priesters inboorlingen
Priesters inboorlingen:
Nadat we onze pastoors en onderpastoors publiceerden, konden we zeker niet nalaten onze eigen inboorlingen in het daglicht te stellen.
Dat er geschreeuwd word om vrouwelijke priesters, of priesters die mogen huwen is geen uitzonderlijk vraag. Wanneer men terugkeert tot het concilie van “Trente” (1545- 1563) welke zogezegd diende tegen protestanten en ketters, maar zekerlijk op de innerlijke zuivering en geestelijke verdieping. Wie waren de bestierders van de kerk? Burgerlijk en kerkelijk? Was de kerk er niet van overtuigd dat iedereen te winnen was voor hun kerk? Was het niet op plaatselijk vlak dat men veel heeft moeten er aan veranderen? B.V. het concilie van Mechelen, welke alles zorgvuldig op een rij hadden geplaatst, wat er in “Trente “ hadden besproken? Kwamen de dekens niet ieder jaar hun parochies visiteren, en werden er geen schriftelijke rapporten op gemaakt? Waren dekens toen reeds onderscheiden pastoors gekozen door de bisschop? Waren de dekens niet het oor en het oog van den bisschop? Waren de gewone pastoors door dat zelfde vuur aangestoken van de Geest of van de apostelen?
Er was toch voor het concilie een algemeen verval ingetreden of niet soms? Heel wat priesters leefden toch in concubinaat, wat met andere woorden wil zeggen:” in een buitenechtelijke samenleving van enige duur” . En in “Trente” drong men toch aan de strikte naleving van het celibaat. Geloof het of geloof het niet, maar een niet onbelangrijke minderheid van de kerkoversten vonden dat het ongehuwd blijven als een verplichting moest worden opgelegd. Omdat volgens de kerkleiders, seksuele handelingen enkel binnen het huwelijk toegelaten zijn. En toen was het ook zo dat er een tekortwas aan priesters, zodat men verplicht was ook de minder geschikte in dienst te nemen. Om dit heuvel op te lossen werd de zielzorg aan paters toevertrouwd. De algemene onzekerheid leid tot zoals nu tot een grote crisis in roepingen. Men gaf aan de priester een grotere opleiding mee, ze maakten hem tot een geleerd mens, een van de geleerden van de parochie. Hij had een zedelijk gedrag, vlot contact in den omgang met mensen, en had ten slotte een grote invloed, want de meesten konden lezen nog schrijven.












