim van de nacht langs vele wegen mag ik genieten van Gods zegen. Om 2u 45 bereik ik Monza. Heelhuids  stop ik aan een school waar op de speelplaats nog voetbal wordt gespeeld door twee elftallen. Geen gesjot maar echte Calcio. Dag en nacht oefenen en misschien ooit eens in de droomtrui van Juventus, A.C.  of Inter geraken. Die jongens voetballen zeer goed. Er is een arbiter, een tafel met officials, een afdak waar supporters van drank en hapjes genieten. Dan moet ik even mijn ogen uitvegen, want het volgende kan ik moeilijk geloven. De stand van de match is opgelopen tot  335- 277, want zij spelen hier geen match van 90 minuten maar wel een match van 90 uren. Er zijn ook reservespelers, maar ik zie dat die niet op een harde bank zitten naast het veld doch wel rusten of wachten in hun auto’s, waar zij het malse gezelschap hebben van hun lief. Het ene spel is het andere niet.

     

    Met mijn wandelschoenen, jeans, regenjas, neemt niemand me voor de felle wielrijder die ik ben. Dit is Monza de verblijfplaats van Fiorenzo Magni, de campionissimo, die eeuwige sportroem vergaarde door als Italiaan driemaal (49/50/51) de Ronde van Vlaanderen te winnen. Maar verschrikkelijk divers motorengeweld is te Monza de religie. Door de nacht vlammen zij hier rond als op de Grand Prix. Alle dolende kippen en honden zijn te Monza  al lang platgereden. Felle vaak begint mij nu te overvallen. Voor een fabriekje waar waterpompen worden gemaakt staan banken die mooi achter struiken zijn verstopt. In die plantentuin rijd ik binnen. Ik kruip in mijn slaapzak, probeer te slapen, maar dat lukt me niet door de vele auto’s die er voorbijrazen. Mijn kopje blijft wakker, maar mijn benen nemen rust.

     

    Bij de eerste klaarte kruip ik terug recht. Terwijl reeds arbeiders naar de fabrieken komen die zich in de nabije omgeving bevinden, en vaders die als vuilnisman de kost moeten verdienen reeds druk bezig zijn, komen zonen en dochters nog thuis van hun nachtelijke fuiven. Ook de politie is al aan de arbeid : lang voor het ontbijt verbaliseren zij aan het station van Monza reeds een man die op een brommertje reed. Ik heb nog geen wegenkaart van Italië. Wanneer ik de wegwijzers naar Bergamo niet meer zie, wordt het moeilijk. Er is veel verkeer al zo vroeg in de ochtend.

    Een flauwe zon is opgekomen in het Oosten en daar moet ik naar toe. Maar ik kom terecht in een kom spaghetti van straatjes, bedrijven, parkings, snelwegen, bruggen, omleidingen, verboden doorgangen, wegeniswerken, stortplaatsen, doodlopende straat, een echte hel.  In de verte zie ik de spitse toren van een kerk, het geloof van onze grootmoeders dat de enkeling in nood helpt, en zo kom ik uit de industriezone en bereik ik een woonkern. In een winkel is er wat eten. Mijn poging om een wegenkaart te kopen mislukt. Een frisse liter melk doet mij goed. Ik kleed me terug in rennerskledij na mezelf te hebben gewassen met water uit mijn drinkbus. Ik voel me beter, maar in die winkel verstond men mijn Italiaans helemaal niet, mijn tong was er loodzwaar, zodat ik dan alles maar heb geregeld met mijn wijsvinger.

     

    Door landelijk gebied brengt Olive me nu op weg naar Bergamo. Gedurende een half uur vorderen we goed en dan komen wij in een schoon groot dorp met verschillende winkels.  Ik vul er mijn stuurtas met panini, water, melk, en worst. Rechts ontwaar ik wat later een educatief pretpark voor massatoerisme, heel Italië, Tutta Italia in een notendop. Er is een zeer grote parking. Winkels met souvenirs en specialiteiten uit Umbria, Piëmont, Sardinië, Sicilië, Puglia, Toscane, enz… uit alle streken van het schiereiland bieden er hun waren aan. De speeltuin kan betreden worden mits betaling van fors entreegeld.  In dit Italia in miniatuur staat er natuurlijk een scheve toren van Pisa, in verkleind model, en zijn er plattegronden van de vele beroemde oude steden. Ik twijfel of dit openlucht museum wel iets voor mij is. In ontdek er propere toiletten, waar op dit uur nog niemand is. Ik gebruik daar water en zeep om mezelf te wassen en me gezond te ontlasten. Daarna krijg ik eetlust. Ik knabbel de lekkere panini op met de Milanese worst. Zo gingen een paar uren voorbij, die ik in het zonnetje doorbracht met ontbloot bovenlijf. Ik voer mijn fiets terug naar de uitgang. Maar dan zie ik een vijver en een mooi grasveld. Ik ga daar wat liggen om te bruinen. Een beetje later ben ik vertrokken in een slaapje.  Maar een schreeuwend bazig vrouwmens komt me wegjagen. Zij is precies de Musolini manager van het ganse Tutta  Italia.  Ik mag de prachtige gazon niet platliggen. Weg dan maar  !

     

    Het duidelijke doel wordt Bergamo, de stad van Felice Gimondi, vriend en vijand van onze Eddy Merckx.  Aan de rand van deze stad zie ik dat er een velodroom is. Ik verlaat mijn weg en maak een toertje rond dat sportstadion, maar op de piste zelf geraak ik niet op. Een oude affiche, bewaard achter glas, toont dat vroeger Antonio Maspes en Santé Gaiardoni er hadden gereden. Alles is er ondertussen oud, verbleekt door de zon, verroest, en onkruid siert de vele hoeken en kanten. Dit is een oord dat naar vergane glorie smaakt. Ik fiets rustig verder maar open goed mijn ogen omdat er veel gaten in het wegdek zijn.

     

    Ik ben een gelukkig mens. Hoelang zal dit geluk nog duren ? Hoever geraak ik met mijn spaghetti  Italiaans ? Si , sono pensionato belgio. Vado a Bergamo con mia bicicletta … .

     

         ---    De tot armoede vervallen inwoners van deze stad vergaten nooit de vroegere glorie. De Heuvel bleef een heilige plaats , bezocht door geesten uit een tijdperk van vergane glorie . ---- (Goethe)  ----

     

     

     

    10-03-2009 om 21:40 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    22-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rome 1996 - De negentiende dag.

    TREINRIT NAAR MILAAN.

     

    Aan de ontbijttafel ontmoet ik weer de motorrijder. Mijn tafelgenoot vertelt me hoe hij op zoek ging naar de oude Keltische cultuur in Bretagne. Hij raadt me aan om de abdij van St-Maurice te bezoeken waar een kerkschat wordt bewaard met goud en edelstenen uit de tijd der Merovingers. Deze belangrijke abdij bestaat sedert 515.  Spijtig  wijkt dit te ver af van mijn reisroute. Ik schenk hem mijn folders over de oude pelgrimsweg doorheen Zwitserland. Dit apprecieert hij en zo geef ik voor de zoveelste maal de Santiago virus door. De eeuwenoude ketting  wordt zo wellicht nog een link langer met die leraar op motorfiets voor wie de tocht Lausanne - Compostela  een afstand van 1660 km betekent.

     

    Tijdens de voorbije nacht had ik Olive Green in de damestoiletten opgesloten. Het is tijd om haar te bevrijden. Na overleg met mezelf zal ik vandaag naar Italië sporen, want ik heb nog zoveel weg af te leggen en de belangrijkste stukken van mijn reis moeten nog komen. Zij liggen aan de andere kant van de Alpen. Daarom fiets ik dus naar het station van Lausanne. Ook de toekomstige Zwitserse Jacobspelgrim verlaat de jeugdherberg. Hij puft me op zijn Puch voorbij en hij steekt lachend zijn duim omhoog. Dwars door Lausanne, ja, en dat gaat goed bergop want vroeger was hier op het einde van het wielerseizoen een klassieke klimkoers voor profrenners. Ik ben rap aan het hijgen en zweten, omdat ik teveel kledij draag. Te voet gaat gemakkelijker en zo kan ik ook af en toe de weg vragen aan andere voetgangers. In de lokettenzaal van het station is er een machine die nummers geeft zodat iedereen eerlijk zijn beurt krijgt, maar er zijn toch mensen die voorkruipen. Niet op alle treinen mag mijn fiets. Daar is wat discussie over tussen de vrouwelijke bedienden. Het zal  de trein van 16u13 worden voor mij. Ik koop het ticket 38774 naar Milaan via Brig. Dat kost 58,00 FS plus 16,00 FS voor mijn Olive Green.  Met de glimlach betaal ik met mijn golden Eurocard. Twee maanden later zal ik om mijn uittreksel kunnen zien dat mijn overtocht naar Italië  1893 BEF had gekost.

     

    Italia, land van zon, kunst, vrouwen en wijn, maffia en paus, Coppi en Bartali,  osso bucco en spaghetti, we zijn in aantocht, op weg  naar U  … . Maar ik denk plots dat mijn JH-lidkaart nog in de Rue du Muguet ligt terwijl ik in het station sta. Ik blaas even uit in de wachtzaal en probeer mijn dag te plannen. Ik zie weer de twee meisjes uit Californië die de vorige avond naast mij zaten toen ik briefkaarten schreef. ‘ Hello’ en brede ‘smile’ natuurlijk . Als rugzaktoeristen willen zij naar Wenen, de stad van Sissi en van de blauwe Donau.  Zij zijn zo knap en jong. Ik ben zo oud en lelijk. Maar met mijn schone zwarte Wheeler pet, mijn grijzende baard, mijn bruine armen en benen, mijn indrukwekkende fiets, maak ik toch sterke indruk op hen. Zij beseffen dat ik geen kleine cowboy ben. Voor een schoon geldstuk van 5,00 FS mag mijn fiets met bagage in de consigne blijven tot aan het vertrek van onze trein. In het nabije postkantoor verstuur ik een brief van 320gr naar huis en dat kost me nog 5,00 FS. Om te komen aan het station langs een omweg had ik wel 4km nodig maar het is me nu duidelijk geworden dat via binnenwegen de jeugdherberg dichterbij ligt. Ik wil toch mijn lidkaart gaan terughalen, die zal nog nuttig zijn in Italië . Ik vrees echter dat de jeugdherberg ondertussen gesloten is. Daarom neem ik pen, papier, envelop, zegel, en kan zo indien nodig, schriftelijk vragen die kaart naar de jeugdherberg van Ravenna te zenden op mijn naam, zodat ik de kaart daar terug zou vinden. Ik stap in de zon verder en wanneer ik op xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />500 m van Rue des Muguets ben kom ik op straat toch wel zeker de baas van de jeugdherberg tegen. Ik leg hem het probleem uit, maar hij stelt me gerust : de receptie is open op dit uur want op vrijdag is dat nodig voor de gasten van het weekend.

     

    12.00 u. Youth Hostel International de Lausanne. Inderdaad, gisteren waren de deuren gesloten en vandaag zijn zij open. Ik krijg onmiddellijk mijn kaart terug. Een groepje studenten is er aan het supporteren  voor twee blijkbaar slimme en ernstige kerels die een duel uitvechten in het backgammonspel, doch ik begrijp niets van dat spel en verlaat dan maar stilletjes de jeugdherberg. Ik por mezelf aan om wat beter op mijn zaken te letten en om niet meer domweg over struikelstenen te vallen. Verlies, diefstal, achterlaten, van een document betekent in het buitenland altijd kopzorgen en verlies van tijd.

     

    Belangrijk wordt nu mijn telefonisch contact met thuis. In een glazen telefooncel bel ik tot wanneer mijn telefoonkaart dood gaat. Goed nieuws. Na jaren twijfel heeft mijn echtgenote zich een droogkast gekocht. Zij heeft ook de garage beter ingericht met diverse bakken om huisafval te sorteren en om brandhout te stockeren. Wanneer mijn fiets uit de garage is palmt zij natuurlijk de plaats van mijn tweewieler in. Geen ruzie tussen ons. Scheiding , of liever afstand, brengt vrede in het huishouden. Daarna zoek ik een restaurant. Het is overal schoon en te duur. Ik stap dan maar een zaak van delicatessen binnen waar ik een fles fendant, een quiche Lorraine en een sandwich met hesp koop. Met deze voorraad in een plastieken zak, slenter ik nog wat door de haven tot wanneer ik een zitbank zie. Ik eet er met veel genot en geniet van de fles fendant. Een zwerm mussen beweegt zich rond mij. Die vogeltjes hopen op wat kruimeltjes en ik maak ze gelukkig door wat stukjes van mijn brood met hen te delen. Terwijl de inhoud van de gekoelde fles fendant rap vermindert, zwerft mijn blik over de adembenemende schoonheid van Lac Leman en in de verte, aan andere oevers van het grote meer, liggen Genève, Nyon, Montreux, Vevey, Evian, Thon-les-Bains.  Wat is het leven mooi hier op die bank in de zon, met mijn buikje lekker vol en met nog een restje wijn in mijn fles.

     

    Maar ik mag mijn overblijvende tijd zo toch niet blijven vullen. Ik ga op zoek naar het Elysée van Lausanne, een museum waar kopergravures van Rembrandt en van Durer te bewonderen zijn.

    In de tuin van Grand Hotel zie ik een moeder met een jongetje . Hij wil op en af een kleine glijbaan en kan daar niet genoeg van krijgen. Ik blijf even staan want dit tafereel herinnert mij aan een vakantie te Menton, reeds twintig jaren geleden toen ik ook mijn kind mocht op een glijbaantje plaatsen. Ik was toen evenwel een kleine bankbediende met een hypotheeklening op de schouders, iemand die voor vrouw en kind een kamertje huurde, terwijl de mama van dit jongetje wel op een prinses gelijkt. Zij is van een buitengewone elegantie, groot en slank, donkerbruin van huid, zwart haar en draagt een lichtblauwe lange cape, een lang kleed.  Wat ik nog nooit zag : zij verstopt haar gelaat achter een gouden masker. Is zij te schoon en mogen andere mannen haar niet zien, of is haar gezicht lelijk geworden door wonden of huidziekte ?  Dit moet de mooie echtgenote, misschien de concubine van een schatrijke sjeik zijn, of van een belangrijk man uit India. Moest ik een zware jongen zoals Dutroux of Hamers zijn, dan zou ik nu direct toeslaan en dat jongetje meepakken. Van zijn papa zou ik 2.000.000,00  $ eisen om hem terug te brengen. Die dollars zou ik dan op een Zwitserse bankrekening plaatsen, niet op mijn naam, maar op een geheim nummer, of misschien zou ik een luis huren op naam van Mlle Olive Green. Het jongetje amuseert zich goed. De langzame bewegingen van de vrouw geven me de indruk dat die schone lady ziek of ongelukkig is. Misschien is dat ook wel zo, en is die rijke man van haar niet de ideale echtgenoot en tedere minnaar waarvan zij droomde. Zij verblijft ondertussen wel in dit dure hotel waar de groten der aarde logeren en waar geen enkele werkende mens ooit zal komen.

     

    Ik kan het Elysée maar niet vinden, maar ja, ik ben in de war door die prinses  en ook door de fendant die me nu te pakken heeft, me laat afzien en doet stinken van het zweet na beklimming van vele trappen. Ik merk dan dat ik boven het Musée Olympique ben gekomen. Terwijl ik zit en rust op een muurtje, kijk ik naar het meer en naar de tuin van het grote museum van de sport waar ik de vorige dag was. Daarna wandel ik weer naar beneden en smokkel ik mezelf via de open deuren en vensters van het restaurant het museum gratis binnen. Na mijn handige slalom aan de achterkant van dat gebouw stap ik de lege bibliotheek binnen. Aan de dame die daar vandaag zit vraag ik met ernstig gezicht waar informatie kan ingezien worden over de Spelen van Barcelona 1992. Zij legt me uit welke de mogelijkheden zijn. Even later bevind ik me voor kasten waar de vele verslagen van jarenlange voorbereidende vergaderingen de ruimte vullen. Van alle sporten die te Barcelona op het programma stonden, zijn alle namen van deelnemers, coaches, bestuursleden, scheidrechters, en atleten te vinden. Eens deze referentie gevonden dan komt men vlug terecht op de uitslagen die er geboekt werden zelfs door de minst goede deelnemer. Daar waren nog veel boeken en fardes die ik zelfs niet heb aangeraakt zodat ik niet kan vertellen wat er in stond. Mijn bedoeling is wielrenner Nima Ebrahimnejad terug te vinden, die bij ons thuis logeerde en waarmee ik een zomer lang naar de wielerkoersen trok. Door te vermageren en te trainen kon Nima begin ‘92 de minima behalen voor de ploeg van Iran die hem heeft opgesteld voor de 100 km tijdrit op de weg en voor de ploegenachtervolging op de piste. Zonder veel zoeken vind mijn oog zijn rugnummers terug en wat precies er te Barcelona door zijn ploeg werd gepresteerd. Een fotocopie van de bladzijden waarop de naam Ebrahimnejad staat zal ik posten naar Virginia in de USA voor deze olympiër die ik een tijdje als mijn zoon had beschouwd. Op andere boekenplanken doorblader ik nog vele boeken. Vooral de Aziatische boeken over tafeltennis boeien me omwille van de foto’s want Chinees of Japans begrijp ik natuurlijk niet. Ik vind ook enige boekjes van voor de islamitische revolutie in Iran en daaruit maak ik ook wat afschriften van bladzijden in de Persische taal. Zo ben ik goed bezig, maar plots denk ik aan het uur. Het is 5.30u . Met olympische spoed spurt ik daarom weg uit dat museum.

     

    Om in de warmte niet te voet naar het hoger gelegen station te moeten klimmen neem ik de metrolift, een soort tram, voor een kort ritje van 2,20 FS, steil naar omhoog. De trein wacht op ons. Olive Green staat in de gang en stoort een beetje de andere mensen. Ik zink neer in een oud leeg compartiment. Even later vertrekken we al. Een tijd lang zie ik nog het prachtige meer en daarna is het schouwspel voorbij want er volgen rotsen, andere treinsporen, oude gebouwen. We rammelen langzaam bergop doorheen de vallei van de Rhône. In de hellingen zie ik hoe dorpen en villa’s zich hebben genesteld en zich schuil houden. Nadien verschijnen er in de verte hoge bergen met nog wat sneeuw en nog hoger hangen grijze wolken.

     

    Sion.  Brig. De meeste treinreizigers stappen af, stappen weg langs het perron. Nog wat enkelingen blijven met ons op de sporen. Opnieuw sleurt de locomotief aan haar zware last. De Simplon Tunnel geeft een beklemmend gevoel, maar dat duurt niet lang en weldra rijden we weer in open lucht. Dat ik te Dommodosola moet verhuizen naar het voorste gedeelte van de trein komen drie verschillende treinwachten met tussenpauze me melden. Zij vrezen alle drie dat ik de Franse taal niet begrijp.

    We arriveren in Dommodosolla, maar ik ben niet dom, hoor !

     

    Zo’n zwaar beladen fiets op en af een oude trein krijgen is moeilijk werk. Het lukt me deze keer redelijk goed. Met weinig snelheid rijdt de trein nu verder door vele stations. Ik besef niet dat wij al bergaf aan het rijden zijn. Opeens daagt er een meer op en wat later nog een ander meer. Ik zie daken met roodbruine pannen en dan besef ik dat wij voorbij  Lago Maggiore komen. Ik spring recht en ga in de gang staan aan het raam. Zo kan ik een blik werpen op Isola Bella  en een glimp opvangen van de wonderschone omgeving rond de Borromee eilanden. Ik ben blij en begin te glimlachen. Dit is een gans andere land waar ik nu kom.  Italia, waar de citroenen bloeien en waar zovele andere dingen zijn die ik wil ontdekken en leren beter kennen. Een kwartier later boemelt de zware trein door de lelijke industriële suburbia van Milano en is mijn treinticket volledig opgesoupeerd.

     

    Siske, je bent aangekomen in Cisalpijns Gallië. Hier moet je tonen dat de fietsende en tafelende Belgen de dappersten zijn. Van nu af krijgt gij geen müesli meer om te eten maar wel veel pasta,  wijn en gelati  !

     





    22-02-2009 om 00:00 geschreven door Papoum

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)



    EINDE
    VAN DEZE BLOG
    26 08 2012

    Foto

    Foto

    Hoe sterk is de eenzame fietser
    Die krom gebogen over z'n stuur tegen de wind
    Zichzelf een weg baant


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Zoeken in blog


    Foto

    Foto

    Foto

    Een bescheiden blik in de geschiedenis van de wielersport is vaak al voldoende om de fascinatie te proeven.
    OLYMPIA 1981 YVES MONTANT   A BICYCLETTE
    http://www.youtube.com/watch?v=lOZPWpiNUWQ&feature=related



    La bicyclette

    Quand on partait de bon matin
    Quand on partait sur les chemins
    A bicyclette
    Nous étions quelques bons copains
    Y avait Fernand y avait Firmin
    Y avait Francis et Sébastien
    Et puis Paulette

    On était tous amoureux d'elle
    On se sentait pousser des ailes
    A bicyclette
    Sur les petits chemins de terre
    On a souvent vécu l'enfer
    Pour ne pas mettre pied à terre
    Devant Paulette
    Faut dire qu'elle y mettait du cœur
    C'était la fille du facteur
    A bicyclette
    Et depuis qu'elle avait huit ans
    Elle avait fait en le suivant
    Tous les chemins environnants
    A bicyclette


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    NATHALIE.

    La place Rouge était vide
    Devant moi marchait Nathalie
    Il avait un joli nom, mon guide
    Nathalie...
    La place Rouge était blanche
    La neige faisait un tapis
    Et je suivais par ce froid dimanche
    Nathalie...
    Elle parlait en phrases sobres
    De la révolution d'octobre
    Je pensais déjà
    Qu'après le tombeau de Lénine
    On irait au café Pouchkine
    Boire un chocolat...
    La place Rouge était vide
    Je lui pris son bras, elle a souri
    Il avait des cheveux blonds, mon guide
    Nathalie... Nathalie
    Dans sa chambre à l'université
    Une bande d'étudiants
    L'attendait impatiemment
    On a ri, on a beaucoup parlé
    Ils voulaient tout savoir, Nathalie traduisait
    Moscou, les plaines d'Ukraine
    Et les Champs-Élysées
    On a tout mélangé et on a chanté
    Et puis ils ont débouché
    En riant à l'avance
    Du champagne de France
    Et on a dansé...
    La, la la...
    Et quand la chambre fut vide
    Tous les amis étaient partis
    Je suis resté seul avec mon guide
    Nathalie...
    Plus question de phrases sobres
    Ni de révolution d'octobre
    On n'en était plus là
    Fini le tombeau de Lénine
    Le chocolat de chez Pouchkine
    C'était loin déjà...
    Que ma vie me semble vide
    Mais je sais qu'un jour à Paris
    C'est moi qui lui servirai de guide
    Nathalie... Nathalie


    Foto

    Foto

    Foto

    Marianne de ma jeunesse
    Ton manoir se dressait
    Sur la pauvre richesses
    De mon rêve enchanté

    Les sapins sous le vent
    Sifflent un air étrange
    Où les voix se mélangent
    De nains et de géants

    Marianne de ma jeunesse
    Tu as ressuscité
    Des démons des princesses
    Qui dans moi sommeillaient

    Car ton nom fait partie
    Marianne de ma jeunesse
    Du dérisoire livre
    Où tout enfant voudrait vivre

    Marianne de ma jeunesse
    Nos deux ombres enfuies
    Se donnèrent promesse
    Par-delà leurs joies et leur vie

    Marianne de ma jeunesse
    J'ai serré sur mon cœur
    Presque avec maladresse
    Ton mouchoir de pluie et de pleurs

    Foto

    http://nl.youtube.com/watch?v=lgUrlO6hku8
    Les Baladins
    http://nl.youtube.com/watch?v=75lFwcGucOA&feature=related
    Marie Marie
    http://nl.youtube.com/watch?v=AaXY59mg9QE
    Nathalie   - Spaanse versie

    http://fr.youtube.com/watch?v=27eWewocQm4&feature=related
    Nathalie mon guide avait des cheveux blonds

    Foto

    MON ARBRE
    Louis Amade 1964

    Il avait poussé par hasard
    Dans notre cour sans le savoir
    Comme un aveugle dans le noir
    Mon arbre
    Il était si petit
    Que c'était mon ami
    Car j'étais tout petit
    Comme lui
    J'attendais de lui le printemps
    Avec deux ou trois fleurs d'argent
    Un peu de vert, un peu de blanc
    Mon arbre
    Et ma vie s'accrochait
    A cet arbre léger
    Qui grandissait
    Comme je grandissais


    Foto

    Chanson de
    GILBERT BECAUD

    Quand tu n'es pas là
    Tous les oiseaux du monde
    Quand tu n'es pas là
    S'arrètent de chanter
    Et se mettent à pleurer
    Larmes de pluie au ciel d'été
    Quand tu n'es pas là
    Le silence qui gronde
    Me donne si froid
    Qu'un jour ensolleillé
    Me fait presque pleurer
    Larmes d'ennui malgré l'été
    La ville fait de grâces 
    La lune des grimaces
    Qui me laissent sans joie
    Les cantiques d'églises
    Malgré tout ce qu'ils disent
    Me font perdre la foi
    Quand tu n'es pas là
    Tous les oiseaux du monde
    La nuit sur mon toit
    Viennent se rassembler
    Et pour me consoler
    Chantent tout bas
    ' Elle reviendra ' 
    Quand tu reviendras
    De l'autre bout du monde
    Quand tu reviendras
    Les oiseaux dans le ciel
    Pourront battre des ailes
    Chanter de joie
    Lorsque tu reviendras !


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Le Pianiste de Varsovie
    Gilbert Bécaud

    Je ne sais pas pourquoi
    Cette mélodie me fait penser à Chopin
    Je l`aime bien, Chopin
    Je jouais bien Chopin
    Chez moi à Varsovie
    Où j`ai grandi à l`ombre
    A l`ombre de la gloire de Chopin
    Je ne sais pas pourquoi
    Cette mélodie me fait penser à Varsovie
    Une place peuplée de pigeons
    Une vieille demeure avec pignon
    Un escalier en colimaçon
    Et tout en haut mon professeur
    Plus de sentiment
    Plus de mouvement
    Plus d`envolée
    Bien bien plus léger
    Joue mon garçon avec ton coeur
    Me disait-il pendant des heures
    Premier concert devant le noir
    Je suis seul avec mon piano
    Et ça finit par des bravos
    Des bravos, j`en cueille par millions
    A tous les coins de l`horizon
    Des pas qui claquent
    Des murs qui craquent
    Des pas qui foulent
    Des murs qui croulent
    Pourquoi?
    Des yeux qui pleurent
    Des mains qui meurent
    Des pas qui chassent
    Des pas qui glacent
    Pourquoi
    Le ciel est-il si loin de nous?
    Je ne sais pas pourquoi
    Mais tout cela me fait penser à Varsovie
    Une place peuplée de pigeons
    Une vieille demeure avec pignon
    Un escalier en colimaçon
    Et tout en haut mon professeur
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    What does not destroy us makes us stronger.
    Foto

    Foto

    Rondvraag / Poll
    Wie wordt wereldkampioen 2012 bij de profs ?
    Philippe Gilbert
    Greg Van Avermaet
    Ryder Hesjedal
    Johan Vansummeren
    Giovanni Visconti
    Alejandro Valverde
    Samuel Sanchez
    Joaquin Rodriguez
    Maxime Monfort
    Roman Kreuziger
    Vincenzo Nibali
    Peter Sagan
    Damiano Cunego
    Diego Ulissi
    Bradley Wiggins
    Rigoberto Uran
    Edvald Boasson Hagen
    Chris Froome
    Thomas Voeckler
    een andere renner ....
    Bekijk resultaat


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    À la claire fontaine

    M'en allant promener,
    J'ai trouvé l'eau si belle,
    Que je m'y suis baignée.

    Il y a longtemps que je t'aime
    Jamais je ne t'oublierai.

    Sous les feuilles d'un chêne
    Je me suis fait sécher,
    Sur la plus haute branche,
    Un rossignol chantait.

    Il y a longtemps que je t'aime
    Jamais je ne t'oublierai.

    Chante, rossignol, chante,
    Toi qui as le coeur gai,
    Tu as le coeur a rire,
    Moi, je l'ai à pleurer.

    Il y a longtemps que je t'aime
    Jamais je ne t'oublierai.

    J'ai perdu mon ami
    Sans l'avoir mérité,
    Pour un bouquet de roses,
    Que je lui refusai.

    Il y a longtemps que je t'aime
    Jamais je ne t'oublierai.

    Je voudrais que la rose
    Fût encore au rosier,
    Et que mon doux ami
    Fût encore à m'aimer


    Foto

    Archief per jaar
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008

    Foto

    Foto

    Engelbert Humperdinck
    Les Bicyclettes De Belsize

    Turning and turning, the world goes on
    We can't change it, my friend
    Let us go riding now through the days
    Together to the end
    Till the end

    Les bicyclettes de Belsize
    Carry us side by side
    And hand in hand, we will ride
    Over Belsize
    Turn your magical eyes
    Round and around
    Looking at all we found
    Carry us through the skies
    Les bicyclettes de Belsize

    Spinning and spinning, the dreams I know
    Rolling on through my head
    Let us enjoy them before they go
    Come the dawn, they all are dead
    Yes, they're dead

    Les bicyclettes de Belsize
    Carry us side by side
    And hand in hand, we will ride
    Over Belsize
    Turn your magical eyes
    Round and around
    Looking at all we found
    Carry us through the skies
    Les bicyclettes de Belsize


    Foto

    Foto

    Julia Tulkens .

    Hebben wij elkaar
    gevonden in dit land
    van klei en mist
    waar tussen hemel
    en aarde ons leven
    wordt uitgewist  ?

    Ben ik nog schaduw,
    ben ik al licht,
    of is d'oneindigheid
    mijn aangezicht ?

    Treed ik in wolken of
    in hemelgrond ?
    Er ruist een hooglied aan
    mijn lichte mond.
    In uw omarming hoe
    ik rijzend ril ...
    Mijn haren wuiven en
    de tijd valt stil .
     
                                Julia Tulkens.

    Foto

    Foto

    SONNET POUR HELENE

    Quand vous serez bien vieille, au soir, à la chandelle,
    Assise auprès du feu, dévidant et filant,
    Direz, chantant mes vers, en vous émerveillant :
    Papoum me célébrait du temps que j’étais belle.

    Lors, vous n’aurez servante oyant telle nouvelle,
    Déjà sous le labeur à demi sommeillant,
    Qui au bruit de mon nom ne s’aille réveillant,
    Bénissant votre nom de louange immortelle.

    Je serai sous la terre et fantôme sans os :
    Par les ombres myrteux je prendrai mon repos :
    Vous serez au foyer une vieille accroupie,

    Regrettant mon amour et votre fier dédain.
    Vivez, si m’en croyez, n’attendez à demain :
    Cueillez dès aujourd’hui les roses de la vie.

    Regretting my love, and regretting your disdain.
    Heed me, and live for now: this time won’t come again.
    Come, pluck now — today — life’s so quickly-fading rose.


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Laatste commentaren
  • pilne oferta kredytów (Rev Mark Donand)
        op Het liedje uit het land van Pele.
  • Na een drukkende en zwoele nacht kom ik u een fijne nieuwe week wensen (Jeske )
        op De Flandriens uit Limburg.
  • Wens je een fijne zaterdag (Nikki)
        op De Wielersport in Denemarken.
  • Lieve midweekgroetjes . (bompa harry)
        op Charles Aznavour.
  • SPORTIEF HOOR MIJN TANDARTS RACED OOK (Ton)
        op Een eeuw geleden werd de Primavera 1911 gereden.
  • Maar dat is leuk (Ton)
        op Fietstocht naar Itzehoe - ( Week 1 ) .
  • Norbert Vande Walle (JP VANSTEENKISTE)
        op Une page d'histoire - Le tennis de table d'il y a 40 ans.
  • Lieve zaterdaggroetjes (Nikki )
        op Een stukje Zwembad Olympia nostalgie .
  • De beste wensen voor 2011 (Nikki )
        op Exode des forces russes de Sebastopol -  Bizerte 1920.
  • De laatste donderdag in 2010 (Nikki )
        op Exode des forces russes de Sebastopol -  Bizerte 1920.
  • Foto

    Archief per maand
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Gastenboek
  • Gry Dla Dziewczyn We Chłopców
  • Productos Y Servicios Bancarios Operativos
  • Bancarios, Noticias Sobre Bancarios
  • Servicios De Giros Bancarios
  • Popular Play Tents

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Foto

    Will Tura:
    Eenzaam Zonder Jou songtekst

    Ik ben zo eenzaam zonder jou
    Niets kan mij binden bij mijn vrienden
    Bij hen kan ik het niet meer vinden
    Het liefste ben ik dicht bij jou

    Ik ben zo eenzaam zonder jou
    Ook als het dansorkest gaat spelen
    Want dansen gaat mij gauw vervelen
    Als ik jou niet in m'n armen hou

    Ik ben zo eenzaam zonder jou
    Jij weet dat ik op jou zou wachten
    Maar leef ik ook nog in jouw gedachten
    En ben je mij nog altijd trouw

    Ik kan niet verder zonder jou
    Mijn leven zou ik voor jou geven
    In al mijn brieven staat geschreven
    Ik ben zo eenzaam zonder jou

    Ik ben zo eenzaam zonder jou



    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!