toponiemen
De halfbunder
Monografie van Rolleghem: blz. 55
Scabinale II n 430: blz. 151 n 13: palende oost Jan de Crydenare, zuid den boomgaert van Maarten Vandenbussche en Nicolays Fleurkin, west ende noort zijn zelfde lant.
Aanwinsten VI 2126: renteboek vander heerlichende van Moorenackere op diversche gronden van erfven daer afgehouden die ligghen in de prochie van Curtrycke. 1601 p., n° 16: Willem Vanderplancke lants ghenaemt ’t Alfbundere pallende metter oostzijde jeghens Pieter Vanderplancke langhemeerschelken ende zijn zelfs meersch, metter zuytzijde jeghens zijns moraelmeersche, metter westzijde jeghens P. Vanderplancke moraelbusch, ende metter noort zijde jeghens pieter vanderplanckens lant.
Zo genoemd naar de uitgestrektheid van het land nl. in dit geval een half bunder groot.


